Line-up “Tattootalk” bekend

Amsterdam/ Den Haag, 10 mei 2008

pasar_malam_besarVijf Indo’s van de derde generatie praten met Ed Caffin en Kirsten Vos (Indisch 3.0) over Indische symboliek op de 50e Pasar Malam Besar in Den Haag.

Petroeshka Schoonheym komt vertellen over de ‘Indosteelo’ kleding die ze op Santai-feesten draagt. Kim Schipperheijn heeft een stoffenlijn ontworpen gebaseerd op Indische tantes. Andy Ardaseer (Endless Art) heeft een eigen tattooshop in Den Haag en ontwerpt tattoos. Chris Carli (Nederlands-Indië hyves, Darah Ketiga) heeft zelf meerdere tattoos, onder meer een aantal dat te maken heeft met zijn Indo achtergrond. E. (N-I hyves, DK) draagt zelf maar liefst 14 tatoeages en ontwerpt ze bovendien, voor zichzelf en voor anderen.

“Tattootalk” is voor mensen die meer willen weten over Indische tatoeages, meer willen horen over Indische symboliek en willen zien naar hoe de derde generatie uiting geeft aan haar roots. Kijk voor een verslag van de show op http://indisch3.wordpress.com. Reageren kan ook, het e-mailadres is indisch3.0@gmail.com.

Tattootalk – Ed Caffin en Kirsten Vos
23 mei 2008, 18.00 – 18.45 uur, Bibit-theater
50e Pasar Malam Besar, Malieveld, Den Haag (21 mei t/m 1 juni 2008)

‘Les’ over de repatriëring op 21 mei 2008 (Indische School, PMB, Den Haag)

Den Haag, 27 april 2008
door Kirsten Vos

Laten we eerlijk zijn, ik bén geen lerares. Dus toen de stichting Tong-Tong vroeg of ik een les wilde geven over de repatriëring binnen hun nieuwe project, De Indische School, moest ik even nadenken. Ontzettend leuk en een eer dat ze aan mij dachten, maar kon ik dat wel? Ik heb de repatriëring niet meegemaakt en heb, los van een verdwaalde spreekbeurt, nog nooit voor de klas gestaan. Toch heb ik uiteindelijk vol enthousiasme ja gezegd en ga ik op 21 mei om 19.00 uur in het Bibit-theater van de Pasar ‘lesgeven’, als tweede in de rij van‘docenten’.

Vertellen over mijn onderzoek naar de repatriëring is één ding, vertellen over de repatriëring zelf is een ander, en al helemaal op de 50e editie van de Pasar Malam Besar. In eerste instantie dacht ik, ‘Sta ik daar, ga ik vertellen aan de mensen die vijftig jaar geleden naar Nederland gekomen zijn, wat er toen allemaal gebeurd is. Dat is wat anders dan presenteren wat ik vorig jaar geconcludeerd heb op basis van mijn onderzoek.’ Gelukkig bleek uit de correspondentie met de stichting Tong-Tong dat de organisatoren zich met de Indische School vooral wilden richten op mensen voor wie de Indische geschiedenis juist niet bekend was. Dat gaf de doorslag.

Want als ik me ergens voor wil inzetten, is het wel het doorvertellen van het Indische verhaal. Tijdens de laatste maanden van mijn onderzoek legde ik met enige regelmaat uit waar ik onderzoek naar deed. Een van de meest gehoorde reacties was ‘Goh, wat raar eigenlijk dat ik daar zo weinig van af weet. Ik heb daar op school nooit iets over gehad.’ Dat herken ik zelf ook. Het is dat mijn eigen familie veel sprak over hun achtergrond, én me tijdens mijn studie Media en Journalistiek er verder in verdiept heb, anders was ik net zo onwetend geweest over de Indische geschiedenis als mijn Nederlandse vrienden.

Een Indische School in Den Haag is trouwens niet nieuw. In de jaren dertig, in september 1932 om precies te zijn, opende in Den Haag de Indische School haar deuren. Deze instelling richtte zich op kinderen uit gezinnen die met Europees verlof waren. Het onderwijsprogramma was ingesteld op het onderwijs in Nederlands-Indië, dat verschilde van het ‘Hollandse’ onderwijs. Voor meer informatie over déze Indische School lees je pagina 6 en 7 uit de inleiding van Dorothée Buur (2004).

