Recensie: Tante Anin en Oom Tjoh

Liefdevolle herinneringen aan Nederlands-Indië

Tante Anin en Oom Tjoh – KIT Publishers

Het deze zomer verschenen fotoboek ‘Tante Anin en oom Tjoh’ past naadloos in de serie boeken die Tjaal Aeckerlin al eerder over Nederlands-Indië publiceerde. Net als voor de trilogie ‘Lied van een tokeh’ en het tweedelige ‘Tanda Mata’ is hij op zoek gegaan naar fotomateriaal dat de alledaagse gebeurtenissen in het leven van ‘de gewone Indo’ belicht. In ‘Tante Anin en Oom Tjoh’ heeft hij deze beelden voorzien van onderschriften die de herinneringen van Indische 80-plussers aan de koloniale tijd weergeven. Uit de teksten, die doorspekt zijn van Maleise en Petjoh termen spreekt een warme, liefdevolle koestering voor het leven van toen.

Indo-Europeanen
Door de talloze verhalen over Indië die hij van zijn familieleden hoorde, raakte Tjaal Aeckerlin gefascineerd door het dagelijkse leven van de Indo- Europeanen. De ervaringen van deze groep, die ‘zich innig met de ziel van het land verbonden voelt’ en een mengcultuur met eigen gewoontes en omgangsvormen vormde, bleef veelal onderbelicht in de vele publicaties over de Indische koloniale samenleving. Tjaal Aeckerlin heeft hen een stem willen geven om het beeld completer en reëler te maken.

Alledaagse leven
De foto’s die Tjaal Aeckerlin in zijn zoektocht tegenkwam en grotendeels een datering, context of benoeming misten, lijken rechtstreeks uit familiealbums te komen. Sommigen tonen intieme huiselijke sferen, anderen geven mooi het straatbeeld van die tijd weer. Waar Tjaal Aeckerlin in eerdere publicaties hele verhalen optekende om de foto’s een context te geven, worden de beelden in dit boek slechts vergezeld van enkele regels tekst. Deze korte duidingen geven mij, de lezer, het gevoel dat ik een album aan het doorkijken ben en opa of oma deze live van commentaar voorziet. Het bewerkstelligt dat de foto’s persoonlijker worden en werkelijk tot leven komen.
Zo is er een foto waarop twee vrouwen aan het werk zijn in de tuin met op de achtergrond een houten rek. Het onderschrift ‘… Het droogrek met de borden en omgekeerde glazen stond elke middag in de brandende zon om de laatste bacteriën te bestrijden.’ (pag.70) vertelt over een praktische handeling die zonder beeld waarschijnlijk onbenoemd zou zijn gebleven.

Voor latere generaties zullen veel van de verhalen vergelijkbaar zijn met anekdotes uit de eigen familie en aanvullingen daarop.

Nalatenschap
Na al zijn eerdere publicaties over hetzelfde onderwerp is Tjaal Aeckerlin er weer in geslaagd een bijzonder boek samen te stellen. Voor de ouderen die het zelf hebben meegemaakt, zal het een feest van herkenning zijn en eigen ervaringen oproepen. Voor latere generaties zullen veel van de verhalen vergelijkbaar zijn met anekdotes uit de eigen familie en aanvullingen daarop.
Degenen die dit leven bewust hebben geleefd en de basis van onze cultuur vormen, zijn inmiddels de 80 reeds gepasseerd. Met hen zullen hun herinneringen langzaamaan verdwijnen. Het is dan ook van onschatbare waarde dat Tjaal Aeckerlin zich tot doel heeft gesteld deze op te tekenen en voor de vergetelheid te behoeden. Het is daarmee meer dan een boek van nostalgie en heimwee, een nalatenschap aan jongere generaties.

Bekijk dit boek als je geïnteresseerd bent in hoe het leven er voor jouw (over)grootouders destijds uitzag of als je een completer beeld van de Indische koloniale samenleving wilt krijgen. Als je daarentegen een feitelijke documentatie over die tijd zoekt, zijn er genoeg andere titels te noemen.

‘De Jaarbeurs’ – Tante Anin en Oom Tjoh p.61

Tante Anin en oom Tjoh. Levende herinneringen aan verstilde Indische beelden. Tjaal Aeckerlin. KIT Publishers. Juni 2012. 29.50 euro

Recensie: Een land met gesloten deuren

Liever heimwee dan Holland: een pijnlijk voelbaar gemis

Een land met gesloten deuren © Peter van Dongen / In de Knipscheer 2012

Midden jaren vijftig arriveerde journalist en schrijver Tjalie Robinson (Jan Boon, 1911-1974) in Nederland, net als tienduizenden andere Indische Nederlanders. Het land van herkomst was voor velen afgesloten, veroordeeld tot een vaderland dat zij alleen van vakantie of uit de geschiedenisboeken kenden. Holland was koud, nat en totaal anders dan verwacht. Bovendien voelden ze zich niet altijd even welkom. Vorig jaar werden de stukken die Tjalie Robinson net na zijn overkomst schreef, voor het eerst gebundeld en zijn deze nu beschikbaar in een paperbackversie. Opnieuw kunnen we met de scherpe blik van Tjalie naar Nederland kijken. Maar hoe geestig en scherp ook, de heimwee snijdt je door je ziel.

Verloren thuis
Veel van de Indische literatuur die ik gelezen heb, verhaalt van het verlangen naar het warme land uit de jeugd, een mystieke plek met mooi weer, heerlijk eten, prachtige natuur, een verloren paradijs. Het gemis is invoelbaar, zeker, maar niet eerder werd de pijn van het verloren thuis voor mij zo invoelbaar gemaakt als in Het land met gesloten deuren van Tjalie Robinson. Ik denk dat dat komt omdat hij deze verhalen net na het vertrek uit Indië schreef, toen de tijd nog niets van het gemis had verzacht. En daarnaast, Tjalie stond erom bekend geen blad voor de mond te nemen, ook niet als hij het moeilijk had.

