16
Weg uit Indië: avontuurlijk jongensboek
De kwetsbaarheid van een kind in oorlogstijd
Weg uit Indië van Hans Vervoort is een jeugdboek over Indië. Ook al heb ik er enkele kanttekeningen bij, het is een aanrader. Voor kinderen, jongeren én voor volwassenen. In 212 pagina’s vertelt Vervoort vlot en boeiend over het tempo doeloe-leven in Indië, de kamptijd, de bersiap, de overtocht van Indonesië naar Nederland en over leren leven in Nederland.
Hans en Sonja zijn twee in Indië geboren kinderen, die elkaar ontmoeten als ze met hun moeders op transport gesteld worden naar een van de vrouweninterneringskampen op Java. De vader van Hans was eerder al opgeroepen als militair, de vader van Sonja is spoorloos. De twee kinderen doorstaan de Japanse bezetting samen vanachter het gedek. Door een ongelukkige speling van het lot komt Hans er alleen voor te staan en neemt de moeder van Sonja, tante Aal, hem op als broertje van Sonja. Tante Aal, Sonja en Hans verlaten het kamp tijdens de bersiap en gaan vanuit Surabaya aan boord van een van de repatriëringsschepen naar Nederland. In Nederland aangekomen krijgt het samengestelde gezin, naast een hoop koude rillingen, een onverwacht fraaie verrassing.
Vooropgesteld: ik ben geen jongen of een lezer van 10 jaar. Dat gezegd hebbende, durf ik het toch aan om te zeggen dat Weg uit Indië een fijn boek is. Wat Weg uit Indië zo aantrekkelijk maakt, is om te beginnen de toegankelijke schrijfstijl en het vlotte tempo. Daarnaast legt Vervoort alles aan zijn lezers uit: van sapoelidi tot mandibak. Daarmee neemt de auteur lezers mee in de cultuur van Nederlands-Indië, zonder paternalistisch te worden. Tot slot, wat dit boek zo boeiend maakt voor volwassen lezers, is dat we het verhaal over bezetting/bersiap/repatriëring door de ogen van een kind lezen. Zodoende maakt Vervoort de kwetsbaarheid van kinderen in oorlogstijd zichtbaar, een thema dat nog steeds actueel is, helaas. Ik voelde me geraakt door die kwetsbaarheid en door het verdriet om het uiteenvallen van gezinnen.
Waar ik me tijdens het lezen het meest over heb verbaasd, is dat 2/3e van het boek over het leven in kamp gaat. De beschrijving op de achterflap wekt een andere verwachting: “Iedereen vlucht en ook Hans en Sonja moeten weg uit Indië. Een gevaarlijke tocht begint. Zal het ze lukken?” Maar goed. Dat is misschien wel bijzaak. Verder vind ik sommige passages te kinderlijk geschreven en andere weer te confronterend voor kinderen van 10 jaar. Las ik over martelingen toen ik 10 jaar oud was? Ik weet het niet meer. Zei ik nog ‘broembroem’? Ach, ook toen al was ik geen jongen van 10.
Weg Uit Indië. Hans Vervoort. Uitgeverij Conserve. Schoorl, 2012. 17,95 euro. Bestellen via de website van Hans Vervoort levert je een aardig voordeeltje op.
2
Marion Bloem – Meer dan mannelijk #indischeboekenweek
Lust is sterker dan liefde
De roman Meer dan mannelijk van Marion Bloem gaat over de spanning tussen lust en liefde. Bloem weet die spanning geloofwaardig over te brengen. Helaas voor hoofdpersoon ‘ik’ slaat de balans door naar lust. De liefde heeft het nakijken en de overdaad aan grafisch beschreven sekspartijen breekt ’ik’ uiteindelijk op. Mij als lezer ook, trouwens.
De naamloze hoofdpersoon valt als puber knetterhard voor Etna, vriendin van de achterneef van ‘ik’. Als ‘ik’ 13 jaar is, leert de acht jaar oudere Amsterdamse Italiaanse ‘ik’ om haar te beminnen zoals zij dat wil. Uit wraak, zo vertelt ze hem achteraf.
Meer dan mannelijk is het levensverhaal zoals ‘ik’ dat aan het kind vertelt, dat Etna en hij samen gemaakt hebben om goed te maken dat hij als vader afwezig is geweest. De ontmaagding door Etna tussen de klaprozen is het begin van een opwindende liefdesaffaire die de rest van het leven van ‘ik’ aanhoudt. Hij is dan gevierd acteur geworden, Etna internationaal gerenommeerd befaamd regisseur.
De vele orgasmen van de hoofdpersoon in de tot in detail beschreven seksscènes, met onder andere vuistneukende sadomasochistische cougars en rondborstige blondines in drukke postkantoren, voorspellen weinig goeds. En ja hoor, de continu rukkende, likkende, vingerende en stotende ‘ik’ krijgt de rekening gepresenteerd in de vorm van prostaatkanker.
