5
Klappertaart
Op reis door Indonesië blijf ik gefascineerd door twee dingen: vulkanen en de Nederlandse invloeden. Ik kan onvermoeid staren naar prachtige vulkaantoppen en eindeloos lezen en me verbazen over wat er is achtergebleven uit de Hollandse tropentijd. Mijn vriendin, die deze interesses niet deelt, wordt er wel eens dol van: “Nee niet weer een vulkaan/museum/fort bekijken, toch?” Meestal moet ik dan alleen.
Ons zoontje van 2 leeft in constante verwondering en deelt gelukkig een van zijn fascinaties met mij: die voor vulkanen. Al noemt hij ze gewoon “bergen”. Maar van al die Nederlandse invloeden heeft hij nog geen idee. Van klappertaart bijvoorbeeld, heeft hij nog nooit gehoord.
Het recept van de oude Indische delicatesse van kokos, bloem, melk, boter en suiker is nog altijd zeer geliefd in de regio rond Manado in Noord-Sulawesi. Je vindt hem in allerlei varianten, klein en groot, en vaak met allerlei versiering op de bovenkant: rozijnen, nootjes, et cetera.
Op het vliegveld van Manado, wachtend op onze aansluitende vlucht naar Ternate, komen we ze natuurlijk tegen. Overal hangen reclameborden met daarop “Klappertaart”. Terwijl mijn zoontje wordt geobsedeerd door opstijgende en landende vliegtuigen en de bergen in de verte, werp ik een blik in een van de vele glazen vitrines. Ze zien er best smakelijk uit, die klappertaarten.
Ook in (Indisch) Nederland is klappertaart nog altijd een geliefd gerecht. Hoewel ik het me eigenlijk niet precies meer kan herinneren, heb ik het als kind meer dan eens gegeten. Op een van de “Gorontalo-reünies” bijvoorbeeld, die de Caffin-kant van de familie toen regelmatig organiseerde en waar tientallen families met wortels in Noord-Sulawesi op afkwamen.
De sfeer op die reünies kan ik me nog goed voor de geest halen. Al die Indische tantes die in prachtige schalen en kommen hun eigen lekkernijen hadden meegenomen. Uren hadden ze staan koken aan hun lievelingsgerecht, vaak trouw aan de streek waar ze geboren waren, maar met een onmiskenbaar “eigen” signatuur.
Terwijl het urenlange buffet in volle gang was, schuifelde ik tussen de schalen eten door en smikkelde ik van mijn zelfgekozen delicatessen: kue lapis vooral, net zo lang tot ik misselijk was. Ook vergaapte ik me aan de mooie afbeeldingen aan de muren van het grote Indische huis. Beelden van een land dat ik toen nog niet kende, maar waar ik later vaak heen zou gaan. Ik kon eindeloos staren naar de vergezichten met vulkanen. Die fascinatie moet toen begonnen zijn.
Dit keer, op het vliegveld van Manado, sloeg ik de klappertaart over. Het was, hoe Hollands, eigenlijk vooral de prijs die me tegenhield: 100.000 roepiah (8 euro) voor een stuk niet veel groter dan twee vuisten. Weet je wel hoeveel nasi gorengs je daarvan kunt eten? Het zullen wel vliegveldprijzen zijn geweest.
Straks in Nederland moet ik dan maar weer eens een stukje proberen. Misschien heb ik geluk, want naar verluidt komt er na jaren weer zo’n Gorontalo-reünie aan. Ik kan niet wachten om mijn zoontje naar het grote Indische huis mee te nemen en hem tussen de met eten beladen tafels door te zien lopen. Tante Hetty, maakt u klappertaart?
14
Valentijnsdag: opwarmen met een heerlijk kopje Bandrek
Het is koud buiten en Valentijnsdag staat op de stoep! Jij en je partner kunnen dus wel wat ‘opwarming’ gebruiken. Indisch3.0 weet hier wel een oplossing voor: een Afrodisiac Jamu. Een traditioneel Indonesisch drankje, tevens heilzaam voor je lichaam, genaamd Bandrek.
