Jan
12

Filmmiddag maakt Indische spagaat zichtbaar

By Indisch 3.0  //  Documentaires, Reportages, Speelfilms  //  197 Comments

filmmiddagDen Haag/Amsterdam, 12 januari 2009

door Kirsten Vos en Ed Caffin

Zondag 11 januari beleefden vier Pathé-theaters in Nederland een ware Indische invasie. Ruim 1.500 Indische Nederlanders bezochten in Rotterdam, Den Haag, Groningen en Amsterdam de filmvertoningen van Het jaar 2602 en Contractpensions – Djangan Loepah. Amsterdam en Den Haag waren zelfs helemaal uitverkocht. Diezelfde dag maakten niet alleen de films, maar ook de bezoekers pijnlijk duidelijk dat de Indische tegenstellingen tussen ‘wit’ en ‘bruin’ nog steeds lijken te bestaan.

Na wat vertraging, waarin de spekkoek en koffie niet aan te slepen waren, ging het programma van start. Dankzij de gezamenlijke actie van Darah Ketiga, Nederlands-Indië hyves en Indisch 3.0 was de derde generatie Indische Nederlanders in Amsterdam met bijna 100 jongeren goed vertegenwoordigd. Ruim op tijd zaten we klaar voor de première van Het jaar 2602, na een inleiding van onder meer Jan van der Dussen (stichting Verfilming Japanse Burgerkampen) en Peter Neep (stichting het Gebaar).

De film Het jaar 2602 bestond uit een serie interviews, afgewisseld met ‘home-videos’ uit de tempo doeloe tijd. De kinderen uit de Jappenkampen, nu zestigers, zeventigers en tachtigers, vertelden op indringende wijze op het grote doek over hun persoonlijke herinneringen aan de kamptijd. Bijzonder was dat ieder van hen het leven in het kamp door kinderogen gezien had, en zich vaak pas later realiseerde hoe erg, pijnlijk of vervreemdend hun ervaringen waren geweest. De gebeurtenissen in het kamp waren niet realistisch, dachten zij als kinderen: het was niet écht, buiten het kamp zou alles weer normaal worden. Zo was een van de geinterviewden door de Japanners als kind van zijn vader gescheiden. Hij besefte pas ruim veertig jaar later, staande bij het graf van zijn vader, dat hij hem echt nooit meer terug zou zien. Al die jaren had hij gehoopt dat zijn vader op een dag terug zou komen.

Ondanks dat de film een belangrijk, en tot nu toe onderbelicht deel van het Nederlandse oorlogsverleden vastgelegd heeft, waren de reacties na afloop wisselend. Dit had te maken met de afkomst van de geinterviewden en het verhaal dat zij vertelden. De hoofdrolspelers in 2602 waren namelijk overwegend totoks (volbloed Nederlanders). Er waren twee Indo-Europeanen (gemengde afkomst) bij, maar die waren voor Nederlanders nauwelijks als zodanig te herkennen. Daarnaast vertelden deze twee niets over het verhaal van de geïnterneerde Indo-Europese groep, zoals het moeten kiezen tussen Nederland en Indonesië, of de rol die Indo-Europeanen speelden in de kampen. De regisseurs zijn nog niet beschikbaar geweest voor commentaar op deze keuze.

Een film over ervaringen van Indische Nederlanders in het Jappenkamp lijkt pijnlijk incompleet wanneer slechts een deel van die ervaringen wordt belicht. Hoewel beide groepen voor een deel dezelfde ervaringen hebben gehad, waren er ook belangrijke verschillen. De Indische groep uit 2602 heeft terecht eindelijk erkenning gekregen voor hun oorlogservaringen, het wachten is op de – blijkbaar echt – andere groep van Indo-Europeanen. Hopelijk helpt deze scheidslijn in elk geval om de Nederlands-Indische oorlogservaringen te kunnen vertellen aan het Nederlandse publiek.

In de tweede documentaire Contractpensions – Djangan Loepah!, die in 2008 in première ging, vertelt regisseur Hetty Naaijkens – Retel Helmrich het verhaal van de overwegend Indo-Europese repatrianten die hun eerste tijd in Nederland in contractpensions doorbrachten. De verhalen over de soms pijnlijke en vaak bizarre ervaringen van de Indische Nederlanders die na aankomst in Nederland in tijdelijke contractpensions terechtkwamen, rolden zich uit over de aanwezigen. Ook hier zorgden de uitspraken van het bonte gezelschap dat in de film aan het woord kwam weer voor grote hilariteit, op andere momenten voor grote verontwaardiging en ontroering. De film van Hetty Naaijkens, die inhoudelijk overigens perfect aansloot op Het jaar 2602, was daarom een prachtige afsluiting van een opvallend Indische middag in een koud Amsterdam.

Ondanks dat het begrijpelijk is dat vele bioscoopbezoekers in Amsterdam wellicht overmand waren door emoties na het zien van 2602, was het bevreemded om te zien dat een groot deel van de 800 aanwezigen in Amsterdam na de pauze niet meer terugkwam om naar Contractpensions te kijken. Door dit vertrek werd, waarschijnlijk niet eens opzettelijk, duidelijk dat er nog steeds een scherpe tweedeling bestaat in de Indische gemeenschap. De totoks, de ‘witte’ repatrianten, hadden namelijk nauwelijks in contractpensions hoeven wonen: het was niet hun verhaal dat na de pauze verteld werd, maar dat van de ‘bruine’ repatrianten. Het is het bijna onwerkelijk om te zien dat, 60 jaar na de soevereiniteitsoverdracht, deze Indische spagaat onbewust nog steeds aanwezig is.

Gerelateerde berichten

  • Martin E. C. Roos

    ‘Under cover’

    Kempeitai

    From Wikipedia, the free encyclopedia
    • Kempeitai Intelligence Section. -- Kempei Tai (Army Secret Security) (previously known as the Service Section) There were at least 75,000 members of the Kempeitai, figuring in undercover personnel and so on. This number might be even higher

  • http://www.durussedjustus.wordpress.com Harry Sihan

    allemaal prima, ik zie een overzicht hoe volgens een aantal auteurs de Japanners de indeling gemaakt zouden hebben. Maar het punt is: in de Nederlands Indische registratie kent met het begrip ‘Indo-Europeaan’ niet. Noch registreert men een dergelijk kenmerk. Hieruit volgt dat men aan de hand van de bestaande Nederlands Indische bevolkingsregistratie geen telling kan maken hoeveel Indo-Europeanen er zijn. Praat ik nog niet eens over hen die niet geregistreerd werden. Dus wat is de bron van die cijfers in al die prachtige noten apparaten? Een kom nou weer niet met een ander noten apparaat tenzijn daarin staat in register A te B is mooie lijst met mensen van Indo-Europese afkomst geteld op zus en zo manier in zus en zo periode op die en die plek. M.a.w. die noten apparaten zijn prachtig maar zonder bronvermelding van de cijfers die anders dan weer een ander noten apparaat, zie ik mijn vraag nog niet beantwoord. En blijft de onderbouwing van de stelling dat een groot deel van de burgerkampen uit Indo-Europeanen bestond twijfelachtig en daarmee de stelling zelf.

    Een correctie: de kempeitai is niet een geheime politie. Er was namelijk niets geheims aan. Ze hadden wel een inlichtingen poot: de tokku. Die had wel iets van een geheime dienst. Maar hun werk was redelijk marginaal.Een goede vertaling van kempeitai is marechausee. Het verschil met onze marechausse was dat er minder nadruk als gevechtseenheid bij hen ligt. Hun rol was afhankelijk van het gebied waar ze werden ingezet. In bezet gebied was dat controle en onderdrukken en zo rugdekking geven aan de gevechtstroepen. In Japan zelf deden ze meer politie taken. In China gedeeltelijk kampbewaking w.o. de beruchte Unit 731.

  • Martin E. C. Roos

    Harry en Peter. De rest is inmiddels afgehaakt?

    `Indo-Europeanen’ : zij die voor meer dan de helft Indonesisch bloed hebben.

    Historicus B. van Poelgeest promoveerde als historicus op de Nederlands-Japanse betrekkingen van 1945 tot 1975. Zijn proefschrift verscheen in 1999 onder de titel Japanse Besognes.
    Hij onderscheidt en benoemt de 100.000 mensen in de kampen als `Europeanen’. (zie ook mijn bericht 6 februari 2009 at 1:50 am In Indonesië gewortelden.) Van Poelgeest noemt vervolgens de twee keer zo grote groep `Indo-Europeanen’. Volgens hem waren die niet in kampen opgesloten omdat ze voor meer dan de helft Indonesisch bloed hadden. (1). Van Poelgeest benadrukt dat deze mensen met minder dan de helft Nederlands bloed dus, het soms zwaarder hadden gehad. Gemangeld tussen de Kempetai, de geheime Japanse politie, en de hun niet minder kwaad gezinde Indonesiërs. Dit laatste werd vaak vergeten. Dat zou verklaren waarom de verbittering onder vooral deze mensen, de `buitenkampers’ groot zou zijn. Van Poelgeest ademt de sfeer uit van de Japanse overheerser en haar meetinstrument.

    Voorlopige conclusie. Tja, Meijer en anderen zijn niet consequent in het gebruik van Indo-Europeaan, Indo etc. als ik Van Poelgeest mag geloven.
    Van Poelgeest kan volgens de laatste publicaties niet hardmaken dat er geen Indo-Europeanen, mensen met meer dan de helft Indonesisch bloed in de kampen zaten.

    Ik, mijn meetpunt ligt tussen belanda kira kira betoel en belanda Indo, krijg er koppijn van.

    1. Volgens o.a. Meijer, Captain en Soomers onderscheidden de Japanners:
    volbloed Nederlanders (belanda totoks);
    mensen met ‘75% Nederlands bloed’ (belanda kira kira betoel);
    mensen met ‘50% Nederlands bloed’ (belanda Indo).

    Mensen met minder dan 50% Nederlands bloed zouden dus volgens de Japanners en Van Poelgeest Indo-Europeanen zijn.

  • Martin E. C. Roos

    Harry: ‘hoe komt men aan de cijfers?’

    Lees Hans Meijer (2004), pak je telmachine en met behulp van zijn notenapparaat van o.a. hoofdstuk 5, begin bijvoorbeeld bij noot 91 (1) kom je al een heel eind. Tel daar bij op mondelinge getuigenissen van bijvoorbeeld enkele inzenders van bovenstaande berichten, zoals Frans, Peter en mij (7). Vele Indo-familieleden van ons hebben in de kampen verbleven of zijn er gestorven.

    O ja volgens o.a. Doeko Bosscher, hoogleraar eigentijdse geschiedenis aan de Rijksuniversiteit Groningen was de Nederlands-Indische samenleving tot op het bot stands- en rasbewust.

    1 Hans Meijer met zijn notenapparaat: 4000 Indo-Europese geïnterneerden in kamp Tjimahi IV, pagina 216 en dit is pas een begin. Op dezelfde pagina nog eens 300 Indo’s in het kamp Banjoebiroe nabij Semarang.. In een eerder bericht van mij werden ook al aantallen genoemd

  • http://wwww.durussedjustus.wordpress.com Harry Sihan

    Ik heb niet gesteld dat kleur, het al dan niet blank-zijn er niets toe deed. Dat is ook niet mijn punt. Een ieder van mijn generatie die in een Indisch gezin is opgegroeid is ooit wel eens met discussies over huidskleur en de schakeringen die daarin worden onderscheiden geconfronteerd. Ik zeg ook niet dat er geen discriminatie was. Ik stel alleen dat er veel grijs is tussen zwart en wit. Iets wat (weer?) in beeld gebracht zou moeten worden. En voor alle duidelijkheid: de autochtone (lees: inlandse) samenleving laat ik buiten beschouwing. Het gaat mij om de koloniale, Europese samenleving. De Indo-Europeaan, al dan niet met Nederlandse nationaliteit, is daar een onderdeel van.