Knap is hoe Bloem de hoofdpersoon laat zappen tussen de verschillende perioden in zijn leven. Mooi aan Meer dan mannelijk is hoe de karakters in het boek zich ontwikkelen. Elk van hen, van ‘ik’ tot zijn ouders of vriendinnen, is hierdoor nodig om het verhaal geloofwaardig en boeiend te houden. Vooral Etna en ‘ik’ geven zich steeds meer bloot. De schuchterheid, verlegenheid en koppigheid waarmee de twee dierlijke minnaars van elkaar zijn gaan houden, maakt de twee hoofdpersonen menselijk, kwetsbaar en herkenbaar.
Charmant zijn de Indische details die Marion Bloem niet toch achterwege kon laten. Zo voert ze een Molukse beveiliger op, een (niet etnisch benoemde) vriendin die een Indonesisch restaurant wil beginnen en noemt gado-gado en nasi goreng als favoriete gerechten van een van de karakters. Daarnaast doen de vele bijnamen denken aan het Indische gebruik om elkaar bij voorkeur een andere naam te geven dan de naam waarmee je geboren bent.
De dampende seksscènes zijn opwindend en erotisch, zeker. Toch lees ik Meer dan mannelijk met een dubbel gevoel uit. Alsof ik net seks heb gehad tegen mijn zin, zeg maar. De hoofdpersoon spuit zichzelf wel erg veel en erg plakkerig klaar. Zoveel dat het gaat irriteren en ‘Ja nou weet ik het wel’-reacties oproept. ‘Sex sells’?
Bovendien, waarom beschrijft de beste man voor zijn kind in geuren kleuren over élk orgasme dat hij gehad heeft? En hoe hij vrouwen euforische orgasmen heeft weten te bezorgen, inclusief de moeder van het kind aan wie de man zijn levensverhaal vertelt? Ik bedoel: welk kind wil dat tot in de grafische, geurende details van zijn ouders weten? Het is dát gebrek aan inlevingsvermogen, dat de geloofwaardigheid van Meer dan mannelijk uiteindelijk onderuit haalt en het boek reduceert tot een, in de woorden van Bloem, ‘geil boek.’
Wil jij zelf bepalen wat je van dit boek vindt? Share dit artikel op Twitter met #indischeboekenweek en maak kans op een van de geschenk-exemplaren! Geen Twitter, wel winnen? Mail dan vijf vrienden de link naar de recensie van het boek dat jij wil winnen en zet redactie@indisch3.nl in de CC! Let op: sharen op Facebook kunnen we niet tracken, alleen RT’s of Tweets #indischeboekenweek komen voor een gratis exemplaar in aanmerking.
29
Griselda Molemans – Oog van de Naald #indischeboekenweek
Eigentijdse “whodunnit” met Indisch Los Angeles in de hoofdrol
Oog van de Naald is de eerste thriller van journaliste Griselda Molemans en meteen een actuele pageturner, knap geschreven, met een licht erotische afdronk. Het boek leest als een uitgebreide aflevering van CSI, met dezelfde snelheid, technische snufjes en (forensische) details. Wat Molemans toevoegt, is ruimschoots aandacht voor de Indische scene in LA, dankzij Indische hoofdpersonen (2.0) Fay Pizarro en Mike Flohr.
In Los Angeles loopt een ‘Tattoo maniak’ rond, die vrouwen drogeert en ze in het gezicht tatoeëert. Journaliste Fay Pizarro en rechercheur Mike Flohr proberen allebei deze zaak op te lossen. Dit tweetal ontmoet elkaar als ze allebei met hun families op de zaterdagse pasar bij LA zijn. Duidelijk tot elkaar aangetrokken, komt het uiteindelijk tot een date. Tegelijkertijd heeft de Tattoo maniak net zijn tweede slachtoffer gemaakt.
Mike en zijn partner Jake worden direct op de zaak gezet. Fay Pizarro, die als reporter bij de Star-News werkt, hoort voor het eerst over de misdaden via een collega. Die wil haar connectie met Mike gebruiken om de scoop te krijgen over de misdaad. Hoewel die vlieger niet op zal gaan, raakt Fay hevig geïnteresseerd in de aanvallen op vrouwen, die steeds gewelddadiger worden. Pizarro weet veel af van tattoeages, kent de tattoowereld in LA, werkt voor Star News aan een serie over beroemdheden en tattoeages en wordt – tegen wil en dank?- verliefd op Mike. Voor Fay het weet, heeft zij de sleutel tot de ontknoping in handen.