Bandrek is een traditionele drank, gemaakt voor het regenseizoen in Indonesië. Oorspronkelijk was het een Sundanees drankje om warm te blijven gedurende de koude winternachten. Bandrek bestaat voornamelijk uit gember, dat geassocieerd wordt met medicinale krachten die antiseptisch, zuiverend, slijmoplossend en pijnstillend werken. Maar gember wordt ook al generaties lang gebruikt om het libido en de bloedcirculatie te stimuleren, een ideale traktatie dus voor jou en je partner op Valentijnsdag!
Benodigdheden
- Een paar grove stukken gember
- 1 liter water
- Een handjevol cardamom (heel)
- 3 eetlepels kaneel of 5 kaneelstaafjes
- Javaanse suiker naar smaak
- 8 kruidnagels
- 1 Spaanse peper
- 1 blik gecondenseerde melk
- 1 stengel sereh
- 1 pandanblad
- Geraspte kokos naar smaak
Bereidingswijze
Schil de gember, snij deze in dunne reepjes en rooster ze in een pannetje. Was de Spaanse peper en snij deze in dunne stukjes. Kneus de sereh. Kook één liter water in de waterkoker en giet dit in een ruime pan. Voeg de kaneel, cardamom, kruidnagels, pandanblad, sereh, Spaanse peper en Javaanse suiker toe aan het water. Laat het geheel zachtjes 20-25 minuten koken. Voeg hierna de geraspte kokos naar smaak toe. Laat de drank zachtjes verder koken tot de geur die er vanaf komt als één geheel ruikt. Zeef de drank voor het serveren, en giet er gecondenseerde melk bij naar smaak.
Fijne Valentijnsdag!
Dit recept hebben wij gekregen van Jamujem. Volgende week kun je op de website een interview lezen met deze moderne medicijnvrouw, ofwel Daisy Thé, over de oorsprong en achtergrond van Jamu’s.
23
Wanneer dromen tastbaar worden (3)
Verre reizen
brengen veel teweeg
ze spelen in op je gevoel
halen je uit een vast patroon
deadlines zijn er even niet
de tijd is weer van jou
achter de hout bewerkte deuren
schuilt een wereld
die je nog niet kende
uit boeken misschien
‘The Lonely Planet’
maar een boek kent geen geur
geen aanraking
een boek is soms enkel een voorbereiding
op een droom die langzaam tastbaar wordt
voor mij althans
Ubud
‘Taxi, taxi, you want taxi?’ Geen taxi voor ons vandaag. Enkel ‘wennen’ staat op het programma. Wennen aan het klimaat, het ritme, de geur, de mensen om ons heen, cultuurverschillen. Wennen aan Indonesië. Het gevoel van ‘thuiskomen’ heb ik niet direct. Een teleurstelling? Nee, ik ben Indisch, maar ook Nederlands. Dus wat is thuis? Staat dat in je paspoort of is dat bij je familie? Wat is míjn thuis? Vragen, vragen en nog meer vragen. En ik ben nog geen 24 uur in Indonesië.
Ubud is anders. De straten zijn ongelijk. Ik struikel vaak, moet toch echt mijn voeten beter optillen. Er zijn veel winkeltjes en iedereen wil je iets verkopen. In verschillende boeken heb ik gelezen dat je moet afdingen omdat de prijzen echt te hoog zijn. Afdingen is nooit mijn sterkste punt geweest en dat lijkt nog even zo te blijven. Een oude vrouw zit voor haar winkel waar ze houten sieraden verkoopt. Ik heb een zwak voor sieraden, voor natuurlijk materiaal en voor oude mensen. Ik moet de winkel in. De oude vrouw spreekt bijna geen Engels maar met handen en voeten komen we een heel eind. Ik zie een armband die lijkt op de armband die mijn moeder ooit van haar oma Suus kreeg. Het verhaal gaat dat je minder last van hoofdpijn hebt als je deze armband draagt. Ik wil graag weten of dat hier ook zo is. Daar zit ik dan achter in de winkel naast de oude vrouw te wijzen naar mijn hoofd, terwijl ik ‘auw auw’ zeg. Sommige woorden zijn universeel toch? Ik dénk dat ze me begrijpt. ’Yes,’ antwoordt ze. ‘You want one?’ Ik kan geen nee zeggen en waarschijnlijk betaal ik teveel, maar ik kan het niet over mijn hart verkrijgen er minder voor te geven.