Maar goed, wat ga ik de 21e mei nou precies vertellen? Ik ga mijn verhaal overwegend richten op mensen die niet bekend zijn met de precieze details van de repatriëring. Ik wil hen vooral vertellen hoe het totaalplaatje van politieke beslommeringen en menselijke ervaringen eruit ziet, vanaf het vertrek van de eerste evacués in 1945, tot aan dat van de late spijtoptanten uit de jaren ’60. Ik hoop dat er ook mensen zullen zijn die de repatriëring zelf hebben meegemaakt, zodat zij kleur aan het verhaal kunnen geven die ik uit boekjes en familieverhalen haal. Voor ideeën en suggesties hou ik me vanzelfsprekend aanbevolen.

De Indische school: de repatriëring – Kirsten Vos
21 mei 2008, 19.00 – 19.45 uur, Bibit-theater
50e Pasar Malam Besar, Malieveld, Den Haag (21 mei t/m 1 juni 2008)

Voor meer informatie: www.pasarmalambesar.nl. Vanaf 2 mei staat het programma van de gehele Pasar op internet.

Win vrijkaartjes en VIP-plekken voor Tattootalk

Amsterdam/ Den Haag, 26 april 2008
door Kirsten Vos

pasar malam besar In samenwerking met de stichting Tong-Tong stelt Indisch 3.0 twee vrijkaartjes beschikbaar voor de Pasar Malam Besar – jongerenavond op vrijdag 23 mei 2008 in Den Haag. Voor de inzender die onderstaande vraag zo origineel mogelijk beantwoordt, liggen niet alleen twee kaartjes te wachten, maar ook twee VIP-plaatsen bij Tattootalk, de talkshow van Ed Caffin en Kirsten Vos die om 18.00 uur in het Bibit-theater begint. Voor drie andere inzenders is een unieke 3.0-troostprijs beschikbaar.

De vraag
Wat zou jij aan de gasten in de talkshow willen vragen? Motiveer je antwoord.

Inzenden
Meedoen kan tot en met 16 mei 2008. De winnaar krijgt op 17 mei 2008 persoonlijk bericht. Vanaf 18 mei zal de uitslag op de weblog Indisch3.0 staan. Stuur je antwoord naar indisch3.0@gmail.com en vermeld in je antwoord je naam, adres, leeftijd en mobiele telefoonnummer (zodat we je kunnen bellen als jij gewonnen hebt). Door deelname aan deze wedstrijd geef je aan dat je instemt met de deelnamevoorwaarden (ja, overdreven, maar dat soort dingen schijnt noodzakelijk te zijn, zie onderaan dit artikel).

Over Tattootalk

Tattootalk is een talkshow voor en door Indische jongeren van de derde en vierde generatie. Ed en Kirsten zijn allebei actief in de Indische wereld en misten op de Pasar Malam Besar een activiteit in het Bibit-theater voor en door Indische jongeren. In de talkshow komen Indische jongeren aan het woord die (Indische) tatoeages hebben laten zetten. In hoeverre heeft die tattoo te maken met hun Indische achtergrond? Waarom kies je voor een tattoo? Ed zal de talkshow leiden vanaf het podium, Kirsten stelt samen met de zaal vragen. Op de weblog Indisch3.0 vind je hier steeds de meest actuele informatie over.

23 mei 2008 – ‘jongerenavond’
De vrijdag op de PMB, 23 mei 2008, is van oudsher speciaal bedoeld voor Indische jongeren. Ook dit keer staat er een dijk van een programma. Zo treedt cabaretière Sharon Simon op, draait DJ Mikey crossculturele urban muziek (, is er een moderne dansvoorstelling van Gerard Mosterd en een pentjak-voorstelling van Nienke Dekker. De talkshow van Ed en Kirsten leidt deze avond in. Vanaf 2 mei staat het volledige programma op www.pasarmalambesar.nl. We hebben bovendien geruchten gehoord over een afterparty.