Schrijf- en marketingtechnisch is het boek knap geschreven. De overdosis medicijnen die tot de dood van Michael Jackson hebben geleid, de website Indisch4ever die geen onbelangrijke rol speelt of de interviews met Kobe Bryant en David Beckham over hun tattoos: de vele ‘haakjes’ in het boek met de actualiteit maken dat Oog van de Naald leest alsof het gisteren geschreven is. Daarnaast krijgt het boek, naast de thriller-verhaallijn, een opwindende, chick-flick-achtige lading door de sexually charged ontmoetingen tussen Fay en Mike. Tot slot zorgt de Indische scene in Los Angeles voor een bijzondere colour locale.
Sterker nog, je zou zelfs kunnen zeggen dat niet Fay en Mike de hoofdrol hebben, maar de Indo-scene in LA. Hoewel Oog van de Naald doorspekt is van jargon over tattoos, journalistiek, muziek en Amerikaanse celebs, krijgt alleen de Indische wereld uitleg. Het is bovendien op de Indische pasar, waar sinds de jaren ’50 Indo’s bij elkaar komen, dat de twee hoofdpersonen elkaar ontmoeten. En er is nog een andere reden waarom ik dit zeg, die ik wegens spoiler alert niet kan vermelden.
Een knap staaltje schrijfkunst is verder het gemak waarmee Molemans schakelt tussen de vertelperspectieven. Als lezer kijk je mee over de schouder van respectievelijk Fay, Mike & zijn partner Jake én de Tattoo maniak. Elk hoofdstuk is bovendien net zo lang als verteltechnisch noodzakelijk is en uit de eerste paar zinnen kan je onmiddellijk opmaken met wie je meekijkt. Hierdoor weet je als lezer meer dan de drie afzonderlijke partijen, zie jij de plot al aankomen en denk je, net als in een thriller-film: “Nee, nee, ga daar nou niet naar binnen!”
Toch moest ik me wel even door het begin heen trekken. Ik had moeite met de karakterschets van het personage Fay Pizarro. Ik worstelde continu met de vraag hoe geloofwaardig ik haar vond. Tegelijkertijd miste ik op het einde diezelfde aandacht voor het karakter van de Tattoo maniak. Verder wilde ik mezelf vooral in de ‘whodunnit’-modus storten, maar kreeg ik zoveel details over de Indo-scene LA te verwerken, zonder dat die echt te maken hadden met de ontknoping: als thriller-liefhebber wilde ik gewoon lézen.
Dat ik al die sfeerschetsen op een zeker moment welletjes vond, zou heel goed te maken kunnen hebben met mijn eigen Indische achtergrond. Veel van wat erin staat wist ik al. Misschien is Oog van de Naald juist een Indisch boek dat erg geschikt is voor een niet-Indisch publiek. ‘Het is ook nooit goed’ zal je misschien denken. Fair enough. Lees hem zelf en vertel jij ons wat jij van Molemans’ thriller-debuut vindt.
Wil jij zelf bepalen wat je van dit boek vindt? Share dit artikel op Twitter met #indischeboekenweek en maak kans op een van de geschenk-exemplaren! Geen Twitter, wel winnen? Mail dan vijf vrienden de link naar de recensie vh boek dat jij wil winnen en zet redactie@indisch3.nl in de CC! Let op: sharen op Facebook kunnen we niet tracken, alleen RT’s of Tweets #indischeboekenweek komen voor een gratis exemplaar in aanmerking.
27
Jill Stolk – Ademtocht #indischeboekenweek
Monoloog van grote zus & enig kind
Week van het Indische boek 2011
Haar indrukwekkende Scherven van smaragd kwam uit tijdens de ‘Indische lente’ in de jaren ’80, haar laatste boek is uitgekomen in het jaar dat veel van onze lezers nog op de kleuterschool zaten: Jill Stolk publiceerde in 1996 Indië was alles. Alles. Daarna begaf deze veelzijdige Indische zich op andere terreinen. Tot dit jaar. Want sinds mei 2011 ligt haar nieuwste boek Ademtocht (De Witte Uitgeverij) in de boekhandels.
In Ademtocht vertelt Zenadine Sandt hoe zij de dood van haar jongere broer Beer verwerkt heeft. Dit vertelt zij aan de geestverschijning van Beer zelf, twintig jaar na zijn overlijden. Binnen deze verhaallijn leidt de schrijfster de lezer vakkundig rond in de zieleroerselen van Zenadine: Indisch kind, Haags meisje, grote zus, enig kind. Dat Stolk kan schrijven, daar is geen twijfel over. Waar ik wel over twijfel, is of ik dit boek zou aanbevelen aan anderen.