Meedogenloos en humoristisch beschrijft hij Nederland in al zijn groot- en kleinheid.

Piekerans en gesloten deuren
Tjalie Robinson had jarenlang een krantenrubriek die ‘Piekerans van een straatslijper’ heette en razend populair was onder Indische Nederlanders, omdat hij zo scherp het dagelijks leven in Batavia wist vast te leggen. Met deze Piekerans gaat hij na zijn aankomst in Amsterdam door. Meedogenloos en humoristisch beschrijft hij Nederland in al zijn groot- en kleinheid. Dat levert geestige en herkenbare situaties op, die ook nu, zestig jaar later, nog altijd actueel zijn. Zo heb ik erg moeten lachen om zijn verbazing over onze hang naar regulatie, die zijns inziens veel te ver gaat en daardoor juist tot ongelukken leidt, zoals in het verkeer:

‘In het begin snap je er niets van, want alles rijdt hier netjes op eigen paden: [..] bij drukke verkeerspunten staan agenten of verkeerslichten. Het is, lijkt me toe, technisch onmogelijk om ongelukken te krijgen. Nu begrijp je het beter. Juist deze overdreven zuigelingenzorg maakt dat de gemiddelde weggebruiker in slaap kan vallen op straat. Elk snijpunt waar de tekens niet duidelijk genoeg zijn, moet dus automatisch fataal worden. […] Ik heb zo’n idee dat als je 100 Hollanders met de fiets op Gadjah Mada of Hajam Woeroek zou neerzetten de helft binnen een half uur vermorzeld zou zijn.’

Alles in Nederland is aan regels gebonden en daar wordt Tjalie gek van:

‘Je zou zo zeggen; als ik bakpauw ga verkopen, dan kan daar toch niemand bezwaar tegen hebben. Dat denk je maar. Ik zal middels examens moeten aantonen dat ik a. kan koken en bakken en b. dat ik kooksels en baksels kan en mag verkopen. Niets gaat zomaar in Holland.’

Zo piekert en klaagt Tjalie het hele boek door, over de koude, eindeloze winter, over het gebrek aan goedgeefsheid van de Hollanders, het gebrek aan fatsoen van de jongeren, maar vooral over de gesloten deuren, de Indische gastvrijheid die hij zo mist.

Het gemis dat eraan ten grondslag ligt, voel je tot in je botten.

Rake observaties
Als je wilt weten hoe veel Indische Nederlanders zich destijds gevoeld moeten hebben, lees dan zeker dit boek. De rake observaties zijn nog steeds actueel en het is heerlijk hoe de tekst doorspekt is met Indische termen op plekken waar je ze niet direct verwacht, zoals wanneer Tjalie ‘Joris en de tokeh’ gebeeldhouwd ziet in een Leidse kerk of spreekt over ‘pasar malams aan zee’ en ‘kleine warongs waar je alleen chocola en ijs kunt kopen.’ En zeker ook als je Nederland eens vanuit een ander, nog altijd verrassend perspectief wilt zien.

Kou tot op het bot
Lees dit boek zeker niet als je een hekel hebt aan gemopper, want mopperen kan hij, Tjalie. Natuurlijk zijn er soms lichtpuntjes: de Hollanders die juist ontdooien als ze op de schaats staan, de kruideniers en Sinterklaas, en ook al wordt zijn toon in de loop van het boek berustender, er is veel fout. Maar je vergeeft het hem, want het gemis dat eraan ten grondslag ligt, voel je tot in je botten, net zoals de kou Tjalie tot op het bot ging. In een andere context haalt hij Leo Vroman aan: ‘Heimwee is beter dan Holland.’ Dat gold ook voor hemzelf: tegen alles aanschoppen was minder pijnlijk dan accepteren dat Indië voorbij was.

Tjalie Robinsons – Foto: literairetijdschriften.org

Een land met gesloten deuren. Tjalie Robinson. Uitgeverij In de Knipscheer. Haarlem 2012. € 17,50

Soerabaja: Traag, maar indrukwekkend overlevingsverhaal

Boekrecensie: Soerabaja van Pauline Slot

Soerabaja is een roman gebaseerd op historische feiten. Soerabaja verscheen  op 19 oktober 2012 bij De Arbeiderspers, auteur Pauline Slot debuteerde in 1999 met de roman Zuiderkruis. Reizen en de complexe verhoudingen tussen mensen zijn terugkerende elementen in haar oeuvre, zo ook in SoerabajaEen pasgetrouwd Nederlands stel vertrekt naar Indië, waar ze elkaar door de oorlog kwijtraken. Is dit verhaal – geschreven vanuit de belevingswereld van een ‘oorlogsoverlevende’ – interessant voor 3.0’ers? Soerabaja  vertelt het verhaal van een pasgetrouwd Nederlands stel dat, zonder familie, naar Indië vertrekt, met verstrekkende gevolgen. Het begint in Den Haag, waar Bep en Henk elkaar ontmoeten  in de jaren dertig van de vorige eeuw. Vanuit het perspectief van de jonge vrouw Bep, krijgen we in een briefwisseling  met de familie in Nederland  een gedetailleerd beeld van een andere tijd.

Als Henk Japans krijgsgevangene wordt, wordt Bep een vechter.

Heimwee
Bep wil eigenlijk niet naar Nederlands-Indië vertrekken. Het frustreert haar dat ze als pasgetrouwden nauwelijks van ‘hun huishoudentje’ hebben kunnen genieten.  Toch is het voor Henks carrière het beste en ze gaan. Na een aantal jaar in Indië krijgt het stel kinderen, wat Bep iets te doen geeft. Ze voelt zich vaak eenzaam als Henk van huis is voor zijn werk en hoopt dat ze gauw verlof krijgen om terug  naar Nederland te gaan. Maar dan breekt de oorlog uit en wordt Bep’s verlangen naar Nederland naar de achtergrond verdrongen. Op het moment dat Henk Japans krijgsgevangene wordt, ontpopt Bep zich als vechter. Er volgt een verslag van beiden over de onzekerheid van hun bestaan in kampen, transporten met ‘bestemming onbekend’, en marcherend tot er doden vallen.