Na wat langer door de straten van Ubud te hebben geslenterd is het tijd voor eten. In een restaurantje krijg ik een kaart met enkele voor mij, bekende gerechten. De soto doet mij denken aan thuis. Soto is voor mij onlosmakelijk verbonden met mijn verjaardag, mijn verjaardag is verbonden met mijn familie en mijn familie is verbonden met Indonesië. Ik neem soto. Deze is anders, maar toch herken ik de smaak. Terwijl ik eet, denk ik na. Nu ik hier ben besef ik nog meer dat dit kleurrijke land ooit het thuis van mijn opa, oma, moeder, ooms en tantes was. Dat Nederland plotseling hun nieuwe thuis werd. Maar voelde Nederland als thuis? Als ik al zoveel kleine dingen terugvind in Indonesië, de geur, de humor, het verhaal achter de armband, hoe moet het dan voor hun zijn geweest om te aarden in Nederland? Hebben ze er enkel het beste van gemaakt door een stukje Indië mee te nemen naar Nederland en dit van generatie op generatie over te dragen? Vasthouden door doorgeven? Ik weet het niet.
12
Hoe Indisch is Jamie Grant?
“Indorock? Ken ik niet,” zegt Jamie Grant (Tilburg, 1986). “Is dat iets anders dan soul?” Haar ooms en tantes en neefjes en nichtjes in Brabant gaan regelmatig naar soulparty’s, vertelt de jonge actrice. “Daar ontmoeten ze dan andere Indische mensen.”
Tekst: Ricci Scheldwacht
Fotografie: Frédérique Vlamings voor Moesson
Wie de tv-serie In therapie heeft gezien, zal haar ongetwijfeld herkennen als een van de patiënten die plaatsnamen op de sofa bij therapeut Peter Blok. Daarin hield ze zich gemakkelijk staande naast doorgewinterde acteurs als Monic Hendrickx, Jacob Derwig en Anneke Blok. Met ingehouden woede speelde ze op indrukwekkende wijze de breekbare Sascha, een jong meisje dat te horen heeft gekregen dat ze kanker heeft.
Eerder viel Jamie al op naast Hans Teeuwen in de tv-film Gewoon Hans en in de politieserie Flikken Maastricht. Tijdens de opnamen daarvan zat ze nog op de Toneelacademie in Maastricht. “Allebei heel andere rollen, maar ook superleuk om te doen.”
Vorig jaar, direct na haar afstuderen maakte ze haar theaterdebuut in het stuk Het portret van Dorian Gray bij theatergroep Artemis. Het leuke was dat twee van haar klasgenoten ook in die productie meespeelden, vertelt Jamie. “Dat was fijn, want de opleiding is heel intensief en na vier jaar ken je elkaar door en door.” Met een aantal vriendinnen van school heeft ze daarom nu plannen om samen een toneelstuk te maken, dat ze ook zelf gaan schrijven. Er moet nog veel gebeuren, maar het wordt een heel weird stuk, wil ze alvast verklappen.
Jamie komt uit een grote Indische familie. Bij haar vader thuis waren ze met negen kinderen. Haar oma en opa kwamen met hun oudste kinderen met de boot naar Nederland. De jongere kinderen, zoals haar vader werden in Nederland geboren. “Nederlandse mensen zien nooit dat ze Indisch is, maar Indische mensen zien dat altijd. Dan zeggen ze: ‘Halfbloedje hè?’”
Hoe Indisch is Jamie Grant? In het eerste nummer van Moesson van 2012 vertelt ze over de vertrouwde zondagmiddagen bij haar opa en oma thuis.
