Browsing articles in "Politiek"
May
13

Toppunt polderhypocrisie: “Rawagede verjaard”

By Ed Caffin  //  Blogs, Herdenkingen, Indonesië, Politiek  //  67 Comments

Als het om het verleden gaat, blijkt eens te meer dat Nederland met twee maten meet. De landsadvocaat die de Nederlandse staat vertegenwoordigt in de zaak Rawagede, wijst aansprakelijkheid voor de massamoord die het Nederlandse leger in 1947 in het Indonesische dorp beging namelijk van de hand.

Wat Nederland bij monde van de landsadvocaat wel erkent is dat de executies, die tot nu toe altijd als “excessen” werden aangemerkt, oorlogsmisdrijven zijn. Maar die misdrijven zijn inmiddels, 63 jaar later, verjaard, aldus de advocaat, en dus kan de Nederlandse staat niet aansprakelijk worden gesteld. En dat is dat.

Verjaard? Hoezo verjaard? Zeggen we dat ook over misdaden gepleegd in de Tweede Wereldoorlog? En: er zijn nota bene nog enkele overlevenden en velen nabestaanden. Sommige van hen zijn misschien bejaard, maar zeker niet verjaard.

Het met droge ogen beweren dat het zonder proces executeren van honderden onschuldige mannen kan verjaren, lijkt het toppunt van polderhypocrisie. Zeker voor een land dat het moraal (om over normen en waarden maar te zwijgen) hoog in het vaandel heeft staan en thuis is voor het Internationaal Gerechtshof.

Terwijl Nederland vooraan staat wanneer het gaat om het terechtwijzen van schendingen van mensenrechten door andere landen of om het vervolgen van personen voor internationale oorlogsmisdaden, heeft het de grootste moeite dit te doen met eigen ‘misstappen’.Eens te meer blinkt Nederland uit in ‘wel het vingertje wijzen maar zelf de andere kant opkijken’. Nederland weigert (nog altijd) goed in de spiegel te kijken en boete te doen voor misdaden die zijn gepleegd in de eigen (koloniale) geschiedenis.

De wrange verklaring van de landsadvocaat dat de bejaarde nabestaanden van Rawagede in Indonesië inmiddels moet hebben bereikt luidt zo ongeveer: “Sorry hoor, het was inderdaad fout dat we honderden onschuldige mannen zonder proces hebben geëxecuteerd, maar het is nu eenmaal te lang geleden en we zijn er niet meer verantwoordelijk voor.” Voor een aantal van hen kwam zelfs dat antwoord te laat. Zij stierven in de anderhalf jaar dat het proces nu al duurt – misschien maar goed dat ze het antwoord niet hoefden te horen.

Strijdbaar en op zoek naar gerechtigheid, zet de groep overgebleven nabestaanden door. De advocaat van de nabestaanden hoopt dat de rechter voor het einde van dit jaar met een gunstige uitspraak komt. Zouden onze polderende hypocrieten dan wel in de spiegel durven kijken?

Mar
3

Tijd voor een Indisch politiek geluid?

Een gevallen kabinet, gemeenteraadsverkiezingen en Tweede Kamerverkiezingen in juni: de eerste helft van dit jaar staat bol van de politiek. Onderwerpen als economie, veiligheid, maar vooral integratie zullen het maatschappelijke debat domineren. Nog niet eens zo heel lang geleden was er een “Indisch geluid” in de politiek te horen. Zou zo’n partij weer bestaansrecht hebben?

De VIP (2002). Bron: www.verkiezingsaffiches.nl

Verkiezingsaffiche van de VIP uit 2002. Bron: www.verkiezingsaffiches.nl

De enige Indische politieke partij die ooit de geschiedenisboeken heeft gehaald was de Vrije Indische Partij. De VIP wilde spreekbuis worden in Den Haag voor de Indische gemeenschap, die al jaren vergeefs streed voor onder andere rechtsherstel en reparatie van de AOW-uitkeringen en pensioenen. Vanaf de oprichting in 1994 probeerde de VIP parlementaire invloed te krijgen. Nadat het hen in drie opeenvolgende verkiezingen niet lukte in de Tweede Kamer te komen, besloot de partij zichzelf in 2006 op te heffen.

Sowieso zijn er maar weinig Indische partijen die politiek een vuist hebben gemaakt. In Nederlands-Indië ontstonden rond de eeuwwisseling enkele Indo-Europese belangenorganisaties. In beperkte mate waren die politiek  van aard. De enige echt politiek te noemen organisatie was het in 1919 opgerichte Indo-Europees Verbond. Het IEV streefde naar eenheid onder en emancipatie van Indo-Europeanen in Indië. Prominente leiders waren o.a. Karel Zaalberg (1873-1928) en Frederik Hermanus De Hoog (1881-1939).

