Pesta Rakyat 2012

PestaRakyat2012I3-1 – Indonesische school (Sekolah Indonesia Nederland) – Foto: Charlene Vodegel / Indisch 3.0 2012

Volksviering Indonesische onafhankelijkheid

De Indonesische ambassade laat hun onafhankelijkheidsdag, 17 augustus, in Nederland nooit zomaar voorbij gaan. Dit jaar werd de viering van 67e onafhankelijkheidsdag van Indonesië op 1 september 2012 gevierd met Pesta Rakyat. Charlene Vodegel maakte er een reportage over.

Pesta Rakyat – Indonesische school (Sekolah Indonesia Nederland) – Foto: Charlene Vodegel /  Indisch 3.0 2012
Pesta Rakyat bij de Indonesische school in Wassenaar (Sekolah Indonesia Nederland) – Foto: Charlene Vodegel / Indisch 3.0 2012

Normaliter zou het openbare feest op 17 augustus worden gehouden, maar vanwege de vastenperiode is dit verschoven naar afgelopen zaterdagOp 17 augustus 2012 was er trouwens wel een officële besloten gelegenheid op de Indonesische ambassade (KBRI oftewel Kedutaan Bangsa Republik Indonesia). De ambassadeur en haar werknemers stonden stil bij deze viering met een speech en een speciale oploop.

Viering in Indonesië
17 augustus is een speciale datum in de agenda van de Indonesiërs: de dag waarop de Republiek Indonesia zichzelf in 1945 onafhankelijk verklaarde. In Indonesië wordt deze dag als nationale vrije dag gezien. In het paleis in Jakarta begeleidt de president dit officiële gebeuren en het parlement komt bij elkaar om het volkslied en andere vrijheidsliederen te zingen. Dit alles is live te volgen op de Indonesische televisie.

PestaRakyat2012I3-2– Kinderen tijdens een van de activiteiten – Foto: Charlene Vodegel /  Indisch 3.0 2012
Kinderen tijdens een van de activiteiten – Foto: Charlene Vodegel / Indisch 3.0 2012

Monas
Tijdens deze gelegenheid zijn de Indonesische vrouwen opgedoft: hun haren hoog gekamd en gekleed in sarung & kebaya. Je zou denken dat op deze dag de stad Jakarta nog drukker is dan normaal. Het tegendeel heeft zich bewezen. In de tijd dat ik in Jakarta woonde, verbaasde het mij elke keer weer dat de wegen juist een stuk minder druk zijn in vergelijking met een normale werkdag. De drukte is vooral te zien rondom het nationale momument; de Monas en in de buitenwijken (kampungs), waar wijkbewoners activiteiten organiseren, zoals krupuk happen, paal klimmen en touwtje trekken.

Viering in Nederland
Pesta Rakyat betekent Volksfeest: de Indonesische bevolking viert haar onafhankelijkheid. Ik heb begrepen dat Nederland het enige land in Europa is waar de Indonesische ambassade  er een groot en openbaar feest van maakt. De reden zal zijn dat Nederland de grootste Indonesische gemeenschap heeft in vergelijking met andere Europese landen. Ook dit jaar werd de Pesta Rakyat gehouden bij de Indonesische school (Sekolah Indonesia Nederland) in Wassenaar. De tuin van de school was omgetoverd tot een kleine pasar met eten, muziek en kraampjes.

Eten en muziek
Bezoekers, zelfs de politie, smulden naar hartelust van de verschillende soorten saté, mie ayam baso, nasi rames en natuurlijk niet te vergeten de zoete en hartige martabak. Indische bandjes zoals the Nightbreakers en Marabuntu traden op. De Indonesische bezoekers kwamen vooral voor de optredens van bekende artiesten uit Jakarta, zoals Hudson die  half als man en half als vrouw liedjes ten gehore bracht, entertainer Asri Welas en de dangdutzangeres Ikke Nurjanah.

De schooltuin is omgetoverd tot pasar – Foto: Charlene Vodegel /  Indisch 3.0 2012
De schooltuin is omgetoverd tot pasar – Foto: Charlene Vodegel / Indisch 3.0 2012

Doelgroep
Het merendeel van de 7.000 bezoekers bestond  uit Indonesiërs die voor lange tijd in Nederland wonen: studenten, werkende mensen en mensen die getrouwd zijn met Nederlanders. Ook vakantiegangers uit Indonesië waren nieuwsgierig. Ik kreeg de indruk dat vooral de eerste en tweede generatie Indische mensen aanwezig waren, de derde generatie viel minder op. Als je naar de geschiedenis kijkt, dan zou je niet verwachten dat Indische mensen ook bij deze viering aanwezig zouden zijn. Maar niets was minder waar, er was geen wrok zichtbaar – iedereen kwam  voor de gezelligheid.

Merdeka!
Het hoogtepunt van de dag vond ik de aflsuiting van het feest met het woord Merdeka: vrijheid. De ambassadeur, Ibu Retno Marsudi, en haar man, bedankte iedereen voor hun komst en voor het succes van de dag. De organisatoren van de KBRI en de Indonesische artiesten werden naar het podium geroepen. Ibu Retno gaf het publiek zo de gelegenheid om foto’s te maken. Als ik terugblik op deze dag, was het een middag vol met lekker eten en leuke muziek. De gezelligheid uitte zich in de vele leuke ontmoetingen.

Afsluiting Pesta Rakyat– Foto: Charlene Vodegel /  Indisch 3.0 2012
Afsluiting Pesta Rakyat– Foto: Charlene Vodegel / Indisch 3.0 2012

25e Nationale Indië-herdenking in Roermond

Indië-herdenking in Roermond. Foto: Nationaal Indië-monument.

Wat herdenken we daar nou toch?

De meesten van ons denken bij de Nationale Indië-herdenking aan de herdenking in augustus, waarbij we stilstaan bij het einde van de Tweede Wereldoorlog in Azië. Al een paar jaar vroegen we ons af wat er elk jaar gebeurt in september, bij de tweede Nationale Indië-herdenking. Tabitha Lemon en Kirsten Vos maakten een reportage.

6200 gesneuvelde militairen tussen 1945 en 1962

Morgen vindt de Nationale Indië-herdenking voor de 25e keer plaats en zal prins Willem-Alexander aanwezig zijn.Tijd om op onderzoek uit te gaan in Roermond, bij het Nationaal Indië-monument, dat gewijd is aan de ruim 6200 gesneuvelde militairen in Indonesië tussen 1945 en 1962..

Vind je familieleden

Weten of de naam van een van jouw gesneuvelde voorouders te vinden is op de zuilen van het Nationaal Indië-monument 1945 – 1962? Neem contact op met de medewerkers van het Nationaal Indië-monument via www.nim-roermond.nl.

Merdeka: Jepang, Bersiap, politionele acties.

Indonesische vrijheidsvechters. Foto: http://hapsarie.files.wordpress.com

Of de onheilspellende december-maand.

Het rommelde al in Nederlands-Indië, toen de Tweede Wereldoorlog in Nederland losbrak. Het bezette Nederland kon Nederlands-Indië niet beschermen tegen de Japanse invasie, net zo min als het KNIL dat kon. December, de maand waarin Japan in 1941 Pearl Harbour aanviel en de Tweede Wereldoorlog naar Azië bracht, zou een onheilspellende rol in de dekolonisatie van Nederlands-Indië blijven spelen. Deel 2 van de bloemlezing over de koloniale geschiedenis van Nederland in Indonesië.

Keuzes maken in een bloemlezing blijft lastig. Je wil het niet te lang maken, maar informatief genoeg om toegevoegde waarde te bieden. Daarom hebben we ook jouw hulp nodig – wat ontbreekt in dit overzicht?

