En dan nu: licht, camera, actie!

De vorige keer schreef ik dat mijn script na een spannende pitch is uitgekozen om tot een korte film gemaakt te worden. Samen met coach Sandra Beerends ben ik aan de slag gegaan. We zijn gaan filmen.

Panic attack 
Meteen is het duidelijk: in korte tijd moet er heel erg veel gedaan worden (lees: PANIC ATTACK!). Allereerst moet ik het script – nog een keer! – herschrijven, nadat Sandra feedback heeft gegeven. We drinken samen koffie en praten over het script, maar ook over andere Indië gerelateerde dingen.

Sandra heeft ook een Indische achtergrond en haar moeder komt net als mijn oma uit Semarang, heel erg toevallig! Na het script een paar keer doorgenomen te hebben, komen we op het maken van pasteitjes. Ik ben meteen blij met deze keuze, omdat het iets is wat ik van oma heb geleerd, het er mooi uit ziet op beeld en we ondertussen een goed gesprek kunnen voeren zonder dat het een echt interview wordt.

Belangrijk is dat ik steeds goed de structuur in mijn hoofd houd. Naast het herschrijven van het script, ben ik ondertussen op zoek naar een kleine, maar goede crew. Tijdens de draaidagen zullen Erik (camera), Kirsten (productie) en mijn zus Jade (ook productie en tegelijkertijd geluidsvrouw) me helpen. Sanne doet art design en Ronny maakt een hele coole krontjong track in een nieuw en modern jasje.

still5
Ik ben blij met de keuze om in de film pasteitjes te maken.

Opa is watching you
En dan is het zover: de eerste draaidag. Ik ben uiteraard weer zenuwachtig en ik hoop geen tomaat te worden, want het wordt voor eeuwig vastgelegd. Ik probeer te doen alsof ik niet zenuwachtig ben, zodat oma zich zo natuurlijk mogelijk gedraagt. Samen met Jade ben ik er al ’s ochtends, omdat opa jarig is en we gaan helpen met taartjes uitdelen. Ik geloof dat oma zich drukker maakt om het uitdelen van die taartjes dan om de film zelf, dat is mooi.

Opa heeft er alleen niet zoveel zin in, hij vindt het te druk en wil zijn verjaardag liever in z’n eigen huiskamer vieren. Oh-oh denk ik, als hij het nu al te druk vindt, hoe gaat dat dan straks als we gaan filmen? Gelukkig kan hij toch genieten van de aandacht voor zijn verjaardag en gaan we daarna terug naar de kamer van opa en oma. Daar gaat opa lekker babi pangang spek eten, zijn lievelingsgerecht van de Chinees, gekregen van mijn moeder. Als hij klaar is, houdt hij ons nauwlettend in de gaten.

opakijkttoeklein
Opa houdt de boel nauwlettend in de gaten.

De set
Om 12.00 komen Erik en Kirsten aan op de set (lees: de huiskamer van opa en oma). De spullen worden, bij gebrek aan ruimte, uitgestald op het bed van opa en oma. Ondanks dat ziet het er al heel professioneel uit! Oma blijft lekker rustig in haar stoel zitten en puzzelt wat. Erik gaat in de weer met zijn camera en ondertussen kijken Jade en Kirsten hoe het geluid werkt en krijgen oma en ik een geluidszendertje.

spullenuitgestald
De spullen worden uitgestald op het bed van opa en oma.

Bombarie
En dan is het zover en gaan we echt filmen. Het gaat best wel goed, maar ik merk wel dat het in het begin een beetje stroef gaat. Het is moeilijk om een gesprek natuurlijk te laten verlopen met zoveel bombarie om je heen. Ik merk ook aan oma dat ze zich bewust is van de camera. We houden daarom een korte pauze waarin we besluiten dat we niet alles de eerste draaidag kunnen filmen, omdat dat te vermoeiend zal zijn. Door dit besluit zijn oma en ik wat meer ontspannen.

Oma en kleindochter Amber.
Het is nog best wel lastig een gesprek voeren met al die bombarie om je heen.

Zingen
De tweede draaidag gaat soepeler en de gesprekken gaan ook veel beter. Op een gegeven moment hebben we niet eens meer door dat we worden gefilmd. We zingen samen een lied dat oma heeft geschreven op de wijs van South of the Border van Gene Autry. Ik begeleid ons op mijn keytar, want keytars rulen de wereld. Ik zie nu al voor me hoe dat een leuke scene wordt in de film.
“Vanonder de tropenzon, ver over zee
zitten we hier nu, met ons wel en ons wee”

still2
Na keytarspel konden we weer lachen.

Moe, maar voldaan
We sluiten de tweede draaidag met een moe, maar voldaan gevoel af. Er ligt nog een hele klus in het verschiet: monteren. De film wordt uiteindelijk pas echt een film in de montage. Ik moet direct al het materiaal gaan bekijken en gaan bepalen wat er wel en niet in de uiteindelijke film komt. Meer hierover in mijn volgende blog!

Vandaag is de première al, ik heb hier heel erg veel zin in!! Ik zal bloggen over hoe de film is ontvangen.

Hoe maak je een filmscript?

CinmAsia FilmLAB blog: script & pitch

De vorige keer schreef ik dat mijn script was geselecteerd voor de scriptworkshop van CinemAsia’s FilmLAB. In totaal zijn er zes scripts geselecteerd, waarvan er drie daadwerkelijk gemaakt mogen worden na de workshop en een pitch die elke kandidaat moet geven. 