Voorwaarden aan deelname aan de prijsvraag

  1. Om in aanmerking te komen voor de vrijkaartjes, dienen deelnemers een zo origineel mogelijk antwoord te geven op de vraag én onderbouwen waarom zij die vraag relevant vinden.
  2. Antwoorden kunnen per e-mail worden verzonden naar indisch3.0@gmail.com.
  3. Indisch3.0 zal uit de inzendingen een winnaar selecteren die de meest originele vraag verzonnen heeft.
  4. Deelnemers die onjuiste of onvolledige gegevens insturen worden gediskwalificeerd en komen dus niet in aanmerking voor de beschikbaar gestelde prijs.
  5. Per persoon kan slechts één keer worden deelgenomen.
  6. Deelnemers stemmen ermee in dat hun inzending deel kan uitmaken van de talkshow, ook als zij geen prijs hebben gewonnen. Hiervan zullen zij van tevoren op de hoogte gesteld worden. Drie van hen zullen een troostprijs in ontvangst kunnen nemen.
  7. Deelname is mogelijk tot 16-05-2008. De uitslag wordt aan de winnaar persoonlijk bekend gemaakt en wordt tevens gepubliceerd op internet, uiterlijk op 18-05-2008.
  8. Door deelname aan deze actie verlenen de prijswinnaars toestemming aan Indisch 3.0 om hun namen voor promotionele doeleinden te gebruiken.
  9. Gegevens van de prijswinnaar worden alleen verstrekt aan de stichting Tong-Tong. Indisch 3.0 en stichting Tong-Tong zijn verantwoordelijk voor afhandeling van de prijs. Indisch 3.0 zal contact met de prijswinnaar opnemen.
  10. Gegevens zullen niet verstrekt worden aan derden. We gaan zeer zorgvuldig met uw gegevens om en leven hierbij de bepalingen van de Wet Bescherming Persoonsgegevens (WBP) strikt na.
  11. De prijswinnaar is op eigen risico aanwezig. Indisch 3.0 en/of haar partners zal (zullen) in geen geval verantwoordelijk gesteld kunnen worden voor schade of verliezen die voortvloeien uit de toekenning of de uitvoering van de prijs of uit deelname aan de actie.
  12. Indien de prijswinnaar minderjarig is, dient deze goedkeuring te verkrijgen van de ouders dan wel wettelijke voogd.
  13. Medewerkers van stichting Tong-Tong en Indisch3.0, evenals hun directe familieleden, en gasten van de talkshow zijn uitgesloten van deelname.
  14. In alle gevallen waarin deze deelnamevoorwaarden niet voorzien, beslist Indisch3.0.
  15. De prijs is niet inwisselbaar voor geld.
  16. Over de uitslag kan niet worden gecorrespondeerd.
  17. Deelnemers verklaren akkoord te gaan met bovengenoemde voorwaarden.

Indisch 3.0 op de Pasar Malam Besar (21 – 30 mei 2008, Den Haag)

Op de 50e Pasar Malam Besar in Den Haag (Malieveld, 21 mei -1 juni 2008) zal Indisch 3.0 een bescheiden, maar actieve rol gaan vervullen.

21 mei 2008, 19.00 – 19.45 uur, Bibit Theater/ De Indische School
De repatriëring – Kirsten Vos
De Indische School is een project waarbij op basaal niveau lessen worden gegeven, met als doel kennis over te brengen over de geschiedenis en cultuur van Indische Nederlanders in Indië, Indonesië, Nederland en andere gebieden. Kirsten zal een geschiedenisles verzorgen over de repatriëring uit Indonesië.

23 mei 2008, 18.00 – 18.45 uur, Bibit Theater
Tattootalk – Ed Caffin en Kirsten Vos
De eerste vrijdag van de Pasar is traditioneel bedoeld voor de jongeren. Indisch 3.0 verzorgt een van de programma-onderdelen van die avond, een talkshow over tattoos van de derde generatie. Ed zal een aantal jonge Indo’s ontvangen die zich met tattoos, taal en kleding duidelijk onderscheiden. Vanuit de zaal zal Kirsten samen met het publiek hen aanvullende vragen stellen.

Oproep
Voor Tattootalk zijn wij nog op zoek naar deelnemers. Ben jij Indisch en ben je trots op je tattoos, of ben je tattoo-ontwerper/ -zetter? Stuur ons dan een snel mailtje, of reageer op deze blog!

