Indisch familieonderzoek

Guy Loth Indisch Familiearchief foto Dewi Staal (c) Indisch 3.0 2011

Op speurtocht in het Indisch Familiearchief

Wat deed mijn opa in Indië? Hoe kwam die ene Europese voorvader terecht in die Nederlandse kolonie? En waar zit het “inlandse” bloed? Voor iedereen die bij deze vragen denkt, ‘Ja, ik zou dat ook wel eens willen uitzoeken!’, is er het Indisch Familiearchief (IFA) in Den Haag. Het is opgericht door Dick Visker in 1972, speciaal voor al die Indische families die op zoek waren naar antwoorden.

Bijna veertig jaar later ga ik erheen om, aan de hand van eigen familieonderzoek, te ontdekken hoe dat werkt, onderzoek doen in het familiearchief. Na een paar uurtjes in het archief te hebben besteed, kan ik het iedereen aanraden. De vrijwilligers hebben geweldig geholpen en ik heb prachtige verhalen ontdekt, die voor mij en, ontdek ik later, mijn vader volslagen onbekend waren.

Het IFA is op woensdag en donderdag geopend van 10.00 tot 15.00 uur. Het is aan te raden eerst een afspraak te maken voor je langsgaat, zodat de vrijwilligers alvast de familiedossiers die jij zoekt, zo compleet mogelijk te maken. Kosten voor zo’n bezoekje bedragen 7 euro (donateurs gratis). Op de website van het IFA vind je meer informatie over de verschillende, bescheiden kostenposten die komen kijken bij een familieonderzoek. Meer weten? www.indischfamiliearchief.nl.

Een van de vrijwilligers bij het IFA is een jonge Indo 3.0. Voor de Moesson van juni 2011 heb ik hem geïnterviewd

Pasar Malam Indonesia 2011

pasar malam indonesia 2011 (c) Kirsten Vos/ Indisch3.0

We waren erbij, bij de tweede Pasar Malam Indonesia op het Malieveld. Samen met een aantal van jullie. Sommigen voelden zich helemaal thuis op deze Indonesische pasar, anderen verlangden naar de Indische pasar: de Tong-Tong Fair, die eind mei op hetzelfde Malieveld neerstrijkt. Over één ding was iedereen het in elk geval eens: het eten was heerlijk. Hierbij twee videoreportages, van de opening op 1 april en het bezoek van de redactie op 3 april.


Met I3 op de PMI (2011)

Dit jaar kun je met Indisch 3.0 gratis naar de Pasar Malam Indonesia (PMI). Verder kan je op Indisch3.0 jouw ervaringen ventileren over dit evenement tijdens de looptijd ervan. Van 1 t/m 7 april 2011 vindt de tweede PMI plaats op het Malieveld in Den Haag. Het wordt georganiseerd door de ambassade van Indonesië. De markt is helemaal gericht op promotie van de cultuur, business opportunities, toerisme en de culinaire kant van het ‘authentieke Indonesië.’

Groter
De PMI is dit jaar groter dan in 2010 omdat de Indonesische ambassade nog meer wilt laten zien van Indonesië. Hoeveel groter? Dit jaar heb je niet vijf, maar zeven dagen lang de gelegenheid om een bezoek te brengen aan de Pasar Malam Indonesia. Daarnaast zijn er meer eettentjes, maarliefst 35, met lekkernijen uit onder andere Menado, Java, Ambon, Sumatra. Genoeg gelegenheid om de authentieke smaak uit Indonesië te “proeven” dus. En er is nog veel meer te doen: je kunt exposities bekijken, er zijn sprekers met interessante presentaties rondom het thema, er zijn een hoop culturele optredens en er zullen artiesten komen voor de jongere generatie. Het programma zullen we zo snel mogelijk publiceren. Bekijk hier het interview van I3 met de  ambassadeur van Indonesia, Umar Hadi, om te lezen wat zijn verwachtingen zijn voor de PMI 2011.