    Ik stel alleen de vraag: als de term “Indo-Europeaan” niet bestond, ergo niet geregistreerd kan worden, ergo niet geteld kan worden, hoe komt men dan aan de cijfers? De gevolgen van de politieke discussie en het beleid om “de bruine broeders” toch vooral in de tropen te houden hebben we aan de lijve ondervonden. Het opsporen van de Indo-Europeanen zal ook wel eenvoudig zijn geweest. Ergens in de burgelijke stand staat vermeld dat de moeder een inlandse of dergelijke verwijzing staat. Op die manier wist men ons ook te vinden. Maar dat doet niets af aan de vraag: hoe werden ze geteld? En als ze geteld zijn waar zijn dan de gegevens? De Japanse registratie was een wassen neus, zoals ik al stelde. Tot nu toe heeft niemand daar nog een eenduidig antwoord op gegeven. Zoiets van: daar is het register van de gemengden en zo zijn ze geteld.

    Ik wil overigens helemaal niet discusieren over het boek van Meijer. Ik ga hem eerst lezen. Maar ik kan me voorstellen dat iemand die hem wel gelezen heeft een antwoord kan geven op mijn vraag hoe, waar en wanneer zijn de Indo-Europeanen geteld? Immers, die cijfers staan in dat boek. Mag ik toch aannemen dat daarvoor een bronvermelding of iets dergelijks is. ‘Hij maakt het aannemelijk’ is hier even niet voldoende.

    Er is volgens mij is er ook niets mis met een boek uit 1962 of een boek uit 10 BC zolang de gegevens kloppen lijkt me. Ik schetste de onderbouwing van Van Velden voor haar cijfers t.a.v. de Indo-Europeanen. Daar heb ik nog geen steekhoudend tegen argument van gezien. Zeggen dat ik weinig met cijfers kom is nietszeggends. Want het gaat niet om cijfers naast elkaar leggen, maar om de onderbouwing van gegeven cijfers.

    Het tellen van de doden in Nanking en Hiroshima is makkelijker. Men weet ongeveer hoeveel er het ongeveer waren. Er was namelijk een registratie van de inwoners van Japan. En men kon de lijken tellen nadat de Japanners klaar waren. Men zag dat het voor het grote deel Chinezen waren. Maar er is geen registratie van Indo-Europeanen. En zover ik weet werd er bij iedere overleden Indo al dan niet in de kampen ook geen registratie gemaakt van zijn Indo-zijn. Blijft de vraag: hoe komt men aan de cijfers?

  • Peter van den Broek

    ls Harry Sihan wil gaan discussieren over het boek van Meijer, dat hij niet gelezen , dan vergemakkelt dat wel de discussie. Dat dat voor hem discussiepunt is, lijkt mij geen op de wetenschap gesteun argument, ik zou maar eerst wat gaan verifieren.

    Wat hij aanhaald, zoals de registratie, de ballenjongens, Pagi, Eeckhout etc, staan allemaal in het boek uit 2004 van Meijer(216 e.v.). Wat mij opvalt is dat hijzelf weinig met overtuigende cijfers komt en wel uit een boek van 1962.
    Een ander voorbeeld: Hoeveel Chinzen zijn bij het “Nanking incident” over de kling gejaagd ?, hoeveel Japanners zijn bij de atoombom van Nagasaki gedood. Mij gaat het erom een cijfer aannemelijk te maken.

    Als we uitgaan (hypothese) van de cijfers uit de literatuur, alle boeken op de Jong en Ellemers na heb ik niet gelezen de Jong in” Koninkrijk XI”, Touwen-Bouwsma “de ethnische loyalitei”, Ellemers “de Indische Nederlanders en Beets “Het Gebaar”dan kan de Indo-Europese groep volgens Meijer (226) op 175.000 gesteld worden en gaan we uit van circa 48.000 Indo’s in de oorlog in het kamp hebben gezeten. Gaan we uit dat 20% van de militairen getrouwd zijn (dit is te verifieren) d.w.z. 5.600 dan waren er 20.000 -- 5.600 (vrouwen van militairen): 14.400 kinderen oftewel bijna 3 kinderen per gezin.Dat klinkt mij wel aannemelijk. Ik heb de variabelen nog wel veranderd maar het totaal blijft onveranderd.

    Dus we praten over 14.400 Indo-Europese en Nederlandse kinderen, die in de bovengenoemde film niet ter sprake komen. 14.400 inwoners is zoiets als de gemeente Wateringen of de gehele bevolking van het eiland Texel. Die zie toch niet zo gemakkelijk over het hoofd. Dus stel je voor Texel bevolkt door allemaal bruine mensen, dat is in de vakantie al zo en nu ook in de winter.

  • Martin E. C. Roos

    Harry: “Wat betreft het ‘kleurfijne’ verschil en kaste principe in de kolonie; ontegenzeggelijk bestond zoiets dergelijks in de toenmalige samenleving (en daarna MECR). Alleen ook hier loont het de moeite om er nog eens goed naar te kijken:….”.

    Een voorbeeld, ik zoek niet. Er waren tijden, bijvoorbeeld vanaf 1728, dat de gekleurden zoals Creolen en Eurasians (Indo’s) niet bij de V.O.C. in dienst mochten komen.

    De ontstane discussie en het naar boven gebrachte ‘geschil’ rond de documentaire Het jaar 2602 lijkt sterke gelijkenis te vertonen met gebruikte mechanismen die o.a. christenpolitici, uit de KVP, ARP en CHU (het huidige CDA) bezigden. Zoals bijvoorbeeld: retorisch eigenschappen toeschrijven aan de ander van de ‘eigen groep’, of de ander zelfs wegcijferen. Met name, ik blijf ‘bij de tijd’ direct na de oorlog toen over ‘ethnic othering’ heldere standpunten werden geformuleerd. De term verwijst naar het feit dat Nederlandse politici Indische Nederlanders (Indo’s) als ‘andere Nederlanders ‘beschouwden. Zowel binnen als buiten de Kamer. Wat uit de reacties op de documentaire in 2009 ook zou blijken.
    We lezen in Handelingen II 1951/1952 het standpunt van het Kamerlid Schilthuis (PvdA). Dit lid van de PvdA had vragen over of ‘velen’ van de zich in ons land bevindende gerepatrieerden uit Indonesië’ niet ‘minder geschikt zijn voor emigratie naar de min of meer klassiek geworden bestemmingslanden’ ‘maar’, hij formuleerde zijn standpunt aldus: ‘geknipt zijn voor emigratie naar tropische gebieden en voor wie daarin een uitkomst zou liggen.’ Het idee voor vertrek of vlucht of emigratie uit Nederland of Indonesië van ‘in Indonesië gewortelden naar Suriname’ kwam in 1951, tijdens de begrotingsbehandeling van het ministerie van Uniezaken en Overzeese Rijksdelen al ter sprake.

    We kunnen in de Handelingen uit de vijftiger jaren van de vorige eeuw, vele discriminerende en racistische standpunten en uitspraken terugvinden over landgenoten ‘van gemengde bloede’ van Kamerleden zoals bijvoorbeeld van de christelijke partijen: Meijerink (ARP)(1)

    Ik eindig met het jaar 1953, het jaar van mijn vlucht uit (de resten van) ‘een bloedbad’ naar Nederland. Het kabinet Drees III bestaande uit de voorlopers van het CDA: KVP, ARP en CHU en uit de Partij van de Arbeid droeg in 1953 regeringsmacht. Vanuit zijn christelijke wortels kunnen we uit Kamerstukken de uitlatingen van de katholieke minister Van Thiel van Maatschappelijk Werk (KVP, huidige CDA) duiden: “De regering heeft de overtuiging, dat de belangen van het overgrote deel van de in Indonesië geboren en getogen personen van Nederlandse nationaliteit het beste zijn gediend met een voortgezet verblijf in Indonesië. [………….] De ervaring heeft echter geleerd, dat de overkomst naar Nederland voor de Indische Nederlander (Indo’s dus! MECR), zowel voor ouderen als jongeren (impliciet benoemt katholiek Van Thiel mij, gedoopt door een missionaris, dus ook! MECR), vaak een ontworteling betekent, die onherstelbaar is.” Deze ontmoedigingspolitiek eindigde pas einde 1956, omdat Indische Nederlanders steeds meer in gevaar kwamen in Indonesië.

    Tot kamerbrede verontwaardiging of optreden door de voorzitter van de Tweede Kamer kwam het niet.

    1 ” Mijn vader merkte dat hij gediscrimineerd werd, maar in die tijd (vijftiger jaren van de vorige eeuw in Nederland! MECR ) gebruikte je dat woord niet, en was het eigenlijk normaal. Althans later zei hij vaak dat je er toch niets tegen kon doen. Mensen hadden nou eenmaal een vooroordeel tegen Indo’s”, ik teken deze woorden op van Theodor Holman uit de De Groene Amsterdammer 20050401.

  • http://wwww.durussedjustus.wordpress.com Harry Sihan

    @ Erik.

    Een verlate reactie:

    Het is inderdaad zeer makkelijk om “veel” te noemen als de kempeitai dat zelf zo stelt (Nihon Kempei seishi). Overigens is “veel” niet “het merendeel”. Als ik het merendeel bedoel dan zou ik het ook zo geschreven hebben. Je gaat er nu zo maar van uit dat de groep Indo-Europeanen een homogene duidelijk afgebakende groep was. Je verwart de Indische Nederlander met de Indo-Europeaan. Hoewel er w.s. een aanzienlijke overlapping is zijn die twee niet zonder meer synoniem. Zeker niet in de toenmalige koloniale verhoudingen. De groep die naar Nederland kon komen (inclusief de spijtoptanten) is zeker niet de hele groep Indo-Europeanen.

    Wat betreft de feiten, althans zaken die als dusdanig door D. van Velden zijn geregistreerd: de Indische comité’s die voor een deel vrijwillig met de bezetters samenwerkten, de Pagi groep van Van den Eeckhout die, hoewel geïnterneerd nog propaganda bleef maken voor de Japanners en Dahler die verantwoordelijk is voor het verdwijnen van onwillige Indo-Europeese jongens naar de Glodok gevangenis. Als je gaat zoeken zal je zeker nog wel een aantal van dit soort zaken en feiten kunnen vinden. Mag je zelf uitmaken of ze zijn aangedikt. Of anders gezegd: je hoofd in het zand steken.

  • Martin E. C. Roos

    Een reële indruk van de internering in Nederlands-Indië, 1942-1945, werd mij in in 2006 in Museum De Casteelse Poort (www.casteelsepoort.nl) getoond.

    De tentoonstelling: De Moed om door te gaan.(helaas tot en met 25 februari 2006)

    Het getoonde materiaal: foto’s en originele tekeningen; maquette van een deel van een kamp; veel originele voorwerpen uit de kampen; een film over 5 ex-geïnterneerden; een grote boekentafel bevestigen voor mij het beeld dat Peter en ik trachten te duiden. Ondersteund door Meijer (2004) en zijn notenapparaat.

