3
Moessoncolumnist Calvin Michel: Indisch in Indonesië
Enige tijd schreef Calvin Michel de Wilde uit Indonesië columns voor Moesson. Misschien heb je er wel eens een gelezen… Calvin ontdekte kort geleden dat hij Indische roots heeft. In zijn columns in Moesson ging hij op zoek naar wat dat precies voor hem betekent. Wij waren benieuwd naar wat hij nog meer te vertellen heeft. Ed Caffin interviewde hem in Indonesië.
Header image foto: Hanneke Mennens voor Moesson
In je columns voor Moesson was je op zoek naar wat het betekent om Indisch te zijn in Indonesië. Kun je daar inmiddels al iets over concluderen?
‘Moeilijke vraag! Allereerst is in moderne Indonesië de term ‘Indisch’ eigenlijk niet meer zo gangbaar. Ook kent de jongere generatie de geschiedenis niet goed. Dat maakt het lastig voor jongeren met Indische roots om die als zodanig te herkennen. Bovendien is de term “Indo” inmiddels weggeraakt van zijn oorspronkelijke betekenis. Tegenwoordig betekent het dat je een gemengde afkomst hebt en dat een van de ouders een rijke expat is. Omdat je relatief weinig Indo’s tegenkomt, kennen de meeste mensen ze alleen als beroemdheden: de helft van de Indonesische soapies en filmsterren is van gemengd bloed. De term Indo wordt daarom meestal geassocieerd met iets elitairs. Dat vind ik heel jammer.’
Waarom vind je dat jammer?
‘Het is historisch gezien niet juist. De oudere generatie weet het verschil wel, maar de jongere generatie heeft geen idee. Ook leeft bij de jongere generatie de hardnekkige opvatting dat als je er niet Indo genoeg uitziet, je niet Indo genoemd mag worden. Die mythe zou ik graag de wereld uithelpen.’
Op welke manier heb je het over je Indisch-zijn met anderen?
‘Doordat ik ben opgegroeid als lid van de Chinese gemeenschap, een belangrijke minderheidsgroep in Indonesië, was het makkelijker voor me om me te identificeren met de Indogemeenschap toen ik mijn Indische roots ontdekte. Mijn Chinese achtergrond heeft vroeger nooit aandacht gekregen, mijn familie heeft veel van die cultuur losgelaten. Zo heb ik bijvoorbeeld geen Chinese naam gekregen. Ik zou niet willen dat hetzelfde gebeurt met mijn Indische achtergrond. Die wil ik graag levend houden.’
Hoe doe je dat dan?
‘Ik vind het Indische inmiddels een belangrijk onderdeel van mijn identiteit. Maar veel van mijn generatiegenoten met Indische roots weten hier niets van. De oudere generatie heeft weinig van de Indische identiteit en het culturele erfgoed doorgegeven. Jongere Indo’s zoals ik moeten dat zelf ontdekken. En het is vervolgens aan ons om die Indische identiteit levend te houden. Al is het maar op een symbolische manier. Ik probeer dat op mijn manier in ieder geval te doen. Ik ben bijvoorbeeld van plan Nederlands te leren en ga een boek te schrijven over de geschiedenis van mijn familie zodat mijn kinderen daar later over kunnen lezen. En wie weet geef ik ze wel een Nederlandse naam!’
Tot slot: wat doe je naast het schrijven voor Moesson?
‘Ik werk nu als onderzoeksanalist bij een bedrijf in Jakarta. Ik heb International Relations gestudeerd en zou later graag nog een postgraduate studie International Relations of Economic Development willen doen. Ook wil ik blijven schrijven over de Indische geschiedenis en cultuur. Daar is nu te weinig aandacht voor in Indonesië vind ik. Ik wil bijvoorbeeld graag dat belangrijke gebeurtenissen als de bersiap en de repatriëring in de Indonesische geschiedenisboeken komen. Ik schrijf voor een Engelstalige Indonesische krant en dat is een mooi podium om hier aandacht voor te vragen.’
Wil je meer weten van Calvin? Zijn columns verschenen elke maand in Moesson. Je kunt ook contact met hem opnemen: calvinmichel@gmail.com
30
Jonge Indo’s in de liefde: Régina & George
Op Amsterdam Centraal sta ik bij een boekwinkel al een kwartier te wachten. ‘Het kan nog best even duren, want Indo’s zijn toch altijd te laat,’ denk ik. Régina (40) staat bij een andere boekwinkel te wachten en denkt precies hetzelfde. Als we elkaar hebben gevonden, duiken we een rustig cafeetje in en vraag ik haar het hemd van het lijf over haar en haar grote liefde George (43).
‘Voor mijn dertigste ben je van mij’
Régina heeft altijd Indische vriendjes gehad. Haar moeder altijd hoopte dat ze thuis zou komen met een Nederlandse jongen: ’Ik wist diep van binnen altijd wel dat dat niet zou gebeuren, het Indische zit er teveel ingebakken.’ Als meisje van 15 verdiende Régina haar zakcentje bij Toko Pasar Baru in Arnhem. De eigenaar had naast de toko ook een restaurant: Surabaya. Hier werkte George. Op een donderdagavond ging Régina met haar moeder een kop koffie drinken bij Surabaya, waar George het bestek stond te poetsen. Hij kon zijn ogen niet van haar af kon houden. ‘Wie is dat?!’ informeerde hij bij een vriend van Régina die daar ook werkte. ‘Het nichtje van de bedrijfsleider,’ antwoordde hij, en Régina en George werden aan elkaar voorgesteld. Een jaar later werd de toko verkocht en omdat Régina geld wilde blijven verdienen, ging ze bij Surabaya werken. George was daar erg blij mee en zette alle zeilen bij om haar te versieren. Helaas voor George vond Régina hem totaal niet interessant. Maar hij gaf niet op: ‘Voor mijn dertigste ben je van mij!’ drukte hij haar op het hart.
In de acht jaar dat ze collega’s waren, raakten ze goed bevriend. Andere liefdes kwamen, maar gingen ook weer. En tijdens een avondje stappen in 1995 sloeg de vonk dan toch eindelijk over. Sindsdien zijn ze onafscheidelijk. Régina heeft een typisch Indisch uiterlijk, terwijl George niet voor iedereen even goed te plaatsen is, vooral vanwege zijn lengte van 1m94. Toen Régina’s nichtje hem voor het eerst zag vroeg ze verbaasd: ‘Ga je nou met een Marokkaan?’