Achter het kawat. Tekeningen van Charles Burki. Foto: www.museon.nl
Achter het kawat. Tekeningen van Charles Burki. Foto: www.museon.nl

Invasie Japan
Tot aan de invasie van de Japanners in 1942, dacht het Nederlandse gouvernement dat Nederlands-Indië buiten de oorlog kon blijven. Onterecht, zoals we weten, want na de Slag in de Javazee op 27 februari 1942, viel Japan Nederlands-Indië binnen en op 8 maart 1942 capituleerde het Nederlandse gouvernement onder leiding van lt. gouverneur-generaal Van Mook. In Nederland zou de Nederlandse koningin Wilhelmina de inwoners van de Nederlandse koloniën nog wel een opvallende belofte doen, een jaar na de aanval op Pearl Harbour. In haar toespraak op 7 december 1942 kondigde zij, onder druk van Amerika, hervormingen aan in de door Nederland gekoloniseerde landen. In 1946 zou deze speech de basis vormen voor het opzenden van de eerste Nederlandse troepen naar Indonesië: de 7 december divisie.

Nederlands-Indie zou buiten de oorlog blijven.

Bestuursovername
In Indonesië wilde de Japanse bezetter alles dat Westers was uitschakelen. De Japanners zagen het Indonesische volk als een broedervolk, net als de gemengde Indo-Europeanen. In eerste instantie verboden de Japanners het nationalisme, totdat zij merkten dat ze het Indonesische volk alleen meekregen als zij aansluiting zochten bij de nationalisten. Verder ontdekten de Japanners dat de Indonesische jongeren (pemoeda) radicaler waren dan de nationalistische leiders en vatbaar voor de Japanse propaganda over de superioriteit van het Aziatische ras: Azië is voor de Aziaten. De Japanners boden de Indonesische KNIL-soldaten vrijheid, als zij zich loyaal aan de bezetter zouden tonen. Vooral de Ambonezen, Timorezen en Menadonezen weigerden dit, net als de meerderheid van de Indo-Europeanen.

De Japanners zagen het Indonesische volk als een broedervolk.

De internering
Tijdens de Japanse bezetting werden in Nederlands-Indië tot vier keer toe – en steeds strenger – Europeanen en Indo-Europeanen geïnterneerd. Het begon in 1942. De Japanse bezetter wilde de Indo-Europeanen en de totoks tegen elkaar opzetten, in de hoop steun te krijgen van deze eerste groep. De Japanners registreerden de bevolking en interneerden alle volbloed Europeanen. Het gevolg hiervan was dat de Japanners van de Indo-Europeanen een aparte juridische klasse maakte. Veel Indo-Europeanen kregen gewetensbezwaren, ‘de politieke identiteit werd een kwestie van leven en dood’.

Een identiteit van leven en dood

Derde generatie
Naar de zin van de Japanner toonden de Indo-Europeanen te weinig samenwerking en in oktober 1943 werd een derde interneringsronde gehouden. Bij deze ronde moest nu Indonesisch bloed tot in de derde generatie aangetoond worden. Aan de ene kant verdwenen nog meer Indo-Europeanen achter het kawat, aan de andere kreeg een aantal van hen hun vrijheid terug, indien zij loyaliteit met de bezetter beloofden. Het aantal burgergeïnterneerden is niet definitief vastgesteld: er zouden tussen de 120.000 tot 200.000 geïnterneerde burgers zijn geweest (Meijer 2004: 226).

Capitulatie Japan
Na de atoombommen op Nagasaki en Hiroshima, gaf de Japanse bezetter zich op 9 augustus 1945 over, op 15 augustus gevolgd door de algehele Japanse capitulatie. Nederland was zelf nog maar net bevrijd, had geen enkel idee wat er zich in de Pacific afgespeeld had en kon geen troepen naar Indonesië sturen. Indonesië viel daarom tijdelijk onder het bestuur van de Britten, onder leiding van lord Mountbatten. De Britten gaven echter voorrang aan de eigen gebieden in Azië, en gaven de Japanners de opdracht de status quo te hanteren tot de komst van de Britten, eind september. Dit betekende in de praktijk dat veel geïnterneerden pas twee maanden na de capitulatie hun kampen konden verlaten. Voor veel Indische Nederlanders is 15 augustus daarom geen Bevrijdingsdag.

Indonesië viel tijdelijk onder het bestuur van de Britten

Merdeka!
De gevolgen van de Tweede Wereldoorlog voor de onafhankelijkheid van Indonesië waren immens. Niet alleen keurde nieuwe wereldmacht Amerika elke vorm van imperialisme af, ook was het prestige van de Europeanen in Indonesië gedaald door de snelle overgave in 1942. Onder druk van de radicale pemoeda’s, riep Soekarno op 17 augustus 1945 Soekarno de Republik Indonesia uit. Van terugkeer naar het koloniale bestuur wilde hij niets meer horen.

Indonesische vrijheidsvechters. Foto: http://hapsarie.files.wordpress.com
Indonesische vrijheidsvechters. Foto: http://hapsarie.files.wordpress.com

Bliksemrevolutie
Door Japan opgeleide Indonesische paramilitairen en enkele Indonesische KNIL-militairen sloten zich al snel bij Soekarno en Hatta aan. Zij vormden de BKR, de Volksveiligheidsorganisatie, en riepen met succes de traditionele inheemse hoofden op hen te steunen, om zo het gezag van de revolutie in de samenleving te vergroten. De economische malaise, de steun van de inheemse aristocratie, de pemoeda’s én het charisma van Soekarno leidden tot de succesvolle bliksemrevolutie.

Weest paraat, riepen de pemoeda’s als ze aanvielen

Bersiap!
De terugkeer van de Europeanen in de samenleving deed de gemoederen van de al sterk geradicaliseerde en paramilitair getrainde pemoeda’s opvlammen tot openlijke agressie: de bersiap – weest paraat, riepen de pemoeda’s als ze aanvielen – brak in september 1945 uit. De pemoeda’s beschuldigden Europeanen van samenzwering tegen de republiek en herstel van het koloniale bestuur en keerden zich – alsnog – tegen de inheemse bestuurlijke aristocratie, die hiervoor vaak uit eigen belang hadden samengewerkt met de Europeanen.

Rood-wit speldje
Europeanen en Indo-Europeanen moesten hun steun betuigen aan de Indonesische revolutie, wilden zij niet ontvoerd, mishandeld of vermoord worden. Velen van hen droegen een rood-wit speldje ter bescherming, vaak zonder het gewenste effect en keerden snel terug naar de interneringskampen voor bescherming van de Japanners tegen de woeste pemoeda’s. De Indonesische president Sjahrir kon uiteindelijk oproepen tot kalmte, maar dat zou pas gebeuren in het voorjaar van 1946.

Linggadjatti
In de onrustige republiek voerde Nederland – onder dwang van de Britten en de Amerikanen – onderhandelingen met Soekarno en Hatta. In november 1946 kwam het tot een voorlopig akkoord met de Republik, het akkoord van Linggadjatti. Daarin zou de Republik een zelfstandige, aan Nederland gelijkwaardige positie krijgen in een Nederlands-Indonesische Unie. In Nederland ontstond hiertegen groot verzet, niet alleen bij de regering, maar ook bij de bevolking.

een gelijkwaardige positie in een Nederlands-Indonesische Unie

Dubbel akkoord
Terwijl in Nederland het verzet tegen Linggadjatti groeide, kreeg het akkoord grote steun van de internationale gemeenschap. In december van dat jaar besloot het Nederlandse kabinet het akkoord ‘aan te kleden’ en voegde een aanvullende regeringsverklaring toe, waardoor Nederland het akkoord veranderde in eigen voordeel. In Indonesië nam het wantrouwen tussen Nederlands en Republikeins-gezinden ondertussen toe. De Republik gaf nog wel aan Linggadjatti te zullen ondertekenen, als de aanvullende regeringsverklaring niet zou gelden. Uiteindelijk wist Van Mook Nederland en de Republik op 25 maart 1947 te bewegen tot het ondertekenen van feitelijk twee akkoorden – de Nederlanders ondertekenden de Nederlandse versie, de Republik ondertekende de Indonesische versie.