Jij op I3 & PMI= jij op #I3PMI
De komende tijd vind je op Indisch 3.0 updates over dit evenement en over de actie I3@PMI. Wil je zelf iets toevoegen? Tweet dan je bericht, ngrobol of foto’s met #I3PMI. Dan verschijnt het in de Twitterfall die vanaf morgen t/m 8 april 2011 op onze website staat. Heb je straks waanzinnig mooie foto’s gemaakt op de Pasar Malam Indonesia, of heb je er eentje geschoten die echt de moeite waard is? Mail ze dan naar ons via mail, Facebook of via @Indisch3 {foto} #I3PMI op Twitter. Dan zorgen wij dat jij tussen onze gallery voor fototalenten hangt. Ben je niet zo van de foto’s en wil je graag iets schrijven over de PMI? Wij zijn altijd benieuwd, dus deel je reportage, mening of verhaal met ons en wie weet verschijnt jouw stuk wel op I3.

Win kaarten!
En natuurlijk is Indisch 3.0 er zelf ook bij. Sterker nog, je kunt met ons mee naar de PMI 2011. Daarom organiseren we een speciale actie; I3@PMI. Op 5 & 7 april gaan we met Indisch 3.0-bezoekers naar de PMI, beetje eten, beetje wandelen, beetje kletsen.  Lees: tokotest, I3’ers ontmoeten en veel gezelligheid.Daar kan jij 2 kaarten voor winnen! Op deze meetings gaan we met I3-fans, jonge indo’s, anderen die graag mee willen om een hapje eten op de PMI. Wanna join? Om die toegangskaarten voor de PMI 2011 te winnen moet je onze Facebook en Twitter-account goed in de gaten houden. Je kan er op onverwachte momenten prijsvragen aantreffen over updates en publicaties over #I3PMI. Zie je er een voorbij komen, doe dan meteen mee, want nog dezelfde dag maken we de prijswinnaars bekend. De actie loopt t/m 25 maart 2011.

Mega tokotest
pasar malam indonesia Foto6-Martabak-DianMarini FINALIS LOMBA FOTOVerder kan je nog van ons verwachten dat we een massale tokotest gaan uitvoeren. Iedereen die met ons meegaat naar de PMI, krijgt een proefformulier. De resultaten daarvan zetten we vliegensvlug op Indisch3.nl, waardoor jij gebruik kan maken van onze eetervaringen, ook als je niet met ons meegaat naar de PMI2011.

Pasar Malam Indonesia 2011: Indonesia Today

Interview with acting ambassador of Indonesia, Umar Hadi.

Photography: Armando Ello

Umar Hadi Pasar Malam Indonesia 2011 Indisch3Starting April 1st, 2011, the Malieveld in The Hague will again receive thousands of visitors. They will come to the second Pasar Malam Indonesia, the event for the promotion of Indonesia. After last year’s success of 35.000 visitors in five days time, we wanted to know more. What is the future of this event, what can we expect this year and: how does PMI relate to that other ‘Pasar’ in May 2011, the Tong-Tong Fair? Mr. Umar Hadi, acting ambassador of Indonesia, provided answers.

Promoting Indonesia in seven days
“Given the success of the Pasar Malam last year, we are very optimistic,” mr. Hadi tells me enthusiastically. “We currently already have over 50 exhibitors with authentic products from Indonesia, all small and medium sized enterprises, from all over Indonesia. Also, several cities will come to present itself, like Solo, Surabaya, Pekalongan, where the original batik comes from. We extended it to seven days. The exhibitors said ‘You know, we traveled a long way from Indonesia, with so many things, five days is too short.’ So we managed to secure the Malieveld for seven days.”

Umar Hadi Pasar Malam Indonesia 2011 Indisch3 (c) Armando Ello/ Indisch 3.0New: discussing Indonesia Today & Project Pop
The acting ambassador adds: “This year we will also have a special venue, ‘Indonesia today’, a forum for small group discussion. We will have experts from Indonesia, about how democracy is growing, for example. And about how micro-finance is developing in Indonesia. The governor of north-Sulawesi will give a presentation about the opportunities to invest or trade with this region. This is a new ambition, besides from food and cultural performances. However, also this year, cultural performances will be non-stop and very important. Furthermore, we have some interesting pop artists for young people.”