Typisch Indische bruiloft
Op 18 september 1998 trouwde het stel. Lachend zegt Régina: ‘Precies één maand na zijn dertigste verjaardag. Had hij toch zijn zin!’ Wanneer Régina over haar bruiloft begint te vertellen straalt ze. ‘Het was een typisch Indische bruiloft. We hadden een geweldig groot Indisch buffet voor de familie en gasten van overdag en ‘s avonds nog meer gasten, véél Indische hapjes en heerlijke muziek. Leden van Georges Hollandse familie bedankten mij dat ze hun kinderen mochten meenemen naar de bruiloft. Dat snap ik dus niet. Dat hoort toch?’ Trots vertelt ze dat mensen in Ede het nu nog over hun bruiloft hebben. Toen ze aan een pasgetrouwde collega vertelde dat ze 350 gasten op hun bruiloft had gehad, werd er gezegd: ‘Ja, maar jij bent Indisch!’
‘Doe niet zo Belanda!’
Volgens Régina komt het Indische in hun relatie vooral vanuit haar doordat zij meer Indisch is opgevoed met twee Indische ouders. De in Naarden geboren George heeft een Indische moeder en een Nederlandse vader. Hij is erg nuchter, terwijl Régina erg (bij)gelovig is. Niet fluiten na 12 uur, geen nagels knippen na 12 uur, geesten enzo… George heeft hier helemaal niets mee, maar uit respect voor haar zegt hij er niets over. Régina’s vader zei altijd: ‘Als ik na mijn overlijden terugkom, doe ik een lamp aan.’ Thuis heeft ze in haar openhaard een lamp met vissen staan dat ze maar een lelijk ding vindt. Maar Régina’s vader vond de lamp prachtig. Na zijn plotselinge overlijden twee jaar geleden, kwam ze op een dag thuis en toen stond die lamp aan! Régina wist meteen dat het haar vader was. ‘Hallo papa, ik doe de lamp weer uit, ok?’ George reageerde veel te nuchter naar haar zin. ‘Het kan toch ook zijn dat ik aan die lamp heb gezeten?’ Die nuchterheid irriteert Régina af en toe wel. ‘Doe niet zo Belanda,’ zegt ze dan.
‘Volgend jaar gaan we gewoon weer’
Régina sleept George ieder jaar mee naar de Tong Tong Fair in Den Haag terwijl dat van hem niet zo nodig hoeft. Als hij er weer eens is geweest, is het voor hem voor de komende drie jaar genoeg. ‘Nee hoor,’ zegt ze dan, ‘volgend jaar gaan we gewoon weer!’ Indisch koken kan George wel als de beste, hij heeft er echt gevoel voor. ‘Ik kook alleen Indisch in het weekend,’ zegt Régina, bijna een beetje beschaamd. ‘Ik echt geen tijd om doordeweeks Indisch te koken hoor!’
Gezelligheid
Het meest Indische wat Régina terugvindt in George is vooral het gezellige. Ze hebben een bepaalde humor samen die ze niet echt kan plaatsen. De klik is er gewoon, het gaat als vanzelf. Allebei hebben ze sowieso altijd erg weinig gehad met het ‘niet-Indische’. Toen ze nog in Ede woonden hadden ze twee verschillende Indische vriendengroepen, één met wat oudere mensen en één met jongeren. ‘Met de jongerengroep gingen we stappen en naar de kermis en met de ouderen gingen we naar pasars en soulavonden. Het was altijd zoete inval toen. Er waren zelfs vrienden die een sleutel van ons huis hadden. We hadden drie banken zodat iedereen kon zitten, of desnoods liggen als ze daar zin in hadden. Iedereen was altijd welkom!’ Ze zucht even. ‘Nu we helemaal in Haarlem wonen, mis ik dat wel hoor. Maar, de Indische vrienden die we hebben, die hebben we voor het leven!’
19
Indo Ink: Tattoo Yanoezs
Volgens de wet van vraag en aanbod groeit naast vraag naar tatoeëerders ook het aanbod van tattooshops. Maar hoe begin je nou een tattooshop? De Molukse Yance Thenu is dit avontuur aangegaan en heeft afgelopen augustus Tattoo Yanoezs geopend in Venlo. Indo Ink vroeg hem over zijn pad naar het tattoo ondernemerschap.
fotografie: Armando Ello
Yanoezs is volgens mij Venlo’s best kept secret. Te midden van een troosteloos ogend centumdeel van Venlo staat een lel van een sportschool alwaar je pas achteraan een van de keldergangen op Yanoezs stuit. Deze speurtocht laat je in gedachten al gauw achter je als je Yanoezs binnentreedt. Je ervaart hier namelijk geen standaard, ruig inkthok waar de doodshoofden op je afkomen, maar een verfrissend en vooral gezellig huiskamer idee dat tot in elk detail Yance’s persoonlijkheid uitademt.
Start-up
Yance (1982) werd geboren in Vught en groeit op in het Molukse kamp Lunetten. Na het Grafisch Lyceum is hij voornamelijk kantoorwerk gaan verrichten en hield zijn creatief werk op hobbyniveau. “Ik ben naast mijn werk altijd bezig geweest met tekenen en begon 14 jaar geleden met tatoeëren. Ondanks dat ik veel klandizie had, durfde ik de stap tot een eigen zaak nog niet aan. Voornamelijk mijn ouders zagen de onzekerheden van het zelfstandig ondernemerschap als te risicovol”. De omslag kwam in april 2011 toen zijn neefje en jarenlang tattoopartner zijn eigen shop ‘Tattoo G’ opende in Tilburg. Met menig jaren aan ervaring en nu steun van zijn ouders en zijn (Indische) vriendin Patty, ondernam hij de stap tot het beginnen van Yanoezs. Naast support is volgens Yance zijn instelling primair geweest aan zijn snelgeboren succes. “Een positieve instelling is nog belangrijker dan jouw vaardigheden. Ben je positief, dan krijg je positiviteit terug van je omgeving. Ik heb ook geen ondernemingsplan gemaakt, maar ben na mijn inschrijving meteen begonnen met het zoeken van een pand en het werven van klanten. Hierin stond steeds mijn instelling centraal”.
Leerlingen
Een voorbeeld van feedback op zijn positieve instelling zijn de leerling-tatoeëerders die hij al vrij snel na de opening had aangetrokken. Romano (aka ‘Truusje’) en Wesley (allebei 22) zijn beiden spontaan en ieder op geheel eigen wijze leerling van Yance geworden. Naast hun dagelijkse banen in respectievelijk het leger en een restaurant, zijn zij via Yance’s begeleiding gaan tatoeëren en is bij hen ook hun droom reëel geworden om van hun creatieve hobby’s hun werk te gaan maken. “Wij hebben een wisselwerking. Zij leren van mij en terzijde helpen zij in de shop met bijvoorbeeld de verdere uitbreiding en ontvangst van klanten. Ik focus eerst op hun instelling en dan pas op hun vaardigheden. Zo maken wij gezamenlijk de shop.”