Gedateerd taalgebruik
Door het  gedateerde taalgebruik in de brieven vind ik het aanvankelijk lastig om me in Bep te verplaatsen, maar het went wel. Ook  komen er veel namen van familieleden, buren, straten en locaties  voorbij, waardoor het even duurt voordat ik echt in het verhaal zit. Gelukkig blikt Bep in haar eigen commentaar op de brieven  af en toe vooruit, en dit maakt dat je wilt lezen. In het deel van Soerabaja  waarin Bep over de gelukkige tijd in Malang vertelt,  krijgt de lezer subtiele aanwijzingen dat de verhouding tussen de Nederlanders en de Indische bevolking niet onbeladen was: ‘We hadden Beppie een paar centen gegeven om in haar beursje te bewaren en die probeerde ze vaak aan Kokkie te geven, zoals ze mij zag doen. Ook daarover hadden kokkie en Kasan veel plezier, al lette ik er wel op dat Kokkie haar de muntjes weer teruggaf.’ Zonder er veel woorden aan te besteden is het duidelijk dat de verschillende bevolkingsgroepen elkaar in het koloniale Nederlands-Indië niet altijd vertrouwden.

Het  gedateerde taalgebruik maakt Soerabaja aanvankelijk lastig leesbaar.

Leven in twee werelden
Bep schrijft dat ze leefde in twee werelden: een tastbare en een verbeelde, waarbij ze doelt op haar eigen leven in Indië en dat van de familie in Nederland. Maar waar Bep haar best doet met haar brieven in de belevingswereld van haar familie in Nederland aanwezig te zijn, zoekt ze geen toenadering tot de tastbare wereld waarin haar Kokkie, Kasan en de andere personeelsleden leven. Later, in Soerabaja,  wanneer ze de kampong in is gevlucht, zal ze opmerken dat het ‘de enige keer [is] dat we in Indië te midden van Indonesiërs leefden’.

Traag
De neiging van de auteur om correct te zijn in de historische feiten hindert in het begin de vaart van het verhaal. Aan het slot van het boek blijkt pas dat de auteur volledig recht heeft willen doen aan de – waargebeurde – geschiedenis. Ik vind het jammer dat de uitgever voor ‘roman’ op het omslag heeft gekozen, in plaats van ‘historische roman’. Hierdoor moest ik mijn verwachting van het boek al lezend bijstellen en stoorde het mij dat er zoveel met details werd gestrooid. Toch loont het om door te lezen. Veel 3.0’ers zullen hun (groot) ouders herkennen in de passages over dochter Beppie, die als volwassene een dagtaak heeft gemaakt van het hamsteren en opslaan van etenswaar. Maar ook de stilte van oudere familieleden over het kampverleden zal bekend voorkomen.

Soerabaja. Pauline Slot. De Arbeiderspers.  Utrecht, 2012. 18,95 euro. 

Pauline Slot © Erik Smit
Pauline Slot © Erik Smit

Recensie: Met stille trom, een journaal

Winnetou’s beschavingswerk

‘Lelijk geblunderd, ambtelijke kop gekost, moddergat aan de zuidkust,’ met deze spannende woorden begint F. Springer zijn verhaal en wakkert direct mijn nieuwsgierigheid aan. Wat heeft zich afgespeeld tijdens de laatste maanden van de koloniale overheersing in Nederlands Nieuw-Guinea in 1962?

Verlaat eerbetoon
De oorspronkelijke versie van Met stille trom schreef Springer tijdens zijn eerste verlof na vier jaar onafgebroken werkzaam te zijn geweest als controleur in de Zakar, een geïsoleerd berggebied in het centraal gelegen binnenland van Nieuw-Guinea. Maanden later ontving hij de proefdruk en zag,tot zijn ongenoegen, in dat het geschreven werk niet meer was dan een indianenverhaal waarin hij de ingrijpende impact van het kolonialisme op de Papoea’s niet onder woorden kon brengen.

‘Zo gelaten en eigenlijk zonder slag of stoot vertrokken wij uit Nieuw-Guinea, staart tussen de benen, met zeer omfloerste trom. God zegene u, volk der Papoea’s, en zoek het verder zelf maar uit.’

Een mensenleven later herlas Springer de proefdruk en kwam tot de conclusie dat hij in 1963 de kans had laten lopen om men inzicht te kunnen verschaffen in het leven van koloniale bestuursambtenaren. In juli 2011, het jaar van zijn overlijden, publiceerde Springer alsnog Met stille trom, een journaal als eerbetoon aan zijn vrienden en oud-collega’s.

‘Ik had juist toen de kans moeten grijpen om het publiek te laten weten hoe wij op onze onooglijke bestuurspostjes verbeten onze plicht tegenover de aan ons toevertrouwde Papoea’s bleven doen, al hadden de grote buitenwereld en ook het moederland ons allang opgegeven.’

Koloniaal beschavingswerk
Het verhaal begint spannend te worden wanneer het bestuursleven van de pas aangestelde controleur Dekker, onze hoofdpersoon, verstoord wordt door de komst van een onaangekondigde gast, de Amerikaanse antropoloog Cabell. De professor speelt een belangrijke rol in het boek door zijn confrontaties met het bestuur waarin het koloniale gedachtegoed wordt onthult.

‘Mijn meest geliefkoosde stelling, zei hij, is dat wat jullie Hollanders, zogenaamde beschavers en ontwikkelaars, hier in het stenen tijdperk doen, de Zakari en de Dani en de Kapauko en hoe de mensen hier verder allemaal heten, alleen maar doodongelukkig maakt.’

