Week van het Indische boek

Lees, share en win!

Van 26 juni t/m 2 juli 2011 staat Indisch3.0 in het teken van het Indische boek. We plaatsen recensies van Indische boeken die tijdens – of in aanloop naar – Meimaand Indomaand verschenen zijn. Daarnaast mogen we boeken weggeven.

Ze komen allemaal aan bod: Jill Stolk/ Ademtocht, Wim Willems & Peter van Dongen/ Land met gesloten deuren, Griselda Molemans/ Oog van de Naald en Marion Bloem/ Meer dan mannelijk.* En van sommigen mogen we zelfs gratis exemplaren weggeven, in ruil voor een tweet met #indischeboekenweek.

Week van het Indische boek planning 2011

Wil je meedoen? Kom dan vanaf 26 juni a.s. naar www.indisch3.nl/indischeboekenweek. Share de recensie op Twitter, gebruik de #indischeboekenweek en wacht geduldig af. Op 4 juli maken we de winnaars bekend. Zelf andere boekensuggesties? Laat het ons zsm weten via kirsten@indisch3.nl.

De Week van het Indische boek is een initiatief van Indisch3.0: online magazine, Indisch, eigentijds en eigenwijs. Deze Week van het Indische boek 2011 is mede mogelijk gemaakt door Mistral Uitgevers, De Witte Uitgeverij en Uitgeverij Prometheus.

*geen Indisch thema, wel een schrijfster met Indische achtergrond

Vervlochten Grenzen – Marion Bloem

929021AP_Bloem_VervlGrenzen:Bloem Vervlochten 20 vraIn haar twaalfde roman beschrijft Marion Bloem door de ogen van drie verschillende personages de intrigerende geschiedenis van een Indische familie. In een vlotte stijl wordt langzaam maar zeker het verhaal verteld van drie generaties, aan de hand waarvan de ingewikkelde verhouding tussen Indië, Indonesië en Nederland duidelijk wordt.

Als Senne Portier, een van de vertellers in het boek, uit Indonesië vertrekt, is ze net achttien. Haar hele leven woonde ze in Azie, maar als haar vader Ray onverwachts overlijdt besluit ze om een tijd bij haar grootouders in Nederland te gaan wonen. Daar probeert ze het levensverhaal van haar opa, een ex-KNIL militair, op te schrijven. Op zijn sterfbed heeft hij spijt van zijn keuze voor Nederland na de onafhankelijkheid.

Op het zelfde moment dat Senne naar Nederland vertrok, gaat haar oudere broer Dian vanuit Nederland naar Indonesië om de beschuldigingen van overspel aan het adres van hun vader te weerleggen. Per toeval ontmoet hij in Jakarta Bodo, een oudere kennis van de familie Portier. Vanuit het perspectief van deze eigenzinne, oudere Indische man wordt de zoektocht naar de vermeende minnares van de vader van Dian en Senne beschreven.

Terwijl Senne samen met haar oma voor haar opa zorgt, probeert ze zijn aangrijpende levensverhaal te reconstrueren. Ondertussen doet ze op internet vergeefse pogingen haar onbereikbaar geworden liefde in Indonesië te traceren. Dan blijkt dat opa Portier zelf ook zijn levensverhaal heeft opgeschreven. Via haar tante krijgt ze papieren in haar bezit waarvan bijna niemand het bestaan weet. Het bevat ontroerende beschrijvingen van zijn ervaringen in het Jappenkamp, het werk aan de Birma-spoorlijn, de beginnende revolutie Indonesië en de daaropvolgende worsteling met zijn nieuwe identiteit.

Vervlochten Grenzen leg je -eenmaal opengeslagen- niet makkelijk meer weg. Zoals in het werk van Marion Bloem vaker het geval is, lopen er verschillende verhaallijnen naast elkaar die uiteindelijk een verhaal vertellen. Het is zorgvuldig opgebouwd waardoor de samenhang tussen de verschillende lijnen snel duidelijk wordt.

Net als in haar eerdere verhalen legt Bloem de meeste nadruk op de Indische geschiedenis, maar anders dan in haar andere boeken krijgt de jongere generatie –opgroeiend in een wereld waarin grenzen makkelijk vervagen- veel aandacht. Bovendien laat ze het Indonesië van nu een belangrijke rol spelen. Ze neemt de lezer gemakkelijk mee op de dappere zoektocht van een jongere generatie naar de levensgeschiedenis van de oudere doordat ze die zoektocht overtuigend en integer beschrijft. Tegelijkertijd laat ze op subtiele wijze zien hoe de familie, zoals veel andere Indische families, geworteld is in twee werelden.

