Indische Titaantjes!

Indische Titaantjes!

Zijn er ook Indische Titaantjes, vroegen wij ons af. Vanaf 10 maart is het namelijk weer Boekenweek. In de Moesson van maart vertellen Ed Caffin en ik al over onze favoriete Indische boeken: Goena Goena en De Stille Kracht. Die hebben alleen niets te maken met het thema van de 75e Boekenweek: “Het kind, de jeugd, de jongere.” De CPNB heeft dit gebaseerd op een  novelle van Nescio, Titaantjes (en ik beken, ik heb haar niet gelezen), over het verliezen van de idealen uit je jeugd.

In het Boekenweekmagazine staat een uitgebreid overzicht van boeken over het thema, van De vanger in het graan (wat klinkt dat absurd in het Nederlands!) van J.D. Salinger tot Christiane F. van Kai Hermann & Horst Rieck. Het enige Indische boek dat erin genoemd wordt is Indische Duinen van Adriaan van Dis. Wij verzamelden daarom voor jullie: Indische Titaantjes!, in willekeurige volgorde. Wie vult aan?

Matabia (Bloem)
Matabia (Bloem)

1. Matabia/ Marion Bloem (1990)
Kinderboek van Marion Bloem waarin Sylvia, tijdens een lange donkere nacht op haar kleine broertje en zusje moet passen. Het huis is vol enge geluiden: de trap kraakt, de koelkast kreunt. op zolder sluipt een inbreker rond. het ritselt in de kelder… Het is doodeng totdat Sylvia besluit haar matabia te zoeken. Die zal haar beschermen en dan kan er niets meer gebeuren.

Bestel de voorlees-CD

Tjon (Holman)

2. Tjon/ Theodor Holman (2007)
Tjon is het verhaal van een Indische jongen die overeind probeert te blijven in een omgeving vol leugens en gevaar. Hij is speelbal van treiterijen van zijn oudere broer Joost, heeft een vader die kampt met de spoken uit het verleden van zijn Japanse gevangenschap en een moeder die hem beschermt hem met haar sussende liefde.

Bestel het boek

Oeroeg (Haasse)

3. Oeroeg/ Hella Haasse (1948)
De vriendschap tussen een Indonesische jongen, Oeroeg, en de zoon van een Nederlandse administrateur in het Nederlands-Indië van voor de Tweede Wereldoorlog. De Nederlandse jongen keert na een studie in Delft terug in het Indië dat nog net geen Indonesië is geworden en merkt dat hun verwijdering is uitgegroeid tot een kloof.

Bestel de Nederland-Leest-editie

Nathan Sid (Van Dis)

4. Nathan Sid/ Adriaan van Dis (1983)
De familie Sid leeft in een repatriantenhuis aan zee, met afgedankte meubelen, Rode Kruis-dekens, Indische mensen, Maleise woorden en Oosterse geuren. Adriaan van Dis (1946) groeide op in eenzelfde huis in Bergen aan Zee, met zijn drie Indische halfzusjes, vader, moeder en enkele andere repatriantenfamilies. Nathan Sid is gebaseerd op Van Dis’ eigen jeugdherinneringen. De novelle kwam voort uit een kookrubriek in NRC Handelsblad, waarin de auteur schreef over de maaltijden van vroeger: de Hollandse aardappels van zijn moeder versus de Indische rijsttafels van zijn vader.

Bestel het boek

Bestel de luistercd

Kind in Surabaja (Van Dort)

5. Kind in Surabaja – Indische herinneringen/ Wieteke van Dort (2003)
Het verhaal speelt zich af in 1948-1949, het naoorlogse jonge Indonesië. Het ademt de sfeer van het authentieke Nederlands-Indië, waar velen nog zo’n heimwee naar hebben. Wieteke van Dort verplaatst zich in haar eigen kleutertijd en verwondert zich over de warmte, de schoonheid, en de zuiverheid van haar geboorteland. Met oude familiefoto’s en zelfgemaakte pentekeningen.

6. Menno’s Indisch-prentenboek : uit het dagelijksche Indische leven van het Indische kind : met versjes voor de jeugd (1924)

Menno's prentenboek

Blanke kinderen worden door baboe gewassen, ze rijden naar de passar, bezoeken de toko Chinees, de kebon haalt water, de auto gaat naar de garage, de kinderen spelen met de oude huisboy, een bruin en een wit kindje zitten bij een po, ze gaan paardrijden in de bergen, zien een koelie sjouwen, eten rijst en gaan slapen. Tot slot gaan ze op verlof naar Holland en baboe gaat mee.