Droomwereld
Terwijl de inkt van Linggadjatti nog niet eens opgedroogd was, ging de Nederlandse regering onderzoeken in hoeverre zij de Republikeinse regering kon dwingen alsnog de Nederlandse versie van het akkoord te accepteren. De Nederlandse regering vond in april 1947 nog steeds dat de Republik in een droomwereld leefde en stelde de Republikeinen onder dreiging van militair ingrijpen meerdere ultimatums. De Republikeinen weigerden.

Operatie Product
De 7 December Divisie, onder leiding van commandant Spoor, voerde op 21 juli 1947 operatie Product uit, een aanval op de Republiek. Het was de eerste politionele actie. Onder druk van onder meer de Amerikanen en de Veiligheidsraad, beëindigde Nederland op 5 augustus het geweld. Toch was de eerste politionele actie succesvol: Nederlandse ondernemingen waren weer in Nederlandse handen gekomen, Indonesië kon geen handel meer drijven.

Nederland bleef vasthouden aan opheffing van de Republik

Tweede politionele actie (19 – 31 december 1948)
Nederland bleef vasthouden aan opheffing van de Republik. Door deze houding isoleerde Nederland zich steeds meer van de internationale gemeenschap en alle steun in Indonesië die er nog voor Nederland was, verdween. Nederland wilde nog een poging doen om de Republiek te dwingen zichzelf op te heffen en voerde tijdens het kerstreces van de Veiligheidsraad een tweede politionele actie uit. De internationale gemeenschap zou niet snel reageren en tegen de tijd dat ze zouden reageren, zou Nederland allang de strijd gewonnen hebben.

Financieel-economische belangen
Niets bleek minder waar te zijn en onder internationale druk trok Nederland zich op 31 december weer terug. Resultaat van deze tweede politionele actie was dat Nederland op internationaal niveau ongeloofwaardig geworden was en alle internationale steun uitging naar de Republik Indonesia. Na deze nederlaag besloot de Nederlandse regering om in het vervolg financieel-economische aspecten te laten prevaleren boven militair-politieke.

De Ronde Tafel Conferentie
In augustus 1949 werd tijdens de Ronde Tafel Conferentie (RTC) het definitieve einde van de Nederlandse aanwezigheid in Indonesië beklonken. Met de ondertekening van de soevereiniteitsoverdracht in december 1949 bekrachtigde Koningin Juliana – dit keer definitief – de zelfstandigheid van Indonesië.

Bronmateriaal

  • Van den Doel Afscheid van Indie
  • U. Bosma e.a. De geschiedenis van Indische Nederlanders
  • Meijer In Indie geworteld

Nazi Mania, ‘Hidden’ Jews & the unintended consequences of the Dutch in Indonesia

Video still taken from the Empire Indonesia film. Permadi watches one of his soldiers sing a German song. Jakarta, Indonesia. Credit: Eline Jongsma and Kel O’Neill, 2011
Kel O'Neill (center) and Eline Jongsma (right). (c) The Empire Project
Kel O’Neill (center) and Eline Jongsma (right). (c) The Empire Project

The filmmakers behind the Empire project on why colonialism still matters

It takes a moment before the reality of modern-day Jakarta catches up with our research-oriented minds. Stimuli upon stimuli rush by our car window: skyscrapers, traffic, shopping malls, billboards, neon. We’re enduring this urban assault for a single night; tomorrow we’ll be thrown back into the past when we fly to the fog-filled rice paddies of the Minahasa region in North Sulawesi to start filming our documentary.

It’s early 2011 and we’ve come to Indonesia in search of a Rabbi and a Nazi. This colorful pair, should we find them, are poised to be the lead characters in the latest chapter of Empire, our global documentary project. Empire is an ongoing investigation into the unintended consequences of Dutch colonialism. Rather than focusing on physical remains like forts or shipwrecks, we look at the human-scale side effects of colonial domination. Colonies were formed to generate profit for the colonizing country, but they yielded unexpected results in the form of hybrid cultures, convoluted religious practices, and new ethnicities. All of the work in Empire arises from a pressing question: if residue from the Dutch colonial endeavor is still impacting our lives today, what can that tell us about the future effects of today’s global capitalism?

There are many other ‘hidden’ Jews in Indonesia

We find the Ohel Yaakov synagogue tucked away behind a volcano in the middle of Minahasa. The synagogue is really just a small room covered by a red roof, which makes it look like a gnome’s house between the overwhelming tropical green that surrounds us. We’re here to talk with Yaakov Baruch, the young Indonesian responsible for revitalizing the Jewish community in North Sulawesi—and all of Indonesia, as there are almost no practicing Jews in the country. Yaakov tells us that he inherited his Jewish lineage through his Dutch ancestors. He claims that there are many other ‘hidden’ Jews in Indonesia, but that many are unaware of their heritage.

Video still taken from the Empire Indonesia film. Yaakov contemplates life in front of a giant Menorah. North Sulawesi, Indonesia. Credit: Eline Jongsma and Kel O’Neill, 2011
Video still taken from the Empire Indonesia film. Yaakov contemplates life in front of a giant Menorah. North Sulawesi, Indonesia. Credit: Eline Jongsma and Kel O’Neill, 2011

Yaakov Baruch is not a real name. Although he is willing to show his face on camera, Yaakov is trying to keep a somewhat low profile to avoid conflict. Judaism is not one of Indonesia’s six government-approved religions, and Indonesians are no strangers to violent outbursts of religious intolerance. Yaakov’s assumed name not only keeps him safe, but it also allows him to engage in a type of identity theater. By embracing his Jewish ancestry and religious practice, he flaunts his difference from the majority. Bullied as a child, he now uses his paler skin and vaguely Caucasian features to his advantage. ‘I’m proud,’ he says.

The glorification of whiteness takes an interesting turn

Even though Yaakov was ridiculed for his looks, fair skin seems to be admired everywhere we go in the country. There are skin-whitening ads on TV during every commercial break, and pop stars (male and female) look as white as lilies. Even our Indonesian artist friends avoid the sun at all costs. People assure us this has nothing to do with wanting to look ‘European’ but when we return to Java to meet our second subject, Permadi, the glorification of whiteness takes an interesting turn.

Video still taken from the Empire Indonesia film. Permadi watches one of his soldiers sing a German song. Jakarta, Indonesia. Credit: Eline Jongsma and Kel O’Neill, 2011
Video still taken from the Empire Indonesia film. Permadi watches one of his soldiers sing a German song. Jakarta, Indonesia. Credit: Eline Jongsma and Kel O’Neill, 2011

HS Permadi is a tall, energetic Indonesian in his late 30’s. We track him down in a large park outside Jakarta, where he runs a war re-enactment group called the “Niederlande Kampfgruppe” (Netherlands Battle Group). Permadi and his men get together every other weekend to dress up as Dutch Waffen SS soldiers and act out historic battle scenes. According to Permadi, the Niederlande Kampfgruppe’s war games are based on the lives of about 20 Indonesians who signed up for the Dutch Waffen SS while living in occupied Holland during WWII. Permadi’s men start their practice days by gearing up from head to toe in Nazi drag. Attention to detail is everything: their uniforms even feature a Dutch flag on one arm.

Video excerpt of the Empire film from Indonesia.

Empire: 5°00′ N 120°00′ E excerpt from EMPIRE PROJECT on Vimeo.

Guessing that Permadi is avenging his forefathers for everything the Dutch did to the country, we ask him about his motives. His answer couldn’t be further from our expectations. Permadi explains that he admires the Europeans, and believes that Indonesians didn’t have a real civilization before the Dutch presence. To him, the Nazis represent the apex of European sophistication. They are a force to be studied and admired.

Indonesians didn’t have a real civilization before the Dutch presence

Others seem to agree. We ask the wife of one of the soldiers if she prefers her husband in a Nazi uniform or in an Allied Forces uniform. She says she likes the Nazi uniform because “It’s sexier!’ After our encounter with the “Niederlande Kampfgruppe” we start noticing a certain Nazi-mania in Jakarta: posters on the street feature Hitler’s portrait; cars are adorned with (non-Buddhist) swastika decals.

