Jan
12

Filmmiddag maakt Indische spagaat zichtbaar

By Indisch 3.0  //  Documentaires, Reportages, Speelfilms  //  197 Comments

filmmiddagDen Haag/Amsterdam, 12 januari 2009

door Kirsten Vos en Ed Caffin

Zondag 11 januari beleefden vier Pathé-theaters in Nederland een ware Indische invasie. Ruim 1.500 Indische Nederlanders bezochten in Rotterdam, Den Haag, Groningen en Amsterdam de filmvertoningen van Het jaar 2602 en Contractpensions – Djangan Loepah. Amsterdam en Den Haag waren zelfs helemaal uitverkocht. Diezelfde dag maakten niet alleen de films, maar ook de bezoekers pijnlijk duidelijk dat de Indische tegenstellingen tussen ‘wit’ en ‘bruin’ nog steeds lijken te bestaan.

Na wat vertraging, waarin de spekkoek en koffie niet aan te slepen waren, ging het programma van start. Dankzij de gezamenlijke actie van Darah Ketiga, Nederlands-Indië hyves en Indisch 3.0 was de derde generatie Indische Nederlanders in Amsterdam met bijna 100 jongeren goed vertegenwoordigd. Ruim op tijd zaten we klaar voor de première van Het jaar 2602, na een inleiding van onder meer Jan van der Dussen (stichting Verfilming Japanse Burgerkampen) en Peter Neep (stichting het Gebaar).

De film Het jaar 2602 bestond uit een serie interviews, afgewisseld met ‘home-videos’ uit de tempo doeloe tijd. De kinderen uit de Jappenkampen, nu zestigers, zeventigers en tachtigers, vertelden op indringende wijze op het grote doek over hun persoonlijke herinneringen aan de kamptijd. Bijzonder was dat ieder van hen het leven in het kamp door kinderogen gezien had, en zich vaak pas later realiseerde hoe erg, pijnlijk of vervreemdend hun ervaringen waren geweest. De gebeurtenissen in het kamp waren niet realistisch, dachten zij als kinderen: het was niet écht, buiten het kamp zou alles weer normaal worden. Zo was een van de geinterviewden door de Japanners als kind van zijn vader gescheiden. Hij besefte pas ruim veertig jaar later, staande bij het graf van zijn vader, dat hij hem echt nooit meer terug zou zien. Al die jaren had hij gehoopt dat zijn vader op een dag terug zou komen.

Ondanks dat de film een belangrijk, en tot nu toe onderbelicht deel van het Nederlandse oorlogsverleden vastgelegd heeft, waren de reacties na afloop wisselend. Dit had te maken met de afkomst van de geinterviewden en het verhaal dat zij vertelden. De hoofdrolspelers in 2602 waren namelijk overwegend totoks (volbloed Nederlanders). Er waren twee Indo-Europeanen (gemengde afkomst) bij, maar die waren voor Nederlanders nauwelijks als zodanig te herkennen. Daarnaast vertelden deze twee niets over het verhaal van de geïnterneerde Indo-Europese groep, zoals het moeten kiezen tussen Nederland en Indonesië, of de rol die Indo-Europeanen speelden in de kampen. De regisseurs zijn nog niet beschikbaar geweest voor commentaar op deze keuze.

Een film over ervaringen van Indische Nederlanders in het Jappenkamp lijkt pijnlijk incompleet wanneer slechts een deel van die ervaringen wordt belicht. Hoewel beide groepen voor een deel dezelfde ervaringen hebben gehad, waren er ook belangrijke verschillen. De Indische groep uit 2602 heeft terecht eindelijk erkenning gekregen voor hun oorlogservaringen, het wachten is op de – blijkbaar echt – andere groep van Indo-Europeanen. Hopelijk helpt deze scheidslijn in elk geval om de Nederlands-Indische oorlogservaringen te kunnen vertellen aan het Nederlandse publiek.

In de tweede documentaire Contractpensions – Djangan Loepah!, die in 2008 in première ging, vertelt regisseur Hetty Naaijkens – Retel Helmrich het verhaal van de overwegend Indo-Europese repatrianten die hun eerste tijd in Nederland in contractpensions doorbrachten. De verhalen over de soms pijnlijke en vaak bizarre ervaringen van de Indische Nederlanders die na aankomst in Nederland in tijdelijke contractpensions terechtkwamen, rolden zich uit over de aanwezigen. Ook hier zorgden de uitspraken van het bonte gezelschap dat in de film aan het woord kwam weer voor grote hilariteit, op andere momenten voor grote verontwaardiging en ontroering. De film van Hetty Naaijkens, die inhoudelijk overigens perfect aansloot op Het jaar 2602, was daarom een prachtige afsluiting van een opvallend Indische middag in een koud Amsterdam.

Ondanks dat het begrijpelijk is dat vele bioscoopbezoekers in Amsterdam wellicht overmand waren door emoties na het zien van 2602, was het bevreemded om te zien dat een groot deel van de 800 aanwezigen in Amsterdam na de pauze niet meer terugkwam om naar Contractpensions te kijken. Door dit vertrek werd, waarschijnlijk niet eens opzettelijk, duidelijk dat er nog steeds een scherpe tweedeling bestaat in de Indische gemeenschap. De totoks, de ‘witte’ repatrianten, hadden namelijk nauwelijks in contractpensions hoeven wonen: het was niet hun verhaal dat na de pauze verteld werd, maar dat van de ‘bruine’ repatrianten. Het is het bijna onwerkelijk om te zien dat, 60 jaar na de soevereiniteitsoverdracht, deze Indische spagaat onbewust nog steeds aanwezig is.

Gerelateerde berichten

  • Martin E. C. Roos

    Sorry ik vergat Kirsten Vos als mede auteur van het artikel te melden.

  • Martin E. C. Roos

    Beste Harry.

    Het verhaal dat zij vertelden.

    Niets over het verhaal van de geïnterneerde Indo-Europese groep, weet Ed Caffin ons in zijn artikel te melden.

    De reacties na afloop van de film Het Jaar 2602 waren afwisselend heb ik begrepen van Ed Caffin. Ed gaat verder met: “Dit had te maken met de afkomst van de geïnterviewden en het verhaal dat zij vertelden. De hoofdrolspelers in 2602 waren namelijk overwegend totoks (volbloed Nederlanders). Er waren twee Indo-Europeanen (gemengde afkomst) bij, maar die waren voor Nederlanders nauwelijks als zodanig te herkennen. Daarnaast vertelden deze twee niets over het verhaal van de geïnterneerde Indo-Europese groep, zoals het moeten kiezen tussen Nederland en Indonesië, of de rol die Indo-Europeanen speelden in de kampen. De regisseurs zijn nog niet beschikbaar geweest voor commentaar op deze keuze.”

    Peter, ik en ook Frans en Rob L. en I4E e.a. zijn wel beschikbaar geweest voor commentaar en recente aanvullingen op de film Het Jaar 2602! De rol die Indo-Europeanen speelden in de kampen door Ed aangekaart, het erkennen en herkennen en de ‘commotie’ er omheen, al dan niet in simpele bewoordingen, blijft me boeien.

    Tijd voor een Leffe Triple op de Heemraadsingel. Op de chaise longue van Dora Dolz, helaas een jaar terug overleden.

  • Peter van den Broek

    Martin,

    De man met de baard ken ik. Ik heb in mijn studententijd in het studentenhuis op de Spoorsingel 11-13, achter CS, gewoond, met de wereldberoemde bar “In den blooten Kondt”. Dus ik kwam hem regelmatig tegen. Op de bank aan de Singel, genoot hij dan van de zon. Zijn jas met binnenruit, een Burberry was duidelijk uit andere, goede tijden. Ik schoof dan aan bood hem een biertje uit de belendende cafetaria en wij staarden naar het water. De klanken die hij uitstoten bleken later Hoog-Javaans te zijn. Hij was zo’n verdwaalde Totok, die vanwege een “affair”, zei hij in bekakt Rotterdams, naar ons Indie was gevlucht. Wij hebben veel en diepzinnig naar het groene water van de Singel getuurd.

  • Martin E. C. Roos

    Het specifieke karakter van de klachten van de Indische naoorlogse generatie valt moeilijk hard te maken.

    Diagnosticeren blijft moeilijk. Hoewel?

    Harry heeft wederom een simpele verklaring. Als voormalig onderzoeker in de psychiatrie en geestelijke gezondheidszorg ga ik uit van de erkenning, dat ook algemene ‘klachten’ door Harry zo ‘concreet’ in beeld gebracht een specifieke voorgeschiedenis hebben. Het zou hier specifiek in engere zin kunnen zijn, omdat zoals ik het van een afstand begrijp, duidelijk historische inhoud en onderscheiding is aan te tonen.

    Harry ik heb nu ook eens een vraag, of zelfs meerder dan een. Je weet toch steeds met simpele indrukken een luisterend oor te verkrijgen! Droeg de betreffende door jou aangehaalde persoon een Prada regenjas? En sprak hij, het kan met jou interpretatiemogelijkheden ook een zij geweest zijn, Javindo of Javaans? En was de donker woeste baard wel een baard?

  • http://wwww.durussedjustus.wordpress.com Harry Sihan

    Jarenlang heeft er in het centrum van Rotterdam een schizofrene, dakloze man rondgehangen. Hij was heel herkenbaar met zijn donkere woeste baard en in zijn eeuwige oude bruine regenjas die hij droeg, ongeacht het weer. Soms stond hij met zich zelf bekvechtend in de hal van het postkantoor of voor het stadhuis. Dan hing hij weer rond in de hal van het Centraal Station, druk met zichzelf converserend en woest om zich heen blikkend. En als je hem een vraag stelde werd je negen van de tien keer genegeerd. Een enkele keer reageerde hij, maar zijn antwoord was dan niet te volgen. Je vroeg je af of hij nu antwoord had gegeven op je vraag. Ik moest telkens aan hem denken als ik de berichten van Martin E.C. Roos las. Het Oost-Indische kampsyndroom

  • Martin E. C. Roos

    Slot en laatste conclusie.

    In de context van de discussie rond de film Het jaar 2602 hebben we (inclusief Peter), de ‘natuurlijke gang van zaken ’recht gezet en de positie van de Indo-Europese burger en de vele Indo-Europese burger geïnterneerden uit de sfeer weten te halen van:

    “[…] burgergevangenen zijn niets.
    Gij zijt als snippers weggewaaid door de wind.
    Als gij sterft, is daar niets aan te doen.
    Het is de natuurlijke gang van zaken.”

    Afkomstig uit een rede van Araki,
    De Japanse commandant van het kamp Baros te Tjimahi.

    Bawah sini, (breng hier) mintah itoe, (ik vraag dat) laat ik genoeglijk achter in de tot een ‘ongebalanceerde en tot mythologische proportie’ gegroeide kribbe en stal van Harry.

  • Martin E. C. Roos

    Bij deze lijkt de methode Harry en zijn pogingen tot vormen van een mythe of met andere woorden: ‘Als het in de kraam van Harry past’ te eindigen in een kribbe en stal van een voor hem al dan niet ‘werkelijk’ historisch figuur.

  • http://wwww.durussedjustus.wordpress.com Harry Sihan

    Een zin is weggevallen. Na

    “(…)Er is door mij aangegeven dat er officieel geen registratie was naar etnische afkomst waar het personen met de Nederlandse nationaliteit betreft.” Moet volgen: “Ik heb nooit gesteld dat er geen scheidslijnen waren in de koloniale samenleving”.

  • http://wwww.durussedjustus.wordpress.com Harry Sihan

    “Ik zei het al eerder, prof. Mr. B.V. A. Röling wist het al, meer dan dertig jaar geleden dat je door indrukken eindeloos te herhalen, een mythe laat ontstaan die een eigen leven gaat leiden.”

    Wat ik graag zou willen weten is waar deze uitspraak op gebaseerd is. Het is namelike nergens in je bericht terug te vinden. Op deze manier zou je een mythe kunnen laten ontstaan. Op zich klopt het wel “Ik zei het al eerder()…)”. Jij zei het; de vraag is of Röling ook maar iets in die trant heeft gezegd. Het is ook niet duidelijke over welke mythe je het hebt.

    Met de gegeven citaten (enige verklaring waartoe de citaten moeten dienen ontbreekt) doe je voorkomen alsof er ooit ontkend is dat er scheidslijnen waren tussen de verschillende klassen en groepen in de koloniale samenleving. Er is door mij aangegeven dat er officieel geen registratie was naar etnische afkomst waar het personen met de Nederlandse nationaliteit betreft.

    Je berichten hangen als los zand aan elkaar en hangen in het luchtledige. Dat is jammer, het maakt een constructieve discussie onmogelijk. Het wordt toch moeilijk om je in het kader van de discussie serieus te nemen.

  • Martin E. C. Roos

    Correctie 16 gebruari 2009 at 12.39 pm: Hella S. Haasse (schrijfster 1918 Weltevreden, Batavia
    -- gelukkig leeft ze nog!)

    Esoterie?

    Met name Madame Blavatsky en in zekere mate Krishnamurti en andere spirituele problemen zijn toch geestelijk voer voor ‘gelovers’ en ‘herhalers’.

    We zien in de Indische cultuur dat tussen 1918 en 1930, volgens Hans van Miert (1995), de theosofische leer (Blavatsky) zelfs in een kwaad daglicht te staan. (104) Wat door eigentijdse literatuur te verwerken, eveneens voor mij klaar en helder is.

    Uit egodocumenten valt op te maken dat bijvoorbeeld mevrouw Blavatsky een bedriegster was, en dat haar wonderen teweeggebracht werden met behulp van valdeuren en schuifpanelen. Zij was het prototype van overschrijven: hindoeïsme etc. en herhalen van wat wij, de Indo-Europese gemeenschap, uit onze oude geschriften en onze interpretatie, in ons Indië allang wisten. Uit onze animistisch, boeddhistische en hindoeïstische mixculuur van vòòr de zogenaamde niet-arabische-islam’ periode.’

  • Martin E. C. Roos

    Bij nog meer aannames, persoonlijke indrukken en onzinnigheden dan ‘historische werkelijkheid’, past de volgende ‘reflectie’.

    Juist daarom moet men oude mannen en hun vergane zogenaamde wijsheden niet nabootsen, want zij behoren tot tijden toen dingen, enkel voor hen en hun ‘herhalers’ anders, waren. Heel toepasselijk, in onze discussie. Mij aangereikt door P.J. Raju (1966)

    Laat ik even een veel herhaald misverstand, zie wederom bovenstaande berichten, uit de weg halen. Met een voorbeeld uit de vele ‘recente’ publicaties over de geschiedenis van Indische Nederlanders. M. Ferguson, al eerder door mij aangehaald, gaf in 1981 het proces, van het vooroorlogse, in de marge worden gezet van de Indische groep (Indo-Europeanen) als onvoldoende Nederlands of onvoldoende Europees wel erg duidelijk weer. Ze ging bij totok Hella S. Haase, te luister.

    Vanuit de mond van Haase werd opgetekend: “Wij leefden thuis niet Indisch…. Ik ben in Indië geboren, heb er geleefd, iets van die atmosfeer, is onloochenbaar in mij, en toch ben ik er misschien nooit iets anders geweest dan een vreemdeling.”
    Van wat er mogelijkerwijs elders op Java voorviel, met andere mensen, ik haal herinneringen (egodocument) van Haase op: “Ik wist niets.”… “Ik weet er te weinig van.”

    Beschrijvingen die zij als totok geeft, (met name over de overeenkomsten tussen Nederlandse mensen op Java in hun gezamenlijke doorleefde situatie) bezit volgens Furgerson: “geldigheid voor het grootste deel der toen in de Indische steden woonachtige Nederlanders.”
    Zij interesseerden zich minder voor de feitelijkheid der dingen buiten hun eigen gezamenlijke doorleefde situatie van de totoks.