De plenaire workshop
De dag van de eerste bijeenkomst, de plenaire workshop: ik ben best wel zenuwachtig, maar tegelijkertijd heb ik er ook zin in! Ik ben benieuwd wat voor scripts de vijf andere kandidaten hebben. Veel te vroeg ben ik bij Binger Filminstituut, waar ik Judith Mulder en Daan Vree, producers van CinemAsia FilmLAB, ontmoet. Langzaamaan druppelen mijn mede FilmLAB-ers binnen: Alex, Asela, Jenny, Myrthe en Raoul.

Ernie Tee
Ernie Tee verzorgt de scriptworkshop. Hij is scenario-coach en script editor van onder andere de succesvolle speelfilms De Tweeling, Wilde Mossels en De Heineken Ontvoering. Daarnaast doceert Ernie Tee aan de Nederlandse Film en TV Academie en de Sint Lukas School of Arts in Brussel en ontving hij in 1992 de Pierre Bayle-prijs voor de filmkritiek. Heel erg bijzonder om met hem te mogen werken!

filmlabkandidaten
de Filmlabkandidaten, vlnr: Asela, Amber, Jenny, Alex, Myrthe, Raoul en CinemAsia’s Judith, Daan en Ernie Tee.

De essentie van een goed script

Allereerst legt Ernie uit wat de essentie is van het schrijven van een goed script.  In principe verschilt de opbouw van een non-fictie script niet heel erg van een fictie script: alle scripts moeten een goed begin, midden en einde hebben.

  1. Situatie + probleem – In het begin wordt het ‘probleem’ laten zien
  2. Acties – In het midden wordt er geprobeerd een oplossing te vinden voor het probleem
  3. Final solution/action: Aan het einde is het probleem wel of niet opgelost, met een duidelijke conclusie.

We krijgen heel erg veel informatie, ik schrijf braaf mee en probeer alles in me op te nemen. Wat me opvalt: ik ben de enige met een documentaire script en ik ben weer eens de enige lelieblanke 😉

aantekeningen

Feedback
Na een algemene uitleg, gaat Ernie in op de zes scripts. Ik vind dit heel erg leuk! Zo krijg je namelijk de plannen van de andere kandidaten te horen. We mogen feedback geven op de filmplannen en er ontstaat veel interactie. Er zijn veel verschillende ideeën: Myrthe heeft een heel leuk komedie script, terwijl Raoul het serieuzer aanpakt met een plan over de Molukse treinkaping. En dan is het zover: er mag feedback worden gegeven op mijn script.

Spontaan word ik een tomaat, dat gebeurt meestal als ik iets spannend vind. Het valt eigenlijk best mee: ik moet vooral kijken of ik zelf eten wil brengen naar oma, of dat ik het haar laat maken. Mijn eerste idee was dat oma het eten van het tehuis zou eten en dat ze dan terugdacht aan de tijd in Indië, maar dat het eten van het tehuis niet lekker is en ze het weggooit en dan lekker zelf gaat goreng.

Dit was een wat negatieve insteek, hoor ik, het is beter als ik haar direct lekker eten breng want dan is het logisch dat ze terugdenkt aan de goede ouwe tijd. Voor de volgende, individuele, bijeenkomst moeten we het script herschrijven.
Bij de tweede bijeenkomst krijg ik individuele feedback op mijn script en mag ik allerlei vragen stellen aan Ernie. Het begint al echt een film te worden!

D-Day
Vandaag is het zover: we moeten in twee minuten onze film pitchen. Aanwezig zijn de kandidaten, de CinemAsia crew en drie coaches: Rishi Chamman, Sandra Beerends en Jimmy Tai. Ik ben heel erg zenuwachtig, maar ik heb het goed geoefend. Bovendien heb ik een t-shirt laten bedrukken met de schattige foto van opa en oma, waardoor ik de pitch niet helemaal in mijn eentje hoef te doen.

Lucky t-shirt selfie
Lucky t-shirt selfie

Pitchen!
Ik sta voor de groep, mijn hart klopt… de tijd gaat in en ik praat. Ik probeer de jury te laten inzien dat het nu de tijd is om dit script daadwerkelijk te gaan maken tot een film. Het lukt binnen de tijd. De andere kandidaten geven hele goede pitches, ik heb geen idee wie er uiteindelijk gekozen zullen worden. En dan is het afwachten.

De  uitslag
Een uur later is de jury er uit. Maar eerst moeten we allemaal naar voren komen en krijgen we een bewijs van deelname. Er wordt een foto gemaakt, maar ik denk alleen maar: laat het nu weten, ik hou het niet meer! Als eerst wordt het plan van Raoul gekozen, over de Molukse treinkaping. Vervolgens wordt mijn naam genoemd! YEAAAAH! Ik ben heel blij, maar probeer niet rond te gaan stuiteren want de helft van de kandidaten valt af en dat is niet leuk. Als laatste wordt het plan van Alex uitgekozen, over Chinese theetradities.

Sandra Beerends
Mijn coach is Sandra Beerends, scripteditor en gastdocent voor NTR en individuele filmprojecten. Sandra is betrokken bij Berlinale Talents en is mentor bij de korte film Scriptstation en voor Prime4kids. Ze schreef en coproduceerde de korte film Arigato (publieksprijs Film by the Sea 2012). Tevens is zij scripteditor van Kauwboy, die werd uitgeroepen werd tot Beste Europese jeugdfilm van 2012.