‘Indische bloemen’ in korzelig maar gedetailleerd Verzetsmuseum

Zet 20 Indo’s in een museum in Amsterdam, vermeng het geheel met de energie van ‘Paatje’ Phefferkorn en het verhaal van de Japanse bezetting en je krijgt een verrassend gemeleerde middag, gepeperd door het verhaal van elke aanwezige.

Afgelopen zaterdag waren circa 20 leden van de Nederlands-Indië-hyves bij elkaar gekomen om het Verzetsmuseum in Amsterdam te bezoeken, dat een permanente tentoonstelling over de Japanse bezetting had. Ik was een van hen en was verrast door de gedetailleerdheid van de inhoud van de expo.

Het begon alleen niet echt hoopvol. Een vertegenwoordiger van het museum was in allerijl naar beneden komen rennen, waarschijnlijk op aangeven van de dames van de receptie. In eerste instantie dacht ik, goh, wat slim van ze om hier zo op in te spelen, om ons welkom te heten. Ik werd snel uit de droom geholpen. De persoon (uiterst rechts op de foto) stelde zich niet voor, zei dat hij liever eerder had geweten dat we kwamen en verwelkomde ons met de volgende warme woorden:
– Grote tassen in de kluisjes.
– Liever niet de mobieltjes gebruiken.
– Fotograferen is toegestaan, maar zonder flits.

Ik begrijp nog steeds niet wat die man op dat bewuste moment gedacht moet hebben:
1. “Wat leuk, Indische mensen, ik ben blij dat ook hun verleden een plek in ons museum heeft. Ik zal ze eens een warm welkom geven.”
2. “Help. Indo’s!”
3. “Help. Marokkanen!”
In geval 1. heeft de man gewoon slecht ontwikkelde sociale vaardigheden. En in geval 2 en 3 ook, eigenlijk.

Na dit mislukte begin was ik redelijk sceptisch over de tentoonstelling. Die scepsis werd in eerste instantie bewaarheid. In Nederlands-Indië leefden namelijk volgens het museum “60.000 Nederlanders” (totoks) en “200.000 Indische Nederlanders” (Indo’s). Degenen die op de hoogte zijn van de discussie over deze twee begrippen, weten dat deze woordkeuze op zijn zachtst gezegd dubieus is. Gelukkig kreeg ik bij de tentoonstelling als geheel wél het gevoel dat de samenstellers er zorg aan hadden besteed.

Ten eerste was ik onder de indruk van de gedetailleerdheid van de expositie. Hoewel die slechts een klein deel van het museum beslaat, staat er namelijk ontzettend veel. Een van de leden, Dennis, was blij verrast dat het legeronderdeel waar zijn grootvader deel van uitgemaakt had, met naam en toenaam genoemd werd. “Het is het enige onderdeel dat zich nooit heeft overgegeven”, vertelde hij trots.

Ten tweede was de inhoud van de expositie met smaak gekozen. Smaak lijkt hier ongepast als criterium, maar het waren de vele egodocumenten (zoals dagboekfragmenten en persoonlijke brieven) en audio- en videofragmenten die het kille oorlogsverhaal menselijk maakten.

Tot slot stond de expositie in het hart van het museum. Toegegeven, de tentoonstelling is pas later in het museum ondergebracht, waardoor het midden van de zaal waarschijnlijk de enige resterende ruimte was voor de oorlog in Indië. Maar het maakte indruk op mij dat ik onmiddellijk oog in oog stond met “de koloniale tijd”, toen ik de expositieruimte betrad: de Japanse bezetting is niet weggemoffeld in een hoekje, ze staat centraal in het Verzetsmuseum.

Heb ik dan helemaal geen inhoudelijke kritiek? Nee. Niet direct. Ja, de expositie lijkt me vrij ontoegankelijk voor rolstoelgebruikers en je moet geen last hebben van claustrofobie. Maar goed, dat zijn geen fundamentele bezwaren. Wel heb ik een vraag die ik aan andere bezoekers wil voorleggen. Mij viel het namelijk op dat de informatie over de politionele acties en de overdracht in december ’49 weggestopt was in een hoekje, waardoor je er vrij snel voorbij kon lopen. Was ik de enige die daar haar wenkbrauwen over fronste?

