“Die naam is misschien iets te rigoureus ingevoerd”

Interview Siem Boon, directeur Tong-Tong Fair (deel 2)

De Tong-Tong Fair (TTF) op het Malieveld in Den Haag opent morgen haar deuren. Het grootste Indische festijn van Nederland maakt zich klaar voor de 53e editie. De afgelopen jaren heeft het ‘grootste Euraziatische festival van Europa’ veel kritiek gekregen. In gesprek met Indisch 3.0 vertelde mede-TTF-directeur Siem Boon vorige week hun kant van dit verhaal. Het tweede en laatste deel van een openhartig interview.

Tekst: Kirsten Vos. Fotografie: Tabitha Lemon

Siem Boon, directeur Tong Tong Fair (c) Tabitha Lemon/ Indisch 3.0 2011
Siem Boon, directeur Tong Tong Fair (c) Tabitha Lemon/ Indisch 3.0 2011

‘Het Indische als onderdeel van de Nederlandse cultuur, met Den Haag als basis, is belangrijk voor me. Steeds komen we terug bij het startpunt dat Tjalie al voor ogen had: het Indische is onderdeel van het Nederlandse verhaal. Indische cultuur hoort bij de Nederlandse cultuurstructuur, de media, de musea, de instellingen. Het helpt als je ervan doordrongen bent dat je dit niet vraagt alleen als Indo, maar ook als Nederlander. Toch zijn we voor Nederlandse instellingen nog steeds een “doelgroep-evenement”.’

Niet bedelen

‘Als Indisch evenement zijn we daardoor voor financiering vaak doorverwezen naar  minderhedenbeleid of integratie. Waar je je vervolgens hoorde te gedragen als lieve migrant, die geen grote mond mag hebben, terwijl wij als festival al lang geen kleine speler meer zijn. We zijn het grootste jaarlijkse betaalde evenement! Sowieso vallen Indische mensen doorgaans niet onder minderheden- of integratiebeleid, omdat die gericht zijn op het wegwerken van achterstanden. Daar zijn we doorgaans blij mee en trots op, we gaan niet bedelen.’

Calimero

‘Ja, gelijkwaardigheid voor het Tong Tong Festival en voor het Indische, dat thema kan je wel zien als mijn persoonlijke missie. Ik ben daar erg mee bezig. Je wil geen Calimero-gedrag vertonen, maar wat doe je als mensen dat gedrag wel van je verwachten? Met alle respect hoor, alleen maar praten is voor ons niet genoeg. Op een gegeven moment wil je meer, je wil toezeggingen. Dat is een strijd. En dan is het wel leuk om af en toe een succesje te hebben.’

Succesjes

[glimlachend] ‘Op dit moment ligt in de gemeenteraad de aanbeveling om Den Haag als Indische stad van Europa te gaan profileren. Ook als Hindoestaanse hoor, maar in elk geval als Indisch. Geen idee of dat te maken heeft met de Haagse kandidatuur als Culturele hoofdstad, dat zou best kunnen. Ik ben daar heel blij mee. Ik ben ooit begonnen met Den Haag de Indische hoofdstad van Nederland te noemen,  ik werd somber van dat eeuwige ‘de weduwe van Indië’. Indisch Den Haag is geen weduwe meer. Natuurlijk is het Indische karakter van Den Haag veranderd. Maar nog steeds komen mensen uit binnen- en buitenland naar deze stad vanwege zijn Indische karakter. Indisch Den Haag is actueel, niet alleen maar een historisch gegeven.’

‘Het gaat dit jaar wel iets beter in het contact met de ambassade, voorzichtig aan.’

Siem Boon (links), directeur Tong Tong Fair (c) Tabitha Lemon/ Indisch 3.0 2011
Siem Boon (links), directeur Tong Tong Fair (c) Tabitha Lemon/ Indisch 3.0 2011

Pasar Malam Besar

‘Ja, onze naamsverandering. Ik vind het zelf ook niet leuk. Ik kan me voorstellen dat mensen niet wilden dat Pasar Malam Besar veranderde in iets anders. Wijzelf noemen het nog steeds de pasar hoor, wat denk jij? Maar we zijn al 20 jaar bezig met deze stap. We moesten ons gaan onderscheiden van andere evenementen om serieus genomen te worden als regulier festival in cultureel Nederland. “Goh, wat zijn jullie groot!”, zeiden journalisten regelmatig, die ons vanwege de naam vergeleken met kleine buurtpasars. Dat wilden we niet meer.’

Iets te rigoureus

‘We wilden ook nieuwe mensen trekken, een festivalpubliek gaan aanspreken. En vanuit die wens hebben we misschien iets te rigoureus de nieuwe naam ingevoerd. De dalende bezoekersaantallen hebben daar waarschijnlijk voor een deel mee te maken, ja. Mensen wisten niet dat de Tong-Tong Fair hetzelfde evenement was als de Pasar Malam Besar.  Bij de invoering van de nieuwe naam dachten we dat twee namen voeren onduidelijkheid zou opleveren.’