Stijlen vs. cultuur
Ondanks Yance’s persoonlijke interesses en culturele achtergrond, zijn het voornamelijk de achtergronden van zijn klanten die de stijl van de tatoeage bepalen. “Het kan best dat er Molukse elementen in een tattoo verwerkt worden, maar dat zal eerder aan de achtergrond van de persoon zelf liggen. Het levensverhaal en de ideeën van de persoon in de stoel staan centraal. Ik had laatst bijvoorbeeld hier een persoon met een eigen recording studio genaamd Protailz. Bij hem kwamen muzieknoten, pianotoetsen tot zijn bedrijfslogo in zijn tattoo terug. Bij een ander waren het Cendra Wasih’s en de sterfdatum ’28-4’ ter nagedachtenis van zijn Indische grootouders. Het zijn mijn eigen interpretaties van iemands wensen en voorkeuren die de tattoo bepalen, eerder dan een voorgeschreven stijl.”
Davy
Tijdens het interview zit de Indische Davy (telg van de bekende familie ‘Purvis’) in Yance’s stoel. Zijn rechterarm zit al bijna geheel vol met Indische elementen als eerbetoon aan zijn grootouders.
“Als oudste van de kleinkinderen, vind ik het belangrijk dat de Indische cultuur bij ons erin moet blijven en dat ik hierin een voorbeeld ben voor de anderen. Het is in eerste instantie niet eens Yance’s connectie met mijn achtergrond dat ik hier zit, maar ik voel mij hier thuis en begrepen in wat ik graag wil”.
Yance’s magic
Terwijl Yance verder gaat met de wayang op Davy’s arm, bedenk ik mij dat Davy exact de magie van Yanoezs te pakken heeft. In de gezellige, ontspannen sfeer vergeet je dat je een tattooshop bent, krijg je de tijd om gezamenlijk tot het gewenste ontwerp te komen en om bijvoorbeeld over wat last minute angst voor de naald heen te komen. Van een koelkast gevuld met eten en drinken tot een TV waar je een willekeur aan films op kan kijken, je zou haast in tweede instantie pas voor een tattoo hier naar toe komen. Yance heeft met succes zowel zijn persoon als de Molukse gastvrijheid weten te verwerken in een eigen bedrijf. Hier chillen mensen, krijgen de ruimte om zichzelf te zijn en oja, laten ook nog eens een tattoo zetten!
[learn_more caption="Meer over Tattoo Yanoezs"]Wil je meer weten over Tattoo Yanoezs? Bezoek dan zijn website http://www.tattooyanoezs.nl of zijn Facebook pagina http://www.facebook.com/tattoo.yanoezs.[/learn_more]
16
Michael Jeremy – uitersten combineren en samenbrengen
Voor deze aflevering van Jonge Indo’s in de muziek toog Indisch 3.0 naar Utrecht Overvecht, waar producer en rapper Michael Jeremy (27) woont. De muziek heeft hij van huis uit mee gekregen van zijn vader, bassist en geluidsman, die hem al vroeg in aanraking bracht met verschillende instrumenten. Op jonge leeftijd maakte hij zijn eigen mixtapes.
In de stromende regen kom ik bij een reusachtige flat in Overvecht. Een beetje verloren kijk ik om me heen, maar Michael Jeremy heeft me zien fietsen en hangt op de tiende verdieping uit het raam om me te verwelkomen. Bij binnenkomst valt me een eigenaardige combinatie van de inrichting op. In de huiskamer staat een houtgesneden Dewi én een vitrinekast met Star Wars spullen. In de muziek houdt Michael Jeremy ook van het combineren van uitersten: ‘Het leukste van muziek maken is dat je heel creatief bezig bent. Ik mix allerlei stijlen met elkaar, metal, pop, dubstep, rock, maar wel altijd met rap erin. Daarmee is mijn interesse voor muziek begonnen: zelf teksten schrijven en heel veel naar hiphop luisteren.’
Kritisch én positief
Samen met huisgenoot Peggy Lou schrijft Michael Jeremy Nederlandstalige raps waarin positivisme en maatschappijkritiek hand in hand gaan. ‘Je kunt wel zeggen wat er niet goed is aan de samenleving, maar je moet ook een alternatief bieden. Alleen maar klagen werkt niet echt inspirerend.’ Dat de twee huisgenoten met hun muziek een boodschap willen overbrengen blijkt wel uit het feit dat ze in 2010 voor de SP het campagnenummer ‘Stem voor je Stufi’ geschreven en geproduceerd hebben.
‘Ik schrijf altijd eerst de tekst, dan pas de beat. Bij hiphop is het vaak andersom, maar zo werk ik gewoon niet. Ik bedenk eerst wat ik wil vertellen en pas de muziek daarop aan. Want het mooiste is als je uit de muziek de boodschap van de tekst kunt afleiden.’
Dit jaar staat de release van de EP ‘Stille Schreeuw’ gepland. Wat begon als een experimenteel hip-hopalbum, is gaandeweg meer een cross-over project geworden van rock, pop, rap en af en toe zelfs een dubstep nummer.
Huisstudio
Na al dat gepraat over muziek ben ik nieuwsgierig geworden en wil ik wel wat horen. Eén kamer in het huis is omgebouwd tot huisstudio, met een elektronisch drumstel, basgitaar, verschillende toetsinstrumenten en natuurlijk speakers en een computer. Al een paar jaar is hij bezig om de studio, naast zijn werk, op te bouwen. ‘Ik ben afgestudeerd in sociaal juridische dienstverlening, en ben nu voltijds aan het werk.’ Benieuwd naar wat zijn ambities zijn, vraag ik of hij zijn projecten als producer wil uitbreiden: ‘Ik heb de laatste tijd veel nieuwe spullen aangeschaft voor de studio, dus ja, het is wel een soort van investering.’
Het valt me op dat de muziek die ik te horen krijg heel melodieus is, met veel aandacht voor de instrumenten. Bij rap ben ik geneigd te denken aan volgerapte tracks, waarin één en dezelfde beat de boventoon voert. Maar dit zijn liedjes met een popstructuur, mooie vocalen én ruimte voor extatische solo’s. Voor de gezongen refreinen zet Michael Jeremy steeds een andere zanger of zangeres in. En de instrumentalisten hoeft hij al helemaal niet ver te zoeken: ‘Mijn oom heeft de gitaar ingespeeld,’ vertelt Michael Jeremy terloops. En tijdens het interview blijkt dat er wel meer familieleden als gastmuzikanten aan zijn nummers meewerken. Of hij met opzet familie mee wil laten doen, of dat het gewoon handig is, de muzikanten zo dichtbij, antwoordt hij lachend: ‘Indische mensen zijn gewoon goed in muziek.’