Hoewel het merendeel van mijn blog tot nu toe gaat over de tentoonstelling zelf, heb ik net zoveel voldoening gehaald uit de gesprekken met de andere aanwezigen, niet in de minste plaats uit de peptalk van ‘Paatje’, die aan het begrip charmeur weer een nieuwe lading gaf.

no nameIn een vlammend betoog legde Phefferkorn uit waarom de Melati in het hart van de door hem ontworpen Indo-vlag stond. Die vlag heeft hij opgevuld “met een bloem, de melati, een geurige bloem die bekend staat vanwege haar geur en charme.” Waarom? De melati symboliseert de Indische vrouw, die het tijdens de oorlog buiten de kampen het zwaarst had. “Wij mannen kregen wel eten. Maar petje af voor onze vrouwen, die er het meeste slachtoffer van waren!”

‘Paatje’ Phefferkorn von Offenbach, zoals hij zichzelf volledigerwijs voorstelde, drukte de aanwezige vrouwen meerdere malen op het hart dat de Indische wereld nog steeds bol staat van het “vrouwelijk schoon”. Phefferkorn had het kamp overleefd door zijn sport, pencak silat, waarbij het “de kunst was om de energie, die overal om ons heen is, naar je toe te trekken.” Dat ben ik zeker met hem eens. En ik geloof ook dat hem dat afgelopen zaterdagmiddag weer gelukt is.


Met dank aan Chris Carli voor de foto’s.

————————————————————————————

Deze blog verscheen eerder op http://kivos.hyves.nl.

Helaas Pindakaas – waar waren de jongeren?

Afgelopen weekend was het tijd voor het ‘bi-culturele’ festival Pindakaas, voor ‘Nederlandse jongeren met een Indonesische achtergrond’. Het festival was een goed initiatief, maar nog niet geslaagd. Helaas Pindakaas dus: hopelijk krijgen jongeren volgend jaar wel een festival.

De organisatie verdient een pluim. De styling was top, de locatie(s) uitermate inspirerend, het programma-aanbod nieuwsgierigmakend en er deden aansprekende namen mee, zoals striptekenaar Peter van Dongen, producent Peter Bouman, schrijfster Marion Bloem, columnist Theodor Holman (verving Alfred Birney) en choreograaf Gerard Mosterd. Daarnaast heb ik weer nieuwe mensen leren kennen, wat altijd leuk is, dus ik verliet de Verkadefabriek in Den Bosch met een opgewekt gevoel. Het evenement zou herhaald moeten worden, maar wel met een aantal verbeteringen, om te beginnen die verschrikkelijke naam.

Zo is het natuurlijk een afgang dat er op een Indisch festival geen behoorlijke Indische maaltijd geserveerd kon worden. De organisatie kon er niets aan doen, maar dat maakt de blamage niet minder groot. Gelukkig had de toko in de serre heerlijke sateh en risolles. Daarnaast het filmprogramma. Dat waren overwegend Indonesische films. In die mate is dat op een festival als dit niet op zijn plek. Iets anders – er was te weinig aansluiting tussen de twee locaties; laat volgend jaar twee videoschermen ophangen en toon in de ene hal wat er op dat moment in de andere gebeurt. Tot slot waren er programmaonderdelen waar ik simpelweg meer van had verwacht, waarover zo meer.

Mijn grootste kritiek op de organisatie is echter de doelstelling van het festival. Het programma van het festival werd gedomineerd door de tweede generatie. Marion Bloem sprak uit wat ik dacht – was zij wel de generatie van de jongeren? Alle respect voor de tweede generatie, absoluut, maar sinds wanneer zijn veertigers en vijftigers jongeren? Neem bijvoorbeeld het debat van de columnisten. Allemaal grijzende mannen van toch zeker 45 jaar. Leuk voor hun ego, maar volgens mij echt geen ‘Nederlandse jongeren met Indonesische wortels’. En – waar waren de vrouwen?

Die Battle of the Columnists was ook nog eens een tegenvaller. Frans Lopulalan, Hans Vervoort, Roy Piette en Kees Schepel, bepaald geen kleine namen, gingen met elkaar in debat over ‘De Indo bestaat niet’. Alfred Birney zou deze discussie gaan leiden, maar had zich, door griep geveld, door Theodor Holman laten vervangen, die zich vermoedelijk nauwelijks had kunnen voorbereiden. Het debat was tam en kenmerkte zich door de running gag ‘ja, de lekkere hapjes, ha ha ha (+ schuddebuiken)’. Gelukkig deden de columnisten om die repeterende plaat heen een paar rake uitspraken in de babbel over ‘De Indo bestaat niet’.

