Tussen de sterren #3

Jasper Naaijkens (c) Armando Ello/ Indisch 3.0 2011

Derde generatie Indo Jasper Naaijkens houdt op Indisch 3.0 een blog bij over de “Oscar-run” met de film Stand van de Sterren waarvoor hij de montage deed. In zijn derde blog vertelt hij over de groeiende bekendheid van de film, zijn ervaring op het festival in Cyprus en kijkt hij vooruit naar de komende evenementen in New York.

Inmiddels hebben we weer wat prijzen aan onze prijzenkast kunnen toevoegen. Op het SilverDocs Documentary Festival in Washington wonnen we de Special Jury Mention Award en op het  Durban International Film Festival (Zuid-Afrika) wonnen we opnieuw een hoofdprijs: de Award for Best Documentary.

Inmiddels is de film aangekocht door een Engelse filmdistributeur die Stand van de Sterren in de bioscopen van het Verenigd Koninkrijk zal brengen. Deze distributeur zal ook de DVD met Engelse ondertiteling uitbrengen voor de Amerikaanse en Engelstalige markt. De internationale bekendheid van ‘Stand van de Sterren’ groeit met de dag en mensen van over de hele wereld sturen ons e-mails met hun complimenten over de film. Het is erg leuk om te zien dat een Nederlandse documentaire over Indonesië overal ter wereld toch zo aanslaat.

Maar het zijn niet alleen de grote internationale filmfestivals die ons uitnodigen, ook vele kleine filmfestivals vragen ons aanwezig te zijn. Omdat wij het erg druk hebben met de grotere internationale filmfestivals kunnen we niet altijd de kleine festivals bezoeken. Ik vind dit erg jammer. Juist bij de kleine festivals ligt de focus veel meer op de films, daar waar het bij de grote festivals mee om het circus eromheen draait. Door hun kleinschalige karakter zijn kleine filmfestivals vaak veel sfeervoller.

Een goed voorbeeld is het Lemesos International Documentary Festival op Cyprus. Op grote filmfestivals als L.A., Sundance of Washington liep ik tussen de sterren, maar op dit festival was ik voor één keer zelf de ‘ster’. Samen met mijn vrouw Janina was ik uitgenodigd om twee weken op Cyprus te vertoeven. Ook producent Hetty Naaijkens – Retel Helmrich was uitgenodigd.

Onze vliegtickets en het vier-sterren-hotel werden betaald en we werden netjes opgehaald van het vliegveld. We kregen zelfs nog een envelopje met zakgeld mee, zodat we niks tekort zouden komen. Het festival vond plaats in het cultureel centrum van Limassol omringt door gezellige terrasjes en restaurantjes waar onze persoonlijke chauffeur ons steeds naar toe bracht.

Jaarlijks worden de beste documentaires van het voorgaande jaar uitgenodigd op dit festival en ‘Stand van de sterren’ was dit jaar de openingsfilm. Ik werd verschillende malen geïnterviewd door de Cypriotische televisie. Ik voelde me op dat moment voor even zelf een echte ster. Daarbij zou ik ook een masterclass Single Shot Cinema verzorgen waar Leonard in zijn documentaires gebruik van maakt.

De masterclass was een groot succes en er waren naast veel Cyprioten ook veel internationale filmmakers aanwezig. Inmiddels heb ik uitnodigingen ontvangen voor Beiroet, Denemarken, Zweden en Beijing om ook daar een masterclass te geven.

En de wereldtournee houdt nog niet op. Op 14 september vertrekken wij met een hele delegatie naar New York waar twee zeer bijzondere evenementen gaan plaatsvinden. Het Museum of Modern Art (MoMA) zal de gehele trilogie vertonen in hun museum. Dit prestigieuze museum is een van de meest toonaangevende musea voor moderne en hedendaagse kunst ter wereld. Het is voor ons dan ook een zeer grote eer dat alle drie de films hier een week lang worden vertoond.

Hiernaast zal de grootste Amerikaanse tv-zender, HBO, de documentaire op de Amerikaanse televisie uitzenden dat gepaard zal gaan met een zeer groot feest. Hierover de volgende keer meer. Op naar New York!

