3.0 in de muziek: Rob Verbakel

Sjoelen, muziek & bier

Rob Verbakel (1981), geboren en getogen in Helmond, begon op zijn 16e met gitaarspelen. Met zijn band Amsterdam Saints en als sessiemuzikant speelt hij door het hele land en hij geeft gitaarles in zijn studio aan huis. In de intimiteit van de knus ingerichte studio gaat ons gesprek over zware shag, botel tjebok en natuurlijk: muziek. 

Rob is Indisch via zijn moeder, die als negenjarig meisje met haar ouders  vanuit Semarang naar Nederland kwam. Een maand na het interview gaat hij met haar voor een maand naar Indonesië. ‘Het is net of het zo hoort, want alle boekingen met bands vallen tot nu toe ervoor of erna…’ zegt hij met gevoel voor het mystieke.

Kruiden-op-gevoel
Rob begint bedachtzaam, maar komt op dreef als hij vertelt over zijn bandleden, met wie hij graag een potje sjoelt onder het genot van een biertje. Welke waarde hecht hij aan zijn Indische achtergrond? ‘Familiegeschiedenis en gastvrijheid’, antwoordt hij meteen. ‘Mijn moeder is meer gaan vertellen en zelf sta ik er ook meer voor open nu’.  Van zijn moeder leerde hij koken. ‘Ik hanteer dezelfde kruiden-op-gevoel-methode als zij.

Rob Verbakel op het podium © Foto: eigendom Rob Verbakel
Rob Verbakel op het podium © Foto: archief Rob Verbakel

Kaju putih en ander bijgeloof
Het spirituele noemt Rob als iets typisch Indisch. ‘Na acht uur ’s avonds nagels knippen of douchen? Volgens mijn oma zou ik eerder doodgaan als ik dat deed.’ Of de magie van kaju putih om een wrat te laten verdwijnen: ‘het werkt echt!’ Over de introductie van zijn vader bij zijn Indische schoonfamilie kent hij een prachtige anekdote: ‘Mijn oma vroeg of hij tegen pittig eten kon. Stoer beaamde hij dat, maar na de ayam pedis moest hij nodig naar het toilet. Hij wist niet waar die fles voor was en heeft er van gedronken!’

‘Mijn ouders hebben het me makkelijk gemaakt.’

MTV Unplugged
Bij veel Indo’s zit muziek in de familie, zo niet bij Rob. Maar hoe werd hij dan wel gegrepen door muziek? ‘Ik zag als veertienjarige een heel goede gitarist bij MTV unplugged, toen wist ik: dát wil ik!’ Na twee weken elke dag zeuren bij zijn vader kreeg hij zijn eerste akoestische gitaar, die al snel werd verruild voor een elektrische, toen hij bands als Pearl Jam en Metallica hoorde. Rob’s ouders moesten wennen aan zijn keus voor een muzikale carrière, vooral zijn vader. Maar zijn vader ging zich verdiepen in de muziekindustrie en nu adviseert hij Rob zelfs bij het kopen van instrumenten. ‘Uiteindelijk hebben mijn ouders het me makkelijk gemaakt’.

Rob Verbakel on stage Foto: eigendom Rob Verbakel
Rob Verbakel on stage Foto: eigendom Rob Verbakel

Elke dag rijsttafel
Al zit er geen muzikale Indo in de familie, toch hebben Indo’s Robs carrière beïnvloed. Zijn eerste elektrische gitaar kocht zijn vader voor hem van Wally Lucardi, die hij nog kende van Indorock-avonden. Gitaarleraar Herbie Guldenaar, ook Indisch, stoomde Rob klaar voor de vooropleiding van het conservatorium. ‘Eenmaal aangenomen moest ik keihard werken om verder te komen. En dat heb ik gedaan.’ Na de vooropleiding mocht hij door naar de opleiding in Maastricht. Na zijn afstuderen in 2005 deed Rob vier jaar praktijkervaring , onder andere als docent bij de muziekschool van een Indische familie. ‘Trotse Indo’s , dat zie je aan alles wat ze doen. Ik voelde me er meteen thuis, en elke dag stond er een rijsttafel.’

‘Mijn doel? Gezond blijven en plezier in het spelen.’

Speelplezier
In 2007 verhuisde Rob naar Amsterdam, om zijn muzikale horizon te verbreden. Door veel te spelen met bands en op sessies raakte hij thuis in Amsterdam, waar hij later nog zijn masters-titel  aan het conservatorium behaalde. In Amsterdam leerde hij ook de mannen van Amsterdam Saints kennen, die naast het musiceren ook zijn vrienden zijn ‘Ik heb een sjoelbak staan, waarmee we sjoeltoernooien houden, met muziek en bier uiteraard. Mijn doel is gezond blijven en nooit het plezier verliezen in het spelen.’ Het lijkt alsof Rob het zich al pratende beseft: speelplezier is voor hem het belangrijkst, of hij nou met vrienden aan het sjoelen of musiceren is. ‘Ik ben met weinig gelukkig’.

Oproep: Ken of ben jij een muzikale 3.0’er die mee zou willen werken aan een aflevering van 3.0 in de Muziek? Laat het ons weten door een mailtje te sturen naar nora@indisch3.nl

 

Jonge Indo’s in de liefde – Dioni en Riemke

Dioni en Riemke trouwden een jaar geleden

Toen Riemke (31) uit een lange relatie kwam met de vader van haar kind was daar ineens Dioni (30). Hij hielp met haar toen tweejarige zoontje Tijn én hield haar gezelschap als ze even niet alleen wilde zijn. Toen hij een keer zei ‘Laat mij je baboe maar zijn,’ had Riemke door dat deze jongen echt alles voor haar wilde doen. Op een zonnig terras vertelt het stel hoe ze vier jaar geleden van ‘gewoon vrienden’ een koppel werden en nu een jaar zijn getrouwd.