    Uit de door mij geraadpleegde egodocumenten (memoires) lees ik andere berichtgeving dan Bijvoorbeeld E. Captain. Net na de overgave van de Japanners in 1945 weet Annemie Mac Gillavry (totok, ‘s-Hertogenbosch): “Er zitten ook massa gedroste vrouwen uit kampen al dan niet Euroasian (Indo-Europees MECR) (157).
    Rudy Verheem (Indo), die ook door de vorig jaar overleden prof. dr. J.A. A. van Doorn wordt geciteerd in zijn publicatie ‘Indische lessen’ (1995), verhaalt in zijn memoires: “Berglucht, koelte, Ambarawa, plaatsje op de hoogvlakte van Midden-Java, waar een aantal gevangenissen en haastig getimmerde kampen een deel van de Europese en half-Europese ( Indo-Europese MECR) bevolking herbergden.(36)

    Er is veel (recent) materiaal gepubliceerd (echter niet gelezen, zie de berichtgeving bij deze topic) en er wordt in dit materiaal veel antwoorden gegeven over de lotgevallen en de geschiedenis van Indische Nederlanders en zeer specifiek: de Indo-Europese gemeenschap. In dit materiaal zouden we, oud en jong, kunnen lezen dat zich vanaf 1900 een langs raciale en sociale scheidslijnen gesegmenteerde samenleving (zie o.a. Haase) ontwikkelde, zelfs in de Japanse interneringskampen herkenbaar, alwaar een waar schrikbewind werd uitgevoerd, ook in de context van de grote groep Indo-Europese geïnterneerden en gevangenen. (1)

    We vinden deze ‘kennis’ eveneens in de door mij geraadpleegde memoires of egodocumenten. Het leven op de Indische Archipel kunnen we volgens G.W. Overdijkink (1948) en H. Meijer (2004) vanaf 1900 als volgt benoemen. De groepen van diverse raciale herkomst leefden naast elkaar, maar uitzonderingen daargelaten, nauwelijks nog met elkaar.

    Ik zei het al eerder, prof. Mr. B.V. A. Röling wist het al, meer dan dertig jaar geleden dat je door indrukken eindeloos te herhalen, een mythe laat ontstaan die een eigen leven gaat leiden.

    1 “[…] gekerm, dat klonk uit de cellen van de Kempëtai, de Japanse Gestapo, die over geheel Oost-Azië een schrikbewind voerde gelijk aan dat van de Duitse geheime politie.” Rudy Verheem, De ‘Sinjo’ tussen Indië en Nederland, pagina 36.

    Noot. Peter, ik neem contact met je op.

  • Peter van den Broek

    Hallo Martin,

    Ik hoop het ook, wanneer is die Indomania 4. Ik ben in NL zeker met de Pasar Malam. Mijn Emailadres is vandenbroek@libero.it, stuur mij een Email en ik geef mijn koordinaten.

    Wat dat oorlogstribunaal betreft, ik heb begrepen dat tegen de Japanners meer doodsvonnissen zijn uitgesproken dan tegen de Duitsers op het Neurenbergtribunaal, die toch met hun Endloesung ernstige “misdaden tegen de mensheid” hebben gepleegd. Het moet te maken hebben gehad met het beschadigd superioriteitsgevoel der koloniale mogendheden, Rusland werd in 1905 voor het eerst door een Oosterse mogendheid (Russisch-Japanse oorlog)en moest veel eilanden afstaan, daarna werd zowel Engeland (Hood en Prince of Wales) als Nederland (ik val aan volg mij (niet))door Japan op zee nog wel vernietigend verslagen. Over Pearl Harbour zwijg ik maar.

  • http://www.durussedjustus.wordpress.com Harry Sihan

    Deze discussie kan niet anders dan voer voor een handvol logen zijn. Het is interessant om te zien hoe men en met welke technieken men zich uit een vastgelopen positie probeert te draaien. Dit alles om vooral niet onder ogen te hoeven zien dat ingenomen stellingen onhoudbaar blijken te zijn.

    Ten eerste worden vragen waarop het antwoord hoogstwaarschijnlijk de ingenomen positie zal ondergraven genegeerd. Vervolgens probeert men met een stortvloed van boektitels en verwijzingen waarvan de samenhang en het verband niet duidelijk wordt gemaakt dan wel geheel ontbreekt als een soort dam tegen lastige vragen op te werpen. Dit alles rijkelijk gelardeerd met een aan esoterie grenzende verwijzingen naar wetenschappelijke eisen en regels waarvan noch de relevantie of het verband wordt duidelijk gemaakt.

    Dit gaat gepaard met pogingen om de door mij aangedragen bronnen te diskwalificeren. Daar is niks op tegen en legitiem. De manier waarop is echter eigenaardig. Eerst wordt een bron, de dissertatie van Van Velden, als onbekend afgeschilderd, vervolgens als gedateerd en dan weer als niet betrouwbaar omdat het op voor een groot deel op ego documenten zou berusten. Het laatste argument toont aan dat het werk niet gelezen is, dan wel niet begrepen. Vervolgens worden de pijlen op de ego documenten gericht. Gemakshalve worden verhoren en rechtbankverslagen nu ook daartoe gerekend. Nog even het de definitie wordt opgerekt om het werk van L. de Jong “Het koninkrijk der Nederlanden” er ook binnen te laten vallen. Zelfs Rörling, een van de dissenting judges van het IMTFE wordt er bij gesleept. Het verband is ook hier niet duidelijk of afwezig. Welke mythe wordt hier bedoeld? Wat ik van Röling weet op te duiken dat met veel fantasie hiermee in verband gebracht kan worden is dat hij veel documenten heeft doorgenomen en tot de conclusie kwam dat de misdaden van Japanse militairen – i.t.t. die van de Duitse strijdkrachten – niet van hogerhand is bevolen. Is dat wellicht de mythe? Het is speculatie, Ik kan natuurlijk vragen of dat zo is maar de empirie leert dat er geen antwoord zal komen op deze vraag tot verduidelijking.

    Tja, ik heb nu een vermoeden waar het verhaal van de zwijgende Indo vandaan komt. Hij had geen weerwoord en dan is zwijgen inderdaad het beste wat hij kon doen. Maar dat is te eurocentrisch of zoiets…

  • Martin E. C. Roos

    Een mythe laten ontstaan die een eigen leven ging leiden.

    Rechter en Prof. Mr. B.V.A. Röling (1) wist het al.

    Alweer bijna 35 jaar geleden, gaf hij de richting aan van verwaaring en vertekening en wij mogen het hier aantreffen. Dat je door indrukken eindeloos te herhalen, een mythe laat ontstaan die een eigen leven gaat leiden.

    Het (wan)gedrag van de Japanse leiders was het onderwerp waaraan het Tokio proces was gewijd. Met behulp van dagboeken en verklaringen werd aldaar gepoogd aan Röling en zijn collega-rechters duidelijk te maken waarom de voornoemde Japanners zo en niet anders hadden gehandeld. Dat kan volgens Röling verwarrend werken en heeft het beeld vertekend. Röling gaat verder door te schrijven dat individuele reacties verschillend zijn en wat gezien en ondergaan wordt is afhankelijk van de aandacht, de belangstelling.

    Het blijven herinneringen: ‘Er viel zoveel te beleven in de jaren 1941-1945, en het werd zo verschillend ondergaan. Vandaar de betrekkelijke waarde, voor de historicus, van ’egodocumenten’, waarin naar Presser’s formulering de loop der dingen waargenomen worden “door een temperament.’” (Groningen, december 1974)

    J. van Goor (1987) heeft het daarom nadrukkelijk over indruk als hij er een standaardwerk bijhaalt: D. van Velden ‘[…]heeft de indruk […]’, in zijn hoofdstuk VIII over De Kampen.

    H. Meijer (2004) geeft de volgende, voor ons onderwerp HJ 2602, relevante beschrijving:

    “In weerwil van wat vaak in herinneringsliteratuur wordt beweerd, werkten in de krijgsgevangenkampen het standsverschil en de kleurbarrière evengoed als in de burgerkampen door.’

    Door het geven van indrukken en hierin opgesloten verdraaiing van de werkelijkheid eindeloos te herhalen, viel tot voor kort met veel geduld te morrelen aan onze Indische ‘waarheid.’

    1 Prof. Mr. B.V. A. Röling had als Nederlands rechter zitting in het Internationale Militair Tribunaal voor het Verre Oosten. Er werden verklaringen van honderden getuigen beluisterd en de inhoud van duizenden documenten bestudeerd.

    Noot Peter, ik hoop je nog eens in den lijve te ontmoeten! Indomania 4?

  • http://www.durussedjustus.wordpress.com Harry Sihan

    Nog een correctie:

    “(…)Peter heeft gelijk als hij stelt dat zijn eis tot het geven van een “historisch beeld” in eerste instantie op een vermeende meerderheid van de Indo Europeaan in de kampen gebaseerd. (…)” moet zijn:

    “(…)Peter heeft gelijk als hij stelt dat zijn eis tot het geven van een “historisch beeld” in eerste instantie niet op een vermeende meerderheid van de Indo Europeaan in de kampen gebaseerd. (…)”

    het woordje ‘niet’ viel weg

  • http://www.durussedjustus.wordpress.com Harry Sihan

    Correctie:

    “Jammer dat Peter zich blijkbaar persoonlijk aangevallen voelt. Ik lees dat niet terug in wat ik geschreven hebt(…)” moet natuurlijk zijn “(…) geschreven heb (zonder ‘t’)(…)”

  • http://www.durussedjustus.wordpress.com Harry Sihan

    Jammer dat Peter zich blijkbaar persoonlijk aangevallen voelt. Ik lees dat niet terug in wat ik geschreven hebt en het spreekt voor zich dat het niet mijn intentie was en is. De discussie werd enigszins verhit wellicht en het consistent verkeerd lezen van mijn postings, het consequent negeren van mijn standpunten nogal irritant. Maar als hij zich terugtrekt, dan moet ik zijn inzicht erkennen, of zoals een fraaie Angelsaksische gezegde aangeeft: “ If you can;t stand the heat, get of the kitchen”.

    Peter heeft gelijk als hij stelt dat zijn eis tot het geven van een “historisch beeld” in eerste instantie op een vermeende meerderheid van de Indo Europeaan in de kampen gebaseerd. Echter, de discussie ging wel die kant op. Daar is hij zelf mede debet aan. Zie zijn posting:

    “ 5 februari
    Na herlezing van de het betreffende hoofdstuk V ,na raadpleging van de voetnoten en enkele bronnen (o.a. De Jong) mag je zondermeer stellen dat 48.000 een groot deel van 100.000 is. Maar daar gaat het niet om. Het gaat er om dat aan de 48.000 Indo-Europese Nederlanders, waarvan ongeveer 10.000 in de kampen zijn gebleven, als groep in de film geen recht wordt gedaan noch melding van wordt gemaakt., zelfs geen voetnoot. 48.000 dus. Kirsten Vos en Ed Caffin vinden het pijnlijk, ik vind het beschamend en schandelijk voor de Stichting.”

    Zelfs, zoals ik al stelde, men de hele cijfer discussie ter zijde schuift, is de eis niet valide. Men zal toch precies aan moeten geven, en ik treed in herhaling, wat die Indo Europese, c.q. Indische Nederlandse groep nu eigenlijk was. Daar ligt genoeg uitdaging voor de onderzoeker, maar een documentaire over een aspect van de burgerkampen is niet het juiste medium. Noch kan men van de documentaire makers eisen dat ze hiervoor wetenschappelijk historisch en sociologisch onderzoek gaan doen. Mocht men zich te kort gedaan voelen in de representatitie: het is is een vrij land. Maak je eigen documentaire, doe je eigen onderzoek en legt ter beoordeling voor aan het publiek.

  • Peter van den Broek

    Om op de dsicussie terug te komen en daar gaat het om
    Harry zegt op 14.02 06:53
    Jouw eis is gebaseerd op jouw “bewering” dat een “GROOT deel van de kampbevolking uit INDISCHE NEDERLANDERS bestond. Ik stelde de “validiteit” van jouw eis ter discussie. Mijn argumenten zijn en waren…..”

    Mijn eis op rechtzetting is geschreven op 29.01 om 09:11, deze eis heb ik ook op verschillende andere websites zo weergegeven:
    Waarom werd er geen “historisch” beeld gegeven van de “Indo-Europese Nederlanders”, als “Indokind” in de kampen terwijl die wel als geinterviewden in de film voorkomen?.
    Ik ben heel zorgvuldig omgegaan met de woorden “historisch beeld”, Indo-Europese Nederlanders” en “Indokind”. Ik wilde bewust geen cijfermatige discussie, maar een geschiedkundig beeld van Indo-Europese Nederlanders in de kampen , die van “betekenis” is voor het historisch besef van Nederland. Ik hun geschiedschrijvin, mijn opa en een oom zijn in het kamp gestorven, mijn halve familie heeft het kamp overleeft, ik heb daar recht op.
    Dat is toch totaal anders dan wat Harry en de Stichting Verfilming Japanse burgerkampen(zie commentaar op de website van de Stichting) bedoelen.. Het gaat mij niet om het cijfermatige maar geschiedkundig beeld.

    Harry zegt: De makers van de film hebben aangegeven niet de pretentie te hebben een representatieve doorsnede van de kampbevolking te geven. Dat is hun goed recht en hun beslissing

    De Stichting zegt zelf op haar website dat ze geen pretentie heeft om een beeld te geven van het leven van “AL DE NEDERLANDERS” onder Japanse bezetting. Had hij die pretentie wel gehad dan had hij ook moeten gaan over de BUITENKAMPERS, de krijgsgevangenen in Indië

    De Stichting omzeilt wel op een handige manier mijn vraag en hebben mensen bewust op het verkeerde been gebrach. . Zij verdraaien bewust mijn woorden door te spreken over het leven van ALLE NEDERLANDERS onder Japanse ……Ik spreek om het onderwerp af te bakenen over alleen de INDISCH-EUROPESE Nederlanders, . Daarna zeten zij ook de mensen in de verkeerde richting en spreken over iets waar ik niet over spreek en waar zij zich gezien de Stichtingnaam niet bezighouden, De aandacht wordt zo wel afgeleid, een doelbewuste poging van manipulatie.
    Het commentaar van de Stichting en het artikel in het Reformatorisch Dagblad stelt hun recht en hun beslissing inzake de film in een kwaad daglicht. Ik ben bezig een AANKLACHT voor te bereiden. (de rechtzetting hebben wij in de tussentijd gemaakt)

    Ik vond het een genoegen om aan de discussie deel te nemen. Ik ken MECR niet maar waardeer ten zeerste de wijze waarop hij debateert, zijn bronnen anhaalt en steeds op zoek is naar bronnen die zijn beweringen kunnen staven, ik lees de belezenheid in zijn woorden.

