Een beeld zegt meer dan duizend woorden, zegt men wel. Maar wat als het beeld toch niet genoeg zegt, zoals bij de foto’s uit het Foto zoekt familie-project van het Tropenmuseum? Als niemand iets weet van degene die op de foto staat? In Foto zoekt verhaal, het vervolg op Photofriday, kijken we verder dan het beeld alleen: welke associatie roept de foto op? In de laatste en derde aflevering een geheel fictief verhaal.

Foto uit album 986, Tropenmuseum/KIT.

Foto uit album 986, Tropenmuseum/KIT.

Meisjes met zwarte haren

Als de foto nog in zijn bezit geweest was, had hij het misschien begrepen. Dan had hij begrepen waarom zijn zoektocht naar liefde hem altijd in de handen van Indische vrouwen dreef. Waarom meisjes met zwarte haren steevast een verlangen opriepen, geen seksueel verlangen, maar de sterke wens zijn hoofd in hun schoot te leggen. Zodat hij niet meer hoefde denken aan de zaak van vader, die in minder florissante staat bleek te zijn dan de oude heer hem had voorgespiegeld. Zodat hij zich niet meer druk hoefde maken over zijn zeurende, ziekelijke echtgenote. Het was een verstandshuwelijk, een zakelijke overeenkomst zou je kunnen zeggen, en het was dan ook háár geld dat maakte dat ze het hoofd en dat van hun vijf kinderen boven water konden houden.

Het was rustig in de kapperszaak. Over een half uur had hij een afspraak op kantoor en uit behoefte aan frisse lucht had hij een rondje door de buurt gelopen. Door de grote ruit zag hij het Indische meisje staan, de zwarte haren opgestoken in een hoge wrong. Ze rekende af met een klant. Hij bleef stilstaan voor het raam. Hij zag wel vaker Indische meisjes, maar er was iets in het gezicht van dit meisje dat hem bekend voorkwam. Waren het haar wangen, haar ietwat brede neus? Kende hij haar? Maar waarvan dan? Voor hij er erg in had, stond hij binnen.

Knippen, meneer? Of scheren?’ vroeg ze vriendelijk. Hij kon een knipbeurt gebruiken, maar ook als dat niet zo was geweest, was hij in de stoel gaan zitten. Toen ze hem de kappersmantel omdeed, zag hij haar bruine handen met de lichter gekleurde nagels, ongelakt, maar glanzend opgewreven. Hij huiverde even.

Heeft u het koud? Kan ik u iets warms te drinken aanbieden?’ vroeg het meisje. Hij schudde zijn hoofd en zei nors: ‘Enkel wassen en knippen, alstublieft.’ Ze nam zijn hoofd in haar handen en liet het achterover zakken om te wassen. De aanraking verwarde hem even, maar het warme water deed hem ontspannen. Ze masseerde zijn hoofdhuid langdurig. Het maakte hem loom en hij droomde even weg. Hij lag op droog gras, in een bos van lage kronkelige bomen en struiken. In de verte schemerden bergtoppen, de lucht was zwaar en heiig. Het was warm, maar toch droeg hij een jas over zijn korte broek. Hij voelde de ruwe stof tegen zijn blote benen kriebelen. Met wie was hij daar, of waarom?

Net zoals alle beelden die hij van Indië had, was dit beeld vaag. Ze waren er vertrokken toen hij zeven was en zijn herinneringen waren een mengelmoes van geuren, klanken en gevoelens, aangevuld met foto’s en verhalen van zijn ouders. Het verhaal dat het meest verteld werd, was dat zijn kleine zusje malaria kreeg en zijn ouders dagenlang rond het bed van het kwijnende kind zaten. Gelukkig was er een Indische kindermeid die op de andere kinderen had gepast, vertelde zijn moeder altijd. Hij kon zich de baboe niet meer herinneren. Wel wist hij dat zich hij bij haar prettig voelde, veilig en geliefd. Van later, terug in Nederland, toen het gezin met nog vier kinderen werd aangevuld, herinnerde hij zich vooral zijn moeders harde handen als ze vond dat hij niet hard genoeg zijn best deed.

De kapster duwde zijn hoofd weer omhoog en droogde zijn haar met een zachte handdoek. Ze kamde het en begon te knippen. Steels bekeek hij haar in de spiegel. Ronde heupen, een wat compact postuur, enigszins schuine, dichtbij elkaar staande ogen, lange oorlellen met twee eenvoudige oorbellen. Ze boog zich naast hem voorover om een andere schaar te pakken. Voor hij erg had in wat hij deed, pakte hij haar bij de heupen en drukte zijn hoofd in haar schoot. Een droge snik ontsnapte hem.

De kapster bewoog zich niet. Toen maakte ze zijn handen voorzichtig los. Ze zei niets. Hij sprong van zijn stoel en rende naar de deur. Op het laatste moment bedacht hij zich, trok zijn portemonnee. Hij liep terug, drukte haar enkele bankbiljetten in de hand en verliet het pand zo snel hij kon.

Pas toen hij de verbaasde blikken op kantoor zag, besefte hij dat zijn haar maar half geknipt was.

Elke maand laat Meike Grol haar gedachten de vrije loop, aan de hand van een van fotoʼs uit de verweesde fotoalbums bij het Tropenmuseum. Kent iemand de persoon op deze foto? Klopt er iets in bovenstaand verhaal? Deze foto komt uit het album 0986. Dit en alle andere albums zijn online te bekijken op www.fotozoektfamilie.nl en te downloaden op je tablet.