We are somewhat shaken by our encounter with Permadi and his men, in part because we have so much fun with them. It’s a blast to run around in the jungle, playing war—or war film director as the case may be. When Yaakov visits us on one of our last days in Jakarta, we feel the need to confess to him exactly who we’ve been spending our time with.

Yaakov’s eyes widen when we tell him about Permadi and his group of Nazi’s. There is a pause, which we take as a sign of discomfort. Finally, he speaks.

“Do they need a Jew to chase?” he asks.

Yaakov is serious, but the meeting never comes together.

Ancillary video journalism piece made from rest material of the Empire film. Sold to the VJ Movement.

Indië-herdenking 2012: "Je kind is je dierbaarste bezit."

“Ik heb mijn kinderen maar half verteld wat ik meegemaakt heb.”

3e generatie vergezelt 1e generatie bij de Indië-herdenking '42- '45 ©Tabitha Lemon Indisch 3.0 2012
Derde generatie vergezelt eerste generatie bij de Indië-herdenking ’42- ’45 ©Tabitha Lemon Indisch 3.0 2012

De Indië-herdenking van dit jaar, waarin stilgestaan is bij het einde van de Tweede Wereldoorlog in Azië, was goed bezocht. Beter dan ik me van de vorige keren kan herinneren. Het viel bovendien op dat er veel meer jongeren aanwezig waren. De herleefde belangstelling voor de periode na de Japanse bezetting in Indonesië is daar beslist debet aan. Dat dit bij de slachtoffers van die periode veel losmaakt, bleek uit een spontaan gesprek dat me kippenvel bezorgde, ondanks de tropische temperaturen.

Fotografie: Tabitha Lemon.

Spiezen
Terwijl de gastvrouw de herdenkingsplechtigheid bij het Indisch monument in Den Haag opent, ontstaat tussen mij en mijn buurvrouw een gesprekje. Mijn buurvrouw woont nu in Voorburg en heeft als kind de bersiap meegemaakt. In 1947 is ze naar Nederland gekomen. “Ja, het staat weer flink in de belangstelling, de Indische geschiedenis. Giste’navond weer. [rillend] Die spiezen, de mensen die daar hingen, ik heb ze zelf gezien als meisje van 6. Mijn moeder heeft ons uit het kamp gehouden. Als de Jap langskwam, hing ze een bordje op de deur waarop stond dat we ziek waren. Daar waren ze als de dood voor, ziek worden. En voor de zekerheid, wij hadden blond haar, legde mammie kussens zelfs over onze hoofden, zodat hij ons niet zag. ”

Derde generatie aanwezig bij Indië-herdenking Den Haag ©Tabitha Lemon Indisch 3.0 2012
Derde generatie aanwezig bij Indië-herdenking Den Haag ©Tabitha Lemon Indisch 3.0 2012

Rode Kruis
Tijdens de kranslegging door demissionair minister-president Rutte, vertelt de Indische naast mij verder. “Buiten lokte de Jap ons met chocola. Wat doe je als je kind bent hè, in oorlogstijd, en iemand biedt je chocola aan? Oe, wat hebben wij op ons donder gekregen daarvoor. Want onze moeder en haar zus, ze waren zonder hun mannen en als de dood voor de Jap hè, dat ze door de Jap gepakt zouden worden. Pappie zat in het kamp. Toen mijn moeder hoorde dat hij overleden was, was ze er kapot van. Daar stond ze, bij het Rode Kruis, alle boeken en lijsten door te gaan. Totdat ze zijn naam zag. Je blijft hoop houden op goed nieuws.”

Publiek bij de Indië-herdenking, inclusief een pajung van de Stichting Japanse Ereschulden ©Tabitha Lemon Indisch 3.0 2012
Publiek bij de Indië-herdenking, inclusief een pajung van de Stichting Japanse Ereschulden ©Tabitha Lemon Indisch 3.0 2012

Gescheiden van je moeder
Geboeid luisteren we naar de speech van de 16-jarige VCL-leerling Tonny Staal, die vertelt over hoe hij zich heeft proberen voor te stellen hoe het is om als 16-jarige jongen in die tijd gescheiden te worden van je moeder. De Voorburgse naast mij reageert onmiddellijk: “Mijn broertje en ik hebben niet in het kamp gezeten, maar mijn moeder was als de dood dat zij hem zouden meenemen. Telkens moest hij onder zo’n stok door lopen, om te zien of hij al groot was. Gelukkig was hij steeds nog niet groot genoeg voor het kamp. Wat mijn moeder allemaal niet gedaan heeft om ons buiten het kamp te houden. Je kind is je dierbaarste bezit hoor.” Ik knik, terwijl ik over mijn zwangere buik wrijf en de brok in mijn keel wijt aan de zwangerschapshormonen.

Zonnebloemen op de Indië-herdenking ©Tabitha Lemon Indisch 3.0 2012
Zonnebloemen op de Indië-herdenking ©Tabitha Lemon Indisch 3.0 2012

Half
Mijn buurvrouw en ik zijn het erover eens dat er opvallend veel jongeren aanwezig zijn. Heeft zij haar kinderen over haar ervaringen verteld, vraag ik haar. Ze slikt. “Half. Ik heb het ze maar half verteld. Mijn kleindochter van 16, die heeft mij gevraagd om mijn verhaal op haar school te vertellen. Op school wilden ze aandacht besteden aan Indonesië en ze hadden niemand. Tja. Voor mijn kleindochter doe ik alles. Dus ik heb mijn ervaring op papier gezet en haar gegeven. Toen ze dat gelezen had, zei ze: ‘Oma, ik hoop dat ik dat nooit hoef mee te maken.’ En ik zei: ‘Ja lieverd, dat hoop ik ook. Dat hoop ik ook.’ ”

Tonny Staal vertelt over gescheiden worden van zijn moeder tijdens de Indië herdenking 2012 Den Haag ©Tabitha Lemon Indisch 3.0 2012
Tonny Staal vertelt over gescheiden worden van zijn moeder tijdens de Indië herdenking 2012 Den Haag ©Tabitha Lemon Indisch 3.0 2012

 

Recensie: Koloniale geschiedenis hoorcollegereeks

Koloniale geschiedenis hoorcollegereeks. Foto: (c) Sarah Klerks/ Indisch 3.0 2012.

Blanke vertellingen: over de ‘geruisloze’ geschiedenis van het kolonialisme.

Grote kans dat je op school of op de universiteit weinig over je Indische geschiedenis hebt geleerd. Bij mij was dat zeker het geval, dus om meer over mijn achtergrond te begrijpen probeer ik steeds meer te leren over onze koloniale geschiedenis. Eén van deze pogingen was het audioboek Koloniale geschiedenis. De afgelopen week schalden in dolby surround de stemmen van prof. dr. Leonard Blussé en prof. dr. Piet Emmer uit de speakers.

Het woord ‘Indo – Europees’ is niet één keer gevallen

Tien hoorcolleges lang heb ik geluisterd naar hun ideeën over de Europese koloniale expansie en in het bijzonder die van Nederland. Ik heb geluisterd naar deze cd’s vanuit mijn Indo-perspectief. Dat wil zeggen dat ik er op heb gelet in hoeverre de Indo en Indo-Europese of Indische cultuur ter sprake komen en vanuit welk perspectief de sprekers de geschiedenis vertellen.

Koloniale geschiedenis hoorcollegereeks. Foto: (c) Sarah Klerks/ Indisch 3.0 2012.
Koloniale geschiedenis hoorcollegereeks. Foto: (c) Sarah Klerks/ Indisch 3.0 2012.

