Met Indisch 3.0 naar Indische filmmiddag

Den Haag, 16 december 2008
door Kirsten Vos

Op 11 januari 2009 kunnen we de twee Indische documentaires Contractpensions en Het jaar 2602 in vier filmtheaters in Nederland zien. Indisch 3.0 heeft samen met de Nederlands-Indiëhyves en Darah Ketiga een aantal plaatsen gereserveerd in het prachtige Tuschinski-theater in Amsterdam.

Kaarten kosten € 24 per stuk (incl. koffie/ spekkoek en pauzedrankje) en zijn alleen voor het gehele programma te krijgen, dat er als volgt uitziet:
12.30 Verzamelen
13.00 Introductie
13.30 – 15.15 Film ‘Het jaar 2606
15.15 – 16.00 Pauze met verkoop hapjes uit de Indische keuken
16.00 – 17.15 Film ‘Contractpensions
17.45 – circa 20.00 uur Eten in restaurant l’Opéra

Na afloop kunnen we gezamenlijk een hapje gaan eten. Als je mee wil eten, mail dan zo snel mogelijk naar melati74@gmail.com. Dan kunnen we een groepsreservering gaan maken. 

De documentaires zijn op 11 januari 2009 ook te zien in Pathé Buitenhof (Den Haag), Pathé Schouwburgplein (Rotterdam) en Pathé Groningen (Groningen). Wil je liever naar een van die voorstellingen? Meld je dan aan via events@pathe.nl of bel naar telefoonnummer 020-625 85 81. 

Het jaar 2602
Het jaar 2602

Het jaar 2602 – André van der Hout en Linda Lyklema.
Kinderverhalen uit het jappenkamp.
Begin 1942 bezet Japan Nederlands-Indië. De Nederlanders moeten gehoorzaamheid zweren aan de Japanse keizer. Volgens de Japanse kalender is het nu het jaar 2602. In de film vertellen de kinderen van weleer, toen tussen 4 en 18 jaar, wat ze hebben meegemaakt in de Japanse Interneringskampen tijdens WOII. Kinderogen kijken onbevangen het kamp in, weldra zijn honger, dood en gelaarsde soldaten net zo gewoon als handklapversjes en verstoppertje. Dit zijn persoonlijke getuigenissen van ontberingen en trauma’s, maar ook van overlevingskracht, inventiviteit en kinderlijke verbazing. Het jaar 2602 is geproduceerd door Holland Harbour.
Voor meer informatie: www.japanseburgerkampen.org

Contractpensions
Contractpensions

Contractpensions/ Djangan Loepah! – Hetty Naaijkens – Retel Helmrich
Na de soevereiniteitsoverdracht van Nederlands-Indië moesten (Indische) Nederlanders nood-gedwongen Indonesië verlaten. Velen werden tijdelijk opgevangen in zogenaamde contractpensions. Als handleiding voor hun nieuwe bestaan kregen de nieuwkomers een losbladig, paternalistisch opgesteld boekje, getiteld: ”Djangan Loepah” (‘Niet vergeten’). In deze film vertellen repatrianten, verspreid over de hele wereld, voor het eerst vrijuit over hun ervaringen met de opvang in het naoorlogse Nederland en de Nederlandse burgerlijkheid. Het boekje vormt hierbij de rode draad. De interviews die vaak met heel veel humor worden gebracht, worden afgewisseld door verhelderende filmjournaals en prachtige, pas ontdekte en nooit eerder vertoonde filmbeelden van het leven in Indië van vóór de oorlog. Contractpensions is het debuut van Hetty Naaijkens-Retel Helmrich als regisseur. Ze produceerde eerder voor Scarabeefilms o.a. Stand van de maan en De Stand van de Zon.
Voor meer informatie: www.contractpensions.nl

Twee Indische films in Nederlandse filmhuizen

filmmiddagDen Haag/Amsterdam, 10 oktober 2008

Door Kirsten Vos en Ed Caffin

Binnenkort draaien er maar liefst twee Indische films in de Nederlandse filmhuizen: Contractpensions – Djangan Loepah! en Ver van Familie. In beide producties staan typisch Indische thema’s centraal, zoals assimileren, schaamte en erkenning. Veel Nederlanders kennen Indo’s vooral als gezellig, vriendelijk en gastvrij. Met het uitkomen van deze films kan het Nederlandse publiek nu ook kennis maken met de andere kant van de Indische groep.