Springer weet met droge humor de gebeurtenissen dusdanig te beschrijven dat ik me, evenals het bestuur, erger aan professor Cabell, die nota bene mijn eigen vakgebied representeert. De onderlinge conflicten over ditjes en datjes maar ook de afwisselende gevoelens van eenzaamheid, broederschap en zelfs een sprankje verliefdheid laten ons de menselijke kant van het leven in de Zakar zien. Het boek op zich, zonder enig besef van de historische context, is niet bijster diepgaand. We komen bijvoorbeeld niet veel te weten over de gevoelens of gedachten van de personages. Het is voornamelijk een verslag van het bestuursleven dat moet worden gelezen tegen de achtergrond van het einde van de koloniale overheersing.

Aanrader?
Springer’s laatste publicatie Met stille trom, een journaal, zou ik aanraden als je nieuwsgierig bent naar hoe het dagelijks leven ten tijde van het koloniale bestuur in Nederlands Nieuw-Guinea. Maar je hoeft het zeker niet te lezen als je meer diepgang zoekt in de personages, of meer wilt weten over de Papoea’s. Voor de antropologen onder ons, ik ben erg benieuwd naar wat professor Cabell bij jullie teweeg brengt? Springers overtuigende manier van schrijven wekte bij mij in ieder geval sympathie op voor het koloniale bestuur dat zich staande probeerde te houden in een ver en geïsoleerd gebied.

Met stille trom, een journaal. F. Springer. Querido’s Uitgeverij Bv, 2012.

Recensie: Een zoon van Porto

Een documentaire over thuiskomst

In de documentaire Een zoon van Porto (vorig jaar vertoond op het Nederlands Film Festival) volgen we Benja die door zijn vader, auteur Frans Lopulalan, begeleid wordt naar het voorouderlijke plaatsje Porto op het Molukse eiland Saparua. De 19-jarige Benja voelt zich misplaats in Nederland. Hij wil terugkeren naar Saparua om te kunnen proeven van het Molukse leven en misschien wel de plek vinden waar hij thuis hoort…

Antagonistische houding
Frans Lopulalan (onder andere bekend van Dakloze Herinneringen) vertelt in de documentaire over zijn gevoel van ontheemding en dat van zijn ouders. ‘Zeg nooit dat je uit Woerden komt, maar uit Saparua,’ vertelde zijn moeder hem ooit. Frans uit ook zijn zorgen over hoe Benja denkt over Nederlanders. Benja zou een bijna antagonistische houding tegen Nederlandser hebben en elke keer verbaasd zijn als hij een aardige Belanda ontmoette. Ook voelt Benja er niks voor om een opleiding te volgen, dit zou slechts de Nederlandse economie bevorderen. Benja voelt zich niet begrepen door Nederlanders, zelfs niet door zijn Nederlandse moeder. Het is jammer dat de relatie tussen Benja en zijn moeder, betreffende de etnische verschillen, niet verder wordt uitgediept. Wellicht had Benja’s moeder meer kunnen vertellen over het gevoel zich ‘niet Nederlands’ te voelen van Benja.

Verschillen
Vindt Benja uiteindelijk zijn ‘thuis’ in de Molukken? Hij lijkt er zeker op zijn plaats. Hij werkt mee met de vissers, de boeren en wordt bijna uitgehuwelijkt. Hij vertelt veel over hoe geweldig en bijzonder hij het vindt om in Porto te zijn, maar verder wordt er voornamelijk gesproken over de verschillen tussen hem en Nederlanders. Er wordt niet gesproken over de mogelijke verschillen tussen Benja en de bevolking van Porto. Wat jammer is, aangezien zijn broer in het begin van de documentaire aan Benja vertelt dat hij niet alleen hier in Nederland anders is, maar ook daar anders zal zijn.

Waar is thuis?
Het ‘je niet op je plaats voelen in Nederland’ is iets dat velen van gemengde afkomst zullen herkennen. Een groot deel van de personen die dit lezen zullen vast wel eens een geschiedenisles hebben moeten geven, om aan anderen de vraag ‘waar kom je vandaan?’ te kunnen beantwoorden. Een gevoel van thuiskomst als je het voorouderlijk land bezoekt is ook zoiets dat door velen als herkenbaar zal worden ervaren. Echter, vroeg of laat komt iedereen erachter dat ook daarin een groot verschil bestaat tussen ‘ik’ en ‘de ander’. De vraag ‘waar is thuis?’ wordt niet duidelijk beantwoord. Althans, niet door Benja, wel door Frans. Frans voelt zich thuis in Nederland, maar ook op Saparua.

Thuiskomst
Een zoon van Porto is een documentaire over thuiskomst. Echter, door de hele film komt ook steeds het thema ‘verschillen’ naar voren. Ik heb het niet alleen over de verschillen tussen Molukkers en Nederlanders, maar ook tussen jong en oud, vroeger en nu. Het is spijtig dat dit thema niet verder uitgewerkt is. Al met al is Een zoon van Porto een mooie film over vader en zoon die samen het voorouderlijke land opzoeken.

Een zoon van Porto (Son of Porto) Oogland Film Producties, 2011

Ego's, intriges en dreigementen

Nederland valt aan - Ad van Liempt, 2012.
Nederland valt aan - Ad van Liempt, 2012.
Nederland valt aan – Ad van Liempt, 2012.

Recensie ‘Nederland valt aan’

In mei 2012 kwam het boek Nederland valt aan uit, een bewerking van Ad van Liempt’s eerdere boek Een mooi woord voor oorlog. Deze boekpublicatie kreeg opvolging in de gelijknamige, eenmalige tv-uitzending op 21 juli. De tv-uitzending maakte wat mij betreft de hoge verwachtingen niet waar – journalisten kunnen níet acteren en anachronismen maken een historische vertelling juist onduidelijk. Over het boek van deze voormalige hoofdredacteur van het NOS Journaal trek ik een andere conclusie.