AmberenSandra
Samen met Sandra ga ik bezig met de planning: binnen vijf weken moet de film al af zijn!
Hierover meer in mijn volgende blog.

 

Indisch 3.0 CinemAsia actie 2014: deel je film met twee vrienden

… en met onze lezers!

Wil jij graag naar het CinemAsia filmfestival en vind je het leuk om daarover te bloggen? Dan heb je geluk. Bij de CinemAsia actie van Indisch 3.0 mag jij naar CinemAsia, je mag twee vrienden meenemen én je maakt een recensie die wij gegarandeerd plaatsen. We geven in totaal 3 x 3 vrijkaarten weg. Meedoen kan tot en met woensdag 2 april.

Wat moet je doen?
1. Ga naar de programmapagina van CinemAsia en scroll naar de films over Indonesië.
2. Kies de film die jij heel graag zou willen zien met je vrienden.*
3. Vul het deelnameformulier (hieronder) in.
4. Check of je Like voor onze Facebook-pagina aan staat.
5. Open op 3 april je mailbox om te zien of jij en je bangsa naar de film van je keuze gaan!

*uit het programma over Indonesië. Wil jij naar de korte film van Amber Neefkens, Indië op een bord? Dat mag ook.

De afsluitende film van het festival: Indonesia's killing fields van Step Vaessen. Dutch premiere - Step Vaessen (2013 Indonesië) Een overweldigende documentaire over de gruwelijke, bloed overgoten jaren 60 in Indonesië. De executies van vermeende communisten in Indonesië in 1965 waren een van de bloedigste slachtpartijen verborgen voor de buitenwereld. Een tot drie miljoen mensen zijn gestorven en begraven in massagraven die nooit zijn opgegraven. Nu pas laten de massamoordenaars zich uit. In de bekroonde documentaire ‘The Act of Killing’, vertellen de massamoordenaars de gruwelijke verhalen van hun ex- ecuties. Ze beschouwen zichzelf als helden omdat ‘het uit- roeien van de communisten’ het overheidsbeleid was. Step Vaessen ontdekt waarom deze mensen massamoordenaars werden. 6 April - Closing starts at 19:30 Closingfilms are Indonesia's Killing Fields, Trail of Murder and 300th Thursday.
De afsluitende film van het festival: Indonesia’s killing fields van Step Vaessen. Dutch premiere – Step Vaessen (2013 Indonesië)

Tip: Indonesia’s killing fields
Een overweldigende documentaire over de gruwelijke, bloed overgoten jaren 60 in Indonesië. De executies van vermeende communisten in Indonesië in 1965 waren een van de bloedigste slachtpartijen verborgen voor de buitenwereld. Een tot drie miljoen mensen zijn gestorven en begraven in massagraven die nooit zijn opgegraven. Nu pas laten de massamoordenaars zich uit. In de bekroonde documentaire ‘The Act of Killing’, vertellen de massamoordenaars de gruwelijke verhalen van hun ex- ecuties. Ze beschouwen zichzelf als helden omdat ‘het uit- roeien van de communisten’ het overheidsbeleid was. Step Vaessen ontdekt waarom deze mensen massamoordenaars werden.

6 April – Closing starts at 19:30

Ja, ik wil naar de film!

[contact-form subject='[Indisch 3.0. Magazine %26amp; meer.’][contact-field label=’Naam’ type=’name’ required=’1’/][contact-field label=’E-mailadres’ type=’email’ required=’1’/][contact-field label=’Website’ type=’url’/][contact-field label=’Wat heb jij met films uit Indonesië?’ type=’textarea’ required=’1’/][contact-field label=’Welke film zou jij met twee vrienden willen zien?’ type=’text’ required=’1’/][/contact-form]

Win jij drie kaarten voor de film van je keuze? Dan kan je je recensie, van ongeveer 500 woorden en natuurlijk een vette selfie,  tot uiterlijk maandag 7 april versturen. Als je daarvoor nog wat schrijftips wil, neem dan contact op met onze hoofdredacteur Kirsten.

CinemAsia 2014 is de zevende editie van het Aziatische filmfestival, dat van 1-6 april a.s. plaatsvindt in De Balie in Amsterdam. Kaarten bestel je online.

Oproep: hoe vraag je naar je familie's verleden?

Ben jij derde generatie Indo en heb je altijd al het (levens-) verhaal van je Indische opa en oma willen horen, of misschien zelfs vast willen leggen? Dan is Dewi van Beek op zoek naar jou, in deze oproep.

Sinds mijn stage bij Indisch Maandblad Moesson moest ik denken aan het frustrerende feit dat veel van de Indische familiegeschiedenis en familieverhalen verdwijnen met de 1e generatie. Ik weet dat er meer mensen zijn zoals ik die dit verhaal willen vastleggen, maar die misschien geen idee hebben waar ze moeten beginnen met het vragen naar en het vastleggen van hun Indische familiegeschiedenis.

Voor mijn afstudeeronderzoek bij Moesson onderzoek ik daarom hoe een hulpmiddel voor het vastleggen van Indische familiegeschiedenis eruit moet komen te zien. Daarom heb ik jouw hulp nodig.