Contractpensions – Djangan Loepah is een prachtige documentaire van Scarabee Producties. Een contractpension was een pension dat een contract had gesloten met de Nederlandse overheid om – tegen een aantrekkelijke financiële vergoeding – Indische repatrianten tijdelijk op te vangen. Dat kon een gewoon woonhuis zijn, maar ook een hotel. Hetty Naaijkens – Retel Helmrich, die met deze documentaire haar regiedebuut maakt, laat overwegend Indische Nederlanders uit binnen- en buitenland aan het woord. Daarnaast komen partijen aan bod, zoals de maatschappelijk werkster, de contactambtenaar en kinderen van pensionhouders, met wie de Indische groep te maken had toen zij aankwam in Nederland.

Met deze verscheidenheid in verhalen geeft de documentaire een eerlijk tijdsbeeld van de repatriëring van Indische Nederlanders uit Indonesië in de jaren vijftig. Aan de hand van de verhalen in Contractpensions reis je als kijker anderhalf uur lang mee van het ene naar het andere pension en leef je met de vertellers mee. Zij beleven het bijna weer opnieuw en vaak zijn hun belevenissen schrijnende voorbeelden van de assimilatie van Indische Nederlanders in de jaren ‘50 en ‘60.

Even zo vaak doen de verhalen je echter in de lach schieten, door het relativerende en soms hilarische commentaar. De scène waarin een Indische dame vertelt over haar Sinterklaas-surprise, de dame die op een pasar rondvraagt wie er terugbetaalt heeft, of de toon waarop Frans Leidelmeijer voorleest uit het voorlichtingsboekje Djangan Loepah! (Niet Vergeten!) zijn niet alleen exemplarisch voor de Indische humor. Ze laten vooral zien hoe bespottelijk Indische Nederlanders de Nederlandse houding vonden.

Bewonderenswaardig is tot slot de subtiliteit waarmee Naaijkens – Retel Helmrich het verhaal zichzelf laat vertellen. Dat komt goed tot uiting in een scène waarin een naar Amerika geëmigreerd Indisch echtpaar verhaalt over hun aankomst in New York. Zij waren uit de grote groep immigranten gehaald en mochten per vliegtuig verder reizen, de rest moest met de trein. Terwijl de dame zich verbaast over deze voorkeursbehandeling (“Ik weet écht niet waarom ze ons eruit gehaald hebben, als ik had gedurfd had ik het gevraagd”), zoomt de camera in op haar blauwe ogen.

De film, het regiedebuut van Hetty Naaijkens, is een prachtig document geworden. Nooit eerder kwamen Indische Nederlanders op zo’n manier aan het woord over hun geschiedenis. Door alles heen zit een belangrijke rode draad verweven: hoe wisten de Indische ‘nieuwkomers’ na aankomst te overleven in het voor velen volstrekt onbekende ‘vaderland’? Naaijkens vond dit ‘een verhaal dat verteld moest worden.’ Lees daarover meer in het interview dat Ed een aantal weken geleden met haar had. Contractpensions – Djangan Loepah is op 8 november te zien in Leeuwarden en vanaf 11 januari 2009 in filmhuizen in Nederland. Kijk voor alle vertoningsdata op de website van Contractpensions.

Ver Van Familie is een film van Rocketta naar het gelijknamige boek van Marion Bloem en speelt een aantal decennia later, in de jaren ‘80. Ook deze productie is een ‘must see’. Ze geeft, zonder iets te verbloemen, een dieper inzicht in de pijn en schaamte die in veel Indische families aanwezig is. Het acteerwerk van Terrence Schreurs en Anneke Grönloh is bovendien zeer overtuigend.

