30
Rake ‘They call me Nyai Ontosoroh’ over Aarde der Mensen
‘They call me Nyai Ontosoroh’ is de succesvolle toneelvoorstelling van het Pentas Teater uit Indonesië over het boek ‘Aarde der mensen’. Indisch 3.0 zag de bewerking van het boek van de verboden Indonesische schrijver Pramoedya Ananta Toer in het Tropentheater in Amsterdam. De boodschap was weinig subtiel, maar wel raak, want ‘Wat heb je aan scholing als je niet leert wat goed en kwaad is?’
De voorstelling ‘Nyai Ontosoroh’ is in 2007 door verschillende theatergroepen in Indonesië met groot succes opgevoerd. Auteur Faiza Mardzoeki heeft voor de Nederlandse versie, deze maand ook te zien op de Tong Tong Fair in Den Haag, het verhaal ingekort en teruggebracht tot de vier centrale karakters. Bovendien zijn filmprojecties toegevoegd die het stuk een eigen dynamiek geven.
Verboden boek
Pramoedya Ananta Toer schreef de vier delen van de romancyclus in de gevangenis, hij zat vast vanwege zijn politieke opvattingen. Het boek ‘Aarde der mensen’ werd in 1981 verboden in Indonesië, hoewel er al snel wereldwijd vertalingen van werden gemaakt die vervolgens ook in Indonesië circuleerden. De tetralogie gaat over het ontwakend Indonesisch nationalisme van rond de eeuwwisseling, tijdens het begin van de laatste episode van de Nederlandse koloniale overheersing. Hoofdpersoon is Minke, een Javaanse jongen van adellijke komaf.
Positie van de vrouw
Het is bijzonder om Indonesische acteurs het thema van koloniale overheersing van Indonesië door Nederland te zien vertolken. In het Bahasa Indonesia, Engels boventiteld. En dan nog wel in het Tropentheater, een instituut gebouwd met geld uit de voormalige ‘overzeese gebiedsdelen’. Schrijfster Faiza Mardzoeki is activiste in de vrouwenbeweging in Indonesië. De positie van de vrouw is een belangrijk thema in haar werk. Ze nam het personage van Njai Ontosoroh als uitgangspunt voor de toneelbewerking omdat dit haar de kans bood om thema’s als het koloniale tijdperk, man-vrouw verhoudingen en de invloed van afkomst en ras te laten zien door de ogen van één vrouw.
Weinig subtiel
Het is bijna onvermijdelijk in deze beknopte theaterversie dat de thema’s minder subtiel gebracht worden dan in het boek. In de voorstelling wordt het wel heel erg de ‘hardvochtige’ Europeaan versus de ‘arme onderdrukte bevolking’ van Indonesië, met teksten als “De Europese beschaving kent geen schaamte”. De acteurs zijn niet vies van het grote gebaar, soms zijn de teksten wat te uitleggerig, maar toch pakken de vier acteurs je in. Vooral de hoofdrolspeelster Sita Nursanti, die tekent voor de rol van Nyai Ontosoroh, is overtuigend als vrouw die als zestienjarig meisje wordt verkocht als nyai (concubine) aan de Nederlandse zakenman Herman Mellema.
Betere toekomst
Uit de relatie met Mellema worden twee kinderen geboren, Annelies en Robert. Ontosoroh heeft nauwelijks rechten door haar lage status; ze staat niet eens als de moeder van haar kinderen geregistreerd. Ze begrijpt dat onderwijs de sleutel naar een betere toekomst is en leert van de heer Mellema lezen en schrijven. Moeilijkheden ontstaan als uitkomt dat Mellema ook in Nederland een gezin heeft. Hij verlaat Njai Ontosoroh en laat haar verscheurd maar strijdbaar achter met twee kinderen.
Goed en kwaad keurslijf
Het is te zien dat regisseur Wawan Sofwan zich intensief verdiept heeft in het Westerse toneel. De wat stijve, traditionele westerse toneelvorm die hij gebruikt past goed bij stuk. Njai Ontosoroh zit in een keurslijf: ze is als meisje verkocht aan een veel oudere man, maar groeit langzamerhand uit tot vrouw des huizes en actief meewerkend partner in het bedrijf. Toch wordt ze nooit geaccepteerd in een wereld waarin de hoeveelheid Europees bloed je status bepaalt. Een van de laatste zinnen uit het stuk blijft nagalmen als je na afloop weer in de Amsterdamse avond instapt. “Men wilde me van alles beroven, met de wetten van Europa, zelfs van mijn dochter. Wat heb je aan scholing als je niet leert wat goed en kwaad is?”