“Voorheen Pasar Malam Besar”

‘Dit jaar hebben we meer aandacht voor die overgang van Pasar Malam Besar naar Tong-Tong Fair. Daarom hebben we voor het eerst de naam ‘Pasar Malam Besar’ groter terug laten komen in een deel van onze uitingen. “Voorheen Pasar Malam Besar,” zoals op de poster en de cover van de Pasarkrant staat, hadden we vorig jaar ook wel. Maar dit jaar is er één extra driehoeksbordposter waarop Pasar Malam Besar even groot staat als Tong-Tong Fair.’

‘Wijzelf noemen het ook nog steeds de pasar hoor, wat denk jij?’

Siem Boon (rechts), directeur Tong Tong Fair (c) Tabitha Lemon/ Indisch 3.0 2011
Siem Boon (rechts), directeur Tong Tong Fair (c) Tabitha Lemon/ Indisch 3.0 2011

Pasar Malam Indonesia

‘Dat de Indonesische ambassade vorig jaar de Pasar Malam Indonesia lanceerde, in witte tenten, een maand voor ons, hielp onze bezoekersaantallen natuurlijk niet. Er heerste zelfs even een nare sfeer. Standhouders vertelden ons dat er vrij agressief geacquireerd werd: “Bij ons hoef je niets te betalen”, en zo. Het was echt ongezellig. We waren in eerste instantie ook niet uitgenodigd op de opening vorig jaar. Pas op het laatste moment werd mijn moeder uitgenodigd, terwijl de ambassade natuurlijk niet per ongeluk die timing had uitgekozen. Het gaat dit jaar wel iets beter in het contact met de ambassade, voorzichtig aan.’

Tips van Siem: de TTF voor jongeren.

1. Pidjit!

‘Drie onderdelen van het programma dit jaar die leuk zijn voor jongeren? Tja. Er zijn zo veel verschillende Indische jongeren! Nou, de workshop Pidjit dan, in de Bengkel. Dat is leuk voor jongeren die geen grootouders hadden die ze dit hebben geleerd, of voor wie dat te lang geleden is. [lachend] Je moet er wel sterke handen voor hebben trouwens.’

2. Eten!

‘En we hebben dit jaar een leuke expositie, over Indisch eten. Eten is nog steeds een belangrijk onderdeel van onze cultuur, het houdt alles bij elkaar. We merken dat jongeren wel eens in de war raken, wat is het verschil tussen Indisch eten en Indonesisch eten? Daar krijgen ze in de expo de Indische keuken antwoord op.’

3. Krontjong!

‘Ja, het zijn zelf geen jongeren, maar Anna Montan en Patrick Lauwerends hebben weer geweldige muziek gemaakt door jazz en krontjong te mixen. Het is creatief en experimenteel. Zó kan je je Indische roots dus ook in muziek verwerken, door het vermengen van oost en west.’

Jongeren

‘Toen ik naar dit gesprek fietste, vroeg ik me af of jij me zou zien als iemand van de oudere generatie. Terwijl ik mezelf nog steeds zie als jongere. Gek is dat he? Ach, zelfs mijn moeder! Zelfs zij ziet zich als kind van die oudere generatie. Zij had al het gevoel ‘Wat weet ik nou? Ik ben als kind gerepatrieerd, ik heb allemaal niet meegemaakt wat mijn ouders hebben meegemaakt.’

Zo is het inderdaad: in de Indische wereld is het begrip jong erg rekbaar. Dat ben ik met haar eens. Ook ik ben voor veel jonge lezers van Indisch 3.0 al lang geen jongere meer. Maar goed dat ik als hoofdredacteur afzwaai. En met die conclusie rond ik het interview met Siem Boon af, die samen met haar moeder Ellen Derksen de scepter zwaait over het oudste Indische evenement dat Nederland kent: de Tong-Tong Fair, voorheen Pasar Malam Besar.

De tenten van de Tong Tong Fair op het Malieveld in 2011 (c) Tabitha Lemon/ Indisch3.0 2011
De tenten van de Tong Tong Fair op het Malieveld in 2011 (c) Tabitha Lemon/ Indisch3.0 2011

 

“Het laatste wat we willen, is bepalen wat Indisch is.”

Interview met Siem Boon, directeur Tong-Tong Fair (deel 1)

De Tong-Tong Fair (TTF) zet momenteel haar tenten op op het Malieveld in Den Haag. Het grootste Indische festijn van Nederland maakt zich klaar voor alweer de 53e editie. De afgelopen jaren heeft het ‘grootste Euraziatische festival van Europa’ veel kritiek over zich heen gekregen. In een openhartig gesprek met Indisch 3.0 vertelt mede-TTF-directeur Siem Boon haar kant van dit verhaal. Een interview in twee delen.

Tekst: Kirsten Vos. Fotografie: Tabitha Lemon

Siem Boon directeur Tong Tong Fair (c) Tabitha Lemon/ Indisch 3.0 2011
Siem Boon directeur Tong Tong Fair (c) Tabitha Lemon/ Indisch 3.0 2011

Naast mededirecteur van de Tong-Tong Fair, is Siem Boon ook de kleindochter van Jan Boon, de man die Indisch Nederland nieuw leven inblies, ver voordat die groep doorhad dat zij dat nodig had. Dit jaar is het 100 jaar geleden dat Jan Boon – a.k.a. Tjalie Robinson & Vincent Mahieu – geboren is. De TTF besteedt daar veel aandacht aan, blijkt uit het programma. Maar hoe was het eigenlijk om zijn kleindochter te zijn?