Het Indische gevoel van Michael Jeremy
Zijn vader en moeder zijn allebei Indisch. Hun families waren bevriend met elkaar en zo hebben zijn ouders elkaar leren kennen. ‘Het Indische gevoel is voor mij het lekkere eten en het familiegevoel; mijn neven zijn ook mijn beste vrienden bijvoorbeeld. En de humor – zoals grapjes in die typische tongval – die een niet-Indo misschien niet zou herkennen. Toch zijn Indische mensen vaak wel bescheiden, een beetje timide soms; zoals zaken met ‘soedah, laat maar’ afwimpelen. Maar zelf ben ik niet zo. Dat past gewoon niet bij me.’
De vrijheid van muziek
‘De vrijheid van doen wat je zelf wilt, vind ik heel belangrijk. Of het nu om werk, school of iets anders gaat, die vrijheid heb je niet altijd. Als ik muziek maak en teksten schrijf, is er niemand die zegt wat ik moet doen. Dat wil ik graag zo houden. Het is een manier om de maatschappij te ontvluchten en nieuwe werelden te ontdekken.’
‘Met mijn muziek trek ik de luisteraar graag uit zijn dagelijkse sleur. Ik deel graag mijn creativiteit en passie met anderen. Als iemand zich door mijn muziek getroost voelt wanneer hij alleen is en weer lacht, dan motiveert dat mij nog maar méér om muziek te maken.’
’Muziek zal altijd een grote rol in mijn leven spelen. Als ik geen muziek maak, luister ik het wel de hele dag. In mijn ideale wereld zou ik elke dag tracks maken met de beste artiesten. In een grote studio in de bergen, goed voor de akoestiek, met slaapgelegenheid en onbeperkt gevulde bar. En een toko in de buurt!’
Op de website van Michael Jeremy zijn binnenkort snippets te beluisteren van de EP “Stille Schreeuw”: www.michaeljeremyprojects.nl
5
Dansen met ‘greget’
Choreograaf Harijono Roebana over dansvoorstelling Ghost Track
“Hoe laat je nieuwe invloeden toe zonder jezelf te verliezen? Ghost Track is een ontmoeting van uitersten: Europa en Indonesië, het traditionele en het hedendaagse, dans en muziek,” valt op de website van choreografenechtpaar Andrea Leine en Harijono Roebana te lezen. In het kader van de tournee met Ghost Track, sprak ik met de mannelijke helft van dit duo over traditie, vernieuwing en dans.
Gunawan
“Choreografen Andrea Leine en Harijono Roebana dagen vijf westerse dansers, drie Indonesische dansers en componist Iwan Gunawan met zijn gamelan ensemble Kyai Fatahillah uit samen te smelten tot iets nieuws,” lees ik verder op www.leineroebana.com. De Sundanese gamelan van Gunawan, niet te verwarren met het sonore gepingel dat we hier vooral kennen, trok in 2009 de interesse van het choreografenduo. Het resultaat is een, volgens de Volkskrant, ‘fascinerende dansreis.’
Greget
Dat Westerse dansers en Indonesische dansers inderdaad verschillende tradities hebben, merkte Roebana bij de repetities.“Dat culturele verschillen praktische problemen op zouden leveren, had ik wel verwacht. Toch waren die anders dan ik had kunnen verzinnen,” aldus de choreograaf. “Een voorbeeld? Voor Indonesische dansers is de greget, de innerlijke kracht, ongelooflijk belangrijk. Dans je met je mond open, dan kan je die kwijtraken. Beweeg je veel door de ruimte, hetzelfde verhaal. Westerse dansers doen dat juist wel.”
Traditie en vernieuwing
“Voor Indonesiërs is traditie dominant en betekent vernieuwing dat je traditie nieuw leven inblaast. Voor ons betekent vernieuwing breken met tradities. Wij kunnen daardoor vrijer omspringen met hun traditie en we zijn gaan kijken of het anders kon. Dus wél met de mond open dansen én door de ruimte bewegen, maar niet je greget verliezen. Dat is culturele vernieuwing op het niveau van de dans.”
‘Greget, de innerlijke kracht, is ongelooflijk belangrijk’

Ghost Track van LeineRoebana. Fotografie: Deen van Meer.
Culturele verschillen
Een ander voorbeeld was dansen met los zwaaiende armen, typerend voor moderne dans uit het westen. “Nee, dat deden ze niet,” vertelt Roebana. “Of zich laten vallen in de ruimte. Niet dat ze het niet wilden, maar ze konden het niet. Zij spannen hun vingers aan bij het dansen, daardoor krijgen ze zoveel spanning in hun handen, dat het moeilijk is hun armen te laten zwaaien. En zo waren er wel meer interessante verschillen op fysiek niveau, die voortkwamen uit culturele verschillen.”
Geld
Harijono, zoon van een Indonesische vader en Nederlandse moeder, heeft zelf weinig met de Indonesische cultuur. “Ik ben er nooit zo mee bezig geweest. De Indonesische laag is een non-existent deel van mijn verleden geweest. Ik ben wel eens in Indonesië geweest, bij familie, maar met de Indonesiërs in het algemeen kon ik geen band krijgen. In hun ogen was ik een blanke aan wie je geld gaat vragen. Ik ben erg rationalistisch, ik voelde me niet aangetrokken tot de mystiek of de Indonesische cultuur. Tot ik een aantal jaar geleden, door de dans en de muziek, begon te kijken naar wat we fysiek deelden.”
“Wat delen we, fysiek?”
Tussen haakjes
“Mijn moeder vindt de voorstelling fantastisch, mijn vader is er helaas niet meer,” vertelt Harijono tenslotte. “Hij heeft nog wel meegemaakt dat ik enthousiast werd voor zijn cultuur. Een cultuur die hij zelf overigens tussen haakjes had gezet. Af en toe hoorde ik wel wonderlijke verhalen over zijn verleden. Dat hij de hele nacht bij een wajang gulit voorstelling had gezeten, bijvoorbeeld. Verder heb ik geen Indische opvoeding gehad.”
Ghost Track. Sinds 18 november op tournee en nog tot en met 23 december a.s. te zien. Voor data en locaties zie www.leineroebana.com.
[box]Wil jij deze voorstelling gratis bijwonen? Het is Sinterklaas en Indisch 3.0 mag 5 keer 2 kaarten weggeven voor de voorstelling in Theater aan het Spui in Den Haag! Je kunt op drie manieren meedoen. Hoe? Door op Twitter de link van deze post te tweeten met #GhostTrack. Óf door op Facebook het artikel te sharen en te liken. Óf door de link van dit artikel per e-mail naar vijf vrienden te sturen en ons te cc-en op redactie@indisch3.nl.[/box]
2
Danjil Tuhumena – “Het enige doel was dat ze zouden ‘draaien’”
Enigszins gespannen zit ik met Tabitha Lemon in de donkere lobby van het hotel in Hilversum wanneer Danjil binnenloopt. ‘Sorry dat ik te laat ben!’ is het eerste wat hij zegt. Zijn sympathieke voorkomen zorgt ervoor dat mijn zenuwen binnen twee tellen weg zijn en lachen we met z’n drieën om het chaotisch drukke schema dat The Voice-kandidaat er tegenwoordig op nahoudt.