De twee-en-een half uur durende film laat de moeizame verhoudingen zien binnen een Indische familie. Terwijl hoofdpersoon Barbie op zoek is naar haar oma, saboteren de familieleden dit weerzien: zij proberen krampachtig een groot familiegeheim te bewaren. Over Ver van familie schreef Kirsten al eerder een uitgebreide recensie op deze site. Ver Van Familie is vanaf 23 oktober te zien in verschillende filmhuizen in de grote steden. Kijk voor vertoningsdata op de website van Ver van familie.

Contractpensions – Djangan Loepah!

Amsterdam, 2 september 2008
door Ed Caffin

Op 24 augustus ging de nieuwe film van Hetty Naaijkens-Retel Helmrich in voorpremière tijdens de Scarabee filmweek in Apeldoorn. Ze produceerde met Scarabee Filmproducties al vele films, zoals de veel bekroonde Stand van Maan en Stand van de Zon, beiden geregisseerd door haar broer Leonard. De filmdocumentaire “Contractpensions-Djangan Loepah!” is haar regiedebuut.

De documentaire gaat over de tijd waarin een groot deel van de Indische repatrianten vanwege de woningnood in het naoorlogse Nederland na aankomst eerst in tijdelijke behuizing moest worden ondergebracht. De groep ‘exotische Nederlanders’ kreeg onderdak in zogenaamde contractpensions verspreid over het land. Voor de film interviewde Hetty Naaijkens een groot aantal direct betrokkenen in Nederland en het buitenland. Wat zij te vertellen hebben is soms ontroerend, vaak hilarisch en dan weer verbijsterend.

Voorafgaand aan de voorpremière sprak ik met Hetty Naaijkens en Mary Weinsteiner, die in een contractpension terecht kwam en in de film wordt geïnterviewd.


U heeft een documentaire gemaakt over de tijd van de Contractpensions. Wat wilt u met deze film vertellen?

HN – Ik wilde graag iets doen met dit verhaal. Het is een verhaal dat nog nooit verteld is, maar waarvan ik vond dat het wel verteld moest worden. Het verbaast me namelijk dat er bij veel mensen maar weinig bekend is over de Indische geschiedenis. Veel is weggemoffeld, terwijl het verhaal van de Indische Nederlanders een belangrijk onderdeel is van de Nederlandse geschiedenis. Ik hoop in de toekomst nog meer films te maken over Indische thema’s. Er zijn bijvoorbeeld mensen geweest die begin jaren zestig Indische Nederlanders hebben opgehaald uit Indonesië en naar Nederland hebben gebracht. En er zijn verhalen bekend van mensen die als verstekeling op de boot naar Nederland zijn gekomen. Maar er zijn daar ook Indische mensen gebleven. Wat is er met hen gebeurd? Dat soort verhalen wil ik ook vertellen.

En wat betreft deze film?

HN – Het verhaal waar deze film over gaat is natuurlijk maar een klein deel van die geschiedenis, maar wel een belangrijk deel. Wat vooral bijzonder is aan deze film is dat voor het eerst Indische mensen zelf uitgebreid aan het woord komen en vertellen wat zij hebben meegemaakt. Wellicht draagt de film bij tot een beetje meer historisch besef.

Is dat wat U met deze, en mogelijke toekomstige films, mensen wilt bijbrengen?

HN – Ja, op zich wel. In deze film gaat het over gevoelens van ontheemdheid en ontworteling. Mensen kwamen ineens in een vreemd, onbekend land terecht en ondanks dat Indische Nederlanders feitelijk Nederlandse staatburgers waren, werden ze hier behandeld als vreemdelingen.

MW – Je was eigenlijk “ontheemd in eigen land”. Dat was het gevoel wat wij en de meeste anderen wel hadden.