    Ik heb met interesse de aandachtpunten van Mas Rob gevolgt, ik heb zijn link naar vdHoek gevolgd en de scriptie met stijgende belangstelling gelezen. Over I4E zwijg ik maar want de wijze waarop hij bemiddelend optreed, heeft zijns gelijken niet

    Ik heb Harry in het begin met interesse gevolgd, ik ben van zijn goeder trouw uitgegaan maar de wind draaide om toen ik zijn discussiewijze probeerde te volgen. Ik vond het wel uitdagend maar als hij mij uitmaakt voor OOST-INDISCH DYSLECTISCH en dat “ik lees wat ik ik wil”, dan vind ik toch wel een “compliment”. Ik ben dat in discussies niet gewend om persoonlijk te worden en zie niet in waarom ik met iemand moet discussieren die mij moedwillig en diep beledigd. Hij moet maar de maatstaven die hij oplegt aan anderen op zichzelf toepassen. Of de pot verwijt de ketel…

    De belediging en de verdraaiing van mijn woorden over de plaats van de Indo’s in de kampen , vind ik meer dan beschamend en onacceptabel, het tast mijn geschiedenis, geloofwaardigheid en goeder trouw aan. Ik zal danook mijn aanwezigheid op deze site beeindigen

  • http://www.durussedjustus.wordpress.com Harry Sihan

    Het is een nobel streven om een minderheid een stem te willen geven in de geschiedschrijving door vanuit het perspectief van die minderheid aan die geschiedschrijving deel te nemen. Men stuit echter in het geval van de Indische Nederlanders, Indo Europeanen of hoe men die minderheid wil noemen, op fundamentele problemen in de definitie.

    Gegeven is dat die groep, weliswaar in de dagelijkse praktijk van de koloniale samenleving makkelijk te duiden was, officieel bestond ze niet en zelf was het in cultureel en sociaal opzicht geen homogene groep. De groep ging over sociale en culturele grenzen heen. Een deel van de groep werd maatschappelijk enigszins zichtbaar toen het na de oorlog en de Indonesische onafhankelijkheid naar Nederland kwam. De culturele verschillen zijn m.i. in essentie verwaarloosbaar en op duur verdwenen. Hiermee bedoel ik dat, hoewel er uitgesproken verschillen op detail niveau waren, de basis identiek was met de hier heersende cultuur. Immers, voor het grootste deel was Nederlands de hoofd- en voertaal, zo ook waren de normen en waarden die de groep aanhield de zelfde als die in Nederland bestonden.

    “Author: Indisch4ever
    Comment:
    Hans Meijer verwijst in ‘In Indië geworteld’ op pagina 226 naar voetnoot 157, die te lezen is op pagina 420 (okeee.. lijkt ingewikkeld)
    Maar daar licht hij toe dat de historicus L. de Jong schreef in het standaardwerk XIb pag 868 dat buiten Java er 16.000 burgergeinterneerden waren, met een meerderheid van indo’s.
    Laten we stellen dat dit 10.000 indo’s zijn.”

    De kern vraag is en blijft hierbij waar is dat “Laten we stellen…” op gebaseerd? Dat wordt nergens aangegeven. Een meerderheid kan ook 15.000 zijn. Men kan daarom m.i. ook geen aannemelijke schatting doen wat betreft dit cijfermateriaal.

    Ik heb Meijer niet gelezen en ga dus af op deze posting, maar als hij naar 11b p. 868 van L. de Jong verwijst, is de vraag welke uitgave dat is? In mijn exemplaar, uitgave 1985, wordt dat cijfer niet genoemd op deze bladzijde, maar gaat het over de betaling van de Japanners aan Indische Nederlanders die aan het werk werden gezet.

    Zelfs L. de Jong neemt een groot voorbehoud t.a.v de cijfers en informatie over de groep Indische Nederlands in het algemeen. Er is simpelweg onvoldoende informatie .

  • http://indisch4ever.web-log.nl/ Indisch4ever

    Hans Meijer verwijst in ‘In Indië geworteld’ op pagina 226 naar voetnoot 157, die te lezen is op pagina 420 (okeee.. lijkt ingewikkeld)
    Maar daar licht hij toe dat de historicus L. de Jong schreef in het standaardwerk XIb pag 868 dat buiten Java er 16.000 burgergeinterneerden waren, met een meerderheid van indo’s.
    Laten we stellen dat dit 10.000 indo’s zijn.
    Iemand mailde me dat in de Geïllustreerde Atlas van de Japanse Kampen in Nederlands-Indië 1942-1945 blz 13-15 .. een schatting was van 76.000 burgers geinterneerd te Java, waarvan 10.000 indo’s.

    10.000 Java en 10.000 buitengewesten = 20.000 totaal burgerindo’s geinterneerd.
    76.000 Java en 16.000 buitengewesten = 92.000 totaal burgers geinterneerd.

    Dan was van elke 19 er 4 indo …Minstens 4 herkenbare indo’s in de film zou het Nederlandse publiek exacter informeren over de burgerkampen.

    Het verhaal is dat in de buitengewesten bijna alle Europeanen geinterneerd werden.
    De volkstelling van 1930 telde 48.000 europeanen in de buitengewesten, ingeschreven bij de burgerlijke stand . Dan is de 16.000 geinterneerden van 1942 een groot verschil… er is een gat van 32.000 mensen en die kunnen niet allemaal gevlucht zijn naar Java of gemobiliseerd door het KNIL .. hoe zat dat nou ?
    En met het neerlandocentrisme als factor blijf ik toch vraagtekens hebben over de schatting van 10.000 indo’s te Java als burgergeinterneerden..
    (neerlandocentrisme= Nederlanders en de heersende Nederlandse normen centraal te stellen in de beschouwingen waardoor buitenlandse groepen of nietgenoeg-Nederlandse groepen in de marge wordt gezet )

    Over het overaccentueren van mainstream-Hollands en het vergeten van minderheden gesproken..:
    Het Niod opende onlangs een Indië-oorlogscatalogus online
    Gastsprekers waren Aya Zikken en Cees Fasseur, kinderen van Hollandse ouders die naar Indië gingen
    Geen indo’s in Indië geweest dan ? De juiste afspiegeling had moeten zijn 3 indo-belanda en 1 totok-belanda.
    Aya heeft gewerkt op het NIOD, een goeie keuze. Maar daarnaast… had dan een indohistoricus uitgenodigd bijv Reggy Baay of Herman Bussemaker, blank edoch indo , tevens voorzitter van het Indisch Platform en een 3e generatie-indo als Esther Captain, coordinator project Indische erfgoed van de oorlog van het ministerie van VWS. .

  • http://www.durussedjustus.wordpress.com Harry Sihan

    Martin,

    Je gaat er van uit dat wat je ego-documenten noemt zonder meer als de waarheid wordt beschouwd. Het ligt voor de hand dat je kijkt naar de context en het kritisch beoordeelt. Met name Van Velden, hoewel je dat ontkent, geeft dat in haar voorwoord duidelijk aan. In meer of mindere mate geldt dat voor ieder document en niet alleen voor ego documenten. Het gaat om de samenhang met de tijd, de normen en waarden van die tijd, kortom de hele context. Dat is de moeilijkheid en uitdaging voor de onderzoeker. Je zult nooit de hele waarheid weten, slechts afgeleiden. De grootste valkuil zijn de eigen cultureel bepaalde vooroordelen. Een concreet voorbeeld:

    In het verhaal over de geboorte van Jezus Christus wordt verteld dat hij er voor hem slechts een stal beschikbaar was om in geboren te worden. Hiermee geeft men aan hoe simpel en arm hij eigenlijk begonnen was. Recent kwam men echter tot de ontdekking dat er nu nog in de streek rond Bethlehem mensen met hun dieren leven. De huizen bestaan uit twee of drie lagen waarbij de onderste laag de stal is. In de winter zorgen de warmte van de dierenlijven voor een natuurlijke verwarming en slapen pasgeborenen nu nog met hun moeders in de stal. Dat heeft niets met armoe of eenvoud te maken maar met een ander cultureel begrip. Het werpt ook een ander licht op het verhaal.

    Het blijft dus zaak om altijd een grote dosis scepsis te reserveren met name t.a.v. de eigen aannames.

  • http://www.durussedjustus.wordpress.com Harry Sihan

    Beste Martin,

    Kan je aangeven wat je bedoelt met een “gesloten verzameling van zijn bevindingen”? Wat bedoel je met een “theoretische evaluatie”. Is het een evaluatie in theorie? Dat is namelijk de letterlijke betekenis. ‘Theoretisch’ wordt bijvoegelijk gebruikt en aangezien het direct voor ‘evaluatie’ staat heeft het daar betrekking op. Dus men kan theoretisch iets of iemand evalueren? Maar niet in werkelijkheid of praktijk?

    ‘Beiden uiten zich niet empirisch met betrekking tor de Indo-Europeanen’. Dat is een nogal eigenaardige zin. “Beiden” slaat op een tweetal, maar in de zin daarvoor wordt ik genoemd en de makers van de film. Dat is geen tweetal. Dat zou het wel zijn als er stond ‘de maker’. Maar vervolgens zeg je “Ook deze personen {…}” waaruit je mag afleiden dat het, met mij incluis, dus om meer dan twee personen gaat. Dan is het gebruik van ‘beiden’ vewarrend. Maar het wordt pas echt duister als je schrijft “niet empirisch uitdrukken”. ‘Empirisch’ betekent ‘uit ervaring bevinden’. Dus je zegt in feite dat wij uitingen m.b.t. de Indo-Europeanen niet op ervaring gebaseerd zijn. Dat is wel hierom opmerkelijk omdat mijn ouders tot de Indo-Europese groep gerekend werden. Sec genomen zijn mijn uitingen juist op ervaringen gebaseerd. Ik kan natuurlijk niet voor de makers van de film spreken.

    Het verhaal over de variatiebreedte enzv wordt wel heel erg wazig.

    Dus kortom, wat probeer je nu in godsnaam te zeggen?

    Je interpreteert er lekker op los, maar het is jammer – en ik verval in herhalingen – dat je klaarblijkelijk niet in staat bent om duidelijk een antwoord te formuleren op mijn toch duidelijke vragen. De vragen die ik hiervoor al een aantal malen gesteld heb.

    1. als men de Indo-Europeanen niet als dusdanig geregistreerd heeft, hoe kan je dan concrete getallen noemen of zelfs maar aannemelijke schattingen maken?
    2. wat maakt de Indische Nederlander dusdanig anders dat hij een speciale plaats in de film zou moeten hebben? En als hij niet als Nederlander beschouwd moet worden waarom zou hij dan in de film voor moeten komen?

    Dat zijn twee simpele vragen die niet theoretisch of praktisch geëvalueerd hoeven te worden maar een simpel antwoord behoeven. Dat mag voor mijn part ook empirisch.

  • Martin E. C. Roos

    Alles? Wij hoeven niet te bevriezen in de Hollandse winter.

    Juist door een diversiteit aan zienswijzen ontwikkelt de wetenschap zichzelf en krijgen we beter zicht op de historische werkelijkheid. Omdat iedereen voortdurend met elkaar in discussie is, gaat de wetenschap en kennis, al dan niet met schokken, vanzelf vooruit.

    Een literair verleden dat meer aannames en onzinnigheden dan historische werkelijkheid vertegenwoordigt lijkt in de zogenaamde witte Indische literatuur en historische processen en continuïteiten, wat meer aandacht, voorrang en voorkeur te krijgen. Uiteraard zijn (recente) uitzonderingen te vinden. Juist de rol, die in het verleden op niet altijd fraaie wijze door nationale geschiedschrijvers en literaire auteurs is gespeeld, wordt vaak gekarakteriseerd ook in onze voormalige kolonie ten tijde van de Japanse bezetting en Bersiapperiode. En werd recent gekopieerd en gepresenteerd in bijvoorbeeld de film Het Jaar 2602.

    Er verschijnen steeds meer mensen die de Indische (Indo-Europese) samenleving niet willen vrijwaren van wetenschap en kennis van de historische werkelijkheid. Zij blijven op het standpunt: wanneer de gedachte speelt dat we de wetenschap nodig hebben, moeten we daar vooral, als een bewuste keuze, gebruik van maken.

    Wij blijven putten uit de vele voorbeelden uit het gewone maatschappelijke verkeer in het Nederland, Australië, VS, Canada, Mexico en Spanje etc. van 2009. Alwaar we zien en beleven dat het leven van vele Indo’s met vele vezels verbonden blijven aan de Indische (Indo-Europese) samenleving van toen en van nu en van de toekomst. Een blijvende werkelijke bijdrage aan perikelen, kennis en inzicht gaf ons onlangs op 22 januari C. Fasseur. Hij legde accenten op de plaats van de Japanse bezetting en Bersiapperiode in onze geschiedenis. C. Fasseur legde nadruk op hoe er minimale betrokkenheid was in de vijftiger en zestiger jaren van de vorige eeuw voor de Indische samenleving, hier en in de nieuwe republiek Indonesië. En tevens dat er destijds minimale inzicht was, vanuit de Nederlandse samenleving en politiek, in de positie van zowel Indo-Europeanen (1) en Totoks die geïnterneerd waren geweest en/of de bersiapperiode aan den lijve en indringend hadden meegemaakt. Er bleek in Nederland destijds, slechte een enkele luisteraar (en nu geen jonge lezers, gezien de reacties op deze site) te vinden.
    Rudy Verheem (1980, pagina 92) beschreef het in zijn egodocument en roman aldus: ‘Zoals zij (Nederlanders, MECR) doen is het goed. Zij vormen het middelpunt van de wereld.’

    Wij echter, exploiteren de complexiteit van het wetenschappelijk bewijs en de in vele vormen voorkomende wijzen waarop de wetenschappen de alledaagse manieren van ‘ons (historisch) Indische samenleven’ uitzoeken. Vervogens worden recent de wetenschappelijke gegevens verbeterd en verfijnd en gepubliceerd. En daarnaast stellen we de ontwijkende bewegingen aan de kaak van verdedigers van al dan niet ‘witte’ weerstanden tegen wetenschappelijke vooruitgang. Van, bijvoorbeeld de makers van de film Het Jaar 2602 die het Euro-c.q. Neerlandocentrische perspectief als uitgangspunt nemen. En zo mede veroorzakers van chaos en stagnatie zijn.

    De makers lijken het ‘kwaliteitscriterium’ links te laten liggen en zijn niet bekend met het invullen van de Indische (Indo-Europese) samenleving toen en nu. Met weinig begrip wat er zich werkelijk aan drama en tragiek en ‘normaal dagelijks leven’ afspeelde in een sfeer van duistere Aziatische wetten. Ze schijnen zelf wel te weten, wat ze zelf met interneringskampen van de Japanners en hun zogenaamde religieuze overwinnelijke Oriënt bedoelen maar zijn niet in de huid van (reëel bestaande) Indo-Europeanen gekropen. De makers van HJ 2602 hebben, om het wat specifieker te benoemen, een soort eigen “wensdocument” gecreëerd. Zij wenden meer hun eigen fantasie dan rationele argumentatie aan.

    1 Een aanvullend egodocument! Geen waarheidsvinding. Roman van Rudy Verheem. (1980) (pagina, 37 en 46) Tjikoedahpateuh, Bandoeng. 1944. ‘[…] Nog meer van hen stierven. En zo was ook het lot van de half-Aziaat (Indo-Europeaan, MECR), die verdedigde wat naar zijn menig de geboortegrond was en jaren doorbracht in de kampen van de volbloed-Aziatische bloedverwanten (Japanners, MECR).’

  • Martin E. C. Roos

    Je bevriest alles, ook onder de tropenzon.

    Waarheidsvinding en egodocument?
    Een recente uitspraak van Jeroen Dijsselbloem, PvdA-Kamerlid op het gebied van integratie, in het Nederlands Dagblad over dagboeken (egodocumenten) wil ik niemand onthouden.
    Volgende week zal ex-minister Vogelaar haar dagboek presenteren: Twintig maanden knettergek over haar ministerschap.

    J. Dijsselbloem: ,,Ik ben bang dat zij haar nijd en ervaringen als absolute waarheid heeft opgeschreven”, weet hij daarover te melden. “Dat is het grote risico van dagboeken. (egodocumenten, MECR). Je bevriest alles.”