Ik zoek een aantal mensen die een uurtje met mij om de tafel willen gaan zitten en hierover willen praten. Ik zorg uiteraard voor hapjes en een drankje. Als je interesse hebt, mail me dan – vrijblijvend – op hello [at] dewiaimee [.] com voor meer informatie.

Dewi van Beek (rechts, naast Rocky Tuhuteru) tijdens een paneldiscussie in 2013. Foto: Tabitha Lemon/ Indisch 3.0
Dewi van Beek tijdens een paneldiscussie in 2013 over herdenken. Foto: Tabitha Lemon/ Indisch 3.0

CinemAsia FilmLAB blog: de geboorte van een idee.

Voor Indisch 3.0 zal Amber een paar keer bloggen over haar avonturen bij FilmLAB 2014 van filmfestival CinemAsia, wat heeft geresulteerd in de korte documentaire ‘Indië op een bord’.

Mijn naam is Amber, ik ben 26 jaar, masterstudent Film en Televisiewetenschap aan de Universiteit Utrecht en ik heb een voorliefde voor muziek en film en ik heb absoluut geen voorliefde voor het maken van keuzes (ik zit geloof ik in een quarterlife crisis).  In deze eerste blogpost geef ik je een terugblik op mijn deelname aan FilmLAB 2014.

Bloednerveus
In november 2013 verschijnt er een oproep op de facebook van CinemAsia Filmfestival: “CinemAsia FilmLab 2014 seeking applicants! Send in your idea for a short film about ‘Food in Asian communities’ and get selected for professional training in scriptwriting and filmmaking”. Wanneer ik dit lees denk ik: wat leuk! Ik roep altijd wel dat ik graag films maak en dat ik hier verschillende ideeën voor heb en stiekem heb ik ook altijd iets aan te merken op andere films. Dus dit is mijn kans om mezelf als ‘filmmaker’ waar te maken. En ondertussen word ik hier bloednerveus van.

Onweerstaanbare Indische snacks
Mijn opa en oma (en moeder en tante) komen uit Nederlands-Indië en bij het festivalthema ‘Food en Asian communities’, denk ik direct aan mijn oma en haar onweerstaanbare Indische snacks. Mijn opa en oma wonen in Rumah Kita, een verzorgingstehuis voor Indische ouderen. Oma Smith is geboren in Semarang en ze is nu 93 jaar oud. Ze zit vol verhalen en ze geeft me altijd goed advies. Denk hier bijvoorbeeld aan mijn jeugdtrauma: ik was altijd de ‘witste’ van de familie. Maar volgens oma was ik niet wit, maar lelieblank. Hierdoor voelde ik me erg speciaal.

'Volgens mijn oma had ik een lelieblanke huid. Daardoor voelde ik me speciaal." Foto: Amber Nefkens
‘Volgens mijn oma had ik een lelieblanke huid. Daardoor voelde ik me speciaal.” Foto: Amber Nefkens

 

Appelmoesrevolutie
Mijn oma en ik bellen zo’n twee keer per week en dan hebben we het over haar avonturen in Rumah Kita, bijvoorbeeld hoe ze een appelmoesrevolutie is gestart in de gezamenlijke eetruimte. Maar we praten ook over hoe het met mij gaat en ook veel over vroeger. Bovendien was haar stiekeme wens altijd om boeken te schrijven of een gedichtbundel uit te brengen. Samen hebben we de gedichtenbundel ‘Het land van toen’ in kleine oplage uitgebracht tijdens de Kerstmarkt van haar tehuis. In november heb ik  een lied gemaakt van haar gedicht ‘Arnhem-Zuid’, zodat we mee konden doen aan de ‘Ode aan Arnhem’ wedstrijd. We werden geselecteerd en het resultaat hoor je hier.

Een goed team
Aangezien oma en ik een goed team zijn, wil ik graag met haar een film maken. Vooral ook omdat het nu nog kan en ze zo mooi kan vertellen. Tegelijkertijd vraag ik me af of het juist ook niet de goden verzoeken is. Vanaf het moment dat ik besluit om mee te doen met een documentaire script waarin oma de hoofdrol zou spelen, krijg ik dromen dat ze ziek wordt. De volgende dag bel ik haar dan  meteen op en meestal antwoordt ze met: ‘Nee hoor, ik ga nog niet op mijn roze wolk zitten,’ om vervolgens in gegrinnik uit te barsten.

Hulp van een filmmaker
Mijn eerste idee is om een bord Nasi Kuning naar oma te brengen en haar daarover dingen te laten vertellen, waardoor ze ook op de verhalen over haar tijd in Nederlands-Indië zal komen. Het schrijven van een script valt me vies tegen, niet zo raar eigenlijk aangezien ik nog nooit eerder zoiets heb moeten doen. Ik schakel hulp in bij een filmmaker en een producent die ik ken via mijn studie. Uiteindelijk is het een script met verschillende verhalen. Ik kan niet kiezen. Omdat de tijd tikt, besluit ik hem maar gewoon in te dienen. Met een heel schattige foto van mijn opa en oma, om de jury te overtuigen.

Zou de schattige foto de jury overtuigd hebben? Foto: Amber Nefkens.
Zou de schattige foto de jury overtuigd hebben? Foto: Amber Nefkens.

Geselecteerd!
Met kerst krijg ik het verlossende woord: ik ben geselecteerd! YES! Dit betekent dat ik mee mag doen aan de scriptworkshop. Hierover meer in mijn volgende blog.