    Op een indringende wijze werd me (en mijn Indo-gezelschap) het dagelijkse leven tijdens de internering van Nederlanders en Indo-Europese burgers getoond.

    Aanvulling.

    - In Nederlands Indië bestond pas in 1828 een verplichte registratie ” [...............] werd bepaald dat de geboorteregistratie van een kind van een Europese vader niet geweigerd mocht worden, ook al was de moeder geen Europese en was zij niet met de vader van haar kind gehuwd [.........................]”

    - Erkend en gewettigd waren er omstreeks mijn geboortejaar 1951 naar schatting 250.000 Indische Nederlanders,(Indo’s) inclusief mijn persoon.
    Pijnlijk blijft: in zijn inaugurele rede, vier jaar eerder: “Het sociologische karakter van de Indo-Maatschappij” op 3 maart 1947 in Amsterdam noemde Wertheim een geschat aantal van acht a negen miljoen niet erkende kinderen van Nederlanders c.q. andere Europeanen en vrouwen van ons mooi Indië: ‘die de vader in de kampong liet verdwijnen.’

    - Opvallend is dat Joodse Indische Nederlanders, die de oorlogsjaren in de Japanse kampen hebben doorgebracht en overleefd hebben wel!, echter een andere (lagere) vergoeding hebben gekregen dan de Joodse Nederlanders in de kampen die door de Duitsers georganiseerd werden.

    - Harry: E. Captain pagina 223 Meijer (2004) zie noot 129 van hoofdstuk 5.

    - Peter bracht het kastesysteem onder de aandacht. Daaromtrent heeft historicus H.W. van den Doel in ‘Afscheid van Indië’ (2000) geschreven: de feodale en traditionele inheemse adellijke elite. Hij noemde ze: steunpilaren van het koloniale regiem en ze kwamen in de periode 1942-1945 tot allerlei vormen van samenwerken (ook in de kampen?) met de shinto/boeddhistische Japanners. Er kwam op deze samenwerking en onderdrukking, reactie en een aantal van de leden van de vorstenhuizen, op Java, Sumatra en Borneo, werden in de bersiap periode gedood. (TV, Max: op 12 februari laat Max een zogenaamde vertegenwoordiger van deze vorstenhuizen aan het woord.) Zou de heulende rol die ze tijdens de Japanse bezettingsjaren hebben gespeeld naar boven worden gebracht? En het volgende onderwerp? In 1938 inaugeerden de Nederlanders alle vorsten als regenten, en verleenden officiële erkenning van hun titels, om op die manier de kasten te formaliseren.

  • http://wwww.durussedjustus.wordpress.com Harry Sihan

    toelichting:

    “Aangezien ik de bronnen van Meijer niet ken – ik heb z’n boek nog niet gelezen (druk, druk) -- zie ik ze niet als uitgangspunt. Wel als discussiepunt.”

    Met “ze” bedoel ik natuurlijk de cijfers.

  • http://wwww.durussedjustus.wordpress.com Harry Sihan

    Een paar dingen: Dr. D. van Velden is een zij, ex-lerares op Java en ex-geinterneerde van Tjideng toen Sonei daar het bewind voerde. Over verkeerde aannames gesproken. Ik heb niet gesteld dat Indo’s niet herkenbaar zijn, noch heb ik gesteld dat Indo’s niet geinterneerd werden. Ik heb slechts afgevraagd hoe men aan de cijfers komt op basis waarvan men stelt dat een groot deel van de kampbevolking uit Indo-Europeanen, dus mensen van gemengde afkomst, bestond. Let wel, ik zeg niet dat het niet zo was, noch zeg ik dat het wel zo was. Ik stel de basis van de stelling ter discussie. Zeker omdat er, zo ver ik weet, aan Nederlandse zijde geen meetinstrument was en die van de Japanners onbetrouwbaar en op zijn best beperkt was. NB: ik bedoel niet het registratie systeem. Van Velden baseert zich in zake de landbouw kolonies, naar ik aan neem op de Japanse cijfers, en die van de Indo comité’s.

    De Japanners hebben drie maal geprobeerd geld op te halen en noemden dat registratie. Ik vind deze versie van Jan Bouwer en Van Velden tot nu toe nog steeds het meest aannemelijk. Vooral ook omdat het de Japanners aan goede bestuurders en administrateurs in Indië ontbrak. Het is m.i. erg onwaarschijnlijk dat de bezetters wisten (of zich er om bekommerden) hoeveel Indo-Europeanen er waren, in of buiten de kampen. Dat ze er waren wisten ze wel en ze hebben er naar gestreefd hen op te laten gaan in de grote groep Aziaten. Ook waren er de Indische comité’s en zoiets als de Pagi groep. De Glodok gevangenis werd voor een groot deel bevolkt door onwillige Indo-Europeanen voortvloeiend uit het Japanse beleid hen tot het Aziatendom te bekeren. Die cijfers betreffende Indo Europeanen vind ik aannemelijker, daar Van Velden hen noemt i.v.m. het eerder genoemde specifieke Japanse beleid. Het lijkt me voor de hand liggend dat als men iets opzet voor Indo-Europeanen, hetzij een landbouw kolonie of een vereniging, dat de dan getelde mensen allen of voor het grote deel tot die groep behoren. Van Velden heeft geen getallen genoemd t.a.v. de Indo-Europeanen in de burgerkampen.

    Van Velden schreef haar dissertatie waarop ze promoveerde in de jaren zestig van de vorige eeuw. Het lijkt me niet aannemelijk dat ze toen de cijfers uit het boek van Meijer dat ergens in 2005 is uitgekomen, als ik het wel heb, heeft gezien laat staan dat ze er mee “in de blind” heeft zitten “extrapoleren”.

    Aangezien ik de bronnen van Meijer niet ken – ik heb z’n boek nog niet gelezen (druk, druk) -- zie ik ze niet als uitgangspunt. Wel als discussiepunt.

    Het lijkt me dat de filmmakers het recht hebben de documentaire te maken zoals ze die gemaakt hebben. Of ze gelijk hebben door de Indo-Europeaan niet of nauwelijks in beeld te brengen is een andere zaak. En als men vreest voor een verkeerde beeldvorming of men meent dat de Indo-Europeaan te kort gedaan wordt dan is daar de publieke tribune: de media. Men kan proberen hierover een publieke discussie op gang te brengen. Dat lijkt me de meest aangewezen weg. Ik geloof niet dat men van de makers met succes een rectificatie kan eisen. Indien men aan juridische middelen denkt.

    Wat betreft het ‘kleurfijne’ verschil en kaste principe in de kolonie; ontegenzeggelijk bestond zoiets dergelijks in de toenmalige samenleving. Alleen ook hier loont het de moeite om er nog eens goed naar te kijken: i.t.t. de andere koloniën bestond er in Nederlands Indië geen officieel onderscheid in “kleur”. Ook in de praktijk lijkt de scheidslijn niet waterdicht, getuige de generaals Van Daalen en Kohler. Die zien er toch wel heel erg Indisch uit. Ook de grote maatschappelijke invloed van Indische families (Van Daalen) die Paul van ’t Veer beschrijft in zijn boek over de oorlog in Atjeh geeft aanleiding om nader naar die scheidslijn te kijken. Ik neig er zelfs toe om eens goed naar het begrip Indo-Europeaan i.s.m. de toenmalige maatschappelijke verhoudingen te kijken. Of anders gezegd: wie bedoelen we daar eigenlijk mee? Mijn vader heeft geen Europese voorzaten, hij kreeg uiteindelijk toch de Nederlandse nationaliteit. Hier werd hij tot de groep Indische Nederlanders gerekend, maar was hij Indo-Europeaan in Indië, strikt genomen? Volgens mij zijn er over dit vraagstukken ook te veel aannames zonder onderbouwing.

    En als ik het goed begrijp is er ook geen “kleur” verschil in de cijfers van Martin Roos.

  • Martin E. C. Roos

    In Indonesië gewortelden.

    Harry Sihan u zet me aan het piekeren. ‘ … hoe Meijer aan zijn cijfers betreffende de Indische Nederlanders komt?’

    Uit handelsgeest, religieuze overtuiging, ”vermengingsdrang” en koloniale expansie togen meer dan 350 jaar lang, in eerste instantie, voornamelijk protestante -- calvinisten, doopsgezinden en lutheranen -- Hollanders naar de Indische archipel. Ze waren in het bezit van de Nederlandse nationaliteit. Er ís geen legitimatie voor de superioriteit van één groep mensen boven de andere, op basis van nationaliteit, ras, religie, sekse, rijkdom, intellectualiteit of wat dan ook.

    De Wet op het Nederlandschap van 1892 verklaarde in art. 1: ”dat iedereen Nederlander was die het wettig, gewettigd of door den vader erkend natuurlijk kind was, waarvan tijdens de geboorte de vader den staat van Nederlander bezit. ” [....................] de natuurlijke kinderen van gemengde bloede konden ook de naam van hun Nederlandse vader krijgen en de Nederlandse nationaliteit en de status van Europeaan.

    Sinds 1854 (vraag tot 1942?) was de bevolking van Nederlands-Indië juridisch ingedeeld in drie categorieën:

    Europeanen (0,4 %)
    Vreemde Oosterlingen (Chinezen en Arabieren)
    Inlanders (inheemse bewoners van de archipel).

    De samenleving van de Indische archipel werd door de Hollanders opgedeeld in drie lagen:

    de (christelijke) westerlingen vormden de bovenlaag
    de ‘vreemde oosterlingen’
    de ‘inlanders’ de onderste.

    De meerderheid van de tweede laag bestond uit Chinezen. Indien een inlander tot christen ‘geroepen’ werd, hoorde hij ook bij de tweede laag. En genoot hierdoor belangrijke economische privileges.

    0,4 % van in 1942, 90 miljoen inwoners van Nederlands Indië: 360.000 Indische Nederlanders (Europeanen).

    Tja. Wordt vervolgd.

  • Peter van den Broek

    Wie Indo-Europese en Europese Nederlander was in Ned.Indie was kleurscherp duidelijk,de colourline en kasteprincipe is niet weg te cijferen, ondanks dat er geen officiele registratie was (wel wat huichelachtig, maar het waren kolonien). De Jong in Zijn Koninkrijk XI, haalt cijfers aan, het gaat hier namelijk om schattingen, die aanneemlijk gemaakt zijn om een valide uitspraak te doen.

    Van Velden ziet over het hoofd of maakt zoals de Stichting de fout geen rekening te houden met de Indo-Europese Nederlanders in het KNIL en hun familieleden en tevens volwassen Indo Europese Nederlanders, die het kamp ingingen. Anders zou ik niet weten wat mijn halve familie in die kampen deed, Maar hoe komt Van Velden eigenlijk aan zijn uitspraken “grotendeels”, hoe heeft hij dat kunnen verifieren, via die landbouwkolonies van legercomandant Imamura; 1.000 werkloze Indo Europeanen, 1.400 totoks en 600 niet nader gedefinieerden (Meijer blz 215. Van Velden gaat op basis van deze cijfers lekker in the blind extrapoleren, het lijkt mij meer een educated guess, hij diskwalificeert zich bij deze wel erge beperkte steekproef.

    Ik denk dat er genoeg cijfers bekend zijn als je het boek van Meijer op na slaat en doorpluist. De Japanners hebben dus drie keer geregistreerd, de vraag is alleen maar met welke nauwkeurigheid. De bewering “de enige concrete registratie” is daarom niet houdbaar, als je uitgaat van het verificatie beginsel.