Indië vaarwel (Schomper)

7. Indië vaarwel/ Pans Schomper (1994)
Biografie over de eerste twintig levensjaren van Schomper in het voormalig Nederlands Indië (Indonesië) waar het leven paradijselijk was, totdat de Tweede Wereldoorlog, met de komst van de Japanners, zijn leven in een volkomen chaos veranderde.

Bestel het boek

Bestel de luistercd

Vervlochten Grenzen – Marion Bloem

929021AP_Bloem_VervlGrenzen:Bloem Vervlochten 20 vraIn haar twaalfde roman beschrijft Marion Bloem door de ogen van drie verschillende personages de intrigerende geschiedenis van een Indische familie. In een vlotte stijl wordt langzaam maar zeker het verhaal verteld van drie generaties, aan de hand waarvan de ingewikkelde verhouding tussen Indië, Indonesië en Nederland duidelijk wordt.

Als Senne Portier, een van de vertellers in het boek, uit Indonesië vertrekt, is ze net achttien. Haar hele leven woonde ze in Azie, maar als haar vader Ray onverwachts overlijdt besluit ze om een tijd bij haar grootouders in Nederland te gaan wonen. Daar probeert ze het levensverhaal van haar opa, een ex-KNIL militair, op te schrijven. Op zijn sterfbed heeft hij spijt van zijn keuze voor Nederland na de onafhankelijkheid.

Op het zelfde moment dat Senne naar Nederland vertrok, gaat haar oudere broer Dian vanuit Nederland naar Indonesië om de beschuldigingen van overspel aan het adres van hun vader te weerleggen. Per toeval ontmoet hij in Jakarta Bodo, een oudere kennis van de familie Portier. Vanuit het perspectief van deze eigenzinne, oudere Indische man wordt de zoektocht naar de vermeende minnares van de vader van Dian en Senne beschreven.

Terwijl Senne samen met haar oma voor haar opa zorgt, probeert ze zijn aangrijpende levensverhaal te reconstrueren. Ondertussen doet ze op internet vergeefse pogingen haar onbereikbaar geworden liefde in Indonesië te traceren. Dan blijkt dat opa Portier zelf ook zijn levensverhaal heeft opgeschreven. Via haar tante krijgt ze papieren in haar bezit waarvan bijna niemand het bestaan weet. Het bevat ontroerende beschrijvingen van zijn ervaringen in het Jappenkamp, het werk aan de Birma-spoorlijn, de beginnende revolutie Indonesië en de daaropvolgende worsteling met zijn nieuwe identiteit.

Vervlochten Grenzen leg je -eenmaal opengeslagen- niet makkelijk meer weg. Zoals in het werk van Marion Bloem vaker het geval is, lopen er verschillende verhaallijnen naast elkaar die uiteindelijk een verhaal vertellen. Het is zorgvuldig opgebouwd waardoor de samenhang tussen de verschillende lijnen snel duidelijk wordt.

Net als in haar eerdere verhalen legt Bloem de meeste nadruk op de Indische geschiedenis, maar anders dan in haar andere boeken krijgt de jongere generatie –opgroeiend in een wereld waarin grenzen makkelijk vervagen- veel aandacht. Bovendien laat ze het Indonesië van nu een belangrijke rol spelen. Ze neemt de lezer gemakkelijk mee op de dappere zoektocht van een jongere generatie naar de levensgeschiedenis van de oudere doordat ze die zoektocht overtuigend en integer beschrijft. Tegelijkertijd laat ze op subtiele wijze zien hoe de familie, zoals veel andere Indische families, geworteld is in twee werelden.

Marion Bloem – Vervlochten Grenzen – de Arbeiderspers (2009) (gebonden) – 288 blz

Bestel het boek

Als jij het boek gelezen hebt, laat weten wat je er van vindt door een commentaar bij dit bericht achter te laten!

Rivier de Lossie – Alfred Birney

alfred-birney-rivier-de-lossie1

Sinds 1 mei ligt het nieuwe werk van Alfred Birney in de boekwinkels. Negen jaar na zijn laatste boek, de roman Het verloren lied, is er nu de novelle Rivier de Lossie. Het is een mysterieus verhaal over een man, Birnie, die in een vergeten stuk Schotland op zoek gaat naar zijn Schotse wortels en daar een vrouw ontmoet. Voor Indisch 3.0 las ik het boek. Een aanrader? Ja.

