Sorry dat ik uw man neerschoot

Politionele acties in Indonesië. Foto: www.verzetsmuseum.org

De knulligheid van de Nederlandse excuses

Het is een pakkende campagne van de Rijksoverheid om mensen erop te wijzen dat ze ook in de stad op hun snelheid horen te letten:“Sorry dat ik uw kind omver reed, maar GTST begint zo. [voiceover] Te hard rijden in de bebouwde kom, daar zijn geen excuses voor.” Goed bedacht. Maar: als daar al geen excuses voor zijn, hoe zit dat dan met standrechtelijke executies?

Zuid-Sulawesi
Ambassadeur Tjeerd de Zwaan bood vanochtend in het Erasmushuis in Jakarta namens de Nederlandse regering excuses aan voor alle standrechtelijke executies die Nederland heeft uitgevoerd tussen 1945 en 1949 van Indonesische mannen. Daarnaast krijgen de weduwen van geëxecuteerde mannen uit Zuid-Sulawesi elk een schadevergoeding van 20.000 euro.  Opvallend is dat weduwen van andere slachtoffers kunnen ook een beroep op deze compensatieregeling doen. Nieuwe rechtzaken zijn niet meer nodig. Dit is het resultaat van de schikking die advocaat Liesbeth Zegveld heeft getroffen met de Nederlandse regering.

Verantwoordelijk

Saih Bin Sakam, de enige overlevende van het bloedbad in Rawagede. Foto: Ed Caffin/ Indisch 3.0.
Saih Bin Sakam, de enige overlevende van het bloedbad in Rawagede. Foto: Ed Caffin/ Indisch 3.0.

Met deze excuses, na die voor het bloedbad van Rawagede de tweede die Nederland uitspreekt, geeft Nederland toe dat het verantwoordelijk is voor de ‘excessen’ van Nederlandse militairen in naam van Nederland, tijdens de woelige jaren ’45-’49.  Het zijn echter “geen algemene excuses […] voor bijvoorbeeld de Nederlandse rol bij de politionele acties. Daarvoor blijft […] gelden wat oud-minister Bot ooit heeft gezegd: “Dat Nederland destijds aan de verkeerde kant van de geschiedenis stond,” verklaarde Premier Rutte eerder.

Geweldig
Persoonlijk vind ik geweldig  dat Nederland verantwoordelijkheid neemt voor wat nog steeds eufemistisch ‘excessen’ heten.  EIN-DE-LIJK. Zeker als je nagaat van hoever deze zaak gekomen is. In 2008 nog ontkende de Nederlandse regering dat de zaak behandeld kon worden; ze was verjaard en “De landsadvocaat laat de nabestaanden wel weten dat de Staat de executies „in hoge mate” betreurt.” (bron) Nu geldt er een compensatieregeling voor alle weduwen van slachtoffers van de standrechtelijke executies. Dat is niet niks.

Zonder de weduwen
Het belangrijkste van excuses in het algemeen is dat ze aankomen bij de mensen voor wie ze bedoeld zijn. De weduwen van de slachtoffers uit Zuid-Sulawesi waren er niet bij, enkele van hun familieleden wel. Volgens het verslag van correspondent Michel Maas was het eens sobere bijeenkomst. ‘Er stond een rijtje stoelen, voor wat familieleden, maar voor de rest leek het alsof de ambassadeur zijn excuses in het luchtledige uitsprak,’ aldus Maas. Waarom kies je daar voor?

Krampachtig
De reden dat de ambassadeur niet naar de weduwen toegegaan is, is dat ‘de excuses waren bedoeld voor alle slachtoffers en nabestaanden van standrechtelijke executies,’ aldus een woordvoerder van Buitenlandse zaken. Ik vind dat een behoorlijk krampachtige redenering. Als je excuses aanbiedt, dan wil je toch primair dat ze aankomen bij de mensen voor wie ze bedoeld zijn? Bovendien: de manier waarop de Nederlands regering deze excuses heeft aangeboden, ontkracht het gewicht van niet alleen de excuses, maar ook van de regeling die nu geldt voor alle weduwen van Westerling.

‘Excessen’
En sowieso, die arme ambassadeur. Voor de tweede keer moest hij excuses aanbieden voor een Nederlands bloedbad: “Namens de Nederlandse regering bied ik mijn excuses aan voor die excessen,” zei hij vanochtend. Dat woord: excessen, is, net als de term ‘politionele acties’, een handige vinding uit de vorige eeuw voor de Nederlandse oorlogsmisdaden. Het begrip werd in de jaren ’60 geïntroduceerd , toen de Excessennota uitkwam.

Voorblad van de Excessennota uit 1969. Bron: www.geschiedenis24.nl.
Voorblad van de Excessennota uit 1969. Bron: www.geschiedenis24.nl.

Gelijke zaken
Waarom heeft premier Rutte dit niet gedaan, die in november in Indonesie is? Navraag bij Buitenlandse zaken geeft me niet meer dan wat al bekend is, dat gelijke zaken gelijk behandeld worden en deze kwestie dus gelijk staan aan de excuses voor Rawagede: “Het kabinet besloot 30 augustus dat gelijke zaken gelijk behandeld zouden worden en dat de ambassadeur 12 september in Jakarta namens de Staat excuses zou aanbieden voor standrechtelijke executies zoals begaan door Nederlandse militairen in het toenmalige Zuid-Celebes en Rawagedeh in de periode 1945-1949.” Wonderlijk, want wat er uit deze rechtszaak gekomen is, is toch niet te vergelijken met de uitkomst van Rawagede? Dat zou je als Nederland toch best mogen benadrukken?

Knullig
Al met al vind ik de knulligheid waarmee deze excuses geuit zijn bijna beschamend. Is dat een bewuste keus geweest, vormgegeven vanuit  een vooropgesteld snood plan? Misschien. Het zou ook gewoon Nederlandse onhandigheid kunnen zijn. Ik kom er niet achter. Maar als er voor ongelukken in de bebouwde kom al geen excuses zijn, had  Nederland dan niet een beetje beter haar best mogen doen als het gaat om excuses voor standrechtelijke executies?

 

Voor wie weten wil hoe je wel goed sorry zegt: http://lifehacking.nl/persoonlijke-ontwikkeling/de-kracht-van-een-goeie-sorry/

Indische verhalen in Nederlandse stenen. Gedeeld cultureel erfgoed (deel 3)

In drie blogs schrijf ik over ‘gedeeld cultureel erfgoed’ van Nederland en Indonesië; culturele schatten die voortkomen uit het gedeelde verleden van de landen, maar die nu – na een ‘scheiding’ en nieuwe levensfasen los van elkaar – niet vanzelfsprekend meer onder de zorg van de landen vallen. In de vorige twee blogs schreef ik dat het vast nog even duurt voordat de Indische invloeden in eigen land door een breed publiek worden beschouwd als gedeeld erfgoed met Indonesië. Het symposium ‘Gedeeld cultureel erfgoed’ dat dit jaar tijdens de Tong Tong Fair plaatsvond, laat zien dat er wel al een kentering gaande is. Hoewel het zeker niet een eerste bijeenkomst is over Indisch erfgoed, toont de naam dat de insteek anders is. Het legt nadruk op een veelzijdige herkomst en brengt de Indische sporen in Nederland direct in verband met de koloniale sporen in Indonesië, die we doorgaans wel als gedeeld erfgoed zien.