Bijzondere bronnen
Van Liempt schreef in 1994 Een mooi woord voor oorlog. Nederland valt aan is daar een bewerking van. Het is mij niet duidelijk wat de publicatie uit 2012 toevoegt aan het boek uit ’94, de auteur doet daar geen melding van in een voor- of nawoord. Wat mij wel duidelijk is, is de waarde van dit boek. Van Liempt geeft, in prettig leesbare bewoordingen, gedetailleerd inzicht in de besluitvorming over de eerste politionele actie. Hij gebruikt daarvoor memoires, interviews met betrokkenen, persoonlijke dagboeken & archieven, kranten en telegrammen. Dankzij die aanpak legt hij bloot welke intriges, machtsspelletjes, driftkoppen en kortzichtige belangen hebben geleid tot Operatie Product, de eerste politionele actie die op 21 juli 1947 startte en – onder internationale druk – op 5 augustus 1947 eindigde.

Ultimatums
Officiële aanleiding van de eerste politionele actie is de Nederlandse constatering dat Indonesië zich niet houdt aan het – onmogelijke, want dubbele (KV) – akkoord van Linggadjatti. Nederland stelt Indonesië een aantal ultimatums, om duidelijkheid te krijgen in de oorzaken hiervoor en – in later stadium – Indonesie te dwingen bepaalde afspraken te honoreren. Twee heikele punten zijn de aanwezigheid van Nederlandse troepen (de ‘gendarmeriekwestie’) in Indonesië en de mate waarin een Nederlandse functionaris (de hoge commissaris) inspraak heeft in het interimbestuur van Indonesië.

Gedetailleerd inzicht in besluitvorming over eerste politionele actie.

Genoeg gepraat
De antwoorden die Nederland krijgt zijn keer op keer niet de antwoorden die Nederland wil horen: de verschillende politieke leiders van Indonesië krijgen hun achterban niet zo gek, dat ze met de Nederlandse eisen instemmen. Aanwezigheid van Nederlandse troepen, een eenzijdig staakt-het-vuren en een Nederlandse functionaris die een vetorecht krijgt over beslissingen in het interimbestuur van Indonesië, roepen vooral wantrouwen op bij de jonge republiek, die toch al twijfelde over de intenties van hun voormalige kolonisator. Generaal Spoor en zijn rechterhand Pinke zijn het praten na een paar onderhandelingsrondes zat en dreigen met ontslag, waardoor uiteindelijk landvoogd Van Mook vanuit Indonesië en oud-premier Schermerhorn (PvdA) de Nederlandse regering (PvdA en KVP) adviseren militair in te grijpen.

TV-uitzending Nederland valt aan met o.a. Maartje van Wegen (Ned. 2, 21 juli 2012)
TV-uitzending Nederland valt aan met o.a. Maartje van Wegen (Ned. 2, 21 juli 2012)

Wegtrekken leidt tot chaos
Wat ik me bij het lezen afvroeg over deze koloniale oorlog, was hoe het mogelijk was dat Nederland, net bevrijd, toch overging tot deze oorlogsverklaring. Bijzonder inzichtelijk daarvoor was onder meer een brief van ambtenaar Peter Koets, secretaris van KVP-premier Beel. Het zou de Indonesische leiders ontbreken aan lef om de achterban te overtuigen in te stemmen met de Nederlandse eisen. En ‘Wegtrekken leidt tot chaos’, dus militaire actie was de enige mogelijke vervolgstap. Verbazingwekkend vind ik dat uit de krantenreacties op de oorlogsverklaring van de Nederlandse regering, op te maken valt dat alleen Het Parool en koningin Wilhelmina de Nederlandse keuze in de context van de recente Duitse bezetting plaatsen (beide op een andere manier).

Het boek is niet geschikt voor mensen die nog weinig tot niets weten over het onderwerp.

Wie is wie?
Nederland valt aan
van Ad van Liempt geeft inzicht in de verbijsterende besluitvorming die heeft geleid tot de eerste politionele actie. Bij het lezen had ik wel sterk de behoefte aan een overzicht; vanaf de eerste pagina duizelde het van de namen van ministers, landvoogden, militaire bonzen en ambtelijke zwaargewichten. Een schematisch overzicht van alle betrokken spelers aan beide zijden had niet misstaan. Hierdoor is het boek niet geschikt voor mensen die nog weinig tot niets weten over de politieke verwikkelingen in naoorlogs Nederland en het net onafhankelijk geworden Indonesië.

Indonesische perspectief
En, over beide zijden gesproken: ik miste inzicht in het Indonesische perspectief op dit proces. Waardevol was bijvoorbeeld vermelding van de val van Sjahrir, nadat die had ingestemd met een Nederlands ultimatum. Maar naar de motivatie van  Soekarno en Sjarifoeddin om een later stadium niet in te gaan op de heikele punten, kon ik alleen maar raden. Van Liempt had de ‘remake’ van Een mooi woord voor oorlog daar vast voor kunnen gebruiken.

Het Indië-onderzoek
KITLV-directeur Gert van Oostindie kondigde vorige week donderdag in Trouw (6/9/2012) dat het ‘Indië-onderzoek er zeker gaat komen’. Hopelijk komt daar een overkoepelend, gezagdragend verhaal uit dat helderheid geeft over deze zwarte bladzijden uit de Nederlandse geschiedenis. Van Liempt heeft met Nederland valt aan daar  alvast nuttig voorwerk voor gedaan.

Recensie: Koloniale geschiedenis hoorcollegereeks

Koloniale geschiedenis hoorcollegereeks. Foto: (c) Sarah Klerks/ Indisch 3.0 2012.

Blanke vertellingen: over de ‘geruisloze’ geschiedenis van het kolonialisme.

Grote kans dat je op school of op de universiteit weinig over je Indische geschiedenis hebt geleerd. Bij mij was dat zeker het geval, dus om meer over mijn achtergrond te begrijpen probeer ik steeds meer te leren over onze koloniale geschiedenis. Eén van deze pogingen was het audioboek Koloniale geschiedenis. De afgelopen week schalden in dolby surround de stemmen van prof. dr. Leonard Blussé en prof. dr. Piet Emmer uit de speakers.