Het IEV vertegenwoordigde de Indo-Europese bevolkingsgroep in de Volksraad in Indië. Dit was een volksvertegenwoordiging in de kolonie die in 1916 was opgericht, in reactie op aanzwellende kritiek dat het beleid vervaardigd werd in Den Haag. De raad, die  in eerste instantie alleen adviesrecht had, werd deels gekozen door vertegenwoordigers van bevolkingsgroepen en deels benoemd door de Gouverneur Generaal.

De Volksraad was, in tegenstelling tot diverse opkomende belangenorganisaties, het eerste orgaan dat politieke invloed kon uitoefenen op het centrale gezag in Nederlands-Indië. Gaandeweg kreeg de raad, waarbinnen de IEV een invloedrijke partij was, meer invloed en rechten en het ontwikkelde zich in de twintiger jaren als een essentieel onderdeel in de zogeheten ontvoogding van Nederland. In het eerste jaar van de Japanse Bezetting werd de Volksraad ontbonden. Het IEV ging verder als een Indo-Europese belangenbehartiger in Indonesië, en is uiteindelijk wegens gebrek aan achterban opgeheven.

Na de Tweede Wereldoorlog en de daaropvolgende repatriëring ontstonden verschillende Indische belangenbehartigers in Nederland. De nadruk kwam nu te liggen op gebeurtenissen tijdens en de gevolgen van de Tweede Wereldoorlog. Het moest tot halverwege de jaren negentig duren voordat er in Nederland een serieuze poging kwam om deze belangen op de hoogste politieke agenda te krijgen, met een Indische vertegenwoordiging in de Tweede Kamer. Ondanks dat de Indische gemeenschap ongeveer 5% van het electoraat hier vertegenwoordigde, lukte het tot drie keer toe niet om een kamerzetel te bemachtigen.

Het verdwijnen van de VIP in 2006 markeert naar mijn mening het definitieve einde van een volksvertegenwoordiging voor Indische belangen. Omdat de politieke speerpunten van het Indische geluid in parlementair Den Haag direct gekoppeld waren aan de eerste generatie, heeft het nobele streven naar uitkeren van de tegoeden en naar eerherstel, hoe spijtig ook, weinig relevantie meer voor volgende generaties. In de regel gaan politieke partijen uit van een aantal ideologische beginselen waar een groep mensen zich door vertegenwoordigd ziet en niet van het belang van een bepaalde etnische of culturele bevolkingsgroep.

Ik heb niet de indruk dat de derde en vierde generatie Indische Nederlanders haar gemengde culturele identiteit politiek vertegenwoordigd wil zien. Bij de jongere Indische generaties is ook geen behoefte (meer?) aan maatschappelijke emancipatie, zoals dat bij eerdere generaties wel het geval was. De Indische cultuur en identiteit lijkt mij dus onvoldoende fundament voor een nieuw Indisch politiek initiatief. Kortom, Indische politiek behoort voorgoed tot de geschiedenis.

Jan
27

Ypma over Culemborg

Hanengevecht in Gelderland

Jan
14

Gelderse twisten

By Kirsten Vos  //  Blogs, Dagelijks, Politiek  //  17 Comments

Ik zal de laatste zijn die zegt te weten wat er in Culemborg zó mis is gegaan, dat sinds de jaarwisseling de ‘Moluks-Marokkaanse oorlog’ de actualiteiten beheerst. Want ik was er niet bij. Ik zal ook de laatste zijn die weet wat de oplossing is. Want ik heb nul ervaring met dit soort conflicten. Maar ik wil zeker niet de laatste zijn die nadenkt over wat er gebeurt in het oosten van ons land. Waarom hechten leiders uit Nederlandse, Molukse én Marokkaanse kringen er zoveel waarde aan te benadrukken dat dit geen etnisch conflict is?

Fotografie: Ed Caffin

Welkom in Culemborg

Dat is overigens niet het enige dat me opvalt aan deze Nieuw-Gelderse twisten. Het is walgelijk en hypocriet om te zien hoe veel steun de Molukkers krijgen en hoe weinig daarvan de Marokkanen ten deel valt. Gratis krant De Pers vertelt: “Veel Nederlanders kiezen enthousiast de kant van de Molukkers, ‘die als enigen de Marokkanen durven aan te pakken.”