Riemke, een levendige prater, en  Dioni – iets rustiger maar gepassioneerd in zijn mening – leerden elkaar kennen in de organisatie van een re-enactment groep in Utrecht. Omdat Riemke nog in een relatie zat, bleef het bij vriendschappelijk contact. Maar toen het uit ging met haar ex was Dioni veel bij haar thuis te vinden, als steun en toeverlaat. En op een gegeven moment hoefde Dioni niet meer op de bank te slapen.

Ooms en tantes en andere familie
Dioni is Spaans van vaders kant en Chinees/Indisch via zijn moeder. Zijn moeder is in Nederland geboren, zijn grootouders komen uit Jakarta. Hij is voornamelijk door zijn moeder opgevoed en heeft geen broers of zussen. Riemkes moeder komt uit Lunteren en haar vader uit Amsterdam. Zij komt juist uit een grote familie. Toch heeft Riemke er met Dioni een hoop ‘ooms en tantes’ bij, en inmiddels noemt zij ze zelf ook geregeld zo: ‘ Eerst dacht ik dat al die mensen die hij neef, nicht, of oom en tante noemde, echte familie waren.’  Andersom moest Dioni wennen aan een aanspreekvorm in Riemkes familie: ‘Tutoyeren… Ik vond het erg raar dat Riemke haar zus, die een stuk ouder is (er is sprake van een generatieverschil tussen de zussen– red.) gewoon met  ‘je’ en ‘jij’ aanspreekt.’ Riemke : ‘Maar ze is toch gewoon mijn zus ?’

Riemke en Dioni / foto: Dioni en Riemke
Riemke en Dioni / foto: Dioni en Riemke

‘Gevolgen van daten met een Indische jongen? Ik ben vijf kilo aangekomen!’
Wat vindt Riemke typisch Indisch aan Dioni? ‘Hij kan erg beschermend zijn,  vooral in de buurt  van zwangere vrouwen.’ Dioni: ‘Behulpzaamheid is misschien wel een Indische eigenschap.’ Als ik vraag naar wat hij een minder leuke Indische eigenschap vindt, zegt hij zonder twijfel: ‘Dat hele introverte, dat binnenvetten mag je wat mij betreft weglaten. Introspectie is juist goed, maar je moet niet overdrijven.’ Riemke vult aan: ‘Dioni heeft een grappige combinatie van rustig zijn en Spaans temperament.’ Een ander gevolg van de Indische mix van Indisch en Spaans is dat Riemke vijf kilo aankwam toen ze met Dioni een relatie kreeg. ‘In beide culturen is lekker en uitgebreid eten gebruikelijk, dus dan krijg je dat.’

Het laatste beetje drinken
Wanneer ik eerst nog de indruk heb dat de cultuurverschillen tussen de twee wel meevallen, komt er een stortvloed aan voorbeelden als we het hebben over andere gebruiken en gewoontes. ‘Ik zal nóóit een kris kopen,’ zegt Dioni  stellig. ‘Een kris bezit een stukje van de geest van zijn maker, dus als je een kris koopt van een volslagen vreemde, weet je niet welke energie je in huis haalt.’ Bijgeloof, of goena-goena heeft Dioni sterk van zijn moeder meegekregen. Geen geld tellen na 22:00 uur bijvoorbeeld, of het laatste beetje van je drankje laten staan voor overleden dierbaren. ‘Toen we nog niet zo lang iets hadden, dronk Riemke steeds dat laatste beetje uit mijn glas op. Toen is me zelf pas gaan opvallen dat ik dat deed – het was eerst alleen een onbewuste gewoonte van huis uit.’ Inmiddels vindt hij het óók bewust een mooie gewoonte. ‘Indo’s zijn vaak spiritueel aangelegd. Als ik naar mijn moeder kijk, klopt dat ook wel.’

Dioni en Riemke trouwden een jaar geleden
Dioni en Riemke trouwden een jaar geleden – foto: Dioni & Riemke

Respect voor eigenwaarde
Samen voeden Dioni en Riemke de nu zesjarige Tijn op. Wat willen de twee het jongetje meegeven aan belangrijke waarden? Beiden noemen meteen het belang van een hechte familie en respect voor ouderen. ‘Maar,’ vult Riemke aan, ‘wel gepaard met respect voor eigenwaarde. Je hoeft niet alles te slikken, je mag best voor je eigen mening uitkomen, als je het maar netjes zegt.’ Dioni knikt. ‘Indische families hebben de neiging niet recht voor zijn raap te zeggen wat ze van elkaars gedrag vinden. Wat mij betreft mag het wat directer.’

Typische Indo-namen anno 2012

Dewi Pechler. Afbeelding: http://www.mediatrack.nl/dewi/dewiDPK.html
Dewi Pechler. Afbeelding: http://www.mediatrack.nl/dewi/dewiDPK.html
Dewi Pechler. Afbeelding: http://www.mediatrack.nl/dewi/dewiDPK.html

Dewi, Nina, Jeffrey, Patrick,…?

Bij mijn eerste 4.0 heeft onze Indische afkomst geen invloed gehad op zijn naam. Wat telde was hoe dit kindje in de buik aanvoelde en hoe de naam klonk. Daarom heet hij Leander.