“De Indo bestaat wel en Andy Tielman is hun koning. Helaas maken Indo’s er vaak een zooitje van en gaat de Indische gemeenschap ten onder aan haar eigen onkunde.”

“De Indo is helaas soms kruiperig. Indo’s zijn bijna niet meer te herkennen, veel mensen denken tegenwoordig dat we Marokkanen zijn.”

“Ik ben jaloers op Indo’s. Ik wou dat ik er een was.”

“Het zijn geen hoogvliegers, Indische mensen, ze zijn volhardend.”

“Ach! Bestáát niet! Ik voel me Nederlander, maar wel als een Englishman in New York.”

Mijn conclusie is dus, goed initiatief, absoluut herhalen, maar met een andere naam én een programma voor en door Indische jongeren van de derde generatie, tussen de ca. 20 en 35 jaar.

————————————————————————————–

Deze blog is eerder gepubliceerd op www.kirstenvos.nl, indisch4ever.weblog.nl en http://kivos.hyves.nl


Vogelaar: Indische Nederlanders en Molukkers anno 2007 voorbeeld van integratie

Stichting Pelita is een organisatie die al zestig jaar zich inzet voor de maatschappelijke zorg voor Indische Nederlanders en Molukkers. Tijdens mijn onderzoek naar de repatriëring kwam ik een breiactie tegen die deze stichting in januari 1951 georganiseerd had. “Het sociale probleem der gerepatrieerden stelt de overheid voor ontelbare moeilijkheden.” Daarom riep Pelita Nederlandse huisvrouwen op om warme kleding voor de honderdduizenden ontheemden te breien: “Zij beschikken bij aankomst in ons land in de meeste gevallen niet over kleding, welke op het Hollandse klimaat is berekend”.

Een opvallende verschijning: acceptatie of pragmatisme?
Op 24 november was ik samen met zo’n 5.000 anderen op Pelita’s 60e verjaardag in de Jaarbeurshallen te Utrecht. Een van de sprekers tijdens het middagsymposium was Ella Vogelaar, minister van Wonen, Wijken en Integratie. Vogelaar had een fleurig mantelpakje aan en zat op een gegeven moment zo op haar stoel dat, als mijn oma erbij was geweest, ze die pose had beschreven als Villa Inkijk. Deze extraverte minister was de boeiendste spreker, de anderen hadden helaas vooral politiekcorrecte presentaties die allemaal op elkaar leken.

Niet alleen om haar verschijning vond ik Vogelaars aanwezigheid opvallend. De minister van Wonen, Wijken en Integratie was op een bijeenkomst van Indische Nederlanders en Molukkers. Sinds wanneer beschouwt onze eerste generatie zichzelf als migranten? Dat de Nederlanders hen altijd zo hebben gezien is één ding, maar om dit toe te geven door Vogelaar uit te nodigen is een ander. Betekent dit dat er een verschuiving in opvattingen is ontstaan in de Indische gemeenschap, of begrijpen we tegenwoordig dat onze ouderen alleen hulp krijgen als we zeggen dat we geen échte Nederlanders zijn? Was Vogelaars aanwezigheid acceptatie of pragmatisme?

Geen Molukse probleemwijken, dat is een compliment.
De minister van WW&I had een hartelijke boodschap voor de aanwezige Indische Nederlanders en Molukkers. Ze waren goed geïntegreerd en inmiddels een voorbeeld geworden voor de overheid en nieuwe migranten: migranten moesten de ruimte krijgen om zichzelf te zijn én zich verbinden met de Nederlandse samenleving. Indische Nederlanders en Molukkers was dat gelukt en ondanks alle ellendige ervaringen kregen zij eindelijk erkenning: Indische Nederlanders hebben recht op een eigen identiteit, die bestaat uit beide culturen.