Pakweg veertig jaar geleden kregen Molukkers nog dezelfde behandeling als de Marokkanen nu. Vanuit die parallel verbaast het me daarom niets dat onlangs in de Volkskrant stond dat ‘Marokkanen de nieuwe Molukkers’ zijn. Zo bekeken is de positieve kant wel dat over veertig jaar de Nederlandse bevolking juicht wanneer de Marokkanen slaags raken met een nieuwe bevolkingsgroep – ook al is de historische en culturele band die beide groepen met Nederland hebben natuurlijk niet te vergelijken.

Ik ben niet de enige die de waardering voor het Molukse optreden in Culemborg wantrouwt. De Pers vervolgt: “Veel Molukkers wijzen de ‘steun’ af. ‘Vroeger waren wij de zondebokken, en nu zijn we opeens de helden’, reageert een Molukker. (…)‘Op school leerden jullie niks over ons. En nu willen jullie opeens weten wie we zijn?”

Verbazingwekkend vind ik de moeite die ‘vertegenwoordigers’, zoals onlangs in de Volkskrant, doen om te benadrukken dat de nieuwe variant op taart gooien geen etnisch conflict is. “Het zijn géén Marokkanen tegen Molukkers. Wat je ziet is wat je in elke jeugdcultuur ziet: jongeren die tegenover elkaar staan. (…) In de kern gaat het om rotzakken, toevallig van Molukse afkomst, die vechten met andere rotzakken, toevallig van Marokkaanse afkomst.”

Welkom in Terweijde

Géén Marokkanen tegen Molukkers? Een forumbijdrage uit het begin van het conflict als “Wat komen jullie marokkanen praten man! we moeten die marokkaanse wijk aanvallen met KAPMESSEN EN ZWAARDEN! net zoals toen in leerdam, dan is alles afgelopen…jullie doen stoer met 2000 marokkanen tegen 300 molukkers, ” is volgens mij namelijk best racistisch.

Waarom is het zo belangrijk dat dit geen etnisch conflict is? Omdat Nederlanders er dan niets meer van begrijpen? Ik hoor ze al: “We hebben al genoeg problemen tussen allochtonen en autochtonen. Wat moeten we in vredesnaam doen nu die allochtonen onderling op de vuist gaan?” Of zijn diezelfde vertegenwoordigers bang zijn dat dit incident aanleiding vormt voor kritiek op het immigratiebeleid, zoals Hannes, Den Haag | 12:00 | 05.01.10 doet? In dat geval raad ik ze aan toch maar eens de intro van het boek ‘Alleen maar nette mensen’ van Robbert Vuijsje te lezen.

Jan
7

Linggadjati, brug naar de toekomst’ maakt nieuwsgierig naar Soetan Sjahrir

By Elsbeth Vernout  //  Boeken, Herdenkingen, Politiek, Recensies  //  5 Comments

‘Vergeten staatsman’ Soetan Sjahrir was een van de grondleggers van het vrije Indonesië. In het boek ‘Linggadjati, brug naar de toekomst’ krijgt hij speciale aandacht. Het is een bescheiden biografische schets over zijn leven, geplaatst binnen de context van de politieke omwentelingen in Indonesië. Het maakt nieuwsgierig naar meer inkijk in het leven van Sjahrir.

Linggadjati, brug naar de toekomst (KIT, 2009) Linggadjati, brug naar de toekomst (KIT, 2009)

Eerlijk gezegd had ik nog nooit van Soetan Sjahrir (1909-1966) gehoord toen ik het boek ‘Linggadjati, brug naar de toekomst – Soetan Sjahrir als een van de grondleggers van het vrije Indonesië’ in handen kreeg. Beetje gênant misschien, maar hij wordt niet voor niets de ‘vergeten’ Indonesische staatsman en socialist genoemd. Dit boek is, tegelijk met een DVD en een tentoonstelling, uitgebracht in Sjahrir’s honderdste geboortejaar. In het boek beschrijven Frederik Erens (historicus) en Adrienne Zuiderweg (onderzoekster en publiciste) zijn levensloop, die zij plaatsen in de context van de politieke en sociale ontwikkelingen in het Indonesië van voor en na de Tweede Wereldoorlog. (Waarbij er helaas een fout in de inleiding is geslopen: de Proklamasi was toch in 1945?)