Hoewel ik weinig van het eerdere werk van Alfred Birney ken, valt zijn heldere vertelstijl in vaak korte zinnen direct op. In kleine hoofdstukken ontvouwt zich langzaam maar, zeker in het begin, een wat merkwaardig verhaal over een muzikant, die in z’n eentje een aantal dagen naar Schotland vertrekt en intrekt in een hotel in het dorp. Door de hoofdstukken heen worden de strofen van een lied genaamd The Ferryman’s Daugther geweven van een artiest genaamd Donovan. Het lijkt erop dat de mysterieuze Hazel die Birnie ontmoet aan de Rivier de Lossie, en met wie hij een wandeling langs de rivier maakt, iets weg heeft van de vrouw in het lied.

Donovan – The Ferryman’s Daugther

Vanwege de zoektocht naar wortels zal het verhaal oudere en jongere Indo’s aanspreken. Is het daarmee een Indisch boek? Ja en nee. Ja, want de hoofdpersoon en de schrijver zijn Indo’s . Nee, want de thema’s zijn universeel. Net als bij de meeste boeken die door Indische schrijvers geschreven zijn doet het er niet echt toe of het boek wel of niet Indisch is, een veel belangrijke vraag is wat het de lezer nu precies wil vertellen. Juist dat laat zich moeilijk vangen; de gelaagdheid van het boek geeft de gelegenheid tot vele interpretaties. In het verhaal zijn uiteindelijk een aantal verschillende thema’s te herkennen. Soms gaat het over de liefde, dan over identiteit, herinnering of de zoektocht naar afkomst en geschiedenis van in dit geval een muzikant van Indische komaf.

Zoals Kirsten eerder schreef op deze blog kunnen die Indische wortels in verre landen liggen als Indonesië of China, maar ook in landen dichterbij; ergens in een vergeten uithoek van Europa bijvoorbeeld. Dat geldt uiteraard niet alleen voor Indische mensen, maar ook voor heel veel andere mensen met een gemengde achtergrond. Net als de hoofdpersoon vragen veel van die mensen zich nauwelijks hardop af wie ze zijn en waar ze vandaan komen. Het antwoord op die vraag bevindt zich soms een oceaan verder, of, zoals Birnie zich beseft, over een onoverbrugbare zee van tijd.

Doet het er eigenlijk echt toe om precies te weten waar je vandaan komt? Ik weet het niet. Wat ik wel weet is dat Alfred Birney met het verfijnde en gelaagde proza in deze novelle, eindelijk weer van zich heeft laten horen. Gelukkig maar.

Alfred Birney – Rivier de Lossie – Uitgeverij In de Knipscheer (2009) -104 blz.

Bestel het boek

Tjalie Robinson inspireert, zelfs in andermans handen

Den Haag, 23 maart 2009

door Kirsten Vos

‘Literatuur is niets. Leven is alles.’

De exact 600 pagina’s tellende biografie over Jan Boon, beter bekend als  Tjalie Robinson, las niet altijd even makkelijk, maar mijn doorzettingsvermogen is de moeite waard geweest. Tijdens het lezen heb ik meerdere malen een ‘aha, vandaar!’-gevoel gehad. Veel had ik nog niet van Tjalie gelezen, maar genoeg om de thema’s die biograaf Wim Willems aanwijst, te kunnen herkennen. Mijn overheersende gevoel nu? Ik ga zo snel mogelijk  Tjies er weer bij pakken, een van de boeken die Jan Boon als Vincent Mahieu schreef, en ik simpelweg vergeten ben uit te lezen.

Tjalie Robinson, biografie van een Indo-schrijver. Wim Willems
Tjalie Robinson, biografie van een Indo-schrijver, van Wim Willems

De eerste keer dat ik zelf in aanraking kwam met een stuk van de hand van Boon’s pseudoniem Tjalie Robinson, was tijdens mijn afstudeeronderzoek. Dankzij die Piekerans van een straatslijper begreep ik de sentimenten van de gerepatrieerde Indische Nederlanders beter en dankzij de in oktober 2008 uitgekomen biografie heb ik de diepere drijfveren van die straatslijper leren kennen. In al zijn hoedanigheden, waarvan Tjalie Robinson en Vincent Mahieu de bekendste zijn, wilde Boon schrijven over het werkelijke leven. Voor de oprichter van Moesson ‘ging schrijven over het ontdekken van een waarheid,’ aldus Willems, een waarheid die alleen buiten te vinden was, niet achter het bureau.