Ontkenning van de Indo
Ik zal maar meteen verklappen dat de Indo en Indo-Europese of Indische cultuur totaal niet aan bod komen in deze hoorcolleges. Het woord ‘Indo – Europees’ is niet een keer gevallen, laat staan het woord ‘Indo’. Als ik deze hoorcolleges Koloniale Geschiedenis mag geloven, hebben wij niet eens bestaan. Nu zijn er drie momenten waar ik vermoed dat er over de Indo wordt gesproken, hoewel we dus niet bij naam genoemd worden. Kennelijk zijn dat momenten waarop de sprekers niet om ons heen kunnen. Dat is ten eerste wanneer er gesproken wordt over het ‘probleem’ van het legaliseren van de kinderen uit gemengde huwelijken tussen Europeanen en inheemse vrouwen , oftewel ‘de njais’. Dat waren onze voorouders! Ten tweede wanneer er gesproken wordt over de ‘corrupte’ en ‘parasitaire’ bourgeoisie in de kolonie die niet in het moederland (dus Nederland) geboren is. Ten derde wanneer kort de ‘geruisloze integratie’ van migranten uit Nederlands-Indië in het moederland na de dekolonisatie wordt vermeld. Dit alles zonder enige vermelding van de naam die wij hebben, Indo’s, of Indo-Europeanen.

De Indo en de Indische cultuur komen totaal niet aan bod.

Eurocentrisch perspectief
Het perspectief van de sprekers is behoorlijk eurocentrisch, met ook geen of nauwelijks aandacht voor de gevolgen van het kolonialisme voor de inheemse bevolking. Opvallend is dat de geschiedenis voornamelijk in theoretische en bestuurlijke termen wordt uitgelegd: het wordt maar niet concreet. Oude bekenden zoals J.P. Coen en Van Heutsz passeren alleen de revue tijdens de beschrijvingen van hun bestuurlijke ideeën. Wat echter de levensbedreigende gevolgen van deze ideeën in de praktijk waren voor de plaatselijke bevolking blijft onderbelicht. Bij Daendels, die de Grote Postweg heeft laten aanleggen, wordt nog net vermeld dat bij de aanleg van deze weg ‘veel mensen zijn omgekomen’. Waarom niet vermelden dat er 12.000 mensen hierbij zijn omgekomen? Het cultuurstelsel wordt geroemd vanwege de winst die het Nederland bracht. Over het verplichte werk dat de plaatselijke bevolking moest doen wordt gezegd ‘je zou het zelfs dwangarbeid kunnen noemen’. Dit lumineuze idee wordt echter meteen afgeserveerd als ‘overdreven’: het cultuurstelsel was gebaseerd op al ‘bestaande corveediensten’. Met andere woorden: omdat de plaatselijke bevolking toch al uitgebuit zou worden door plaatselijk heersers en dat de Nederlanders dit systeem slechts overnamen, mag je het geen dwangarbeid noemen. Interessant.

Het cultuurstelsel wordt geroemd vanwege de winst die het Nederland bracht.

Het kasteel van Batavia, gezien vanaf de Kali Besar West. (Andries Beeckman/Rijksmuseum)
Het kasteel van Batavia, gezien vanaf de Kali Besar West. (Andries Beeckman/Rijksmuseum)

‘Geruisloze’ dekolonisatie
Volgens Emmer is de dekolonisatie geruisloos verlopen. Aan het eind van de reeks hoorcolleges begint hij zich dan ook opeens af te vragen: ‘Waarom kunnen we zo ontspannen luisteren naar een verhaal over dekolonisatie? Waarom heeft die dekolonisatie geen diepere wonden geslagen en sporen nagelaten in het moederland?’ Dit zijn vragen die slechts kunnen komen van iemand die als elite vanuit eurocentrisch perspectief spreekt. Het zijn in elk geval niet de vragen die bij mij opkomen als ik mij buig over het koloniaal verleden en de dekolonisatie. Ik ben niet ontspannen en voel wel degelijk een wond. De wond die ik ook weer voel als ik naar de hoorcolleges luister. Mijn bestaan als Indo in de koloniale geschiedenis en daarmee ook in de huidige maatschappij wordt ontkend. Bovendien worden de gevolgen van het Nederlands kolonialisme voor de Indische gemeenschap en Indonesië niet genoemd.

Volgens Emmer is de dekolonisatie geruisloos verlopen.

Deze hoorcolleges hebben mij niet veel nieuwe kennis opgeleverd over de koloniale geschiedenis. Ik heb wel meer geleerd over het eurocentrische discours dat in de Nederlandse cultuur bestaat als het koloniaal verleden wordt besproken. Ik raad deze hoorcolleges dan ook af mocht je naar echte kennis over je koloniale geschiedenis op zoek zijn. Maar ben je een Indo die tijdens de rijsttafel altijd begint van ‘Maar het kolonialisme heeft ook goede dingen voortgebracht, denk aan de infrastructuur en onderwijs!’ dan is deze reeks echt wat voor jou. Ik ga op zoek naar boeken of artikelen die minder eurocentrisch zijn.

Koloniale geschiedenis NRC Next

Wil jij deze hoorcollegereeks zelf beluisteren? We geven ons exemplaar weg. Stuur voor 31 augustus a.s. een mailtje met je adresgegevens naar redactie@indisch3.nl en leg uit waarom deze cd-reeks echt bij jou thuis hoort.

Hoorcollegereeks Koloniale geschiedenis. Leonard Blussé en Piet Emmer. NRC Handelsblad Academie 2012. 53,96 euro (10 cd’s).

 

Koloniale geschiedenis: Nederlands-Indië

Standbeeld Multatuli in Amsterdam. Foto: http://entoen.nu/media/_600/31_Standbeeld_Multatuli.jpg

Opkomst van de Indo in de koloniale tijd (1596 – 1942)

Standbeeld Multatuli in Amsterdam. Foto: http://entoen.nu/media/_600/31_Standbeeld_Multatuli.jpg
Standbeeld Multatuli in Amsterdam. Foto: http://entoen.nu

Toen de Portugezen in de 16e eeuw Indië aan de VOC verloren, was de Archipel een versnipperd eilandenrijk. Drie eeuwen later leidde de Nederlandse ethische politiek tot een zelfbewust Indonesië, dat koloniale heerser Nederland verjoeg. Deel 1 van een tweeluik waarin we inzoomen op de koloniale geschiedenis van Nederland in voormalig Nederlands-Indië.

Wellicht ten overvloede: deze – maatschappelijk georiënteerde – bloemlezing van onze koloniale geschiedenis, is langer dan onze andere posts. A.s. vrijdag sluiten we deze historische terugblik af, met aandacht voor de Japanse bezetting tot en met de soevereiniteitsoverdracht in 1949. Wil jij iets toevoegen aan dit overzicht? Reageer, zodat we samen met jullie een dossier kunnen samenstellen over de koloniale tijd.

Eerste Nederlanders in Indië: de VOC
De VOC (1602-1799) was een handelscompagnie en had als doel zoveel mogelijk geld te verdienen met de internationale handel in specerijen en andere exotische artikelen. Haar dominantie in Indië duurde twee eeuwen en begon in 1596 in Bantam (Java). Via Batavia en op Ambon (Molukken) breidde deze compagnie haar handelsimperium in Indië uit naar de hele archipel, met strategisch gelegen handelsposten op onder meer Java, Sumatra, de Molukken, Celebes (Sulawesi) en de Banda-eilanden. In 1795 ging de VOC failliet en in 1799 vervielen haar bezittingen aan de Republiek der Nederlanden – inclusief Nederlands-Indië.

Ontstaan van de Indo
De VOC-mannen zochten al snel het ‘gezelschap’ van lokale vrouwen op. Zo ontstond een nieuwe bevolkingsgroep: de Indo-Europeanen (in de VOC-tijd mestiezen of sinjo’s genoemd). Officieel was leven met concubines niet toegestaan, in 1620 werd dat bij wet zelfs verboden. Daarom liet de VOC vrouwen overkomen uit Nederland, zonder succes: de overkomst kostte de VOC veel geld, de vrouwen waren slecht bestand tegen de tropen en zij wilden vooral snel met hun echtgenoot repatriëren. In 1630 veranderde de wetgeving, waardoor trouwen met lokale vrouwen de voorkeur kreeg. Die vrouwen wilden tenminste in ‘de oost’ blijven, kinderen uit zulke huwelijken waren beter bestand tegen een leven in Indië en een huwelijk met een lokale vrouw kostte de compagnie niets. Een vrouw laten overkomen uit Holland was voorbehouden aan hoger geplaatst VOC-personeel. Terugkeren met een lokale vrouw naar Holland was verboden.