Marion Bloem – Vervlochten Grenzen – de Arbeiderspers (2009) (gebonden) – 288 blz

Bestel het boek

Als jij het boek gelezen hebt, laat weten wat je er van vindt door een commentaar bij dit bericht achter te laten!

Indomania 3: waanzinnig chaotisch huiskamergevoel

indomaniaDen Haag, 16 november 2008
door Kirsten Vos

Dit is een lange blog. U vindt hier namelijk ook de tekst die Marscha Holman en ik uitgesproken hebben op Indomania 3. Overigens – de vraag waar wij daar mee eindigden, is ook aan u gericht.

Het was er warm, in Rob Malasch’ galerie in Amsterdam, het strijdtoneel van Indomania 3 dat op 15 november plaatsvond. Het was te druk, de akoestiek was slecht, de pijpelaruimte was ontoereikend voor de opkomst, het TL-licht was ongezellig en het ‘postkoloniaal debat’ was niet te volgen. Het duurde lang voordat we konden eten omdat er nog geen bestek was. De vertoning van Hetty Naaijkens’ Contractpensions vond ik te kort. Er waren te weinig stoelen. De live-band was Nederlands. Halverwege de avond ging het personeel op pad voor extra bier. Binnen een paar uur was de rode wijn op en de fles champagne die ik zou krijgen als bedankje is uitgeschonken aan de gasten. Kortom: Indomania 3 was waanzinnig chaotisch. Maar desondanks vond ik het vooral erg gezellig.

Rond half vijf arriveerde ik bij de tot ‘eventvenue’ omgetoverde Serieuze Zaken. Een in uniform geklede heer heette me welkom. Malasch’ collectie had plaatsgemaakt voor het ‘uit de geheime voorraad van Frans Leidelmeijer’ koloniale art-deco meubilair, tekeningen van onder meer illustrator en striptekenaar Peter van Dongen en: heel veel mensen. Te koop waren t-shirts van Indomania 3, werk van Herman Keppy, van Alfred Birney en van Peter van Dongen, Indische saucijzen van Van Olphen, Indische hapjes als lemper en risolle en natuurlijk wijn, bier en fris.

Op het programma stonden een debat over de Indische producties die de afgelopen maanden uitgekomen zijn en een optreden van Marscha Holman en mijzelf. Onder leiding van Ricci Scheldwacht en Herman Keppy probeerden enkele prominenten het debat te voeren, over het boek Ons Indisch Erfgoed (Lizzy van Leeuwen) en de film Ver van familie (Marion Bloem). Door de gebrekkige akoestiek, maar ook de vorm van het debat, was dit helaas nauwelijks te volgen. Een interventie van de in het publiek aanwezige Theodor Holman kon daar weinig aan veranderen.

Na dit debat betraden Marscha Holman en ik het podium. Wij waren gevraagd ‘iets over de derde generatie’ te vertellen en dat hebben we, binnen onze mogelijkheden, gedaan. De reacties – van het publiek dat het kon horen – waren bevrijdend. Nee, we hoeven ons niet schuldig te voelen omdat we geen botol tjebok hebben, of omdat we niet op zoek zijn naar erkenning voor ‘de’ Indische zaak. We mogen gewoon ons eigen pad vinden in de Indische wereld. In de discussie daarna stelde Ricci Scheldwacht me een leuke vraag. “Je zet je niet af tegen de eerste generatie. Zet je je wel af tegen de tweede?” Op dat moment realiseerde ik me dat ik me vooral afzet tegen de Indische kruistocht voor erkenning, die absoluut niet generatiegebonden is.

Indomania 3 vond ik ongedwongen en vrij. Ja, organisatorisch was er een hoop ruimte voor verbetering. De locatie was rampzalig voor de opkomst. En wellicht ben ik dit keer niet helemaal objectief, omdat ik een rol speelde in het programma. Maar tekenend voor de sfeer vond ik de mannen en vrouwen die, Indisch en niet-Indisch,  vrolijk dansten op de muziek van de dj. En de mensen die, net als bij uitgebreide kumpulans thuis, dwars door elkaar heen tevreden zaten te eten.