Robinson was fel gekant tegen alle studeerkamergeleerden, ‘muurtjesmensen en degenen die hun huis niet verlieten,’ en vond lichamelijk en fysiek alert zijn veel belangrijker dan ‘Diepzinnig denkend nietsdoen’, zo zegt de biograaf, want ‘In zijn werk zocht hij naar de twee verterende vuren van de tropen: bederf en roekeloze levensdrang.’ Een van Jan Boon’s overtuigingen was namelijk ‘Literatuur is niets. Leven is alles.’  Tjalie schreef altijd vanuit echte gebeurtenissen, of hij die nu zelf had meegemaakt of niet, en al schrijvend ontdekte hij in die gebeurtenissen universele thema’s. Hij riep lezers van Tong-Tong, voorloper van Moesson, bovendien stelselmatig op ook te gaan schrijven, zodat repatrianten een getuigenis konden afleggen van een historie die in de Nederlandse geschiedenislessen weggemoffeld was: die van Nederlands-Indië.

De biografie boeide me, omdat ik werk van Tjalie Robinson en Vincent Mahieu gelezen had. Ik kan me alleen heel goed voorstellen dat mensen die nog niets van deze bevlogen en veelzijdige Indo-Europese schrijver gelezen hebben, schrikken van de omvang van de biografie. Bovendien vind ik het jammer dat Willems hier en daar wat zweverige, wollige mijmeringen heeft opgenomen, waarvan ik niet wist wat ik ermee aan moest.  De biograaf springt ook regelmatig van heden, naar verleden, naar toekomst, waardoor ik soms niet meer doorhad waar de tekst over ging. Het lijkt wel alsof Willems, meegesleept door alle ontdekkingen, af en toe vergeten is zijn lezer mee te nemen. Hoeveel lezers zouden weten wat een totok of een Indo is, of, nog beter,  ‘eurotropisch’, en ‘transnationaal denken’? In Willems’ studieveld zullen het vast bekende begrippen zijn, maar ik snakte op zulke momenten naar gewone mensentaal.

Kortom – ga eerst Tjalie lezen, of Vincent Mahieu, en pak daarna pas de biografie erbij. Via antiquariaten zoals www.antiqbook.com zijn zijn boeken prima te verkrijgen. Of wacht even, want er komt binnenkort een nieuwe bundel uit met Piekerans  die nog niet eerder verschenen zijn. 

Tjalie Robinson- Biografie van een Indo-schrijver. Wim Willems, Bert Bakker, 600 p., 25 euro.

Bestel het boek

Benjamins bruid: ongevraagde lessen over dementie

Den Haag, 5 januari 2009
door Kirsten Vos

De nieuwe roman van Yvonne Keuls, Benjamins bruid, vertelt het levensverhaal van Dolores, een talentvolle, creatieve Indische vrouw die zo vaak een rol heeft gespeeld in haar leven, dat ze aan het einde van haar leven vergeet wie ze zelf is. Het boek is met momenten knap en gewaagd geschreven en soms zelfs grappig. Toch helpt Keuls met vreemde commentaren de band om zeep die je als lezer aan het opbouwen bent met de hoofdpersonen. Daarnaast zit er een aantal verhaalwendingen in die door de frequente herhaling ervan ongeloofwaardig worden. Daarom blijft van Benjamins bruid uiteindelijk vooral het gevoel hangen dat het Keuls’ antwoord is op de vraag waarom geliefden aan dementie gaan lijden.

Dolores groeit op op een suikerplantage in Indië. Haar Hollandse vader keert zich in Indië al van zijn oogappel af, wanneer zij in haar puberteit nog maar weinig overhoudt van haar blonde, Hollandse uiterlijk en haar Javaanse wortels de genetische strijd winnen. In Nederland, na de repatriëring, trouwt Dolores drie keer. Alleen uit het eerste huwelijk krijgt ze een kind, dat ze Gilbert noemt. Het moederschap valt de suikerdochter zwaar en tijdens haar volgende twee huwelijken neemt haar moeder, Soefie, de zorg op zich voor Gilbert, die hem omdoopt tot Jimmy. Door het derde huwelijk komen Dolores, Soefie en Jimmy in een mooie villa te wonen, die echtgenoot nummer drie voor zijn overlijden Villa Dolores genoemd had. In dat huis ontwikkelt zich de band tussen Jimmy en Dolores. De twee blijken verwante creatieve geesten te hebben.