Onoverbrugbare tegenstellingen
Linggadjati gaat over de totstandkoming van het Akkoord van Linggadjati in 1946. Een van de sleutelfiguren was de toenmalige premier Sjahrir, een van de ondertekenaars. Het was een poging tot vreedzame oplossing van het Nederlands-Indonesische conflict. Toch liep het akkoord, dat gesloten werd in een gelijknamig bergdorpje op Java, uit op een fiasco. De Nederlandse regering zag ‘Linggadjati’ als tijdwinst om alsnog grip op de kolonie te krijgen. De Indonesische onderhandelaars zagen het akkoord ook als tijdwinst, maar dan om Indonesiërs ervan te overtuigen dat hun land één republiek moest worden. Deze strijdige belangen bleken een onoverbrugbare tegenstelling te zijn. De achterbannen aan Indonesische en Nederlandse zijde bleven wantrouwig, de Eerste Politionele Actie volgde een jaar later.

Verkeerde been
Toen ik de cover van het boek zag – een tekening van striptekenaar Peter van Dongen – dacht ik: ‘Ha! Een stripversie van de verhalen over het akkoord van Linggadjati, dat is interessant. Een boek om in te bladeren en wat te lezen, met een harde kaft en het formaat van een klein prentenboek!’ Bij het openslaan bleek dat ik op het verkeerde been was gezet. Linggadjati, brug naar de toekomst is een historisch overzicht, toegankelijk vormgegeven, maar serieus van aard met veel feiten, afkortingen en jaartallen. Als je kritisch naar het boek kijkt kun je dus zeggen dat vorm en inhoud niet bepaald op elkaar aansluiten. Bovendien: is het nu een historisch overzicht over de stappen naar het Akkoord van Linggadjati, een biografische schets van leven en werk van Sjahrir of een wetenschappelijk getint boek over de opkomst van het Indonesische nationalisme vol jaartallen?

Meer Sjahrir!
In het laatste hoofdstuk staat dat het Indonesische ministerie voor Buitenlandse Zaken een stripboek heeft uitgegeven voor de jeugd: ‘De strip toont hoe Indonesië en Nederland in Linggadjati op vreedzame wijze hebben geprobeerd een oplossing te vinden, waarbij ze elkaars standpunten en waarden respecteerden.’ Misschien moet ik die ook maar eens gaan lezen. Om te beginnen. Want verdienste van het boek is absoluut dat het interesse wekt voor deze bijzondere figuur, Soetan Sjahrir. Zijn leven en werk waren nauw verweven met Indonesië en met Nederland, waar hij zijn opleiding volgde, en zijn sterke idealen werden hem niet in dank afgenomen. Soetan Sjahrir werd eerst verbannen door de Nederlandse regering en later gevangen gezet door zijn voormalige politieke vriend Soekarno. Toch heeft de in Leiden geschoolde staatsman altijd vastgehouden aan zijn idealen van een democratische, socialistische samenleving. Wrang dat er desondanks nog twee oorlogen en vele slachtoffers nodig waren om daadwerkelijk een vrij Indonesië te krijgen.

Tip: Onlangs wijdde Andere Tijden een uitzending aan Sjahrir en het akkoord van Linggadjati, met historische beelden om van te smullen.

Bestel het boek

Dec
27

Oproep om erkenning 17 augustus overbodig?

By Kirsten Vos  //  Blogs, Herdenkingen, Politiek  //  34 Comments

Het is vandaag 60 jaar geleden dat de soevereiniteitsoverdracht van Indonesië plaatsvond. Een recente oproep in de aanloop hiernaartoe, in NRC, is op het eerste gezicht helder: “Regering! Erken 17 augustus 1945 als de datum van de Indonesische onafhankelijkheid!” Na de brief beter gelezen te hebben, van Peter de Reuver, Nico Schulte Nordholt, Nelleke Noordervliet, Adriaan van Dis, Joty ter Kulve, Claudine Helleman, Norbert van den Berg en Jan Hendrik Peters aan de Nederlandse regering, blijf ik echter met één grote vraag zitten. Wat vragen de briefschrijvers precies aan de Nederlandse regering?

17aug45De uitgebreidere oproep in de op 21 december 2009 gepubliceerde brief is “om 27 december 1949 voortaan te zien als de datum waarop de soevereiniteit haar juridisch beslag kreeg, daarbij volledig erkennend dat de onafhankelijkheid al vanaf 17 augustus 1945 een politiek feit is.” Naar aanleiding daarvan, ben ik op zoek gegaan naar de speech die Ben Bot heeft uitgesproken bij de viering van 60 jaar onafhankelijkheid in Indonesië. Het resultaat: volgens mij heeft Nederland allang gezegd dat de onafhankelijkheid op 17 augustus 1945 een politiek feit is.