Foto’s: Tabitha Lemon
Duits-Moluks-Nederlands
Hij werkt als muziekdocent in een jeugdgevangenis, heeft een dochter van 11 en is het kind van een Molukse vader en een Duitse moeder, ‘Daarom ook het lichte kleurtje!’ Met zoveel verschillende culturen opgroeien in Nederland zou elk ander mens een identiteitscrisis bezorgen, maar Danjil niet. Vroeger voelde hij zich vooral Molukker. Danjil groeide op in de Molukse wijk in Alphen aan de Rijn en had vooral zijn Molukse familie om zich heen. ’Thuis spraken we Nederlands, het Maleis kwam pas toen ik 15 of 16 was en dat met vrienden onderling groeide. Maar ik spreek natuurlijk ook Duits, want ja, ik heb Duitse familie.’
Tegenwoordig ziet Danjil zich vooral als wereldburger en daarna pas als Molukker. ‘Ik voel me nog steeds Molukker hoor! Alleen is het baldadige van vroeger er wel vanaf.’ Danjil draagt uiteraard de Molukse geschiedenis met zich mee maar hij staat er positiever tegenover dan toen. ‘Vroeger was het vooral je overal tegen afzetten en vooral schijt hebben aan dingen. Ik wil graag wat voor de Molukken doen, maar op een positieve manier.’
‘Mijn enige doel was dat de jury van The Voice tijdens zijn auditie zouden ‘draaien’. Wanneer ze dat doen krijg je bevestiging van mensen die echt al hun sporen hebben verdiend in de muziekbusiness. Het feit dat ze draaien betekent dat ze iets in je horen wat hen aanspreekt.’ Voor de live show vanavond is hij niet zenuwachtig, maar de spanning was er wel even na de Battle. ‘De Battle ging gewoon niet goed. Het niveau ligt enorm hoog en als ik op het podium sta moet het gewoon perfect zijn.’
Zijn The Voice-coaches Nick en Simon ziet hij niet veel maar wanneer ze samen zijn is het koek en ei. ‘Ik zie Gordon, de man achter Nick en Simon, wel heel erg veel en dat is erg leuk.’ Op mijn verbaasde aanname dat het wel over dé Gordon zal gaan, barst Danjil in lachen uit: ‘Nee alsjeblieft niet zeg! Ik heb het over Gordon Groothedde, een hartstikke leuke gast!’
Connecten
Bevestiging van Neerlands muzikale grootheden of niet, Danjil is niet helemaal, of eigenlijk helemaal niet, nieuw in het muziekwereldje. Met Djanecy lanceerde hij twee albums. Vooral in de Molukse scène lieten ze hun sporen na, maar ook daar buiten verwierven ze bekendheid. Een liedje blijft hem nog altijd achtervolgen: ‘Oh, mensen beginnen nog altijd ’Zo mooi’ te zingen als ik me voorstel.’
Dit jaar stonden Danjil&Friends op het Java Jazz Festival in Jakarta. De band was ontstaan naar aanleiding van Danjils deelname aan het festival. ‘Ik heb gewoon aan vrienden gevraagd of ze zin hadden om mee te gaan en zo ontstond de formatie.’ De band bestaat geheel uit Molukse muziekanten en het was een hele ervaring om in Jakarta op het podium te staan. ’Alle grote namen uit de jazzwereld waren er en om er tussen te mogen staan was een hele ervaring.’ In deze omgeving performen was geweldig, maar het was backstage dat de mooiste momenten plaatsvonden. ‘Backstage bij Santana, geweldig! En dan loop je Dennis Chambers even tegen het lijf.’ Er werd wat afgejamd, tot in de vroege uurtjes. ‘Er werd tot 7uur ‘s ochtends met mekaar muziek gemaakt en dan ‘s middags weer gewoon optreden hè!’
“Ik heb de grootheden tot vroeg in de ochtend zien jammen”
‘Jakarta voelde bijna als thuis, maar het waren natuurlijk nog niet de Molukken.’ Danjil koos er bewust voor tijdens zijn reis naar Indonesië voor het Jazz Festival niet naar de Molukken door te reizen. ’Ik wilde tijdens het Jazz Festival me ook kunnen focussen op de muziek. Bovendien ben ik nog nooit op de Molukken geweest dus wanneer ik daar heen ga wil ik ook niet nog met andere dingen bezig moeten zijn.’ Op de vraag waarom hij nog nooit naar de Molukken is geweest, antwoordt hij verlegen: ‘Ja, geld hè?’
Wil je nog meer weten over Danjil? Kijk dan op zijn website http://www.danjilmusic.nl/. Vanavond is Danjil te zien en te horen tijdens de Live Show van The Voice of Holland op RTL4. Vergeet niet op ‘m te stemmen!
7
Jonge Indo’s in de liefde: Sanne & Jago
Geliefden die allebei Indisch bloed hebben zijn vaker uitzondering dan regel, maar Sanne (29) en Jago (40) zijn zo’n stel. Beiden hebben een Indische vader. “En allebei onze oma’s komen van Menado”. In 2004 leerden ze elkaar kennen via de muziek doordat ze in dezelfde band terechtkwamen: Bahaya. Ik ga op bezoek bij het Indische stel in hun bovenwoning in Rotterdam, waar ik meteen bij de lunch aanschuif. “O, en je blijft wel eten hè, Jago maakt gado-gado.”
Samen in een band
In 2004 ontstond de urban band Bahaya uit 10 muzikanten en zangeressen, allemaal met een
Indische of Molukse achtergrond. Sanne was één van de zangeressen en Jago, ook wel bekend als MC Jago, zong en had de rol van Master of Ceremonies. Ik zong ook in de band en heb van dichtbij meegemaakt hoe deze twee steeds meer naar elkaar toe trokken en uiteindelijk een stel vormden. Maar hoe ging dat precies? En wie zette de eerste stap?
Als vanzelf begint Sanne te praten over hoe ze elkaar beter hebben leren kennen. Ze begon hem leuk te vinden zo rond een optreden in Amsterdam: “Maar ja, ik had toen ook nog een vriend, dus ik liet het gevoel niet echt toe.”
“Je valt toch niet op je eigen soort!”