De tweede heeft zich inmiddels aangediend. Nu ik opnieuw bezig ben met kindernamen, vraag ik me af: wat zijn veel voorkomende namen onder Indo’s 3.0 en 4.0? Deze blog is dus vooral een vraag aan alle 3.0’s, 4.0’s en 3.0’s met kids: hoe heten jullie, jullie Indische vrienden, broers, zussen en kinderen?

Veel van jullie zullen weten dat Indo’s 1.0 en 2.0 vaak Engelse namen hebben, onder invloed van de populariteit van Hollywood in Indië, later Indonesië: George, Edward en Reggy bijvoorbeeld. Mijn naam, Kirsten, is dus niet bepaald Indisch. Pas bij mijn moeders’ naam openbaren de Indische roots zich: Peggy. Peggy Maureen.

Maureen is een populaire Indische meisjesnaam geworden door de populariteit van de actrice Maureen O’Hara in de jaren 50. Peggy, dacht ik, zou ook zo’n actrice kunnen zijn. Navraag leerde dat mijn moeder vernoemd is naar het eerste vriendinnetje van haar vader. Nooit geweten dat mijn oma zo ruimdenkend was. Maar Peggy komt bij meer Indische vrouwen van mijn moeders generatie voor. En die hadden vast niet hetzelfde vriendinnetje als mijn opa. Iemand enig idee waar de populariteit van Peggy naar te herleiden is?

Maureen O'Hara. Bron: http://www.kerrfect.com/2011/06/dames-maureen-ohara/
Maureen O'Hara. Bron: http://www.kerrfect.com/2011/06/dames-maureen-ohara/

Daarnaast komen onder de eerste en tweede generatie, in elk geval onder de mensen die ik ken, vrij vaak oer-Hollandse namen voor, zoals Fred, Ruud, Frank en, simpelweg, Jan. Opvallend trouwens is hoe de huidige klassieke of Oranjekoorts  in namenland (Sofie, Emma, Francine, Max, Philip, Maurits, Eduard) lijkt op de namen die vooral onder de eerste generatie veel voorkwamen. Een teken van het huidige sociaal-maatschappelijke behoefte aan nostalgie en het Hollandse gevoel?

Inmiddels komt er bij ons thuis een tweede 4.0 (4.2?) aan en is er in huize Goote -Vos kort, maar intensief overleg geweest over nieuwe namen.  Ook bij deze is het Indische niet terug te zien in de naam. Al zou je kunnen zeggen dat.. Nee, nee, daar hou ik mijn mond over.

Als ik naar mijn Indische vrienden kijk, valt het me op dat er onder de derde generatie best veel jonge vrouwen  zijn die Jasmin, Dewi en Nina heten. Ook heb ik de indruk dat er meer Jeffrey’s en Patricks rondlopen dan onder de tweede en eerste generatie. Welke namen zie jij veel voorkomen?

Jonge Indo in de Muziek – Patrick Rugebregt

Patrick Rugebregt – Foto: Patrick Rugebregt

Op het North Sea Jazz Festival 2012

Als hij een stuiterbal was, was Patrick al lang van het terras af gestuiterd. Hij praat rustig, maar van binnen borrelt de opwinding. Zijn grote wens sinds hij een tiener was, is in vervulling gegaan: deze zomer speelt hij op het North Sea Jazz Festival met Tuur Moens & Syndicate. Ontspannen maar vol ambitie vertelt de (jazz)pianist, componist en arrangeur Patrick Rugebregt (25) over zijn passie voor muziek, Indische familiefeestjes en zijn allergie voor… pinda’s!

Boogie Woogie
Op een steenworp afstand van het Utrechtse Conservatorium spreken we af op een terras. Niet dat het conservatorium de start was van zijn muzikale carrière: De eerste keer dat Patrick in zijn bewuste leven in aanraking kwam met muziek was hij vier jaar en zat hij langdurig ziek thuis vanwege zijn allergieën (Patrick is onder meer allergisch voor pinda’s – je verzint het niet!). Tegen de verveling van het thuis zitten, bouwde zijn vader met oude gitaarsnaren een piano voor hem. Hij leerde hem zijn allereerste liedje spelen; een boogie woogie. Het instrument heeft hem vanaf toen nooit meer los gelaten.

Patrick spelend op het conservatorium © Nora Iburg / Indisch 3.0 2012
Patrick achter de piano op het conservatorium © Nora Iburg / Indisch 3.0 2012

Muzikale familiefeestjes
Patrick is Indisch van vaders kant: hij kwam op achtjarige leeftijd naar Nederland vanuit Sulawesi. Zelf speelt hij gitaar en zingt hij. Maar Pa Rugebregt is niet de enige van de familie die de liefde voor muziek heeft aangewakkerd. ‘Wat ik heb meegekregen van mijn Indische achtergrond? Muziek! De hele familie speelt wel wat: opa dwarsfluit en gitaar, de tantes zingen, de ooms spelen gitaar. Niet professioneel, ze spelen echt voor het plezier. Maar op familiefeestjes – waarbij iedereen hapjes meeneemt – staat iedereen met elkaar muziek te maken’.