9
Duit, Handuk, Buncis en Knalpot
Als gevolg van 350 jaar Holland in de Tropen zijn veel woorden uit onze taal aan het Indonesisch blijven kleven. In totaal bevat het Bahasa Indonesia een paar duizend leenwoorden uit het Nederlands. Op reis door de archipel merk je dat direct. Maar niet alleen in het standaard Indonesisch zitten Nederlandse woorden, ook in het Javaans, Sundanees en Manadonees hoor je bekende woorden terug. En natuurlijk in het Bahasa Gaul, waar ik eerder over schreef. Al moet je soms wel goed luisteren om de woorden te herkennen.
Zo had ik een paar reizen naar Indonesië nodig voor ik doorhad dat het woord permak, wat opknappen betekent, komt van het Nederlandse “vermaken” en wordt gebruikt als je iets wil repareren. Nog zo een: duit (spreek uit: doe-iet), wat een ander woord is voor “geld”, komt van het Nederlandse “duit”. Duurde bij mij even voor het kwartje viel…
Het is sowieso wat lastiger geworden om Nederlandse woorden te herkennen doordat de spelling van een aantal gangbare lettercombinaties in de loop van de tijd is veranderd. De “tj” werd “c”, de “j” werd “y” en de “oe” werd “u”. Handuk was eerst gewoon handoek, en peci (spreek uit pe-tjie), het woord voor het door moslimmannen gedragen hoofddeksel, gewoon petje.
Maar er zijn nog veel woorden één op één te herkennen, zoals het woord buncis, afkomstig van “boontjes”, en koki van het Nederlandse “kokkie” of “kok”. Je weet wel, die persoon die elke avond eten bereidde terwijl de Hollander op de veranda dronk uit een kokosnoot (is kelapa, weer van het Nederlandse “klapper”, of was het andersom?) en aspal, afkomstig van “asfalt”.
“Wel handig zoveel Nederlandse woorden”, hoor ik een aspirant Indonesiëreiziger wel eens zeggen. Helaas is er weinig hoop voor mensen zonder talenknobbel. Met alleen Nederlands kom je namelijk niet zo ver. Behalve als je brommer- of autopech hebt, en dan alleen als je problemen hebt met je ban, setir, persnelling, kopling of knalpot.
De “Nederlandse” woorden worden bovendien vaak net anders uitgesproken en welke variant je hoort, hangt af van de plek. In West-Java bijvoorbeeld, en dan vooral rond Jakarta, wordt het woord preman gebruikt om kleine straatcriminelen aan te duiden. Dat woord komt weer van “vrij man”. Oftewel, vrije jongen.
In Makassar in Zuid-Sulawesi hoorde ik een paar jaar terug een van de leukste voorbeelden van ver-indonesisch-t (hoe schrijf je dat eigenlijk?) Nederlands: iedereen gebruikte als stopwoordje aan het eind van de zin ‘Ya toh?’ Uiteraard afkomstig van het Nederlandse “ja, toch?” Ik schoot er steeds van in de lach tot ik het na anderhalve week zelf ook deed en het duurde een hele tijd voor ik het weer kwijt was.
Natuurlijk zijn er andersom in het Nederlands ook veel Indonesische woorden. Daar zou ik eigenlijk een aparte blog aan kunnen wijden. Toch een paar… “Met je blote kakkies lopen”, komt van het Indonesische woord kaki, wat voet betekent. “Dat is iemands pakkie-an”, komt van het woord bagaian, wat “deel” of “aandeel” betekent. Oh ja, en natuurlijk “amok maken”, van het Indonesische amok, wat ruzie betekent.
Bij ons wordt het vernederlandste Indonesisch natuurlijk nog wel in de oude spelling geschreven. Wij noemen kroepoek tenminste nog gewoon kroepoek! Daar voelen wij ons meer senang bij, ya toh?
2
Selamat Tahun Baru!
Beste lezers,
Indisch3.0 wens jullie een gezond, gelukkig en vooral ‘Indisch’ 2012 toe!