 

Vergetelheid voorkomen

Het symposium kwam voort uit het Haagse project ‘Sporen van Smaragd’, waarin Haagse gebouwen met een ‘Indische link’ zijn geïnventariseerd. Den Haag wilde voorkomen dat het Indisch erfgoed in vergetelheid raakte en gaf daarom kunsthistorisch bureau Kroon & Wagtberg Hansen opdracht een overzicht te maken. Het project liep van 2010 tot 2012 en resulteerde in een database die de gemeentelijke monumentenzorg gebruikt. Dit jaar verscheen er een uitgebreide publiekspublicatie. Het onderzoeksbureau presenteerde op het symposium de belangrijkste bevindingen en plaatste deze met bijdrage van andere sprekers (namelijk: Ulbe Bosma, Frans Leidelmeijer, Vilan van de Loo, Marty Bax, Henk Mak van Dijk en Ben de Vries) in een bredere context over culturele wisselwerking tussen Nederland en Indië.

 

Het uiterlijk én het verhaal

Uit de lezingen bleek dat de inventarisatie naar Indische gebouwen, niet alleen om zeldzaamheid van uiterlijk ging (de materiële waarde) maar veel meer om het verhaal en de historische waarde erachter (de immateriële waarde). Er zijn daarom niet enkel gebouwen gedocumenteerd met Indische decoraties of Indische namen op de gevel, maar ook gebouwen die van de buitenkant helemaal geen Sporen van Smaragd laten zien. Zoals bijvoorbeeld één van de eerste toko’s in Den Haag, Toko Betawie (Heemskerkstraat 29), dat nu als woonhuis niets meer laat zien van het Indische verhaal. Dit gebouw is echter wel cultuurhistorisch waardevol omdat het te verbinden is met het begin van de Indische eetcultuur in Nederland. Ook woonhuizen van bijvoorbeeld Indische journalisten en musici die als ontmoetingsplekken fungeerden voor culturele Indische bijeenkomsten kregen een plaats in de databank.

 

Villa Heimo Nia aan de Parkweg, gebouwd voor een uit Nederlands-Indie teruggekeerde suikerplantage-eigenaar,  1908. Foto: Roel Wijnants via Flickr
Villa Heimo Nia aan de Parkweg, gebouwd voor een uit Nederlands-Indie teruggekeerde suikerplantage-eigenaar,
1908. Foto: Roel Wijnants via Flickr
Toko Betawie advertentie De Amsterdammer : dagblad voor Nederland, 02-02-1883. Afb. via Koninklijke Bibliotheek Den Haag
Toko Betawie advertentie De Amsterdammer : dagblad voor Nederland, 02-02-1883. Afb. via Koninklijke Bibliotheek Den Haag

Subtiele vermenging van oost en west

Overigens zijn de materiële Indische sporen in gebouwen, interieurs en meubels die je dus wel kan zien, soms nog best onzichtbaar voor het ongetrainde oog. De Haags-Indische gebouwen zijn bijvoorbeeld niet in oosterse stijl gebouwd, maar hebben in hoofdzaak een westers voorkomen met verwijzingen naar Indië in de decoraties. Zo is het wapen van Batavia vaak op gevels te vinden bij op panden van voormalige handelmaatschappijen met Indische banden en zijn Indische figuren terug te zien in gevelstenen of glas-in-lood bij voormalige woon- en werkvertrekken van Indiëgangers.

Bij de Bijenkorf werden diverse gevelstenen aangebracht om te laten zien waar de te kopen producten vandaan kwamen. In deze gevelsteen zijn rechts van het midden zijn De Indische Olifant en 'een Inlander' te zien . Foto: Roel Wijnants via Flickr
Bij de Bijenkorf werden diverse gevelstenen aangebracht om te laten zien waar de te kopen producten vandaan kwamen. In deze gevelsteen zijn rechts van het midden zijn De Indische Olifant en ‘een Inlander’ te zien . Foto: Roel Wijnants via Flickr

Frans Leidelmeijer vertelde een vergelijkbaar verhaal over de Indische invloed op interieur en meubels. Rond 1900 was batik bijvoorbeeld erg populair, maar de toepassing was niet vergelijkbaar met die in Indië. De batikstoffen werden bijvoorbeeld gebruikt voor boekomslagen, meubelbekleding of textielbehang en de patronen werden ontworpen door Westerse kunstenaars. In Apeldoorn was zelfs een batikatelier gevestigd waar Nederlandse vrouwen werkten.

Kunsthistorica Marty Bax liet zien dat het Indische nog meer voor het oog verborgen kan zijn. Gebouwen die ontworpen zijn door Indische architecten of architecten die in Nederlands-Indië zijn geweest, maar in hun decoratie niet verwijzen naar Indië, kunnen toch wel degelijk ontworpen zijn onder grote invloed van de Oost. Veel architecten rond 1900 ontwierpen bijvoorbeeld gebouwen op basis van geometrische patronen, zoals aaneengeschakelde vierkanten of driehoeken. Een aantal architecten baseerden deze patronen op oosterse filosofieën of voorbeelden uit boeddhistische en hindoeïstische tempels. Marty Bax liet bijvoorbeeld zien dat Berlages schetsontwerpen voor het Gemeentemuseum in Den Haag in opzet van het gebouw overeenkomsten vertoont met de opbouw van boeddhistische tempelcomplexen. Aan de buitenkant dus niets te zien, maar Indische invloed is er all over.

Gemeentemuseum Den Haag. Foto: Georges Jansoone via wikimedia
Gemeentemuseum Den Haag. Foto: Georges Jansoone via wikimedia

 

Het verleden als rijkdom

Met het delen van deze (en nog veel meer) kennis is met het symposium een begin gemaakt het Indisch erfgoed breder bekend te maken. Als erfgoedprofessional met Indische achtergrond kan ik het Haagse initiatief alleen maar toejuichen en hopen op vergelijkbare initiatieven in andere steden. Het is duidelijk dat het Indische soms moeilijk zichtbaar is, maar dat er een rijkdom aan sporen te vinden is. Het is afwachten of het in de toekomst door de Indonesiër ervaren wordt als ‘gedeeld cultureel erfgoed’ maar het is belangrijk dat Nederland dat in ieder geval doet. Het erkennen en aanwijzen van de culturele wisselwerking doet niet alleen recht aan het verleden, maar geeft ook een positieve inslag voor omgaan met het verleden in het heden.

De Rampokan-reeks van Peter van Dongen

Verwisselde identiteiten in een complexe samenleving.

Rampokan, de bundeling van Peter van Dongen’s stripverhalen Rampokan Java en Rampokan Celebes, kwam in mei van dit jaar uit. Ik was blij te horen dat deze strips samengevoegd werden. Rampokan Celebes, deel 2 van de Rampokan-reeks, had ik al eens gelezen maar, de eerlijkheid gebiedt het te zeggen, het verhaal was me niet echt bijgebleven. Veel intriges en complexe verhaallijnen, die ik niet kon plaatsen. Zou het anders zijn, als ik eerst het eerste deel lees?

Verwisselde identiteiten
Johan Knevel, een totok – een Hollander die in Indie geboren is, vertrekt na de eerste politionele actie vanuit Nederland naar Nederlands-Indie om “rust en orde te herstellen”, die door het “nationalistische virus dat vreedzame inlanders tot moordenaars maakte” verstoord geraakt is. Aan boord al gaat het fout. De – communistische – soldaat Verhagen valt overboord tijdens een vechtpartij met Knevel. Het is een ongeluk, maar Knevel verzwijgt het voorval. Verhagen wordt geregistreerd als deserteur, terwijl Johan Knevel zijn papieren bij zich houdt. Wat volgt, is een Kafkaiaans kat-en-muis verhaal dat alleen mogelijk is door verwisselde identiteiten. Dit is ook het hoofdthema van de Rampokan-serie; wie ben je nou echt? Liefde, geweld en macht zijn verhaallijnen die – spoiler alert! – onder invloed van deze verwisselde identiteiten allemaal slecht aflopen.