Tussen de sterren #2

Derde generatie Indo Jasper Naaijkens houdt op Indisch 3.0 een blog bij over de “Oscar-run” met de film Stand van de Sterren waarvoor hij de montage deed. In zijn tweede blog vertelt hij over de filmfestivals die hij afgelopen maand bezocht in Amerika.

Op dit moment worden we met onze documentaire ‘Stand van de Sterren’ op filmfestivals over de hele wereld uitgenodigd. Twee speciale filmfestivals waren Silverdocs (Washington) en het LA Filmfestival (Los Angeles). Het Silverdocs festival is een groot filmfestival dat jaarlijks door Discovery Channel wordt georganiseerd. Het LA filmfestival trekt jaarlijks meer dan 100.000 bezoekers en is samen met Sundance (Park City) en Tribeca (New York) het belangrijkste filmfestival van Amerika.

Wat het LA filmfestival zo speciaal maakt, is dat het wordt gehouden in het hart van de Amerikaanse filmindustrie: Los Angeles. Dit festival was de officiële start van onze Oscar-run. De film is tijdens het festival twee keer vertoond in aanwezigheid van de makers, waarna hij in zowel Los Angeles als in New York een week in de reguliere bioscoop heeft gedraaid. Nadat de film een week lang heeft gedraaid, werd hij officieel gekwalificeerd om mee te dingen naar de Oscar.

Op het LA filmfestival, de Oscar-run is begonnen, foto: (c) Jasper Naaijkens

Nadat we aan waren gekomen mochten we ’s avonds meteen naar de Gala première van de speelfilm ‘Bernie’ met Jack Black, Matthew McConaughey en Shirley Maclaine. Ook wij moesten over de rode loper, met enorm leger van pers langs de kant. Na de film was er een groot feest met de filmsterren.

De volgende ochtend aan het ontbijt bespraken we de Oscar strategie nog even door met het hoofd van de programmering bij HBO, Nancy Abraham. Zij benadrukte nog maar een keer dat ‘de Academy’, de organisator van de Academy Awards, honderden inzendingen per jaar krijgt en dat de competitie dit keer heel groot is.

De kans om op 26 februari 2012 dan ook het felbegeerde beeldje in ontvangst te nemen is dan ook zeer klein. Ze vertelde ook dat er bij de eerste voorstelling twee juryleden van ‘de Academy’ aanwezig zouden zijn. Dit maakte het natuurlijk extra spannend, want nu zou de Oscar-run dan echt gaan beginnen.

De voorstellingen waren een groot succes. Er werd hard gelachen tijdens de film en na de voorstelling werden we beloond met een daverend applaus. Het was erg leuk om te zien dat er ook veel ‘Amerindo’s’ naar de voorstellingen waren gekomen. In Los Angeles wonen heel veel Indische-Nederlanders die na de repatriëring naar Californië zijn verhuisd.

Een groot deel van hen woont in Los Angeles. Enkele van hen zaten ook in onze film ‘Contractpensions’ en het was heel bijzonder voor mij om ze een keer in het echt te ontmoeten (bij Contractpensions was ik niet bij de opnames in Los Angeles). Na elke voorstelling kreeg het publiek de mogelijkheid om vragen te stellen aan ons en hier was duidelijk te zien hoe ontroerd de Amerikanen waren van onze film.

Een dag later kreeg ik een telefoontje van een van de Oscar Juryleden. Ze was zo onder de indruk van de film en van het feit dat ik van meer van 300 uur materiaal zo’n sterke film had weten te monteren. Dat was een groot compliment van iemand die zelf al twee keer is genomineerd voor een Oscar. We spraken af in het hotel en ze vertelde dat ze mij graag als editor wilde voor haar volgende film. Deze film maakt ze samen met haar man Peter Rader (de scenarioschrijver van o.a. Waterworld en The Last Legion). Mijn eerste aanbod uit Hollywood is binnen!

Tussen de Sterren #1

Jasper Naaijkens (c) Armando Ello/ Indisch 3.0 2011

‘Stand van de Sterren’, het derde deel in de documentaire-trilogie over een Indonesische familie, won het afgelopen half jaar prijzen op het IDFA in Amsterdam en het Sundance Festival. Niet lang daarna kocht televisienetwerk HBO de film. Stand van de Sterren is hun kandidaat voor de Oscars. Derde generatie Indo Jasper Naaijkens deed de montage van de film en gaat mee op “Oscar-run”. Vanaf deze maand houdt hij een blog bij op Indisch 3.0 en in de nieuwe Moesson is een interview met hem te lezen.