Lokale vrouwen waren beter bestand tegen leven in de kolonie.

Frans en Brits bestuur
Nederland kreeg Indië in 1799 in handen, maar toch zou het pas in 1824 de kolonie zelfstandig gaan besturen. Nederland was sinds 1795 onder Frans bestuur gekomen. In eerste instantie had de Bataafs-Franse republiek vrij veel zelfstandigheid, maar in 1810 werd de republiek ingelijfd door Frankrijk. In diezelfde periode verloor Nederland Indië aan Engeland: sir Stamford Raffles werd er in 1811 gouverneur-generaal. Pas in 1824 kreeg Nederland haar kolonie volledig in bezit.

Invoering Cultuurstelsel
Na het Britse bestuur, kreeg zelfstandige natie de Republiek der Nederlanden de Indische archipel in handen. Hoe ging zij geld verdienen aan die kolonie? In Indië hield de Republiek de bestuursvorm in stand die de VOC had ingevoerd: een gouvernement, geleid door een gouverneur-generaal (GG).  Gouverneur-generaal Jeroen van den Bosch, die in Indië diverse GG’s geassisteerd had, had een antwoord: de invoering van het – later door Multatuli beklaagde – Cultuurstelsel. Tot die tijd gold het landrentestelsel: lokale boeren waren verplicht 2/5e van hun oogst aan hun koloniale heerser af te staan. Onder het Cultuurstelsel werden zij verplicht 20% van hun grond te gebruiken voor producten voor Nederland. In de praktijk was dit onder dwang vaak meer dan 20% of de beste grond die een boer had. Verder kregen lokale vorsten meer geld als hun gebied Nederland meer opbracht. Het stelsel had uitbuiting en hongersnoden tot gevolg.

Wet op het nederlanderschap van 1892. Afbeelding: http://www.vijfeeuwenmigratie.nl
Wet op het nederlanderschap van 1892. Afbeelding: http://www.vijfeeuwenmigratie.nl

Nieuwe toestroom van Hollanders
Onder het Cultuurstelsel was exploitatie van de kolonie voorbehouden aan de Nederlandse staat, tot woede van veel Nederlandse ondernemers. Zij wilden ook geld kunnen verdienen aan de kolonie. Met de invoering van twee nieuwe wetten (de Agrarische wet en de Suikerwet in 1870) werd particuliere exploitatie van de kolonie mogelijk en zou er tevens een einde komen aan de uitbuiting door lokale vorsten. Deze openstelling van de kolonie leidde tot een toestroom van ondernemende Hollanders en andere Europeanen. Dit keer waren het veelal vrijgezelle mannen of getrouwde stellen die al dan niet met hun gezin naar Indië verhuisden: een heel ander volk dan de militairen en zeemannen die in de VOC-tijd naar Indië kwamen.

Koloniale bevolking
De koloniale bevolking van Indië bestond inmiddels uit gouvernementsambtenaren, particuliere plantagehouders en militairen. De oorspronkelijke inwoners van de archipel hadden hun eigen vorstendommen, werkten op het land of als bediende voor de koloniale bevolking. Nog steeds werden er Indo-Europese kinderen geboren, vaak uit de heimelijke ‘ontmoetingen’ tussen een Europeaan en een lokale vrouw. De Indo-Europeanen die niet door hun Europese vaders teruggestuurd waren naar de kampong, groeiden in de koloniale domeinen op als tussengroep. Als zij geluk hadden, waren zij erkend door hun vader en hadden zij de status van “gelijkgesteld aan een Europeaan.”

Als zij geluk hadden, waren zij erkend door hun vader.

De ‘gelijkstelling’ van de Indo-Europeanen in 1854
In 1854 zorgde de gelijkstelling ervoor dat de samenleving volgens een hiërarchisch model ingedeeld werd, dat een keerpunt betekende voor de Indo-Europeanen. De samenleving werd hiërarchisch ingedeeld in (1) Europeanen, (2) Vreemde Oosterlingen en (3) Inlanders. Elke groep had eigen juridische rechten en plichten. Het belang van deze indeling was dat Indo-Europeanen een juridisch gelijkwaardige positie kregen aan volbloed Europeanen: totoks. In 1892 werd hun positie bevestigd in de Wet op het Nederlanderschap. Dit gold overigens alleen voor Indo’s die erkend waren door hun Europese vader: was hij niet erkend, dan kreeg hij de status van Inlander.

Voorkeurspositie
De ‘gelijkgestelde’ Indo-Europeanen hadden een voorkeur voor werk als “klerk” om te onderstrepen dat zij een status met meer rechten dan de oorspronkelijke bevolking. Denk daarbij aan banen als ambtenaar en administrateur op een plantage. Andere banen voor Indo’s waren onderwijzer en militair (waarbij iemand natuurlijk liever een officier was dan een soldaat). In eerste instantie gaf de volbloed Europese elite (de totoks) deze groep ook een voorkeurspositie als het ging om de invulling van dergelijke posities. Totdat de ethische politiek ingevoerd werd.

Ethische politiek: de inheemse bevolking verheffen en beschermen

Een Ereschuld: invoering ethische politiek
Rond de eeuwwisseling deed de ethische politiek (ook wel voogdijpolitiek) zijn intrede in Nederlands-Indië, mede ingegeven door Multatuli’s Max Havelaar. In 1901 kondigde koningin Wilhelmina aan dat Nederland een Ereschuld had en ‘als Christelijke Mogendheid’ de taak had de lokale inwoners te ‘verheffen’ en haar te beschermen tegen willekeur van de inheemse adel. De ethische politiek had als gevolg dat de inheemse bevolking goed onderwijs kon volgen en op den duur aanspraak maakte op de lagere ambtelijke banen, tegen een eerlijk loon (het unificatiebeginsel). Tevens was het voornemen van de Nederlandse regering om van Nederlands-Indië een moderne staat te maken, onder leiding van Nederland.

Achtergestelde Indo-Europeanen
De door de ethische politiek verleende voorrang aan de inheemse bevolking betekende dat Indo-Europeanen hun banen verloren. Zij moesten aanzien hoe zij, ondanks hun Europese status, opeens gelijkgesteld werden aan de lokale bevolking: zij kwamen door het eerder genoemde unificatiebeginsel op hetzelfde loonpeil als de ‘inheemse’ klerk. Staffuncties waren niet toegankelijk voor Indo-Europeanen, – hiervoor was een universitaire opleiding vereist. Alleen totoks en, door de ethische politiek, leden van de inheemse bevolking konden die volgen. Door deze ‘indianisatie’ en sociale achterstelling door de totoks voelen Indo-Europeanen zich tussen 1900 en 1920 bedreigd in hun bestaan.

Vlnr: Sjahrir, Soekarno en Hatta. Foto: politik.kompasiana.com
Van links naar rechts: Sjahrir, Soekarno en Hatta. Foto: politik.kompasiana.com

Hoog opgeleid, maar geen macht
Onderdeel van de ethische politiek was de associatiegedachte: de inheemse bevolking zou Westerse normen en waarden leren, zodat op termijn een ‘multiraciale bevolkingsgroep zou ontstaan die Indië zou gaan besturen.’ Daarom mochten enkele volbloed Indonesiërs een universitaire opleiding volgen in Nederland, onder wie de latere nationalisten Mohammed Hatta en Soetan Sjahrir. Een derde naam die in deze alinea niet mag ontbreken, is die van Soekarno (die geen voornaam had). Hij kreeg toegang tot de Hogeschool van Bandung, waar hij opgeleid werd tot ingenieur. Zo ontstond er een ‘inheemse’ hoogopgeleide elite, die het westerse gedachtegoed beheerste, maar in Indië op bestuurlijk niveau niets wezenlijks mocht uitvoeren.