In 2005 was er een periode met veel repetities en optredens, en dus zagen ze elkaar ineens veel vaker. Alle andere bandleden viel het op een gegeven moment op dat de twee wel erg veel op elkaar aan het vitten waren. Plagerijtjes van beide kanten werden flirts en zo groeiden de kriebels. Toch viel het kwartje bij Sanne nog iets later: “Want je valt toch niet op je eigen soort?” Sanne en ik barsten allebei in lachen uit.
Jago komt uit de keuken gelopen en vult haar aan: “In het begin was ze altijd zo stil, dus ik vertelde haar een keer dat het me opviel dat ze nooit iets tegen me zei.” Opvallend genoeg begon ze een paar weken later ineens uitgebreid met hem te praten na een repetitie in Arnhem. Zo begon een in eerste instantie puur platonische relatie met urenlange telefoongesprekken tot diep in de nacht. Over van alles, ook over ex-liefdes.
Sanne had niet eerder een Indische vriend. Jago had eerder wel een Molukse vriendin gehad, maar Sanne is zijn eerste Indische vriendin. Hoewel er altijd veel Indische vrouwen in zijn omgeving waren, zag hij die nooit als potentiële partners, “terwijl ik ‘het Indische type’ wel de mooiste mix vind voor een vrouw,” zegt Jago met een grote glimlach.
Hand in hand lopen
Hun eerste date was in Antwerpen. “Sanne had in een van de telefoongesprekken laten vallen dat ze, na de breuk met haar ex echt toe was om even weg te gaan, dus stelde ik voor haar op te pikken en naar Antwerpen te rijden.” Sanne vond het stoer dat hij een eigen auto had: “Wist ik veel dat hij zoveel ouder was!” Tijdens deze date wilde zij testen of hij hand in hand wilde lopen, maar eigenlijk durfde ze zelf niet. In haar bodywarmer had ze snoepjes meegenomen voor onderweg. Toen ze er één aan hem wilde geven, pakte hij tot haar grote verrassing meteen haar hand vast.
In 2010 zijn Sanne en Jago getrouwd tijdens een rondreis door de Verenigde Staten, in Las Vegas, in Elvis Presley stijl. En nog geen jaar later was daar een baby: Sem. Een flink mannetje met duidelijk Aziatische ogen. Een Koreaanse dame in een winkel zag meteen dat Sem Aziatisch bloed had. “Maar toen ze ons zag, was het toch wat anders dan ze had verwacht,” lacht Jago.
Iets eigens
Op mijn vraag of de I-factor een rol speelt in hun relatie, antwoordt Sanne meteen (zonder dat ik de I-factor hoef uit te leggen): “Sommige dingen zijn gewoon al eigen.” Waar dat zich in uit hoeven ze ook niet lang over na te denken: “Kleine woordjes in het dagelijkse leven en dan vooral over eten natuurlijk. Als Sem te eten krijgt bijvoorbeeld, en het is op, dan zeggen we dat in twee talen.” Het stel houdt ervan Indisch te koken en moet elkaars creaties ook altijd van commentaar voorzien. Verder omschrijven ze zichzelf als makkelijk in de omgang, gastvrij en altijd beleefd. Maar ook kunnen ze allebei heel lui zijn. Maar misschien nog meer Indisch is het vermogen overal ter wereld te kunnen blenden met de bevolking. “Tijdens onze reis door de VS werden we voor van alles en nog wat aangezien. Blijkbaar kunnen we voor heel wat verschillende afkomsten doorgaan.”
Het batik knuffelaapje van Sem heet meneer Monyet, “Hij had ook best meneer aap kunnen heten, maar blijkbaar werd het monyet.” En wanneer ik om me heen kijk, wordt dit huis onmiskenbaar bewoond door Indo’s: in elke hoek van het huis is wel iets te vinden dat als Indisch verklaard kan worden: Buddha’s, batik, Indonesische maskers. “Het gevoel voor het mystieke, dat vind ik ook iets heel Indisch,” zegt Jago. Sanne: “En hij moet ook altijd pisang goreng eten als hij het tegenkomt. Hoe smerig ze misschien ook zijn bereid. En elk jaar naar de Pasar Malam natuurlijk.”
Ik ben heel benieuwd of Sem als hij ouder is zich Indisch zal voelen. Dat brengt Sanne op een anekdote: “Een keer zaten we in de auto toen Sem ineens een geluid maakte dat heel erg klonk als: ‘Adoeh!’ We hebben zó hard gelachen!”
29
Jonge Indo’s in de Liefde: Nina & Roos
Via een skype-verbinding spreek ik met Nina (23) en Roos (24) vanuit een vakantiehuis in Zuid-Frankrijk waar zij, om met de woorden van Nina te spreken: via Indo, via Indo, via Indo, terecht zijn gekomen. De dames zijn net hun bed uit gerold als de internetverbinding tot stand komt, maar dit staat een leuk gesprek over hoe zij elkaar hebben ontmoet, hun relatie en Nina’s Indische achtergrond en familie niet in de weg.
Zoen me dan!
Toen Nina en Roos elkaar voor het eerst ontmoetten op een jaarlijks hockeytoernooi sprong de vonk niet meteen over. Dit kwam pas drie jaar later toen zij elkaar per ongeluk zoenden. Nina en Roos hadden het altijd gezellig samen en Roos meende dat als zij en Nina zouden zoenen, ze zeker zou weten lesbisch te zijn. Op deze uitspraak reageerde Nina met een duidelijk: ‘Zoen me dan!’ Aldus geschiedde en de vonk sprong over, maar toch duurde het nog een jaar voordat hun relatie ook echt een naam kreeg. Roos bleef het allemaal een beetje eng vinden en wist niet goed wat te doen, tot Nina het allemaal wat te lang vond duren en iets had van: ‘Later Roos, ik ga verder met m’n leven!’ Kennelijk was dit het laatste zetje dat Roos nodig had, want sindsdien zijn de twee alweer bijna drie jaar samen.
Indo-genen
Hun relatie omschrijven Nina en Roos als gezellig, waarin zij veel met elkaar delen. ‘Wij passen gewoon bij elkaar!’ Allebei vinden ze de ander op z’n tijd gek en koppig, waarop Roos aangeeft dat vooral zij de koppige is en Nina een echte Indo: stil. Over het algemeen heeft Nina wel een grote mond. Maar toen zij voor het eerst de ouders van Roos ontmoette zat ze stilletjes op de bank te kijken wat er allemaal gebeurde en wist ze niets te vertellen. Roos zegt lachend: ‘Van die grote mond blijft soms niets meer over! En als we ruzie hebben kan Nina soms wel drie dagen helemaal niets zeggen!’ Waarop Nina antwoordt: ‘Ik kan me er dan gewoon niet overheen zetten! Ik ben dan boos, snap het niet en kan niet normaal doen.’ Haar Indo-genen heeft Nina van haar vader. Ze is netjes, geordend en gestructureerd. Het Indische van Nina maakt ook dat zij beter begrijpt waarom ze is zoals ze is: ‘Zonder Indische genen ben ik een vreemde eend in de bijt. Kijk, als ik als persoon een boerenhollandse trien zou zijn, dan zou dat gewoon niet kloppen!’ Waarop zij en Roos in lachen uitbarstten.