Het woord ‘Indo – Europees’ is niet één keer gevallen

Tien hoorcolleges lang heb ik geluisterd naar hun ideeën over de Europese koloniale expansie en in het bijzonder die van Nederland. Ik heb geluisterd naar deze cd’s vanuit mijn Indo-perspectief. Dat wil zeggen dat ik er op heb gelet in hoeverre de Indo en Indo-Europese of Indische cultuur ter sprake komen en vanuit welk perspectief de sprekers de geschiedenis vertellen.

Koloniale geschiedenis hoorcollegereeks. Foto: (c) Sarah Klerks/ Indisch 3.0 2012.
Koloniale geschiedenis hoorcollegereeks. Foto: (c) Sarah Klerks/ Indisch 3.0 2012.

Ontkenning van de Indo
Ik zal maar meteen verklappen dat de Indo en Indo-Europese of Indische cultuur totaal niet aan bod komen in deze hoorcolleges. Het woord ‘Indo – Europees’ is niet een keer gevallen, laat staan het woord ‘Indo’. Als ik deze hoorcolleges Koloniale Geschiedenis mag geloven, hebben wij niet eens bestaan. Nu zijn er drie momenten waar ik vermoed dat er over de Indo wordt gesproken, hoewel we dus niet bij naam genoemd worden. Kennelijk zijn dat momenten waarop de sprekers niet om ons heen kunnen. Dat is ten eerste wanneer er gesproken wordt over het ‘probleem’ van het legaliseren van de kinderen uit gemengde huwelijken tussen Europeanen en inheemse vrouwen , oftewel ‘de njais’. Dat waren onze voorouders! Ten tweede wanneer er gesproken wordt over de ‘corrupte’ en ‘parasitaire’ bourgeoisie in de kolonie die niet in het moederland (dus Nederland) geboren is. Ten derde wanneer kort de ‘geruisloze integratie’ van migranten uit Nederlands-Indië in het moederland na de dekolonisatie wordt vermeld. Dit alles zonder enige vermelding van de naam die wij hebben, Indo’s, of Indo-Europeanen.

De Indo en de Indische cultuur komen totaal niet aan bod.

Eurocentrisch perspectief
Het perspectief van de sprekers is behoorlijk eurocentrisch, met ook geen of nauwelijks aandacht voor de gevolgen van het kolonialisme voor de inheemse bevolking. Opvallend is dat de geschiedenis voornamelijk in theoretische en bestuurlijke termen wordt uitgelegd: het wordt maar niet concreet. Oude bekenden zoals J.P. Coen en Van Heutsz passeren alleen de revue tijdens de beschrijvingen van hun bestuurlijke ideeën. Wat echter de levensbedreigende gevolgen van deze ideeën in de praktijk waren voor de plaatselijke bevolking blijft onderbelicht. Bij Daendels, die de Grote Postweg heeft laten aanleggen, wordt nog net vermeld dat bij de aanleg van deze weg ‘veel mensen zijn omgekomen’. Waarom niet vermelden dat er 12.000 mensen hierbij zijn omgekomen? Het cultuurstelsel wordt geroemd vanwege de winst die het Nederland bracht. Over het verplichte werk dat de plaatselijke bevolking moest doen wordt gezegd ‘je zou het zelfs dwangarbeid kunnen noemen’. Dit lumineuze idee wordt echter meteen afgeserveerd als ‘overdreven’: het cultuurstelsel was gebaseerd op al ‘bestaande corveediensten’. Met andere woorden: omdat de plaatselijke bevolking toch al uitgebuit zou worden door plaatselijk heersers en dat de Nederlanders dit systeem slechts overnamen, mag je het geen dwangarbeid noemen. Interessant.

Het cultuurstelsel wordt geroemd vanwege de winst die het Nederland bracht.

Het kasteel van Batavia, gezien vanaf de Kali Besar West. (Andries Beeckman/Rijksmuseum)
Het kasteel van Batavia, gezien vanaf de Kali Besar West. (Andries Beeckman/Rijksmuseum)

‘Geruisloze’ dekolonisatie
Volgens Emmer is de dekolonisatie geruisloos verlopen. Aan het eind van de reeks hoorcolleges begint hij zich dan ook opeens af te vragen: ‘Waarom kunnen we zo ontspannen luisteren naar een verhaal over dekolonisatie? Waarom heeft die dekolonisatie geen diepere wonden geslagen en sporen nagelaten in het moederland?’ Dit zijn vragen die slechts kunnen komen van iemand die als elite vanuit eurocentrisch perspectief spreekt. Het zijn in elk geval niet de vragen die bij mij opkomen als ik mij buig over het koloniaal verleden en de dekolonisatie. Ik ben niet ontspannen en voel wel degelijk een wond. De wond die ik ook weer voel als ik naar de hoorcolleges luister. Mijn bestaan als Indo in de koloniale geschiedenis en daarmee ook in de huidige maatschappij wordt ontkend. Bovendien worden de gevolgen van het Nederlands kolonialisme voor de Indische gemeenschap en Indonesië niet genoemd.

Volgens Emmer is de dekolonisatie geruisloos verlopen.

Deze hoorcolleges hebben mij niet veel nieuwe kennis opgeleverd over de koloniale geschiedenis. Ik heb wel meer geleerd over het eurocentrische discours dat in de Nederlandse cultuur bestaat als het koloniaal verleden wordt besproken. Ik raad deze hoorcolleges dan ook af mocht je naar echte kennis over je koloniale geschiedenis op zoek zijn. Maar ben je een Indo die tijdens de rijsttafel altijd begint van ‘Maar het kolonialisme heeft ook goede dingen voortgebracht, denk aan de infrastructuur en onderwijs!’ dan is deze reeks echt wat voor jou. Ik ga op zoek naar boeken of artikelen die minder eurocentrisch zijn.

Koloniale geschiedenis NRC Next

Wil jij deze hoorcollegereeks zelf beluisteren? We geven ons exemplaar weg. Stuur voor 31 augustus a.s. een mailtje met je adresgegevens naar redactie@indisch3.nl en leg uit waarom deze cd-reeks echt bij jou thuis hoort.