Lezen

‘Het programma benadert Tjalie toch vooral vanuit het perspectief van de lezer, niet uit dat van de kleindochter,’ begint Siem Boon. Siem was 10 jaar toen haar opa overleed. ‘Via de literatuur  heb ik hem beter leren kennen, ik had al goede herinneringen aan hem, maar door zijn schrijfwerk en de familieband ben ik bovengemiddeld over hem na gaan denken. Hij was een heel leuke opa, hij was goed met kinderen, net als mijn vader. Hij kon een beetje gek doen. [met pretogen] Een keer kwam hij uit de VS met vakantie in Nederland. Met uitgestreken gezicht liep hij de woonkamer in, terwijl hij een soort Mickey Mouse-hoed op had, je weet wel, met van die ronde oren. Je snapt, dat vond ik prachtig.’

“Hoeveel procent iets Indisch is, dat is toch helemaal niet interessant?”

NOS Journaal

‘Nee hoor, ik had wel door dat hij heel bijzonder was, dat mensen tegen hem opkeken met achting en ontzag. Mensen keken bijna met datzelfde ontzag naar mij: “Kijk, zij is de kleindochter van Tjalie!” Dat zijn overlijden in 1974 op het NOS Journaal was, kan Boon zich nog goed herinneren. ‘Zijn overlijden was een ramp, een schok. Hij is overleden aan een hersenbloeding. Maar dat het NOS Journaal ’s avonds over mijn opa’s dood berichtte, dat dat nationaal nieuws was, dat heeft  veel indruk op me gemaakt.’

Hogere eisen

‘Ja hij kon heel streng zijn, zeker tegen lezers van Tong-Tong. Daar merkte ik niets van.  Achteraf hoorde ik dat hij hogere eisen stelde aan jongens dan aan meisjes. Dus misschien was hij wel makkelijk met ons meisjes omdat hij minder verwachtingen had. Maar ja. Hij kon gewoon heel geestig zijn en ad rem. Zwaar om hem als grootvader te hebben? Welnee. Voor sommigen is hij misschien een legende, maar als je hem hebt gekend, krijgt hij die proporties niet. Ik denk wel eens, het zou zwaarder zijn als hij er nog wel was. Misschien had hij allerlei strenge brieven gestuurd over wat ik deed.’

Optimisme

‘Wat ik van hem in mezelf herken, een eigenschap die we allebei hebben, is een soort ziekelijk optimisme. Dat is een gevoel van “Misschien is het niet mogelijk, maar je weet nooit.” Wat ik met deze mentaliteit voor elkaar gekregen heb? Dat dit evenement een echt festival geworden is. Dat het meer is dan iets museaals, je weet wel, dat je alleen maar bezig bent met het reproduceren van vroeger. We besteden natuurlijk wel gewoon aandacht aan geschiedenis, maar we stimuleren mensen vooral om door te gaan met de Indische cultuur. We geven er een eigentijdse draai aan. Hoe? Nou, bijvoorbeeld met het optreden ‘North Sea Paradise’ van Balawan en Makana. Het vermengen van oosterse en westerse dans, muziek en opvattingen over bijgeloof in Sekala Niskala.’

Siem Boon (rechts) en Kirsten Vos op het Malieveld. (c) Tabitha Lemon/ Indisch 3.0 2011

Normstellend programma

‘Wat me enorm stoort, is dat mensen ons programma als normstellend ervaren omdat we al zo lang bestaan. Het laatste wat we met dit programma  willen, is bepalen wat Indisch is. We bieden dit programma juist aan vanuit de gedachte “Is dit Indisch voor jou? Stimuleert het je, inspireert het je?” Hoeveel procent iets Indisch is, dat is toch helemaal niet interessant? We weten waar mensen aanstoot aan nemen. Juist daarom willen we niet al te stellig zijn en zullen we voorzichtig zijn met zeggen “Indische mensen zijn zo-en-zo.”

Niet-Indische invloeden

‘Wij zijn al lang geen doelgroepevenement meer. De pasar, zo noem ik hem ook nog steeds hoor, is heel gewoon geworden. We zijn een evenement voor heel Nederland geworden. We willen het Indische zoveel mogelijk mensen delen. Wat zeg je? O, de kritiek over het toelaten van het niet-Indische. Ik weet eigenlijk niet goed wat met niet-Indische invloeden wordt bedoeld. Juist de niet-Indonesische items maken ons programma vaak typisch Indisch. Toen we destijds begonnen met Indonesische items, werd dat door sommigen als verwatering gezien!’

“Ik weet eigenlijk niet goed wat met niet-Indische invloeden wordt bedoeld.”