Telkens veranderende wetgeving voor Indo-Europeanen

Inheems verzet tegen de elites
Alle hoge posities bleven voorbehouden aan Nederlanders, aangezien op deze posities de Nederlandse staat vertegenwoordigd werd. Daarmee had de associatiegedachte de grondslag gelegd voor de nationaliseringbeweging. De moderne inheemse elite ontwikkelde een weerzin tegen de koloniale overheersing, waardoor de onderlinge saamhorigheid toenam. Versterkt door de opkomst van de islam, voelden Javanen zich niet langer alleen Javanen. Steeds meer voelden zij zich Indonesiër. Deze nationalisten gingen zich tevens afzetten tegen de traditionele eigen elite, die minder verlichte denkbeelden had en uit eigen belang samenwerkte met de Nederlanders.

Dominique Berretty. "Mediatycoon" in Indie. Foto: http://www.historici.nl/Onderzoek/Projecten/BWN/lemmata/bwn6/berretty
Dominique Berretty. Selfmade “Mediatycoon” in Indie. Foto: http://www.historici.nl

Indo-Europeanen verenigden zich
Als reactie op deze ontwikkelingen, ontstond behoefte aan een belangenbehartigende organisatie voor Indo-Europeanen: het Indo-Europees Verbond (IEV). Het IEV was de eerste organisatie waarin Indo-Europeanen zich met succes verenigden. In tegenstelling tot eerdere initiatieven, wist het verbond de meerderheid van de Indo-Europese gemeenschap (van elite tot klerk) aan zich te binden; zij namen geen beginselprogramma op. Totoks reageerden geïrriteerd: zij zagen het IEV als blijk van jaloezie van Indo-Europeanen – maatschappelijk succes hing niet af van huidskleur, maar van de eigen inzet. Uit de koloniale sociale geschiedenis valt op te maken dat dit waar was, maar waar de totoks aan voorbij gingen, was dat Indo-Europeanen telkens weer te maken kregen met continu veranderende wetgeving. Iets dat exemplarisch zou zijn voor de mate waarin deze ‘tussengroep’ afhankelijk was – en is – van de politieke wind in Den Haag.

Hyper Nederlandse Indo-Europeanen
In de jaren ’20 voelden Indo-Europeanen zich geroepen om zich te onderscheiden van de inheemse bevolking. Ze gingen zich hyper-Nederlands gedragen en de Nederlandse overheid stimuleerde deze Nederlandsgezindheid: een sterke steun voor Nederland bij de Indo-Europeanen versterkte het koloniale gezag. Het echte Indische leven bleef, maar verhuisde naar binnen. Ondanks de maatregelen van de Nederlandse regering om het Indonesische nationalisme in te dammen, was het niet weg te krijgen uit Nederlands-Indië.

Pleidooi voor Nederlands-Indië als zelfstandig onderdeel Koninkrijk

Het einde van de kolonie
In de crisisjaren van 1930 nam de roep om zelfstandigheid toe, variërend van zelfstandig binnen het Koninkrijk der Nederland tot volledige onafhankelijkheid. Soekarno, Hatta en Sjahrir kregen steeds meer steun van de lager geplaatste autochtone bevolking. In 1936 diende een vertegenwoordiger van de inheemse bevolking, Soetardjo, in de Volksraad een petitie in. Daarin verzocht hij – tevergeefs – de Nederlandse regering om Nederlands-Indië een zelfstandige plek in het Koninkrijk te geven.  Aan de vooravond de Tweede Wereldoorlog was de spanning in Nederlands-Indië hoog opgelopen. Meer daarover lees je op 17 augustus a.s.

Heb jij aanvullingen op deze bloemlezing van de Nederlandse koloniale bezetting tot 1942? Laat je horen en reageer. 


Geraadpleegde bronnen

  • www.voc-kenniscentrum.nl
  • www.parlement.com
  • Wikipedia
  • www.vijfeeuwenmigratie.nl
  • H. van den Doel Afscheid van Indië. De val van het Nederlandse imperium in Azië (Amsterdam 2001).
  • H. Meijer In Indië geworteld. De twintigste eeuw (Amsterdam 2004).

 

Start themaweek koloniale geschiedenis

Themaweek Kolonialisme 2012 . 13-17 aug op www.indisch3.nl

Het Nederlandse koloniale verleden in Indonesië

Themaweek Kolonialisme 2012 . 13-17 aug op www.indisch3.nl
Themaweek Kolonialisme 2012 . 13-17 aug op www.indisch3.nl

Vanaf vandaag staat Indisch 3.0 een (werk-) week lang in het teken van Nederlands koloniale verleden in Indonesië. We duiken er eens goed in tussen 13 en 17 augustus a.s., duik je mee?

Op 15 augustus herdenkt Nederland het einde van de Tweede Wereldoorlog in Azië, op 17 augustus viert Indonesië haar zelfstandigheid die zij in 1945 uitriep, twee dagen na de Japanse capitulatie. Hoe leidde de Japanse bezetting tot de zelfstandigheid van Indonesië? Begon die wens toen pas of was die al eerder aanwezig?

We starten vanmiddag met een bloemlezing over de Nederlandse overheersing van voormalig Nederlands-Indië (door Kirsten Vos), waarbij we jullie om aanvullingen vragen. Wat zijn de “hoogtepunten” van het Nederlandse koloniale tijdperk in Indonesië? Hoe leidde deze aanwezigheid tot de onafhankelijkheid van Indonesië? En hoe ontwikkelde de Indo-Europese groep zich in die samenleving?

Een dag later lees je twee artikelen over andere Nederlandse koloniale sporen: in India (een post door Ed Caffin) en over de hele wereld (interview in English, introducing Eline Jongsma & Kel O’Neil’s Empire project).

Op de dag van de Indië-herdenking 1942 – 1945, woensdag 15 augustus 2012,  plaatsen we een reportage over de nieuwe expo ‘Oostwaarts’ in het Tr0penmuseum (door Christie Haalboom) en een recensie van de hoorcollegereeks van NRC Opleidingen, over de koloniale geschiedenis (door Sarah Klerks). De dag daarna besteden we aan de Indië-herdenking, in de vorm van een reportage door Tabitha Lemon en Kirsten Vos.

We sluiten de themaweek op vrijdag 17 augustus af met twee essays, over de bersiap en politionele acties (Kirsten Vos) en een essay in het Engels door Kel O’Neil en Eline Jongsma over een bizar en onverwacht spoor van het koloniale verleden in Indonesië. Hierbij alvast een voorproefje daarvan. Als deze week een succes is, zullen we een vervolg inplannen waarbij we dieper ingaan op het dekolonisatieproces, inclusief de Molukse kwestie en de repatriëring, en de postkoloniale geschiedenis van Nederland en Indonesië.

Het Nederlandse verleden in Indonesië doet elk jaar stof opwaaien in eigen land. Oorlogsmisdaden en andere misdaden tegen de menselijkheid van Nederlandse militairen leiden tot grote verontwaardiging. Terecht. Tegelijkertijd voeren Nederlandse politici het hoogste woord over de mensenrechtensituatie in het huidige Indonesië. Terecht. Toch zou een andere toon van Nederland een gesprek met Indonesië over dit onderwerp ten goede komen. Gezien de geschiedenis zou zo’n gematigde toon best op zijn plek zijn.

Empire: 5°00′ N 120°00′ E excerpt from EMPIRE PROJECT on Vimeo.

Aankondiging: Indisch 3.0-themaweek over het Nederlandse koloniale verleden

Themaweek Kolonialisme 2012 . 13-17 aug op www.indisch3.nl
Themaweek Kolonialisme 2012. Image credit: <a href='http://nl.123rf.com/photo_7122274_old-map-compass-and-navigation-equipment.html'>fikmik / 123RF Stockfoto</a>
Themaweek Kolonialisme 2012. Image credit: fikmik / 123RF Stockfoto

Van 13 tot 17 augustus 2012 organiseert jongerenmagazine Indisch 3.0 een themaweek over het Nederlandse kolonialisme in Indonesië op www.indisch3.nl & www.facebook.com/indisch3. 