Met vriendelijke groet,
De Redactie
15
Indischer dan ik dacht
Een doodnormale vrijdagavond. Een avond waarop ik gewoonlijk met mijn vriendje zou chillen, of een drankje zou doen in de stad met een paar vriendinnetjes. Deze avond was anders. Ik ging namelijk uit eten met tien partners in crime van Indisch 3.0.
Toen ik aankwam bij restaurant ‘De Courant’ in Utrecht, stonden er al twee anderen te wachten. Charlie, mijn mede powerpuff girl, zoals ons groepje uit Utrecht binnenskamers wordt genoemd. Haar altijd opgewekte stem kwam me al vanaf een afstandje tegemoet. Naast haar stond Bryony, een prachtige meid die ik alleen nog maar kende van haar foto op Indisch 3.0. Geen Indonesische keuken voor ons vanavond, maar de heerlijke Italiaanse cuisine stond op het menu. Indo’s eten immers alles, toch?
Na een tijdje aan de bar te hebben gehangen, kregen we onze tafel toegewezen. Toen de avond vorderde, wisselden we af en toe van plek. We kenden elkaar immers nog niet allemaal, maar daar zou snel verandering in komen. Toen ik tegenover Willem-Jan, beter bekend als Merah, kwam te zitten, stelde hij me een vraag waar ik lang over ben blijven nadenken; ‘Merk je op dit moment dat je met alleen maar Indische mensen bent?’. Ik dacht na en keek toen naar Roosje, die naast me zat. Ik keek Merah aan en zei: ‘Nee, niet per se.’ Ik vroeg hem hoe hij erover dacht. Met een twinkeling in zijn ogen vertelde Merah dat hij het wel degelijk voelde. Een soort saamhorigheidsgevoel, een band. Bijna meteen had ik spijt van mijn antwoord. Ik dacht namelijk terug aan hoe de avond tot dan toe verlopen was, aan hoe iedereen enthousiast, maar toch bescheiden op elkaar reageerde. Hoe iedereen zich, ondanks dat we elkaar nauwelijks of niet kenden toch op zijn gemak voelde.
Toen het gesprek even stil viel en ik van mijn drankje nipte, keek ik eens om me heen. Ja, ik was vanavond op stap met alleen maar Indo’s. Voor een buitenstaander was dit waarschijnlijk niet te merken. Niet aan ieders uiterlijk is het namelijk op het eerste gezicht te zien. Ik vroeg me af wat andere mensen zouden denken als ze ons groepje zo bij elkaar zagen. Is het familie? Collega’s? Of gewoon vrienden? Ik keek nog eens om me heen. Ja, eigenlijk zijn we het alle drie.
13
Groene Blauwe
Deze Indo is lekker bezig. Dat eeuwige gezanik over Indotiteit is eindelijk voorbij. Indo or no Indo is niet langer een vraag, want het is tijd voor grotere dingen. Dus ego opzij, SuperIndo-kostuum uit de kast trekken en preken voor eigen parochie. Over plastic zwerfafval, plastic soep of voor ons als Indo’s onder elkaar: Soto plastic.
“Waarom valt deze duurzame Indo ons hiermee lastig?”, is wellicht de (terechte) vraag. Laat ik voorop stellen dat ik niet tegen plastic ben. Integendeel, ik zie het als een wondermiddel dat heel lang meegaat. Alleen jammer dat we het niet als zodanig gebruiken, omdat plastic weliswaar afbreekt, maar niet verdwijnt en dat onze wateren er inmiddels ruim mee zijn afgevuld.
Als je in het dagelijks leven goed op plastic gaat letten dan zie je het ineens overal. Voor de grap ben ik daarom op onderzoek uitgegaan in een toko bij mij in de buurt. De wereld aan plastic bakjes met deksels en natuurlijk alle folie om o.a. de spekkoek, lempers en kue lapis. Daarmee leveren we een aardige bijdrage aan de plastic afvalberg. Al ben ik ervan overtuigd dat de Indische consument de bakjes keurig bewaard voor hergebruik.