Het boek is een monoloog en doet denken aan een dagboek, waarin Zenadine optekent hoe ze van grote zus enig kind werd. Ze beschrijft aan haar broer hoe zij de relatie met hem ervaren heeft en hoe zij en haar ouders geleefd hebben na zijn overlijden. De geestverschijning van haar broer praat niet terug en ook de gedragingen haar ouders & echtgenoot, de andere karakters, beschrijft zij aan haar broer. Als lezer begeef je je daardoor grotendeels in de gedachtespinsels van Zenadine Sandt; alle gebeurtenissen zie je door haar ogen, de discussies lees je in haar woorden. Het gevaar van monotonie ligt dus op de loer.
Voeg hieraan toe dat je het boek alleen kan lezen zonder vragen te stellen over de ‘echtheid’ van geestverschijningen, itjing en andere aanverwante niet-waarneembare fenomenen. De inhoudelijke verhaalllijn is daar namelijk sterk op gebaseerd. De hoofdpersoon wordt net zo ziek als haar broer en laat ik zeggen, om de clou niet weg te geven, dat Zenadine het over de oorzaak daarvoor niet eens is met de conclusies van de westerse medici.
Wat mij als lezer geboeid heeft, is de overkoepelende vraag: hoe verwerk je het verlies van een broer (of zus)? Zeker als de achterblijver geen warme relatie met de overledene had? Die spanning, tussen de intimiteit van de persoonlijke rouwverwerking en de afstandelijkheid van de broer-zus relatie, hield me tot aan het einde toe nieuwsgierig. Daarnaast heb ik met bewondering gelezen hoe Zenadine, indirect maar bewust en openhartig, haar mooie en minder mooie eigenschappen aan haar broer beschrijft.
Toch werd mijn bewondering op het laatst flink om zeep geholpen. Het intieme karakter van Ademtocht maakt de laatste paar bladzijden ruimte voor een korte lezing over Indische repatrianten en de parallel met het verhaal van Beer. Of het nou de keuze van de schrijfster of van de uitgever is geweest, ik weet het niet. Hoe dan ook, het is best zorgwekkend dat beiden het er uiteindelijk over eens geworden zijn dat het lezend publiek blijkbaar niet intelligent genoeg is om zelf na te denken.
Ademtocht is een eerlijk en oprecht boek. Maar onverdeeld enthousiast ben ik er niet over. Ik kan me voorstellen dat dit boek boeiend en herkenbaar is voor mensen die een broer of zus verloren hebben. En ik kan me voorstellen dat er mensen zijn die dit boek na een paar pagina’s wegleggen.
Wil jij zelf bepalen wat je van dit boek vindt? Share dit artikel op Twitter met #indischeboekenweek en maak kans op een van de geschenk-exemplaren! Geen Twitter, wel winnen? Mail dan vijf vrienden de link naar de recensie vh boek dat jij wil winnen en zet redactie@indisch3.nl in de CC! Let op: sharen op Facebook kunnen we niet tracken, alleen RT’s of Tweets #indischeboekenweek komen voor een gratis exemplaar in aanmerking.
31
TTF 2011: Misdaad en Indocultuur in LA
Boekpresentatie Oog van de Naald
In het nieuwe Bibit/Bintang-theater presenteerde Griselda Molemans (o.a. Zwarte huid, oranje hart) afgelopen week haar nieuwste boek, Oog van de Naald. Oog van de Naald is een thriller waarin journaliste Fay Pizarro het mysterie onderzoekt van een tattoo-maniak in LA die vrouwen op hun voorhoofd tatoeëert. Molemans woont in Los Angeles, Californië: niet toevallig dus, dat het boek zich daar afspeelt. Een impressie van het gesprek dat Alfred Birney met de schrijfster voerde, over de Indocultuur in LA en Oog van de Naald.
Bijzonder is niet zozeer dat het een thriller is. Bijzonder is dat de hoofdpersonen Indo’s zijn, veel details in het boek Indisch zijn én de ontknoping (wat die ook is..) een Indisch karakter kent. In het boek wordt bijvoorbeeld veel over eten geschreven. Zo trekt Fay, aldus Birney, op een gegeven moment zelfgemaakte bami uit de ijskast.
Molemans: ‘Ja, Fay heeft een Indische moeder en een Indo-Afrikaanse vader en is heel erg opgevoed met “Eten is het vertrekpunt van alles.” In eerdere versies kwam Indisch eten nog veel meer voor in het boek. Totdat mijn redactrice zei: “Luister, ik vind het heel leuk wat je schrijft, maar moet er nou heel de tijd bami goreng udang uit de kast getrokken worden? Kan dat wat minder?” Ik heb er dus wat bami uitgehaald, kan je zeggen.’
Birney leest een passage voor uit het boek, waarin de hoofdpersonen zich voorstellen als tweede generatie Indo’s. De schrijfster: ‘Wat ik beschrijf is een ontmoeting op een Indonesische markt, ooit opgezet vijf jaar geleden in een deelgemeente vlakbij Pasadena. Daar komen ook heel veel Indische mensen. Elke zaterdagochtend, om een uur of 9, gaan de kraampjes open. Iedereen gaat dan lekker makan en met mekaar zitten kletsen. Het grappige is dat de Indo’s zich aan elkaar, als een soort tweede natuur, heel makkelijk als eerste, tweede of derde generatie voorstellen.’