25
Komedie Stamboel: Oost-Indische Opera
Stel dat ik rond 1900 in Nederlands-Indië had geleefd. Dan was ik vast Komedie Stamboel-actrice geweest. Deze Indo-Europese theatervorm is me namelijk op het lijf geschreven. Neem een mooi verhaal uit ‘Duizend en één nacht’, bewerk dit tot een toneelstuk in het Maleis, met hier en daar een Nederlands woord, laat ruimte over voor improvisatie en uitwisseling met het publiek, en nodig bevolkingsgroepen uit alle lagen van de bevolking uit. Zie daar: Komedie Stamboel, of Oost-Indische Opera, oftewel Indo-Europees volkstoneel.
Auguste Mahieu was de grondlegger van deze theatervorm uit Indië, hij richtte in 1891 een ‘Oost-Indische opera’ op door in Surabaya een woonhuis te huren en om te bouwen tot schouwburgzaal. Hij ging voortvarend aan de slag en bewerkte verhalen als ‘Aladin en de wonderlamp’ en ‘Ali Baba en de veertig rovers’ tot theater.
Succes
Het was een doorslaand succes, die Komedie Stamboel. Er kwamen zoveel mensen op af dat het huis in Surabaya al snel te klein werd, er moest een circustent worden opgezet om al het publiek in onder te brengen. Er volgde een tournee door heel Indië. Nadat Mahieu in 1903 overleed, kreeg hij vele opvolgers. Zo had je bijvoorbeeld het toneelgezelschap ‘Indo’s Komedie Vereeniging De Eendracht’ en ‘Opera Bangsawan’, waarbij Bangsawan ‘afstammend uit een aanzienlijk geslacht’ betekent. In Komedie Stamboel speelden namelijk vaak adellijke figuren een rol.
Istanboel
Auguste Mahieu verbond zijn voorstellingen zo sterk met het oriëntaalse, dat Komedie Stamboel een soortnaam werd voor theater voor het volk uit die tijd. Zelfs als men Europees repertoire opvoerde. Zo trad hij met zijn acteurs op met een rode fez op zijn hoofd, en de naam Komedie Stamboel komt van het woord Istanboel. Er is helaas niet erg veel bekend over deze markante figuur, er schijnt zelfs geen foto van hem te bestaan. Voor de lezers die meer willen weten: in 2006 is een Amerikaanse studie verschenen over de populaire theatervorm: The Komedie Stamboel- Popular Theater in Colonial Indonesia, 1891–1903, door Matthew Isaac Cohen.
Cabaret
Als theatermaker, opgeleid tot kleinkunstenaar, zie ik Komedie Stamboel graag als een van de grondleggers voor het hedendaagse cabaret en de kleinkunst in Nederland. Onderbouwen kan ik dit helaas niet, maar: de gedachte spreekt me aan. Komedie Stamboel was namelijk een combinatie van zang, dans, tekst en spel, en de wisselwerking met het publiek was een vast onderdeel. Vaak werd er geïmproviseerd. Net als in het cabaret in Nederland ontbreekt de ‘vierde wand’ die bij toneel wel bestaat tussen acteurs en publiek, en kan de acteur het publiek direct aanspreken. De parallel met cabaret en kleinkunst is daarom snel gelegd.
Ordinair
Helaas is Komedie Stamboel uitgestorven. Toen in Nederlands-Indië de Nederlandse taal het overnam van het Maleis als meest gesproken taal, raakten de voorstellingen uit de gratie. De theatervorm werd vooral voortgezet door Chinese en Indonesische groepen. Het volkstoneel kreeg een vaudeville-achtig karakter, en sommige Indo’s vonden het maar een ordinaire bedoening. Toch zijn er vandaag de dag in Nederland meerdere pogingen ontstaan om het volkstoneel nieuw leven in te blazen. Er is zelfs een Nederlandse toneelvereniging, Adinda, die zich uitsluitend bezighoudt met Komedie Stamboel.