Natuurlijk, ik was en ben het grondig eens met de briefschrijvers. Nederland hoort de datum waarop Indonesië zichzelf onafhankelijk verklaard heeft, volledig te erkennen. Nederland heeft Indonesië verloren, erkenning van 17 augustus 1945 is niet meer dan een politieke, morele en historische rechtvaardigheid. Ik had de indruk dat die omarming niet had plaatsgevonden. Voor zover ik weet staat in de geschiedenisboekjes nog steeds dat Nederland het tot 27 december 1949 in Ind(ones)ie voor het zeggen had, terwijl daar eigenlijk de datum van de Proklamasi zou moeten staan. Daarnaast meende ik me te herinneren dat Ben Bot in 2005 als minister van Buitenlandse Zaken in 2005 alleen impliciet gezegd had dat de Nederlandse regering 17 augustus 1945 accepteert.

Die herinnering leek niet te kloppen, althans niet helemaal. ‘Nederland accepteert onafhankelijkheidsdatum Indonesië‘, meldde NOVA op 15 augustus 2005. Dit blijkt uit een passage uit de op 15 augustus 2005 uitgesproken speech van ex-minister Bot (Buitenlandse Zaken) en in de uitzending te zien is: “Ik zal met steun van het kabinet aan de mensen in Indonesië duidelijk maken dat in Nederland het besef bestaat dat de onafhankelijkheid van de republiek Indonesië de facto al begon op 17 augustus 1945 en dat wij – zestig jaar na dato – dit feit in politieke en morele zin aanvaarden.” Ook andere politici zagen deze uitspraak als erkenning. Natuurlijk, ‘het besef bestaat’ en ‘de facto’ klinken als een juridische slag-om-de-arm. Maar toch – ik krijg de indruk dat de Nederlandse regering al in 2005 voldaan heeft aan de oproep om erkenning. Waar komt dan de behoefte bij zoveel prominenten vandaan om alsnog deze oproep te doen?

Lezing van de Nederlandse versie op regering.nl, gaf mij daar een eerste hint voor en verklaart mijn herinnering van een impliciete in plaats van een expliciete erkenning. De uitgeschreven versie laat een subtiel, maar opvallend verschil zien met de uitgesproken tekst: “dat wij – zestig jaar na dato – dit feit in politieke en morele zin ruimhartig aanvaarden”. Ruimhartig. Zou dit betekenen dat de Nederlandse regering hiermee geen volledige erkenning wilde geven, maar minister Bot anders gekozen heeft? De speech die uitgesproken wordt, is de officiële versie, weet ik beroepshalve. Zou Ben Bot er bewust voor gekozen af te wijken van de officiële tekst en zonder steun van het kabinet gezegd hebben 17 augustus te willen aanvaarden als de datum van onafhankelijkheid?

Die redenering wordt nog eens onderstreept als ik de Engelse speech lees die hij in Indonesië uitgesproken zou hebben op 17 augustus 2005: “This is the first time since Indonesia declared its independence that a member of the Dutch government will attend the celebrations. Through my presence the Dutch government expresses its political and moral acceptance of the Proklamasi, the date the Republic of Indonesia declared independence.” Helaas kan ik niet checken of hij deze tekst ook daadwerkelijk uitgesproken heeft, gezien de inhoud van die toespraak vind ik het redelijk om te geloven dat dit het verhaal is dat het Indonesische volk in 2005 heeft gehoord.

Toch denk ik dat dat ene woordje niet zo heel veel uitmaakt, want in het persbericht van 15 augustus staat te lezen: “Minister Bot zal in Jakarta de viering van de onafhankelijkheidsverklaring door Indonesië op 17 augustus 1945 bijwonen. Zijn aanwezigheid daar mag worden gezien ‘als een politieke en morele aanvaarding van die datum‘. Dit zei minister Bot (Buitenlandse Zaken) ter gelegenheid van de herdenking van 15 augustus 1945 bij het Indië-monument in Den Haag. Minister-president Balkenende legde een krans bij het monument.”

Terug naar de oproep. Zeker nu ik opnieuw gehoord, gezien en gelezen heb wat er in 2005 gezegd is, vraag ik me af wat de briefschrijvers van de Nederlandse regering vragen dat zij niet al in 2005 heeft gedaan bij monde van Ben Bot. Is er iemand die me dat kan vertellen? Gaat het inderdaad om de volledigheid van die erkenning? En – wat voor verschil maakt die volledigheid dan? Zal de datum van onafhankelijkheid van Indonesië in de geschiedenisboekjes en het collectieve geheugen van Nederland dan eindelijk veranderen?

