Bibi Breijman – “Ik voel mij meer Indische, dan Haagse”

Bibi Breijman (c) Armando Ello/ Indisch3.0 2011
Dubbelpublicatie Moesson en Indisch 3.0

 

Tekst: Willem-Jan Brederode, Fotografie: Armando Ello (Hoezo Indo), Visagie: Lara van Leeuwen

Oh Oh Cherso was hét kijkcijferkanon van 2010. Ook het tweede seizoen, Oh Oh Tirol, trekt momenteel meer dan 1 miljoen kijkers per aflevering. Geliefd of gehaat, de castleden met aparte bijnamen zijn met een noodgang bekende Nederlanders geworden. Eén van deze Haagse feestgangers is de Indische Bibi Breijman, alias ‘Kabouter’. Indisch3.0 sprak met haar.

Wie op google zoekt krijgt ongelooflijk veel hits over de Oh Oh castleden. Ook over Bibi. Buiten een overdaad aan meningen, foto’s, babe-ratings van puber-jongens, vind je echter bar weinig informatie over haar. In een enkel biografietje lees je niet meer dan dat Bibi klein is, haar wenkbrauwen vaak plukt en haar vriendje mist tijdens de vakanties. Maar er is toch wel meer over haar te vertellen? Als ze na onze kennismaking vrij bedeesd en bescheiden naast haar moeder op de sofa gaat zitten, zie ik het beeld dat ik ken uit de media: een mooie, modieuze Haagse meid. Maar het beeld dat ik van haar krijg tijdens ons gesprek, gaat veel verder dan dat.

Opa en Oma

Bibi (1991) werd geboren in de stad van haar Indische vader, Zoetermeer, maar groeide op bij haar Hollandse moeder in Den Haag. Bij opa en oma Breijman, geboren in Soerabaja en Semarang en na de oorlog naar Nederland gerepatrieerd, leerde ze het Indische familiegevoel kennen.

“Helaas zijn mijn opa en oma uit elkaar, dus het is helaas niet meer zoals het was. Dat mis ik wel. Mijn Indische opa komt uit een grote, traditionele familie. Ik heb nog een overgrootmoeder die dit jaar 100 wordt. Zij houdt de boel nog enigszins bij elkaar”.

Het Indische is een rode draad in Bibi’s leven. “Met mijn familie ging ik altijd naar pasars, Indische avonden en Semarang-reünies. Bijna al mijn vriendinnen hebben iets Indisch en ook mijn vriend is Indisch. Hij heeft een echte Indische opvoeding gehad. Toen ik bij hem in de familie kwam, werd ik met open armen ontvangen”.

Indisch koken leert Bibi van haar vader en oma; “Pepesan is mijn lievelingsgerecht. En ik kan zelf soto maken, maar soms mislukt het”, zegt ze bescheiden. Dan vult haar moeder haar snel aan; “De laatste keer was wel heel erg lekker, hoor!”

Naar Indonesië

De verhalen van haar opa en oma maken haar van jongs af aan erg nieuwsgierig naar Indonesië. “Ik wil er graag naartoe, maar dan wel om meer dan alleen Bali te zien. Mijn grootouders maakten altijd mooie video’s als ze gingen, en ook in hun verhalen over vroeger vertellen ze hoe mooi het land was ”.

Ook de mindere kanten van haar familiegeschiedenis kent ze: “Mijn oma kwam uit een rijk Indisch gezin, mijn opa’s familie was arm. Er waren veel kinderen en ze hadden een zwaar leven. Mijn overgrootmoeder vertelde ons over de verschrikkingen tijdens de oorlog. Dat zijn heftige verhalen. Maar ik vind het interessant om daar zoveel mogelijk over te weten te komen”.

Oh Oh Bibi?