‘De’ derde generatie op Indomania 3
door Marscha Holman en Kirsten Vos

De derde generatie Indische Nederlanders. Volgens het CBS bestaat die niet. In berekeningen die het Centraal Bureau voor de Statistiek maakte voor het uitkeren van het Gebaar, hield de demografie van Indische Nederlanders op bij de tweede generatie. Marscha Holman, columniste van Moesson, en Kirsten Vos, columniste van Archipel en beheerder van de weblog Indisch 3.0, beiden leden van deze derde generatie, zijn voor de Nederlandse overheid dus gewoon Nederlanders. De laatste tijd horen deze twee “Nederlanders met Indische wortels” steeds vaker ‘De Indische cultuur sterft uit’ en ‘Echte Indo’s bestaan niet meer’. De voorwaarden voor een existentiële crisis voor onze derde generatie zijn dus overtuigend aanwezig. Vanuit de eigen groep horen ze bovendien soms dat ze niet echt Indisch zijn. Toch willen Marscha en Kirsten met hun Indische wortels meer dan nasi goreng leren maken. Daarbij  merken ze dat mensen vooral van hen willen horen dat het Indische zoals dat ooit bestond wél in hen voortleeft. Of dat is wat ze zelf met het Indische willen en kunnen, horen we nu, in een levende column. Na afloop willen ze van u weten of dit is wat u wilde horen.