Complex verhaal, complexe samenleving
De Rampokan-reeks bestaat uit twee stripverhalen. Daardoor kan je onterecht denken dat ze geschikt zijn om op je strandbedje door te bladeren. Je kan het proberen, maar ik merkte dat ik – net als bij een literaire roman – mijn aandacht nodig had om de verschillende verhaallijnen te volgen. Van Dongen geeft je verschillende ‘cues’, zodat je de flashbacks en ‘ondertussens’ kan herkennen. Maar door het thema van verwisselde identiteiten en de vele verhaallijnen is het best een ingewikkeld geheel om te lezen. Is het daardoor niet de moeite waard? Jawel. Want deze complexiteit doet juist recht aan de aard van de indische samenleving. Die was complex, gelaagd en ingewikkeld, en draaide misschien wel om verwisselbare identiteiten. Met de complexe structuur van Rampokan steekt Peter van Dongen zijn nek uit. Wat mij betreft is dat een integere en te bewonderen keuze.

Juweeltje
Dankzij Peter van Dongen’s kwaliteit van vertellen, zoals het gebruik van de – slechts – twee kleuren en de vogel die op specifieke momenten in het verhaal komt, is de Rampokan-reeks in gebundelde vorm een juweeltje. Dat je de twee verhalen achter elkaar leest en niet, zoals ik ooit heb gedaan, het tweede deel op zichzelf, is een groot meerwaarde. De vele subthema’s in de twee delen, zoals de interraciale relaties en de koloniale spanningen tussen Nederlanders en ndonesiers, laten bovendien zien hoe goed deze Indo op de hoogte is van de Indische geschiedenis. Neem er je tijd voor en de Rampokans nemen je mee in een verdwenen wereld, die met tempo doeloe niets meer te maken heeft.

Mijn enige kritiek op Rampokan is de kleur. Ik vind twee kleuren eigenlijk een beetje saai. Waarom maar twee, uitgever?

Rampokan. Peter van Dongen. Uitgeverij Oog & Blik, 2013. 158 pagina’s, 24,95 euro.

Scene uit Rampokan.
Scene uit Rampokan (Peter van Dongen/ Uitgeverij Oog & Blik, 2013).

Wat niet is, kan nog komen. Gedeeld Cultureel Erfgoed (deel 2)

In een serie blogs schrijf ik over ‘gedeeld cultureel erfgoed’ van Nederland en Indonesië; culturele schatten die voortkomen uit het gedeelde verleden van de landen, maar die nu – na een ‘scheiding’ en nieuwe levensfasen los van elkaar – niet vanzelfsprekend meer onder de zorg van de landen vallen. ‘Net zoals een kind van gescheiden ouders, moeten er afspraken gemaakt worden over zorgtaken’, schreef in mijn eerste blog, waar ik inging op het fenomeen gedeeld cultureel erfgoed en voorbeelden gaf van gedeelde culturele schatten ‘overzee’. In dit tweede blog mijmer ik over de vraag waarom Indische sporen in Nederland niet aangeduid worden als ‘gedeeld cultureel erfgoed’.

Sporen van Smaragd in een kikkerland

Van voormalig ‘Nederlands-Indië zijn nog genoeg sporen te vinden in huidig Nederland. De Indische Nederlanders wordt beschouwd als de grootste groep immigranten in Nederland en bijna iedereen kent iemand van Indische afkomst of heeft familieleden die zelf in Nederlands-Indië hebben gewoond of gewerkt. Ook is bijna elke Nederlander bekend met de Indische keuken, hoewel vaak in een vorm ver verwijderd van het oorspronkelijke gerecht (denk aan alle de verhollandste saté of nasi). Misschien kan een deel van de Nederlanders daarnaast nog gebouwen en plekken aanwijzen die herinneren aan Nederlandse gedeelde verleden met Indonesië. Bijvoorbeeld een voormalig VOC-gebouw, een Indische buurt of een monument waar aandacht is voor de meer recente, vaak nog pijnlijke geschiedenis tussen de twee landen.

De Indische keuken. Eén van de bekendste sporen van een gedeeld verleden met Indonesië. Foto: Jago via wikimedia (cc by sa 3.0)
De Indische keuken. Eén van de bekendste sporen van een gedeeld verleden met Indonesië. Foto: Jago via wikimedia

 

Geschiedenis, maar ook erfgoed?

Als je bedenkt hoeveel er nog te zien en te ervaren is van Nederlands en Indonesisch gezamenlijke historie, en je de definitie leest van ‘gedeeld cultureel erfgoed’, vraag je je af waarom we deze term niet gebruiken van de hierboven genoemde voorbeelden. De tradities of plekken met ‘Indische link’ in Nederland zijn toch evengoed ‘culturele en historische producten van een gedeeld verleden, die het waard zijn behouden te blijven voor volgende generaties’?
Toch is dit schijnbaar nog niet algemeen aanvaard. Ja, het zijn ‘cultuurhistorische restanten van het gedeelde verleden tussen Nederland en Indonesië’, maar het tweede deel van de zin – die het waard zijn behouden te blijven voor volgende generaties – is eigenlijk nog nooit hardop uitgesproken door Nederland of Indonesië. Er is weinig omzien naar het kind van gescheiden ouders in Nederland. Gek eigenlijk, omdat broer of zus overzee wel de verdiende aandacht krijgt.


Eerst aandacht voor het zorgenkindje

Vaak is afstand nodig, voor iets toegeëigend wordt als erfgoed. Wat verder weg is, is al bijzonder en het behouden waard. De Indische sporen in Nederland zijn dichtbij en relatief bekend. Hierdoor ervaren we ze als vanzelfsprekend en denken we minder na over de toekomst ervan.
Daarbij moet iets vaak eerst bijna verdwijnen, voordat we de waarde ervan in zien. De historische stationsgebouwen op Java verpauperde ook eerst, voordat Nederlandse en Indonesische overheden zich er om bekommerden (zie eerste blog). De metafoor van het gezin doortrekkend, is dit erfgoed in feite het zorgenkindje die het enkel redt met extra aandacht. Wat dat betreft is het natuurlijk goed te constateren dat Indische sporen in Nederland nog ‘normaal’ zijn en geen erfgoed.

 

Ongelijkwaardig verleden

Van gedeeld cultureel erfgoed is natuurlijk ook geen sprake, zolang Indonesië de restanten in Nederland niet zo beschouwd. De ongelijkwaardigheid van de gedeelde geschiedenis – die ik in het eerste blog ook al kort noemde – maakt dat de koloniale overblijfselen in Nederland niet vanzelfsprekend gevoeld worden als onderdeel van de eigen geschiedenis. Nederland heeft een – zacht uitgedrukt – dominantere rol over Indonesisch verleden gehad dan andersom. Daarnaast zijn de sporen die wel in Nederland aan te treffen zijn, voornamelijk achtergelaten door Nederlanders en Indo-Europeanen, en niet door de ‘gewone’ Indonesiër. Het is dan ook niet te verwijten als de huidige Indonesiër zich niet echt een erfgenaam voelt.