Gaat de film vooral daarover? Ontheemding?

HN – Het thema van de film is eigenlijk “overleven in moeilijke omstandigheden”, zoals in al mijn films het geval is. Maar daarnaast gaat het in deze film ook over onbegrip. Er was een nationaal trauma in Nederland toen de koloniale tijd eindigde en veel Indische Nederlanders repatrieerden. Men wist niet wat men daarmee aan moest. Er was veel onbegrip bij Nederlanders die nauwelijks iets wisten over de nieuwkomers. Maar er was ook onbegrip bij de Indische mensen die de cultuur en gewoonten van hier niet helemaal gewend waren. Men wist niet hoe het hier ging, dus men accepteerde het dat ze in kleine kamertjes in contractpensions terechtkwamen, en grote bedragen moesten betalen en zelfs jarenlang geld moesten terugbetalen voor de opvang die was geboden.

MW – Wij hebben nooit iets terugbetaald, mijn man weigerde dat.

HN – Dat is goed van hem geweest, maar het is wel een uitzondering. De meeste anderen waren minder assertief, terwijl velen eigenlijk werden uitgebuit door het moeten afstaan van grote percentages van hun salaris. De meeste mensen moesten lang veel geld moesten terugbetalen wat hen door de overheid was ‘geleend’ voor huisraad en kleding. Maar naar buiten toe klaagde men daar niet over. Dat is dan wel weer typisch. Men dacht vaak soedah, laat maar…

Waarom heeft u eigenlijk juist dit onderwerp gekozen?

HN – Men kwam na aankomst uit Indonesië meestal direct in een contractpension terecht. Dus voor Indische Nederlanders was dit de eerste ‘kennismaking’, de eerste ervaring met Nederland. Ik was benieuwd naar die ervaringen. Wat hebben ze meegemaakt? Wat voelden zij? Wat waren hun emoties?

En hoe was het om terecht te komen in een contractpension?

MW – Het was akelig. We hadden niets, geen rooie cent! Ik kwam aan in Nederland met één koffer. In het pension had ik een piepklein kamertje en kon ik me niet eens goed douchen. Dat was ik niet gewend. Ik vond het verschrikkelijk gewoon!

HN – Dat hoor ik van meer mensen. Er komen in de film verschillende mensen aan het woord, maar eigenlijk vertellen ze allemaal hetzelfde verhaal. De dingen die zijn gebeurd hebben tot bij sommigen uiteindelijk tot een soort wrok geleid. Mensen konden er tijdens het maken van deze documentaire vaak voor het eerst over praten.

Hoe was het om aan deze film mee te werken?

MW – Ik vond het best lastig om ook moeilijke herinneringen op te halen. Ik had daar nooit over gepraat. Nu ben ik blij dat het verteld is. Mijn kleinkinderen zijn me nu ook meer vragen gaan stellen. Dat vind ik wel bijzonder.

De film heeft in de titel “Djangan Loepah!” oftewel “Niet vergeten!” Wat moeten we vooral niet vergeten?

MW – Men moet lering trekken uit wat er gebeurd is met ons, vind ik. Er werd niets tegen ons gezegd toen we aankwamen, en er is ook nooit iets aan de Indische mensen zelf gevraagd. De jongere generatie moet hier kennis van nemen en van leren. Jongeren zijn tegenwoordig al veel mondiger en komen meer voor zichzelf op. Het was goed geweest als mensen dat toen meer hadden gedaan.

HN – Er werd inderdaad erg slecht gecommuniceerd vanuit de overheid. Dat is vrij kwalijk en een dergelijk gebrek aan communicatie leidt al snel tot veel onbegrip. Overigens is het stukje “Djangan Loepah!” in de titel de naam van een boekje die Indische Nederlanders kregen bij aankomst in Nederland. Er stonden allerlei lessen in over de Nederlandse cultuur en gebruiken. Ondanks de ongetwijfeld goede bedoelingen een voorbeeld van hoe het niet moet.