Molemans laat zien waar de AVIO ligt, de Indische soos die opgericht is door niemand minder dan Tjalie Robinson zelf. (c) Kirsten Vos/ Indisch3.0 2011
Veel Indo’s in de VS worden aangezien voor Mexicanen. Dat ligt heel gevoelig, legt Molemans uit. ‘Indo’s zeggen: “Luister, wij hebben allemaal moeite gedaan om te emigreren onder een bepaalde wet, we hebben keihard moeten werken. En de meeste Mexicanen, het is pijnlijk om te zeggen, steken illegaal de grens over.” Sommige Indo’s maken er misschien handig gebruik van en laten zich casten als Mexicanen in films. Maar verder kom ik alleen maar hele pijnlijke situaties tegen.’
Indo’s in LA zijn behoorlijk actief. ‘Vast markeer punt is 15 augustus, vertelt Molemans. ‘Dan worden er eerst bloemen gelegd op de National Cemetary en daarna gaat iedereen naar de AVIO, er is dan een groot feest ’s avonds, iedereen keurig in pak, en dan wordt er ook gedanst. Dat is altijd stampvol, erg goed bezocht. Daar zie je dan ook, opmerkelijk genoeg, heel veel kinderen en kleinkinderen meekomen. Dat is ontroerend om te zien.’
Indische jongeren in LA zijn zich erg bewust van hun Indo-roots, sluit Griselda af. ‘Veel jongeren komen niet met hun grootouders en ouders mee naar de AVIO, omdat ze geen Nederlands spreken. En ouderen denken vaak dat de Indische cultuur zal uitsterven. Maar ze komen wel naar de herdenking op 15 augustus, en er zijn veel jongeren die Bahasa Indonesia gaan leren, naar Indonesië op reis gaan, zelfs Balinees leren dansen. De Indische jongerencultuur in LA is erg levendig.’
In Oog van de naald speelt reporter Fay Pizarro de hoofdrol. Via een serie artikelen over sterren met tatoeages komt ze in Los Angeles op het spoor van een maniak die vrouwen ontvoert, drogeert en in hun gezicht tatoeëert. Een ontdekking die niet zonder gevaar is. Oog van de Naald is deel 1 van een nieuwe thrillerserie, met Fay Pizarro in de hoofdrol. Bekijk o.a. de voorpublicatie op www.oogvandenaald.nl. In juni, de maand van het spannende boek, verschijnt op Indisch3.0 een recensie over deze thriller.
11
De Engel van Kebayoran: roman of geschiedschrijving?
In tegenstelling tot eerdere publicaties van Louis Zweers, zelfstandig kunst- en fotohistoricus en publicist over Nederlands-Indië/Indonesië, behoort De engel van Kebayoran tot literaire non-fictie, wat dit boek maakt tot zijn debuutroman. Op zoek naar het verhaal voor deze roman en de achtergrond van zijn familie reist Zweers af naar zijn nicht Lily in Bandung, Indonesië. Aan de hand van ontmoetingen met verschillende personen die een belangrijke schakel vormen in de geschiedenis van de familie maakt de auteur een reis door de tijd van het voormalig koloniale Indië tot het Indonesië van nu.
Na de soevereiniteitsoverdracht van Nederlands-Indië in december 1949 vertrekken volgens Zweers bijna 200.000* (Indische-)Nederlanders naar het moederland. Tegen deze stroom in vertrekt Lily, een achttienjarige blonde Hollandse jongedame, in de zomer van 1951 richting Indonesië om de liefde van haar leven achterna te gaan.
In Indonesië gaan in verloop van tijd de antiwesterse ideeën van Soekarno dusdanig ver dat er geen Europeaan meer veilig is en er een grote uittocht op gang komt waarin de laatste tienduizenden Nederlanders Indonesië uit veiligheidsoverwegingen verlaten. Uiteindelijk is er bijna geen blanke meer te bekennen op Java. Lily’s echtgenoot, Raden Amir, raakt zelf ook steeds meer in de ban van de nieuwe politiek leider Soekarno en ook hun kinderen beginnen zich af te zetten tegen hun ‘blanke’ achtergrond, maar daar laat Lily zich niet door ontmoedigen. Ze heeft gekozen voor Indonesië en haar Amir en daar blijft het bij. Ze is vastberaden om haar (gezins-) leven te doen slagen in Indonesië. Een turbulent leven in de tropen volgt.