In de week van 13 augustus 2012 herdenkt Nederland het einde van de Tweede Wereldoorlog in Azië (15 augustus) en viert Indonesië haar onafhankelijkheid (17 augustus). Beide gebeurtenissen vonden plaats in 1945 en vormden de opmaat voor twee politionele acties  – een koloniale oorlog – in 1947 en 1948, waar momenteel weer veel om te doen is.

Om op een rijtje te zetten wat Nederland voor de komst van de Japanners in Indië deed, organiseert Indisch 3.0 voor het eerst een eigentijdse themaweek over het Nederlandse koloniale verleden Indonesië. De afleveringen van deze themaweek zijn te vinden op www.indisch3.nl. Speciaal voor haar Facebook-fans zal  Indisch 3.0 dagelijks een tv-of film-tip publiceren. Nog geen fan van Indisch 3.0? Zoek ons eens op op Facebook.

Programma

13 augustus 2012

  • Essay: 300 jaar Nederlandse aanwezigheid in Indonesië

14 augustus 2012

  • Interview in English with Eline Jongsma & Kel O’Neill about their Empire Project
  • Blog: Koloniale sporen in India

15 augustus 2012

16 augustus 2012

17 augustus 2012

  • Essay: Merdeka – bersiap! en politionele acties
  • Empire Project Indonesia: the unintended consequences of Dutch colonialism in Indonesia (essay)

De themaweek is geheel onafhankelijk tot stand gekomen. De redactie bedankt haar freelancers voor hun belangeloze medewerking hieraan.

"De bloedigste oorlog die Nederland ooit voerde"

Politionele acties in Indonesië. Foto: www.verzetsmuseum.org

65 jaar na de eerste politionele actie

Politionele acties. Nederlandse mariniers gaan aan boord van het troepentransportschip L.S.T. Soerabaja voor verscheping naar de eerste politionele actie, Oost-Javaanse kust, 20 juli 1947.
Nederlandse mariniers gaan aan boord van het troepentransportschip L.S.T. Soerabaja voor verscheping naar de eerste politionele actie, Oost-Javaanse kust, 20 juli 1947. Bron: Nationaal Archief.

Vandaag is het 65 jaar geleden dat Nederland in Indonesië de eerste politionele actie startte. Vanavond besteedt de NTR daar op tv aandacht aan, in een reconstructie van 21 juli 1947. Maar hoeveel weten we nou eigenlijk over de Nederlandse daden tijdens die roerige dekolonisatie-periode? Ik spreek erover met Gert Oostindie, directeur van het Koninklijk Instituut voor Taal- Land en Volkenkunde (KITLV).

Een politionele actie is een term die duidt op militaire inzet op binnenlands grondgebied. De acties van Nederland mochten namelijk koste wat kost geen oorlog genoemd worden, valt op internet terug te vindenVorige maand pleitten de directeuren van het NIOD, NIMH en KITLV voor een onderzoek naar deze en andere daden van de Nederlandse regering in de voormalige kolonie Nederlands-Indië tussen 1945 en 1949. Gert Oostindie, woordvoerder namens de drie instituten, vertelt over de aanleiding voor dit voorstel.

Incidenten
“Die vijf jaren zijn, van de hele periode van Nederlandse aanwezigheid in Indonesië, de belangrijkste en de bloedigste: ze bevat de geboorte van een natie én de meest bloedige oorlog die Nederland ooit voerde. De laatste tijd zien we een opeenstapeling van aanklachten, zoals Rawagede. En een nieuwe stroom van incidenten is losgebarsten.”

“Dat we alles al weten is aantoonbare onzin.”

Distantie
“Wij vonden de tijd gekomen om nu eindelijk eens de balans op te maken. Bovendien lijkt, sinds Ben Bot in 2005 verklaarde dat Nederland aan de verkeerde kant van de geschiedenis heeft gestaan, een nieuw tijdperk aangebroken van meer distantie. Dat het Nederlands Instituut voor Militaire Historie aan dit onderzoek wil meewerken, vind ik veelzeggend. Zelfs zij vinden het hoog tijd dat er duidelijkheid komt.”

Breed verhaal
“Wat wij willen is een overzicht bieden van de daden van Nederland in Indonesië in de periode 1945 – 1949. We streven naar een breed verhaal, gebaseerd op feiten, zonder daarbij moralistisch te worden. We willen er geen politiek onderzoek van maken, we willen het zover mogelijk weghalen bij de politiek van vandaag. Of politici nu onderscheid kunnen maken tussen ons verleden en het Indonesië van nu? Tja, dat zouden ze wel moeten kunnen. Sterker nog, dit onderzoek kan die scheiding duidelijk maken.”

“We willen het weghalen bij de politiek van vandaag.”

Kamervragen
“Dat dit voorstel zo prominent in het nieuws gekomen is, verraste ons. De pers nam onze argumenten over en was er meestal positief over. Dat ook Cees Fasseur aangaf dat zijn onderzoek (de Excessennota, 2 juni 1969) slechts een begin was dat een vervolg nodig had, sterkte ons in dat voorstel. Tijdens het vragenuurtje op 19 juni jl. heeft de SP de regering om een reactie per brief gevraagd, daarbij gesteund door D66, GroenLinks en PvdA. VVD steunde de vraag ook, al was dat niet om dezelfde reden als de andere partijen.”

Cofinanciering
“En nu? Ja nu is het afwachten op de reactie van het kabinet. Pas als er een reactie ligt, kunnen we ingaan op de argumenten om dit onderzoek wel of niet op te starten. Je hebt gelijk, natuurlijk, we hebben daar feitelijk geen opdracht voor nodig van de regering. We hebben de bevoegdheid zelf onderzoeken te starten, we willen daar ook zeker eigen middelen voor vrijmaken. Alleen, wil je het echt zo grondig aanpakken als wij van plan zijn, dan hebben we daar cofinanciering voor nodig.”

“Dat Indonesië mee gaat betalen is een misverstand.”

Indonesië
“Nee, dat Indonesië mee gaat betalen is een misverstand dat ontstaan is na het interview in de Volkskrant. We hebben goede contacten met Indonesische onderzoekers, die zijn bereid met ons samen te werken hieraan. Want eigenlijk is het vreemd dat er nooit eerder gezamenlijk onderzoek gedaan is. Overigens, in Indonesië vinden ze ook dat ze te weinig kritisch naar deze periode hebben gekeken. Maar voor de duidelijkheid: onze insteek blijft om een overzicht te maken van het optreden van Nederland. Want zodra we overzicht hebben, weten we ook wat we niet weten. De kritiek dat we alles al weten is aantoonbare onzin.”

Gert Oostindie. Foto: KITLV.
Gert Oostindie. Foto: Ron Stam.

Oostindie
“Of ik persoonlijk een band heb met Indië? Vanwege mijn achternaam zeker? Die vraag krijg ik vaker. Ik zou een spannend verhaal kunnen ophangen, in VOC-archieven vond ik een Hendrik Oostindie, maar dat is waarschijnlijk geen voorvader. Ik ben, na me vooral in de geschiedenis van Latijns-Amerika en de Caraiben te hebben verdiept, in 2000 directeur geworden van het KITLV. Ik heb in het afgelopen decennium veel geleerd over Indië en Indonesië. Inmiddels ben ik behoorlijk thuis in Indische en Indonesische kringen, maar daar heeft mijn achternaam niets mee te maken.”

Wat vind jij eigenlijk van het voorstel van deze drie onderzoeksinstituten? Djempol of sudah, al? Waarom? 

Sorry, there are no polls available at the moment.

Over de eerste politionele actie (21 juli – 5 augustus 1947) kan je vanavond een reconstructie zien in het tv-programma ‘Nederland valt aan’. Nederland 2, 20.50 – 21.50 uur.