Hoorcollegereeks Koloniale geschiedenis. Leonard Blussé en Piet Emmer. NRC Handelsblad Academie 2012. 53,96 euro (10 cd’s).

 

The Raid in Indonesië

The Raid poster
The Raid poster
The Raid

Gewoon keiharde pencak silat

Twitchfilm noemt het:“The best action movie in decades”, The Hollywood Reporter beschrijft het als: “Action movies don’t get much more exciting or inventive” en volgens Variety is The Raid: “Spectaculair. Incredable. Exhilarating.” Wereldwijd niets anders dan lovende recensies dus, voor de keiharde Indonesische Pencak Silat film “The Raid” die binnenkort ook in de Nederlandse bioscopen zal verschijnen.

Merantau
Samen met zes vrienden ging ik, zonder enig idee te hebben waar The Raid over ging, naar de bioscoop in Surabaya. Na vijf minuten was het echter wel al vrij duidelijk wat voor film het zou worden. Terwijl de meedogenloze Tama een hamer oppakt, zie ik rechts van mij mijn vriend uit Hongarije zijn ogen bedekken en als Tama hard uithaalt hoor ik links van mij een angstkreet uit de mond van mijn vriendin komen. Het idee van de film ontstond nadat directer Gareth Evans in Indonesië een documentaire had opgenomen over de Indonesische vechtkunst Pencak Silat. Tijdens zijn bezoek aan Indonesië kwam hij in aanraking met Iko Uwais, met wie hij zes maanden later zijn eerste Pencak Silat hit “Merantau” zou maken. Na het internationale succes van deze film verschijnt deze week in Nederland zijn nieuwe film: The Raid, die op het Imagine Film Festival in Amsterdam twee maanden geleden al de Sp!ts Silver Scream Award mocht ontvangen.

Ray Sahetapy als Tama Riyadi. Bron: Sony Pictures Classic
Ray Sahetapy als Tama Riyadi. Bron: Sony Pictures Classic

Sloppenwijken
De film speelt zich af in de sloppenwijken van Jakarta. Een SWAT-team met daarin de jonge Rama (Iko Uwais) krijgt de opdracht om een appartementencomplex vol met moordenaars en gangsters te infiltreren en de meedogenloze leider Tama Riyadi (Ray Sahetapy) te arresteren. Tama, die zich op de bovenste verdieping van het complex bevindt, komt er echter al snel achter dat hij ongenodigde bezoekers heeft: de ergste nachtmerrie van Rama begint. Voor Rama is er geen weg meer terug waardoor de enige mogelijkheid nog omhoog is, via de vele moordenaars die het gebouw schuilhoudt. Op elke verdieping komt hij voor een nieuwe, nog zwaardere uitdaging te staan en als zijn munitie uiteindelijk op raakt, zit er niks anders op dan  met handen en voeten te vechten voor zijn leven.

Iko Uwais als Rama. Bron: Sony Pictures Classic
Iko Uwais als Rama. Bron: Sony Pictures Classic

Puntje van je stoel
The Raid is een film die je werkelijk versteld doet staan. Van de 101 minuten zijn er misschien 90 gevuld met actie. Telkens als je denk dat het niet heftiger kan, word je op de volgende verdieping weer verrast. Je weet ongeveer wel hoe het verhaal zal gaan verlopen, omdat het veel weg heeft van een videospelletje, maar de makers hebben de film zo gemaakt dat je elke minuut van de film op het puntje van je stoel zit door de spanning. Elke verdieping is een nieuw “level” met weer een nieuwe uitdaging voor Rama, die er alles aan doet om de meedogenloze eind baas op de bovenste verdieping te bereiken en te verslaan.

THE RAID: REDEMPTION

1 RUTHLESS CRIME LORD, 20 ELITE COPS, 30 FLOORS OF CHAOS.

Spectaculaire actie
Aan het eind van de film wist ik eigenlijk niet zo goed wat ik van de film moest denken. Ik was verpletterd door de actiescènes waar maar geen eind aan leek te komen. Je hebt geen tijd om adem te halen want de vechtscènes blijven maar komen, de één nog spectaculairder dan de ander. Eén ding is zeker, de makers van The Raid hebben Pencak Silat niet alleen weer tot leven gebracht in Indonesië maar hebben het nu ook bezorgd aan de rest van de wereld. Ben je geïnteresseerd in deze gewel(da)dige actiefilm, bereid je dan voor op een avond vol keiharde Indonesische actie in de bioscopen van Pathé. Vanaf 5 juli* a.s. is de film in theaters in Nederland te zien.

@ Galaxy XXI bioscoop, Surabaya, Indonesië. Foto: Rennie Roos/ Indisch 3.0 2012
@ Galaxy XXI bioscoop, Surabaya, Indonesië. Foto: Rennie Roos/ Indisch 3.0 2012

 

*Dit is de releasedatum uit de persmap van de filmdistributeur. Op internet vinden we ook de releasedatum van 28 juni. De tijd zal het leren.

The Raid in Nederland

The Raid poster

Flinterdun verhaal, spectaculaire pencak silat

Al een tijdje buzzt het op internet en andere Aziatisch-georiënteerde media: The Raid komt naar Nederland. Nathan Kars is voor Indisch 3.0 naar de persviewing gegaan. Hij schreef er een recensie over én ontdekte dat deze Indonesische pencak silat-film, hoewel de officiële releasedatum 5 juli* a.s. is, hier en daar al in Nederland te zien is . 

Verder is de film op dvd te krijgen en op Youtube is de film in zijn geheel te bekijken. Een low-profile filmintroductie, legt filmdistributeur A-film uit.‘The Raid’ – of ‘Serbuan Maut’, zoals de oorspronkelijke titel luidt – gooit de afgelopen negen maanden al hoge ogen op filmfestivals. Vanaf 5 juli is deze Indonesische pencak silat-actiefilm ook in de Nederlands bioscopen te zien.