De kaartverkoop voor de vertoningen van de drie korte films is begonnen. Naast mijn film draaien er nog twee andere FilmLAB films die zeker de moeite waard zijn om te kijken: Bunda di Rumah en Last Minute Tea. Donderdag 3 april om 18.50 uur en zaterdag 5 april om 13.10 uur, allebei in de Balie, Amsterdam. Kaarten bestel je via www.cinemasia.nl

Kandidate CinemAsia FilmLAB blogt op Indisch 3.0

Amber Nefkens: het Indische verleden ontdek je in de keuken

Met haar korte film, Indië op een bord, is Amber Nefkens een van de drie gelukkige winnaars van een plek in CinemAsia FilmLAB. Vanaf deze week gaat Amber bloggen op Indisch 3.0, over haar deelname aan dit spannende traject.

Het CinemAsia FilmLAB is in volle gang. Het CinemAsia Film Festival biedt met haar FilmLAB opkomende talenten de kans om onder professionele begeleiding een korte Aziatische diaspora film te maken. Dit jaar is het thema ‘FOOD’ binnen Aziatische gemeenschappen. Naast het filmproject van Amber Nefkens, zijn die van Raoul Groothuizen en Alex Lai geselecteerd.

Amber Nefkens tijdens de Gouden Rijstkom 2013
Amber Nefkens in actie tijdens de Gouden Rijstkom wedstrijd 2013 van Indisch 3.0. Foto: André Ottenvanger/ Indisch 3.0.

Amber Nefkens is masterstudente Film en Televisiewetenschap aan de Universiteit van Utrecht en van Indische afkomst. Amber heeft de korte film (8’) Indië op een bord gemaakt. Een kleindochter maakt samen met haar Indische oma Indische pasteitjes. Door het maken van Indische pasteitjes en door met oma te praten, komt ze meer te weten over het land van haar herkomst – het land dat niet meer bestaat.

Nefkens krijgt begeleiding van Sandra Beerends, scripteditor en gastdocent voor NTR en individuele filmprojecten. Sandra is betrokken bij Berlinale Talents en is mentor bij de korte film Scriptstation en voor Prime4kids. Ze schreef en coproduceerde de korte film Arigato (publieksprijs Film by the Sea 2012). Tevens is zij scripteditor van Kauwboy, die werd uitgeroepen werd tot Beste Europese jeugdfilm van 2012.

De drie deelnemers (vlnr): Raoul Groothuizen, Amber Nefkens en Alex Lai. Foto: www.cinemasia.nl
De drie deelnemers (vlnr): Raoul Groothuizen, Amber Nefkens en Alex Lai. Foto: www.cinemasia.nl

In 2006 begon CinemAsia met FilmLAB om beginnende filmmakers te stimuleren hun Aziatische Diaspora verhalen te vertellen. De makers krijgen vijf weken de tijd, een mentor en 500 euro om hun film te maken. Sinds die tijd zijn er door CinemAsia 12 korte films geproduceerd die allen in première gingen tijdens het festival. Dit jaar is het productieproces voorafgegaan door een korte scenario workshop o.l.v. scriptcoach Ernie Tee.

De zevende editie van het CinemAsia Filmfestival 2014 is van 1 t/m 6 april in De Balie in Amsterdam. Op 3 april en 5 april zijn de screenings van de FilmLAB films.

De gecensureerde oorlog. Minutieus verslag van staatspropaganda.

Indische juweeltjes, het zijn boeken die wij extra onder de aandacht van onze bezoekers willen brengen. Met het derde boek, De gecensureerde oorlog, worden de contouren van deze Indische boekenweek selectie zichtbaar. Auteur Louis Zweers heeft hier zijn ziel en zaligheid in gelegd, en is er – terecht – op gepromoveerd. Het verhaal van De gecensureerde oorlog is een schoolvoorbeeld voor hoe je als overheid oorlogspropaganda voert. Toen, en nu.

Louis Zweers. Foto: http://www.eshcc.eur.nl
Louis Zweers. Foto: http://www.eshcc.eur.nl

Een aankondiging van het boek luidt: “Militaire voorlichtingsdiensten hadden grote invloed op de (foto-) berichtgeving over de oorlog in Nederlands-Indië 1945-1949. Aan de hand van nog niet eerder geraadpleegd archief- en fotomateriaal en gesprekken met legervoorlichters en fotografen is de positie van deze diensten gereconstrueerd. Het resultaat laat zien dat de beïnvloeding van de berichtgeving succesvol was. De legervoorlichtingsdiensten schetsten een te rooskleurig en vertekend beeld van de werkelijkheid in de tropische archipel. Ze voerden een propagandaoorlog en waren niet op zoek naar waarheidsvinding. Ze toonden weinig respect voor de persvrijheid. (bron)”

De meeste proefschriften zijn loodzwaar. Fysiek en in overdrachtelijke zin. Met exact 400 pagina’s is Zweers’ dissertatie fysiek best omvangrijk. Het fijne van een op fotojournalistiek gerichte wetenschapper is echter dat hij juist dat laat zien: plaatjes! Daarmee kom ik meteen op het onderscheidende kenmerk van het werk van Louis Zweers: fotojournalistiek.