 

Wat niet is, kan nog komen

Toch kan het toe-eigenen met de tijd nog komen. Afstand in tijd is een andere voorwaarde voor erfgoed . De scheiding van de gedeelde geschiedenis is nog jong. De afgelopen decennia was vooruit kijken belangrijker dan terugkijken, omdat het verleden vaak pijnlijk was. Daar komt nu langzaam verandering in. In Nederland en in Indonesië gaat de derde generatie anders met de geschiedenis om dan hun ouders en grootouders. Zij hebben geen persoonlijke herinneringen aan de tijd. Culturele sporen lijken hun negatieve connotatie te verliezen en blijken juist een punt van herkenning en zelfs houvast voor de zoektocht naar een eigen identiteit.

De huidige generaties gaat anders met het verleden om dan haar ouders of grootouders. Lees bijvoorbeeld het Interview met fotografe Anouk Steketee, NRC Handelsblad 29 april 2013
De huidige generaties gaat anders met het verleden om dan haar ouders of grootouders. Lees bijvoorbeeld het interview met fotografe Anouk Steketee over haar project ‘Vroeger is een ver land’ (NRC Handelsblad 29 april 2013)

In het derde deel van deze serie blogs komen minder bekende voorbeelden van Indisch erfgoed in eigen land aan bod, die zijn besproken bij het symposium ‘Gedeeld Cultureel Erfgoed’ tijdens de Tong Tong Fair 2013.

Kind van gescheiden ouders. Gedeeld Cultureel Erfgoed (deel 1)

In een serie blogs schrijf ik over ‘gedeeld cultureel erfgoed’ van Nederland en Indonesië; culturele schatten die voortkomen uit het gedeelde verleden van de landen, maar die nu – na hun ‘scheiding’ en nieuwe levensfasen los van elkaar – niet vanzelfsprekend meer onder de zorg van de landen vallen. In dit eerste blog introduceer ik het fenomeen gedeeld cultureel erfgoed en geef ik voorbeelden van omgang met de gedeelde culturele schatten ‘overzee’.

 

Erfenis van een gedeeld verleden

Je hebt het vorig jaar misschien wel meegekregen; het nieuwsbericht dat belangrijke VOC-documenten lagen te verrotten in het Indonesische archief. Kilometers zeventiende en achttiende-eeuwse papieren van de Nederlandse VOC in het Arsip Nasional te Jakarta, zouden beschadigd zijn door inktvraat. Het klimaat binnen het gebouw was de oorzaak. Historicus Hendrik Niemeijer luidde de noodklok en pleitte voor digitalisering. ‘Noch de Indonesische noch de Nederlandse regering kijkt er naar om’, zei Niemeijer in Dagblad Trouw.[1]

De VOC-documenten zijn een voorbeeld van gedeeld cultureel erfgoed. Cultureel erfgoed omdat het belangrijke culturele en historische objecten zijn die het verdienen bewaard te worden voor volgende generaties. Gedeeld, omdat het niet verbonden is met de geschiedenis van één land, maar met die van meerdere landen. Het VOC-archief is voor Nederland bijvoorbeeld een gigantische bron van handels-, economische en politieke betrekkingen uit die tijd. Voor Indonesië zijn de archieven belangrijk omdat ze onder meer informatie bevatten over oude machtsverhoudingen tussen de sultanaten en vorstendommen.[2]

Het Aziatisch handelsgebied. Nicolaas Visscher, 1681. Afbeelding via wikimedia commons (rechtenvrij)
Het Aziatisch handelsgebied. Nicolaas Visscher, 1681. Afbeelding via wikimedia commons (rechtenvrij)

Kind van gescheiden ouders

Toch kijkt men niet vanzelfsprekend naar deze gezamenlijke erfenis om. Het land waar het cultureel erfgoed zich bevindt, heeft zeggenschap over de objecten, terwijl het andere land net zo goed erfgenaam te noemen is. Net zoals bij een kind van gescheiden ouders, moeten er dus afspraken gemaakt over de taakverdeling. Dat het ‘kind’ soms ook compleet vergeten lijkt te worden of dat geen van de partijen zich verantwoordelijk voelt, is bij de VOC-documenten helaas pijnlijk duidelijk.

Gelukkig zijn er ook voorbeelden van succesvolle samenwerking. In Nederland voeren het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en het Ministerie van Buitenlandse Zaken samen een beleid om gedeeld cultureel erfgoed duurzaam te behouden (het Beleidskader GCE)[3]. De ministeries stellen geld en kennis beschikbaar om zorg te dragen voor archieven, museale collecties, archeologie, gebouwen, landschappen en zelfs gebruiken en verhalen in landen waarmee Nederland een gedeeld verleden heeft. Naast Indonesië zijn dit maar liefst acht andere landen.[4] Met ambassades en publieke en particuliere organisaties in het buitenland worden projecten opgezet om erfgoed in kaart te brengen en te onderhouden.[5]

 

Gezamenlijke inzet in Indonesië

In Indonesië is er bijvoorbeeld in 2008 een netwerk opgericht om conservering van historische gebouwen te stimuleren. De Nederlandse Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed en Stadsherstel Amsterdam adviseren daarbij. Inmiddels zijn 48 Indonesische steden aangesloten op het netwerk en ligt bij de meeste steden een onderhoudsplan klaar voor de bijzondere panden. Een ander project waarbij Nederlandse kennis beschikbaar stelde, is een onderzoek naar historische stationsgebouwen op Java en het ontwikkelen van restauratie- en toekomstplannen voor dit spoorerfgoed.

Andere samenwerkingsprojecten zijn niet direct verbonden met beheer en behoud, maar vooral gericht op het creëren van bewustzijn. Tentoonstellingen zijn hierbij een geliefde vorm. Zo zijn er bijvoorbeeld tentoonstellingen geweest over het leven van Indonesische en Nederlandse kinderen in Batavia, over twintigste-eeuwse kunstenaars in Bali en over Europa door de ogen van Indonesiërs. Op deze manier werken publieke en particuliere organisaties in beide landen samen aan het creëren van meer draagvlak voor hun gedeelde erfenis.[6]

Stasiun Jakaratakota. Foto: Mas Jati via Flickr
Stasiun Jakarta Kota. Foto: Mas Jati via Flickr

 

Koloniale sporen in Nederland niet gedeeld?

De inspanningen in het buitenland zijn natuurlijk lovenswaardig, maar hoe staat het eigenlijk met gedeeld cultureel erfgoed in Nederland. Wordt daar ook gezamenlijk voor gezorgd? Of is dat er helemaal niet? In Nederland zijn natuurlijk wel koloniale sporen te vinden, maar we noemen deze eigenlijk niet ‘gedeeld’. In mijn tweede blog over gedeeld cultureel erfgoed, buig ik me over deze vraag.

Nederlands-Indië als bijzaak bij de Tweede Wereldoorlog

87% van alle deelnemers vindt kennis over Indie en Indonesie (zeer) belangrijk.

Resultaten online onderzoek bekend

Grote ontevredenheid over onderwijs over Indië en Indonesië

Vandaag herdenken we het einde van de Tweede Wereldoorlog in Azië. De kans is groot dat jij daaraan mee wil doen, of er op zijn minst even aan denkt. Maar wat heb jij erover geleerd? Wist jij bijvoorbeeld, dat Indische Nederlanders soms wel tot in december 1945 in kampen hebben gezeten? En dat herdenken op 15 augustus vooral een symbolische betekenis heeft?