    Laat ik het zo stellen, de Indo’s waren met velen in het kamp, velen gingen dood, en die kunnen niet over het hoofd worden gezien, zoals in de documentaire. Zij hebben recht op een plaats in de geschiedenis dus ook in de documentaire.

  • http://www.durussedjustus.wordpress.com Harry Sihan

    Zowel Van Velden als Jan Bouwer geven aan dat het registratie systeem een middel was van de Japanse bezettingsmacht om aan geld te komen. De herhalingen waren omdat men niet al te enthousiast was over het registreren. Als middel om een beeld van de verschillende bevolkingsgroepen te vormen was het volkomen waardeloos. Maar dat was ook niet de bedoeling van de bezetter

    Van Velden blz 56
    Hiermee bereikten de Japanners echter niet het geld , dat de geallieerde burgers in huis hadden, maar daar vonden ze wat op. Op Java moesten dezen hiervan registratiegelden en extra-oorlogsbelasting betalen.
    Blz. 79
    Na hun internering hebben de mannen en vrouwen van het feit of ze al of niet de eed van trouw hadden afgelegd en een registratiekaar bezaten, niets meer gemerkt.

    Bouwer, blz 72
    Al meer ‘vreemdelingen’ laten zich registreren. De kans is werkelijk groot, dat de Japanners de onwilligen het leven erg zuur zullen gaan maken. Het is voor de Japanner in hoofdzaak een geldkwestie.

    Ik heb overigens niet beweerd dat de Japanners geen registratie systeem hadden. Ik stelde dat hun beleid hierin niet consistent was. En zoals uit de observaties van Bouwer en Van Velden blijkt waren de Japanners nauwelijks geinteresseerd in de gegevens van die “registraties” maar in de opbrengsten ervan.

    “In het boek maakt Meijer aannemelijk dat er 48.000 Indo-Europese Nederlanders in de kampen zaten . In totaal werden 100.000 mannen, vrouwen, kinderen (inclusief KNIL-Molukkersen) geinterneerd. Na herlezing van de het betreffende hoofdstuk V ,na raadpleging van de voetnoten en enkele bronnen (o.a. De Jong) mag je zondermeer stellen dat 48.000 een groot deel van 100.000 is.”

    Dat wil ik best aannemen ware het niet dat daarmee nog steeds niet verklaard is hoe men de Indo-Europeanen kan tellen als er geen registratie is van het feit dat men Indo-Europeaan is. Althans dat mag men afleiden van het gegeven dat de term “Indo-Europeaan” geen bestaande officiele term was. Voorts is er de discrepantie met Van Velden blz. 57:

    Tot deze groep behoorden de geallieerde burgers op Java, die soms nog een jaar vrij bleven, en vooral de Indo-Europeanen, die grotendeels nooit werden geinterneerd.

    Ik neem aan dat Van Velden voor deze stelling afgaat op de Indo-comite’s die er bestonden en die al dan niet met de Japanners samen werkten. En de ‘landbouw kolonies’ speciaal opgezet voor de Indo-Europeanen door de Japanners. Tot nu toe de enige concrete registratie van Indo-Europeanen.

    m.a.w. de historische discussie is m.i. op dit punt niet afgesloten

  • Peter van den Broek

    Ik heb al gesteld dat de film geen recht doet aan de plaats die de Indo-Europese Nederlanders verdienen in de geschiedenis, ze worden gewoon niet in de fim getoond. Ik vermijdt hier heel bewust het woord “vermeende valsheid” want de film is van geen valsheid sprake maar geeft een koloniale visie op de werkelijkheid in de kampen.. Dat de makers van de film “gebruik maken van hun recht op meningsuiting en vertegenwoordigen geen officieel historisch standpunt” vind ik op zijn zacht gezegd eufemistisch.. De Stichting “Het Gebaar” heeft overheidsgeld aan de Stichting gegeven om een film over de Kinderen in de Japanse kampen te realiseren, daar mogen wel historische criteria aan verbonden worden. De Stichting verfilming Japanse Burgerkampen verondertstelt alle Europese Nederlanders in Indie, Europese en Indo-Europese, te vertegenwoordigen en wordt voorgezeten door een heuse Professor, een gezaghebbende historicus nog wel.. Dus die film heeft een kenbaar historisch gewicht, de Stichting onderschrijft het zelf op haar website, en zal op scholen getoond worden. De stichting heeft bepaalde uitspraken gedaan en geeft een visie in de film weer die aantoonbaar niet door de beugel kunnen. Daar vraag ik rechtzetting voor. De Stichting moet op de proppen komen dat hun beweringen en visie enig grond van waarheid hebben , tot nu toe heeft zij dat schromelijk nagelaten.

    Martin E. C. Roos haalt heel juist het boek van Hans Meijer aan “In Indie geworteld”.aan. Ik haal het er even bij. Veel zinnige dingen staan er in bvb de Japanners hadden wel degelijk een registratiesysteem opgezet en ze hebben zelfs 3 registratierondes (pendafteran) ingevoerd om gewenste tweedeling Indo-Europeanen en Totoks door te voeren (blz 200), Etniciteit was daarbij geen hanteerbaar ordeningsprincipe (het is curieus dat de Stichting wel de term etniciteit gebruikt).. Bronnen bij het hoodstuk in het boek zijn, De Jong -- Koninkrijk, XI, Captain -Achter het Kawal. Er is een keur aan wetenschappelijke voetnoten bij het betreffende hoofdstuk. Aan te raden literatuur en ook de andere boeken uit de reeks “de geschiedenis van Indische Nederlanders”. Er is al zoveel geschreven over indie dus laat Giebels het maar bij Soekarno (de biografie vind ik heel goed geschreven) houden.

    In het boek maakt Meijer aannemelijk dat er 48.000 Indo-Europese Nederlanders in de kampen zaten . In totaal werden 100.000 mannen, vrouwen, kinderen (inclusief KNIL-Molukkersen) geinterneerd. Na herlezing van de het betreffende hoofdstuk V ,na raadpleging van de voetnoten en enkele bronnen (o.a. De Jong) mag je zondermeer stellen dat 48.000 een groot deel van 100.000 is. Maar daar gaat het niet om. Het gaat er om dat aan de 48.000 Indo-Europese Nederlanders, waarvan ongeveer 10.000 in de kampen zijn gebleven, als groep in de film geen recht wordt gedaan noch melding van wordt gemaakt., zelfs geen voetnoot. 48.000 dus. Kirsten Vos en Ed Caffin vinden het pijnlijk, ik vind het beschamend en schandelijk voor de Stichting.

  • http://wwww.durussedjustus.wordpress.com Harry Sihan

    De term “Indo-Europees” bestond juridisch niet in Nederlands Indie. Waaruit men mag concluderen dat men niet met die hoedanigheid werd geregistreerd. Het Japanse beleid in zake het onderscheid in bevolkingsgroepen was niet consistent en leek voor een deel te berusten op vervalste verklaringen van mensen die buiten de kampen wilden blijven. De schaarse Japanse documentatie vermeldt hierover ook niets. Nu is er veel vernietigd. Jan Bouwer vermeldde in zijn boek “Het vermoorde land” dat in Bandung het onderscheid wel werd toegepast maar elders weer niet. Dus is de vraag hoe Meijer aan zijn cijfers betreffende de Indische Nederlanders komt. Ik ben ook benieuwd uit welk boek pagina 223 komt waarin het feitenmateriaal van E. Captain wordt vermeld.

    Kortom, vooralsnog lijkt het me voorbarig om te concluderen dat Indo’s een groot deel van de kampbevolking uitmaakte. Let wel, ik zeg niet dat het niet zo is, maar op basis van bovenstaande kan je die conclusie niet zonder meer trekken.

  • Martin E. C. Roos

    Historisch Onderzoek.

    I. Japanse raciale criteria.

    In 1942 waren er in Nederlands Indië meer dan 8 miljoen mensen met een Europese (Nederlandse) vader, grootvader, overgrootvader etc. (Wertheim)
    Of Indo-Europeanen geïnterneerd werden, verschilde per regio, wist Mar Oomen in De Groene Amsterdammer in het artikel Niet zeuren (2000) ons te melden.
    Maar wat waren volgens de Japanners Indo-Europeanen of belanda totoks en wat waren belanda Indo’s en wat was een belanda kira kira betoel? ‘

    Volgens o.a. Meijer, Captain en Soomers onderscheidden de Japanners:

    volbloed Nederlanders (belanda totoks);
    mensen met ‘75% Nederlands bloed’ (belanda kira kira betoel);
    mensen met ‘50% Nederlands bloed’ (belanda Indo).

    Mensen uit de laatste groep belanda Indo, zouden, in eerste instantie ,buiten de kampen zijn gebleven (zie ook mijn vorig bericht). Al dan niet gekleurde mensen die in de eerste twee categorieën ingedeeld waren, werden in principe geïnterneerd.

    De (nog) niet geïnterneerde Indo-Europeanen (belanda Indo’s) werden overigens door de Japanners scherp in de gaten gehouden. Volgens Captain leidden de Indo-Europeanen buiten de kampen eerder een ‘vogelvrij dan vrij’ bestaan. De meisjes en vrouwen waren (zijn! mijn moeder is 86 jaar) aantrekkelijk en de jongens en mannen werden door de Japanse bezetter met wantrouwen bezien. Eveneens de Molukkers.

    De Nederlands-Indische krijgsmachten gaven zich over aan het Japanse leger op 9 maart 1942. Ruim 40.000 Nederlandse Knil-militairen (Molukkers, belanda totoks, belanda kira kira betoels en belanda Indo’s) werden krijgsgevangen genomen. Een vijfde van hen zou het einde van de oorlog niet halen. Omdat Japan alle westerse invloeden uit de Indische archipel wilde uitbannen, werden de belanda totoks en de gekleurde Europeanen die bekend staan als belanda kira kira betoel geïnterneerd. In totaal zo’n 100.000 mannen, vrouwen en kinderen. Tussen de 13.000 en 21.000 personen zijn overldden aan ondervoeding, ziekte of mishandeling.

    Het valt duidelijk op fotomateriaal te zien dat het bepaald niet alleen beland totoks waren die tot de kampbevolking behoorden. In Indie geworteld (2004) pagina 223: interneringskamp kampong Makassar Batavia.

    Conclusie: Indo’s vormden een groot deel van de kampbevolking.

  • Martin E. C. Roos

    Historisch onderzoek.

    Nederland heeft in 1942 de oorlog verklaard aan het sterk religieuze shinto/boeddhistische Japan zonder zich echt af te vragen wat de consequenties zouden kunnen zijn voor de ruim 300.000 aldaar geregistreerde Nederlanders (Totoks en Indo’s).