Desalniettemin denk ik dat het anders, slimmer en groener kan. Met bijvoorbeeld bananenblad, statiegeld-bakjes en natuurlijk iets met bamboe. We kunnen tevens proberen om de mensen met een rantang richting de toko te bewegen. Of dat we vaste klanten kunnen verleiden zo’n ding te leasen. Andere ideeën en suggesties zijn uiteraard meer dan welkom. Wees vooral creatief.
Maatschappelijk verantwoord ondernemen is helemaal hot. Zelf spreek ik echter liever van maatschappelijk verantwoord gedrag. Wie kunnen deze belangrijke voortrekkersrol in Nederland beter vervullen dan wij Indo’s? Kijk naar ons huidig muzikale landschap. Wie waren de voorlopers? Precies.
Bovendien als we ooit de rekening van Moeder Aarde gepresenteerd krijgen zijn wij met ons groot aanpassingsvermogen, daar zijn we wereldwijd heer en meester in, toch degenen die hier het snelst mee om kunnen gaan. Het zal niet altijd makkelijk zijn, maar rap zijn we! Waarom beginnen we niet alvast?
Het is tijd voor een Indische Lente of een Groene revolutie onder aanvoering van de Blauwen! Als wij het niet doen, doet niemand het. Wat anderen wel doen, kunnen wij beter. We redden de wereld en hoeven er niets voor terug. Zo zijn we.
9
Het einde van Rawagede
Na jaren procederen kregen zeven weduwen uit Rawagede afgelopen september eindelijk goed nieuws: de Haagse rechtbank stelt de Nederlandse staat aansprakelijk voor de dood van hun mannen in 1947. Er moet een schadevergoeding worden betaald. Ook komen er, precies 64 jaar na dato, officiële excuses voor de massamoord in het Javaanse dorp. Het verhaal Rawagede lijkt daarmee eindelijk ten einde. Een einde waarmee een bloedrode schandvlek in de geschiedenis is opgedroogd.
Vandaag, tijdens de jaarlijkse herdenking van de executie in Balongsari, zoals Rawagede al jaren heet, zal de Nederlandse ambassadeur de excuses overbrengen in een speech bij het monument ter nagedachtenis aan de honderden slachtoffers. Met zorgvuldig gekozen en gewogen woorden. Woorden met veel betekenis, vooral voor de handvol toehoorders in het publiek die het drama zelf meemaakten. Oude mensen nu.
Met deze excuses kan het boek voor hen eindelijk dicht. Daar hadden ze al heel lang behoefte aan. Een schadevergoeding hoefde niet per se, hoewel dat de laatste jaren van hun leven ongetwijfeld wat aangenamer zal maken. Waar zij vooral al heel lang behoefte aan hebben, is excuses en verzoening. Daar moesten ze zelf voor strijden, want vanuit Nederland kwam al die tijd geen bericht.
En dat is helaas geen nieuws, want als het om zwarte passages uit het eigen verleden gaat, houdt Nederland immers altijd de boot af. Toen de nabestaanden vorig jaar met steun van het Comité Nederlandse Ereschulden naar de Nederlandse rechter stapten, verweerde de Nederlandse Staat zich door de misdaden verjaard te verklaren. Volgens de landsadvocaat was er daarom geen aansprakelijkheid mogelijk. Punt.
Nu de Haagse rechter anders heeft besloten en de claim op verjaring onredelijk acht, gloort er eindelijk hoop op enige genoegdoening. Hoewel er vandaag excuses worden uitgesproken, is in juridische zin de erkenning van verantwoordelijkheid pas definitief als Nederland niet in hoger beroep gaat. Laten we hopen dat dat inderdaad niet gebeurt, daarmee zou de polderhypocrisie het kookpunt immers overstijgen.
Dat Nederland zijn ereschulden pas inlost als comités of nabestaanden naar de rechter stappen, geeft te denken. Te lang bleef erkenning van misdaden, fouten en nalatigheden uit, vooral als het om het koloniale verleden gaat. Desondanks zal de gemeenschap van Balongsari de excuses van vandaag accepteren. Maar het heeft te lang geduurd. Bijna langer dan een mensenleven.