Overigens, ter geruststelling van Van Dis, Ter Kulve en de anderen, een zorg die zij uitspreken blijkt ongegrond: “De gevoeligheid van de veteranen voor deze kwestie is zeer begrijpelijk; zij hebben zware offers gebracht in opdracht van de toenmalige Nederlandse regering.” In de NOVA-uitzending vertelde Minne Vis, voorzitter van de Indië-veteranen (VOMI), dat die gevoeligheden in 2005 al niet meer bestonden. “[Voor erkenning van 17 augustus] heb ik volledig begrip. (…) Is het niet veel beter om maar gewoon te zeggen, Indonesiërs hebben hun eigen dag van 17 augustus? Dat is een Indonesische zaak, niet van Nederlanders. En Nederlanders geloven dat ze juridisch het pas overgedragen hebben op 27 december. Dat zijn de feiten.”

Tip: Volg de reacties op de oproep op NRC.nl.

Sep
11

De allesbepalende kracht van Indische (haar-)wortels

By Elsbeth Vernout  //  Blogs, Politiek  //  9 Comments

RootsWilders is een Indo. En het zijn die Indische roots die grote invloed hebben op de politieke ideologie die de Limburgse politicus nu uitdraagt, betoogde bestuurskundige en antropologe Lizzy van Leeuwen. Maar wacht even. Bepalen je Indische roots zó’n groot deel van wie je bent en waar je voor staat?

De PVV-leider zou zijn haar niet zomaar blond verven, hij doet dit om zijn afkomst uit een Indisch geslacht te verhullen. Lizzy van Leeuwen schildert Wilders af als een ‘postkoloniale revanchist’ die wreker is van zijn Indische grootouders. Hij zou er ongeveer dezelfde politieke standpunten op na houden als de conservatieve en koloniale politici van vijftig jaar geleden. Die wilden destijds het liefst terug naar de tijd van vroeger. Wilders is net als zij gericht op versterking en behoud van de Nederlandse dominantie, waarden en cultuur.

Lizzy van Leeuwen gaat er vanuit dat Wilders’ Indische wortels zeer bepalend zijn voor hoe hij handelt. Zijn frustratie over wat er met zijn grootouders is gebeurd in Nederlands-Indie , komen tot uiting in zijn politieke standpunten, meent zij. Zo probeert ze te verklaren hoe het omt dat Wilders pleit voor behoud van ‘de eigen dominante cultuur’, en het terugdringen van de islam. Maar of dat nou ingegeven is door zijn Indische achtergrond?

Dezen en genen
Rond mijn dertigste ben ik gaan zoeken naar wat mijn Indische wortels nou eigenlijk inhouden, wat ze voor me betekenen. Op basis van die zoektocht heb ik de voorstelling ‘Deze en genen’ gemaakt en gespeeld. De titel sloeg op een soort verontwaardiging van mijn kant: blijkbaar zit die Indische kant zo in je genen, dat je er niet omheen kan. Als derde generatie Indo heb je in principe niets met de oorlog te maken, je groeit op in een land waar vrede is. Maar toch krijg je altijd iets mee van de oorlogstrauma’s die leven bij je voorouders. Al is het maar het zwijgen erover, het onuitgesproken verdriet.

Die overgeërfde oorlogsproblematiek sijpelt dus nog een generatietje door, in mijn geval. Mijn opa, die overleed toen ik vier jaar was, heeft ooit aan de Birma spoorlijn moeten werken als dwangarbeider, zoals zovelen in die tijd. Hij overleefde het, maar heeft er nooit iets over verteld, zelfs niet aan mijn oma of vader. Als kleindochter wist ik dus niets van wat hij daar had meegemaakt. Maar ik voelde er wel iets van. En daar heb ik uiteindelijk in mijn professionele leven iets mee gedaan.

Met dit betoog impliceer ik dat je roots inderdaad bepalend zijn voor wie je bent, wat je drijfveren zijn, waarom je dingen doet. Maar hoe zit het dan met de andere componenten waar mijn wortels uit zijn opgebouwd? Net zo goed als dat Wilders naast Indo ook Limbo is, heb ik naast Indische (van mijn vaders kant) ook Arnhemse wortels (mijn moeder werd geboren in Arnhem) en zelfs een link met Zeeland (mijn oma van moederskant groeide op in een hotel in Den Briel). Bovendien heb ik van mijn vijfde tot mijn zeventiende jaar in Bovensmilde gewoond, zie daar: Drentse invloeden.

Exotisme
Mijn vader, geboren in Batavia in 1938, noemt het ‘exotisme’, die focus op wat anders is, wat afwijkt. Weliswaar was hij zeer gevleid met de aandacht die ik door middel van theater heb besteed aan zijn Indische achtergrond, maar hij werd wel wat brommerig als ik die Indische kant teveel benadrukte.