More Indonesian food stores, higher European standards
Then he gives me a big smile and says: “What is very interesting is that the first feedback from last year’s visitors was ‘Please have more foodstores!’ Last year, we had 22 foodstores, this year we have 35. So more food stores and more variety, with food from Menado, Java, Ambon, Sumatra, all authentic food. Also there will be a cooking demo, probably this year from North-Sulawesi. And hopefully more maratabak sellers: I heard that people had to wait an hour last year for martabak. That is too long! Also, the cooks work very hard to meet all the hygienic standards. In good cooperation with the authorities, this will be an Indonesian promotional event with the highest standards according to European regulations, both in hygiene and security. We spare no efforts. But: we try not to sacrifice the taste of the food!”

Low costs, so low prices Respectfully, Umar Hadi emphasizes that “Pasar Malam Indonesia is in no way a competitor to the great Pasar Malam Besar Tong-Tong. Tong-Tong has been there for fifty years, we just started. The basic difference is that PMI is a promotional event. We are not looking for profit. We simply want to introduce the authentic Indonesian, regional products. I think the two events can be complementing each other. And, for the city of the Hague, it means two pasar malams instead of one! And since this is a promotional event, the meals are very very cheap, but of good quality. It is funded by the Indonesian government, we don’t take profits from the exhibitors or the foodstores. They have no costs, so they can ask low prices.”

1,5 million people with a connection to Indonesia
“The Indonesian embassy would not organize an event like this in, for example, Brasil. But in this city, in this country, I believe there is 10% of the population, that is some 1,5 million people, that have something to do with Indonesia. Some 15.000 of them have an Indonesian passport. And the pasar malam as an event is already a tradition in so many cities in the Netherlands. The mission of the Indonesian embassy is to promote trade, tourism and investment in Indonesia. Instead of organizing a promotional event called ‘Indonesia: investment, trade and tourism promotion, why not just call it Pasar Malam Indonesia?’ It is easier, it sounds familiar to many people and it is a fun way of doing things.”

Side by side with Tong-Tong Fair – as monuments of peace
“In the future, we want Pasar Malam Indonesia to be institutionalized. We want it to be something regular in the Hague, like the Tong-Tong: everyone in Jakarta knows what that is. We want PMI to be side by side with Tong-Tong Fair.  Now that you ask me about the future, I have a dream I want to share.”

Umar Hadi dreams of monuments of peace (video)

[box]

Van Umar Hadi mag Indisch 3.0 maar liefst 5×2 vrijkaarten weggeven voor een bezoek aan de Pasar Malam Indonesia op 5 of 7 april. Interesse? 9 maart publiceren we actievoorwaarden!

[/box]

Wat is jouw Indisch Den Haag?

Indisch Den Haag krijgt tot in elk geval eind 2011 de aandacht van het Haags Historisch Museum en Monumentenzorg van de gemeente Den Haag. De Haagse wethouder Baldewsingh (Volksgezondheid, Duurzaamheid, Media en Organisatie), lanceerde daarvoor vandaag het project Sporen van Smaragd.

Hotel Des Indes in Den Haag, met stadswapen van Batavia boven de ingang.

Het Museum en de dienst Monumentenzorg investeren meer dan 25.000 euro om Indische gebouwen, evenementen, interieurs, gedenktekens en wijken in Den Haag te inventariseren uit de periode 1853 – 1945. “Deze periode is vooral om pragmatische redenen gekozen. De gegevens van de Kamer van Koophandel gaan terug tot 1853. Maar ook omwille van betekenis: 1945 is het jaar waarin Indonesië zichzelf onafhankelijk verklaard heeft,” licht een van de onderzoeksters toe. Stadshistoricus en Tjalie Robinson-kenner Wim Willems zal de vondsten voorzien van een bredere, historische context.