Het verhaal is boeiend, dat zeker. Het brengt herkenning met zich mee en roept daardoor vragen op over hoe de situatie voor onze voorouders zou zijn geweest in die tijd, of het vergelijkbaar was met de situatie van Lily en Amir, en hoe het zou zijn als zij net als Lily in Indonesië waren gebleven en wij ook daar opgegroeid zouden zijn in plaats van hier in Nederland. Een Indische familie staat centraal die je op een (voor Indische begrippen) uitzonderlijk persoonlijke wijze meeneemt door een Nederlands-Indische geschiedenis over een periode van pakweg twee eeuwen lang. En daar ligt precies het punt waarom het boek als een roman toch niet heeft kunnen pakken. De grote hoeveelheid aan feiten, jaartallen en de vakkundige behendigheid waarmee de familie in de historische context wordt geplaatst doet af aan het verhaal van de familie zelf waardoor het de lezer moeilijk wordt gemaakt zich mee te laten voeren door de hoofdpersonen in deze roman.
Aan de hand van ontmoetingen met verschillende personen die een belangrijke schakel vormen in de geschiedenis van de familie maakt de auteur een reis door de tijd van het voormalig koloniale Indië tot het Indonesië van nu. Elk persoon heeft een eigen verhaal en neemt een speciale plek in in de geschiedenis van de familie, welke met academische precisie worden ingebed in de historische context van het postkoloniale Indonesië. Juist nu de historische context hét kader biedt voor deze roman is het van essentieel belang dat de gebeurtenissen, jaartallen en aantallen die worden genoemd correct zijn. Dat er bijna 200.000 (Indische-)Nederlanders na de soevereiniteitsoverdracht in 1949 naar Nederland zijn gekomen ligt wat aan de hoge kant als je nagaat dat er in die periode rond de 81.000 repatrianten werden geteld.*
Toch is De engel van Kebayoran veel meer dan een geschiedschrijving alleen. Ondanks de fragmentarische informatie die er over de familie voor handen is, komt door de academische vaardigheden van Zweers een nauwkeurig gereconstrueerde familiegeschiedenis tot stand waarin alle gebeurtenissen, verhalen en personen een eigen plek krijgen in het geheel. Het beeldende taalgebruik van Zweers laat je de dingen zien door zijn ogen. Door zijn oren hoor je het geruststellende gesjirp van de krekels op de achtergrond. Hij laat je voelen, ruiken en proeven en geeft een stem aan het uitzonderlijke levensverhaal van Lily, haar voorouders en haar kinderen te midden van een turbulente geschiedenis in het voormalig Nederlands-Indië tot het Indonesië van nu. Hij geeft een stem aan De engel van Kebayoran.
*Noot van de redactie: de door Zweers genoemde aantallen komen opmerkelijk genoeg niet overeen met het totale aantal van (bij benadering) 300.000 repatrianten waar de meeste historici in Nederland het over eens zijn, of met het aantal repatrianten dat in 1949 vertrok.
Bestel het boek via Van Stockum en steun Indisch3.nl!
4
Prijswinnaars Rivier de Brantas
Gisteren bezocht Indisch 3.0 schrijver Alfred Birney voor het signeren van de drie exemplaren van Rivier de Brantas die gewonnen zijn door Lucienne, Nathan en Patrick.
28
Lees en win: Rivier de Brantas
[box type="shadow"]Indisch 3.0 organiseert, in samenwerking met uitgeverij In de knipscheer, een exclusieve lezersactie: lees de voorpublicatie en win een van de drie op naam (!) gesigneerde exemplaren van Rivier de Brantas![/box]
3-3-2011, 16:00 uur, de uitslag
We hebben zojuist de prijswinnaars van Alfred Birney’s boek Rivier de Brantas op de hoogte gesteld: Nathan Kars, Luciënne Beeloo en Patrick Wouters ontvangen binnenkort een gesigneerd exemplaar. Gefeliciteerd!
Wat kan je winnen?
Een van de drie exemplaren van Rivier de Brantas, die schrijver Alfred Birney op naam van de winnaars zal signeren.
Wie kunnen meedoen?
Iedereen die Indisch3 volgt op Twitter of fan is op Facebook mag meedoen. Natuurlijk zijn leden van de redactie, de freelancers en hun familieleden van deelname uitgesloten.
Hoe doe je mee?
- Zorg ervoor dat je Indisch3.0 volgt op Twitter (www.twitter.com/indisch3) of Fan bent van onze Facebookpagina (Vind ik leuk/ Like ons op www.facebook.com/indisch3).
- Lees deze voorpublicatie (pdf): Voorpublicatie-Indisch3-rivier-de-brantas.
- Beantwoord de vraag zoals omschreven in de voorpublicatie.
- Zorg ervoor dat je antwoord voor 3 maart 15:00 uur bij ons binnen is. Je ontvangt een bevestiging van deelname.