Pasar Gambir

‘Hoe dan ook is de trend van het evenement: meer Azië, ook meer Indonesië, en minder Hollandse stands, zoals in het begin. Als je een Pakistaanse of Vietnamese stand niet-Indisch noemt: zulke koopwaar en zulke handelaren stonden al op de Indische Pasar Gambir, die het grote voorbeeld van de Pasar Malam Tong Tong was. Sommigen verzetten zich daartegen omdat dat niet-Indonesisch is, en dan zeggen ze: het is niet Indisch meer, of niet authentiek meer of whatever, maar Surinaamse en Pakistaanse en andere stands waren er al in de jaren zestig.’

Onzichtbaarheid van een mengcultuur

‘Nee hoor. Als we die zogenaamde niet-Indische invloeden alleen om het geld zouden toelaten, hadden we waarschijnlijk beter allang een puur-Indonesisch evenement kunnen organiseren. Koloniale geschiedenis ligt moeilijk, mengculturen zijn voor de goegemeente onherkenbaar als zodanig, en authenticiteit is voor veel mensen het hoogste goed. Wij blijven zeggen: het Indische is ook authentiek, ons evenement is authentiek, je moet je niet laten aanpraten dat je als Indo minder zuiver of minder authentiek bent dan bijv. een Indonesiër of Hollander.’

Siem Boon vertelt volgende week dinsdag verder, onder meer over de naamswijziging, Calimero en de Pasar Malam Indonesia. Kijk op 24 mei a.s. op onze website!

De grand-pasar van de Tong-Tong Fair in aanbouw. Op de voorgrond Siem Boon (rechts) en Kirsten Vos. (c) Tabitha Lemon/ Indisch 3.0 2011
De grand-pasar van de Tong-Tong Fair in aanbouw. Op de voorgrond Siem Boon (rechts) en Kirsten Vos. (c) Tabitha Lemon/ Indisch 3.0 2011

Met I3 naar de Tong Tong Fair

Dit jaar kun je met Indisch 3.0 naar de Tong Tong Fair. En misschien ga je wel gratis. We geven namelijk 10 x 2 kaarten weg!

Van 25 mei t/m 5 juni 2011 vindt de 53e editie van “het grootste Euraziatische festival ter wereld” plaats op het Malieveld in Den Haag. Met de jaarlijkse evenement probeert de Stichting Tong Tong de Indische cultuur te stimuleren, en de kennis over Indische mensen en hun (cultuur-)geschiedenis te bevorderen.

Prijsvraag

We mogen dit jaar 10 x 2 kaarten voor de Tong Tong Fair weggeven! Deze kaarten zijn geldig op een dag naar keuze.  Om de toegangskaarten voor de TTF 2011 te winnen moet je het goede antwoord op onderstaande vraag mailen naar redactie@indisch3.nl.

Dit jaar vindt het festival dus voor de 53e keer plaats. In welk jaar en op welke lokatie was de allereerste editie?

N.B.: De actie loopt t/m 22 mei 2011.

Meeting I3

Natuurlijk is Indisch 3.0 dit jaar zelf ook op de Tong Tong Fair, en wel op zaterdag 28 mei . Die dag organiseren we een meeting  waar I3-redacteuren, I3-fans, jonge indo’s en andere geïnteresseerden elkaar ontmoeten. We zullen vanaf 12:00 uur aanwezig zijn op het TTF-terrein en een aantal programma’s bezoeken, rondwandelen, kletsen en natuurlijk: eten.

Highlights van het programma van die dag

12.30 – Bibit Theater – Dvd-box-presentatie Stand van de Zon, Maan en Sterren door producente Hetty Naaijkens-Retel Helmrich en de regisseur Leonard Retel Helmrich

14.30 – Bibit Theater – ‘Indische organisaties’, dr. Fridus Steijlen (KITLV, Leiden) doet verslag van zijn onderzoek

17.00 – Bintang Theater -100 jaar Tjalie Robinson: ‘Herinnering is niet hetzelfde als nostalgie’, talkshow o.l.v. prof. dr. Pamela Pattynama met Marion Bloem, Ernst Jansz en Helga Ruebsamen

19.30 – Bintang Theater – Andy Tielman

Voor het gehele programma, zie hier.

'Seven days of fun' – opening 2e PMI

Pasar malams als tastbaar bewijs voor band Nederland – Indonesië

De tweede Pasar Malam Indonesia op het Malieveld in Den Haag is vrijdag 1 april 2011 van start gegaan. Voor de openingsceremonie waren Nederlandse prominenten aanwezig, zoals oud-minister van Buitenlandse Zaken Ben Bot en oud-staatssecretaris van Defensie Willem van Ekelen waren, maar ook Indonesische prominenten: voormalig ambassadeur Yusuf Habibie en waarnemend ambassadeur Umar Hadi. De ceremonie ademde een sfeer uit van gedeelde hoop op een nieuwe toekomst voor de relatie tussen Nederland en Indonesië.

pasar malam indonesia 2011 (c) Kirsten Vos/ Indisch3.0

Vandaag gaan we met redacteuren en freelancers een eerste bezoek plegen, later deze week gaan we dat nog eens over doen met fans van onze Facebook-pagina, die met ons meegaan als gasten van de ambassade. En het zal ontzettend gezellig worden. Een eerste observatie tijdens de opening vrijdag leerde dat de PMI dit jaar groter en ruimer van opzet is dan in 2010. De benauwde, kleine “straatjes” tussen de standjes in zijn nu prettig ruime wandelpaden, al zullen die op drukke dagen, zoals vandaag, nog steeds flink gevuld zijn. Het discussieprogramma Indonesia Today, dat Umar Hadi eerder aankondigde is duidelijk een inhoudelijke vernieuwing ten opzichte van het vorig jaar overwegend muzikale programma. En de foodcourt is een stuk groter en comfortabeler opgezet.