Divers karakter Den Haag zichtbaar maken
“De waarde van dit project voor jongeren is dat we Indische verhalen zichtbaar maken in Den Haag,” vertelt wethouder Baldewsingh me na afloop. “En dat zeg ik niet alleen als wethouder, maar ook als Hindoestaanse migrant. Den Haag heeft vele gezichten, die diversiteit wil je zien in de stad. Dit project kan de verbinding vormen tussen alle inwoners. Zien dat Den Haag niet alleen maar een Hollandse stad is, maar ook een Indische, internationale, geeft nieuwkomers een gevoel van thuiskomen en Hagenaars en Hagenezen een gevoel van herkenning.”

Actieve bijdrage publiek gevraagd
Voor het slagen van Sporen van Smaragd zijn bijdragen van (voormalige) inwoners van Den Haag cruciaal, met internet als doorgeefluik. Zo is http://sporenvansmaragd.ning.com ingericht als kennisnetwerk, waarop (ex-) Hagenaars hun verhalen over en kennis van Indisch Den Haag kunnen delen met anderen. Op www.flickr.com/groups/sporenvansmaragd kunnen mensen foto’s uploaden, ze taggen met #sporenvansmaragd en aangeven waar in Den Haag de foto genomen is. De ideeën over het zichtbaar maken van de vondsten zijn legio, maar nog niet bepaald besloten. Wellicht kan het publiek daar ook suggesties voor indienen.

wethouder Rabin Baldewsingh
Wethouder Baldewsingh: "Diversiteit in een stad wil je zien."

Persoonlijke verhalen en interieurs
Verder zijn persoonlijke verhalen en interieurs ontzettend belangrijk, vertelt Elise Mutter van het Haags Historisch Museum me. “We weten natuurlijk niet wat mensen in huis allemaal aan bijzondere voorwerpen en verhalen hebben.” Het stadsmuseum, gelegen aan de Hofvijver, wil die verhalen gebruiken voor een expo over ‘Mijn Indisch Den Haag’. Dit soort verhalen kunnen mensen dus ook kwijt op de ning-community.

In kaart brengen om te beschermen
Opmerkelijk is tot slot de aanleiding van dit project. “Als we niet weten welk uniek Indisch erfgoed we in deze stad hebben, zou het zomaar kunnen gebeuren dat dat erfgoed verloren gaat. Nee, er is geen directe aanleiding om daarvoor te vrezen, maar we hebben nu nergens vastgelegd wat Indisch erfgoed is. Bij een nieuwbouwproject kan nu zomaar waardevol materiaal verdwijnen ,” vertrouwt Elise Mutter me toe. “Bovendien, we denken al heel lang over dit project na, maar de eerste generatie Indische mensen verdwijnt. We moeten snel zijn. En trouwens, wie weet wat dit voor het Louis Couperus-huis kan betekenen, als erkend wordt dat dat Indisch cultureel erfgoed is?”

De dames van Tong-Tong Fair: Florine Koning, Siem Boon en Ellen Derksen.

Toko test #4: Toko Toet, Den Haag

Toko Toet is de oudste toko van Den Haag. Aangezien Den Haag ook nog eens de Indische hoofdstad van Nederland is, zou je dus kunnen zeggen dat tokotest 4 bij de toko der toko’s heeft plaatsgevonden. Ed Caffin en Kirsten Vos hebben zich daarom, samen met gast-tester Armando Ello, tot het uiterste ingespannen om een representatieve indruk te krijgen van het hedendaagse aanbod van deze grande dame onder de toko’s en vrijwel alles geproefd – in kleine hoeveelheden – wat Toko Toet in de aanbieding had.

Toko Toet, Beeklaan 376a, Den Haag

Medewerker Jeremy (29) heet ons hartelijk welkom. De keuken van Toet is te typeren als die van midden-Java, vertelt hij, wat neerkomt op wat zoetere smaken. Zelf is hij een niet-Indische Indo, als kind van een oost-Javaanse vader en een Nederlandse moeder, en getrouwd met een Indonesische (‘mijn vrouwtje kan het beste koken van allemaal’) . De eigenaar, Fred Jansen, zien we die dag niet.