Als student aan de Erasmus Universiteit Rotterdam genoot ik van de lessen Fotojournalistiek die Louis Zweers gaf. Met veel oog voor detail en een onbedwingbare behoefte om achter het echte verhaal te komen, vertelde hij ons – toen – over foto’s van ‘onze jongens in Irak’ en de wijze waarop Henk Kamp in beeld kwam. Hij leerde me kijken naar het journalistieke element in foto’s. Dit is overigens meteen de reden dat ik vind dat beroepsfotografen niets te vrezen hebben van burgerjournalisten-met-smartphones: fotojournalistiek is een vak op zich. Maar dat terzijde.

http://youtu.be/u5-APHxW7-E

Door het grote aandeel foto’s – sommige van hetzelfde kaliber dat in 2012 voor veel ophef zorgde – is het meest recente boek van Louis Zweers in fysieke omvang (redelijk) zwaar, maar in overdrachtelijke zin niet. De goed onderbouwde onderschriften vertellen het verhaal van de foto’s en van de invloed van de overheidspropaganda daarop.

Kanttekening is dat De gecensureerde oorlog, in tegenstelling tot het eerder besproken boek Pendek of Vlakke meetkunde, niet geschikt is voor een groot publiek. Ik verwacht dat dit boek vooral van toegevoegde waarde is voor studenten journalistiek, professioneel fotojournalidsten en documentair journalisten. Verder zal dit boek de bijzondere interesse hebben van de studenten politicologie & bestuurskunde.

De gecensureerde oorlog  is een imposant naslagwerk, dat voor het eerst nauwgezet en gedetailleerd in kaart brengt hoe de Nederlandse staatspropaganda overuren heeft gedraaid om te verbloemen dat in de oost iets “groots” werd verricht. +1 voor Louis.

De gecensureerde oorlog  – Louis Zweers, uitgeverij Walburg Pers (2013). 400 pagina’s.

De gecensureerde oorlog - Louis Zweers (2013)
De gecensureerde oorlog – Louis Zweers (2013)

3.0 aan de studie: Mel Krul

Mel Krul, een vlotte Indische 23-jarige student, zit in zijn scriptiefase van de studie Redactie en Mediaproductie op de Hogeschool Amsterdam. Tijdens dit interview voor Indisch 3.0 praat Mel voor het eerst over zijn achtergrond. ‘Het is toch wel een beetje souldigging.

Lifestyle and design
Mel Krul wilde graag werken voor een modeblad . ‘Ik interesseer me heel veel voor lifestyle en design. De opleiding Fashion Design die ik volgde was ook heel leuk , maar het was best een zware studie.’ Hij zag zichzelf er niet staan, ontwerpen maken in een klein kantoortje voor een bekend modemerk. ‘Ik doe het als hobby erbij. Als mensen iets nodig hebben, van knoopjes aannaaien tot een hele jurk maken, dan doe ik dat. Ik ontwerp ook kleding, gewoon omdat ik het leuk vind,’ vertelt Mel.

Zijn huidige studie Redactie en Mediaproductie op de Hogeschool Amsterdam heeft te maken met alle aspecten van de mediawereld, van tv series- kranten tot aan tijdschriften. ‘Ik kan redacteur worden bij een tv-show, krant of website, maar ik kan ook terechtkomen als bureauredacteur bij een krant of uitgeverij. Momenteel werk ik vier dagen bij een marketingbureau en één dag in de week werk ik aan mijn scriptie.’

Fusion marketing
‘Mijn scriptie is voornamelijk gebaseerd op Fusion Marketing. Dit is het succesvol toepassen van traditionele, online en content marketingstrategieën. Een voorbeeld van een fusion marketingstrategie is Customer Media. Hoe moet je de consument bereiken met de juiste media op het juiste tijdstip op de juiste plaats. En op welke manier schrijf je een artikel dat vervolgens hoog op Google verschijnt?’ In Nederland wordt dit reeds toegepast, alleen staat het nog niet bekend als Fusion Marketing. Veel Nederlandse bedrijven doen het nog met de losse hand. ‘Het is nog heel nieuw en omdat ik veel met content bezig ben, vind ik het heel interessant om marketingstrategieën op de content toe te passen.’ Het Indisch-zijn heeft geen rol gehad op Mel’s studie- en onderzoek keuze. ‘Ik heb Indonesië niet als doel in de vraagstelling van mijn scriptie gebruikt. Simpelweg heeft  het onderwerp geen raakvlakken met Indonesië en dus geen toegevoegde waarde voor mijn scriptie.’

Foto: Mel Krul
Foto: Mel Krul

 

Niet vandaag maar morgen
Als ik hem vraag over Indische gewoontes in vergelijking met niet-Indische studenten, denkt Mel direct aan de woorden van zijn moeder. ‘Aan het begin van mijn studie heb ik met heel veel pijn en moeite ‘het uitstellen’ moeten afleren. Mijn moeder zei altijd dat ik deze gewoonte had. ‘Wat vandaag niet af is, komt morgen wel.’ Deze eigenschap heeft Mel gelukkig kunnen doorbreken.

In het wereldje waarin hij nu zit, heeft hij altijd te maken met deadlines. In de omgang met docenten en medestudenten speelt Mel’s achtergrond geen rol. ‘Ik denk dat het meer afhankelijk is van opvoeding en niet zozeer door afkomst. Alhoewel ik denk dat wij Indische mensen toch amicaler kunnen zijn. Het duurt bij ons langer om mensen te leren kennen, maar vervolgens worden we wel snel close.