Aanleiding voor het onderzoek

Indisch 3.0 deed onderzoek naar hoe tevreden mensen zijn over wat zij op school hebben geleerd over Indië en Indonesië. Reden hiervoor is dat wij al jaren horen dat “mensen niets weten over de koloniale geschiedenis van Nederland in Indonesië.” Is dit een sentiment dat enkelen voelen? Is dit zo’n standaard punt van kritiek van ouderen op jongeren? En hoe kijken docenten hier eigenlijk tegenaan? Van 2 juli 2013 tot en met 13 augustus 2013 konden mensen meedoen aan de online enquete. Deze eerste vier resultaten en conclusies zijn vanaf vandaag  te vinden op www.indisch3.nl. Een diepgaandere analyse publiceert Indisch 3.0 in september.

Opbouw enquête

De enquête bestond uit algemene en doelgroepspecifieke vragen; voor (oud-)leerlingen respectievelijk (oud-)docenten zijn deels verschillende vragen geformuleerd. Leerlingen kregen vragen over hoe tevreden ze waren over de lessen, in welke vakken zij over Indië en Indonesië hadden gehoord en wat zij er zelf over wisten. Docenten is gevraagd hoe belangrijk zij deze kennis vinden, wat redenen konden zijn er meer aandacht aan te besteden én om er juist niet meer aandacht aan te besteden.

Representativiteit
373 respondenten hebben deelgenomen aan dit onderzoek. 51% hiervan is vrouw, 49% man. In termen van geslacht zijn deze deelnemers representatief voor Nederland. Daar staat tegenover dat 63% van de respondenten zegt (deels) van Indische afkomst te zijn. Volledig representatief voor de Nederlandse bevolking is dit onderzoek niet. We kunnen wel aannemen dat dit onderzoek representatief is voor de Indische gemeenschap in Nederland, gezien de overeenkomstige verhouding man:vrouw.

Helaas zijn de vragen voor docenten weinig representatief te noemen. Van de 43 deelnemers die aangaven docent te zijn (geweest), is 51% gestopt met lesgeven. Deze verhouding komt niet overeen met de werkelijke verhouding actieve docenten:gepensioneerde docenten.  Daarmee is dit onderzoek representatief te noemen voor overwegend Indische Nederlanders die niet als docent voor de klas hebben gestaan. De antwoorden van docenten zullen wij daarom met de nodige nuance brengen.

Uitkomsten van het onderzoek

Resultaat 1. Onder Indische Nederlanders heerst grote ontevredenheid over wat zij op school geleerd hebben over Indië en Indonesië. Mensen die na 2003 eindexamen hebben gedaan, zijn opvallend minder negatief dan mensen die voor 2003 eindexamen deden.

72% van de deelnemers aan het onderzoek “Indië en Indonesië op school,” zegt ontevreden tot zeer ontevreden te zijn. Deze ontevredenheid staat in groot contrast met het belang dat (oud-) leerlingen en (oud-)docenten hechten aan kennis hierover.

Resultaat 2. Indische Nederlanders van alle leeftijden vinden kennis over de geschiedenis van Nederland in Indië en Indonesië (ontzettend) belangrijk. Het belang dat ze eraan hechten, neemt toe naarmate de leeftijd stijgt.

87% van alle deelnemers vindt kennis over Indië en Indonesië belangrijk (24%) of zelfs ontzettend belangrijk (63%). Opvallend is dat dit belang toeneemt met de leeftijd. Van alle jongeren (jonger dan 26 jaar) vindt 50% het ontzettend belangrijk om kennis te krijgen over dit onderwerp, 37% vindt het belangrijk. Van de volwassenen (26-46 jaar) vindt 64% het ontzettend belangrijk en 24% belangrijk. En van de senioren vindt 67% het zelfs ‘ontzettend belangrijk’, 21% belangrijk.  Nu kan dit beeld vertekend zijn, vanwege het relatief kleine aandeel jongeren (slechts 13% van de respondenten is jonger dan 26 jaar). Maar wij herkennen dit beeld wel.

Resultaat 3. Het merendeel van de Indische Nederlanders (67%) wil dat docenten hierover met elkaar in debat gaan. Hoe korter geleden een respondent eindexamen heeft gedaan, hoe groter het belang dat hij hieraan toekent. Docenten zijn hiertoe bereid.

Van de respondenten die na 2003 eindexamen doen of hebben gedaan, vindt 84% het belangrijk (48%) tot ontzettend belangrijk (36%) dat docenten hierover met elkaar in debat gaan. Van de respondenten die tussen 1983 en 2003 eindexamen deden , is 71% overtuigd van het nut van dit debat, waarbij 30% ‘ontzetten belangrijk’ en 41 % ‘belangrijk’. Van de respondenten die voor `1983 eindezamen deden, is dit nog lager. Daarvan vindt ‘slechts’ 66% dat docenten hierover het debat horen te zoeken (33% ontzettend belangrijk, 33% voor belangrijk). Docenten die nog wel les geven (22 van de 53) geven voor het merendeel (64%) aan dat zij hier wel voor voelen (64%).

Resultaat 4. Indische Nederlanders hebben de hoop dat betere kennis over het (post-)koloniale verleden van Nederland, kan leiden tot meer begrip voor elkaar en voor anderen. Onderwijs is de sleutel hiervoor.

Gevraagd naar wat het eigenlijk uit zou maken, heeft één antwoord een duidelijke voorkeur. 57% van de respondenten gelooft dat Nederlanders meer begrip voor elkaar en anderen krijgen. Van alle deelnemers geeft 46% verder aan dat onderwijs de sleutel is voor beter geïnformeerde Nederlanders. 34% gelooft dat dit onderwerp hoe dan ook thuis hoort in het reguliere onderwijs; het hoort bij het collectieve geheugen. Slechts 8% vindt dat Nederlanders hier in de basis niet in geïnteresseerd zijn.

Conclusies, vervolg en overdenkingen

Vinden wij dat we geslaagd zijn in de opzet van ons onderzoek? Deels. We hadden graag meer jongeren (tot 26 jaar) in ons onderzoek betrokken. We hadden graag meer lesgevende docenten in ons onderzoek gehad. En we hadden graag een bredere doelgroep betrokken in ons onderzoek dan de overwegend Indische groep. Dat zijn drie factoren waar we niet zo enthousiast over zijn.

Niet representatief
Naast zelfkritiek kwam er ook kritiek van de deelnemers. “Jullie gaan geen representatief onderzoek krijgen, jullie krijgen alleen maar Indische Nederlanders.” We hebben inderdaad geen landelijk bereik gerealiseerd. Het onderzoek is representatief, maar “alleen” voor de Indische groep. Vinden we jammer, maar dat heeft alles te maken met het karakter van dit onderzoek; het is nou eenmaal een “niche” onderwerp, de Indische geschiedenis op school. Verder hielp het niet dat we dit onderzoek uitvoerden tijdens de zomervakantie.

Subjectief
Een ander kritiekpunt was de gekleurdheid in de vraagstelling en de antwoordmogelijkheden. Zo vond iemand het een minpunt dat zij niet kon aangeven dat zij lesgaf op de volksuniversiteit. In dat geval accepteren we dat dit onderzoek niet perfect was. Waar we nog eens goed naar hebben gekeken, is de gekleurdheid van de vragen. Een formulering hebben we aangepast; van ‘kennisgebrek’ hebben we ‘eventueel kennisgebrek’ gemaakt. De overige verwijten van subjectiviteit hebben we genomen voor wat ze waren. We hebben de vragen zo goed mogelijk vrij van sturing proberen te formuleren. Echt waar.