Altijd mee kunnen eten
Deze jongen leeft, ademt en eet muziek, merk ik, maar ik vraag toch even verder: ‘Er is vast wel iets anders dan muziek dat je ook typisch Indisch vindt?’ Patrick denkt even na, maar al snel geeft hij antwoord: ‘Gastvrijheid. Dat gasten zich snel thuis voelen in jouw huis, en dat iedereen altijd onaangekondigd mee kan eten.’ Bij dat laatste speelt Patricks Nederlandse moeder een grote rol. ‘Vooral mijn moeder kookt Indisch thuis, en dat doet ze ook heel goed! Wanneer ik vroeger vrienden en vriendinnen van de middelbare school mee naar huis nam, maakte ze er geen probleem van om een rijsttafel klaar te maken.’ Zelf Indisch koken doet Patrick niet en heeft daar verder ook geen speciale belangstelling voor: alle aandacht en passie gaat naar muziek.

Patrick tijdens een optreden – Foto: Patrick Rugebregt
Patrick tijdens een optreden – Foto: Patrick Rugebregt

Van punkrock en hiphop naar moderne jazz
Op zevenjarige leeftijd ging Patrick naar de muziekschool. Muziekstijlen die hem inspireerden gingen echt alle kanten op. ‘Ik luisterde een tijd veel naar hiphop en had zelfs even een punkrockperiode’. Op de muziekschool maakte hij voor het eerst echt kennis met jazz. ‘Een contrabasdocent vroeg of ik in zijn bigband wilde spelen, geweldig! Ook de ensemblelessen, waarbij we veel improviseerden, vond ik heerlijk. Miles Davis was bijvoorbeeld een grote inspiratie, mijn eerste CD’s zijn van hem. Nu ben ik erg fan van moderne jazzpianist Aaron Parks’. Op TV zag de jonge Patrick registraties van North Sea Jazz, met onder andere optredens van Dianne Reeves en Chick Corea. ‘Vanaf dat moment wilde ik daar ook ooit staan.’ Toen Patrick veertien was wist hij: ‘Ik wil naar het conservatorium’.

Een muzikale toekomst

In 2010 studeerde Patrick cum laude af aan het Conservatorium van Utrecht. Hij werd bij zijn eindexamen geprezen voor zijn eigen adem in de muziek. Inmiddels is Patrick zelfstandig muzikant en kan hij van piano spelen leven. In 2009 speelde Patrick voor het eerst een heel album in voor de fusion band Elixxir onder leiding van André Orsel. Begin 2011 start Patrick als vaste toetsenist bij Rigby, een Nederlandse pop/rock band, waarmee hij met de single ‘One Life To The Next’ op 15 kwam in de single top 100 van iTunes. Rigby heeft onlangs hun  tweede single opgenomen en van de zomer gaat de band de studio in voor hun derde album.

De eerste EP van PRQ: Skybound – Foto: Patrick Rugebregt
De eerste EP van PRQ: Skybound – Foto: Patrick Rugebregt

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Sinds 2011 heeft Patrick zijn eigen kwartet, genaamd PRQ (Patrick Rugebregt Quartet – onlangs overigens een Quintet geworden), waarvoor hij de muziek schrijft. Hiermee nam hij in de zomer van 2011 een EP op ‘Skybound’ met vier  van zijn eigen stukken. Als ik Patrick vraag naar zijn ambities houdt hij zich bescheiden, maar de ogen twinkelen:  ‘Ik wil met  mijn eigen muziek op zoveel mogelijk plekken spelen en verder zoveel mogelijk met muziek bezig zijn.’

Indisch 3.0 zegt tegen al haar lezers: hou ‘m in de gaten – hij gaat hard, deze jongen. Check ook vooral www.patrickrugebregt.nl

Oproep

P.S. Ken/ben jij een muzikale Indo die mee zou willen werken aan een aflevering van Jonge Indo in de Muziek? Laat het ons weten door een mailtje te sturen naar liselore@indisch3.nl 

Jonge Indo's in de Keuken: Lars en Robin Meekel

In_de_keuken_Lars_Robin

De perfecte rijst, recepten op een servetje en een ontplofte keuken. Indisch 3.0 vraagt naar de Indische kookbeleving van de broers Lars (32) en Robin (28) Meekel. Samen met hun (groot)ouders zijn zij één van de families die in Boekoe Bangsa (boek van de familie) over hun lekkerste familierecepten vertellen. Welke gerechten maken zij zelf vaak klaar? En hoe? Eén ding wordt meteen duidelijk: de broers hebben gastvrijheid hoog in het vaandel staan.

Lars en Robin aan de keukentrafel met Boekoe Bangsa © Nora Iburg / Indisch 3.0

Recepten op een servetje

Het is een warme dag als ik bij het appartement van Lars aankom. De flinke trap naar de etage maakt dat ik verhit binnenstorm (misschien was ik ook een beetje te laat). Zodra ik over de drempel stap, wordt mijn jas aangenomen, krijg ik de beste plek aan tafel en staat er een pot thee klaar. Het interview kan beginnen. Lars en Robin Meekel zijn Indisch via hun moeder. Hun grootouders komen beiden uit Java, oma uit Salatiga en opa uit Madiun. Het koken hebben ze van oma Miep Nix geleerd.  Op welke leeftijd de interesse om te koken ontstond? Lars: ‘Het ging heel geleidelijk. Meekijken in de keuken als oma weer eens voor veel te veel mensen aan het koken was.’ Ook kregen ze vaak recepten mee naar huis, vlug op een servetje gekrabbeld. Zoals sajur lodeh of frikadel djagung, één van hun favorieten.