Toch blijkt deze band niet bestand tegen de gewaarwording dat haar zoon homoseksueel is en nooit zal gaan studeren, maar als model de wereld wil ontdekken. Het vertrek van haar zoon naar Italië, tegen een achtergrond van verraad en bedrog, kondigt het verval van Dolores aan. Dat begint met  Alzheimer bij haar moeder, die zich lijkt te openbaren op de dag dat Jimmy naar Italië wil vertrekken. Dolores lijkt de nieuwe ruimte, die ontstaat door het vertrek van Jimmy, goed op te vullen door van Het Atelier, haar eigen creatieve ‘broedplaats’, een groot succes te maken. Toch blijkt Dolores niet opgewassen te zijn tegen haar eigen behoefte om telkens een glansrol te spelen. De jonge Benjamin voelt deze behoefte feilloos aan als hij op een dag zijn verdriet over haar uitstort en helpt Dolores uiteindelijk haar laatste hoofdrol te spelen.

Knap aan het boek is de manier waarop Keuls van perspectief weet te wisselen. Het begin van het boek ligt bij Dolores, en verspringt soepel naar Soefie, Jimmy en Benjamin. Knap is ook de manier waarop Keuls tragische gebeurtenissen in een flits naar de achtergrond weet te brengen. Gewaagd zijn de beschrijvingen van seksuele groei die Dolores doormaakt. Grappig is hoe Benjamin voor zijn rijexamen probeert te leren. Interessant is de uitleg over de functie van een selamatan. Maar ongeloofwaardig is het aantal zich herhalende verhaalwendingen: de karakters die homoseksueel blijken te zijn – en dan weer niet – of last blijken te hebben van hun geheugen volgen elkaar in sneltreinvaart op. Vertrouwt Keuls niet op het verstand van haar lezers?

Keuls dringt zichzelf bovendien telkens aan de lezer op. In het begin gaat dat nog met een bescheiden zinnetje hier en daar, maar tegen het einde trekt Keuls de lezer opeens bruusk uit het verhaal. Net zoals Milan Kundera in De ondraaglijke lichtheid van het bestaan opeens van roman overschakelt naar essay, geeft Keuls tot twee keer toe een voorlichtingsles weg over  gedachtekronkels van dementerende patiënten. Na deze onverwachte inbreuken op haar eigen roman, verwacht Keuls dat de lezer gewoon weer doorleest. Mij is ze als lezer op dat moment volledig kwijtgeraakt. Hopelijk voelen mensen die worstelen met het verlies van geliefden aan de wrede ziekte die Alzheimer is, zich wel geraakt door Benjamins bruid.

Bestel de paperback

Bestel de luistercd

Ons Indisch Erfgoed: want verliefdheid maakt blind

Den Haag, 30 november 2008
door Kirsten Vos

lizzyvanleeuwen
Cultureel antropologe Lizzy van Leeuwen geeft Nederland een nieuwe bril om naar de Indische cultuur te kijken, in Ons Indisch Erfgoed – zestig jaar strijd om cultuur en identiteit. In dit eerste deel van een driedelige serie over postkoloniale geschiedenis in Nederland, betoogt ze dat Nederland vooral door een roze bril naar de Indische cultuur wilde kijken. Deze visie verdrong de noodzaak om ongekleurd de politieke en maatschappelijke consequenties te bezien van de voormalige kolonisatie van Nederlands-Indië. Hiervoor biedt de Indische Van Leeuwen in vogelvlucht een historisch overzicht en zoomt ze in op de ontwikkeling van Indo’s en totoks in de Nederlandse maatschappij. De nieuwe invalshoek die hieruit volgt, maakt van Ons Indisch Erfgoed een belangrijk document, ondanks slordigheden in de tekst.

Die slordigheden beginnen al op de eerste pagina. ‘Ruim zestig jaar na de Indonesische soevereiniteitsoverdracht…’. Die overdracht vond plaats in 1949, we leven nu in 2008 en hoezo Indonesische? Een andere kanttekening is dat Van Leeuwen het NSB-lidmaatschap van Indische Nederlanders te weinig uitlegt. Ook doet zij voorkomen alsof Tjalie Robinson een populaire Indo was, terwijl ik vooral gehoord heb dat veel tweede generatie Indo’s zijn boeken niet mochten lezen van de eerste generatie.