De Pasar Malam Indonesia staat garant voor “seven days of fun”, vertelde de heer Hadi in zijn openingsspeech, die overwegend in het teken stond van een nieuw tijdperk in de verhoudingen tussen Nederland en Indonesië. Umar Hadi benadrukte verder de inspirerende rol die oud-ambassadeur Habibie ingenomen had in het organiseren van dit evenement dat “the biggest promotional event that any Indonesian embassy has ever organized in the world.” Die “‘seven days of fun” zijn gevuld met optredens van 63 artiesten en entertainers, eten van 27 restaurants en aanbiedingen van meer dan 40 standhouders, varierend van batik-handelaren tot vertegenwoordigers van steden als Bandung en Jakarta of van regio zoals Noord-Sulawesi.

Als Indisch 3.0 zijn we blij met de komst van deze tweede pasar malam in Den Haag heeft. Hoe meer aandacht voor de Indische en Indonesische cultuur in Nederland en Den Haag, hoe beter. Ik zie bovendien wat de ambassade doet om de banden tussen de Nederlandse, Indische en Indonesische gemeenschappen aan te halen. Ik geloof dat we op die manier wel eens zouden kunnen bereiken wat politiek zo lastig is: het helen van de wonden uit het verleden. Maar ik hou één zorg over, die bevestigd werd door een uitspraak van eregast Willem van Ekelen, afgelopen vrijdag tijdens de opening: de verwarring over deze pasar malam.

Meneer en mevrouw Van Ekelen op de PMI 2011

De heer Van Ekelen, oud-staatssecretaris van Defensie, heeft als eerste Nederlandse staatsman in 1981 een bezoek gebracht aan Indonesië en daarmee een belangrijke stap gezet in het verbeteren van de verhoudingen tussen Nederland en Indonesië. Daarnaast heeft hij, samen met zijn vrouw, recent het initiatief genomen om een Indonesia-Nederland stichting op te richten, gesteund door politieke kopstukken als Ben Bot en Alexander Rinnooy Kan. Om die reden had de Indonesische ambassade het echtpaar Van Ekelen gevraagd vrijdag de opening te verzorgen: mevrouw Van Ekelen opende, met het doorknippen van het lint, de PMI, later gevolgd door haar echtgenoot, die dit met een slag op de gong deed.

In zijn speech, waarin Van Ekelen uitdrukte wat een eer hij het vond om deze openingshandeling te mogen doen, vertelde hij dat de pasar malam lange tijd de enige verbinding was tussen Nederland en Indonesië. Dat is absoluut een feit. Alleen, zijn opmerking zou gezien kunnen worden als verwarrend. De afgelopen 50+ jaar was het namelijk de Pasar Malam Besar in mei, nu Tong-Tong Fair geheten, die het gezicht van deze verbinding vormde.

Natuurlijk kan je wat Willem van Ekelen zei, zien als verwijzing naar het algemene fenomeen van pasar malam, waar niemand het alleenrecht op heeft. Maar de oud-staatsman bevestigde in elk geval dat de verwarring over twee Pasar Malams op het Malieveld in Den Haag nog steeds bestaat. Wat vind jij – wat kunnen Indische fora zoals Indisch3.0 doen om die verwarring op te heffen?

Pasar Malam Indonesia 2011: Indonesia Today

Interview with acting ambassador of Indonesia, Umar Hadi.

Photography: Armando Ello

Umar Hadi Pasar Malam Indonesia 2011 Indisch3Starting April 1st, 2011, the Malieveld in The Hague will again receive thousands of visitors. They will come to the second Pasar Malam Indonesia, the event for the promotion of Indonesia. After last year’s success of 35.000 visitors in five days time, we wanted to know more. What is the future of this event, what can we expect this year and: how does PMI relate to that other ‘Pasar’ in May 2011, the Tong-Tong Fair? Mr. Umar Hadi, acting ambassador of Indonesia, provided answers.

Promoting Indonesia in seven days
“Given the success of the Pasar Malam last year, we are very optimistic,” mr. Hadi tells me enthusiastically. “We currently already have over 50 exhibitors with authentic products from Indonesia, all small and medium sized enterprises, from all over Indonesia. Also, several cities will come to present itself, like Solo, Surabaya, Pekalongan, where the original batik comes from. We extended it to seven days. The exhibitors said ‘You know, we traveled a long way from Indonesia, with so many things, five days is too short.’ So we managed to secure the Malieveld for seven days.”