Nasi kuning
Trots laten Robin en Lars foto’s zien in Boekoe Bangsa. ‘Opa en oma hadden wel wat bedenktijd nodig voordat ze aan het boek mee wilden werken. Er komen toch meteen hele verhalen van vroeger los.’  Lars en Robin hebben duidelijk minder bedenktijd nodig gehad. Ze laten zich makkelijk bevragen en in de tussentijd vang ik vermakelijke discussies op over  hoe je nasi kuning klaarmaakt.  Lars: ‘Heb ik wel eens gedaan, maar dat is wel een gedoe toch?’ Robin: ‘Nee joh, er moeten gewoon bepaalde kruiden in.’ ‘Welke dan?’ ‘In ieder geval heel veel verschillende.’ Ondertussen wordt mijn kopje thee steeds bijgeschonken en de citroencake lijkt ook maar niet op te gaan.

Familierecept op een servet © Nora Iburg / Indisch 3.0

Oma’s vingerkootje
Lars en Robin wonen op een steenworp afstand van elkaar in Amsterdam. Ook de rest van de familie woont in de buurt. Ze vinden het dan ook belangrijk om elkaar regelmatig te zien. Op de vraag wat ze aan familiewaarden in het koken meenemen, zijn ze het meteen eens: trouw blijven aan de familierecepten. Robin: ‘We koken zoals we de gerechten zelf kennen uit onze herinnering. Ik wijk niet af van de specifieke ingrediënten die in een gerecht horen.’ Maar ook de basis moet goed zijn, hoe je rijst kookt bijvoorbeeld: drie keer wassen, vingerkootje water – en daarbij houden de broers er rekening mee dat oma’s  vingerkootje natuurlijk veel kleiner is – koken tot er kleine putjes in de rijst vallen en daarna nog stomen.

De beloning
En wat is nu het leukste aan Indisch koken? Robin: ‘Na een avond stappen voor je vrienden gado gado maken.’  Lars: ‘Het opeten! Nee, het leukste is dat de mensen voor wie je kookt van het eten genieten.’ Ook vinden de broers het leuk om, als oma kookt, haar achteraf te helpen met opruimen. ‘Want als oma kookt, dan is het één grote explosie in de keuken.’ Gezelligheid in huiselijke kring en samen genieten van het eten is voor de jongens toch wel de grootste beloning.  Misschien met een tikkeltje geldingsdrang erbij, want de familierecepten zijn onverbiddelijk en een fout is dan snel gemaakt, lijkt mij. Maar dat het dan ook heel lekker is, geloof ik meteen. Het zal me ook niet verbazen als de broers direct na mijn vertrek zijn gaan uitzoeken wat toch weer de juiste kruidenmix is voor de échte nasi kuning.

 

Frikadel Djagung © Nora Iburg / Indisch 3.0

Het familierecept van Lars en Robin: Frikadel Djagung

3 kleine blikjes maïs

½ prei
½ bos selderij
Peper en zout
Nootmuskaat
4 grote tenen knoflook
3 à 4 grote eetlepels pannenkoekenmix
1 ei

Groenten en kruiden in de keukenmachine klein maken. Let op: het mag geen pap worden. Eventueel peper en zout toevoegen. Het mag een beetje zoet smaken. Doe alles in een kom en meng de pannenkoekenmix en het ei  erdoor. In een koekenpan een laagje olie heet laten worden. Met twee eetlepels een hoeveelheid naar keuze van het maïsmengsel in de olie leggen, voorzichtig vormen tot een rond, plat koekje. Aan beide zijden bakken tot ze mooi bruin zijn.

Selamat makan!

Ben jij een Jonge Indo die graag in de keuken staat en zou je wel willen meewerken aan een aflevering van Jonge Indo in de Keuken? Laat het ons weten door een mailtje te sturen naar liselore@indisch3.nl.  

Michael Jeremy – uitersten combineren en samenbrengen

Michael Jeremy (27) producer en rapper uit Utrecht

Voor deze aflevering van  Jonge Indo’s in de muziek toog Indisch 3.0 naar Utrecht Overvecht, waar producer en rapper Michael Jeremy (27) woont. De muziek heeft hij van huis uit mee gekregen van zijn vader,  bassist en geluidsman, die hem al vroeg in aanraking bracht met verschillende instrumenten. Op jonge leeftijd maakte hij zijn eigen mixtapes.

In de stromende regen kom ik bij een reusachtige flat in Overvecht. Een beetje verloren kijk ik om me heen, maar Michael Jeremy heeft me zien fietsen en hangt op de tiende verdieping uit het raam om me te verwelkomen. Bij binnenkomst valt me een eigenaardige combinatie van de inrichting op. In de huiskamer staat een houtgesneden Dewi én een vitrinekast met Star Wars spullen. In de muziek houdt Michael Jeremy ook van het combineren van uitersten: ‘Het leukste van muziek maken is dat je heel creatief bezig bent. Ik mix allerlei stijlen met elkaar, metal, pop, dubstep, rock, maar wel altijd met rap erin. Daarmee is mijn interesse voor muziek begonnen: zelf teksten schrijven en heel veel naar hiphop luisteren.’

Michael Jeremy (Studio MJ)
Michael Jeremy in zijn studio

Kritisch én positief
Samen met huisgenoot Peggy Lou schrijft Michael Jeremy Nederlandstalige raps waarin positivisme en maatschappijkritiek hand in hand gaan. ‘Je kunt wel zeggen wat er niet goed is aan de samenleving, maar je moet ook een alternatief bieden. Alleen maar klagen werkt niet echt inspirerend.’ Dat de twee huisgenoten met hun muziek een boodschap willen overbrengen blijkt wel uit het feit dat ze in 2010 voor de SP het campagnenummer ‘Stem voor je Stufi’ geschreven en geproduceerd hebben.