Het duurt een tijdje voordat Van Leeuwen’s inzet me raakt: Indo’s hebben hun identiteit altijd ingevuld op basis van de manier waarop de blanke bovenlaag omgegaan is met zijn (post-)koloniale bagage. Aangezien de Nederlandse samenleving er nog steeds bij gebaat is een rooskleurig beeld neer te zetten van haar koloniale verleden, is er alleen ruimte voor lekker Indisch eten, de on-Nederlandse gastvrijheid, exotische Indische meisjes en een paar Indorockers. Geluiden die van dit nostalgische beeld afwijken, komen niet aan bij de gemiddelde Nederlander: die passen niet bij het beeld van de Indische wereld waar zij mee opgegroeid zijn.

De cultureel antropologe bouwt dit betoog zorgvuldig op. De Nederlandse regering weigerde stelselmatig haar staatsburgers uit de voormalige kolonie hetzelfde rechtsherstel voor de oorlog te geven als zij aan haar ‘eigen’ burgers had gegeven. De uitkeringen die volgden waren voor velen te laat en inhoudelijk ongelijkwaardig van opzet. De roep om gelijkstelling hield aan, tot vorig jaar, maar Nederland was tegen die tijd al verliefd geworden op de Indische cultuur. Ongelijkwaardige behandeling van het object van hun affectie paste niet in het blikveld van de roze bril.

Door de Japanse bezetting waren Indo’s en totoks voor de gemiddelde Nederlander gelijk aan elkaar geworden. Die zag niet de talloze verschillen tussen en binnen deze twee groepen, maar alleen de gelijkwaardigheid van de ervaring van het Japanse kamp (daarbij de buitenkampers, overwegend Indo’s, negerend). Indo’s en totoks hebben, eenmaal in Nederland, met elkaar geconcurreerd om het ‘eigendom’ van de Indische erfenis. Totoks vervielen in nostalgische liefdesverklaringen aan het prachtige landschap van ‘Insulinde’ en beantwoordden daarbij aan de in Nederland levende behoefte aan romantisering van het bezit van Nederlands-Indië. Indo’s beriepen zich op hun gemengde afkomst en claimden daarmee de Indische cultuur voort te kunnen zetten: hun kinderen en kleinkinderen waren Indisch, die van totoks werden Nederlander. De totokvisie heeft volgens velen deze strijd gewonnen.

Van Leeuwen stelt dat de roze bril in stand gehouden werd door het uitblijven van een postkoloniaal debat over de vraag wat Nederland nu moest vinden van haar koloniale erfenis. Dit debat is volgens haar in andere landen zoals Frankrijk en Engeland wel gevoerd. Wat ik daarom mis in Ons Indisch Ergoed is een beschrijving van deze debatten en de betekenis die zij hebben gehad voor de opname van postkoloniale groepen in die landen. Dat had van het boek niet alleen een document met een nieuwe visie gemaakt, maar ook één met concrete aanbevelingen. Want Ons Indisch Erfgoed gaat verder dan aantonen dat Indo’s behandeld zijn als tweederangs burgers door een Nederlandse overheid die liever de andere kant opkeek. Het laat zien dat mainstream Indo’s nog steeds niet geëmancipeerd zijn tot volwaardige burgers met een eigen plek in de Nederlandse samenleving: Nederland, die grootste, eensgezinde natie, hoort alleen geluiden die bijdragen aan het verheerlijken van een spannende Indische cultuur met lekker eten.

Nu pas snap ik de eerste zin van het boek, ondanks de onjuiste inleiding: Nederland is nog steeds niet in het reine gekomen met zijn koloniale geschiedenis. Het heeft een aantal decennia geduurd voordat Nederland mondjesmaat toegaf dat dit land in de Tweede Wereldoorlog relatief de meeste Joodse slachtoffers heeft opgeleverd. Hoe lang zou het nog duren voordat Nederland bekent dat het een half miljoen staatsburgers stelselmatig genegeerd heeft?

Ons Indisch Erfgoed. Zestig jaar strijd om cultuur en identiteit. Lizzy van Leeuwen. Uitgeverij Bert Bakker, Amsterdam 2008. Paperback, 400 pagina’s.

Bestel het boek