‘Over het algemeen hebben Hollanders misschien toch wel een soort van wall om zich heen. Eigenlijk ben ik een verwesterde Indo, alleen het eten zit er bij mij heel erg in. Zeker wel twee keer per week komen vrienden bij mij eten.’ Mel woont met twee kamergenoten en merkt stiekem een verschilletje als het om eten gaat. ‘Ik heb altijd geleerd als je kookt en anderen zitten erbij, dan is het onbeleefd zelf te eten en anderen niks aan te bieden.’

Pedas?
Mel’s vriendenkring bestaat onder andere uit veel Indische en Indonesische vrienden, uit Zuid-Limburg tot Groningen. ‘Met mijn Indische vrienden ga ik vaak naar het Tropenmuseum. Mijn Indonesische vrienden heb ik vooral leren kennen bij het uitgaan.’ Hij zoekt ze niet persé op, maar het gaat wel soms automatisch vertelt hij.

‘Je begint toch met de vraag, waar kom je vandaan? Dan voel ik gelijk een band. Ik vind ook dat de Indischen soms wel erg pedas kunnen zijn, ze zijn scherp in wat ze zeggen. Als ze iets vinden, dan zeggen ze dat ook meteen.’ Ik reageer even verbaasd omdat er over het algemeen wordt gezegd dat Indische mensen juist bescheiden en teruggetrokken zijn.

Mel haakt hierop in. ‘Ik zie dat er een groot verschil zit tussen de mensen die in Indonesië zijn geboren en in Nederland. Indonesiërs zijn meer ingetogen en heel lief. Ik ben juist meer iemand van straight to the point.’

Indische mensen die pedas zijn, dat was een opmerking die mij aan het denken heeft gezet na dit interview. Wat vinden jullie hiervan?

Pedas?   Bron: http://www.indonesisch-culinair.nl/ingredient/375-rawit.html
Pedas? Bron: http://www.indonesisch-culinair.nl/ingredient/375-rawit.html

 

Help jij je (oud) landgenoten?

Bronbeek

Vorig weekend ben ik een kijkje gaan nemen in Museum én Tehuis Bronbeek in Arnhem. Dit prachtige gebouw biedt ouderenzorg aan oud-militairen van de Nederlandse krijgsmacht en het Koninklijk Nederlands Indisch Leger (KNIL).  Het is naast een thuis ook een mmuseum. Op de begane grond van dit museum heeft men een schitterende tentoonstelling over het koloniale verleden van Nederland in Nederlands-Indië, met de nadruk op de militaire aspecten hiervan en in het bijzonder het KNIL. Op de eerste etage heeft men een tentoonstelling met de titel: “Het verhaal van Indië“. De tentoonstelling geeft een goed beeld van het leven in Nederlands-Indië in de jaren voor, tijdens en na de oorlog.

Goede Doelen Actie
Terwijl ik door de tentoonstelling op de eerste verdieping loop kom ik een aantal keren de woorden Warga Negara tegen.  Opeens moet ik denken aan de Goede Doelen Actie die ik vorig jaar december, samen met de redactie van Indisch3.0, heb opgezet. Ik ben toen in aanraking gekomen met vele Stichtingen en initiatieven die zich inzetten voor betere leefomstandigheden, gezondheid én scholing van Indonesische  kinderen en volwassenen. Voor deze actie heb ik met vijf Stichtingen interviews mogen houden  en artikelen geschreven over de Goede Doelen, die door  de bezoekers van Indisch3.0 waren gekozen. Helaas viel een Stichting nét buiten de boot. Tijdens mijn bezoek aan Bronbeek moet ik een paar keer denken aan deze Stichting. Omdat ik deze Stichting persoonlijk een warm hart toedraag wil ik mijn blog deze keer wijden aan Stichting “Help de Indischen in Indonesia“.

Warga Negara’s
In Indonesië leeft nog altijd een groep mensen die gezien kan worden als Indische-Nederlanders. Deze groep is om verschillende redenen in Indonesië gebleven en is niet, zoals veel Indische-Nederlanders in de jaren vijftig, naar Nederland gekomen. Veel van deze mensen zijn gebleven en Warga Negara’s (Indonesische nationaliteit) geworden. Dit  deed men om bijvoorbeeld hun baan en bezittingen te behouden.  Ook is er een grote groep die noodgedwongen het Warga Negara-schap is aangegaan. Zij hadden geen papieren meer om te bewijzen dat zijn Nederlander waren. Hun eigendommen zijn verloren gegaan tijdens de oorlog of tijdens de Bersiap. Voor deze achterblijvers was in de Republiek Indonesië geen werk meer. Ze werden gediscrimineerd vanwege hun Nederlandse naam, uit hun functies gezet en als derderangsburger behandeld. Het gevolg was een leven lang armoede en gediscrimineerd worden.

Structurele hulp

Ruud en Leida Sellier
Ruud en Leida Sellier

De Stichting “Help de Indischen in Indonesia” is opgezet door Ruud en Leida Sellier, beide geboren in Nederlands-Indië. Tijdens een samenzijn met een oud buurmeisje in Surabaya (die daar overigens ook woont), vroegen zij zich hardop af of er in de stad nog arme Indische mensen zouden wonen. Dit bleek het geval te zijn. Het echtpaar Sellier heeft toen twee families uit eigen middelen financieel kunnen helpen, maar besefte zich ook dat deze mensen, en vele anderen, structurele hulp nodig hadden, zo is de Stichting ontstaan.