Umar Hadi Pasar Malam Indonesia 2011 Indisch3 (c) Armando Ello/ Indisch 3.0New: discussing Indonesia Today & Project Pop
The acting ambassador adds: “This year we will also have a special venue, ‘Indonesia today’, a forum for small group discussion. We will have experts from Indonesia, about how democracy is growing, for example. And about how micro-finance is developing in Indonesia. The governor of north-Sulawesi will give a presentation about the opportunities to invest or trade with this region. This is a new ambition, besides from food and cultural performances. However, also this year, cultural performances will be non-stop and very important. Furthermore, we have some interesting pop artists for young people.”

More Indonesian food stores, higher European standards
Then he gives me a big smile and says: “What is very interesting is that the first feedback from last year’s visitors was ‘Please have more foodstores!’ Last year, we had 22 foodstores, this year we have 35. So more food stores and more variety, with food from Menado, Java, Ambon, Sumatra, all authentic food. Also there will be a cooking demo, probably this year from North-Sulawesi. And hopefully more maratabak sellers: I heard that people had to wait an hour last year for martabak. That is too long! Also, the cooks work very hard to meet all the hygienic standards. In good cooperation with the authorities, this will be an Indonesian promotional event with the highest standards according to European regulations, both in hygiene and security. We spare no efforts. But: we try not to sacrifice the taste of the food!”

Low costs, so low prices Respectfully, Umar Hadi emphasizes that “Pasar Malam Indonesia is in no way a competitor to the great Pasar Malam Besar Tong-Tong. Tong-Tong has been there for fifty years, we just started. The basic difference is that PMI is a promotional event. We are not looking for profit. We simply want to introduce the authentic Indonesian, regional products. I think the two events can be complementing each other. And, for the city of the Hague, it means two pasar malams instead of one! And since this is a promotional event, the meals are very very cheap, but of good quality. It is funded by the Indonesian government, we don’t take profits from the exhibitors or the foodstores. They have no costs, so they can ask low prices.”

1,5 million people with a connection to Indonesia
“The Indonesian embassy would not organize an event like this in, for example, Brasil. But in this city, in this country, I believe there is 10% of the population, that is some 1,5 million people, that have something to do with Indonesia. Some 15.000 of them have an Indonesian passport. And the pasar malam as an event is already a tradition in so many cities in the Netherlands. The mission of the Indonesian embassy is to promote trade, tourism and investment in Indonesia. Instead of organizing a promotional event called ‘Indonesia: investment, trade and tourism promotion, why not just call it Pasar Malam Indonesia?’ It is easier, it sounds familiar to many people and it is a fun way of doing things.”

Side by side with Tong-Tong Fair – as monuments of peace
“In the future, we want Pasar Malam Indonesia to be institutionalized. We want it to be something regular in the Hague, like the Tong-Tong: everyone in Jakarta knows what that is. We want PMI to be side by side with Tong-Tong Fair.  Now that you ask me about the future, I have a dream I want to share.”

Umar Hadi dreams of monuments of peace (video)

[box]

Van Umar Hadi mag Indisch 3.0 maar liefst 5×2 vrijkaarten weggeven voor een bezoek aan de Pasar Malam Indonesia op 5 of 7 april. Interesse? 9 maart publiceren we actievoorwaarden!

[/box]

Recensie – de Pasar Malam van Tong Tong

In het in 2009 uitgekomen boek ‘De Pasar Malam van Tong  Tong, een Indische Onderneming‘ doet Florine Koning verslag van 50 jaar PMB in Den Haag. De historicus Koning, momenteel verantwoordelijk voor de PR van de Tong-Tong Fair, werkte er vier jaar aan. Het resultaat is een tijdsbeeld van de Indische gemeenschap die op zoek is naar erkenning. Maar bovenal leest het als het antwoord van de organisatie op de vele kritieken die het in de loop der jaren heeft gekregen.

Florine Koning (2009)

Bij het schrijven van deze recensie flitsen vele gedachten door mijn hoofd. “Benader ik het boek als objectief recensent, of neem ik alle kritiek mee die ik gehoord heb?” “Als Indisch3 treden wij op op de Tong-Tong Fair. Kan ik dan nog wel een recensie schrijven?” En: “De Pasar Malam Besar, euh, Tong-Tong Fair, is een instituut. Mogen wij daar wel kritisch op zijn?” Tijdens het lezen komen al deze gedachten regelmatig voorbij. Ik heb de verhalen gehoord over een zwarte lijst met mensen die kritiek hebben op de organisatie en realiseer me desalniettemin dat een onafhankelijke mening voor onze lezers zwaarder weegt dan elke andere overweging.

Bij het lezen van het boek denk ik bij vrijwel elke foto: dit kan een familielid zijn. De prachtige, grote foto’s maken het lijvige boek tot een persoonlijk naslagwerk. Ook het ontstaan van de Pasar, ooit begonnen als fancy fair voor een goed doel, ontroert. Maar wat me het meeste raakt, is de parallel tussen de erkenning die de Pasar Malam Besar zocht, en de niet ophoudende zoektocht naar erkenning van de Indische gemeenschap.