    Hans Meijer schrijft in zijn boek “Indische rekening” het volgende: In de periode 1942-1945 waren bijna alle ambtenaren van Nederlandse afkomst (ongeveer 50.000) in het door de Japanners bezette Nederlands-Indië opgesloten in interneringskampen. Tijdens de Japanse bezetting kwamen zij veelal terecht in de interneringskampen voor burgers.
    In zijn ‘In Indië geworteld’ (2004) schrijft Meijer o.a.: ‘Al met al nam gedurende de oorlog het aantal Indo-Europeanen in de kampen toe. In de Buitengewesten vormden zij vanaf het begin al de meerderheid van de geïnterneerden. Van het vrouwenkamp Padang-Bangkinang op Sumatra is een gedetailleerde overzichtsstaat van de kampbevolking bekend. Eind 1944 bevonden zich daar op een totaal van 2219 gevangenen 847 blanke vrouwen en kinderen en 1203 Indische. Ook op Java groeide hun aandeel in de loop van de bezetting, terwijl ook christelijke Indonesiërs (met name Ambonezen en Timorezen) en Chinezen werden opgepakt. In sommige kampen vormden de gemengbloedigen Nederlanders zelfs een vrij groot deel van de kampbevolking. Zo bedroeg het aantal Indo-Europese gevangenen in het kamp Struiswijk in Jakarta circa 30 procent. In het kamp Stella Maris in Bandoeng was de meerderheid nota bene gekleurd.’

    Historica E . Captain geeft wel heel opmerkelijk feitenmateriaal op pagina 223. ‘Zo moesten alle Indo-Europese gevangenen vanaf maart 1944 een lapje op hun kleding dragen met een blauw inktstempel waarop behalve een individueel nummer, ook de nationaliteit en bangsa vermeld stonden.’ We laten haar aan het woord: ‘Ook werden ze in enkele kampen apart ondergebracht, hetgeen verwarring en wantrouwen teweegbracht.’

    Meijer geeft op pagina 226 enkele cijfers: aan het begin van de Pacific- oorlog zou de Indo-groep circa 175.000 groot zijn. 48.000 Indo’s hebben tijdens de oorlog in een Japans Kamp doorgebracht en wel 28.000 als militair en 20.000 als burger. Een aantal van om en nabij de 125.000 ‘buitenkampers’ noemt hij vrij aannemelijk.

    Voorlopige conclusie: Indo’s vormden een vrij groot deel van de kampbevolking!

  • http://www.durussedjustus.wordpress.com Harry Sihan

    Ik zou zeggen geef Lambert Giebels of een ander gezaghebbende historicus de opdracht om een historisch onderzoek te doen naar de positie van de Indische Nederlanders in die tijd. Aan de hand van het resultaat van zo’n onderzoek -- vooropgesteld dat het bovenstaande visie onderschrijft -- kan je met enig gewicht de veronderstelde valsheid van de film publiekelijk aantonen. Zoals het nu is heb je slechts 2 visies tegenover elkaar. Immers, de makers van de film maken gebruik van hun recht van meningsuiting en vertegenwoordigen geen officieel historisch standpunt. Bedenk wel dat een wetenschappelijk onderzoek met iets op de proppen kan komen dat je helemaal niet fijn vindt.

  • Peter van den Broek

    Ik ben nog even gaan neuzen en wat lees ik in Het reformatorisch dagblad van 12 Januari , zij besteedt aandacht aan de film 2602

    Ene Van der Dussen zegt na de voorstelling van de film 2602: “In de film komen alleen Nederlanders aan het woord (totoks) en vrijwel geen gemengde Indische Nederlanders (Indo’s). Kritiek hierover snapt Van der Dussen, maar volgens hem stopten de Japanners alleen de Nederlanders in de kampen en bleven de bruinere Indische Nederlanders er buiten. Zij hadden het ook vreselijk, stelt de historicus, alleen al vanwege het groeiende wantrouwen van de Indonesiërs.

    Deze Van der Dussen blijkt niet alleen historicus te zijn maar ook een zeer hooggeleerde Heer Professor. Bij nadere bestudering blijkt deze Professor van der Dussen voorzitter van de Stichting verfilming Japanse Burgerkampen “ te zijn, dezelfde Stichting die de film 2602 heeft gepromoot, dit is niet te filmen . Dus hij meent zonder enige kennis, dat de bruinere Indische Nederlanders buiten de kampen bleven, dan verklaard dat helemaal waarom de film aan dit soort Nederlanders geen plaats heeft ingeruimd Als de voorzitter dat nog geeneens dit wil inzien hoe willen de anderen (bestuur en filmmakers) dat dan inzien. Dat verklaard alles. En over zijn woordgebruik zal ik maar zwijgen. Dat kan nog problemen geven.

    Ik vind de omissie niet alleen pijnlijk worden maar veeleer beschamend en bedenkelijk voor de samenstellers van de film, het gaat niet om het goedpraten van de film, maar hoe kan men recht doen aan de plaats van de Indo-Europese Nederlanders in de Geschiedenis. Hoe gaan we na de uitspraak van deze Vz,, (de film is toch spraakmakend en geschiedenisbepalend) in hemelsnaam verder met deze geschiedenis, het wordt van kwaad tot erger,. Kan iemand een voorstel doen?????

  • Martin E. C. Roos

    Een ander onderbelicht deel van het Nederlandse ‘kampoorlogsverleden’. Wat gebeurde er tussen 1945 en 1950?

    In de maanden oktober, november en december van 1945 werden op Java ongeveer 46.000 Indische Nederlanders, vooral Indo’s van hun verblijfadres gehaald of als ze ‘buitenkamp’ waren van straat opgepikt en ondergebracht in zo’n vierhonderd republikeinse kampen. De intentie was om deze groep te beschermen tegen kwaadwillende revolutionairen die zich verzetten tegen de terugkeer van het koloniale bestuur

    Deze groep die tussen oktober 1945 en mei 1947 geïnterneerd zat in de ‘republikeinse kampen’ op Java en het naastgelegen eiland Madura werd daardoor eerder beschermd dan in gijzeling genomen. Tot deze conclusie kwam de in 1941 in Bandung geboren antropologe Mary van Delden.
    Begin oktober 1945 constateerde Soekarno dat de vrijheidsstrijd van de Indonesiërs op Java steeds gewelddadiger werd. Hij besefte dat een bloedbad moest worden voorkomen, laat van Delden ons weten: ’Als de republiek geen baas was in eigen huis, en moord en doodslag aan de orde van de dag waren, kon Soekarno internationale steun wel vergeten.’

    Ook zouden er in deze periode (christelijke) opvangadressen zijn geweest voor Molukkers en speciaal voor Indo’s?

  • http://wwww.durussedjustus.wordpress.com Harry Sihan

    erratum zin 3: voor “acteurs” lees “auteus”

  • http://www.durussedjustus.wordpress.com Harry Sihan

    @Erik

    En wat ik verder wil bereiken: zoiets als de feitelijke gebeurtenissen beschreven zien i.p.v. alleen de verhalen waarbij je hier en daar vraagtekens mag zetten. Zeker als je de door mij genoemde acteurs die het allen hebben meegemaakt er op na slaat en de bonafide geschiedschrijving raadpleegt. Voorts zou ik willen bereiken dat niet telkens direct of indirect de associatie met het Duitse vernietigingsbeleid van ongewenste groepen – zoals in jouw verwijzing naar Warschau -- wordt gemaakt als de Japanse interneringskampen ter sprake worden gebracht. Hoe erg die kampen ook geweest mogen zijn er is niets in het Japanse interneringsbeleid dat daar ook maar in de buurt kwam. De neiging om die associatie te maken riekt naar lijkenpikkerij door zo mee te willen liften op gevoelens die de holocaust oproept.

  • http://www.durussedjustus.wordpress.com Harry Sihan

    @Erik

    “Ja en Warschau was ook een vakantie oord. Wat wil je nou bereiken met dit soort opmerkingen? Is het mss in je opgekomen dat je vader en wie dan ook die in het kamp heeft gezeten er niet over wil praten omdat ze niet aan de gruwlijkheden meer willen denken?”

    Ken je mijn vader? Wat weet je van zijn geschiedenis? Men heeft het vaak over respect naar hen die geleden hebben in die tijd. Dit invullen van personen naar eigen inzicht is m.i. het summum van respectloosheid. Immers, men accepteert het eigene van het individu niet. Nee, men spreekt zgn. voor hen maar wat men in feite doet is het misbruiken van de persoon om de eigen overtuiging en geloof te spuien. In de 70-er jaren van de vorige eeuw had iemand daar de term ‘’mind raping” voor uitgevonden. En ik heb er altijd een gruwelijke hekel aan gehad. Ongetwijfeld zijn er veel mensen die door trauma’s in zich zelf keren, maar dat is geen gegeven. Er zijn er ook die er sterker uitkomen en er vechtlustiger door worden. Mijn vader was zeker niet gesloten en heeft veel verteld, ook de “ gruwelijke dingen”, over die periode. Ongetwijfeld heeft hij het hier en daar opgesmukt en groter gemaakt dan het was, maar o.h.a. oordeelde hij daar nuchter over. Een trap van een Jap doet net zo zeer als die van een belanda, was een van zijn uitspraken.

    “Ze vertellen inderdaad over algemene zaken van toen, vaak ook alsof ze er zelf niet bij waren, maar geloof me dat ze ieder hun eigen nachtmerries hebben en geestelijk en fysieke wonden van die tijd. Bij aankomst in Nederland was er geen plek voor hen om hierover te praten, van de boot, in de bus, in contractpension.”

    Vertel mij wat, ik zat zelf op die boot, in die bus en in een pension. Het was geen feest, maar ook geen hel. Het was moeilijk, maar iedereen had het toen moeilijk. Het klopt dat men niet geïnteresseerd was in de ellende, maar dat gold voor iedereen. So join the club. Ook gold dat voor degene die uit de vernietigingskampen kwamen. En wie sprak er over “den inlander”? Die hier en daar de kampen binnen sloop om wat eten te bemachtigen? Mijn ouders hadden een schare bediendes in Indie, hier moest mijn moeder alles zelf doen. En net als de meesten in die tijd pakte ze aan wat ze aan kon pakken en ging ze er voor. Indie was geen optie, niet voor haar en niet voor gezin. Er over bij de pakken neerzitten ook niet.

    “…maar voor deze mensen die een Japanse bezetting, kamp, bersiap, politionele actie, etc hebben meegemaakt was geen plek om te herdenken, na te praten. Resultaat: er wordt gezwegen en ze willen er ook niet meer over praten.”

    Sorry, maar dat herinner ik me toch anders uit mijn jeugd. Ik heb ze – de eerste generatie – er alleen maar over horen praten als ze bij elkaar kwamen. Kijk, zo komen de praatjes in de wereld. Dus wat wil ik bereiken? Een evenwichtig beeld van die tijd zonder al die verzinsels!

  • http://estherbx.hyves.nl Esther Jacobs

    @Peter van den Broek
    @ Erik

    Ik deel wat jullie schrijven geheel!!!
    Precies!!!

    In wat jullie schrijven herken ik al heel veel aan wat mij vertelt is door
    mijn opa en oma en vader!!!

  • http://www.darahketiga.nl Erik

    @ Harry Sihan:

    “ze hebben het in de regel de eerste jaren beter gehad dan b.v. in Singapore en op Borneo en Sumatra”

    “De vrouwen en kinderen waren daarentegen meestal in woonwijken van diverse steden ondergebracht, welke wijken lang niet altijd de slechtste van de stad waren, in Surabaja en Malang zelfs tot de beste behoorden.”

    “De Japanse bezettingstijd was voor velen een hel, maar dat kan m.i. niet een reden zijn om de dingen anders voor te stellen dan ze waren. En dat is iets wat ik regelmatig merk in de verhalen over deze tijd. Het komt me voor dat zij die het hebben meegemaakt (mensen als Rudy Kousbroek, Van Velden,Rookmaker, zelfs mijn vader die in Thailand aan de spoorweg heeft gewerkt als krijgsgevangene) er vaak genuanceerder over kunnen/konden praten dan de generatie na hen.”