  • http://www.durussedjustus.wordpress.com Harry Sihan

    Peter, de discussie begon met jouw eis om de Indische Nederlander (iemand van gemeng Nederlands-inheemse afkomst) vertegenwoordigd te laten zijn in de film “Het jaar 2602”. Jouw eis is gebaseerd op jouw bewering dat een groot deel van de kampbevolking uit Indische Nederlanders bestond. Ik stelde de validiteit van jouw eis ter discussie. Mijn argumenten zijn en waren:

    1. het is niet mogelijk om met enige zekerheid te zeggen hoeveel Indische Nederlanders (nog steeds mensen van gemengd Nederlands-inheemse afkomst bedoelend) er in Nederlands Indië waren; er is namelijk geen registratie van het van gemengde afkomst zijn. Ook niet niet in de kampen. Hieruit volgt dat men niet als feit kan stellen dat een groot deel van de kampbevolking uit Indische Nederlanders bestond.
    2. Indische Nederlanders zijn een variant van het Nederland-zijn. Te vergelijken met Limburgers, Friezen, Noord- en Zuidhollanders, Zeeuwen enzv. Het is zeer aannemelijk dat er van genoemde groepen een aantal in de kampen hebben gezeten. Voor hen is ook niet speciaal ruimte gemaakt in de film. Dus waarom zou er een uitdrukkelijke vertegenwoordiging van de Indische Nederlanders moeten zijn in de film?
    3. De makers van de film hebben aangegeven niet de pretentie te hebben een representatieve doorsnede van de kampbevolking te geven. Dat is hun goed recht en hun beslissing.

    Martin en jij verwezen naar Meijer e.a als bron voor de cijfers en stelden op basis daarvan dat ze wel degelijk concreet waren. Ik vroeg naar de bronnen van Meijer e.a. waarop met name jij, Peter, L. de Jong als de bron der bronnen aangaf. Die zou zijn cijfers baseren op Japanse rapporten. Van deze rapporten heb ik aangetoond dat er sterke aanwijzingen zijn dat die cijfers niet volledig en onbetrouwbaar waren. Voor die aanwijzingen verwees ik naar de dissertatie van Van Velden, het dagboek van Jan Bouwer en uiteindelijk naar een verslag van een gevluchte Nederlandse officier dat opgenomen was in het werk van Brugmans e.a.

    Op mijn vraag om concrete cijfers volgt telkens verwijzingen naar schattingen waarvan ik de onderbouwing in twijfel heb getrokken, maar er is nog steeds geen concreet antwoord of verklaring.

    Noch op mijn stelling nr. 2 noch op stelling nr. 3 is gereageerd..

    Er ontstond een paralelle discussie over de vraag of de kempeitai wel of niet een geheime politie is. Ik stelde dat ze dat niet is omdat de organisatie niet als geheime politie is opgezet, maar als een marechaussee en veel meer deed dan b.v. een Gestapo. Het enige tegenargument was gerecyclede WOII propaganda of varianten daarvan, maar geen uiteenzetting waarom de kempeitai wel als een geheime politie gezien dient te worden.

    In de dicussie probeerden Martin en jij de door mij genoemde bronnen te diskwalificeren. Martin door te stellen dat ego-documenten als bron niet geschikt zijn en jij gaf blijk dat je Van Velden helemaal niet kende, vervolgens stelden Martin en jij dat de dissertatie te oud is, niet of nauwelijks werd geciteerd werd met de implicatie dat het waardeloos is. Dan stelde Martin dat het weliswaar een standaardwerk is maar dan voor het “Neerlandocentrisch” perspectief. Uiteindelijk suggereer je dat Van Velden toch iets was i.t.t. tot Wikipedia.
    Het is interessant om dat verloop eens op een rijtje te zetten

    V.d. Broek
    Eerst de miskenning:

    7 februari
    In de door mij geraadpleegde boeken komt die “Van Velden” als bron literatuur helemaal niet voor want de bron is wel erg gedateerd en achterhaald.

    Martin E.C. Roos
    10 februari
    D. van Velden besteed in haar proefschrift, dat enkel over de Japanse burgerkampen verhaalt! (1963) , weinig tot geen aandacht aan de raciale structuur in de Indische samenleving. Haar basisgegevens betrekt ze uit zogenaamde egodocumenten.
    --
    We hebben nu een antwoord waarom we D. van Velden en haar zelden tot niet geciteerde proefschrift over de Japanse burgerkampen (1963) in de recente wetenschappelijke literatuur niet meer aantreffen. Ze vertrouwde te veel op haar zeer persoonlijke egodocumenten.

    En dan de draai

    Peter v.d. Broek
    12 februari
    (…)Ik kijk net in het boek “Java 1942-1945 Kampschetsen” van JAG Warmer, daar wordt Van Velden wel geraadpleegd, dus geen Wikipedia.
    (waarmee je erkent dat Van Velden een te raadplegen werk is. Het contrast met je uitspraak op 7 februari is erg opvallend)

    Martin E.C. Roos
    12 februari
    (…)Natuurlijk blijft het proefschrift van D. van Velden een standaardwerk met name voor: zij die het Euro-c.q. Neerlandocentrische perspectief als uitgangspunt nemen.

    Tenslotte nog een paar opmerkingen:

    Een onderzoeker zal alle bronnen gebruiken om kennis, verificatie of falsificatie van zijn hypothese te vinden. Het achteloos terzijde schuiven van ego documenten met een ondertoon alsof ze geen waardevolle informatie zouden bevatten zegt alles over degene die dat doet en niets over de waarde van die documenten. Een beetje historicus zal dat zeker beamen. Zie de uitspraak van L. de Jong over het boek van Jan Bouwer.

    Op 14 februari schrijft Peter over een citaat van mij uit een verslag dat in het werk van Brugmans e.a. staat :

    “Peter antwoordt: “Harry niet zo trionfantelijk, dat stuk heb ik voor het laatst twee weken geleden gelezen, die registratie van de Japanners die jij onbetrouwbaar, een gok noemt, wordt plotseling een interessant stukje, zoal het je uitkomt. Je doet dat wel consistent moet ik toegeven. “

    Het verslag geeft de woorden van een gevluchte Nederlandse officier weer die het onbetrouwbare en onvolledige karakter van de Japanse registratie onderstrepen. Ik vraag me af wat jij gelezen hebt Peter, maar het is niet het citaat of het verslag zelf.

    Ik ben blij dat je me consistent noemt. Ik dat echter niet van jou zeggen. Eerst zei je dat Van Velden onbekend en gedateerd was en vervolgens suggereer je dat ze het toch waard is om geraadpleegd te worden.

    Eerst citeer je Wikipedia:
    11 februari
    Ik weet niet waar jij je gegevens hebt over de Gestapo maar hier volgt een stukje uit wikipedia,de duitse versie wel te verstaan, zodat er geen vertalingsproblemen ontstaat.

    Waarmee je impliciet de waarde van Wikipedia erkent. Vervolgens zeg je:

    12 februari
    Wikipedia heeft geen wetenschappelijke noch verklarende waarde. Het is wel gemakkelijk bij het opzoeken maar ook gemak is geen wetenschappelijk uitgangspunt

    --
    (wat zijn je bronnen anders dan Wikipedia)

    En op die dag nog een paar keer van hetzelfde.
    Denigrerend, dus. Maar Peter, het is van tweeën een: of het is niets en je kan het dus niet als bron gebruiken, of je gebruikt het als bron en heeft het waarde. Voor het geval je het vergeten bent, een goed Nederlands woord hiervoor is: draaikonterij.

    En dan zeg je op 14 februari:

    Peter antwoordt: Nou Harry eindelijk zeg , dat had je ook eerder kunnen doen. Moet ik nu wachten totdat je die andere boeken ook gelezen hebt voordat je met een gefundeerd oordeel komt???.

    Terwijl je op 6 februari hebt gezegd:

    Als we uitgaan (hypothese) van de cijfers uit de literatuur, alle boeken op de Jong en Ellemers na heb ik niet (sic) gelezen.

    Pot en ketel? Toch?

    V.d. Broek:

    “Nou Harry,ongelovige Job (zie bijbel..) “als jij eerst die boeken ga lezen, die MECR en ik al jaren geleden gelezen hebben, we hadden geen tijd om in Wikipedia te kijken, kom dan maar weer eens terug. “

    Leg eens uit Peter, afgaande op je posting lijk je een fervent zo niet fanatiek aanhanger van De Wetenschap, nu wil je dat ik ga geloven? Niet erg consistent. Toch? (was het Always, of OB? Weet het zelf ook niet meer. Zoek ik op in Wikipedia of YouTube)

    Maar alle gekheid op een stokje: het is evidente onzin om te stellen dat men alle bibliografie gelezen moet hebben om aan een discussie mee te kunnen doen. Het is wel zinvol en draagt bij aan een discussie als men op de argumenten ingaat, verwijst ter ondersteuning van de argumenten en niet de bronnen als argument gebruikt. Maar bovenaan staat dat men streeft naar duidelijkheid. Of zoals Bruce Lee, de held uit mijn twintiger jaren, ooit zei: Obscurity is a symptom of incompetence.

  • Martin E. C. Roos

    Beste Harry, Peter en Indisch4ever.

    Het lijkt me dat bij Harry en de makers van de film HJ 2602 zich het volgende proces afspeelt cq afspeelde. Zowel Harry als de makers van de film HJ 2602 trekken al in een vroeg stadium (ik neem als ijkpunt 1963 – D. van Velden – ) de hoofdlijnen van hun ordenings- en verklarings-schema’s. Om aldus, met een vaststaand idee over weinig Indo-Europeanen in de kampen in het hoofd, verder in de stof te neuzen. Dus geen verdiepen! In bijvoorbeeld H. Meijer (2004) e.a.
    Vervolgens na in de ene informatiebron na de ander ‘geneusd’ te hebben, worden wij geconfronteerd met wat zij er uit gehaald hebben of wat zij gebruiken kunnen. Het wordt alzo meer en meer onmogelijk de eigen selectieve waarnemingen en de eigen keuze- en ordenings-activiteiten bij de inpassing en later bij de presentatie van het materiaal onder objectieve controle te houden. In onze context de film Het Jaar 2602 en de methode Harry ‘Als het in de kraam van Harry past’ en zijn ingesloten activiteiten.

    We zien hierbij optreden, dat de zowel de interpretatie van de makers van de film HJ 2602 en de interpretatie van de presentator van de ‘Harry methode’ kunnen worden opgevat als een dubieuze uiting middels een film en selectieve bevindingen. Met een ijkpunt en met onderlinge bevestingen uit eigen selectieve ordenings- en verklarings-schema’s.

    Een eigen eenzijdige interpretatie dus.

  • Martin E. C. Roos

    Beste Peter en Harry.

    Het gaat hier om interpretatie en theoretische evaluatie van een door Harry gegeven, gesloten verzameling van zijn bevindingen. Het lijkt wel of Harry de inspirator en de ‘leverancier van oude een eenzijdige bronnen’ is geweest voor de makers van de film Het Jaar 2602. Ook deze personen, hebben (nog) geen nieuw materiaal verzameld. En bleven steken in hun eigen verzameling van voor hen relevante gegevens en dit werd als uniek beschouwd. Beiden uiten zich niet empirisch met betrekking tot de Indo-Europeanen. En blijven zoals Peter het uitdrukt de regel toepassen : ‘Als het in je kraam past.’
    De variatiebreedte naar onderwerp en naar omvang van wat er wordt geïnterpreteerd door Harry en de makers van de film Het Jaar 2602 is bijzonder klein. We zien dat wel meer bij het ontstaan en ontkenning van culturen in de geschiedenis van de mensheid.

  • Peter van den Broek

    12.02 23:34 Harry zegt:
    “Als hij (Lou de Jong) het wetenschappelijke studie noemt (Van Velden) , hoef ik toch niet nog eens haar onderzoeksmethoden uit te leggen. Toch?”

    Peter zegt: Harry ik vind dat “toch” als conclusie schattig, logisch toch, dat zeiden ze vroeger bij een reclameboodschap van, ik doe het uit mijn hoofd maandverband of zoiets. Ik heb daarover nog diepgaand discussieerd of dat echt zo logisch was in een reclameboodschap.
    .
    Je had dat ook dagen geleden kunnen zeggen,maar toen had je De Jong zeker niet gelezen, dom van mij dat ik dat vergeten was, hadden MECR en ik veel tijd kunnen besparen.

    Als het in je kraam past, haal je dus Lou wel aan Als je nu een dezelfde maatstaven aan je eigen bronnen (Wikipedia, Van Velden) legt als aan de mijne en MECR, dan schijnt de discussie wat op te schieten (ik verval in herhalingen, maar het gebeurt te vaak.

    Misschien helpt het als je De Jong en anderen van te voren raadpleegt. Dat vergemakkelt de discussie voor je, lijkt mij.

    oh Harry, storen jou Germanismen, ik gebruik ze nogal vaak, ik heb heb veel met Duits te maken, zodoende.

  • Peter van den Broek

    12.02 23:34 Harry zegt “Lou gokte er ook maar naar. Wat betreft die Japanse registratie, daarover vond ik een interessant stukje in de onder auspiciën van de Stichting……Peter, heb je toevallig een andere Lou de Jong gelezen (de pot verwijt de ketel)

    Peter antwoordt: “Harry niet zo trionfantelijk, dat stuk heb ik voor het laatst twee weken geleden gelezen, die registratie van de Japanners die jij onbetrouwbaar, een gok noemt, wordt plotseling een interessant stukje, zoal het je uitkomt. Je doet dat wel consistent moet ik toegeven.

    Nou Harry,ongelovige Job (zie bijbel..) “als jij eerst die boeken ga lezen, die MECR en ik al jaren geleden gelezen hebben, we hadden geen tijd om in Wikipedia te kijken, kom dan maar weer eens terug.

    En Harry het stuk is niet volledig geciteerd want de datum van de bekendmaking staat er niet bij,slordig hoor, ga dat zelf maar lezen. O, ja Ik citeer WEER uit In Indie geworteld , Meijer blz 201″.

    Ik geef MECR gelijk, heel selectief citeren.

  • Peter van den Broek

    12.02 23:34 Harry zegt: Ik heb Lou nu zelf maar geraadpleegd. Boek Iib
    Peter antwoordt: Nou Harry eindelijk zeg , dat had je ook eerder kunnen doen. Moet ik nu wachten totdat je die andere boeken ook gelezen hebt voordat je met een gefundeerd oordeel komt???.

    O, ik ben al meer dan 20 jaar uit Nederland en ik soms weet ik niet meer of ik in Italiaans, Duits, Frans, Nederlands of Engels schrijf.

  • http://wwww.durussedjustus.wordpress.com Harry Sihan

    - Hier laat je bewust een stuk van mijn tekst weg. Heb ik al eerder gemeld!-

    Dat klopt en ik heb zo juist een verklaring daarvoor gegeven

    - Terwijl ik reeds 10 februari 2009 at 9:17 pm medeelde-

    Je deelde mee dat het allemaal relevant en belangrijk was maar op mijn vraag waarom dat relevant en belangrijk zou zijn is geen antwoord gekomen.

    - Harry gelieve te stoppen met ‘flauwe’ activiteiten te blijven ontwikkelen. Of heb je last van een ander syndroom?-

    Door blijven vragen als ‘flauwe’ aktiviteiten betitelen als men geen antwoord heeft is een zwaktebod. En ik heb geen syndroom, tenzij je een grote dosis scepsis, allergie voor cryptische termen als “Neerlandocentrisch”, en het schuilen achter verhullend taalgebruik zo wilt noemen.