Koning geeft aan dat voor de Pasar in 2007 die zoektocht eindigde: het jaar waarin de Pasar de Grand Prix van de Nationale Evenementprijzen uitgereikt kreeg. Ik voel een parallel met het commentaar van mijn opa, toen hij een lintje kreeg voor 40 jaar trouwe dienst bij de KLM – die hij ook nog eens ontving van zijn grote idool Nelie Kroes: “Hoe vind je dat Kirst? Niet slecht hè, voor een Indo?”

Tong Tong Fair (bron:www.tongtongfair.nl)

Twee jaar later veranderde het bekroonde evenement zijn naam in de – veel bekritiseerde –  Tong-Tong Fair. In het boek is die kritiek opgenomen. De historicus en pr-functionaris Koning neemt enkele passages op, waaruit alleen maar blijkt dat mensen aangeven dat de Pasar Malam tot hun identiteit behoort. Het veranderen van de naam voelt als het weg gummen van een stuk geschiedenis. De uitleg voor de naamswijziging? Te veel nostalgie, te veel een soortnaam (de Spa Blauw onder de festivals) en op internationaal vlak te weinig positionerend.

Op dat moment verliest Koning zichzelf in onderbouwingen en theoretische discussies. Zelfs de Van Dale haalt ze erbij om aan te tonen dat het begrip Pasar Malam synoniem staat aan exotisch en nostalgisch. Hierdoor gaat het boek voorbij aan de kern van die kritiek: het veranderen van de naam is te vergelijken met het doorhakken van een navelstreng: nooit meer zal de vanzelfsprekende verbinding tussen Indie en Nederland een plek hebben in Den Haag. De Pasar Malam Besar is (van) de Indische Gemeenschap – een feit dat een paar pagina’s later onderstreept wordt, door te beschrijven  dat de TTF te vergelijken is met een tijdelijke Indische stad.

Het evenement, dat uitgroeide van een – in het boek treffend beschreven- familiebedrijf tot een serieuze speler, heeft het zeker niet makkelijk gehad. Door het tijdelijke karakter waren banken niet erg happig op het verlenen van financiering. In de loop van de tijd besteedde de organisatie steeds meer aandacht aan stylering en vormgeving, waardoor mensen dachten dat er geld in overvloed was. De auteur benadrukt bovendien dat de entreeprijzen aanzienlijk lagen zijn dan die van andere Nederlandse evenementen. Dit argument, hoe begrijpelijk ook vanuit zakelijk perspectief, verliest aan kracht doordat vele bezoekers de entree van de Pasar vooral vergeleken met die van andere pasars. Misschien dat hierbij die naamsverandering wel helpt.

Een evenement dat ooit idealistisch begonnen is, kreeg na een kleine 50 jaar eindelijk erkenning. De naamsverandering die erop volgde maakte een hoop los: dat liet zien hoezeer de Pasar Malam Besar eigendom geworden was van de Indische gemeenschap. Sinds die verandering boet het evenement alleen maar in aan naamsbekendheid, zeker met de komst van de Pasar Malam Indonesia van de Indonesische ambassade. En toch – het in 2009 uitgekomen boek geeft zeker veel meer kleur aan die grote Indische avondmarkt, die voor velen verworden is tot een jaarlijks Indisch familiefeest, of je nou tevreden bent met de manier waarop ze deze onderneming drijven, of niet.

Terugblik op Meimaand Indomaand 2010

We zijn er nog van aan het bijkomen: Meimaand Indomaand 2010. Leuk dat de programmering van de Tong-Tong Fair in mei jaarlijks leidt tot een hausse aan Indische producties, maar waarom alles tegelijk? Dan moeten we kiezen en als we iets vervelend vinden, is dat het wel.

De opening van Cinemasia, het theaterstuk Njai Ontosoroh, de boekpresentatie van Griselda Molemans & Armando Ello en de Tong-Tong Fair hebben we gelukkig meegemaakt. Hoogtepunt waren de twee talkshows die we hebben georganiseerd op de Tong-Tong Fair op 21 en 28 mei. Hier vind je een compilatie van die twee dagen, waarop we met een aantal lezers de Pasar afgestruind hebben, de bodem van een Bintang bierflesje hebben leren afslaan en met de Wereldomroep gepraat hebben, die op 1 juni in Nieuwslijn Magazine verslag deed van de talkshow over Rootsreizen.

Het was super. Alleen, het was wel erg rustig op de Tong-Tong Fair. Dit jaar waren er maar 92.000 bezoekers, aanzienlijk minder dan de voorgaande jaren. Volgend jaar beter? Of stapt de Indonesische ambassade volgend jaar definitief in de ruimte die ontstaan is door de naamsverandering van Pasar Malam Besar in TTF?

Reportage

De reportage (vanaf 8′) van Marcel Decraene van de Wereldomroep en het verslag staan op de website van Wereldomroep in NieuwsMagazine.

Foto’s

Fotografie: Ulrike de Wreede, Bas de Meijer, Armando Ello, Kirsten Vos

Video’s

Door Ed Caffin en Patrick Neumann.