MARSCHA (gericht op het publiek): Vorige week maandag hadden we alleen nog geen flauw idee wat we wilden zeggen.
[Kirsten pakt haar telefoon.]
KIRSTEN: Hi, met Kirsten, stoor ik?
MARSCHA: Nee, ja…ehh nee. Wacht, ik zet even het gas onder de hutspot laag.
KIRSTEN: Oké. Lekker hè, die aardappelen, als het zo koud is buiten. Ben je zover?
MARSCHA: Ja!
KIRSTEN: Heb je gezien dat jij samen met mij op Indomania iets gaat doen over de derde generatie? Wij vertegenwoordigen namelijk de derde generatie Indische Nederlanders. Ze willen weten waar die mee bezig is.
MARSCHA: Ja, ik zag het. Leuk, denk ik. Maar wij zijn toch geen Ambassadeurs van de derde generatie? Wij maken hutspot! We verzinnen wel iets,  als we maar niet een soort act gaan doen als de nichtjes van tante Lien, vol tempodoeloe. Nee, niet te veel tempodoeloe, we moeten wel een tegengeluid geven.
KIRSTEN: Ja, in elk geval een eigen geluid. We zijn de derde generatie dus we zullen met iets verfrissends moeten komen. Wanneer zullen we het daarover hebben?
MARSCHA: vrijdag?
[Marscha en Kirsten draaien zich naar elkaar toe, nu met hun gezichten schuin naar elkaar toe. Ze begroeten elkaar.]
MARSCHA: Kan je dat idee dat je mailde, van dat toneelstuk, nog eens uitleggen?
KIRSTEN: Nou het idee was als volgt. We noemen het ‘Marscha en Kirsten in de wondere wereld die Indisch heet’. En het wordt dan een uitermate vrije interpretatie van het wayangspel die waarschijnlijk nooit tot ons  Indisch erfgoed gaat behoren.
MARSCHA: Sorry hoor, maar wat is in vredesnaam een wayangtheater??? Ik schaam me nu al dood, deze vertegenwoordiger van de derde generatie weet niks. Ik ben geen echte indo…
KIRSTEN: Niet aanstellen, je bent Indisch, want je vader is een Indische jongen. Hij schrijft Indische boeken nota bene, dat weet iedereen.
MARSCHA: Laat het hem niet horen…. Maar goed, ik heb nog wel een oud laken op zolder liggen voor het wayangspel? Kunnen we dat ook prettig voor ons gezicht houden, ik kan namelijk totaal niet acteren.
KIRSTEN: Ik ook niet. Dat is toch wel een vereiste ja. Niets zo erg als kijken naar een toneelstuk met mensen die niet kunnen acteren. Laat dat wayang idee dan ook maar zitten.
MARSCHA: Misschien moet jij het maar alleen doen, Kirsten. Jij bent hier veel beter in. Jij kent veel meer mensen, indomensen; jij bent echt een betere Indo dan ik.
KIRSTEN: Marscha, zeur niet zo. Zo wordt het niks. Jij denkt echt dat de Indische Gemeenschap zich bij een soort club heeft aangesloten hè?
MARSCHA: Ja, de club van ‘mij is onrecht aangedaan – ik ben slachtoffer – en ik wil erkenning’…
Kirsten: O je bedoelt de club waar iedereen altijd te laat komt?
Marscha: Precies, de club waar iedereen door elkaar heen praat
Kirsten … en niemand luistert.
MARSCHA: waar iedereen een botol tjebok gebruikt
KIRSTEN: en waar alle vrouwen altijd een zakdoekje met eau de cologne bij zich hebben.
MARSCHA: Waar iedereen Brandend Zand kan meezingen
KIRSTEN: en waar niemand kritiek op elkaar mag hebben.
MARSCHA: Maar wel heeft.
KIRSTEN: De club waar iedereen alles repareert met plakband of een elastiekje. En waar iedereen alles eet met suiker of sambal.
MARSCHA: de club waar iedereen fenomenaal Indisch kan koken
KIRSTEN: EN niet te vergeten, waar iedereen geweldig gitaar kan spelen.
MARSCHA: en waar iedereen een abonnement op Moesson heeft
KIRSTEN: Op Archipel.
MARSCHA: ET cetera… Ja precies, die club bedoel ik. Enige club…
KIRSTEN: Nee, ik kan me niet voorstellen dat Indische mensen zich bij zo’n club aangesloten hebben. Ik zou dat zeker niet willen.
MARSCHA: ik al helemaal niet.
KIRSTEN: Ik vraag me überhaupt af of er ook maar één Indo is die voldoet aan al deze ‘regels’. De Indische Gemeenschap – als die al bestaat – is echt niet zo homogeen als jij denkt.
MARSCHA: Nee, ik geloof je wel; jij en ik verschillen al zo veel. Jij hebt twee Indische ouders en ik één (die dat ook maar al te graag ontkent – wat dan weer heel Indisch schijnt te zijn). Jij blogt er elke twee weken over, ik ben nog nooit in Indonesië geweest en jij, jij voelt je er thuis.
(beiden vallen stil)
KIRSTEN: Sowieso, die regels waar we het net over hadden; die slaan eigenlijk vooral op de eerste generatie.
MARSCHA: Maar, bij Indomania vinden ze dat heerlijk om weer even te horen hoor. Laten we iets met die club doen, lachen.
KIRSTEN: Ja maar hallo, wij zijn hier uitgenodigd om het over de DERDE generatie te hebben, Marscha.
MARSCHA:  O ja. Wat zijn onze eigen ‘regels’ dan? Hebben we die al?
KIRSTEN: We kunnen zeggen dat we naar Hot Indo Parties gaan.
MARSCHA: En elke dag krabbels zetten op de 38 hyves over Indo’s.
KIRSTEN: over waarom het beter is om een relatie te hebben met een Indo dan met een Nederlander.
MARSCHA: Ik heb een relatie met een Molukker.
KIRSTEN: Oh. (stilte). Die heb je hoop ik wel thuis gelaten?
MARSCHA: Euh, ja. We kunnen het ook over tattoo’s hebben
KIRSTEN: EN natuurlijk alleen maar praten met Indo’s.
MARSCHA: en dan bahasa leren en alleen maar zo nog met elkaar praten
KIRSTEN: Hmm. Het enige dat ik daarvan weet is adoe.
(korte stilte)
MARSCHA: Goed, dat schiet lekker op, volgende week willen ze al horen waar het heengaat met de Indische cultuur. En we hebben nog geen idee, we zijn net begonnen met Indisch zijn.
KIRSTEN: Wat vindt u, heeft u het geluid van ‘de’ derde generatie gehoord?

Twee Indische films in Nederlandse filmhuizen

filmmiddagDen Haag/Amsterdam, 10 oktober 2008

Door Kirsten Vos en Ed Caffin

Binnenkort draaien er maar liefst twee Indische films in de Nederlandse filmhuizen: Contractpensions – Djangan Loepah! en Ver van Familie. In beide producties staan typisch Indische thema’s centraal, zoals assimileren, schaamte en erkenning. Veel Nederlanders kennen Indo’s vooral als gezellig, vriendelijk en gastvrij. Met het uitkomen van deze films kan het Nederlandse publiek nu ook kennis maken met de andere kant van de Indische groep.