In een half jaar zijn de Oh Oh castleden nationale bekendheden geworden. Dat is niet niks. “Aanvankelijk twijfelde ik nog of ik mee moest doen, maar uiteindelijk leek het mij leuk om het mee te maken. Je kunt beter spijt hebben van iets dat je wel gedaan hebt, dan van iets dat je niet gedaan hebt! In het begin vond ik het onbegrijpelijk dat zoveel mensen je ineens herkennen. Maar ik krijg leuke reacties. Van oudere mensen tot moeders op de school van mijn broertje en zusje komen mensen op me af om te zeggen hoezeer zij zichzelf in ons herkennen”.

Ondanks alle aandacht blijft Bibi bescheiden en nuchter. De negatieve aandacht relativeert ze: “Heel Nederland geniet mee als er iets via de media uitlekt. Gelukkig spring ik zelf nooit uit de band. Maar het zou niet leuk zijn als wij ineens politiek correcte dingen zeggen. Mensen vinden ons leuk vanwege de directheid en grenzeloosheid. Zonder dat is de ‘reality’ weg”.

Vooroordelen

Ook alle makkelijke meningen op internet kan ze goed verdragen: “De makers van het programma zoomen natuurlijk in op onze uitspattingen en platte uitspraken. Omdat ik vrij principieel reageer lijkt het alsof ik een enorme zeikerd ben of arrogant. Maar ik ben gewoon niet zo en wil mij ook niet anders voordoen dat ik ben. Later, na de PABO, wil ik ook gewoon nog een baan als leraar”.

Of Bibi zou meedoen aan een serie met alleen Indo’s? “Dat zou ik zeker doen, want ik voel meer Indische dan Haagse. Ik denk dat er veel gegeten wordt en er geen ruzies zouden zijn. Daar zijn Indo’s te beschaafd en bescheiden voor. Misschien zou het leuk zijn voor Indische mensen, maar voor de Nederlandse televisie zou dit weinig spectaculairs opleveren, denk ik”.

Dan, na een uur met Bibi gesproken te hebben, is er geen spaan over van de vooroordelen die over haar bestaan. Bibi is doordacht, welbespraakt en heeft een nuchtere en bescheiden blik op haar Oh Oh avontuur en haar bekendheid. Daarbij is ze zich op een natuurlijke manier bewust van en trots op haar Indische familiegeschiedenis en culturele erfenis.

Wil je meer van Bibi zien? Zie het Indische tijdschrift Moesson voor meer foto’s behorende bij het interview. De aflevering van Oh Oh Tirol vind je op deze pagina op de site van RTL en klik hier voor het gehele seizoen van Oh Oh Cherso.

Win kaarten voor Deze en Genen speciaal!

Theater maken over je Indische roots. Dat doet theatermaker Elsbeth Vernout, blogger op Indisch3. Op 4, 8, en 13 mei is ze te zien met de muzikale show ‘Deze en Genen speciaal’ in Amsterdam.

Kaarten winnen voor de voorstelling op 13 mei?

Op Indisch 3.0 worden twee kaarten verloot voor het optreden op 13 mei om 20.30 uur in Theater de Cameleon te Amsterdam. Het enige wat je hoeft te doen is voor 10 mei een mail sturen naar info@elsbethvernout.nl. Je krijgt op 10 mei bericht of je in de prijzen bent gevallen!

Indische erfenis

Wat betekent Indisch zijn, behalve een voorliefde voor nasi goreng speciaal? In de voorstelling ‘Deze en Genen speciaal’ gaat Elsbeth Vernout op zoek naar de erfenis van haar voorouders. Dat doet ze met zang, spel en tekst en onder begeleiding van de oerhollandse pianist Paul Maassen.

Ook de oorlog in Nederlands-Indië komt om de hoek kijken: haar opa heeft dwangarbeid aan de Burma-spoorlijn moeten verrichten. Hij heeft nooit iets verteld over wat hij daar heeft meegemaakt. Het enige wat hij mee terug bracht uit het kamp was een wollen deken, ‘de Jappendeken’. In hoeverre zijn de gebeurtenissen van toen nog bepalend voor een theatermaker met een vleugje Indisch bloed?