Drugspand vol criminelen

De film volgt een SWAT-team onder leiding van Jaka (Joe Taslim), dat een drugspand bestormt. Drugsbaas Tama (Ray Sahetapy) heeft jarenlang de juiste mensen weten te betalen, om van dat pand een toevluchtsoord te maken voor de wat minder koosjere mensen die een onderduikadres nodig hebben. Hierdoor is het gebouw tot de nok toe gevuld met gevaarlijke criminelen. Om het nog wat erger te maken voor het SWAT-team, zijn de meeste teamleden onervaren en is de missie een geheime operatie, waardoor ze geen ondersteuning hoeven te verwachten. Teamlid Rama (Iko Uwais) is gedreven door meer dan alleen plichtsgevoel en overlevingsdrang. Wat er toe leidt dat hij flink wat konten schopt.

Vechtersbazen

Iko Uwais (copyright Merantau Films)

The Raid is de tweede samenwerking tussen Welshe regisseur Gareth Evans en Iko Uwais. Eerder werkten ze samen aan Uwais’ filmdebuut ‘Merantau’ waarin de harimau-stijl van pencak silat geshowcased werd. Voordat Uwais begon aan zijn filmcarrière was hij een kampioen in silat. Hij is niet de enige vechtersbaas in de cast. Joe Taslim is een professioneel judoka en heeft een aantal medailles gewonnen, Donny Alamsyah (bekend van de ‘Merah Putih’-trilogie) is al van jongs af aan een beoefenaar van verscheidene vechtsporten en Yayan Ruhian (Mad Dog) is een gerespecteerde silat-instructeur en heeft over de hele wereld demonstraties gegeven – ook in Nederland.

The Raid: Yayan Ruhian (copyright Merantau Films)
The Raid: Yayan Ruhian (copyright Merantau Films)

“Aduh!”

Het flinterdunne verhaal van The Raid biedt geen garantie voor een goede film, maar biedt wel een platform voor een orgie van geweld. De sleutel tot het maken van een goede actiefilm ligt in hoe je het in beeld brengt en Evans is daarin met vlag en wimpel geslaagd. Ook de choreografie is prijzenswaardig. De choreografie van Uwais en Ruhian is zo heftig en intens dat er gegarandeerd een aantal keren “Aduh!” door de zaal geroepen zal worden.

Spektakel

The Raid is een aanrader voor iedereen die van spektakel, spanning en een flinke dosis geweld in zijn films houdt. Sowieso kan voor elke Indo de film interessant zijn. Hoe vaak draait er nou een Indonesische film in de Nederlandse bioscopen?

*Dit is de releasedatum uit de persmap van de filmdistributeur. Op internet vinden we ook de releasedatum van 28 juni. De tijd zal het leren…

Weg uit Indië: avontuurlijk jongensboek

Weg uit Indie Hans Vervoort

Weg uit Indie Hans VervoortDe kwetsbaarheid van een kind in oorlogstijd

Weg uit Indië van Hans Vervoort is een jeugdboek over Indië. Ook al heb ik er enkele kanttekeningen bij, het is een aanrader. Voor kinderen, jongeren én voor volwassenen. In 212 pagina’s vertelt Vervoort vlot en boeiend over het tempo doeloe-leven in Indië, de kamptijd, de bersiap, de overtocht van Indonesië naar Nederland en over leren leven in Nederland.

Hans en Sonja zijn twee in Indië geboren kinderen, die elkaar ontmoeten als ze met hun moeders op transport gesteld worden naar een van de vrouweninterneringskampen op Java. De vader van Hans was eerder al opgeroepen als militair, de vader van Sonja is spoorloos. De twee kinderen doorstaan de Japanse bezetting samen vanachter het gedek. Door een ongelukkige speling van het lot komt Hans er alleen voor te staan en neemt de moeder van Sonja, tante Aal, hem op als broertje van Sonja. Tante Aal, Sonja en Hans verlaten het kamp tijdens de bersiap en gaan vanuit Surabaya aan boord van een van de repatriëringsschepen naar Nederland. In Nederland aangekomen krijgt het samengestelde gezin, naast een hoop koude rillingen, een onverwacht fraaie verrassing.

Vooropgesteld: ik ben geen jongen of een lezer van 10 jaar.  Dat gezegd hebbende, durf ik het toch aan om te zeggen dat Weg uit Indië een fijn boek is. Wat Weg uit Indië zo aantrekkelijk maakt, is om te beginnen de toegankelijke schrijfstijl en het vlotte tempo.  Daarnaast legt Vervoort alles aan zijn lezers uit: van sapoelidi tot mandibak. Daarmee neemt de auteur lezers mee in de cultuur van Nederlands-Indië, zonder paternalistisch te worden. Tot slot, wat dit boek zo boeiend maakt voor volwassen lezers, is dat we het verhaal over bezetting/bersiap/repatriëring door de ogen van een kind lezen. Zodoende maakt Vervoort de kwetsbaarheid van kinderen in oorlogstijd zichtbaar, een thema dat nog steeds actueel is, helaas. Ik voelde me geraakt door die kwetsbaarheid en door het verdriet om het uiteenvallen van gezinnen.

Waar ik me tijdens het lezen het meest over heb verbaasd, is dat 2/3e van het boek over het leven in kamp gaat. De beschrijving op de achterflap wekt een andere verwachting: “Iedereen vlucht en ook Hans en Sonja moeten weg uit Indië.  Een gevaarlijke tocht begint. Zal het ze lukken?” Maar goed. Dat is misschien wel bijzaak. Verder vind ik sommige passages te kinderlijk geschreven en andere weer te confronterend voor kinderen van 10 jaar. Las ik over martelingen toen ik 10 jaar oud was? Ik weet het niet meer. Zei ik nog ‘broembroem’? Ach, ook toen al was ik geen jongen van 10.

Weg Uit Indië. Hans Vervoort. Uitgeverij Conserve. Schoorl, 2012. 17,95 euro. Bestellen via de website van Hans Vervoort levert je een aardig voordeeltje op.