    Ik heb als denk oefening een hypothese opgesteld:

    Het enige wat met enige zekerheid gesteld kan word naar aanleiding van de discussie is:
    Er waren in Nederlands Indië een groot aantal mensen met gemengde kaukasisch aziatische genen, die men voor het gemak Indo-Europeanen kan noemen. Die groep was weliswaar herkenbaar maar er zijn geen scherpe sociologische en culturele grenzen aan te geven. In de toenmalige samenleving was men bewust van het bestaan van die groep, zoals ze zich ook bewust was van zichzelf en herkende men velen uit die groep aan bepaalde onderscheidende culturele kenmerken. Anders gezegd, de groep ging over verschillende culturele grenzen heen, maar voor misschien wel een groot gedeelte gold dat het zich toch dusdanig onderscheidde dat ze apart geduid kon worden. Aangezien er in Nederlands Indië geen registratie was van Indo-Europeanen als dusdanig en de Japanse registratie onvolledig en onbetrouwbaar is niet aan te geven hoeveel Indo-Europeanen er waren, noch zijn er aannemelijke schattingen te maken. Een bijkomend complicerende factor is een sluitende definitie van het begrip Indo Europeaan.
    De oorlog en haar nasleep brachten grote veranderingen. Een onbekend gedeelte van de Indo-Europeanen vertrok naar Nederland. W.s. waren het mensen die voor het grootste deel de Nederlanse cultuur als achtergrond hadden dan ermee vereenzelvigd waren. In Nederland groeide aan de ene kant het zelfbewustzijn van de Indo Europeaan, maar aan de andere kant was er ook de druk, opgelegd of innerlijk, om geheel in de Nederlandse samenleving op te gaan. Ondanks pogingen om, wat als de “Indische cultuur” werd geduid te behouden, is die door het wegvallen van de koloniale context met het heengaan van hen die in die koloniale context zijn opgegroeid, in feite in de Nederlandse samenleving opgelost. Slechts sporen zijn hiervan nog terug te vinden en ook deze zullen over een paar generaties slechts een half begrepen, vage herinnering en een voetnoot in de geschiedenisboeken zijn.

    Of is dit te Neerlandocentrisch?

  • Martin E. C. Roos

    Beste Harry.

    Harry Sihan says 13 februari 2009 at 2.38 Martin E. C. Roos Says:

    “ Martin E. C. Roos Says:
    7 februari 2009 at 2:05 pm
    Indo-Europeaan.
    Meijer (2004) pagina 10. “De term ‘Indo-Europeaan’ was al met al in juridische zin non-existent en werd derhalve ook in juridisch opzicht niet door het koloniaal bestuur gebezigd.”
    De Indo-European blijkt dus nagenoeg onzichtbaar in de koloniale archieven. Deze uiterst heterogene, rijkgeschakeerde en diffuse groep is methodologisch eigenlijk niet af te bakenen ik volg H. Meijer. Er is een gebrek aan bronnenmateriaal (sic! -- HS).”

    Hier laat je bewust een stuk van mijn tekst weg. Heb ik al eerder gemeld!

    Terwijl ik reeds 10 februari 2009 at 9:17 pm medeelde:

    Een wetenschappelijke overzichtsstudie over ons verleden.

    In zijn In Indië geworteld. De geschiedenis van Indische Nederlanders, De twintigste eeuw, Bakker, 2004 meldt Hans Meijer ons het volgende. In Indië geworteld heeft als uitgangspunt het Indocentrische. Het Indische element staat bij H. Meijer, als onderzoeker aan de Universiteit Utrecht werkzaam, centraal. Het neemt dus niet het geijkte, zuiver Euro-c.q. Neerlandocentrische perspectief als uitgangspunt. Wij zijn de deelnemers (de generatiegenoten van Peter en mij) en de wetenschappelijk verantwoorde studie gaat over onze lotgevallen: de Indo-Europeanen of Indo’s in Indië/Indonesië. Met name de periode 1920-1960. Het recent gevonden en recent gebruikte cijfermateriaal van Hans Meijer (door Peter en mij aangewend) is niet alleen nieuw, aannemelijk en duidelijk, echter ook wetenschappelijk en betrouwbaar.
    Het door mij en Peter van de Broek genoemde relevante cijfermateriaal van H. Meijer in mijn berichtgevingen en die van Peter is afkomstig uit de noten en gebruikte archieven van: In Indië geworteld. Dit is het laatste deel in de reeks ‘de Geschiedenis van Indische Nederlanders’, een onderzoeksprogramma van de Nederlandse Organisatie voor wetenschappelijk Onderzoek (NWO).

    Harry gelieve te stoppen met ‘flauwe’ activiteiten te blijven ontwikkelen. Of heb je last van een ander syndroom?

  • http://wwww.durussedjustus.wordpress.com Harry Sihan

    “Juist daarom publiceerde H. Meijer in 2004: In Indië geworteld met het accent op lotgevallen van de Indo-Europeaan: de Indische (Indo-Europese) leef- en ervaringswereld en een overvloed aan bronnenmateriaal: nieuw relevant bronnenmateriaal met relevant ‘nieuw’ gevonden cijfermateriaal. Completerend en verbindend.”

    Ik zag alleen weinig overtuigende schattingen tot nu toe.

    “Bron: De Indische Gids 56 (1934). Van de 170.000 in Indië geboren Europeanen vinden we de volgende informatie. In 1930 was 60.000 katholiek, 85.000 protestant en 25.000 had een ander geloof of stond als niet kerkelijk geregistreerd. 25.000 katholieke Europeanen waren niet in Indië geboren. Slechts een klein gedeelte van de 60.000 katholieke Indo?s ging volgens H. Meijer (2004, pagina 150, noot 286) geregeld naar de kerk. Over hoeveel Indo?s voor het zingen de kerk uitgingen vind ik geen getuigenissen in de literatuur. Weinig lijkt me, anders waren er in 1930 niet al zoveel katholieke geregistreerde Indo?s. Meijer noemt twee bronnen de andere is de al eerder door mij gemelde Bank.”

    Mijn ene opa was atheïst en mijn andere waarschijnlijk animist. Mijn vader noch mijn ooms hebben zich bij enig kerkgemeenschap laten registreren. Ik had een boedhistische tante. En de andere Jehova’s getuige. Het lijkt me sterk dat onze familie de enige of uitzondering was in religieuze schakeringen. Tenzij aangetoond is dat alle Indo’s als Indo ergens geregistreerd zijn, zijn deze cijfers te mager om een uitspraak over het aantal Indo’s te kunnen doen. Afgezien van de vraag of men, ook binnen deze organisaties, specifiek als ” Indische Nederlander” werd geregistreerd. Overigens hoe wordt de “Indo”. “Indo-Europeaan” of “half-bloed” enzv. gedefinieerd in genoemde bronnen? Het lijkt me dat een sluitende(!) definitie het uitgangspunt moet zijn voor wat voor telling dan ook. Ik weet van een kennis dat hij altijd fel geprotesteerd heeft tegen enige registratie die wijst naar zijn Indisch Nederlandse afkomst. Niet uit schaamte voor zijn voorvaderen maar omdat hij dat onzin vond en het begin van discriminatie.

    Ik denk dat de enige aantallen die je enigszins aannemelijk kan schatten die van de uittocht naar Nederland kan zijn. En dan heb je het alleen over de Indo’s die naar Nederland kwamen.

    --Je volgt
    13 februari 2009 at 3:42 pm
    dezelfde ‘tactieken of menselijke neigingen als ieder ander: selectief citeren! En hier zeer speciaal uit H. Meijers inleidng, alwaar hij zijn motivatie uit en juist kiest voor de lotgevallen en completerend en verbindende bronnen en cijfermateriaal van de Indo-Europeanen.--

    Martin, ik citeerde uit jouw citaat uit H. Meijers tekst. Toon mij de relevantie van de rest van het citaat t.a.v. het concrete karakter van de cijfers en ik zeg dat mijn citaat onvolledig was. Het feit dat iedereen wist wie Indo Europeaan was, is m.i. onvoldoende basis om te verklaren dat genoemde cijfers “hard” waren. Op 7 februari was mijn reactie op dat stukje, hier nogmaals geciteerd:

    -- “Toch wist volgens Hans Meijer een ieder in de koloniale tijd wat met het begrip Indo-Europeaan bedoeld werd.”

    Dat lijkt me een open deur. Maar het is net zoals met het begrip ‘liefde’. Iedereen begrijpt het als men het hoort, maar niemand kan het goed uitleggen. Hetzelfde geldt voor het begrip Indo-Europeaan, iedereen weet wat er bedoeld wordt, maar gaat het nu maar eens definieëren en wel zo dat je het kan tellen, quantificeren. En daar zit ‘em de kneep. –

    - Inderdaad Harry: ‘Er is overigens niets mis met interpretatie.’ “Mijn persoonlijk constateren” betekent dat ik nog geen conclusie heb getrokken. –

    Ok, maar wat zeg je concreet? Noem je getuigenverklaringen en rechtbankverslagen nu wel of niet ego-documenten? Of wacht je met die conclusie tot na het weekend?

  • Martin E. C. Roos

    Beste Harry.

    Harry Sihan Says: 12 februari 2009 at 11:34 pm “mijn vermoeden” betekent dat ik nog geen conclusie heb getrokken.

    Er is overigens niets mis met interpretatie.

    Is dat niet wat iedere academicus doet en hoort te doen? Je leest iets, neemt waar, test en je interpreteert. Over snelle conclusies gesproken…

    Ik zeg: ‘[….] in de naoorlogse periode constateer ik het volgende. Het geschreven of mondeling verhaal of getuigen kan de ervaring representeren, maar is nooit gelijk aan de ervaring. Met name in een naoorlogse situatie was het zolang het ging om beoordeling van getuigenissen van verdachten van oorlogsmisdaden: ‘gedrags-neerslagen’, niet mogelijk tot voldoende valide en intersubjectief overeenstemmende beoordelingsvariabelen te geraken.

    Inderdaad Harry: ‘Er is overigens niets mis met interpretatie.’ “Mijn persoonlijk constateren” betekent dat ik nog geen conclusie heb getrokken.

    Een rustig weekend gewenst.

    Martin.

  • Martin E. C. Roos

    dezelfde ‘tactieken of menselijke neigingen als ieder ander: selectief citeren! En hier zeer speciaal uit H. Meijers inleidng, alwaar hij zijn motivatie uit en juist kiest voor de lotgevallen en completerend en verbindende bronnen en cijfermateriaal van de Indo-Europeanen.

  • Martin E. C. Roos

    Beste Harry.

    Martin E. C. Roos Says:

    7 februari 2009 at 2:05 pm
    Indo-Europeaan.

    H. Meijer (2004) pagina 10. “De term ‘Indo-Europeaan’ was al met al in juridische zin non-existent en werd derhalve ook in juridisch opzicht niet door het koloniaal bestuur gebezigd.”
    De Indo-European blijkt dus nagenoeg onzichtbaar in de koloniale archieven. Deze uiterst heterogene, rijkgeschakeerde en diffuse groep is methodologisch eigenlijk niet af te bakenen ik volg H. Meijer. Er is een gebrek aan bronnenmateriaal. Toch wist volgens Hans Meijer eenieder in de koloniale tijd wat met het begrip Indo-Europeaan bedoeld werd. In zijn publicatie In Indië geworteld gaat het over de lotgevallen van deze in Indië gewortelde Nederlanders in Indië in de twintigste eeuw.

    Je volgt

  • Martin E. C. Roos

    Beste Harry.

    Ik snuif, blow en spuit (nog) niet. (oei, Blv. eind zestiger jaren!)

    - Overigens geef ik juist zelf aan, in mijn bovenstaande berichten, dat het mogelijk is om concrete cijfers te geven.

    “Er is een gebrek aan bronnenmateriaal (sic! -- HS).”

    Juist daarom publiceerde H. Meijer in 2004: In Indië geworteld met het accent op lotgevallen van de Indo-Europeaan: de Indische (Indo-Europese) leef- en ervaringswereld en een overvloed aan bronnenmateriaal: nieuw relevant bronnenmateriaal met relevant ‘nieuw’ gevonden cijfermateriaal. Completerend en verbindend.

    - ‘er is geen aparte registratie van Indische Nederlanders.’

    Bron: De Indische Gids 56 (1934). Van de 170.000 in Indië geboren Europeanen vinden we de volgende informatie. In 1930 was 60.000 katholiek, 85.000 protestant en 25.000 had een ander geloof of stond als niet kerkelijk geregistreerd. 25.000 katholieke Europeanen waren niet in Indië geboren. Slechts een klein gedeelte van de 60.000 katholieke Indo’s ging volgens H. Meijer (2004, pagina 150, noot 286) geregeld naar de kerk. Over hoeveel Indo’s voor het zingen de kerk uitgingen vind ik geen getuigenissen in de literatuur. Weinig lijkt me, anders waren er in 1930 niet al zoveel katholieke geregistreerde Indo’s. Meijer noemt twee bronnen de andere is de al eerder door mij gemelde Bank.
    Indisch4ever bracht Beets onder de aandacht met, zie ook hierboven, 170.000 in Indië geboren Europeanen hadden in 1930 25.000 totokouders. (H. Meijer, 401) N. Beets heeft ons verder op weg geholpen met: ZWO-vooronderzoek naar de levensloop van oud-krijgsgevangenen uit de Pacific-oorlog 1941-1945 tot op heden en een andere publicatie. (1981)

  • http://wwww.durussedjustus.wordpress.com Harry Sihan

    Beste Martin,

    Het zijn getuigenverklaringen, verklaringen, een verhoor, zeg maar. Een verhoor kan je geen ego-document noemen. Ik zie trouwens nog steeds niet waarom een ego-document geen bron kan zijn. Het ligt er aan hoe het wordt gebruikt.

    “Bij de Nagashima Shobo-uitgeverij is in 1957 een boek uitgegeven over de Japanse oorlogsmisdadigers, militairen van alle rangen: Shi to Eiko (Dood en Roem). Het waren eveneens zeer persoonlijke getuigenissen over dezelfde periode die D. van Velden in haar proefschrift beschrijft. (Mijn exemplaar 4e druk 1985, is helaas ernstig beschadigd en verre van compleet. Ik heb een nieuwe 4e druk(1985) besteld). Prof. dr. H. van Straelen S.V.D., in leven hoogleraar aan de Nanzan-universiteit te Nagoya concludeerde het volgende na lezen van Shi to Eiko vol getuigenissen. De titel ‘Dood en Roem’ verklaart zich zelf. Ze stierven eervol, althans in hun eigen ogen en ook in de ogen van hun families en wellicht in die van sommige lezers. ’Ieder geloofde dat zijn straf onrechtvaardig was.’ (1, pagina 145) En leken geen berouw te tonen en er ‘(te)vrede’ met hun leven te hebben (en te zijn).”

    Ik zie het verband niet tussen het Japanse boek en de getuigenissen in de bijlagen van D. van Velden. Er zijn overigens weinig mensen die zullen zeggen dat ze fout hebben gehandeld. Ik noem een Westerling. Voor dergelijke mensen was wat ze deden niet fout maar iets wat de situatie vereiste. Ik heb daarom bewondering voor generaal Yamashita Tomoyuki, die als oorlogsmisdadiger is veroordeeld en opgehangen door McArthur voor oorlosgsmisdaden gepleegd door elementen van de marine die nominaal onder zijn commando stonden. Het proces tegen hem werd een “legalized lynching” genoemd door een opperrechter van de Supreme Court. (Potter Deane, The Life and Death of a Japanese General, 1963) Toen zijn ondergeschikten er op aandrongen om zelfmoord te plegen zei hij dat er dan iemand anders er voor zou opdraaien. Geeft trouwens ook te denken over de kwalificatie “ oorlogsmisdadiger”. Zeker als men de processen tegen genoemde Yamashita en Honma bekijkt.
    Toch opmerkelijk dat de dissertatie 23 jaar na de promotie nog steeds herdrukt werd. Ik kan me overigens niet voorstellen dat de bladzij volgorde in iedere druk hetzelfd blijft. Als het maar door de toevoeging van een voorwoord bij iedere herdruk. Nog steeds blz 6. in 1985?