Indië is wellicht exotischer om het over te hebben dan Nederland. Ik moet eerlijk toegeven dat ik het interessanter vind om te vertellen over een achtergrond die bestaat uit wuivende palmen, krontjongmuziek en schommelstoelen op de veranda, dan over de wortels die ik heb in de koude Nederlandse kleigrond. Terwijl eigenlijk ook de Hollandse kleigrond mooie verhalen oplevert. Voor mij heeft Indie ook een link met het theater, omdat mijn oma in Indie vroeger al overal enthousiast optrad op elk podium dat ze kon vinden.

En dan nog iets: ik heb opvallend veel vriendinnen die ook een link hebben met Nederlands-Indië. En we hebben elkaar niet eens ontmoet op de Pasar Malam, oh nee Tong Tong Fair. Vaak kwamen we er pas na een tijdje achter, als we elkaar beter leerden kennen, dat die link met Indië bestaat. Het voelt meteen al vertrouwd, er hoeft op een bepaalde manier niet zo veel uitgelegd te worden. En zo beland ik toch weer bij dat moeilijk te benoemen, niet rationeel te verklaren gebied waar je al snel in wegzakt als je zoekt naar je identiteit als Indische Nederlander.

Het gebied waarin je van elkaar snapt dat je soms met tranen in je ogen over die Tong Tong Fair kan lopen. En dat het zo opvalt als je dan weer buiten staat en op de trein stapt. Dan moet je altijd even schakelen. Zo open en vriendelijk als mensen op de overdekte Indonesische markt met elkaar omgaan, dat werkt niet meer als je in de rij staat voor een strippenkaart op Den Haag CS. Dan moet je toch weer terug je hok in.

Inderdaad, ik ben een Indo. En mijn Indische familiegeschiedenis heeft zeker invloed op wie ik nu ben. Maar het is niet allesbepalend voor mij of mijn werk. Liever niet! Dan zou ik alleen maar voorstellingen maken over Indie, begeleid door krontjongmuziek. Ook bepalend voor wie ik ben zijn mijn Arnhemse, Den Brielse en Bovensmildense roots. Amsterdam, waar ik nu alweer 16 jaar woon, is ook van invloed. En wie ik ben is, naast door mijn genen en mijzelf, ook mede mogelijk gemaakt door: mijn geliefde, vrienden, juffen, meesters, docenten, regisseuse, coaches, toevallige passanten in de tram, buren en misschien zelfs wel woestijnrat Jerry. Zo ingewikkeld is dat, die identiteit.

Sep
7

Tropische storm Wilders

By Indisch 3.0  //  Blogs, Politiek  //  18 Comments
rijstevlaai

Geert Wilders is Indo en zijn achtergrond speelt mogelijk mee in zijn gedachtegoed. Dat is zo’n beetje  de strekking van het verhaal van Lizzy van Leeuwen in de Groene Amsterdammer van 3 september. Met dat artikel beoogt de Indische wetenschapper aan te geven hoe Nederland Wilders een plek kan geven. Een interessante vraag; voor velen zou het een grote opluchting zijn om eindelijk een passend antwoord te hebben op het ‘fenomeen-Wilders’. De psychologie van deze bestuurskundige antropologe schiet daarvoor echter tekort.

door Ed Caffin en Kirsten Vos

Dat het nu bewezen is dat Wilders Indo is, boeit niet zo. Er zijn wel meer Indo-Europeanen in de Nederlandse politiek. En voor de ‘verleidelijke conclusie’ dat Wilders met zijn extreme gedachtegoed zijn Indische voorouders wreekt, biedt Van Leeuwen een te simpel en weinig sluitend verhaal. Het ontstaan van deze radicale ideeën is daar toch echt te complex voor. Dat zijn Indische achtergrond mede heeft bepaald hoe hij tot dat gedachtegoed gekomen is echter wel interessant. Zijn gedachten passen bij oude koloniale superioriteitsgevoelens. En daarmee komen we bij een intrigerende uitspraak, die in De Groene helaas volledig ondergesneeuwd is.