‘Ik schrijf altijd eerst de tekst, dan pas de beat. Bij hiphop is het vaak andersom, maar zo werk ik gewoon niet. Ik bedenk eerst wat ik wil vertellen en pas de muziek daarop aan. Want het mooiste is als je uit de muziek de boodschap van de tekst kunt afleiden.’
Dit jaar staat de release van de EP ‘Stille Schreeuw’ gepland. Wat begon als een experimenteel hip-hopalbum, is gaandeweg meer een cross-over project geworden van rock, pop, rap en af en toe zelfs een dubstep nummer.

Huisstudio
Na al dat gepraat over muziek ben ik nieuwsgierig geworden en wil ik wel wat horen. Eén kamer in het huis is omgebouwd tot huisstudio, met een elektronisch drumstel, basgitaar, verschillende toetsinstrumenten en natuurlijk speakers en een computer.  Al een paar jaar is hij bezig om de studio, naast zijn werk, op te bouwen. ‘Ik ben afgestudeerd in sociaal juridische dienstverlening, en ben nu voltijds aan het werk.’ Benieuwd naar wat zijn ambities zijn, vraag ik of hij zijn projecten als producer wil uitbreiden: ‘Ik heb de laatste tijd veel nieuwe spullen aangeschaft voor de studio, dus ja, het is wel een soort van investering.’

Het valt me op dat de muziek die ik te horen krijg heel melodieus is, met veel aandacht voor de instrumenten. Bij rap ben ik geneigd  te denken aan volgerapte tracks, waarin één en dezelfde beat de boventoon voert. Maar dit zijn liedjes met een popstructuur, mooie vocalen én ruimte voor extatische solo’s. Voor de gezongen refreinen zet Michael Jeremy steeds een andere zanger of zangeres in. En de instrumentalisten hoeft hij al helemaal niet ver te zoeken: ‘Mijn oom heeft de gitaar ingespeeld,’ vertelt Michael Jeremy terloops. En tijdens het interview blijkt dat er wel meer familieleden als gastmuzikanten aan zijn nummers meewerken. Of hij met opzet familie mee wil laten doen, of dat het gewoon handig is, de muzikanten zo dichtbij, antwoordt hij lachend: ‘Indische mensen zijn gewoon goed in muziek.’

Het Indische gevoel van Michael Jeremy
Zijn vader en moeder zijn allebei Indisch. Hun families waren bevriend met elkaar en zo hebben zijn ouders elkaar leren kennen.  ‘Het Indische gevoel is voor mij het lekkere eten en het familiegevoel; mijn neven zijn ook mijn beste vrienden bijvoorbeeld. En de humor – zoals grapjes in die typische tongval – die een niet-Indo misschien niet zou herkennen. Toch zijn Indische  mensen vaak wel bescheiden, een beetje timide soms; zoals zaken met ‘soedah, laat maar’ afwimpelen. Maar zelf ben ik niet zo. Dat past gewoon niet bij me.’

De vrijheid van muziek
‘De vrijheid van doen wat je zelf wilt, vind ik heel belangrijk. Of het nu om werk, school of iets anders gaat, die vrijheid heb je niet altijd. Als ik muziek maak en teksten schrijf, is er niemand die zegt wat ik moet doen. Dat wil ik graag zo houden. Het is een manier om de maatschappij te ontvluchten en nieuwe werelden te ontdekken.’

Michael Jeremy (Studio MJ)
Michael Jeremy in zijn thuisstudio

‘Met mijn muziek trek ik de luisteraar graag uit zijn dagelijkse sleur. Ik deel graag mijn creativiteit en passie met anderen. Als iemand zich door mijn muziek getroost voelt wanneer hij alleen is en weer lacht, dan motiveert dat mij  nog maar méér om muziek te maken.’

 ‘Muziek zal altijd een grote rol in mijn leven spelen. Als ik geen muziek maak, luister ik het wel de hele dag. In mijn ideale wereld zou ik elke dag tracks maken met de beste artiesten. In een grote studio in de bergen, goed voor de akoestiek, met slaapgelegenheid en onbeperkt gevulde bar. En een toko in de buurt!’

Op de website van Michael Jeremy zijn binnenkort snippets te beluisteren van de EP “Stille Schreeuw”: www.michaeljeremyprojects.nl

4.0 geboren: Leander

Sinds 21 september is hij er, Leander, onze 4.0 en Indo in de dop. Ons leven is niet meer hetzelfde. Tussen het wassen, strijken, koken, voeden en verschonen in, ben ik bijvoorbeeld weinig bezig met ‘de Indische zaak’. Desondanks krijgen dagelijkse babybeslommeringen regelmatig een onmiskenbaar Indisch tintje. Hierbij een paar flarden.

In de keuken staat een pan met kokend water op het vuur. Er dobberen tien flesjes en spenen in om uitgekookt te worden. De laatste keer dat ik die pan gebruikte, maakte ik er sajoer in. In de achterbak van onze Peugeot 307, waar eerst mijn camera-apparatuur lag, ligt de reiswieg, zodat we die niet elke keer op en neer de steile portiektrap hoeven sjouwen. En aan mijn bureau zit ik alleen nog om ’s ochtends melk af te kolven.