    “Bij het waarnemen/ ervaren en opschrijven van mondeling getuigen van oorlogsmisdaden verdachte Japanners, in de naoorlogse periode constateer ik het volgende. Het geschreven of mondeling verhaal of getuigen kan de ervaring representeren, maar is nooit gelijk aan de ervaring. Levens-situaties van oorlogsmisdaden verdachte Japanners lijken me heel ondoorzichtig en heel complex en heel ‘sociaal onaangepast’ voor de betrokkenen, bijvoorbeeld in de kampen en ‘heel aangepast’ met betrekking tot de eigen groep Japanners. Naast criteria uit de sfeer van het eigen beleven (bijvoorbeeld vrede met zich zelf, zie boven) en objectieve gedrags-criteria ( bijvoorbeeld (wan)prestaties in de interneringskampen, NIOD Indisch Archief) hebben we hier criteria van het type beoordeling-door-derden nodig. Vergelijk bijvoorbeeld, uit de jaren 1958 en 1959 Fiedler, Hutchins en Dodge.
    We willen namelijk uitdrukkelijk weten, niet hoe iemand is, maar hoe hij wordt beoordeeld. Met modernere beoordelingsprocedures (we zien bij van Velden -- in alle drukken -- verhoren en rechtszaken en beoordelingsprocedures die relatief kort na de oorlog plaatsvonden) waarbij lijkt mij o.a. betrouwbaarheid en intersubjectiviteit niet altijd correct onder controle werden gehouden. Met name in een naoorlogse situatie was het zolang het ging om beoordeling van getuigenissen van verdachten van oorlogsmisdaden: ‘gedrags-neerslagen’, niet mogelijk tot voldoende valide en intersubjectief overeenstemmende beoordelingsvariabelen te geraken.
    Essentieel, bij eigentijds beoordelen, is dat de beoordelaars geen andere belangen hebben en dat er meerdere, onafhankelijke beoordelaars zijn.”
    Wat wil je nu zeggen? In de bijlagen worden getuigenissen van de personen in het kader van rechtszaken weergegeven. Ze dienden om tot een mogelijke verklaring van het Japanse handelen te komen . Geen waardeoordeel. Van Velden is neutraal en objectief in haar beschrijving van de internering. Dat is voor iemand die een berucht Japans interneringskamp persoonlijk en als volwassene heeft meegemaakt op z’n minst opmerkelijk te noemen. Van. Iets wat ik niet kan zeggen voor latere “nieuwe inzichten” die eerder aan mythevorming zijn gelieerd dan waarheidsvinding.
    De getuigenissen in de bijlagen vormen een klein deel van de bijlagen. Er zijn ook vertaalde Japanse kampreglementen en toespraken van Japanse militairen, een stuk uit het logboek van een interneringskamp in Taiwan, instructies van hogerhand. Ego-documenten? Straks ga je de procesverslagen van het IMTFE ook nog ego-documenten noemen of trek je ze in twijfel omdat er geen meerdere, onafhankelijke beoordelaars waren. Zou trouwens ten goede zijn gekomen voor die processen als er daarvan veel meer waren geweest.

    “ -- Joop. Algemeen menselijke neigingen, zoals een andere visie of een bevestiging of een andere interpretatie van pagina 18 van E. Captain, zal ik de volgende keer als ik Joop zie bespreken.”

    Ik ga haar zelf lezen.

    - De recente cijfers van Indo-Europeanen door H. Meijer (2004) met bronnen en argumenten gegeven, blijven voor mij reëel en relevant in de discussie. Een juiste aandacht geven blijft voor mij essentieel. De cijfers van H. Meijer zijn geen nattevingerwerk.
    Misschien zijn de bronnen gegeven maar niet hier. De argumenten vind ik niet onvoldoende omdat ze steunen op ongefundeerde dan wel niet verklaarde aannames. Overigens geef je ze je zelf aan dat het onmogelijk is om concrete cijfers te geven:

    “ Martin E. C. Roos Says:
    7 februari 2009 at 2:05 pm
    Indo-Europeaan.
    Meijer (2004) pagina 10. “De term ‘Indo-Europeaan’ was al met al in juridische zin non-existent en werd derhalve ook in juridisch opzicht niet door het koloniaal bestuur gebezigd.”
    De Indo-European blijkt dus nagenoeg onzichtbaar in de koloniale archieven. Deze uiterst heterogene, rijkgeschakeerde en diffuse groep is methodologisch eigenlijk niet af te bakenen ik volg H. Meijer. Er is een gebrek aan bronnenmateriaal (sic! -- HS).”

    Maar dat is niet nieuw. Lou de Jong kwam zelf al tot die conclusie. Zie mijn posting van gisteren. Zonder een concreet uitgangspunt blijft het natte vingerwerk.

    “ -- Kan-wel? Dus Mas Rob en Harry Sihan zijn een en dezelfde persoon?”

    Ik weet niet wat je rookt of snuift maar ik kan je verzekeren dat ik geen last heb van een multiple-personality- syndrome.

  • Martin E. C. Roos

    Beste Harry,

    ‘[… en bevatten vertalingen van relevante Japanse documenten. We vinden daar gedeeltes van getuigenissen van oorlogsmisdaden verdachte Japanners.’ Alweer egodocumenten, toch?

    Nee Martin, niet in dit geval. Het zijn getuigenissen afgenomen tijdens verhoren en rechtszaken. Het loont toch de moeite om het boek eens te lezen en liefst zo nauwkeurig mogelijk.

    Bij de Nagashima Shobo-uitgeverij is in 1957 een boek uitgegeven over de Japanse oorlogsmisdadigers, militairen van alle rangen: Shi to Eiko (Dood en Roem). Het waren eveneens zeer persoonlijke getuigenissen over dezelfde periode die D. van Velden in haar proefschrift beschrijft. (Mijn exemplaar 4e druk 1985, is helaas ernstig beschadigd en verre van compleet. Ik heb een nieuwe 4e druk(1985) besteld).
    Prof. dr. H. van Straelen S.V.D., in leven hoogleraar aan de Nanzan-universiteit te Nagoya concludeerde het volgende na lezen van Shi to Eiko vol getuigenissen. De titel ‘Dood en Roem’ verklaart zich zelf. Ze stierven eervol, althans in hun eigen ogen en ook in de ogen van hun families en wellicht in die van sommige lezers. ’Ieder geloofde dat zijn straf onrechtvaardig was.’ (1, pagina 145) En leken geen berouw te tonen en er ‘(te)vrede’ met hun leven te hebben (en te zijn).

    Bij het waarnemen/ ervaren en opschrijven van mondeling getuigen van oorlogsmisdaden verdachte Japanners, in de naoorlogse periode constateer ik het volgende. Het geschreven of mondeling verhaal of getuigen kan de ervaring representeren, maar is nooit gelijk aan de ervaring. Levens-situaties van oorlogsmisdaden verdachte Japanners lijken me heel ondoorzichtig en heel complex en heel ‘sociaal onaangepast’ voor de betrokkenen, bijvoorbeeld in de kampen en ‘heel aangepast’ met betrekking tot de eigen groep Japanners. Naast criteria uit de sfeer van het eigen beleven (bijvoorbeeld vrede met zich zelf, zie boven) en objectieve gedrags-criteria ( bijvoorbeeld (wan)prestaties in de interneringskampen, NIOD Indisch Archief) hebben we hier criteria van het type beoordeling-door-derden nodig. Vergelijk bijvoorbeeld, uit de jaren 1958 en 1959 Fiedler, Hutchins en Dodge.
    We willen namelijk uitdrukkelijk weten, niet hoe iemand is, maar hoe hij wordt beoordeeld. Met modernere beoordelingsprocedures (we zien bij van Velden - in alle drukken - verhoren en rechtszaken en beoordelingsprocedures die relatief kort na de oorlog plaatsvonden) waarbij lijkt mij o.a. betrouwbaarheid en intersubjectiviteit niet altijd correct onder controle werden gehouden. Met name in een naoorlogse situatie was het zolang het ging om beoordeling van getuigenissen van verdachten van oorlogsmisdaden: ‘gedrags-neerslagen’, niet mogelijk tot voldoende valide en intersubjectief overeenstemmende beoordelingsvariabelen te geraken.
    Essentieel, bij eigentijds beoordelen, is dat de beoordelaars geen andere belangen hebben en dat er meerdere, onafhankelijke beoordelaars zijn.

    - Joop. Algemeen menselijke neigingen, zoals een andere visie of een bevestiging of een andere interpretatie van pagina 18 van E. Captain, zal ik de volgende keer als ik Joop zie bespreken.

    - De recente cijfers van Indo-Europeanen door H. Meijer (2004) met bronnen en argumenten gegeven, blijven voor mij reëel en relevant in de discussie. Een juiste aandacht geven blijft voor mij essentieel. De cijfers van H. Meijer zijn geen nattevingerwerk. Ik ben het gedeeltelijk eens met Indisch4ever ‘[..] alle schattingen verwerpen is zinloos’ met de volgende aanvulling, de recente cijfers van Indo-Europeanen door H. Meijer (2004) met bronnen en argumenten gegeven, blijven voor mij reëel en relevant in de discussie. ‘Al met al lijkt het erop dat het aantal (Indo-)Europese burgergeïnterneerden groter is geweest dan het aantal van 80.000 die tot nu toe altijd gehanteerd is’, deelt H. Meijer (2004, pagina 222) ons mee, zijn bron heb ik eerder gemeld. E. Touwen-Brouwsma in P.J. Drooglever (red), Indisch Intermezzo (1991). Vanaf pagina 61 wordt de Japanse bezettingspolitiek ten aanzien van de Nederlanders en, lees ik, Indo- Europeanen aan de orde gesteld. Met verwijzing naar literatuur, o.a. van B. Roos, Kan-niet is dood. Kinderjaren in een Jappenkamp, Amsterdam 1989, wordt ons doorgegeven dat veel Indo-Europese jongemannen, maar ook oudere Indo-Europese mannen en Indo-Europese vrouwen in 1945 werden opgepakt en gevangengezet of alsnog geïnterneerd.

    - Kan-wel? Dus Mas Rob en Harry Sihan zijn een en dezelfde persoon?

    1 Een egodocument: Aziatisch Dagboek, 1959.

  • http://www.durussedjustus.wordpress.com Harry Sihan

    O, Peter het moet zijn: contemporain en niet contemporair. Het is ook ijkpunt. Niet eikpunt.

  • http://www.durussedjustus.wordpress.com Harry Sihan

    “ik vind dat typerend voor jou dat je plots de weg inslaat van “wetenschappelijk”, weer een ander topic, kan je niet op een topic voorborduren, misschien worden we dan wat wijzer. Als je nou al die mooie definities, wel “operational meaning” (1927 PW Bridgman)want “contemporair” begrijp ik niet, op jezelf toepast, ongeacht of het uit Wikipedia komt. “Wikipedia is as accurate on science”, wat is science dan eigenlijk als jij niets over wetenschap wil weten, je spreekt je hier tegen, het blijft nog steeds warrig, hoor Harry.”

    Lezen blijft moeilijk, nietwaar? Ik heb niet gesteld dat ik niets van “wetenschappelijk” wil weten.Ik heb op jouw afschrijven van Wikipedia gereageerd en met het citaat proberen aan te tonen dat Wikipedia hoger wordt aangeslagen dan jij doet voorkomen. Het is jammer dat je de samenhang en de lijn niet kan of wil volgen.

    “Je vermijdt (toch typisch) nog steeds die vraag over van Velden, waar daar ging de discussie om. ”

    Lees mijn citaten uit L. de Jong hier en mijn antwoorden op Martin. Ik ga ze hier niet nog eens herhalen.

    “Ik kan best aangeven waar jij de bronnen van MECR en mij naar de vuilnisbelt wijst omdat je de boeken niet gelezen heb, maar dat is zelfs in “methoden van onderzoek” geen argument.”

    Weer lezen. Ik heb de bronnen niet naar de vuilnisbelt verwezen, ik jheb ouw vermogen ze correct te lezen in twijfel getrokken. Zie mijn opmerkingen over de L. de Jong en de cijfers. Maar ik krijg langzamerhand het idee dat je oost indisch dyslectisch bent. Je leest wat je wilt lezen blijkbaar.

  • http://www.durussedjustus.wordpress.com Harry Sihan

    “Martin E. C. Roos Says:

    12 februari 2009 at 2:29 pm
    MasRob een synoniem!
    - Fileermes?. ‘[…]Harry (Sihan, ook een synoniem?) weet waarover hij het heeft.’
    Het blijkt roepen in de woestijn te zijn. Ik blijf Peter van den Broek (geen synoniem!) volgen in zijn: ‘Ga nou eens in op de argumenten en niet lukraak (vage of oude, MECR ook geen synoniem) bronnen aanhalen.”

    Harry Sihan staat in mijn paspoort, je mag aannemen dat het geen pseudoniem(sic) is. Niet dat het er toe doet. Ik ben in gegaan op de argumenten. Het is alleen jammer dat er niet op de mijne wordt ingegaan. Nog eens op een rijtje:

    De cijfers van Indische-Nederlanders of Indo-Europeanen op basis waarvan Peter eist dat er speciale aandacht wordt gegeven aan genoemde groep in de film “Het jaar 2602”.
    Ik heb aangegeven dat de genoemde cijfers niet betrouwbaar zijn. Mijn stelling rust op twee pijlers:
    1. er is geen aparte registratie van Indische Nederlanders.
    2. De Japanse cijfers waarop De Jong zich baseert zijn eveneens niet betrouwbaar. Daartoe droeg ik aan Van Velden (die men eerste instantie niet kende, wegwuifde en vervolgens een standaard werk noemde voor het “Euro-c.q. Neerlandocentrische perspectief “. Daar proef ik toch iets denigrerends in. Ik vraag me dan af voor welk perspectief L. de Jong geschreven heeft. Niet voor het “Euro-c.q. Neerlandocentrische perspectief “ lijkt me, gezien het vele verwijzen naar zijn werk.) en Jan Bouwer. Volgens Lou “… het meest belangrijke ego-document dat uit de gehele periode van de Japanse bezetting bewaard is gebleven”.

    Ten tweede, heb ik betoogd dat Indische Nederlanders toch Nederlanders zijn en in wezen een van de varianten van het Nederlanderdom is. Dus waarom zou daar speciaal aandacht aan geschonken moeten worden en niet tevens aan een andere soort Nederlander die ook in de kampen hebben gezeten?

    Ten derde, de makers hebben aangegeven niet te pretenderen een representatieve doorsnee van de kampbevolking te geven. Zie de site.

    Op bovenstaande stellingen en argumenten is niet ingegaan. Ik heb daarentegen wel zoveel mogelijk antwoord gegeven.

    “Martin E. C. Roos Says:

    12 februari 2009 at 2:29 pm
    (…) ‘Ieder heeft gekozen wat hem of haar het belangrijkst voorkwam en geeft er zijn of haar persoonlijke visie op.’ pagina 6. (van Velden,1963.)”

    Het is wel zo netjes om volledig te citeren. Of geldt dat alleen voor het Neerlandocentrische perspectief? De zin die erachter aan komt is wel belangrijk.

    “… De verschillende boeken vullen elkaar aan en geven zo een vrij volledig beeld van de oorlog en het kampleven, zoals die door een gewoon burger wordt ervaren.”