Krekels
Ik krijg wel een beetje plaatsvervangende heimwee als ik denk aan dat huis in Surabaya waar avond aan avond een gemengd publiek van blanda’s, Indo’s, Chinezen, Hindoestanen, Arabieren, Javanen en Madoerezen op afkwam. Een publiek dat smulde van het orkest bestaande uit ‘piano, drie violen, een fluit, een klarinet, een cornet à piston, een trombone en een contrabas’ en van de zingende en spelende acteurs in ‘frisse costuums’. Waar ik er dan één van was, als ik toen geleefd had. Ik zie voor me dat ik iedere avond om half negen een voorstelling gaf in Surabaya, voor een dampend publiek van luid joelende en fluitende mensen, terwijl buiten de krekels hun eigen concertje weggaven.
Leestips:
Amerikaanse studie naar Stamboel (boek)
Stichting Adinda over Komedie Stamboel (site)
20
Indische pijn schittert in ‘Sloom bloed’
Den Haag, 20 mei 2008
door Kirsten Vos
In ‘Het Paradijs’ van de Koninklijke Schouwburg in Den Haag voerden Ghislaine Pierie en Carlo Scheldwacht afgelopen zaterdag een reprise op van het zelfgeschreven toneelstuk ‘Sloom Bloed’ uit 2000. In één grote verkleedpartij confronteerden tweelingbroer en –zus Rein en Anne ons, vanonder de keukentafel, met wat zij waarnamen terwijl zij opgroeiden in een Indische familie. De observaties waren herkenbaar. Minstens zo herkenbaar en confronterend was het einde, een open einde wat mij betreft: de rol van de derde generatie in een uiteenvallende Indische familie.
Karaktervol
De twee Indische acteurs startten onmiddellijk overtuigend met een bliksemsnelle en treffende presentatie van de Indische karakters in Sloom Bloed: de poeder-afgevende Indische tante Zus, de pochende Indo-rocker oom Ferdy, de ‘niet-Indische’ tante Joy, de altijd zwangere tante Myrna, de grootvader met het kampverleden. Vervolgens zetten beide acteurs het karakter van elk personage uiteen, met humor als dankbaar instrument om de Indische pijn een plek te geven, zoals de uitbarsting van tante Myrna op haar tweede huwelijksfeest, maar ook om de bespottelijkheid te laten zien van de Nederlandse burgerlijkheid in de jaren vijftig.
Indische pijn
Niet alleen vanwege de woorden pappie, mammie en omi, het ‘tjeplok tjeplok’, de gruwelijkheden, de alles overheersende discipline en de neurotische drang om altijd maar de beste zijn is Sloom Bloed Indisch. “Ik heb nog nooit zoveel mensen bij elkaar zo alleen zien zijn”, zegt tweelingbroer Rein. Daarom is ‘Sloom Bloed’ Indisch. Door alle humor heen schittert de Indische pijn je toe: de onderdrukking, de ontkenning en de ontworteling. Zien Nederlanders de pijn die ik zie? En wat gaat er met derde generatie gebeuren? Met deze overpeinzingen in mijn notitieboekje spreek ik even later in de lobby met de twee acteurs over het alweer acht jaar oude stuk. Na afloop van het gesprek betreur ik het dat ik het nieuwe toneelstuk ‘Circus Bronbeek’ voorlopig even aan me voorbij moet laten gaan.
In gesprek over Sloom Bloed met Ghislaine Pierie en Carlo Scheldwacht
Ghislaine, Carlo, helemaal aan het begin van het stuk leggen jullie uit wat Indisch is. Daarmee ga je ervan uit dat er mensen in de zaal zitten die dat niet weten. Begrijpen zij de rest van het stuk wel?
CS-“Nou, je hoeft niet Indisch te zijn om je tante niet te willen zoenen!” GP-”Ik heb het meegemaakt dat een Amsterdamse uit de Jordaan naar me toekwam en tegen me zei, ‘Meid, dit is mijn familie!’. Wat wij neerzetten is heel herkenbaar voor anderen. Die herkenning zit in het niet-Nederlandse, in het belang van familie, in het respect voor ouderen.”
Jullie laten dit stuk eindigen met het uiteenvallen van de familie. De tweeling, de derde generatie, stelt vragen maar krijgt geen antwoorden. Is de derde generatie tot observeren gedoemd?