Plezier
Ondanks die minpuntjes, presenteren we jullie dit onderzoek met plezier. Het is voor het eerst dat onderzocht is hoe Indische Nederlanders aankijken tegen onderwijs over “hun” geschiedenis. We weten nu dat docenten en leerlingen veel belang hechten aan betere kennis over het (post-) koloniale verleden van Nederland in Indonesië. En we weten nu dat docenten en leerlingen waarde hechten aan een debat over meer aandacht.

Aanknopingspunten
Daarmee biedt dit onderzoek aanknopingspunten voor een daadwerkelijke verbetering van het onderwijs over Indië en Indonesië. Wij gaan daarmee aan de slag. Verder gaan we de resultaten van dit onderzoek nader analyseren. Is er een verband tussen leeftijd en verwachtingen? En wat kan je zeggen over mensen die geen Indische achtergrond hebben en het belang dat zij hechten aan dit onderwijs? Los van deze opening naar de toekomst, hebben de open vragen ons een ongekend inzicht gegeven in hoe Indische Nederlanders en belangstellenden kennis over de Indische cultuur in Nederland hebben ervaren. We sluiten af met een paar van deze opmerkingen.

Wat wil jij weten over de resultaten?
Maar voordat we dat doen, nog een laatste vraag aan jullie. Aangezien we nog een nadere analyse gaan maken; wat zou jij willen weten over de resultaten van dit onderzoek, dat we kunnen beantwoorden op basis van de reeds ingevulde enquete? Wellicht kunnen we jouw vraag ook opnemen in onze analyse.

Dan nu, een paar van de reacties.

“In de geschiedenislessen kwam Nederland als bijzaak bij de Tweede Wereldoorlog.”

“Ik heb de indruk dat er maar twee opvattingen bestaan in Nederland; óf Indo’s waren fout want hadden de Indonesische nationaliteit aangenomen, óf ze zijn de best geïntegreerde allochtonen die Nederland ooit heeft gehad.”

“Als half Molukse vind ik het soms kwetsend dat mensen niet weten wat mijn familie heeft meegemaakt. Als het in een keer goed op school wordt uitgelegd,zou dat heel wat mensen uitleg schelen.”

“Alleen maar zeiken over nazi’s zonder te vertellen over eigen nationalisten/ kolonisten is zelfs een gebrek aan zelfrespect.”

“Door de treinkapingen werd in een week tijd meer bekend over de achtergrond van de Molukkers da in de 20 jaar daarvoor dat ze in Nederlan waren.”

“Ik leerde over de VOC en minimaal over de politionele acties.”

“Soms werd mij gevraagd een toelichting te geven.”

“Mijn schoonouders komen uit Indonesië, ik wist eigenlijk niet zo goed hoe mijn schoonvader aan een Nederlandse naam kwam.”

Overdenkingen: belang en urgentie van dit onderzoek

Prins Friso is zojuist overleden. We hebben gehoord dat het begrotingstekort nog erger wordt dan verwacht. Allemaal moeten we de broekriem aan gaan halen. En vandaag herdenken we het einde van de Tweede Wereldoorlog. Hoe belangrijk is dit onderzoek eigenlijk? Hoe urgent is het dat Indisch 3.0 doorgaat met het agenderen van het probleem van gebrekkig onderwijs over Indië en Indonesië op scholen?

Wij vinden dit heel belangrijk. Ten eerste: te vaak plaatsen politici en journalisten koloniale kwesties in een Indisch hoekje, terwijl de bevelen allemaal vanuit Den Haag kwamen; Nederland. Te makkelijk vegen politici het Nederlandse bord schoon door misbruik te maken van het paraplu-begrip Indisch. Een beter opgeleid publiek zou niet meer zo makkelijk in de luren te leggen zijn.

Ten tweede: dagelijks gaan toekomstige politici, journalisten, docenten en ouders voor het eerst naar school. Een goede basiskennis over het Nederlandse verleden in de voormalige kolonie leidt ze op tot grotere denkers.

En tot slot gaat het om het Indische culturele erfgoed. Indisch 3.0 kijkt naar het eigentijdse in de Indische samenleving. We zien hoe belangrijk het is dat Indische kinderen leren wie ze zijn, waar ze vandaan komen en wat hun familieband is met Nederland en Indonesië. Onze ouders en voorouders hebben er vaak maar weinig van overgedragen (gekregen). Tegenstrijdig genoeg zijn wij dus voor de doorgifte van onze cultuur aan onze kinderen voor een groot deel afhankelijk van het Nederlandse onderwijs.

We laten de andere koloniën en andere minder chique wapenfeiten – zoals de slavernij – voor wat ze zijn. Wij zijn een Indisch magazine en gaan ons inzetten voor beter onderwijs over de Nederlandse kennis over de Nederlandse geschiedenis in Indonesië. Dat is al een hele hand vol.

Kies je geschiedenis

Zo makkelijk gaat het

Volgende week is het alweer zover. Dan herdenkt Indisch Nederland het einde van de Tweede Wereldoorlog in Azië. Op 15 augustus 2013 vinden door het hele land herdenkingen plaats. Ook wij doen mee. Drie keer maar liefst, dit jaar, leggen we een bloemstuk: Charlie Heystek legt namens Indisch 3.0 in Bangkok (ja, in Thailand) een bloemstuk, Charlene Vodegel in Breda en Tabitha Lemon en ik in Wageningen. Daarover meer volgende week.

Mijn ideale herdenking
Als ik mijn ideale herdenkingsbijeenkomst zou mogen samenstellen, zou ik de tekeningen van Charles Burki willen exposeren, de film Arigato vertonen en een overlevende willen laten vertellen over hoe ze samen het Wilhelmus inzetten. Het is een bekende anekdote die me nog altijd kippenvel geeft.

Wilhelmus
In mijn verbeelding zie ik het voor me. Met uitgemergelde lichamen, in de brandende zon, zien de geïnterneerden vliegtuigen overkomen. Met hier en daar een lap die ooit kleding is geweest, voeren ze hun dagelijkse besognes in het kamp uit. Ze weten nog niets. Dan horen ze via via het nieuws. De Jap heeft gecapituleerd. Er valt een stilte, niemand weet wat te doen. Juichen? Een van hen legt zijn spullen neer. Brengt zijn rechterhand naar zijn hart. En zingt het, zachtjes.

‘Wilhelmus van Nassau.’ Hij schraapt zijn keel, zet zijn stem kracht bij en zingt verder.

‘..ben ik van Duitse bloed.’ Her en der vallen mensen hem bij. Voor hij het weet, zingt het hele kamp.

Ja, deze anecdote hoort beslist thuis op mijn ideale herdenking.

Tijdbom
Op 15 augustus zendt de NOS 
Arigato uit. Daar ben ik ontzettend blij om. Arigato is treffend en pijnlijk raak, omdat er niets in uitgelegd wordt. Als je de kampverhalen kent, komt Arigato binnen als een tijdbom. Heb je die kennis niet, dan zou je nog wel eens met vragen kunnen zitten na het zien van de film. Wat alleen maar goed is; hoe meer vragen over de Japanse bezetting, hoe beter.

Arigato op tv op 15 augustus
Volgende week krijg je, als je niet bekend bent met de kampverhalen, antwoorden van de maakster en hoofdrolspeelster. De live-uitzending van de herdenking op tv begint om 12.15 uur, met een korte introductie van Mug Elias (de actrice die Oma speelt), Sandra Beerends en de film. Vervolgens kan je de korte film zien en daarna het live gesprek met Mug en Sandra Beerends, die geïnterviewd worden door Rob Trip. Aansluitend kan je kijken naar de herdenkingsbijeenkomst in Den Haag. Hieronder nog een keer de trailer.