 

 

Hoog bejaard

renovatie van kampung huisje
renovatie van kampung huisje

De Stichting “Help de Indischen in Indonesia”  steunt deze groep Indische mensen. Veel van deze mensen zijn inmiddels hoog bejaard. De Stichting probeert  om de vergeten oudere Indische Nederlanders in Indonesië een menswaardig bestaan te geven. Buiten een vaste uitkering en het vergoeden van medische

kosten, probeert de Stichting ook  hun woon en leefklimaat te verbeteren.  Dit doen zij o.a. door het realiseren van renovaties van hun Kampung huisjes en woonkamers, maar ook het zoeken van vervangende woonruimte of het zoeken van thuiszorg.

 

Dina Voges ontvangt steun van de stichting
Dina Voges ontvangt steun van de stichting

MAX Maakt Mogelijk
Op achttien oktober 2013 zendt televisie zender MAX een aflevering uit in hun rubriek “MAX Maakt Mogelijk”. In deze aflevering wordt aandacht besteedt aan de vergeten Indische ouderen in Surabaya. De Stichting van het echtpaar Sellier, krijgt landelijke aandacht en dan blijkt opeens ook hoe weinig mensen weten dat er nog altijd Indische-Nederlanders in Indonesië wonen. De zender wordt overspoelt met reacties. Op de website van MAX staat te lezen: “nog nooit eerder kreeg MAX Maakt Mogelijk zoveel reacties op een uitzending als na de reportage over de vergeten Indische Nederlanders”. Vele donaties komen binnen en de uitzending is een groot succes.

Help Indischen in Indonesia

 

Help de Indischen in Indonesia!
Ondanks de landelijke aandacht die Stichting kreeg door de televisie-uitzendingen van MAX, is er altijd behoefte aan meer steun in de vorm van donaties.
Help jij je landgenoten? Stort dan nu op: ABN AMRO rek.nr NL 03ABNA 0524560501 tnv ST HELP DE INDISCHEN

Voor meer informatie klik hier voor de website van de Stichting of bekijk hun facebookpagina

 

 

 

Winnaar Valentijnsactie Kantjil & de Tijger krijgt toegang tot speciaal Valentijnsevent

Oprichter Albert Jonkman: ‘We zijn een eigenwijs restaurant dat al 25 jaar in Amsterdam bestaat.’

Vandaag maken we bekend wie het Valentijnsdiner voor twee heeft gewonnen bij het Indische restaurant Kantjil & de Tijger in Amsterdam. De oprichter ervan vroeg ik naar zijn Indoroots. “Het motto voor Kantjil is senang. Als onze gasten, medewerkers en leveranciers zich zo voelen, dan doen we het goed.”

Mango Coco Salad van Kantjil en de Tijger
Mango Coco Salad van Kantjil en de Tijger

De ondernemer praat met een licht Amsterdams accent, al is zijn ‘o’ nog steeds onmiskenbaar Haags. ‘Kantjil is begonnen in Den Haag, in 1980. Het was een kleine zaak, wat ik in Rotterdam en Amsterdam had was groter. In Rotterdam liep het niet. De ene week zat het bomvol, de volgende week hadden we op zaterdag 20 gasten. Nu ik nog maar één zaak heb, merk ik dat ik misschien wel gelukkiger ben dan toen dat er drie waren.’

Het restaurant, in Jonkman’s woorden een ‘evergreen waar je ouders kwamen en nu jij onze gast bent’ ontvangt jaarlijks 150.000 gasten, een duizelingwekkend aantal. Wat doet Kantjil goed? ‘De Indische keuken is niet meer sexy. Wij zijn daarmee aan het experimenteren. Overdag met de lunch serveren we nieuwe gerechten, we hebben een Indische high tea en een Indische high wine. We hebben bitterballen van rendang en ritja-ritja. Voor het diner hebben we de gewone gerechten zoals rendang en gado-gado, maar ook si0mai, een spectaculair dim-sumgerecht dat populair is in Bandung en wij op de kaart zetten als Bandung classic.’

Jonkman komt graag in Indonesië, al voelt hij zich daar meer westerling dan hij zou willen.
‘In ’88 ben ik voor het eerst naar Indonesië gegaan. Ik had er jaren naartoe geleefd. Het was mijn moederland – mijn moeder is Indo, mijn vader is een KNIL’er uit Meppel – en eindelijk zou ik thuis gaan komen. Niets was minder waar. Ik was daar gewoon een toerist, een belanda. Nog steeds is het zo dat ik bij de tuan besar aan tafel moet van de jongens, als ik er ben, terwijl zij op de grond blijven zitten. “Dat is beter zo,” zeggen ze dan. Daar word ik wel verdrietig van.’

‘Ik heb me altijd heel erg Indo gevoeld, zeker de laatste tijd. Het Indo zijn komt steeds meer terug. Ook mijn kinderen, en dan met name mijn jongste zoon, zijn er trots op. De jongste is hartstikke blond en heeft blauwe ogen, maar ziet het Indisch monument, in Den Haag, als “ons monument, hè, pap?”. Dat is mooi, toch?’

De winnaar van een diner bij Kantjil is Elvira, die haar 2,5 jarig huwelijk met haar man Jurriaan gaat vieren. Zij krijgen daarmee toegang tot het speciale ValentijnseventGefeliciteerd, met deze prijs en met jullie samenzijn! Elvira, stuur je je gegevens naar de redactie [@] indisch3.nl?