Een eerste bewijs voor de succesvolle integratie van onze ouders en grootouders waren de ‘juweeltjes in de literatuur’, ons eten en onze voetballers, een tweede het feit dat op de lijst van de 40 Krachtwijken (of pracht?) geen enkele voormalige Molukse wijk stond. ‘En dat is een compliment!’ Op dat moment hoorde ik twee typisch Indische dames achter mij commentaar geven: ‘Alleen Moluks, niet Indisch?’. Bovendien ging het de derde generatie beter af om in Nederland te wonen dan hun voorouders. Weer reageerden de twee dames: ‘Nee! Juist niet!’.

Vogelaar vond dat er weer ruimte moest komen voor de etnische achtergrond in ‘woonvoorkeuren’. Ze haalde het Indische Dorp in Almere (Rumah Senang) aan als voorbeeld: zij wilde voor dit soort initiatieven meer wijken en locaties beschikbaar stellen. Groepen moesten zelf huizen gaan bouwen en hiervoor financiële stimulans krijgen. De slotboodschap van Vogelaar kon rekenen op een instemmend ‘Ja, precies’ van de Indische dames: nieuwkomers moesten echt deel gaan uitmaken van de samenleving en niet alleen maar het gevoel krijgen getolereerd te worden.

Indische Nederlanders en Molukkers, voorbeeldmigranten?
Ondanks de hartelijkheid van haar boodschap hield ik dubbele gevoelens over aan het optreden van Vogelaar. Waaruit was gebleken dat Nederland de Indische gemeenschap erkend had? Door Het Gebaar? Waarschijnlijk dacht zij van wel, want ze kreeg die middag een exemplaar van het boek van die stichting uitgereikt dat de passende titel ‘Eindelijk erkenning?’ droeg. Alleen, als Vogelaar meer had afgeweten van de Indische en Molukse gemeenschap, had ze geweten dat Het Gebaar door weinigen gezien wordt als erkenning. Ik herinner me nog dat mijn oma niet blikte of bloosde toen ik het met haar had over de 3.000 gulden die zij zou krijgen. Als Indische leer je al vroeg dat een blik meer zegt dan 1000 woorden en mijn oma was te netjes om over de Nederlandse overheid te klagen, maar als ze er echt blij mee was geweest, zou ze toen niet zo verontwaardigd gekeken hebben. De erkenning waar Vogelaar het over heeft, zal de Indische gemeenschap volgens mij nooit van de overheid kunnen krijgen. Zij krijgen pas erkenning wanneer ze van zichzelf accepteren dat ze anders zijn, maar ook accepteren dat ze van elkaar verschillen en elkaar, ondanks die verschillen, nodig hebben voor erkenning.

Ten tweede. De Indische en Molukse gemeenschap zijn een voorbeeld geworden voor de overheid en nieuwe migranten voor hoe succesvol te integreren in Nederland. Begrijp me niet verkeerd, ik waardeer haar uitspraak om de intentie waarmee Vogelaar die deed. Ik heb alleen wat moeite met de inhoud ervan. Ruimte voor eigen identiteit? Welnee, assimileren moesten ze, anders was je een probleemgeval. Verbinden met de Nederlandse samenleving? Ja, door in contractpensions te zitten en te leren hoe je je huis schoon moest maken, terwijl je je vies voelde omdat je maar een keer per week mocht douchen. Kansen? Tja, je diploma’s uit Indië en Indonesië werden niet erkend, dus duizenden moesten zichzelf opnieuw bewijzen. Een compliment? Misschen voor hoe velen hun hoofd boven water wisten te houden zonder te bezwijken in het kleinburgerlijke Nederland ‘met kleine wetjes van fatsoen’, in de woorden van Tjalie Robinson.

Maar waar ik de meest gemengde gevoelens over heb is de kern: zijn Indische Nederlanders en Molukkers te vergelijken met huidige migranten, zoals Soedanezen, Irakezen en Marokkanen? Nee, nauwelijks, want de huidige ‘nieuwkomers’ hebben helemaal niets met de Nederlandse cultuur. Soedanezen zijn niet opgegroeid in een voormalige Nederlandse kolonie, Irakezen hebben geen Nederlands onderwijs gehad en Marokkanen werden niet in kampen gezet omdat ze Nederlands bloed hadden. Al die groepen kennen niet het gevoel van loyaliteit aan het Nederlands Koninghuis, zoals veel Indischen en Molukkers wel hebben.