De politicus uit Venlo heeft denkbeelden die zouden kunnen voortkomen uit de koloniale tijdsgeest van zijn grootouders. Doordat nauwelijks het debat gevoerd is over hoe Nederland als samenleving haar koloniale verleden kan verwerken, herkennen we geen ‘symbolen en retoriek die lange tijd gezichtsbepalend waren’ voor de VOC-mentaliteit. Als we deze uitspraak goed begrijpen, wil Van Leeuwen dus zeggen dat, als Nederland wel het postkoloniale debat had gevoerd, zoals België, Frankrijk en Engeland gedaan hebben, we allang een antwoord hadden gehad op Geert. Immers, in die landen zijn er wel rechtsdenkende politici zoals LePen en Dewinter, maar – vrij vertaald naar Van Leeuwen –  zijn dat mietjes als je ze vergelijkt met onze geblondeerde rijstevlaai.

Het vervelende is dat ook deze gevolgtrekking weinig soelaas biedt; zij is niet meer dan een hypothetische als-dan redenering. Hoogstens ondersteunt deze het pleidooi om alsnog een postkoloniaal debat te gaan voeren in Nederland, een conclusie die Van Leeuwen heeft getrokken in haar publicatie ‘Ons Indisch erfgoed’ (2008). In feite lijkt in De Groene Amsterdammer van 3 september dus te staan dat Geert Wilders bewijst dat Nederland nodig moet praten over zijn koloniale erfenis. Maar is de inhoud van het hele artikel echt relevant om tot die conclusie te komen?

Wilders als 18-jarige in een kibboets. Bron: www.geenstijl.nl

Wilders als 18-jarige in een kibboets. Bron: www.geenstijl.nl

Zeker. Het familieverhaal van Wilders is aangrijpend. De manier waarop zijn grootouders gestrand zijn in Nederland, zonder dienstverband, pensioen of andere zekerheden, doet denken aan het ‘wij konden niet anders’ van de repatrianten tien tot twintig jaar later. En natuurlijk is het niet onwaarschijnlijk dat zijn familiegeschiedenis een rol heeft gespeeld. Wilders kende zijn tevens deels mogelijk Joodse achtergrond ongetwijfeld, in elk geval in grote lijnen. Of is zijn ‘grote liefde’ voor Israel toeval? Het is trouwens niet ondenkbaar dat hij, als zoveel Indo’s, weinig tot niets gehoord heeft over zijn Indische wortels. Hoe dan ook. Zijn gemengde achtergrond had ook de ideale voedingsbodem kunnen zijn voor een juist grote tolerantie voor andere culturen. Wat is er misgegaan? Zou hij gepest zijn? Gefrustreerd? Anti-moslim geworden door zijn tijd in Israël? Of is hij vroeger om zijn oren geslagen met het gevoel voor humor van Nico Dijkshoorn en zijn vrienden?

En ja, het is schokkend dat sommige Indo-Europeanen dezelfde denkbeelden hebben als mensen die zich verzetten tegen élke etnische groepering. Maar is het onvoorstelbaar? Het simpele gegeven dat iemand een kleurtje heeft, of uit een ander land komt, wil nog niet zeggen dat hij een liberaal denker is. Veel oudere Indische Nederlanders zijn vrij conservatief. Een derde van de jonge Marokkanen vindt dat Marokkaanse Nederlanders het land uitgezet mogen worden als ze de wetten overtreden van het te softe Nederland. En voor degenen die ‘Alleen maar nette mensen’ (2009) van Robert Vuijsje hebben gelezen, is deze anti-vreemdelingenhouding alleen maar een begrijpelijk vervolg op de inleiding van dat boek.

Dan de uitspraak dat Wilders zijn haar blondeert, een ‘politiek symptoom dat ten onrechte niet serieus genomen wordt’, terwijl het tekenend is voor zijn ‘klassieke Indische identiteitsvervreemding’. Wil Van Leeuwen zeggen dat het blonderen hetzelfde is als al die Indo’s die hun achtergrond wilden verdoezelen? Dat zou kunnen. Maar is het niet een tikje overdreven om daar in dit artikel zoveel gewicht aan te verbinden?

Al met al lijkt het betoog te bestaan uit veel losse flodders om aandacht van lezers te trekken, en weinig uit wetenschappelijk onderbouwde uitspraken om een werkelijk nieuw inzicht te bieden in Geert Wilders. Op Indisch internet leidt het artikel nog steeds tot veel onrust, maar in de Nederlandse media is tropische storm Wilders alweer gaan liggen. En daarmee is dit artikel toch een beetje een klassiek geval van jammer. Want het zou best interessant zijn om te weten wat die Indisch-Limburgse Nederlander beweegt. Al is het voor Nederland vooral belangrijk om te weten wanneer het voor hem genoeg is en deze tropische storm helemaal uitgeraasd is.

Geef je e-mailadres op en je ontvangt automatisch de nieuwste posts in je mailbox.

Alle posts

Find us on Facebook

UA-19034130-1