Leander lijkt qua temperament op zijn moeder – alles nu, snel én het liefst meteen in een keer goed. Het is een veeleisend, maar tegelijkertijd ontwapenend ventje en lijkt erg op de baby die hij in de buik was: druk. Ons codenaampje voor hem, Doerak, is dus niet eens zo slecht gekozen.

Qua uiterlijk lijkt Leander sprekend op zijn vader. En die was tot zijn puberteit hoogblond, dus we zijn erg benieuwd welke haarkleur onze doerak krijgt. Maar zijn neusje, dat konden we niet meteen plaatsen. Leander heeft toch echt een onmiskenbaar Indische neus – dat kan je over de neuzen van zijn ouders niet zeggen.

Leander twee weken oud (c) Kirsten Vos 2011
Leander, twee weken oud (c) Kirsten Vos 2011

Totdat mijn schoonouders afgelopen zondag op bezoek waren. Ik kon voor mijn gevoel mijn ogen niet van de neus van mijn Indische schoonmoeder afhouden, al had ik niet de indruk dat ze dat doorhad. De volgende dag vroeg ik aan mijn man of Leander misschien de neus van zijn moeder had. Die kreeg spontaan een opleving: ‘Ja zeg, inderdaad! Ik wist dat ik die neus eerder gezien had!’

Gisteravond kon Leander niet slapen. Of beter gezegd, hij wilde niet slapen. Overdag had hij zoveel geslapen, dat hij om 22.30 uur klaarwakker was – tot groot verdriet van zijn ouders. Ik zat met hem op schoot in zijn kamertje en probeerde me te herinneren welke slaapliedjes ik kende. Glimlachend realiseerde ik me dat ik er maar een kende: Nina Bobo.

Waarschijnlijk klopte er weinig van de tekst die ik een half uur lang herhaald heb, maar de melodie deed haar werk: na tientallen versies van deze Indonesische lullaby, knikkebolde mijn doerakje in slaap. Terwijl ik de deur achter me dicht trok, genoot ik van de vanzelfsprekendheid waarmee ik terug was gevallen op mijn Indische roots, toen mijn pasgeboren zoon troost nodig had.

Dat hij vijf minuten later alweer wakker was, deed daar weinig aan af.

4.0 op komst (4)

4.0 op komst - de verbouwing (c) Kirsten Vos 2011

Voorbereiden op onze doerak kecil

Precies twee weken voor de uitgerekende bevaldatum, ziet ons huis er nog niet bepaald babyproof uit. Dus als 3.0’er van het eerste uur hoop ik op een jam karet baby – of in elk geval eentje die op zijn minst enigszins rekening houdt met de Uitgerekende Datum. De papa en mama zijn er onderhand mentaal wel aan toe, al hebben we natuurlijk in de verste verte geen flauw benul van wat ons allemaal te wachten staat.

Terwijl de verflucht van de nieuwe kozijnen door het huis kringelt, staat de kinderwagen (Maxi Cosi Elea intense red) verdwaald in de woonkamer. De kinderkleertjes (eerste en tweede handsjes, van Hema tot Tommy Hilfiger) liggen in opgestapelde Ikea-opbergdozen in de woonkamerdeur, inclusief enkele items uit de “blije” doos van Prenatal (merendeel viel tegen, blij werd ik er niet van). Daarop ligt het kraampakket en de light-versie van het vluchttasje (Peter Rabbit). Die had ik ingepakt voor onze reis naar Umbrië, Italië (heerlijk!). De definitieve ‘vluchtkoffer’ is nog niet klaar.

4.0 op komst - de verbouwing (c) Kirsten Vos 2011
Reiswieg, kinderbadje, kleertjes, kraampakket en vluchttas. Het ligt allemaal bij elkaar. Dat dan weer wel.

Toch ben ik er inmiddels mentaal al wel aan toe, de komst van onze 4.0. De natuur heeft dat uitermate slim gedaan, die negen maanden draagtijd. Je groeit écht naar de geboorte toe. Dat alle kwaaltjes naar het einde toe steeds hardnekkiger worden, en dat je steeds vaker snakt naar een nachtje normaal slapen (zonder tintelende vingers en slapende armen, wie weet zelfs weer eens op je buik), helpt ook hoor, om af en toe te denken: “Oké, kom er nu maar uit. NU is het mooi geweest.” Niet dat ik verwacht na zijn geboorte meteen weer als een roosje te kunnen slapen. Maar dat is een ander verhaal.

Wat ik mentaal gezien het lastigste vond, was het naast me neerleggen van de plannen voor Indisch 3.0. Accepteren dat ik die plannen niet weggooide, maar ze alleen even opzij legde, voelde als kiezen voor iets onnatuurlijks. Hoewel ik altijd graag kinderen heb gewild, voelde het als het opgeven van een andere droom zonder zeker te weten of, hoe en wanneer ik die weer kon gaan oppakken.

Het zal daarom zijn, dat ik die rare droom had, een paar weken terug. Ik was met mijn kersverse echtgenoot buiten en voelde aan mijn buik. Want er klopte iets niet. Naast ons kindje, voelde ik er iets hards en scherps in zitten. Met beide handen ging ik over mijn buik en opeens herkende ik het voorwerp: het was het statief van de videocamera die ik voor Indisch3 gebruik. Onmiddellijk realiseerde ik me dat dat object gevaarlijk kon zijn voor onze kleine doerak en ben met manlief naar het ziekenhuis gegaan om het eruit te laten halen: de gezondheid van ons kindje ging voor.

Ik kijk inmiddels enorm uit naar het moment waarop onze zoon op mijn buik ligt, in plaats van erin. Zeker als zijn wiegje thuis klaar staat. Tot in september!