Het succes met Stand van de Sterren is fantastisch, maar Contractpensions-Djangan Loepah! was eigenlijk mijn eerste succes als editor. We hebben met deze documentaire 10.000 bezoekers naar de bioscoop getrokken en daarmee de kristallen filmprijs gewonnen, en inmiddels zijn er al meer dan 5000 DVD’s van contractpensions in Nederland en de VS verkocht. Stand van de Sterren kan ik eigenlijk mijn eerste ‘internationale’ succes noemen, gezien het aantal prijzen wat de film internationaal wint.

Ik ben als marketing & communicatiemedewerker bij Scarabeefilms altijd al bezig geweest met het monteren van trailers. Zo heb ik mij in de loop der jaren de editing software eigen gemaakt. Toen mijn moeder (Hetty) geld kreeg van ‘Het Gebaar’ om de film Contractpensions te maken, vond ze dat ik ervaring genoeg had om deze lange documentaire te monteren. Omdat mijn oom Leonard het camerawerk deed, heeft hij meegeholpen met de montage van Contractpensions.

Omdat Leonard een eigen filmstijl ontwikkeld heeft, wordt zijn eigen uniek ‘filmtaal’ vaak kapot gesneden door andere editors. Het is een nieuwe revolutionaire manier van filmen, en vereist ook een nieuwe revolutionaire manier van editen. Hij merkte dat ik zijn manier van filmen wel begreep in de editing. Omdat de camera bij Leonard altijd in beweging is moet je in de editing ook denken in bewegingen. Zo monteer ik altijd op een manier zodat de ene beweging overloopt in de andere beweging.

De samenwerking tussen Leonard en mij is vanaf het begin af aan heel prettig. Hij wilde dat ik Stand van de Sterren ook ging monteren. Dat deden we een jaar lang samen op Harvard, waar we ook gastcolleges hebben gegeven. Dat was een heel leerzame ervaring.

Na het winnen van IDFA, gingen we met Stand van de Sterren naar Sundance. Dat was echt geweldig! We wonnen de prijs voor beste buitenlandse documentaire en prominenten als Rosie O’ Donnel, Robert Redford en Rutger Hauer zeiden zeer onder de indruk te zijn van de documentaire’. Nu gaan we met HBO met de film op Oscar-run. Dat is bijna niet te geloven.

Natuurlijk is de kans is altijd zeer klein dat je daadwerkelijk genomineerd wordt voor een Oscar. Maar de kans is ook zeer klein dat je IDFA en Sundance wint. Het feit dat HBO er zoveel vertrouwen in heeft, zegt dus wel dat zij het in ieder geval als kanshebber zien.

De run is deze maand (juni, red.) eigenlijk al een beetje begonnen met twee festivals in Amerika, het LA Filmfestival in Los Angeles en het Silverdocs festival in Washington (daar kreeg de film een A Special Jury Mention, red.). En er komt nog een heleboel aan. De belangrijkste filmfestivals zal ik bezoeken, natuurlijk meestal samen met Leonard en Hetty. Maar er zijn ook dingen die ik alleen doe, zoals een masterclass geven over editing van Single Shot Cinema. Deze masterclass van 3 uur geef ik op het Cyprus Filmfestival. Dat wordt heel bijzonder.

Toko Test #6: Kedai Nikmat in West-Covina

De zesde aflevering van de Tokotest vindt voor de tweede maal plaats in de regio met de op een na grootste Indische populatie ter wereld: Zuid-Californië. Ditmaal deden Willem-Jan Brederode en Amerikaanse familieleden de foodcourt van de Hong Kong Plaza in West-Covina aan. Zullen zij wederom likkebaardend smullen en smikkelen van een overdadigheid aan Indonesische lekkernijen?

West-Covina is een aardig plaatsje in oostelijke suburbs van Los Angeles en is voorzien van een relatief grote Aziatische gemeenschap. Wanneer je dan ook door West-Covina rijdt, wordt je doodgegooid met een veelvoud aan Aziatische karakters, geplakt op menig restaurant, toko of supermarkt. Ook het straatbeeld wordt overheerst door onze Aziatische medemens, de traditionele Mexicaan daargelaten. Het verbaasde mij dat ook totaal niet dat wij Hong Kong Plaza in deze stad zouden vinden.