    Overigens, Martin, hoe verklaar je de discrepantie tussen jouw citaat uit het werk van E. Captain en de perceptie van Joop van den Berg. Jij citeert:

    ‘Stemming, karakter en milieu van de schrijver zijn te bepalend in wat hij opschrijft en hoe hij het opschrijft.’[ E. Captain, Achter het kawat was Nederland,,pagina 18]

    Joop stelt:

    Dora van Velden was destijds nogal terughoudend over het raadplegen van zulke sterk persoonsgerichte bronnen. Captain laat echter duidelijk zien dat ook met zulke ‘beperkte’ bronnen een waarheidsgetrouw en overtuigend beeld kan worden opgeroepen.“…

    ‘[…]mede aan de hand van relevante literatuur van ter zake deskundigen.’ Mogen we van Harry optekenen. Hij meldt ons niet het jaartal 1963, meer dan 45 jaar geleden. Eveneens meldt hij over het proefschrift van van Velden (1963) : ‘ [… en bevatten vertalingen van relevante Japanse documenten. We vinden daar gedeeltes van getuigenissen van oorlogsmisdaden verdachte Japanners.’ Alweer egodocumenten, toch?

    Nee Martin, niet in dit geval. Het zijn getuigenissen afgenomen tijdens verhoren en rechtszaken. Het loont toch de moeite om het boek eens te lezen en liefst zo nauwkeurig mogelijk. Ik kan me niet helemaal aan de indruk onttrekken (zie het citaat uit Van Velden, waarvan ik het ernstige vermoeden hen dat je die uit mijn posting hebt gehaald) dat je dat toch niet helemaal zuiver doet. Of ga je me vertellen dat het genoemde citaat in de druk van 1963 ook op blz. 6 staat? Mijn citaat komt uit de druk van 1977 voor op blz. 6, namelijk. Ik heb het jaartal niet gemeld, maar schreef wel op 6 februari:
    Van Velden schreef haar dissertatie waarop ze promoveerde in de jaren zestig van de vorige eeuw.(...) "
    Een kwestie van lezen dus.

    "Zelf begint hij te melden en te erkennen (?) dat (zie zijn bijdrage over Joop) '[..] sindsdien (1963) zijn er enige honderden nieuwe publicaties bijgekomen met nieuwe bronnen en nieuwe inzichten.’”

    Maar Joop heeft daarmee Van Velden niet gediskwalificeerd. Zoals je zelf bevestigt, ondanks je enigszins denigrerende kwalificatie:

    ” Natuurlijk blijft het proefschrift van D. van Velden een standaardwerk met name voor: zij die het Euro-c.q. Neerlandocentrische perspectief als uitgangspunt nemen”

    Misschien dat er nu wel op mijn argumenten wordt ingegaan?

  • Peter van den Broek

    Hé Harry

    ik vind dat typerend voor jou dat je plots de weg inslaat van “wetenschappelijk”, weer een ander topic, kan je niet op een topic voorborduren, misschien worden we dan wat wijzer. Als je nou al die mooie definities, wel “operational meaning” (1927 PW Bridgman)want “contemporair” begrijp ik niet, op jezelf toepast, ongeacht of het uit Wikipedia komt. “Wikipedia is as accurate on science”, wat is science dan eigenlijk als jij niets over wetenschap wil weten, je spreekt je hier tegen, het blijft nog steeds warrig, hoor Harry.

    Je vermijdt (toch typisch) nog steeds die vraag over van Velden, waar daar ging de discussie om. Ik kan best aangeven waar jij de bronnen van MECR en mij naar de vuilnisbelt wijst omdat je de boeken niet gelezen heb, maar dat is zelfs in “methoden van onderzoek” geen argument. Mas Rob verwijst zelf naar de Masterscriptie van vdHoek en dat was een Eye-opener voor mij, weer iets geleerd, ik heb het met genoegen gelezen, Daar wordt het beeld voor mij over Van der Velden bijgesteld. Dat is top, Mas Rob, dat heb ik bij jou Harry helemaal niet.

    Ik ben dus best in andermans mening ben geinteresseerd als het de discussie vooruit breng. je haalt als bron voor contemporair aan … (de Nederlands Indische autoriteiten bij voorkeur) onder het hoofdje Indo Europeanen of Indische Nederlander plaatst en hoe,wat en wanneer ze zijn geteld.(…). Nu weet je van te voren dat zo’n doc niet bestaat want in Indie werd zo’n registratie op basis van etniciteit niet gemaakt. Moet ik dit als onzin betitelen of moet ik de volgende redenering volgen: alles is waar totdat het tegendeel bewezen wordt (Klant, spelregels voor economen 1979). Lees dat boek maar,verifcatie en falsificatie.

    En het gebruik van romans in de waarheidsvinding, zie ook de link van Mas Rob, zeer interessant

  • http://www.durussedjustus.wordpress.com Harry Sihan

    “Peter van den Broek Says:
    7 februari 2009 at 6:07 pm
    Lou de Jong verwerpt in zijn Koninkrijk XI ander cijfers omdat die louter “schattingen” zijn, we zijn dus in 1985 en Harry haalt nog steeds zijn schattingen van 1965 van Van Velden aan en waar die op basis waarvan en met welke methodiek en welke definitie zijn cijfers mag halen mag Joost weten aan.
    In de door mij geraadpleegde boeken komt die “Van Velden” als bron literatuur helemaal niet voor want de bron is wel erg gedateerd en achterhaald.”

    Peter, in zijn Koninkrijk der Nederlanden in de Tweede Wereldoorlog, deel Iib (tweede helft), ’s Gravenhage, 1985, blz.844, schrijft Lou:

    (…) – echter: uit die periode daterende authentieke stukken zijn nauwelijks bewaard gebleven, een wetenschappelijke studie als die welke dr. van Velden aan de geïnteneerden wijdde, ontbreekt en de gepubliceerde historische getuigenissen welke uit de groep zelf zijn voortgekomen, zijn gering in aantal.
    Lou is het toch niet met je eens wat betreft de waarde van de dissertatie van Van Velden.

    “Peter van den Broek Says:
    12 februari 2009 at 10:49 am
    Maar Harry waar blijf dat commentaar over Van Velden, (…)”

    Zie Lou hierboven. Als hij het wetenschappelijke studie noemt, hoef ik toch niet nog eens haar onderzoeksmethoden uit te leggen. Toch?

    “Je moet niet vergeten dat je op basis van 1 boek Lou de Jong schaakmat zet. Dan moet je niet vergeten dat zelf Ralph Boekholt in zijn gele boek, “De Staat, Dr L. de Jong en Indie” dit cijfer op basis van dat rapportje weet je wel, niet ter discussie stelt en hij heeft veel ter discussie gestelt.”

    Ik heb Lou nu zelf maar geraadpleegd. Boek Iib (tweede helft) blz. 844

    “Een eerste algemene moeilijkheid is al dat aan wat wij te schrijven hebben, elke vaste statistische grondslag ontbreekt. De Nederlanders en de Indische Nederlanders behoorden in Indië officieel tot een-en-dezelfde bevolkingsgroep: de Europeanen. Tussen Nederladers en Indische Nederlanders, die allen eenzelfde nationaliteit hadden: de Nederlandse, maakten de rechtsregels geen onderscheid – de statistiek deed dat dus evenmin. Daardoor èn door het feit dat in 1940 geen volkstelling gehouden werd, is niet nauwkeurig bekend, hoeveel Nederlanders en hoeveel Indische Nederlanders er bij het begin van de Japanse bezetting in Indië woonden. In ons vorige deel vermeldden wij (niet zonder aarzeling!): ca. tachtigduizend Nederlanders, ruim tweehonderdduizend Indische Nederlanders. Dat waren schattingen – men heeft voor de Indische Nederlanders ook wel aanzienlijk hogere cijfers genoemd en aangezien wij bij de voorbereiding van dit deel het gegeven ontdekten dat volgens een Japans rapport in ’44 op Java ca. tweehonderdduizend Indische Nederlanders niet geïnterneerd waren, zouden wij er nu van willen uitgaan dat er ten tijde va de komst der Japanners in heel Indië ca. tweehonderd tachtigduizend Indische Nederlanders waren.”

    M.a.w. Lou gokte er ook maar naar. Wat betreft die Japanse registratie, daarover vond ik een interessant stukje in de onder auspiciën van de Stichting Indië in de Tweede Wereldoorlog publicatie, Brugmans, I.J. e.a., Nederlandsch-Indië onder Japanse bezetting; Gegevens en documenten over de jaren 1942-1945, T. Wever, Franeker, 3e druk, blz.141:

    ( 33. Uit het verslag van een ontvluchte Nederlandse officier, Australië, medio 1942. Eng. I.C. 004839/4338
    (…) Alle Europeanen waren verplicht zich te laten registreren; in de grote steden bij het gemeentebestuur, in andere plaatsen bij de inheemse assistent-districtshoofden. Zij die zich laten registreren, verplichten zich tot gehoorzaamheid aan het Japanse leger dat op zijn beurt de geregistreerde personen bescherming garandeert. Hiervoor moeten mannen f 150.- en vrouwen f 100.- betalen (een noot geeft aan: in feite f 80,- -HS). Ofschoon deze registratie verplicht was, meldden vele personen zich niet: uit gebrek aan geld of omdat zij geen vertrouwen hadden in de belegging.

    Peter, heb je toevallig een andere Lou de Jong gelezen?

  • http://www.durussedjustus.wordpress.com Harry Sihan

    “Peter van den Broek Says:

    12 februari 2009 at 10:34 am

    je haalt dus een bron aan, een krant en Joop van den Berg, ik wist niet dat hij historicus was. “

    Historici en andere academici raadplegen voor hun onderzoek wel vaker een krant. Er is daar dus niets mis mee. En of Joop historicus is weet ik ook niet. Lijkt me ook niet relevant. Ik ga er van uit dat hij terzake deskundig is. Al is het vanwege het simpele feit dat een krant als Trouw zijn recensie plaatst. En zit hij er naast dan zal er een weerwoord zijn. Het lijkt me dat het belangrijker is dat je op het argument/stelling in gaat i.p.v. telkens met “wetenschappelijk” en titels als “historicus” te gaan schermen alsof dat een soort keurmerk is. Als een groenteboer zegt dat Caesar de Galliërs heeft verslagen is dat niet meer of minder waar dan een dergelijke uitspraak van een doctor of drs. Ik zou zeggen, als je het niet eens bent met zijn recensie, schrijf een weerwoord.

    “Peter van den Broek Says:

    12 februari 2009 at 10:49 am

    (…)die je nog moet verifieren en je vergelijkt een (1)krantenartikel met een boek dat Martin gelezen heeft, op basis daarvan trek je even snel de conclusie dat al onze argumenten interpretaties zijn, vind ik wel heel knap hoor, weliswaar niet wetenschappelijk als…dan…. (causaliteit) (…)”

    Peter, het is een kwestie van lezen. Ik schreef:

    “Dat versterkt mijn vermoeden dat de door Martin genoemde bronnen goed zijn maar dat het aan de interpretatie ernstig schort. Gezien de reacties op mijn postings zou het me eigenlijk niet moeten verbazen. Ik ga die boeken natuurlijk zelf lezen.”

    “mijn vermoeden” betekent dat ik nog geen conclusie heb getrokken. Er is overigens niets mis met interpretatie. Is dat niet wat iedere academicus doet en hoort te doen? Je leest iets, neemt waar, test en je interpreteert. Over snelle conclusies gesproken…

    Mas Rob, dank voor de complimenten.

  • http://www.durussedjustus.wordpress.com Harry Sihan

    “Peter van den Broek Says:

    12 februari 2009 at 9:39 am
    En je antwoord is meestal een jij-bak. En hoe vaak kom je met Wikipedia aandragen(ik wel even gaan tellen) of met wat romans (sic) komt leuren terwijl de anderen in de discussie vaak de historische boeken wel gelezen hebben, vind ik dat een merkwaardige manier van redeneren, ik zal de volgende keer de Winkler Prins als tegenhanger erbij halen als, met zoiets ga je toch ook niet dicussieren .”

    De term “jij-bak” kan ik niet plaatsen. Wat betreft het gebruik van Wikipedia zie boven. En wat betreft de door mij genoemde romans: de vraag is wil je het echt weten? Anders gesteld, bij jij echt geïnteresseerd in wat ik te berde breng? Zo nee, dan is de hele discussie, wetenschappelijk of niet, zinloos. Zo ja, dan wijs ik je op de context waarin ik de romans noemde. Ik gaf daar mee aan dat ik(!), d.w.z. mijn mening, die meneer Reese niet als terzake deskundige zie en hem, wellicht wat villein, associeer met charlatans als Behr, Goetz en Brouwers als het gaat over Japan in WO II. De laatst genoemden zijn als vals ontmaskerd en de beschrijving over de kempeitai die aan Reese wordt toegescheven de zelfde manier van presenteren heeft als genoemde charlatans: het reproduceren van oude oorlogspropaganda het continueren van mythes. Ik wil hier mijn ongelijk bewezen zien als men mij naar betere geloofsbrieven van deze meneer kan wijzen. Liefst een stukje door hemzelf geschreven tekst over het specifieke onderwerp. Er is overigens niks mis met de Winkler Prins.

    “En dan die zinspreuk “oorspronkelijke onbetwiste registratie”. ik zit nog steeds op een verklaring te wachten want dat soort registratie is voor jou het eikpunt van de discussie,maar wat je er onder verstaat laat mij tot nu toe in het volledig duister. Vragen naar definitie is een onderdeel van wetenschap.”

    1. Harry Sihan Says:

    11 februari 2009 at 3:39 pm
    (…)Een bron in deze is een liefst contemporain document waarin aangegeven staat wie men (de Nederlands Indische autoriteiten bij voorkeur) onder het hoofdje Indo Europeanen of Indische Nederlander plaatst en hoe,wat en wanneer ze zijn geteld.(…)
    1. Harry Sihan Says:

    6 februari 2009 at 11:54 pm
    (…) Een kom nou weer niet met een ander noten apparaat tenzijn daarin staat in register A te B is mooie lijst met mensen van Indo-Europese afkomst geteld op zus en zo manier in zus en zo periode op die en die plek.(…)

    Het is een kwestie van lezen of willen lezen.

  • http://www.durussedjustus.wordpress.com Harry Sihan

    Het is raar,of zo je wilt, curieus, om op een discussie als deze met zoveel nadruk het predikaat “wetenschappelijk” te willen plakken. Want wat wil dat zeggen? Dat er een hogere waarheid wordt onthuld? Of dat het gestelde een goedkeuringstempel krijgt? Het gaat in een discussie om verschillende inzichten en meningen die, als het goed is, met valide argumenten worden onderbouwd. Die argumenten kunnen gesteund, onderstreept worden of meer overtuigingskracht krijgen d.m.v. boeken, opinies van gezaghebbende mensen (hoeven niet persé “wetenschappers” te zijn, kunnen ook ter zake deskundigen zijn, en zelfs ervaringsdeskundigen), documenten van allerlei aard, ja zelfs romans. In wezen niet veel anders dan een wetenschappelijke discussie, maar dan zonder de gestrengheid van een forum of fora van academici en de eisen die daarmee samenhangen. Zelfs in de academica, zeker waar het de alfa wetenschappen betreft, wordt regelmatig verwezen naar “onwetenschappelijke” bronnen. Het gaat om ratio, de kracht of logica van de argumenten waarheidsvinding. Uiteindelijk is het doel van de discussie, wetenschappelijk of niet, om het intellect te oefenen, informatie uitwisselen en je aan het denken te zetten. De eerste wetenschappelijke methode die me is bijgebracht is eerst de belangrijkste vraag die er bestaat te stellen: is het wel zo? Het standpunt: als het niet wetenschappelijk is, is het niet waar, is een onwetenschappelijke. Het is een religieuze, of liever een sektarisch standpunt. Is niet het belangrijkste credo: alles is waar totdat het gefalsifieerd wordt?