De boze blik van oma
‘Alles wat Indo’s doen vind ik grappig en interessant!’ zegt Roos met een lach op haar gezicht. ‘Maar die Indische familie, dat was toch wel even wennen.’ Zo blijft Roos zich erover verbazen dat als jij niets zegt, zij niets vragen. Nina had bijvoorbeeld nooit verteld dat zij lesbisch was, maar nam Roos gewoon steeds mee naar familiefeestjes. Niemand vroeg ooit: ‘Wie ben jij en wat doe je hier?’ De eerste die dit vroeg was de Nederlandse vrouw van een Indische neef.
‘Als je iets wilt weten, dan vraag je dat toch gewoon?!’ vindt Roos. ‘En dan al die regeltjes!’ Toen Roos voor het eerst mee at bij de ouders van Nina, was zij volledig geïnstrueerd over wat wel en niet mocht aan tafel. Niet zingen, niet neuriën, niet uitrekken, niet zuchten en zo verder.. Maar zo zat Roos nog geen minuut aan tafel en zong ze mee met de radio. Dit gebeurde ook aan tafel bij het opperhoofd, de Indische oma van Nina. Hierop kreeg Roos rechtstreeks de boze Indische blik van oma, met als vervolg: ‘Wij zingen niet aan tafel!’ De les was snel geleerd.
Toekomstplannen![Nina-Roos [3]](http://www.indisch3.nl/wp-content/uploads/2011/09/Nina-Roos-3-300x225.jpg)
Roos geeft aan dat zij iemand is die soms behoefte heeft aan rust en stilte om haar heen, waar Nina het liefste 24/7 samen wil zijn. Hun toekomstbeeld van een huisje, boompje, beestje, moet volgens Roos dan ook bestaan uit een groot huis waar ze ook wat ruimte voor zichzelf kan creëren. Kinderen komen ook voor in dit totaalplaatje, en zowel Nina als Roos menen dat het Indische in hun gezin ook een rol zal spelen. Hoewel Roos wel vindt dat het misschien een beetje zielig is voor de kinderen, dat strenge en de regeltjes van Indo’s. Maar Nina is het hier niet mee eens, hun kinderen mogen later ook niet aan tafel zingen. Wat dat betreft is Nina een gewoontedier, wat Roos eigenlijk ook wel fijn vindt. Het heeft een positieve invloedop hun relatie. Nina reageert gekscherend: ‘Ik heb alleen maar goede invloeden en Roos niet!’ De verbaasde blik van Roos doet Nina weer in de lach schieten: ‘Roos! Grapje!’
11
Jonge Indo’s in de Liefde: Kirsten & Maas
‘Rood’ is hoe Kirsten haar eerste ontmoeting met Maas omschrijft. ‘Ik werd gewoon knalrood!’ vertelt ze over de eerste keer dat ze bij Maas zijn kantoor binnenstapte bij Internationale Zaken op het ministerie van VROM, waar zij destijds allebei werkten. ‘En hij was helemaal mijn type niet!’ Een direct vervolg kregen de rode koontjes niet. Sterker nog, het zou nog 1,5 jaar duren voordat de twee tortelduifjes hun eerste date zouden hebben.
Daarvoor, maanden na die eerste ontmoeting, deed zich een dineetje van het werk voor. Maas belandde op tactische wijze alleen met Kirsten aan een tafeltje. ‘Ik wist helemaal niet dat jij zo’n onwijze Indo bent,’ zei Maas tegen Kirsten, die zich daarop afvroeg wat hij dan met Indisch had. Maas bleek ouders te hebben met een Indische achtergrond. Direct vroeg Kirsten zich af of de aantrekkingskracht die ze had gevoeld, daar iets mee te maken had.
Van boemeltrein naar sneltrein
Pas maanden later vroeg Maas via een e-mail Kirsten mee uit. En weer maanden later, Maas had ondertussen een wereldreis voor z’n werk gemaakt, kwam het eindelijk tot een eerste date. Het was direct dikke mik en toen Maas bij de tweede date met wadjan en messen bij Kirsten op de stoep stond, heeft ze hem vastgepakt en nooit meer laten gaan. De relatie begon dus als een boemeltreintje, dat zich tot hogesnelheidstrein ontpopte: nauwelijks een jaar later was Kirsten in verwachting van hun eerste kind en gingen ze trouwen. ‘Ik ben heel benieuwd wanneer de snelheid afneemt!’ vertelt Kirsten lachend.
Exotisch
Kirsten hoeft Maas niet uit te leggen wat Indisch-zijn voor haar betekent en waarom ze de dingen doet, die ze doet, zoals voor Indisch3.0. ‘Maas vindt het gewoon ontzettend leuk en heel belangrijk. Je hoeft natuurlijk geen Indische achtergrond te hebben om dat te waarderen en te begrijpen, maar Maas kan net even wat meer meedenken met dat soort zaken dan de gemiddelde Nederlander.’ En: de Indische afkomst is gewoon. Het lot wil ook nog eens dat hun ouders in dezelfde steden in Indië zijn geboren: de moeders in Jakarta, de vaders in Bandung. En dat zorgt toch weer voor een extra band, voor het jonge stel, maar ook voor hun ouders. ’Veel Nederlanders maken er zo’n exotisch gedoe van, als je ouders uit Indonesië of Nederlands-Indië komen,’ verzucht Kirsten.
Hollandse kant
‘Ik heb wel gedate hoor, met jongens die – veel meer dan Maas – die Indo-Europese inslag hadden, maar, hoe leuk ze ook waren, elke keer voelde ik: “Jij kunt mijn broertje of neef zijn.” Dat heb ik, gelukkig, met Maas niet. Misschien doordat hij meer Hollands bloed heeft dan bij de meeste Indische jongens die ik over de jaren heb leren kennen.’ Die tweedeling van Indisch en Hollands kwam in de trouwvoorbereidingen in de gastenlijst tot uiting. Kirsten’s uitgebreide familie met tantes, ooms, neven en nichten domineerde de lijst. De I-factor is dus absoluut aanwezig in hun relatie. Maas is zich bovendien meer voor zijn Indische achtergrond gaan interesseren. ‘Als onze ouders bij elkaar zijn, komen de verhalen over vroeger los. Maas stelt vragen en leert zo van alles over zijn ouders, dat hij nog niet wist.’