Kan ik me de parallel dan helemaal niet voorstellen? Natuurlijk wel, en met mij vele andere Indische Nederlanders. Sterker nog, al tijdens de repatriëring maanden hoger geplaatste Indische Nederlanders Indo-Europeanen al om zich goed voor te bereiden op hun vertrek naar Nederland, een land dat zij niet kenden. Dus, ja, Indische Nederlanders waren migranten, maar van een geheel andere orde dan de huidige. Ik hoop dat Vogelaar zich dat realiseert, anders wordt het goede voorbeeld dat onze voorouders gesteld hebben onmogelijk goed te volgen.

Herdenken ja – maar wanneer?

Dit jaar ben ik voor het eerst bij de herdenking van de capitulatie van Japan geweest, op 15 augustus 1945. Die datum was de Tweede Wereldoorlog in Indonesië officieel afgelopen. De setting, de Waterpartij in Den Haag, was prachtig en het was indrukwekkend om het mee te maken. Ik vroeg me alleen af waarom ik er niet eerder was geweest, terwijl ik al mijn hele leven in Den Haag woon.

De spreker die mij het meest aansprak was Willem Nijholt. Temidden van veteranen, oorlogsslachtoffers en nabestaanden sprak hij over de verschrikkingen die hij en zijn familie hadden meegemaakt. Hij sprak uit dat hij de Jap nooit zou kunnen vergeven, al was het maar omdat het Japanse volk nog steeds niet om vergeving had gevraagd.

Op de fiets naar huis verbaasde ik me erover dat ik er nooit eerder bij was geweest. Ik woon in Den Haag, al bijna mijn hele leven. Ik ben Indisch, al mijn hele leven. Mijn grootouders, die de oorlog zelf hebben meegemaakt, woonden ook in Den Haag. Maar nooit nooit nooit ben ik met hen daar geweest. En opeens herinnerde ik me waarom.

Ik herinnerde me dat, toen mijn opa nog in leven was, ik hem wel eens gevraagd had waarom hij niet naar de herdenking ging. Hij vertelde me dat hij tot december ’45 in het kamp had gezeten en dat 15 augustus voor hem helemaal niet het einde van de oorlog was geweest. Daarom ging hij niet.

Al fietsende zette dat me aan het denken. De ellende in Indonesië hield niet op na de Tweede Wereldoorlog. Daarna begon namelijk de bersiap, de vrijheidsstrijd, waardoor veel geïnterneerden in de kampen moesten blijven. Voor hen werd het alleen maar erger. Waarom? Omdat de Jap, die hen drie jaar lang het leven tot een hel had gemaakt, na de ‘bevrijding’ opeens hun beschermheer werd en hun vertrouwde Indië hen niet langer welkom heette.

Ter vergelijking – moet je je voorstellen dat je (groot-)ouders na de Duitse capitulatie in Auschwitz hadden moeten blijven en bescherming hadden moeten krijgen van de Duitsers. Dat is een verschrikking. De mensen die je vreesde, werden je beschermheren. Het moet de wereld op zijn kop zijn geweest. En het moet een intens gevoel van onveiligheid hebben gegeven. Want als je martelende, afslachtende, wrede, verkrachtende bezetter opeens je beschermer werd, wat moest er dan in vredesnaam wel niet gebeuren aan de andere kant van de kampmuren?

Thuis aangekomen vroeg ik me af wanneer al die ellende dan wel over was. Wat was de dag waarop mijn opa – en vele andere Indische Nederlanders – zijn bevrijding vierde? Welke dag moet ik nou eigenlijk herdenken?

Ik zette het journaal aan en tot mijn verrassing zag ik mezelf op het NOS Journaal bloemen in het monument neerleggen. Het waren witte bloemetjes. Rood leek me niet gepast, oranje ook niet (gezien de afwezigheid van het Koningshuis een juiste keuze), maar wit, de kleur van reinheid, wedergeboorte, een nieuw begin, dat was de enige kleur die bij vandaag paste.

Een nieuw begin. Is dan het moment waarop mijn familie een nieuw begin kon maken de dag van hun bevrijding? Was dat hun aankomst in Nederland, in 1958, toen zij door Indonesië het land uitgezet waren? Ik weet het niet. Maar ik hoop het wel.

————————————————————————————–

Deze blog verscheen eerder op www.kirstenvos.nl