Herdenken als bewuste keus
Toch vond ik herdenken op 15 augustus niet altijd een vanzelfsprekendheid, daar schreef ik zes jaar geleden al over. Hoewel Indië bevrijd was op 15 augustus, eindigde de kamptijd voor heel veel Indische Nederlanders pas maanden later. Ik heb in 2007 een bewuste keuze gemaakt om toch 15 augustus aan te houden als “bevrijdingsdag” voor Nederlands-Indië; ik had behoefte aan een moment waarop ik stilstond bij het leed van de slachtoffers en de – tijdelijke – opluchting van het einde van de oorlog.

Zwarte bladzijden
Regelmatig hoor en lees ik mensen die schamper vertellen dat Japanners niets weten over wat hun voorouders hebben gedaan tijdens de Tweede Wereldoorlog. Dat ze 
alleen maar vertellen over het leed van de atoombommen op Hiroshima en Nagasaki. Hoe weinig Indonesiërs onwetend zijn over de kamptijd. Die mensen vergeten dat Nederland ook nogal kieskeurig is als het gaat om het doorgeven van de eigen “zwarte bladzijden”, om het luisteren naar leed van anderen. 

Met de beste intenties
Want ook wij veranderen als Indische gemeenschap in Nederland, met de beste intenties, het verhaal over de Japanse bezetting. Door te blijven herdenken op 15 augustus weet over 50 jaar niemand meer dat op het nog maanden zou duren voordat alle geïnterneerden vrij waren. Is niet erg, vind ik. Maar het intrigeert me wel. Zo makkelijk is geschiedenis dus te veranderen.

Wat heb jij over Indië en Indonesië geleerd op school?

Oproep: vul de enquête in en maak van een klacht een debat

Online magazine Indisch 3.0 onderzoekt het onderwijs over Indië en Indonesië. Tot en met 13 augustus a.s. kan iedereen de  enquête “Indonesië en Indië op school” invullen op de website van Indisch 3.0. In het bijzonder docenten en jongeren zijn uitgenodigd om mee te doen. Meedoen kost nog geen 7 minuten.

Mocht blijken dat in het onderwijs nog te weinig – genuanceerd – aandacht besteed wordt aan het koloniale verleden van Nederland, dan wil Indisch 3.0 docenten aanmoedigen hierover in debat te gaan met elkaar.

Koloniale verleden van Nederland

In Nederland zijn naar schatting 1,5 miljoen mensen met wortels in Indonesië. Het onderzoek “Indonesië en Indië op school” gaat over wat je op de basisschool en middelbare school leert over het koloniale verleden van Nederland, in het bijzonder in Indonesië. Aanleiding is in de eerste plaats de aanhoudende kritiek uit met name Indische kringen.

Te weinig kennis over je eigen achtergrond

Veel Indische Nederlanders vinden dat op school aan ‘hun’ geschiedenis te weinig aandacht besteed is. Indische ouders vertelden namelijk weinig tot niets aan hun kinderen over hun afkomst, want “We zijn nu in Nederland.” De duizenden repatriantenkinderen van de Indische Nederlanders wisten hierdoor weinig over wie ze waren, wat ze in Nederland deden en waarom ze eigenlijk uit Indië/ Indonesië waren vertrokken. En dat gold al helemaal voor de Nederlandse kinderen bij wie ze in de klas terecht kwamen.

Skeletten

Een tweede aanleiding is dat koloniale ‘skeletten’ met enige regelmaat uit de spreekwoordelijke kast vallen, om met een grote plof voor tumult te zorgen in de Nederlandse samenleving. Zo was daar “Rawagede” in 2011, de foto’s van geëxecuteerde Indonesiërs in 2012 en de weduwen van Zuid-Sulawesi in 2013.

Aangepaste vragenlijst voor docenten

Met “Indonesië en Indië op school” wil Indisch 3.0 achterhalen in hoeverre de kritiek terecht is. Wellicht is het onderwijs namelijk verbeterd ten opzichte van ‘vroeger’, bijvoorbeeld.  Of: is de kritiek gebaseerd op perceptie en gekleurde herinneringen, niet op de realiteit? Die input kunnen vooral leerlingen en docenten leveren. Daarom krijgen in het bijzonder docenten een aangepaste vragenlijst. Een tweede uitkomst van het onderzoek is de vraag, als er aandacht aan besteed wordt, waar die aandacht dan naar uit gaat.

Generationele kenniskloof?

Mocht het zo zijn, dat op scholen inmiddels alweer voldoende genuanceerde aandacht aan het koloniale verleden besteed wordt, dan heeft het weinig zin om te blijven pleiten voor meer aandacht voor dit onderwerp in het onderwijs. In dat geval hebben we als samenleving te maken met (een aantal) generaties Nederlanders die weinig tot niets weten over de achtergrond van de 1,5 miljoen Nederlanders* met wortels in Indonesië. Een generationele kenniskloof dus, zou je kunnen zeggen.

Extra kennis in context van werk

Interessant is wat je als samenleving zou willen doen, als blijkt dat enkele generaties Nederlanders kennis missen over de koloniale geschiedenis van Nederland. Misschien is het een idee om die generaties in de context van hun werk extra kennis aan te bieden? Voor politici, onderwijzers en journalisten bijvoorbeeld zou je kunnen zeggen dat het cruciaal is dat zij goed op hoogte zijn van de koloniale geschiedenis van Nederland, en van de achtergrond van de grotere subculturen in de Nederlandse samenleving. Maar dat is van later zorg.

Publicatie resultaten

Op 15 augustus 2013, tijdens de jaarlijkse herdenking van het einde van de Tweede Wereldoorlog in Azië, publiceert Indisch 3.0 de resultaten van het onderzoek op www.indisch3.nl. Deelname aan de enquête is mogelijk tot en met 13 augustus a.s.

Over Indisch 3.0

Indisch 3.0 is een online magazine op www.indisch3.nl voor iedereen die een band voelt met ‘het Indische’. Indische Nederlanders – met wortels in het voormalige Nederlands-Indië – zijn de grootste subcultuur in Nederland. Op Indisch 3.0 krijgt deze Indische cultuur in Nederland de spotlight. Met eigentijdse artikelen maken we zichtbaar hoe de Indische subcultuur Nederland beïnvloed heeft. Zelf nadenken, eigen keuzes maken en respect voor keuzes van anderen staan daarbij centraal. Zo ontstaat een verfrissende, eigentijdse kijk op Indisch Nederland.

Help ons dit bericht te verspreiden!

Fijn voor leerlingen, onhandig voor ons: het is schoolvakantie. Daardoor zal het voor ons niet zo makkelijk zijn om docenten en leerlingen te bereiken. Helpt u ons door deze oproep zoveel mogelijk te verspreiden onder uw vrienden, familie, kijkers, luisteraars en lezers?

Meer informatie

Voor meer informatie, of de mogelijkheid tot voorinzage van de resultaten, kunnen journalisten contact opnemen met Kirsten Vos (kirsten@indisch3.nl/ 0616500911), hoofdredacteur en verantwoordelijke voor dit onderzoek.

Doe mee op www.indisch3.nl/enquete. In nog geen 7 minuten heb je je stem laten horen. We danken je nu al voor je deelname.

Enquete: "Indonesië en Indië" op school

“Mensen weten niets over de koloniale geschiedenis van Nederland in Indonesië, ze leren er niets over op school.” We horen het vaak. Maar hoe zit het nou echt? Indisch 3.0 heeft een enquête opgesteld over het onderwijs over Indië en Indonesië.