Elke toko heeft betere en mindere gerechten. Dat geldt ook voor toko Toet. Een Indo die zijn toko’s kent, weet waar hij wat het beste kan halen. Op welk gerecht de toko zichzelf onderscheidt? ‘Dat is de sayur lodeh. De ajam pangang. En ik heb ook begrepen dat onze tjendol erg goed is,’ vertelt Jeremy. Gretig hebben wij die uitspraken aan onze smaakpapillen onderworpen.

Om hier alle 25 gerechten te bespreken die we geproefd hebben (ja, we hebben het serieus aangepakt), gaat te ver. We geven jullie daarom de vijf gerechten waar wij voor terug zouden komen en drie gerechten die we toch eerder ergens anders zouden kiezen.

1. Ajam pangang
Gebakken kippenpoten. Het zachte, sappige kippenvlees heeft een heerlijk rokerige smaak. De ketjapsaus maakt het af.

2. Sayur lodeh
Beetgare, knapperige groenten in een pittig-milde kokossaus. Elke smaak is te proeven zonder dat er een overheerst, de smaken samen maken het gerecht perfect in balans.

3. Ikan boemboe bali
Witvis in pittige saus. De vis is stevig en mals, bovendien zonder graten. De boemboe is pittig, zoet en zuur.

4. Tahu taotjo
Tahu met gefermenteerde sojabonen (taotjo). De verrassend donkere smaak van de taotjo-boon is een perfecte combinatie voor de zachte tahu.

5. Toemis kankung
Geroerbakte bladgroente, te vergelijken met spinazie. De eenvoudige, maar heerlijk karakteristieke smaakt maakt dit een ideaal bijgerecht.

Waar komen we niet voor terug? Allereerst de frikadel djagoeng: die is te grof en smaakt alleen maar naar mais. Daarnaast de sambal goreng telor; de trassie overheerst, het ei is smaakloos en heeft een te dikke ‘huid’ gekregen, de saus is ons te zoet. De frikadel lombok heeft zo’n vreemde smaak en papperige structuur, dat we na één hap genoeg hebben.

En de tjendol? De Javaanse suiker en kokos zijn in precies de juiste verhouding: niet te zoet, niet te zwaar, waardoor de smaken elkaar lijken te verlengen. De ‘groene fliebertjes’ (hoe noem je die dingen) van hung-kee meel zijn lekker zacht en sappig. Met die paar blokjes ijs is dit echt een verfrissend drankje.

Het eten van toko Toet heeft ons ontzettend goed gesmaakt en de prijzen zijn prettig. Maar toko der toko’s durven we niet te beweren, als die als zou bestaan. Elke toko heeft zijn eigen signature dishes. Onze beoordeling:

Toko Toet, Beeklaan 376a, Den Haag, www.tokotoet.nl

p.s. Meer filmpjes? Ga naar www.youtube.com/indisch3

Jonge Indo’s in de provincie… Zuid-Holland

‘Mijn familieleden zijn eigenlijk standaard Nederlanders. Alleen niet qua uiterlijk.’

Milan Theijs (24) is de achtste jonge Indo die we spreken in onze tour door Nederland. Milan woont in Den Haag, werkt bij het ministerie van Binnenlandse Zaken en wil Indonesische Taal en Cultuur gaan studeren in Leiden. ‘Vanaf mijn twintigste werd ik nieuwsgierig naar mijn achtergrond. Ik ben geen fanatieke Indo, maar ik zou het wel raar vinden als onze geschiedenis ooit helemaal vergeten is.’

filmMilan

Fotografie: Valérie Harmanus

‘Wat mij in eerste instantie nieuwsgierig maakte naar mijn Indische achtergrond, waren de kleine gebruiken in mijn familie. Niet met je linkerhand eten, geen rumoer maken, niet je voetzolen laten zien, niet aan het hoofd zitten. Maar ook de verschillen fascineerden me. Op internet las ik veel over mensen die niet willen praten, over de ongelijkheid die er was tussen Nederlanders en Indo’s, en tussen Indo’s en Indonesiërs, maar mijn oma, die van Timor is, vertelt me altijd dat alles er pais en vree was. Hoe komt dat?’