Film voor Indotiteit. Wat geef je door van je cultuur?

 

Sharon over rootsreizen

Alicia over rootsreizen

En ondertussen, backstage. Door Kirsten Vos.

Over hoe je de onderkant van een bierflesje eraf slaat met je blote handen…

He? Nog een keer!

Roman doet een poging

Zintuigenprikkelende Gamelan & Jazz van Gerard Mosterd

Tijdens de try-out van Gerard Mosterd’s nieuwe Gamelan & Jazz (werktitel) op de 52e Tong-Tong Fair, zag ik mensen weglopen uit een vol Bintang Theater. Zij hadden waarschijnlijk iets tempo doeloe-achtigs verwacht: een gamelan, Balinese danseresjes en meer van dat soort gedateerde zoetigheid. Gelukkig komen mensen die dit verwachten, absoluut niet aan hun trekken in deze gewaagde en zintuigenprikkelende dansvoorstelling.

Opening van Gamelan & Jazz, 27 mei 2010 TTF. Foto: Karolien de Pauw

De danscrew, een vrouw en twee mannen, wacht op het podium terwijl het publiek de zaal in dwarrelt. Met op het scherm achter de dansers een caleidoscopische visual, zet muziekformatie Boi Akih de live-muziek in. De silhouetten van de dansers tekenen zich als wayangpoppen af op de achtergrond. De dansers beginnen synchroon, maar naarmate de stevige drum and base toeneemt, ontstaat een schisma: van een van de dansers worden de bewegingen vloeiend, terwijl de andere twee vrij strak blijven dansen.

Terwijl de muziek en de visuals veranderen, lijkt het alsof de dansers een wedergeboorte ondergaan. Ze vallen terug op de grond, op de aarde, en dat gaat gepaard met onrust, weerstand en chaos. Die emoties vinden hun weg naar buiten via de schokkende lichamen van de performers en de dissonantie in de stem van de Molukse Monica Akihary.

Woede om de afwijzing? G&J @TTF 27/5/10. Foto: Karolien de Pauw

De muziek gaat over in melodieuze fado. De danseres ontwaakt. Haar handen maken voorzichtig sierlijke Indonesische bewegingen. Soepel gaat haar solo over in een trio terwijl de muziek uit steeds meer instrumenten voorkomt. Het lijkt alsof op het podium een ‘samenkomen van soorten’ plaatsvindt. In de performance van de dansers ontspringt een vonk. Beweging is overal, de zangeres beatboxt, maar de danseres trekt zich terug. De mannen springen van passie, spanning en hitte: ze dagen elkaar uit, de versnelling in hun bewegingen doet denken aan de ketjakdans.

Dan omarmt de ene danser de ander. Even lijkt het een moment van eenwording, maar de danser die vastgehouden wordt druipt – teleurgesteld, geschrokken? – af, terwijl de ander in zijn eentje de omhelzing volhoudt. Zou hij de jazz symboliseren en de man die is gaan zitten de gamelan, vraag ik me af. En de danseres, is zij dan het leven, de beweging, de expressie?

Dissonante expressie G&J @ TTF 27/5/10. Foto: Karolien de Pauw

De visuals verdwijnen, de Jazz is woedend om de afwijzing. Dan ondergaat hij een transformatie. Eenwording gaat niet om vasthouden en controle, maar om symbiose. De Gamelan en het Leven voegen zich bij hem. Wat volgt is chaos. Op het scherm is te zien hoe het Leven talloze gezichtsuitdrukkingen maakt, de zangeres  stoot onheilspellende hoge klanken uit, Jazz en Gamelan proberen met elkaar mee te gaan.

Dan hoor ik steengoede drum and base en voel ik hoe Jazz, Gamelan en het Leven hun symbiose vinden. Ik voel ontroering om de uitgelatenheid van de drie dansers, die in bijna acrobatische bewegingen voelen hoe zij elkaar versterken. Met deze nieuwe vrijheid eindigt de try-out en nemen de performers een daverend applaus in ontvangst.

Repetitie Gamelan & Jazz met muziek 13 Mei 2010. Foto: www.kantorpos.nl

Eindelijk vrij, is het gevoel waarmee ik het theater verlaat. Terwijl ik, nog enigszins ontroerd, door de Grand Pasar naar buiten loop, realiseer ik me wat een mens uit twee culturen door maakt om die staat van zijn te bereiken. En hoe grandioos Gerard Mosterd deze innerlijke transformatie, de gelijkwaardige eenwording van Oost en West, al in de try-out van Gamelan & Jazz heeft vertaald in beweging, muziek en visuals.

De Indische performancechoreograaf Gerard Mosterd staat bekend om zijn conceptuele werk, waarin de vermenging van de Westerse en Oosterse wereld centraal staat. Eerder maakte hij al furore met Ketuk Tilu (filmpje) en Unfolding (filmpje). Inmiddels ontwikkelt hij met muziekformatie Boi Akih (clip) een voorstelling waarin Gamelan en Jazz elkaar ontmoeten. Op de 52e TTF vertoonden zij een testversie.