Tekst en spel: Elsbeth Vernout

Piano en arrangementen: Paul Maassen
Regie: Selma Susanna
Adviezen: George Groot, Annerieke Groen

Speellijst

4 mei try-out Parooltheater, Amsterdam, 21:00 uur, in het kader van Theater na de Dam, toegang € 8,- reserveren 020-5584300

8 mei Fijnhouttheater Amsterdam, matinee 15:00 uur, toegang € 10,- reserveren 020-6853755

13 mei Theater de Cameleon, Amsterdam, 20.30 uur, toegang € 10,-, reserveren 020-4894656

29 mei Tong Tong Fair, Den Haag, 12:30

5 juni PindaKAAS Light Festival, Tilburg, 19:15, reserveren 06-21864117

Meer informatie, kijk op: www.elsbethvernout.nl

Nee? Ken je dat niet?!

question-mark_2.bp.blogspot.com

Niks zo ergerlijk als die ene opmerking, midden in een conversatie over muziek, film, boek of een ander ‘ken je klassiekers’-gevoelig onderwerp: ‘Ken jij dat niet? Nee? Echt niet?’ gevolgd door een opsomming van kenmerken waarbij je volgens de verwachting dan toch zou uitroepen: ‘O, die! Ja natuurlijk ken ik die!’ Meestal roep ik dat niet. En dat schijnt nogal gevoelig te liggen. Blijkbaar tel je niet mee als je die-ene-in-eigen-beheer-verschenen-debuutplaat van die-toen-nog-obscure-maar-nu-baanbrekende-band, niet kent.

Je zou er bijna van gaan liegen en eerlijk gezegd heb ik dat weleens gedaan. Ik weet het, weinig sympathiek maar – dit keer – wel eerlijk. De schaamte om te bekennen dat ik een kennelijk voor iedere muziekliefhebber bekend feitje mis, maakt me zwak. De druk om aan de verwachting te voldoen ‘Jaweeel, die ken je toch!’ wordt me te groot. En eigenlijk wil ik gewoon zo graag een echte muziekliefhebber zijn.

Sommige Indo’s hebben hier ook een handje van. De vader van een vriendinnetje, we waren iets van 16 geloof ik, was me eens aan het uithoren over de Indische keuken. Het was eerder een kruisverhoor: hij riep een gerecht, en verwachtte daar een reactie op.

Ik was nog te groen en naïef om hier een snedig antwoord op te hebben (iets in de trant van: ‘Wat grappig dat je de feiten van mij wil horen – ken je ze zelf niet dan?). Hij was me echt aan het uittesten. Ik was er zelfs nog trots op dat ik veel  gerechten herkende, en dat ik er soms een redelijk goede omschrijving van kon geven. Maar ja, die naam, bij welke smaak hoort dat ook alweer?  En bij de helft van de gerechten moest ik het toch echt af laten weten. Hij was niet onder de indruk. En ik voelde me niet serieus genomen.

De afstraffing was natuurlijk dat ik niet echt Indisch was als ik dat toch niet allemaal kende. Ik zal je vertellen, het meeste van wat ik weet van Indische dingen heb ik op latere leeftijd geleerd. Niet dat ik er niks van mee kreeg thuis, maar het ging met zo’n vanzelfsprekendheid dat ik het niet als kennis meenam in het lange termijn geheugen. Ik kan je wel feilloos zeggen wat ik het lekkerst vind en welke bereiding het meest mijn oma’s kookkunsten benadert, als ik het proef.

Nu weet ik gelukkig beter: niet het kunnen opratelen van de feiten maakt mij Indisch, maar het herkennen van wat er voor mij het meest toe doet. En nu, 10 jaar later, heb ik eindelijk een antwoord paraat:  je moet je wel erg niet-Indisch voelen als je bevestiging zoekt in kookboeken-kennis om zo aan anderen te bewijzen dat je Indisch bent. Als je het daar van moet hebben…