In 7 minuten kan je je mening laten horen; of er inderdaad te weinig lesgegeven wordt over de geschiedenis van Nederland in Indonesië, wat redenen zijn om meer aandacht hieraan te besteden en wat het eigenlijk uitmaakt, als we er met zijn allen meer over weten. Op 15 augustus a.s. maken we de resultaten bekend.

Wil jij eerder horen wat de uitkomsten zijn? Laat dan je e-mailadres achter en we stuur je op 14 augustus een preview. We zijn benieuwd naar je mening!

p.s. Vanaf je smartphone de enquete invullen, of gaat er iets mis? Gebruik dan deze link: https://docs.google.com/forms/d/1QEEvqpW7-CA0i8wen79BPnzcDGnyIvDAnT1mIzxhEAM/ of mail kirsten @ indisch3.nl. 

Een middagje Gordel van Smaragd

Varen op de Amsterdamse grachtengordel

Den Haag kennen we allemaal als Indische stad, maar ook Amsterdam is een stad met belangrijke ‘Indische link’. Stichting Cerita Fakta organiseert daarom sinds 2012 rondvaarten door de Amsterdamse grachtengordel waarbij de Indische geschiedenis van de stad aan bod komt. Zaterdag 20 april nam ik deel aan de eerste boottocht van het nieuwe seizoen. Op 1 juni en 20 juli a.s. vaart Cerita Fakta nogmaals uit. Benieuwd of deze rondvaart ook iets voor jou, als Indisch 3.0’er, is? Lees dan mijn korte impressie van de middag.

Gidsen Peter Bouman (l) en Frans Leidelmeijer (r) met de schipper (m). Eigen foto.
Gidsen Peter Bouman (l) en Frans Leidelmeijer (r) met de schipper (m). Foto: Maria Lamslag/ Indisch 3.0 2013.

Perfect weer
Rond half één begaf ik mij naar de opstapplaats voor de Stopera. De plek was makkelijk te herkennen aangezien er al heel wat Indische luitjes op de wal stonden. Natuurlijk arriveerden een paar gasten wat later (jam karet, toch?) maar al snel kon de boot vertrekken voor de 2,5 uur durende rondvaart. Met een stralende zon en een helder blauwe lucht was het perfect weer voor een boottochtje.

Die andere gordel
Peter Bouman en Frans Leidelmeijer stapten als gidsen aan boord. Peter werkt voor Pelita en Frans ken je waarschijnlijk als kunstexpert van Tussen Kunst & Kitsch. Tijdens de rondvaart door de grachtengordel legden zij het verband met de andere gordel; de Gordel van Smaragd oftewel Nederlands-Indië. Om de beurt vertelden zij historische achtergronden, feitjes en anekdotes over de gebouwen, kunst, bruggen en andere plekken met Indische link waar we langs voeren.

De bijnaam van het gebouw is de Spekkoek.

Spekkoek
Zo passeerde de boot onder de replica van het VOC-schip De Amsterdam, voormalige kantoren van handelsmaatschappijen met Indische banden, het geboortehuis van Edouard Douwes Dekker (nu het Multatuli Museum), straten waar veel Indonesische geneeskundestudenten gestudeerd hebben, het verzetsmuseum en het NIOD waar aandacht is voor het oorlogsverleden. Uiteraard werd er ook verteld over panden, bruggen en kunstwerken die qua ontwerp geïnspireerd waren op Nederlands-Indië. Het gebouw De Bazel – vanwege de kleuren ook wel de spekkoek genoemd – is hiervan misschien wel het mooiste voorbeeld. In de decoratie zijn talloze verwijzingen naar Indië te vinden.

De Bazel aka De Spekkoek. Voormalig hoofdkantoor van de Nederlandsche Handel-Maatschappij. In het ontwerp zijn veel verwijzingen naar Nederlands-Indië te vinden. Foto: Jane023 via wikimedia
De Bazel aka De Spekkoek. Voormalig hoofdkantoor van de Nederlandsche Handel-Maatschappij. In het ontwerp zijn veel verwijzingen naar Nederlands-Indië te vinden. Foto: Jane023 via wikimedia

Culinaire Indische hotspots
De gidsen deelden hand-outs uit, zodat we het één en ander konden meelezen en details nog eens op foto’s konden bekijken. Bij de rondvaart waren lekkernijen en een warme maaltijd inbegrepen, waardoor er nagenoeg de hele rondvaart eten op tafel stond. Dit weerhield de gidsen er niet van ons ook op wat culinaire Indische hotspots te wijzen. Zo zie ik in mijn aantekeningen Café Kadijk aan het Kadijksplein en Hofje van Wijs aan de Zeedijk genoteerd.

Als 3.0’er kon ik het niet allemaal volgen.

De jongste
Omdat een boottocht toch een boottocht blijft en deze een niet al te hip imago hebben, had ik er rekening mee gehouden dat ik wel eens de jongste deelnemer zou kunnen zijn. En waarschijnlijk was dit ook het geval. Er waren wel meer 3.0’ers aan boord, maar de 2.0’ers waren duidelijk in de meerderheid. De gidsen, zelf ook van de tweede generatie, refereerden regelmatig naar feitjes die deze generatie goed kent.  Wanneer het iets van doen had met Indorockers kon ik als (jonge) 3.0’er bijvoorbeeld niet alle feitjes volgen – al zegt dat misschien meer iets over mijn muziekkennis.

Bij de rondvaart zaten snoeperijen, drinken en een warme maaltijd inbegrepen. Het eten en de service waren top. Eigen foto.
Bij de rondvaart zaten snoeperijen, drinken en een warme maaltijd inbegrepen. Het eten en de service waren top.  Foto: Maria Lamslag/ Indisch 3.0 2013

Verhalen
Deze en andere ‘insiders’-anekdotes van de 2.0’ers, deden me wel bedenken hoe leuk mijn vader en mijn tante het boottochtje zouden vinden, en hoe leuk het zou zijn om samen met hen de rondvaart te maken. Behalve de verhalen van de gidsen, zou ik misschien ook wel meer van hun Indische verhalen horen.

Herkenning en nieuwe blikken
Hierin ligt denk ik ook het grootste verschil in de beleving van de middag voor de 2.0’ers en 3.0’ers. Voor de tweede generatie was het volgens mij vooral een middag van herkenning en weerzien, voor mij was het vooral een middag van nieuwe verhalen en een nieuwe blik op plekken in de stad. Mocht je ook aan de rondvaart willen deelnemen, dan is dit wellicht iets om rekening mee te houden. Al deed het af en toe iets niet kunnen volgen, zeker niet af aan de sfeer.

Dit was ongetwijfeld de gezelligste boot op de grachten.

Bekijks
Want ondanks het brave imago van de rondvaarttocht, was dit ongetwijfeld de gezelligste boot die die zaterdag op de grachten te vinden was. Het was soms zo gezellig aan boord, dat de gidsen zelfs met microfoon het geklets amper konden overstemmen. Het gekwebbel, gelach en ge-makan trok ook bekijks van andere (vergeleken met ons opvallende stille) rondvaartboten en mensen langs de grachten. In dat opzicht voelde het al alsof ik de boottocht met mijn familie maakte. De verhalen waren misschien grotendeels nieuw, de gezelligheid was één en al herkenning.

Prachtig weer en uitzicht op het replica VOC-schip De Amsterdam. Eigen foto.
Prachtig weer en uitzicht op het replica VOC-schip De Amsterdam. Foto: Maria Lamslag/ Indisch 3.0 2013.