    “Martin E. C. Roos Says:
    12 februari 2009 at 10:31 am Bron: NIOD
    Toegangsnummer: 400
    Archieftitel: Indische Collectie en Archief van de Indische afdeling van het Rijksinstituut voor
    Oorlogsdocumentatie”

    Ik ga er van uit dat dit verband houdt met de discussie of de kempeitai wel of niet een geheime politie kan noemen. Ik ben van mening dat de kempeitai dat niet was. Ik begrijp dat het heel verleidelijk is om ze zo te noemen. Met name als men imperialistisch Japan als een oosterse filiaal van das Dritte Reich wil neerzetten. De kempeitai is immers het Japanse equivalent van de Gestapo. Het was inderdaad zo dat alles wat de Gestapo deed de kempeitai ook deed. Zeker tegen het einde van de oorlog toen de sabotage in Nederlands Indië en de weerzin van de Indonesiërs tegen de Japanners toenamen paste met name de Java kempeitai een beleid toe dat op veel punten leek op die van de Gestapo of iedere andere geheime politie in een dictatoriale staat. Er zijn een paar grote verschillen: de kempeitai was hierin veel minder effectief in dan de Gestapo (ze waren er tenslotte niet voor opgeleid) en ze deden veel meer dan de Gestapo. Zo traden ze op tegen oproer en kleine opstanden als een militaire eenheid. Ze deden ook erewacht diensten bij ontvangst van hoogwaardigheidsbekleders en reguliere politietaken. Met het laatste bedoel ik dat ook de gewone burger een aangifte kon doen over b.v. het gedrag van Japanse soldaten. M.a.w. orde handhaving op straat was een hoofdtaak. Dat was het naar mijn mening niet van de Gestapo of enig andere geheime dienst. Bovendien vielen, afhankelijk van hun stationering of opdracht, onder verschillende ministeries: ministerie van binnenlandse zaken, Justitie, oorlog en soms zelfs onder de marine. Hoewel de laatsten hun eigen versie van de kempeitai hadden: de tokeitai. De laatsten konden nog bruter optreden dan de kempei en werden in Indonesië geassocieerd met het ronselen van vrouwen voor de bordelen.

    “Peter van den Broek Says:

    12 februari 2009 at 9:12 am
    Ik heb zelf ook Wikipedia gebruikt voor de “Gestapo”, zoal gezegt,omdat ik het boek over de SS in NL heb laten liggen. Wikipedia heeft geen wetenschappelijke noch verklarende waarde. Het is wel gemakkelijk bij het opzoeken maar ook gemak is geen wetenschappelijk uitgangspunt”
    Daar zijn de meningen dus over verdeeld:

    The free online resource Wikipedia is about as accurate on science as the Encyclopedia Britannica, a study shows.
    The British journal Nature examined a range of scientific entries on both works of reference and found few differences in accuracy
    http://news.bbc.co.uk/1/hi/technology/4530930.stm

    Het is weliswaar uit 2005, maar zover ik weet en ik sta open voor correctie, is dit nog steeds het geval of in op een nog hogere kwaliteitsstandaard gebracht.

    Je kan natuurlijk altijd roepen dat de Britannica niet wetenschappelijk is.

  • http://indisch4ever.web-log.nl/ Indisch4ever

    De stichting verfilming japanse burgerkampen pretendeert juiste informatie te geven over de burgerkampen.. Ze willen een leemte vullen, een systematisch vergeten van deze periode in de Nederlandse samenleving doorbreken.
    Prima streven, maar doe het dan ook goed … en verval niet opnieuw in het hollandocentrisch geschiedschrijven door eveneens een belangrijke groep te vergeten..

    Mas Rob schrijft dat de vinger op de tekortkoming leggen niet hoeft.(indo’s vergeten) De term koloniale gevoeligheid is ietwat verbloemend ..met dat K-woordje suggereer je dat iets verwerpelijk is of uit de tijd. Toch niet hoor…. het vergeten ,niet erkennen en niet herkennen van indo’s is nog steeds actueel.
    Zie: http://indisch4ever.web-log.nl/indisch4ever/2008/10/cbs-en-indisch.html

    Nu denk ik dat die journalist van het Reformatorisch Dagblad http://www.refdag.nl/artikel/1384718/Canon+doet+geen+recht+aan+leed+door+Japanners.html het verhaal van van der Dussen, vz van de stichting, in zijn eigen woorden heeft vertaald. Liever had ik een letterlijk citaat gelezen. De voorzitter had het dus niet over de powkampen (niet te lezen in artikel, wel te begrijpen uit de context) Ik zou wel willen weten of hij daadwerkelijk zei over de burgerkampen dat er NIET of BIJNA NIET indo’s waren ?
    Met beide mogelijkheden: Zo ja… foei..shame on him… In één betoog Nederland verwijten Nederlanders oversea te vergeten en tegelijk zelf een meerderheid van die groep vergeten of een beetje vergeten.. Of zei de voorzitter het wat genuanceerder ?

    Hoeveel Indo-europeanen waren er nu werkelijk in de burgerkampen?
    Hoeveel Indo-europeanen, verbonden met de Nederlandse gemeenschap, waren er nu echt per 1 jan 1942 ? Je kunt niet anders dan schattingen maken…
    En iedere schatting verdient zijn vraagtekens, wat anders is dan de hele schatting ruw van tafel vegen zonder zelf exacte cijfer of een schatting daar tegenover te stellen.

    Mijn idee is dat van de hele groep Europeanen ingeschreven bij de burgerlijke stand zowat driekwart indo was.
    Ik generaliseer voor het gemak de driekwart in ondergenoemde citaat gelijk aan allemaal indo’s. Misschien is het 95% waar?
    Is het nattevingerwerk ? jazeker… Maar het is niet anders geen schattingen maken en alle schattingen verwerpen is zinloos.

    —-citaat Beets-rapport—
    In 1930 werden in Nederlands-Indië 246 duizend Europeanen geteld.
    Zij vormden slechts 0,4 procent van de in totaal 60,7 miljoen getelde personen in de archipel.
    Van de Europeanen had 87 procent de Nederlandse nationaliteit. Van deze Nederlanders was driekwart geboren in Nederlands-Indië en een kwart in Nederland (de ‘totoks’).
    — einde citaat—-

    pagina 3 (linksonder paginanr 60) van deze pdf file: http://www.nidi.knaw.nl/en/output/2003/bt-51-01-beets.pdf/bt-51-01-beets.pdf
    Rechtsonder op pagina 3 zie je de inschatting van 294.000 Europeanen per 1 jan 1942…
    Schatting: driekwart daarvan is 220.000 , is 220.000 indo’s ingeschreven bij de burgerlijke stand. De groep niet-ingeschrevenen is een verhaal apart dwz nog moeilijker in te schatten.
    Bij die volkstelling in 1930 werden 48.000 Europeanen buiten Java geteld… Ook al was er een vlucht vóór de oorlog naar het veiligere Java en waren er mannen gemobiliseerd .. Misschien waren er wel 30.000 over met een meerderheid van 70 tot 85% indo’s die voor het grootste deel dadelijk geinterneerd werden.. (Ons aller Dora van Velde: pag 443, waar ook de eerdergenoemde cijfers staan over vrouwenkamp Bangkinang)

    Mischien 20.000 indo’s buiten Java, misschien 10.000 indo’s op Java die de burgerkampen ingingen ? Natte vingerwerk…. jawel…maar het ontkennen daar van is evenzo vingergeknoei.
    Het gemiddelde nemen dan? 25.000 indo’s van 100.000 burgergeinterneerden is eenkwart..
    Of 25.000 van 80.000 (een ander getal over totaal aantal burgergeinerneerden) is 31 %?
    Dan moet je 5 of 6 herkenbare indo’s onder die groep van 19 kinderen uit de film hebben als je pretendeert Nederland juist te informeren over de burgerkampen

    Dat staat haaks op wat de stichting schreef op haar website : 3 indo’s
    en wat Kirsten zei…. 2 indo’s nauwelijks herkenbaar voor het Nederlands publiek.

  • Martin E. C. Roos

    MasRob een synoniem!

    - Fileermes?. ‘[…]Harry (Sihan, ook een synoniem?) weet waarover hij het heeft.’
    Het blijkt roepen in de woestijn te zijn. Ik blijf Peter van den Broek (geen synoniem!) volgen in zijn: ‘Ga nou eens in op de argumenten en niet lukraak (vage of oude, MECR ook geen synoniem) bronnen aanhalen.

    - ‘Ieder heeft gekozen wat hem of haar het belangrijkst voorkwam en geeft er zijn of haar persoonlijke visie op.’ pagina 6. (van Velden,1963.)

    ‘[…]mede aan de hand van relevante literatuur van ter zake deskundigen.’ Mogen we van Harry optekenen. Hij meldt ons niet het jaartal 1963, meer dan 45 jaar geleden. Eveneens meldt hij over het proefschrift van van Velden (1963) : ‘ [… en bevatten vertalingen van relevante Japanse documenten. We vinden daar gedeeltes van getuigenissen van oorlogsmisdaden verdachte Japanners.’ Alweer egodocumenten, toch? Zelf begint hij te melden en te erkennen (?) dat (zie zijn bijdrage over Joop) '[..] sindsdien (1963) zijn er enige honderden nieuwe publicaties bijgekomen met nieuwe bronnen en nieuwe inzichten.’

    Natuurlijk blijft het proefschrift van D. van Velden een standaardwerk met name voor: zij die het Euro-c.q. Neerlandocentrische perspectief als uitgangspunt nemen.

    - Bedankt voor de verwijzing.

    Zowel Ferguson als J. de Kadt (1) schreven na-oorlogse egodocumenten en wel memoires over hum kampbeleving.(2) Beiden leken, als weinigen, in staat de interneringskampen voor burgers te beschouwen als onderdeel van een gruwelijke totaaloverheersende ‘universele’ en ‘heilige’ oorlog. Niet enkel als een hel waar geïsoleerd werd overleefd, zoals vele anderen. Met een actief oosters religieus volk van iets verderop, dat haar gruwelijke (seksuele) instincten kwam uitoefenen. Het inzicht dat Japanse soldaten deel zijn van een groter geheel en inwoners zijn van een religieus ‘getint’ land en als individu slechts orders opvolgden van hun meerderen, leidde bij De Kadt tot een wat ander begrijpen. Deze houding lijkt echter een uitzondering te zijn in egodocumenten.

    Een grote groep Indo-Europese geïnterneerden en buitenkampers en hun nazaten hebben pas na de oorlog kunnen overzien welke schade de Japanners met hun ‘religieuze’ terreur hebben aangericht. Tijdens de internering en in hun buitenkampsituaties leefden zij van dag tot dag en hun primaire doel was overleven. Nu in 2009, zie ook Het Jaar 2602, zij terugkijken, constateren zij en hun nazaten, in wat voor situatie zij (over)leefden en welke rol de Japanners en hun religie hebben gespeeld en bij voortduren, nog spelen in hun en ons leven. De Indo-Europeaan blijkt, gezien de publicaties verschenen na 1963, zichtbaar in de koloniale archieven. (NIOD) Deze uiterst heterogene, rijkgeschakeerde en diffuse groep is methodologisch dus wel af te bakenen. Er is bronnenmateriaal. We (Peter en MECR) constateren dat de lotgevallen van de Indo-Europeanen of Indo’s in Indië/Indonesië en actueel in Nederland eenzijdig in de openbaarheid worden gebracht en zelfs weggecijferd worden. Eerder verwoordde ik het al: De ontstane discussie en het naar boven gebrachte ‘geschil’ rond de documentaire Het jaar 2602 lijkt sterke gelijkenis te vertonen met gebruikte mechanismen die o.a. christenpolitici, uit de KVP, ARP en CHU (het huidige CDA) bezigden. Zoals bijvoorbeeld: retorisch eigenschappen toeschrijven aan de ander van de ‘eigen groep’, of de ander zelfs wegcijferen. Met name, ik blijf ‘bij de tijd’ direct na de oorlog toen over ‘ethnic othering’ heldere standpunten werden geformuleerd. De term verwijst naar het feit dat Nederlandse politici Indische Nederlanders (Indo-Europeanen, Indo’s) als ‘andere Nederlanders ‘beschouwden. Zowel binnen als buiten de Kamer.(zie Kamerverhandelingen) Wat uit de reacties op de documentaire in 2009 ook zou blijken. Zoals de door Peter genoemde heer van de voorzitter van de Stichting van der Dussen: zijn wegcijferen en zijn ‘ethnic othering’-gedrag. (noot 1) Ik (we Peter en MECR) heb al gesteld dat de film geen recht doet aan de plaats die de ‘Indo-Europese Nederlanders’ verdienen in de geschiedenis, ze worden gewoon niet in de film getoond. (noot 2)

    Noot 1 Ene Van der Dussen zegt na de voorstelling van de film 2602: “In de film komen alleen Nederlanders aan het woord (totoks) en vrijwel geen gemengde Indische Nederlanders (Indo’s). Kritiek hierover snapt Van der Dussen, maar volgens hem stopten de Japanners alleen de Nederlanders in de kampen en bleven de bruinere Indische Nederlanders er buiten. Zij hadden het ook vreselijk, stelt de historicus, alleen al vanwege het groeiende wantrouwen van de Indonesiërs.

    Noot 2 Wat ook de opzet van de film en de intentie van de makers zou zijn, heb ik begrepen van een van de ‘kinderen ’uit de film. Hij, woonachtig in Australië, verhaalde mij dit persoonlijk. Op onze gezamenlijk vlucht(Maleise Airlines, vluchtnummer bij mij bekend) naar Amsterdam, begin januari.(egodocument!) Zijn vlucht en verblijf in hotels in Amsterdam en dat van zijn vrouw werden betaald (ruim E 5.000,--) door de ‘organisatie’ rondom: Het Jaar 2602.

    1 Kadt, J. de, Jaren die dubbel telden. Politieke herinneringen uit mijn “Indische” jaren Amsterdam 1978.
    2 Joop heeft me ooit verhaalt dat hij duizenden zogenaamde publicaties, memoires en ander materiaal (curiosa) over Indië/Indonesië in bezit heeft. Waaronder vele egodocumenten. Dit materiaal wendt hij aan om o.a.: aangename en soms ‘warme’ literaire boeken te schrijven. En wendt hij aan om verhalen, artikels en recensies te schrijven in Trouw, Moesson etc. Die door mij met plezier gelezen worden.

  • Mas Rob

    Wellicht aardig in de discussie over de interneringskampen is de masterscriptie ‘”Geen haat, maar afkeer’. Japanse kampbewakers in de ogen van geïnterneerden in Nederlands-Indië. Een vergelijking van dagboeken, memoires en interviews” van Jasper van der Hoek uit 2006, te vinden op internet:
    http://www.levendeherinneringen.nl/beta/pdf/masterthesis_interneringskampen.pdf .

    Het boek van Van Velden is, ondanks voortschrijdend inzicht, nog steeds hét standaardwerk over de kampen. Het is daarom uiterst jammer dat het zo slecht verkrijgbaar is. Tweedehands exemplaren zijn erg duur.

    Ik zou pleiten voor een heruitgave. Jammer dat het geld van Het Gebaar hiervoor niet is gebruikt.

Geef je e-mailadres op en je ontvangt automatisch de nieuwste posts in je mailbox.

Alle posts

Find us on Facebook

UA-19034130-1