- Alle deelnemers die zich hieraan houden en een goed antwoord insturen, dingen mee naar een van de drie boeken.
Wanneer zijn de winnaars bekend?
Op 3 maart 21:00 uur maken we de winnaars bekend op Twitter, Facebook en onze website. Over de uitslag kan, zoals dat overal altijd staat, ook bij ons niet worden gecorrespondeerd.
Over Rivier de Brantas
Rivier de Brantas is het verhaal rond een gitarist, die bij het graf van zijn grootmoeder op Java een vloek wil bezweren die op zijn familie zou rusten. In het boek, vol tempowisselingen en vertellingen, passeert de Nederlandse koloniale geschiedenis spelenderwijs de revue. Iedereen die de reizende gitarist ontmoet lijkt van die ingrijpende geschiedenis doordrongen, in tegenstelling tot veel mensen in Nederland. Herinneringen lijken plaatsbepaald, en de gitarist, met zijn familiewortels op Java en in Nederland, moet lang met zijn vragen wachten voordat hij uiteindelijk een antwoord krijgt van toevallige passanten.
Indisch3.0 recenseerde deze novelle als eerste in Nederland. De boekpresentatie vindt plaats op 6 maart a.s. in Haarlem en jij kan erbij zijn. Lees het in Uitnodiging 6 maart Alfred Birney (pdf).
25
Rivier de Brantas als zuiverend slot trilogie
Na de dood komt het leven
Bij het lezen van Rivier de Brantas, de nieuwste Birney, zou je bijna vergeten dat het eerste deel van deze rivierentrilogie in 2009 gezien werd als zijn ‘rentree’ in schrijversland. Na het mysterieuze Rivier de Lossie, dat zich in Schotland afspeelde, volgde het onthullende deel twee, Rivier de IJssel, waarin de ik-figuur als bij toeval tijdens een nachtelijke ontmoeting in Deventer de eerste schillen rond zijn familiegeschiedenis kon afpellen. Met Rivier de Brantas gaat Birney door alle lagen van het noodlot heen en maakt hij de cirkel rond – of, eigenlijk, voor het eerst open.
In Brantas vertrekt de gitaarspelende ik-figuur op de valreep naar Jakarta, voor een optreden tijdens een soiree van de Nederlandse ambassade. Hij besluit, omdat hij er toch is, zijn verblijf te verlengen om eindelijk bloemen te strooien over het graf van zijn grootmoeder, in de hoop de vloek op te heffen die volgens zijn agressieve vader ooit over de familie uitgesproken is. Tijdens zijn reis van west naar oost passeert de gitarist in Indonesië tastbare schimmen en hedendaagse afdrukken van het Nederlandse koloniale verleden, om tot stilstand te komen bij het vervallen graf van zijn grootmoeder (niet oma!) Sie Swan Nio.
Van de drie rivierennovelles zal Rivier de Brantas bij Indische lezers de meeste herkenning oproepen. De repatriering, rangen en standen, de Japanse bezetting, maar ook Indonesië, muziek en de voor Indo’s maar al te bekende ‘uitgebreide’ familieverbanden vormen bijna karakters in dit taboedoorbrekende verhaal. Denk bijvoorbeeld aan de kinderen die geboren waren uit Japanse vaders en lokale moeders. Daarnaast doorweeft de schrijver deze novelle met Indische thema’s die minder aan de oppervlakte liggen, maar voor het in stand houden van taboes onontbeerlijk zijn. De goede (Indische) lezer zal ook deze thema’s herkennen als net zo Indisch als de verhalen rondom contractpensions. Want wanneer zijn wij eigenlijk wel op de juiste plek aangekomen, niet als invaller of vluchteling, maar omdat wij daar horen?
De structuur en stijl van het derde deel is meanderend als een rivier. Soms vertraagt de schrijver en neemt hij de lezer mee naar mijmeringen van de ik-figuur, om, eenmaal uitgemijmerd, weer te versnellen door het verhaal te hervatten in een rijdende bus onderweg naar Yogyakarta. De vele lagen in het boek maken het een feest om te recenseren: hoe vaker je het leest, hoe meer je ziet. Het betekent wel dat sommige lezers zich een beetje verloren kunnen voelen in dit ritmische boek. Dat is het risico dat de schrijver genomen heeft.
Pas als ik de drie delen naast elkaar bekijk, valt op welk minimalistisch meesterwerk Birney met deze trilogie afgeleverd heeft. Geen letter staat te veel op papier, de drie Rivieren sluiten perfect op elkaar aan. Maar ook zie ik de kleine ‘grapjes’. Kijk maar eens naar het aantal hoofdstukken van de drie delen. En tel vervolgens die cijfers bij elkaar op. Iedereen die wel eens iets met numerologie gedaan heeft, ziet daarmee benadrukt hoe minutieus de drie novellen in elkaar gezet zijn. Hier moet wel een Plan achter zitten, een Boodschap.