‘Op een verjaardag van een nicht van mijn oma waren veel oudere Indische familieleden die met elkaar Maleis praatten. Ik vond het een mooie taal om te horen en werd nieuwsgierig naar de Indonesische taal. Ik kon het eigenlijk niet hebben dat ik als Indo niet eens die taal sprak! Kort daarna ben ik een taalcursus Indonesisch voor beginners begonnen in Leiden. Ik ben nu één keer in Indonesië geweest, maar ik wil er eigenlijk wel elk jaar heen. Ik ben begonnen mijn familie vragen te stellen. En ik ben veel gaan lezen, Tjalie Robinson, Piekerans van een straatslijper lees ik nu.’

‘Die cursus Indonesisch was leuk. Het was wel opvallend, het waren vooral ouderen die Indonesisch wilden leren, ik werd er erg enthousiast van. Toen ik in Indonesië was, sprak ik de taal nog niet erg goed. Toch voelde ik me er thuis. De geur van bloesem, de aangename temperatuur, de natuur, het rustieke; het smaakte naar meer. Mijn ouders zijn er nog niet geweest. Mijn vader is Indisch en ik vraag hem de oren van zijn hoofd, ik merk dat hij er enthousiast door wordt. Hij en mijn grootouders zijn blij en trots dat ik er zo benieuwd naar ben. Het lijkt me wel gaaf om er met hem heen te gaan, om mijn vader daar een toer te geven. De boeken die ik erover lees, van Tjalie, vind ik ook geweldig. Prachtig om dat petjoh te lezen. En hoe hij dat allemaal weet te vatten, die wereld. Het is misschien romantisch, maar die zorgeloosheid in zijn boeken spreekt me aan.’

‘Mijn directe Indische familie is veel “Hollandser” dan hun neven en nichten. Ze hebben geen Garuda-beelden, bijgeloof en typische Indische zaken in huis, maar wel veel kennis van Nederlands-Indië. Hun afkomst verloochenen ze niet, maar ze zijn er totaal niet actief mee bezig. Een onderwerp waar ik me nog graag in wil verdiepen is dan ook de oorlog. Mijn opa heeft in het KNIL gezeten, Jappenkampen van binnen gezien en zat na de oorlog bij de Gajah Merah. En nee, hij heeft niet deelgenomen aan die verschrikkelijke politionele acties.’

'In Indonesië voelde ik me thuis.'
'In Indonesië voelde ik me thuis.'

‘Nee, ik ben geen actieve Indo. Dat gaat me allemaal boven mijn pet. Ik neem geen deel aan discussies op de NIHyves en Indoweb en zo, ik ben nog niet kundig genoeg op dat gebied. Ik zie mezelf vooral als Hagenees, eentje met Indische trekjes. Nee, ik heb geen Indische vrienden. Daar zoek ik mijn vrienden niet op uit. Indische mensen vind ik wel een aparte groep, we hebben een eigen geschiedenis en ik vind het leuk dat er nog steeds mensen zijn die zich daar sterk voor maken. Ik vind wel dat we gewoon Nederlands zijn, Indisch is een plus. Je hebt van die hele fanatieke erbij, die vinden dat een Indo geen Garuda-teken mag dragen. Ik vind het allemaal wel prima.’

‘Ik heb niet de intentie om actief te worden, maar ik zou het wel erg vinden als niemand meer weet wat ons verhaal is. We hebben toch een eeuwenoude geschiedenis, we komen voort uit een kolonie van Nederland. En we hebben hele mooie gebruiken geïntroduceerd; culinair, in de kunst, boeken, muziek. Verder vind ik het mooi dat er nog steeds initiatieven zijn. DarahKetiga probeert het levendig te houden. Wat ik jammer vind is dat ik bij geschiedenis op school niets over Nederlands-Indië heb gehoord. Ja, het zou wel gek zijn als het helemaal vergeten wordt.’