Hong Kong Supermarkets is een opkomende Aziatische winkelketen wiens locatie in West-Covina een Indonesische nadruk heeft. Bij het oprijden van de parkeerplaats merk je daar nog weinig van. Van buiten lijkt het geheel op een standaard Amerikaanse stripmall met een licht Aziatisch tintje. Dit verandert echter wanneer je de naast de supermarkt gelegen foodcourt binnenkomt.

Eenmaal binnen stoof mijn familie, haast voorgeprogrammeerd, naar Kedai Nikmat om naast de bestellingen tal van producten voor thuisgebruik uit te kiezen. Naast deze toko bevonden zich nog drie andere Indonesische deli’s in de ruimte die, zoals mijn tante het zo mooi verwoordde, hun achtergrond in de ‘buitengewesten’ hadden. Ik merkte aan de Jakartaanse eigenaresse van Kedai Nikmat dat mijn familie al uitstekende ervaringen met haar had opgedaan. Onder het enthousiast geroep van “tante..! tante..!” werden mijn vrouwelijke familieleden de een na de andere Indonesische of Nederlandse lekkernij voorgelegd. Ondertussen had deze getalenteerde damemij een heerlijke portie Nasi Bungkus Padang in de maag weten te splitsen.

Dit gerecht betrof een soort rames samenstelling verlekkerd door de pisang aroma van het blad waarin het verpakt was. De ayam en rendang waren heerlijk ‘ngerep’ door de bumbu’s. Het gebruik van de lombok ijo werkte verrassend op mij daar ik vrijwel alleen de rode variant eet. Ook de nangka gaf het geheel een voor mij onorthodoxe doch verfijnde draai. Se-DAP! Nadat ik hier en daar veen saté had gepikt, verzachte ik het pedis gevoel met een aardig smakend glaasje cendol.

Helaas heb ik mijn maaltijd niet op kunnen eten. Bij mijn een na laatste hap ayam, schoot een stuk bot los en bleef ferm haken tussen twee van mijn achterste kiezen. Nadat mijn zus en moeder als een tandheelkundig traumateam hadden getracht mij te verlossen van dat stukje kippenbot, was mijn eetlust helaas verdwenen.

Als toetje bezochten wij de Hong Kong Supermarket. Meteen aan de rechterkant stond een ferm afgeschermd gedeelte met Indonesische producten, terwijl de ruime rest van winkel gereserveerd voor “overig Azië”. Een beetje vreemd allemaal…

Ondanks dat ik het rare idee had dat ik een barak voor quarantaine patiënten binnen moest, zag ik eenmaal binnen iets dat exemplarisch is voor Amerikaanse toko’s die Indonesische producten verkopen. Tussen alle Indonesische artikelen staan namelijk her en der oer-Hollandse producten te koop. Op dat moment bedacht ik mij voor de eerste keer dat eigenlijk niemand dit scherpe contrast zou begrijpen. Behalve een Indo natuurlijk, want voor hen staan juist deze producten er! Als een soort symboliek voor de Indo, staan de bumbu’s naast de hagelslag, de kue’s naast de stroopwafels en krupuks naast speculaas. Op een vrij aparte manier wordt wederom duidelijk hoe complex het Indische wel niet is, en hoe normaal voor mij…

Het eindoordeel:

Als je een keer in Californie bent, oordeel dan zelf: Kedai Nikmat – 989 Glendora Ave #18 West Covina, California

De laatste held van Kintamani

Ketut Bali Elsbeth Vernouth

Een blog vanaf Bali

Meer dan honderd jaar oud is hij, Ketut Limbak, en speciaal voor de ‘Belanda’s’ die op bezoek zijn trekt hij zijn militaire uniform nog een keer aan. Hij is een van de laatste getuigen van de strijd tegen de Hollanders op Bali. Toerist zijn op Bali is alsof je in het paradijs bent beland, zoals velen zullen weten. Maar soms wordt de cocon van zee, strand, Balinese dansen en pineappele pancakes even doorbroken door een glimp van het minder paradijselijke koloniale verleden van het eiland.