Contractpensions – Djangan Loepah is een prachtige documentaire van Scarabee Producties. Een contractpension was een pension dat een contract had gesloten met de Nederlandse overheid om – tegen een aantrekkelijke financiële vergoeding – Indische repatrianten tijdelijk op te vangen. Dat kon een gewoon woonhuis zijn, maar ook een hotel. Hetty Naaijkens – Retel Helmrich, die met deze documentaire haar regiedebuut maakt, laat overwegend Indische Nederlanders uit binnen- en buitenland aan het woord. Daarnaast komen partijen aan bod, zoals de maatschappelijk werkster, de contactambtenaar en kinderen van pensionhouders, met wie de Indische groep te maken had toen zij aankwam in Nederland.

Met deze verscheidenheid in verhalen geeft de documentaire een eerlijk tijdsbeeld van de repatriëring van Indische Nederlanders uit Indonesië in de jaren vijftig. Aan de hand van de verhalen in Contractpensions reis je als kijker anderhalf uur lang mee van het ene naar het andere pension en leef je met de vertellers mee. Zij beleven het bijna weer opnieuw en vaak zijn hun belevenissen schrijnende voorbeelden van de assimilatie van Indische Nederlanders in de jaren ‘50 en ‘60.

Even zo vaak doen de verhalen je echter in de lach schieten, door het relativerende en soms hilarische commentaar. De scène waarin een Indische dame vertelt over haar Sinterklaas-surprise, de dame die op een pasar rondvraagt wie er terugbetaalt heeft, of de toon waarop Frans Leidelmeijer voorleest uit het voorlichtingsboekje Djangan Loepah! (Niet Vergeten!) zijn niet alleen exemplarisch voor de Indische humor. Ze laten vooral zien hoe bespottelijk Indische Nederlanders de Nederlandse houding vonden.

Bewonderenswaardig is tot slot de subtiliteit waarmee Naaijkens – Retel Helmrich het verhaal zichzelf laat vertellen. Dat komt goed tot uiting in een scène waarin een naar Amerika geëmigreerd Indisch echtpaar verhaalt over hun aankomst in New York. Zij waren uit de grote groep immigranten gehaald en mochten per vliegtuig verder reizen, de rest moest met de trein. Terwijl de dame zich verbaast over deze voorkeursbehandeling (“Ik weet écht niet waarom ze ons eruit gehaald hebben, als ik had gedurfd had ik het gevraagd”), zoomt de camera in op haar blauwe ogen.

De film, het regiedebuut van Hetty Naaijkens, is een prachtig document geworden. Nooit eerder kwamen Indische Nederlanders op zo’n manier aan het woord over hun geschiedenis. Door alles heen zit een belangrijke rode draad verweven: hoe wisten de Indische ‘nieuwkomers’ na aankomst te overleven in het voor velen volstrekt onbekende ‘vaderland’? Naaijkens vond dit ‘een verhaal dat verteld moest worden.’ Lees daarover meer in het interview dat Ed een aantal weken geleden met haar had. Contractpensions – Djangan Loepah is op 8 november te zien in Leeuwarden en vanaf 11 januari 2009 in filmhuizen in Nederland. Kijk voor alle vertoningsdata op de website van Contractpensions.

Ver Van Familie is een film van Rocketta naar het gelijknamige boek van Marion Bloem en speelt een aantal decennia later, in de jaren ‘80. Ook deze productie is een ‘must see’. Ze geeft, zonder iets te verbloemen, een dieper inzicht in de pijn en schaamte die in veel Indische families aanwezig is. Het acteerwerk van Terrence Schreurs en Anneke Grönloh is bovendien zeer overtuigend.

De twee-en-een half uur durende film laat de moeizame verhoudingen zien binnen een Indische familie. Terwijl hoofdpersoon Barbie op zoek is naar haar oma, saboteren de familieleden dit weerzien: zij proberen krampachtig een groot familiegeheim te bewaren. Over Ver van familie schreef Kirsten al eerder een uitgebreide recensie op deze site. Ver Van Familie is vanaf 23 oktober te zien in verschillende filmhuizen in de grote steden. Kijk voor vertoningsdata op de website van Ver van familie.