Wat voor reacties hoopt u te krijgen op de film?

HN – Ik ben vooral erg benieuwd naar de reacties van mensen uit de Indische gemeenschap. Daarvoor heb ik de film in eerste instantie gemaakt. Maar de film is ook heel relevant voor andere Nederlanders, omdat het zoals gezegd een belangrijk stuk van de Nederlandse geschiedenis is. Ik hoop daarom dat mensen massaal gaan kijken en dat het kijken van de film leidt tot meer kennis en begrip.

Tijdens het Nederlands filmfestival in Utrecht (van 24 september tot 3 oktober 2008) is “Contractpensions – Djangan Loepah!” te zien op zondag 28 september om 14.00 uur Rembrandt 3 (première) en op dinsdag 30 september om 20.00 uur in Hoogt 2. Vanaf 11 januari 2009 zal de film draaien in verschillende filmhuizen in Nederland. Klik hier door naar de website van de film.

Over de Indo Nu

Amsterdam, 3 juni 2008
door Ed Caffin

indonuOp 25 mei werd op de Pasar Malam in Den Haag de DVD “IndoNu” gepresenteerd. Een film van bijna een uur waarin Peter Bouman en Carol Burgemeestre, die de film geheel in eigen beheer maakten, de stand van zaken weergeven over de Indo anno 2008. De makers stellen verschillende vragen, zoals Wat is precies de Indische identiteit? Wat is typisch Indisch? en Hoe gaat de jonge generatie om met het Indo zijn? Ze leggen ze aan een stuk of vijfentwintig bekende en minder bekende Indo’s voor en krijgen net zo veel antwoorden. De rode lijn door de film is dan ook dat een eenduidig antwoord op al die vragen niet te vinden is.

IndoNu geeft desondanks een mooi beeld hoe de identiteit zich binnen de Indische gemeenschap in Nederland zich door de jaren heen heeft ontwikkeld. Opvallend is dat de film een groeiend bewustzijn bij de jongere generatie constateert. Indo zijn is iets geworden waar je trots op kunt zijn, terwijl de oudere generaties, voor wie Indo zelfs nog een scheldwoord was, zich, vaak vergeefs, zo onopvallend mogelijk probeerden te gedragen. Maar ook de ouderen beseffen inmiddels dat het doorgeven van hun verhaal, nu het nog kan, belangrijk is en laten zich de laatste jaren meer horen.

Wat is typisch Indisch? Dat onopvallende, zegt iemand. Of de flexibiliteit van de Indo, lui of niet lui, halus of kasar, die aan de basis ligt van de Indische mengcultuur, zegt een ander. Het altijd kunnen aanpassen, het kunnen verenigen van Europese en Aziatische elementen. En nog steeds is dat zo bij jongeren die uiting geven aan hun “Aziatische kant”. Ze doet dat op hun eigen manier; over het algemeen zichtbaarder (tatoeages en indovlaggen), uitbundiger (Aziatische feesten) nieuwsgieriger (wel vragen aan opa stellen), meer confronterend (waarom zei je daar nooit iets over dan?) en ongecompliceerder (merah putihs). Een aantal mensen die aan het woord komen in de film zijn daar blij mee, anderen vinden het maar typisch.

De film, die veel extra’s bevat –8 stukjes van elk 20 minuten over Indische thema’s- is een aanrader. Een mooie compilatie van allerlei meningen over verleden, heden en toekomst van de Indische cultuur. En ondanks de soms wat kritische geluiden van bijvoorbeeld Theodor Holman, spreekt de films mijns inziens het vertrouwen uit in de jongere generatie, zoals bijvoorbeeld Marscha Holman, die weer op zoek is gegaan naar het Indische…

Wil je de film ook zien? Hij kost 15 euro en je kunt hem bestellen bij Peter Bouman en Carol Burgemeestre. Via www.indomovie.nl of mail direct naar boutext@xs4all.nl