Bali was in de VOC-tijd een zelfstandig hindoeïstisch koninkrijk. Pas vanaf het midden van de 19e eeuw kwam het eiland geleidelijk onder Nederlands bestuur. De uiteindelijke, bloedige onderwerping vond in 1906 plaats, nadat de Balinese adel in Badung – mannen, vrouwen én kinderen – massaal zelfmoord pleegde door slechts gewapend met kris en klewang op het vijandelijke vuur in te lopen. De strijd om de onafhankelijkheid bereikte op Bali een hoogtepunt in 1946 met de slag bij Marga. I Gusit Ngurah Rai, een charismatische jonge Balinese Luitenant Kolonel, sneuvelde op 26 november met zijn 95 manschappen bij een aanval tegen de Nederlanders.

Huiskip

Komang Dipa, onze chauffeur voor een dag, brengt ons naar het huisje waar zijn familie woont in het Kintamani- berggebied. Hij wil dat we zijn opa ontmoeten, die na 1946 nog tegen de Hollanders heeft gevochten. Na een bloedstollende autorit – berg op, berg af en vele gaten in de weg ontwijkend – komen we uit bij de kleine boerengemeenschap waar de familie woont. Hoe oud grootvader precies is, weet zijn kleinzoon eigenlijk niet. Op Bali worden geboortedata niet geregistreerd, zeker niet in de tijd dat grootvader werd geboren. Maar hij is ouder dan honderd jaar, en hij kijkt nog steeds schrander uit zijn ogen. Hij zit nieuwsgierig te kijken naar ons vanaf een platformpje naast het huis. Naast hem blaten de geiten, voor zijn voeten scharrelt de huiskip met haar kuikens.

Ketut Bali (c) Elsbeth Vernouth/ Indisch 3.0Speer

Salueren kan hij nog, Ketut Limbak. Zijn uniform is niet meer zo smetteloos en kreukloos als vroeger, maar eenmaal omgekleed is ineens weer iets zichtbaar van de trotse vrijheidsstrijder die hij was. Hij vocht na de Tweede Wereldoorlog tegen het Nederlandse leger met een speer, vertelt zijn kleinzoon, geweren of handgranaten hadden ze niet. Hij werd gevangen gezet en volgens de overlevering in een kuil met water gegooid waar de Hollanders stroom op zetten. Maar Ketut overleefde het als een van de weinigen, en toen het koloniale leger uit Bali vertrok kreeg hij de status van oorlogsheld.

Boos

Gelukkig is opa niet meer boos op de Hollanders, vertelt hij via zijn kleinzoon. Het is al zo lang geleden. Bij het weggaan wil hij nog één ding van ons weten. Wat voor bomen hebben ze eigenlijk in Nederland?

Het erfrecht van schuld

Wanneer mag je soeda zeggen?

[box type=”shadow”]Mijn vriend M. en ik hebben erg on-Indisch gedrag vertoond: we zijn de familiedrukte rond de feestdagen ontvlucht door 10 dagen Berlijn te boeken.  Ja, stiekem heb ik de chaos en stress van het Kerstdiner met de familie gemist. Daar staat tegenover dat de vragen die Berlijn bij me oproept, dat gemis meer dan waard zijn geweest.[/box]

Berlijn, oudjaarsavond 2010

Tijdens de Tweede Wereldoorlog bestierde Hitler vanuit zijn in Berlijn gevestigde Reichskanselarei zijn oorlog. De man uit Beieren, die zo’n 10 jaar voor zijn verkiezing tot Reichskanselier gevangen had gezeten voor een poging tot staatsgreep, wilde van Berlijn Germania maken: hoofdstad van het grote Germaanse rijk. Tegenwoordig is het een stad die bulkt van de vragen.

Na toeristische trekpleisters te hebben bezocht, Weihnachtsmarkten te hebben afgestruind en door kleine buurtjes te zijn geslenterd, zou het vreemd zijn om te zeggen dat ik wél de antwoorden heb, waar de Berlijners zelf al decennia over twisten: hoe is het mogelijk geweest dat Hitler aan de macht gekomen is, hoe gaan we om met de tastbare overblijfselen in onze stad uit zowel de nazitijd als de Koude Oorlog, en hoe bouwen we aan een gemeenschappelijke toekomst, terwijl we als stad met een schuld van 80 miljard failliet zijn?