De mooiste dag van je leven
‘Iedereen zegt dat onze trouwdag de mooiste dag van ons leven zal zijn, maar ik vermoed dat die in september komt,’ vertelt Kirsten. Dan zal namelijk hun eerste kind geboren worden, die ongetwijfeld veel van het Indische van Kirsten en Maas mee zal krijgen. ‘Begrijp me niet verkeerd, tegen iemand zeggen dat je de rest van je leven met hem wilt delen is heftig. Maar volgens mij is vader of moeder worden zo’n intense belevenis, dat de dag dat onze zoon geboren wordt vast de allermooiste dag van ons leven zal worden.’
18
“Geen idee dat het zoveel los zou maken”
Interview met Diederik van Vleuten
Een paar jaar geleden kreeg Diederik van Vleuten de memoires van zijn oom. Ze verhaalden over de val van Nederlands-Indië. Van Vleuten maakte er de theatervoorstelling ‘Daar werd wat groots verricht’ over en speelt sindsdien in uitverkochte zalen. Eerder recenseerde Indisch 3.0 zijn voorstelling. Afgelopen maand, voor een van de laatste voorstellingen van dit jaar, interviewde Caroline Wetzels hem in Helmond.
Tekst: Caroline Wetzels. Fotografie: Patrick van Beek
Een persoonlijke getuigenis
Diederik van Vleuten is cabaretier, musicus en tekstschrijver. Jarenlang toerde hij met Erik van Muiswinkel het land door. Op de dag dat het duo besloot te stoppen kreeg hij van zijn vader het familiearchief. Het archief omvat zeven kisten vol geschiedenis en herinneringen, waaronder de memoires van oudoom Jan die getuige was van de val van Nederlands-Indië. Het was meteen duidelijk dat hij hier iets mee moest doen. Dat de voorstelling zoveel los zou maken, had hij echter nooit verwacht.
“De dag dat ik het archief kreeg ging er een deur voor me open. Ik wist dat het er was, maar toen ik het in handen kreeg, restte nog een vraag: ‘Kan ik hier iets mee in het theater?’ Die vraag is inmiddels overtuigend beantwoord: het publiek komt van heinde en verre om Daar werd wat groots verricht te zien. De voorstelling vertelt het persoonlijke verhaal van oudoom Jan die geboren werd in Indië.
” Dit is niet alleen het verhaal van oom Jan, dit is ook het verhaal van hun opa, jouw oma.”
Oom Jan groeide er op, maar ging naar Nederland om een ‘gedegen opvoeding’ te genieten. In 1930 keerde hij terug naar Insulinde. Hij werkte als planter op verschillende ondernemingen en ontmoette zijn vrouw Aukje. Hij maakte er de oorlog en internering mee, de politionele acties en de soevereiniteitsoverdracht en schreef zijn ervaringen nauwgezet op. Het waren ervaringen die hem erg aangrepen.
“Het is niet omdat ik mijzelf zo belangrijk vind dat ik dit geschreven heb, maar ik vind wel dat ik in een belangrijke tijd geleefd heb. De veranderingen die zich in mijn tijd voltrokken zijn als een waterval over ons heen gekomen. Daarvan wil ik nog eenmaal getuigen,” begint Jan zijn memoires.
De reacties die de cabaretier over de voorstelling krijgt, zijn als een waterval over Diederik heen gekomen. “Het is in de eerste plaats een theatervoorstelling voor het gewone publiek, je hoeft niks van Nederlands-Indië te weten. Een verhaal over twee gewone mensen in een ongewone situatie. Maar wat maakt het veel los in de Indische gemeenschap. Hele families komen naar de voorstelling kijken.”
Van Vleuten wist dat het een aangrijpend verhaal was, maar wat het zou doen, geen idee. Hij had nooit kunnen bedenken dat dit zoveel teweeg zou brengen.
“Na iedere voorstelling komen de reacties. Een jongen van 18 jaar, die mailt dat hij totaal geen weet had van wat zich daar ooit had afgespeeld. Maar, dit is niet alleen het verhaal van oom Jan, dit is ook het verhaal van hun opa, jouw oma”.
“Wat ik doe met Daar Werd Wat Groots Verricht is nog niet eerder gedaan. Daar ben ik trots op.”
Hij krijgt ook reacties van mensen die zelf een connectie hebben met zijn oom Jan. Zo noemt hij in de voorstelling de boot waarmee Jan naar Nederland is gekomen, op dat moment sprongen de tranen in de ogen bij een vrouw in het publiek. Ze vertelde dat haar vader de kapitein was van dat schip, hij had oom Jan naar Nederland gebracht.
En zulke reacties krijgt hij regelmatig. Hij heeft pakken vol met mails en brieven en reageert op alle reacties die hij krijgt. “Mensen schrijven zulke hartverscheurende dingen, ik moet gewoon reageren. Over een paar jaar zijn ze er niet meer, die generatie is dan weg. Als dit voorbij is ga ik denk even op een bankje zitten en terugkijken naar wat ik allemaal heb meegemaakt. Ik heb nog helemaal geen tijd gehad om dit allemaal te verwerken.”
Toekomstplannen
Volgend jaar zal er een reprise komen van de voorstelling: theaters konden niet wachten om hem nog een keer te boeken. Onder andere de Koninklijke Schouwburg in Den Haag. De voorverkoop is al begonnen. Ook zal de voorstelling op DVD worden uitgebracht. De opnamen hebben inmiddels plaatsgevonden. Hij is blij met de voorstelling die hij heeft gemaakt. “Ik heb mijn vorm in het theater gevonden. Door toeval of voorbestemming. Wat ik doe met Daar Werd Wat Groots Verricht is nog niet eerder gedaan. Daar ben ik trots op.”
Ondertussen is Diederik bezig aan een boek over deze familiegeschiedenis. De werktitel van het boek is Oom Jan en de val van het Nederlands imperium in Zuidoost Azië. “Een groteske titel”, benadrukt hij. “De kleine Nederlander versus de grote gebeurtenis. De titel spreekt ook van de val. Zo zien wij het. De Indonesiërs zagen het precies andersom. Bij ons werd de vlag gestreken, bij hen ging de vlag in top. En oom Jan stond er met zijn neus bovenop.”
Voor verdere informatie over zijn komende tour kunt u terecht op zijn site www.diederikvanvleuten.nl
Populair: Jonge Indo’s..
Alle posts
Recente posts
Reacties
- Indisch4ever on Enqueteren op de 54e TTF
- Jan A Somers on Hacking History – Monument Indië Nederland
- Edcaffin on Hacking History – Monument Indië Nederland
Tweettweettweet
- No public Twitter messages.



