    Ja en Warschau was ook een vakantie oord. Wat wil je nou bereiken met dit soort opmerkingen? Is het mss in je opgekomen dat je vader en wie dan ook die in het kamp heeft gezeten er niet over wil praten omdat ze niet aan de gruwlijkheden meer willen denken? Misschien ook hun trots hebben en zich sterk willen voordoen tegenover hun eigen kinderen? Ze vertellen inderdaad over algemene zaken van toen, vaak ook alsof ze er zelf niet bij waren, maar geloof me dat ze ieder hun eigen nachtmerries hebben en geestelijk en fysieke wonden van die tijd. Bij aankomst in Nederland was er geen plek voor hen om hierover te praten, van de boot, in de bus, in contractpension. Bij pensionhouders die er niks over wilde horen, die niet begrepen wat er had plaatsgevonden. Soldaten die nu 3 maanden in Uruzgan zijn geweest krijgen direct begeleiding en slachtofferhulp, traumateam etc, maar voor deze mensen die een Japanse bezetting, kamp, bersiap, politionele actie, etc hebben meegemaakt was geen plek om te herdenken, na te praten. Resultaat: er wordt gezwegen en ze willen er ook niet meer over praten.

  • http://www.darahketiga.nl Erik

    Contractpensions was een zeer interessante film die ook nog eens met veel zelfspot en sarcastische opmerkingen werd gemaakt. Heb dus ook veel gelachen om de Indische humor! De eerste film was idd alleen vanuit Nederlandse zijde belicht. Natuurlijk wordt deze groep ook vergeten in het naoorlogse nederland. Echter miste ik ook de Indisch Nederlandse zijde in deze film.

    @Harry Sihan: Ik vind het erg makkelijk om te zeggen dat VEEL Indo’s zouden hebben samengewerkt met de Jap. Natuurlijk zullen er Indische mensen zijn die om wat voor redenen dan ook informatie hebben doorgegeven aan de Jap. Hetzij onder druk of dubbel gevoel. “veel” vind ik echter een ruim begrip en ik lees het zo alsof je wilt suggereren dat “veel” betekend dat het merendeel van de Indo’s dit zou hebben gedaan. Dat vind ik een kwalijke zaak, want dat is natuurlijk onzin. Als je ze al bij naam kan noemen zullen het er weinig zijn geweest. Wat feit is dat Indische Nederlanders in koloniale tijd functies hadden als Nederlandse ambtenaar of dienst in het KNIL. Lijkt me dus sterk dat ze bosjes tegelijk naar de vijand overliepen. Heb er om eerlijk te zijn ook nooit van gehoord. Indische mensen kozen voor de driekleur, anders was niet het grootste deel na de onafhankelijkheid naar Nederland gekomen. En zelf van die groep die wel voor Indonesisch staatsburgerschap koos is nog een deel naar Nederland gekomen als spijtoptant. Het is makkelijk om iets te roepen maar ik geloof in feiten. Zeker als iets lang geleden heeft afgespeeld kunnen verhalen in de loop der jaren lekker worden aangedikt.

  • Peter van den Broek

    Ik denk dat mijn eis tot rechtzetting gezocht dient te worden in het kader van de documentaire. Die heeft geen recht gedaan aan de plaats die de Indo-Europese Nederlanders verdienen in de geschiedenis en deswege de oorzaak is van heftige reacties.

    De rechtzetting dient als volgd vorm te krijgen:
    1) Na afloop van elke voorstelling dient de Stichting een uiteenzetting te geven over het verhaal van de geïnterneerde Indo-Europese groep, zoals het Japanse interneringsbeleid t.a.v. Indo-Europese Nederlanders, het moeten kiezen tussen Nederland en Indonesië, de rol die Indo-Europeanen speelden in de kampen, dit alles vanuit Indo-Europees oogpunt gezien. Daarnaast wordt verklarende documentatie uitgedeeld aan belangstellenden. Op deze manier wordt het vertekend beeld van de documentatie direct gecorrigeerd en niet-gewenste reacties vermeden.

    2) De Stichting spreekt van een vervolgdocumentatie over kinderen in Jappenkampen. Daarin dienen Indo Europese Nederlanders voor te komen, die dan een verhaal presenteren vanuit een duidelijk Indo-Europees perspectief, hun ervaringen als Indo-Europese Nederlanders in de interneringskampen. Ik denk dat bijvoorbeeld Ted Hartman van het JES, daarover een duidelijk beeld kan geven. , ik heb hem, een gemotiveerd en bevlogen man via een demonstratie voor de Japanse ambassade leren kennen.

    Als de twee documentaires achter elkaar worden geplaatst, herkent de Indo-Europese Nederlander zich in zijn geschiedenis en krijgt tevens erkenning voor zijn oorlogservaringen.

    Op deze manier wordt tevens een historisch volledig, betrouwbaar en geloofwaardig beeld gegeven van de ervaringen van alle Nederlanders, Europese en Indo-Europese, in de Jappenkampen.

  • Peter van den Broek

    De film “Jaar 2602” is op de ondertiteling van het affiche aangekondigd als ‘kinderverhalen uit het jappenkamp’en is eigenlijk verkeerd want het zijn verhalen van vnl totoks, die hun kindertijd verhalen uit de jappenkampen. Het wordt zonder dat de filmakers het zelf bemerken, een weinig doordachte film door de koloniale bril gezien, de totoks, de heersende klasse, mogen hun zegje doen en en verder niets.

    De volgende vraag wordt handig in de reactie van de Stichting , omzeild maar is wel cruxiaal voor de discussie

    Waarom werd er geen historisch beeld gegeven van de Indo-Europese Nederlanders, als Indokind in de kampen terwijl die wel als geinterviewden in de film voorkomen?.

    De Stichting schrijft: “Vanwege de etnische indeling van de Japanners was het overgrote deel Europese Nederlanders. Dus een Nederlandse ”minderheid” wordt daarom niet getoond. Ik vind dat wel een hele opmerkelijke en moderne opvatting van geschiedschrijving die volgens de stichting één is van de meerderheid, zij noemt dat de historisch context. Om het in Nederlandse verhoudingen te zeggen is de geschiedenis van Nederland in WOII te beschrijven en de Joden , als minderheid weg te laten. Het gaat mij niet om de vergelijking, maar op het punt dat een gedeelte van de geschiedenis wordt weggelaten.
    Over de “overgrote” meerderheid en de etnische indeling van de Japanners het volgende. Naar de kampen gingen (de opsomming is niet volledig maar heeft op de meerderheid):
    • Europese Nederlanders
    • Militairen onafhankelijk van de kleur, zoals mijn Opa, indo en KNIL-militair, hij bleef in het kamp
    • Hun gezin, zoals mijn moeder en haar 2 broertjes en haar zusje, daarentegen mocht mijn oma, Inlandse, kiezen binnen of buiten het kamp. Ze bleef bij haar kinderen.
    • Indo-Europese Nederlanders met een lichte huidskleur, het schizofrene in families deed zich voor dat ene helft naar het kamp ging en de andere helft thuis bleef, voor de oorlog was het zaak zo licht mogelijk te zijn en tijdens de oorlog was het zaak zo donker mogelijk te zijn.
    • Volwassen Europeanen ongeacht de huidskleur geraakten ook in de kamp, mijn vader (Indo) kreeg op een gegeven moment de leeftijd om naar zo’n kamp te gaan en is toen voor lange tijd ondergedoken. Zijn broer werd tewerk gesteld in Birma en heeft het geschonden overleeft.

    Dus het etnisch beleid van de Japanners was wat willekeurig, maar beredeneerd en om dan te zeggen dat de overgrote meerderheid der Europese Nederlanders in de kampen geraakten, lijkt gezien het willekeurig toelatingsbeleid der Japanners niet onderbouwd, terwijl statistieken ontbreken, calculated guess zeker enzeer histprisch.
    Bovenstaande geeft alleen maar aan dat de Stichting noch de makers zich verdiept hebben in de geschiedenis van Nederlands Indie, er zijn toch genoeg boeken daarover gepubliceerd . Zij hebben willens en wetens gekozen om alleen de geschiedenis van de Europese Nederlanders, de heersende koloniale elite, te tonen.

    Ik denk dat de stichting maar ook de makers bewust of onbewust een beeld van de kampen en impliciet van Nederlands Indie geven waar geen onderscheid werd gemaakt, het wordt door de koloniale bril gezien. Ik weet zelfs beter want mijn Oma of moeder zei dat de koloniale verhouding 1 op 1 werden overgebracht naar de kampen, de kampen waren een afspiegeling van de koloniale Indische maatschappij en dat lijkt me logisch, mensen veranderen niet zo snel hun gedrag, een anecdote het verhaal gaat rond dat de vrouw van de laatste GG niets kon of wilde in het kamp. Zij werd daarom bijgestaan door hofdames, dit is niet te filmen. Ik moet dat bij oude foto’s verifieren of bruin bij bruin en wit bij wit zaen in het kamp Ik vind het meer dan pijnlijk, cynisch dat die ervaren (sic) filmmakers, niet de moeite nemen om zich in de Ned.Indische geschiedenis te verdiepen, de film laat hierover geen diepe sporen achter en zich bewust of onbewust laten manipuleren, een beheerder van een pasfoto-automaat doet het beter.
    Dan past ook de zinssnede “de krijgsgevangenenkampen alle etnische gradaties van Nederlanders”, daarover geen misverstand, je hoort ze knorren van zelfgenoegzaamheid. In het koloniale iddilische, welhaast racistisch plaatje te plaatsen.

    En ander opmerking vertoont de belezenheid van de Stichting . En de repatriëring was vaak, anders dan het woord suggereert, een eerste kennismaking met het “moederland”, moet Moederland niet Vaderland zijn want veelal was de oermoeder van Inlandse komaf, maar het is meer dan begrijpelijk dat geschiedenis is niet de sterkste kant van de Stichting.

    Ik denk dat de Stichting door welbewust de cruxiale vraag over de rol van de Indo-Europese Nederlanders, door kinderogen gezien, te omzeilen en door ongelukkig met de geschiedenis om te gaan niet alleen zich oneindig belachelijk heeft gemaakt , maar zij heeft haar geloofwaardigheid aangetast.

    De stichting beuzelt heel lang door over de buitenkampers, er moet gewerkt worden, maar daar ging de film niet over, of ik heb de verkeerde film gezien. Hun aan zichzelf toegedachte historische rol lijkt mij misplaatst, er komen nog andere interviews. Ik hou mijn hart vast en dan zullen, lijkt mij toch wat meer dan alleen heftige reacties vallen bij de volgende film, een volgen e brevet van onvermogen

    Ik heb de reactie niet geschreven omdat ik op mijn ziel getrapt ben, doordat de film de nagedachtenis van alle Indo-Europese Nederlanders bedoezelt, maar geschreven omdat aan de gescheidenis van de Indo-Europese Nederlanders geen recht wordt gedaan.

    Ik eis rechtzetting.

  • Harry Sihan

    Correctie: voor “de eerste 3 jaren” leest men “de eerste anderhalf a 2 jaren”. De bezetting duurde zo’n 3 jaar.

  • http://www.durussedjustus.wordpress.com Harry Sihan

    Positief en negatief zijn twee uitersten en kan je moeilijk onder het hoofdje ‘genuanceerd’ schuiven. Binnen het negatieve zijn ook nuances aan te brengen. Het klopt dat een ieder heeft geleden onder de internering en de vrijheidsberoving. Maar niet alle kampen waren eender in tijd en lokatie. Dat is wat ik opmerkte. Daar is weinigs ongerijmds aan. Ik zie ook niets misplaatst in waarheidsvinding.