Voor Pak Saih Bin Sakam, de enige overlevende van de massamoord komen ze in ieder geval te laat. Hij overleed begin dit jaar op 88-jarige leeftijd in het dorp waar hij zijn leven lang woonde. Precies drie jaar geleden ontmoette ik hem op de plek waar ooit zijn leven opnieuw begon. Hij stond tegenover me, omringd door kinderen en lachte. Nooit zal ik vergeten hoe hij sprak, zonder wrok en met een aanstekelijk optimisme. Volgens hem zou deze dag ooit komen. Hij had gelijk. Eindelijk dan. Eindelijk is het zover.
28
Wanneer dromen tastbaar worden (2)
Wanneer nacht vanzelf morgen wordt
Een taxi brengt ons door de donkere straten van Bali naar Ubud. Wanneer ik door het raam naar buiten kijk, zie ik enkel duisternis. Het kan me niet snel genoeg licht worden. In Ubud worden we afgezet bij ‘Yulia Village Inn’. Hier zullen we onze eerste nacht doorbrengen. De kamer voelt nat en klam. Het is zo anders. Ik besef nog steeds niet dat ik er ben. Ik ben in Indonesië, op Bali, in Ubud. Onwerkelijk, maar waar.
Vermoeid van de reis kruipen we het bed in. Klokslag drie uur ’s nachts worden Sjors en ik tegelijk wakker. Is dit nu de jetlag? Omdat bij beiden de slaap ver te zoeken is, besluiten we de Indonesische televisie te gaan ontdekken. Niet te vergeten strijdt Nederland die avond om de wereldbeker. Daar zitten we dan, midden in de nacht, klaarwakker, in een land dat voor mij ergens ruikt naar thuis, stiekem te hopen dat Nederland wereldkampioen gaat worden. Hoe dubbel kan het soms zijn.
Als ik wakker word, weet ik niet hoe snel ik naar buiten moet. Ik hoor mensen praten. Ik hoor geluiden die ik niet weet te plaatsen. Snel open ik de bewerkte houten deuren. Opnieuw valt diezelfde natte deken, die mij ook op het vliegveld overviel, over mij heen. Vandaag ga ik maar eens aan dit klimaat wennen.
Wanneer Sjors en ik aangekleed zijn, gaan we richting het ontbijt. Overweldigd door alle kleuren, geuren en geluiden, let ik, dromer die ik ben, totaal niet op. Ik struikel. Een klein gevlochten mandje ligt voor mij, de inhoud ervan ligt achter mij. Op dat moment weet ik nog niet dat dit een met veel liefde en zorg bereid offertje is. Later zal ik nog veel meer van deze offertjes tegenkomen en deze met alle voorzichtigheid ontwijken.
Het ontbijt bestaat uit Pancakes, French toast of Nasi. Nasi klinkt erg aantrekkelijk, maar ik kan met mijn niet perfect werkende darmstelsel op de vroege ochtend toch echt beter voor de Pancakes of French toast gaan. Ik besluit de Pancakes een kans te geven. Deze gaan erin als koek. De basis is gelegd om Ubud te gaan ervaren.
Wanneer we de straat opgaan, worden we overvallen door taxichauffeurs. ‘Taxi, taxi, you want taxi?’ Wanneer wij heel beleefd antwoorden dat we geen taxi nodig hebben, geven ze het natuurlijk niet zomaar op. ‘You need taxi today, tomorrow, yesterday?’ Om de ‘yesterday’ wordt er smakelijk gelachen. Sjors en ik lachen net zo hard mee. Direct denk ik dit zou zomaar een slechte grap van mijn moeder of mij geweest kunnen zijn. Verdacht.
Populair: Jonge Indo’s..
Alle posts
Recente posts
Reacties
- Indisch4ever on Enqueteren op de 54e TTF
- Jan A Somers on Hacking History – Monument Indië Nederland
- Edcaffin on Hacking History – Monument Indië Nederland
Tweettweettweet
- No public Twitter messages.