Ver van familie: herkenbaar, Indisch, maar warrig

Terrence Scheurs. Bron: www.vervanfamilie.nl

Tijdens het filmfestival Film by the Sea in Vlissingen is de lang verwachte Indische speelfilm van Marion Bloem Ver van familie in première gegaan. Een maand eerder waren Ed Caffin en ik namens  Indisch 3.0 aanwezig bij de voorvertoning in Amsterdam. Veel mensen waren geraakt door de film. Ikzelf verliet de zaal met een dubbel gevoel: de scènes uit Ver van familie zijn ontzettend herkenbaar en daarom is de film een aanrader. Het verhaal als geheel had alleen beter verteld kunnen worden.

De Indische familie König krijgt in de jaren ’80 bericht dat hun uit het oog verloren nichtje Barbie (Terence Schreurs) uit Amerika naar Nederland zal komen. De Königs zijn hier niet bepaald blij mee. Hun oma Em (Anneke Grönloh) ligt op sterven en zij zijn ervan overtuigd dat Barbie haar onnodig van streek zal maken. De Königs zetten zich daarom actief in om te voorkomen dat Barbie en oma Em elkaar ontmoeten. Barbie is de dochter van oma Em’s zoon Buddy (Maurice Rugebregt) die zich, voordat hij stierf, van zijn familie gedistantieerd had. De zoektocht van Barbie naar haar oma en de vele pogingen van de Königs dit te voorkomen, vormen de rode draad van deze film.

Met deze verhaallijn onthult Marion Bloem een goed bewaard Indisch geheim: Indische families zijn niet altijd hecht, warm en gezellig. De wens pijnlijke ervaringen te vergeten en geaccepteerd te worden, is belangrijker dan de behoefte van een individueel familielid om zichzelf te kunnen zijn. Daardoor kunnen Indische families benauwen en verstillen, zonder dat de buitenwereld daar ook maar iets van merkt. De keuze van Bloem dit taboe bespreekbaar te maken vind ik een verademing. Haar keuze voor Anneke Grönloh en Terence Schreurs is net zo sterk. Dankzij hun overtuigende acteerwerk heeft het verlangen van oma Em en Barbie om elkaar weer te zien, me tot het eind geraakt. Tot slot verdienen Margot Annuschek en Nathalie Ypma een groot compliment voor de prachtige tentoonstelling in de film.

Wat ik alleen jammer vond, is dat er in de film teveel in verteld werd. Meerdere lagen in een film kunnen een verhaal meer diepgang geven, maar in Ver van familie zorgden ze voor verwarring. Het ene personage na het andere met een persoonlijk verhaal diende zich aan. Zij zorgden ervoor dat ik, terwijl ik probeerde te ontdekken waarom oom Buddy zich had verwijderd van zijn eigen familie, verstrikt raakte in de overweldigende stortvloed van intriges.

Daarnaast voelde ik plaatsvervangende schaamte over de ongeloofwaardige Indische tongval, verbaasde ik me over het slechte acteerwerk van sommigen en ergerde ik me aan de overdaad aan makkelijke symboliek. Bovendien lijkt Bloem het verhaal van de Indische wereld niet voor zich te willen laten spreken, maar het te willen uitleggen. In een aantal gebeurtenissen in de film herkende ik bijvoorbeeld de Indische gewoonte dat het not done is om bepaalde vragen te stellen. Vervolgens benadrukten de spelers dit ook nog eens, door het gewoon te zeggen. Wellicht was dit nodig om de boodschap over te brengen aan mensen die de Indische wereld niet zo goed kennen, maar ik vond het storend. Daardoor werd ik me er telkens van bewust dat iemand me wat wilde vertellen, in plaats van me iets te laten beleven en ontdekken.

Ondanks mijn kritiek ben ik blij dat ik Ver van familie gezien heb. Het is een herkenbare film die veel Indische Nederlanders zal raken. De setting in het Nederland van de jaren ’80 is vertrouwd, net als de Tupperwarebakjes, het bereiden van 200+ hapjes en de heerlijk chaotische kumpulans. Ik zou daarom iedereen aanraden de film te gaan zien en ik ben benieuwd wat anderen ervan vinden.

Voor speeldata en meer informatie: www.vervanfamilie.nl