    Van Velden beschreef voor de kampen een glijdende schaal waar bij de eerste 3 jaren voor in het algemeen positief, of zo men wilt minder negatief waren. Een paar voorbeelden:

    Blz. 287

    De geallieerde burgers op Java zijn voor het overgrote deel veel later geïnterneerd dan elders en ze hebben het in de regel de eerste jaren beter gehad dan b.v. in Singapore en op Borneo en Sumatra.

    Blz. 288

    De vrouwen en kinderen waren daarentegen meestal in woonwijken van diverse steden ondergebracht, welke wijken lang niet altijd de slechtste van de stad waren, in Surabaja en Malang zelfs tot de beste behoorden.

    Het werd allemaal slechter naarmate de Japanners onder druk kwamen te staan. En met name de kampen in Java waren zeer slecht verzorgd. Maar (blz 498) Ondanks dat vertoonden ze onderling nog belangrijke verschillen. Dat was dan steeds het gevolg van het persoonlijk optreden van de kampcommandant.

    Blz, 370
    In sommige andere gebieden was de toestand beter (i.t.t. Java – HS). De sterftecijfers voor de vrouwenkampen Kuching en Kampili bleven beneden normaal.

    De Japanse bezettingstijd was voor velen een hel, maar dat kan m.i. niet een reden zijn om de dingen anders voor te stellen dan ze waren. En dat is iets wat ik regelmatig merk in de verhalen over deze tijd. Het komt me voor dat zij die het hebben meegemaakt (mensen als Rudy Kousbroek, Van Velden,Rookmaker, zelfs mijn vader die in Thailand aan de spoorweg heeft gewerkt als krijgsgevangene) er vaak genuanceerder over kunnen/konden praten dan de generatie na hen.

  • Peter van den Broek

    In veel japanse kampen leden mensen honger, in veel kampen gingen mensen dood, mensen leden daar onder de internering, wel of niet gescheiden, daarin zijn de kampen wel vergelijkbaar, identiek of gelijk (sic), het lijkt wel een wiskundige verzameling.

    Dat de kampen uitmunten in negatieve zaken lijkt me logisch en dat zou dan een eenzijdig beeld geven. Kan iemand mij de positieve kanten van zo’n kamp geven en dat zou op hun beurt een niet-eenzijdig, genuanceerd beeld geven?

    Dus de positieve kanten van een concentratiekampen geeft een genuanceerd beeld. Diegenen die in het kamp bleven, blijven dood, daar verandert de nuance niks aan. Ik vind zo’n redenering werkelijk in het ongerijmde en misplaatst.

  • http://www.durussedjustus.wordpress.com Harry Sihan

    @Derk HilleRisLambers

    “Weest gerust, het boek van dr Van Velden staat ook hier binnen handbereik.”
    De vraag is of het dan ook wordt nageslagen. Want in de lijst staan ook zaken waarin de kampen niet vergelijkbaar zijn: Van Velden noemt ook een familie kamp b.v. Waar de jongens niet van hun moeder werden gescheiden. Maar waar het om gaat is dat de lijst vrijwel alleen de negatieve zaken worden opgesomd en zo een nogal eenzijdig beeld schetst van de interneringsgeschiedenis. Schrijvers als Van Velden en een Rookmaker (beiden ex-geinterneerden) schetsen een veel genuanceerde beeld.

  • http://www.japanseburgerkampen.org Derk HilleRisLambers

    In reactie op Harry Sihan 7:55 am vandaag:
    Het citaat dat eindigt op: door alle kampen en de gemeenschappelijke ervaringen heen”, wordt in het oorspronkelijke stuk meteen gevolgd door een dubbele punt plus een lijst van zaken waarin de diverse kampen vergelijkbaar zijn. En er staat “vergelijkbaar” -- niet “identiek”, “gelijk” of “lood om oud ijzer”. Weest gerust, het boek van dr Van Velden staat ook hier binnen handbereik.

  • http://www.durussedjustus.wordpress.com Harry Sihan

    Japanse burgerkampen.org stelt: “Zoals gezegd, die jappenkampervaringen zijn vergelijkbaar, dwars door alle kampen en de gemeenschappelijke ervaringen heen”

    Het zou zijn naamgenoot moeten lezen, te weten Japanse burgerkampen van dr. Van Velden. Die stelt dat het nogal verschilde waar men geinterneerd was. Dit strookt ook met wat Rookmaker vertelde in zijn boek “Tolk achter prikkeldraad”

  • http://indisch4ever.web-log.nl/ Indisch4ever

    Lees het antwoord van st verfilming jap burgerkampen op de kritiek
    http://japanseburgerkampen.org/vjb/cms/cms_module/index.php?obj_name=home

  • Harry Sihan

    @Esther Jacobs

    Die tijd en gebeurtenissen zijn inmiddels zo ver van ons verwijderd dat we er neutraal tegen aan zouden moeten kunnen kijken. De gevoeligheden en de context van de vorige generatie(s) zijn immers niet de onze. Maar ik vrees dat er nog meer tijd nodig is voordat men tot dat inzicht durft te komen. Goed beschouwd is er nauwelijks verschil tussen het Japanse en het Nederlandse mperialisme . Een cynicus zou zeggen dat de Japanners tenminste zelfverdediging als motief aan kunnen voeren.

  • http://estherbx.hyves.nl Esther Jacobs

    @Harry Sihan:

    Natuurlijk ben ik met je eens dat ook de indonesische bevolking oorlogslachtoffer waren….en tja…naar mijn mening waren zij al slachtoffer voor dat de oorlog begon…

    En je heb ook gelijk dat alle kanten eens goed belicht moeten worden!
    Zoals dat ook gedaan is met oorlog in Nederland!
    Als wij terugdenken aan wat ons is geleerd op school en op televisie is laten zien,
    dan krijgen we toch wel een duidelijk beeld van hoe de oorlog hier in Nederland is verlopen…!

    Op zo’n manier zou goed zijn als dat met de oorlog in Ned-indie zou gebeuren en wat als blijkt dat merendeel van de dingen die gebeurt zijn niet het daglicht kan verdragen?
    De historie laat hopelijk mensen leren geen dezelfde mistakes te maken!

    Mijn motivatie om op deze films te reageren, is dat ik bij deze series delen van de oorlog mis en ik ben van indische afkomst: mijn oma’s zijn indonesisch en mijn opa’s indisch gemengd, maakt van mijn ouders dus indisch… en tja hun ervaringen worden door deze series niet toegelicht!

    De intro van Wieteke van Dort, waarin zij aankondigde dat er met deze films eindelijk een stukje indische oorlogsgeschiedenis en repatriering verfilmd werd en dat eindelijk hun nazaten zo hun roots werden verduidelijkt…….,
    tja dat is dus nu gewoonweg niet gebeurt….vandaar dus mijn motivatie om hier te reageren!

  • Harry Sihan

    @Esther Jacobs

    Ik denk dat een groot gedeelte van de toenmalige bevolking van Nederlands Indië, ongeacht afkoms of culturele achtergrond, slachtoffer waren van de oorlog zoals dat altijd gaat in oorlogen. Zie Irak, Afghanistan en de Gaza. En het zijn niet alleen de Indische slachtoffers die vergeten worden en zijn; niemand heeft het over de Indonesische bevolking die over het geheel bezien er slechter aan toe was na de oorlog dan de meesten in de kampen. Die zijn na de oorlog volkomen genegeerd door alle partijen.

    En ja, collaborateurs waren er ook in Nederland. Heel veel zelfs. En eerlijk gezegd, ik sta wat dat betreft niet voor mezelf in als ik me in een vergelijkbare situatie zou bevinden. Dat gezegd hebbende, blijft het feit bestaan dat er veel Indo’s vrijwillig met de Japanners samenwerkten. Dahler was de meest zichtbare, maar er waren, volgens kempeitai bronnen velen. Genoeg in ieder geval om een specifieke vermelding te krijgen. Daarmee is niet gezegd dat alle Indo’s met de Japanners samen heulden, maar waarom de zaak mooier voorstellen dan het was.

    Geen enkele oorlog is zwart-wit, hoewel de propaganda machines dat ons anders willen doen geloven. Natuurlijk zijn er Indische heldendaden en Indisch lijden te vermelden maar waarom niet de andere kant ook belichten? Ik ben van mening dat er veel te leren valt van de motieven van een Dahler en anderen zoals hem. Die zijn namelijk ook niet zwart-wit. En als we het hebben over de Japanse gruwelen, de brute verhoren en executies van de kempei laten we dan ook het optreden van majoor Kido en zijn mannen vermelden die in Semarang met gevaar voor eigen leven een honderdtal Nederlanders van de dood hebben gered (de eerste charge was onder leiding van een kempeitai sergant, overigens).

  • http://estherbx.hyves.nl Esther Jacobs

    @ Harry Sihan:

    Het grootste gedeelte van de indische mensen waren slachtoffer van de oorlog!
    Buiten de kampen overgeleverd aan de gruwelen en grillen van de jappen én de rebellen!

    Natuurlijk is een volle belichting van de indische kant juist erg belangrijk, en dan voornamelijk uit RESPECT voor de indische slachtoffers… die gewoonweg zo wéér niet erkend worden!!!

    tja ook bij de oorlog hier in Nederland, hebben Nederlanders zich aangesloten bij de duitsers….
    zoiets gebeurt in iedere oorlog…gedwongen of ongedwongen!

    [quote Harry Sihan]Er zijn een niet onbelangrijk aantal Indo’s voor de Japanse verleiding bezweken. M.a.w. veel Indo’s hebben op vrijwillige basis met de Japanners samengewerkt tot in de kampen toe (!).[/quote Harry Sihan]

    Vergeet hierbij niet te noemen dat er ook een groot aantal Indo’s bezweken zijn door de gruwelmartelingen/(kinder)verkrachtingen/moorden en daardoor bezweken zijn en op (on)vrijwillige basis met de jappanners hebben ‘samengewerkt’

    Vergeet hierbij ook niet dat een ‘kwaliteit’ van Indo’s zijn: altijd blijven lachen……

  • Harry Sihan

    Wat betreft het onderbelicht zijn van de Indische kant van het verhaal, er zijn daarbij ook aspecten waarvan je je af kan vragen of men wel zo blij zou zijn als men krijgt wat men wil: de volle belichting van de Indische kant. Men vergeet of wil het liefst vergeten dat de Japanners de Indo’s eigenlijk bij de Aziaten wilde indelen en zij op het dubbelgevoel van die groep t.a.v. de Europeanen/Nederlanders hebben ingespeeld. Er zijn een niet onbelangrijk aantal Indo’s voor de Japanse verleiding bezweken. M.a.w. veel Indo’s hebben op vrijwillige basis met de Japanners samengewerkt tot in de kampen toe (!). Jan Bouwer noemt b.v. met naam en toenaam een Indisch meisje die voor de kempeitai werkte, maar ook in Japanse documenten wordt melding gemaakt van de inzet van Indo’s bij contra spionage activiteiten door diezelfde kempeitai.

  • Marjan Bruinvels

    Ik vond de tweede film erg mooi en ook treurig.