Rivier de Brantas is opgedragen aan Michael, de zoon van Alfred Birney. Zou het Plan, de Boodschap, er een zijn van vader aan zoon? Zou de schrijver zijn eigen vader, zichzelf en zijn zoon zien als een trilogie? Dan zou ik me kunnen voorstellen dat die boodschap zoiets is als ‘De vloek moet stoppen, want het leven gaat door.’
[box type="shadow"]Nieuwsgierig geworden? Check dan maandag 28 februari a.s. onze website voor een unieke voorpublicatie. Indisch 3.0 mag bovendien maar liefst drie exemplaren weggeven van Rivier de Brantas![/box]
28
MIX – Jongeren in Nederland
Herkenning en ‘Aha!’
MIX gaat verder dan Indisch. Het boek kwam in juni van dit jaar al uit. Met spijt plaats ik nu pas een recensie over deze indrukwekkende publicatie. Sterker nog, ik had gewild dat ik dit boek drie jaar geleden had gevonden. Want ik herken zó veel: over mezelf, uit discussies over de multicultisamenleving én uit gesprekken met Indische jongeren.
MIX is de publicatie van het project Beyond the mix, van Forum (een instituut voor multiculti Nederland). In dit project staat de vraag centraal hoe mensen zelf, maar ook hun omgeving, omgaan met meerdere etnische identiteiten.
Wat is, na het lezen en bekijken van MIX voor mij de grootste les? Iedereen met een dubbele identiteit doet daar iets mee. Ga maar na: zelfs als je je tweede identiteit afwijst of ontkent (of dat nou de Indische is of de Nederlandse), je maakt een keuze om iets te doen.
Wat vond ik het meest verrassende inzicht? Dat is dat je uiterlijk die keuze beïnvloedt. Heb je een zichtbaar tweede identiteit, dan heb je het drukker dan iemand met één identiteit. Ben je een blonde Indo, of een kind van een Zweedse en een Nederlandse, dan zal je minder snel de vraag krijgen ‘Waar kom jij vandaan?’ dan een kind van een Afro-Amerikaanse en Nederlandse ouder.
Fascinerend is hoe Captain en Stam, maar ook Guno Jones later in het boek, de veranderingen in het concept gemengdheid bespreken. Tot de komst van de Indische repatrianten bijvoorbeeld, betekende gemengd zijn in Nederland een huwelijk tussen een protestant en een katholiek. Guno Jones gaat dieper in op zulke maatschappelijke ontwikkelingen en bespreekt ook “ongelijkwaardig seksueel burgerschap”, voor mij een eye-opener: alleen witte, heteroseksuele mannen hebben altijd de vrijheid van eigen partnerkeuze gehad.
Ik haal een voorbeeld van Jones aan. In Nederlands-Indië kon een Hollander met een inlandse trouwen, zijn kinderen konden het Nederlands staatsburgerschap krijgen (als hij ze erkende). Maar andersom? Een blanke Hollandse vrouw die met een kampung Indo trouwde? Die kreeg het zwaar voor haar kiezen.
En, vooruit, een tweede voorbeeld: tot in de jaren ’80 was het in Nederland zo geregeld dat een kind, in Nederland geboren, bij een Nederlandse moeder en een buitenlandse vader, niet de Nederlandse nationaliteit kon krijgen. Was de moeder echter buitenlands en de vader Nederlands, dan kon het wel.
Het boek heeft maar een paar artikelen die mij minder aanspreken, zoals dat van Novaire (mij te voorspelbaar) en het overwegend politiek-correcte geneuzel van Maayke Botman (‘..elk lichaamsdeel krijgt een raciale betekenis. Dat noem ik raciale fragmentatie.”).
Jongeren, Indisch of niet, kunnen uit MIX niet alleen beter begrijpen wat ze met al hun identiteiten kunnen doen, maar ook wat het betekent om een ‘multiraciale’ relatie te hebben. Daardoor is MIX relevant voor het begrijpen van jezelf in de context van vroeger en nu, je ouders en grootouders in de context van toen, en jezelf en je partner in de context van morgen.
Mijn favoriete opmerking uit het hele boek? Goed, daar sluit ik dan mee af. Ik ben benieuwd wat jullie daarvan vinden. “In mijn klas zijn ze wel eens jaloers op me, omdat mijn ouders uit twee verschillende landen komen” – Jonas Mouzouni ( 7 jaar).
Populair: Jonge Indo’s..
Alle posts
Recente posts
Reacties
- Indisch4ever on Enqueteren op de 54e TTF
- Jan A Somers on Hacking History – Monument Indië Nederland
- Edcaffin on Hacking History – Monument Indië Nederland
Tweettweettweet
- No public Twitter messages.