‘Wat ik wel ga doen, is volgend jaar Indonesische Talen en Culturen in Leiden studeren. De talen en culturen van Indonesië waren eerst alleen een hobby, maar mijn doel is nu om vooral de taal te masteren, zodat ik voor langere tijd in Indonesië kan gaan wonen en werken. Nederland is natuurlijk mijn vaderland en ik ben dankbaar dat ik hier ben opgegroeid, maar al van jongs af aan zie ik het als een enorm aantrekkelijke uitdaging om een langere tijd in het buitenland te verblijven. ’

En het volgende interview? Daarvoor gaat Ed naar de provincie Noord-Holland.

Dit interview is wegens siteproblemen een week later gepubliceerd dan gepland.

“Mijn moeder kookt veel beter”

Indischeten“Ik ga eigenlijk nooit uit eten in een Indisch restaurant, mijn moeder kookt veel beter.” Ik heb dat vaak genoeg gezegd, als mensen vroegen of ik ze aan goed Indisch restaurant in Den Haag kon helpen. En ook in mijn eigen Indische kennissenkring doen mensen dat vrijwel nooit. Zo kwam het dat ik onlangs via een Nederlandse collega bij een goed Indisch restaurant in Amsterdam terecht kwam, terwijl ik genoeg Indo’s in de omgeving van Amsterdam ken. Waarom kennen wij die plekken  zelf niet?

Als ik kijk naar de klassieke Indische restaurants in Den Haag, Garoeda en Poentjak, dan zie ik daar vooral Nederlanders zitten. Indo’s komen er nauwelijks. In eerste instantie dacht ik deze houding typisch was voor migranten. Gerechten zijn vaak aangepast aan de lokale smaak, waardoor kenners van de authentieke keuken liever bij ‘la mama’ gaan eten dan bij Luigi’s pizzeria. Want zeg nou zelf, hoeveel Italianen gaan er naar een gemiddeld Italiaans restaurant in Nederland? En in Bazar zie ik ook alleen maar mensen zitten die niet uit het middenoosten komen.

Totdat ik me realiseerde dat Chinezen wel degelijk en masse naar Chinese restaurants gaan. Hele families schuiven aan aan de ronde tafels met in het midden van die, tja hoe heten die dingen, draaibare plateaus waar het eten op komt te staan, zodat iedereen kan opscheppen zonder dat de schaaltjes de tafel over hoeven. Zijn Chinezen de uitzondering en eten migranten doorgaans niet in restaurants met hun eigen keuken?

Er ís wel een Italiaans restaurant in Den Haag waar Italianen komen, maar dat is behoorlijk aan de prijs. Zou dat het dan zijn, geld? Het restaurant in Amsterdam, Blauw, was wel prijzig. Wil je voor een habbekrats Indisch eten, dan kan je beter langs de toko of warung gaan. De TL-buizen sfeer moet je dan maar voor lief nemen. Hebben wij niet veel geld over voor Indisch eten, omdat we het zelf ook kunnen maken, en onze moeder nog veel beter?

Het zou ook kunnen dat je eigen eten in een restaurant eten, niet echt ‘uit eten gaan’ is. Ik herinner me dat ik lang geleden een Indisch vriendinnetje een keer voorstelde om sateh te gaan eten bij Istana in de Wagenstraat in Den Haag. Haar reactie: “Als ik uit eten ga, wil ik iets anders eten. Indisch krijg ik thuis al.”

Nou viel het me in Blauw wel op dat daar redelijk wat jongere Indo’s zaten met Nederlandse tafelgenoten. Mischien eten jongere Indo’s wel minder Indisch thuis, waardoor uit eten gaan in een Indisch restaurant voor die generatie steeds populairder wordt. En misschien zorgt de jongere generatie zo wel voor een nieuwe impuls aan Indische restaurants in Nederland.

Wat doen jullie? Gaan jullie wel uit eten in restaurants, kiezen jullie voor toko’s of toch liever de eigen keuken? En waarom dan?