    Voor mij -- kampkind -- was juist de tijd na de oorlog bijzonder krenkend en ik voel het nu nòg. Maar daarom ook geven de Gastdocenten nu juist hun lessen op de scholen en dat is echt geweldig. Die kinderen willen graag de verhalen horen en je hoort vaak een leerling zeggen: mijn opa zat in het KNIL, of iets dergelijks. We zijn nog met 120, dus laat de school van je (klein) kinderen snel kijken op http://www.gastdocenten.com

    Dank aan de makers van deze bijzondere film.

  • Chris Carli (darah ketiga)

    Klopt Rob, Frans was idd marah, sama saya, heb nog even met Frans gesproken, hij zei nog jangan marah chris, en idd kon het toh niet laten om de filmmaakster aan te spreken, normaal krop ik dit soort dingen op maar jah.

    antwoord:

    “die waren buitenkamp kinderen, miss dat we nog een vervolg maken voor Indo’s in buitenkampen”

    Loh bodoh toh, ze heeft zich naar mijn mening niet eens verdiept..DOSA

    Btw goed dat de meningen op het internet worden gedeeld zoals oa op I4E,Indisch3,N-I hyve.

    slmt

  • http://estherbx.hyves.nl Esther Jacobs

    [quote]: frans leidelmeijer Says:

    13 januari 2009 at 12:01 pm
    Ik wil ook nog even reageren op het commentaar van Esther Jacobs. Alle Hollanders moesten zonden uitzondering naar de jappenkampen . Maar daar zaten ook Indo’s tussen. Trouwens alle indo mannen moesten in het kamp, zoals mijn vader, stiefvader en ooms. Het is dus niet waar wat je zegt, dat alle indo’s voornamelijk buitenkampers waren. [/quote]

    Hi Frans,
    Inderdaad er moet nog een toevoeging bij:

    Mijn moeder(indo) was n meisje van ongeveer 6jaar en met haar familie(indo) en moeder(indonesisch) gevlucht naar de bergen en daar redelijk veilig de oorlog doorgebracht, haar vader knilsoldaat (blanke indo…) als krijgsgevangene in jappenkamp….overgeleverd aan slavenarbeid (birma)

    Mijn vader(indo) was n mannetje van ongeveer 5jr en verbleef met zijn moeder(indonesisch) en zus7jr(indo) buiten het kamp…waar zij overgeleverd waren aan de gruwelen van de jappen en de grillen van de rebellen………..
    De oudere broers(indo) van mijn vader rond 11 en 15jaar en hun vader(indo) werden ook meegevoerd door de jappen en werden aan slavenarbeid overgeleverd (birma) nooit meer teruggekeerd…

    Die verhaallijnen mis ik dus…

    Als men een duidelijk beeld als geschiedenis wil achterlaten in de boeken,
    dan behoren deze lijnen ook vermeld/verfilmd worden!

    @Frans: in de verfilming het jaar 2602 interneringskampen, volgens mijn ouders zaten daar voornamelijk de nederlanders, (totoks)……
    en dus ook de totoks die met n indo getrouwd waren en dus indo kinders kregen, die werden inderdaad ook in de kampen geplaatst!

  • http://www.indomania.com rob malasch

    Goede god, wat was Frans Leidelmeyer woedend; de film 2602 is echt stuitend niet alleen voor de familieleden waarvan de vader, broer of oom in het Jappenkamp hebben gezeten maar des te meer voor de grote groep Indische mensen die nu nog leven…waar is hun verhaal in deze film? In twee lang, lange uren wordt je daar geen spat wijzer door gemaakt. Wat een gemiste kans. Eigenlijk heel vernederend voor de Indische gemeenschap…En wat heb ik me geirriteerd aan die groep totoks die na deze reeks aan oeverloze talking heads(het jaar 2602 ) nog niet eens het fatsoen kunnen opbrengen om na de pauze die buitengewone, belanghebbende Contractpensions te zien….jullie noemen het een spagaat… voor mij voelde het als bedachte rotstreek om onder het mom van een gezellige Indische middag extra publiciteit te generen voor die vervelende lange film…daar ga ik persoonlijk even wat TEGEN doen. En kan iemand mij vertellen wat die Willeke van Ammelrooy hier nou bij doet? Heeft zij nu ook al subsidie gekregen van het gebaar? Of is dat te argwanend gedacht…het zou mij niets verbazen.
    hartelijk malasch

  • http://indisch4ever.web-log.nl/ Indisch4ever

    Reformatorisch Dagblad:
    http://www.refdag.nl/artikel/1384718/Canon+doet+geen+recht+aan+leed+door+Japanners.html

    In de film komen alleen Nederlanders aan het woord (totoks) en vrijwel geen gemengde Indische Nederlanders (Indo’s). Kritiek hierover snapt Van der Dussen, maar volgens hem stopten de Japanners alleen de Nederlanders in de kampen en bleven de bruinere Indische Nederlanders er buiten. Zij hadden het ook vreselijk, stelt de historicus, alleen al vanwege het groeiende wantrouwen van de Indonesiërs.

    Wat zei van der Dussen letterlijk ? Voor een historicus is dit wel een door-het-ijszakkertje….
    Goed stuk Ed/Kirsten.. 60 jaar later is de tegenstelling indo-totok ineens weer schrijnend te merken.

  • Chris Carli (darah Ketiga)

    Ed / Kirsten de samenwerking was erg top, tr.kasih banyak en ini tekst bagus !!

    En hierbij mijn mening:

    Jah, over “het jaar 2602 ” ik ik eigenlijk niet veel goeds te zeggen, het is jammer dat het beeld alleen van 1 kant belicht wordt, nl de belanda (totok’s) kant, verder waren er bij na tot geen Indo’s in te zien, ik begon mij ook al snel te irriteren aan enkele uitspraken van de Totok’s zoals jah die Inlanders en Nasi Gooréng.

    In het voorstukje wordt er geciteerd:

    “Het doel is deze verhalen toegankelijk te maken voor een breed publiek, in het belang van de mensen zelf, hun nabestaanden, die dit verhaal vaak niet eerder hebben gehoord, de huidige generatie scholieren voor wie dit een onbekende geschiedenis is en alle mensen die zich niet realiseren hoeveel mensen in Nederland als kind internering in een ‘jappenkamp’ hebben moeten meemaken.”

    Apa ini..

    Naar de voorstelling heb ik de filmmaaster aangesproken, waarom de verhalen van de Indische Nederlanders/Indo’s niet belicht worden, jah kreeg ik te horen

    “die waren buitenkamp kinderen, miss dat we nog een vervolg maken voor Indo’s in buitenkampen”

    Aduh mijn broek zakte hier vanaf, liep ook marah weg, later kwam ze nog naar mij toe dat ze erg veel kritiek had gehad op het ontbreken van de Indische kant van het verhaal.

    Al met al, als je met deze film de Nederlander wil bereiken, om zo te laten zien wat de Nederlander in Indië heeft meegemaakt, dan zeg ik jah dat is gelukt, alleen zal de Nederlander nog steeds niet begrijpen wat de Indische Nederlanders/Indo’s in de kampen hebben meegemaakt.

    En dan de film die alles goed maakte CONTRACTPENSIONS, Jangan Lupa

    Wat zeker een klassieker kan gaan worden naar mijn mening, erg goed neergezet en gefilmd, en dan de afwissellende verhalen tussen de Indische Nederlanders en de houders van de contractpensions.

    Moest bij vele verhalen denken aan wat mijn ouders en grootouders mij hebben verteld, veel lach momenten zoals:

    “u bent zeker blij dat u nu in een stenen huis woont, aduh wat denkt i wel loh mijn huis in indie is drie keer zo groot”

    Er zaten ook harde en zielige momenten bij, er werdt erg goed neergezet hoe de Belanda over die bruintjes dachten, miss bevestigde dat ook weer mijn gevoel er liepen naar de 1ste voorstelling (jaar 2602) veel belanda’s weg deze waren dus niet te zien bij Contractpensions.

    ( Ook een punt waar ik over viel tijdens de pauze ging met rond met renteng makanan, wij/ik netjes 1 snack pakken, loh die belanda’s 3,4,5 loh rakusss )

    Maar goed een Indo zou ook weer geen Indo zijn als hij niet iets om over te zeuren had he;-)

    Film Contractpensions echt de moeite waard, zeker voor de jongere generatie Indo’s het APPLAUSE was ook meer dan verdient.

    Slmt dari Chris

  • frans leidelmeijer

    Ik wil ook nog even reageren op het commentaar van Esther Jacobs. Alle Hollanders moesten zonden uitzondering naar de jappenkampen . Maar daar zaten ook Indo’s tussen. Trouwens alle indo mannen moesten in het kamp, zoals mijn vader, stiefvader en ooms. Het is dus niet waar wat je zegt, dat alle indo’s voornamelijk buitenkampers waren.

  • frans leidelmeijer

    Mijn grote complimenten over het goed geschreven verslag van de Indische filmmiddag. Kan me er helemaal in vinden.

  • http://estherbx.hyves.nl Esther Jacobs

    Tja, ik kan heel goed begrijpen dat na de pauze waarschijnlijk indos-indische nederlanders niet meer bleven om deel 2 te bekijken…

    Mijn ouders hebben hun ‘jappentijd’ buiten de kampen doorgebracht…dus vogelvrij en overgeleverd aan de grillen van de jappen en rebellen….

    Veel verhalen(………) heb ik aangehoord van mijn ouders en mijn oma…
    inderdaad bij het bekijken van “het jaar 2602″ voelde ik mij zelfs nog gekwetst dat het voornamelijk over nederlanders ging, maar tja deze documentaire verfilmde ook alleen de interneringskampen…daar werden ook alleen de nederlanders ondergebracht!

    hieronder mijn reactie die ik bij diverse blogs over deze “indische middag” heb geplaatst… en tja eerlijk mijn gevoel, de benaming “indische” aan deze middag was eigenlijk niet helemaal gepast…..
    na deel 1 leek het eerder “nederlandse kolonisten middag”…….

    ——————
    Het was zeker indrukwekkend, een erg leuke middag!
    Ook goed georganiseerd, van garderobe voor de jassen, tot ontvangstzaal waar genoeg koffie, thee en fris werd aangeboden met lekkere spekkoek
    De ‘toko’ die aanwezig was in de pauze had heerlijke indische snacks in de aanbieding, resolles, pasteitjes, kroket enz enz en zoete snacks, echt supersmakelijk en vers en voor 1.50euro per stuk…

    De films, documentaires eigenlijk, vondt ik ook erg indrukwekkend, mijn moeder en tante van rond 70jaar herkenden vele verhalen…maar ik mis echt nog 1 deel…:

    “Het jaar 2602″ ging over de interneringskampen dus over ervaringen van voornamelijk Nederlanders tijdens de oorlog

    “Contractpensions” ging over de repatriering naar Nederland en over ervaringen van voornamelijk indos -- indische nederlanders tijdens hun verblijf in de pensions

    Wat ik eigenlijk mis is de ervaringen van de indos -- indische nederlander tijdens de oorlog, zij die dus verbleven buiten de kampen…vogelvrij…tussen de jappen en de rebellen…
    Mijn ouders hebben de oorlogstijd buiten de kampen beleeft.

    Ik denk als er ook zo’n documentaire aan deze serie wordt toegevoegd, dat er dan een compleet historisch document over deze tijd ontstaat!

    Verder zeker complimenten voor de makers en vertellers, de indische humor van contractpension maakte zeker het einde van de middag goed

Geef je e-mailadres op en je ontvangt automatisch de nieuwste posts in je mailbox.

Alle posts

Find us on Facebook

UA-19034130-1