4.0 op komst - de verbouwing (c) Kirsten Vos 2011
Van kantoor 3.0 naar ouderlijke slaapkamer

Indisch familieonderzoek

Guy Loth Indisch Familiearchief foto Dewi Staal (c) Indisch 3.0 2011

Op speurtocht in het Indisch Familiearchief

Wat deed mijn opa in Indië? Hoe kwam die ene Europese voorvader terecht in die Nederlandse kolonie? En waar zit het “inlandse” bloed? Voor iedereen die bij deze vragen denkt, ‘Ja, ik zou dat ook wel eens willen uitzoeken!’, is er het Indisch Familiearchief (IFA) in Den Haag. Het is opgericht door Dick Visker in 1972, speciaal voor al die Indische families die op zoek waren naar antwoorden.

Bijna veertig jaar later ga ik erheen om, aan de hand van eigen familieonderzoek, te ontdekken hoe dat werkt, onderzoek doen in het familiearchief. Na een paar uurtjes in het archief te hebben besteed, kan ik het iedereen aanraden. De vrijwilligers hebben geweldig geholpen en ik heb prachtige verhalen ontdekt, die voor mij en, ontdek ik later, mijn vader volslagen onbekend waren.

Het IFA is op woensdag en donderdag geopend van 10.00 tot 15.00 uur. Het is aan te raden eerst een afspraak te maken voor je langsgaat, zodat de vrijwilligers alvast de familiedossiers die jij zoekt, zo compleet mogelijk te maken. Kosten voor zo’n bezoekje bedragen 7 euro (donateurs gratis). Op de website van het IFA vind je meer informatie over de verschillende, bescheiden kostenposten die komen kijken bij een familieonderzoek. Meer weten? www.indischfamiliearchief.nl.

Een van de vrijwilligers bij het IFA is een jonge Indo 3.0. Voor de Moesson van juni 2011 heb ik hem geïnterviewd

4.0 op komst (3)

doerak 20 weken baby Kirsten 29 april 2011

Zwanger op de werkvloer

Ik mag echt in mijn handjes knijpen met deze zwangerschap. De misselijkheid is straal aan me voorbij gegaan en een paar weken terug zagen we op de echo dat we een zoon mogen verwachten, die zich vooralsnog goed ontwikkelt. Toch bereikten onlangs , in het pannenkoekenhuis van het Malieveld, mijn zwangerschapskwaaltjes een genant dieptepunt.

Ter voorbereiding op het interview met Siem Boon (deel 1 & deel 2), was ik in het pannenkoekenhuis op het Malieveld gaan zitten. Onder het genot van een serieuze portie poffertjes had ik het TTF-programma doorgespit, mijn jas aangetrokken en was ik weggelopen, naar de witte tenten op het Malieveld.

Nog maar net buiten, hoorde ik ‘Mevrouw, mevrouw!’ Ik draaide me om en zag de serveerster staan. Ik wist dat ik de laatste dagen erg vergeetachtig was, dus ik controleerde: tas, jas, sleutels, telefoon. Ja, alles was er. Verbaasd liep ik naar haar toe. Wat was er aan de hand? En toen zag ik het, het witte briefje in haar hand. De rekening.  Ik was weggelopen zonder te betalen, wat ik nog nooit in mijn leven gedaan had. Ik kon wel door de grond zakken.

Op zich was er geen man overboord. Ik heb de rekening betaald, 1000 excuses gemaakt, de serveerster heeft me vergeven en ik mocht zelfs terugkomen om het interview met Siem Boon te doen (ik kreeg een dikke knipoog van dezelfde serveerster). Maar dat mijn zwangerschap op de raarste manieren inmiddels invloed heeft op mijn zakelijke ‘optredens’, was weer extra onderstreept.

Zwanger zijn op de werkvloer is apart. Een paar maanden geleden, in een gezelschap van alleen maar mannen, stelde ik me voor. Tijdens die introductie was ik bijna in huilen uitgebarsten. Ja, uit ontroering om wat ik zélf vertelde, ja. Ik vraag me nog steeds af of ze hebben gehoord dat mijn stem ging trillen, toen ik vertelde over mijn persoonlijke passie. En tijdens het diner met diezelfde groep kwam, naar aanleiding van mijn verzoek om biefstuk well done , mijn zwangerschap op tafel te liggen. Op zich, alle aanwezigen hadden zelf kinderen en kenden het hele gebeuren. Het ongemak dat ik voelde, kwam echt door mezelf.

Ik voelde me opeens een ‘prototype’ vrouw op de werkvloer. Sterker nog, mijn vrouw-zijn werd onderwerp van een gesprek met zakenrelaties die ik net had leren kennen. Het was een ongebruikelijke situatie. In mijn IT-tijd was ik een van de jongens geweest. In latere functies was ik uiterlijk een vrouw, maar in karakter zo eentje die niet was zoals al die andere vrouwen: uitermate zakelijk, logisch  redenerend en competitief. Een beetje een man in een vrouwelijk jasje, zeg maar. En nu was ik een vrouw geworden die emotioneel kon worden om niets.

Inmiddels ben ik er aan gewend om zwanger en zakelijk tegelijk te zijn. Maar dat is een heel proces geweest; fysiek, mentaal én emotioneel. Ik ben blij dat ik dat proces hier af en toe kan beschrijven. Want, al die uitingen van de veranderingen die ik nu doormaak, ik gok dat ik die straks straal vergeten ben. Gemakshalve.