GP-“Nee hoor, niet alleen maar observeren! Tot respecteren en ook accepteren.” CS-“De derde generatie gaat haar eigen weg. De aanleiding voor dit stuk is eigenlijk dat ik er niets mee deed. Mijn broer Ricci bijvoorbeeld kon zich altijd erg druk maken over dat mensen het verschil tussen Indisch en Indonesisch niet kenden. Hoe vaak zeggen Indische mensen wel niet dat ze er niets mee hebben? Kijk naar Theodor Holman. Die schrijft alleen maar stukjes over dat ‘ie niets heeft met het Indische.” GP – “Die opmerking in het stuk ‘Ik heb er niet zoveel mee, behalve het eten’? Dat ben ik. Ik neem niet het laatste koekje dat in de schaal ligt, maar verder, ja, heb ik er niet zo veel mee.” CS – “De derde generatie gaat haar eigen weg. In ons nieuwste stuk, Circus Bronbeek, laten we heel duidelijk die generatie een rol spelen.”
Wat is de rol van de derde generatie?
CS/GP -“ Hoop. Een eigen vorm geven aan het Indische. Maar ook: geen antwoorden krijgen. En daar vrede mee hebben. Niet meer gebukt gaan onder de lasten van de 1e en 2e generatie. Ontworsteld zijn. De derde generatie durft vragen te stellen. Vasthouden aan oude gevoeligheden, daarmee blijf je alleen maar conflicten houden.”
Hoe krijgt dat een plek in Circus Bronbeek?
CS – “De derde generatie, gespeeld door Patrick Neumann, heeft in Circus Bronbeek een grotere rol dan in Sloom Bloed. Circus Bronbeek is bovendien harder dan Sloom Bloed. Sloom Bloed registreert, Circus Bronbeek is actiever, het is in de vorm van cabaret. Wij zochten naar een manier om als het ware de ervaringen van de ontbrekende man, de eerste generatie, een plek te geven zonder in piëteit te vervallen. We ontdekten dat in sommige kampen geïnterneerden cabaretuitvoeringen hadden. Dat was grimmige humor en daar hebben we gebruik van gemaakt.”
Tot slot – waarom die naam, Sloom Bloed? Ik herken de uitdrukking ‘zo sloom ja’ van mijn oma wel, maar waarom hebben jullie ervoor gekozen?
GP-“Dat is een mooi verhaal. Had namelijk helemaal niets te maken met Indisch!” CS-“Ik zat op een dag op een terrasje samen met mensen van Wederzijds, van het jeugdtheater. Het was lekker weer, zonnetje, biertje, en een van ons zegt: ‘Zo, ik heb sloom bloed!’. Dat drukte precies uit wat ik met dit stuk bedoelde. Het had te maken met het vooroordeel uit de jaren ’50. Nederlanders geloofden toen dat Indo’s écht langzamer waren. We hebben daar trouwens wel kritiek op gekregen! Een oom van mij zei: ‘Hoezo sloom? Actief, ik heb actief bloed!’ ”
Circus Bronbeek
28 – 30 mei 2008, 20.15 uur, € 13
Koninklijke Schouwburg, Den Haag
De Indische Trilogie
marathonvoorstelling (Sloom Bloed, Familiefeest, Circus Bronbeek)
31 mei (uitverkocht) & 1 juni, 16.00 uur, € 40 (incl. eten)
Koninklijke Schouwburg, Den Haag
Voor meer informatie: www.scheldwacht.nl.
Fotografie: Carlo Scheldwacht, Clemens Neumann
Populair: Jonge Indo’s..
Alle posts
Recente posts
Reacties
- Indisch4ever on Enqueteren op de 54e TTF
- Jan A Somers on Hacking History – Monument Indië Nederland
- Edcaffin on Hacking History – Monument Indië Nederland
Tweettweettweet
- Enqueteren op de 54e TTF http://t.co/DA8jA69K
- Nu op Indisch3.nl: de persoonlijke indrukken van I3-freelancer Charlene, die als vrijwilliger enqueteert op de... http://t.co/zPwxaLUq
- Jonge Indo op de Werkvloer: Markus Huppe http://t.co/S2o6oSN8