Wat ik wel door heb van de Berlijners? Ze stéllen die vragen, publiekelijk en zorgvuldig, ook als ze pijnlijk zijn. Misschien omdat ze er niet onderuit kunnen, maar ze doen het wel.Een voorbeeld: in het Duits Historisch Museum (Zeughaus) is een tentoonstelling ingericht over hoe het mogelijk is geweest dat Hitler steun had van zowel Duitsers. Hoewel voor mij die vraag vrij logisch is, is het hier onderwerp geweest van een flink publiek debat. Hoewel ik de expositie in Wannsee meer antwoorden vond geven dan de expositie in het Zeughaus, laat de discussie over de tentoonstelling zien dat, ten eerste Hitler en de Tweede Wereldoorlog nog steeds een gevoelig onderwerp zijn, en ten tweede dat de Duitsers, ondanks die pijnlijkheid, de vraag willen beantwoorden.

Misschien denk jij nu ‘Ja, het toch logisch dat ze dat doen? Dat is de enige manier om te voorkomen dat dit ooit weer gebeurt.’ Ik zou dat ook zeggen. Maar als ik zie hoe Nederland omgaat met haar eigen verleden, moet ik constateren dat óf Nederland niet logisch nadenkt, óf pijnlijke vragen over het eigen verleden liever verbergt. Want we weten allemaal dat het koloniale verleden van Nederland, de gruwelijk effectieve Jodenvervolging in ons land tijdens de WOII en de late afschaffing van de slavernij – of onze bijdrage aan de ontwikkeling daarvan – niet meer dan voetnoten zijn in de vaderlandse geschiedenis.

Hoe komt het dat een land als Engeland wel met haar voormalige kolonien in een Commonwealth  zit en goede banden onderhoudt met zowel India als Canada? Vergelijk de relatie van Engeland maar eens met het uitgestelde staatsbezoek van Indonesië, de ophef over Desi Bouterse’s verkiezing tot nieuwe president van Suriname, of de anti-Nederlandse houding op de (voormalige) Antillen? Net als Duitsland, heeft ook Engeland haar fouten uit het verleden benoemd en aangepakt. Op die manier kan het signalen herkennen die duiden op mogelijke herhaling, maar vooral meer toekomstmogelijkheden in de internationale relaties ontwikkelen.

Zou het voor Nederland dan te moeilijk zijn om vragen te stellen over het eigen verleden? Want ik ben geneigd te concluderen dat, als een land zijn verleden onder de loep neemt, het lef nodig heeft om pijnlijke vragen te stellen. Lef, en misschien ook wel een oprecht eergevoel. Of zou er een andere reden zijn voor het Nederlandse gebrek aan durf om pijnlijke vragen en antwoorden uitgebreid in de geschiedenisboekjes op te nemen?

Herdenkingsmonument door heel Berlijn (c) Kirsten Vos Indisch 3.0 2010Maar goed. Dit gaat verder. Een jonge Duitser krijgt, als hij een gesprek is met iemand uit een ander land, gemiddeld binnen half uur een vraag over de oorlog, hoorde ik iemand vertellen. Hoort dit? Of moeten we als buitenland op een gegeven moment ophouden met de vinger wijzen? Wat doe je als nakomelingen van degenen die ‘schuldeiser’ zijn? Blijf je het recht houden op verwijt? En, als de beschuldigde de schuld niet erkent, blijf je dan ook de recht en de plicht hebben die schuld te innen? Hebben wij als nakomelingen van de eerste generatie Indische Nederlanders, die schuldeisers zijn van Nederland als ex-koloniale mogendheid, nog het recht om de nakomelingen van de voormalige koloniale heerser ter verantwoording te roepen? Hebben wij het recht om die schuld te laten gaan? En verzaken wij dan als nakomelingen, of kiezen wij simpelweg voor onze toekomst? Mijn vraag is dus: wat is hierin het erfrecht van schuld? En: wanneer houdt het op?

Aan de vooravond van 2011 zijn dit een paar van die vragen die het verblijf in Berlijn bij me losmaakt. Wie weet vind ik in het komende jaar antwoorden.  Jullie, onze lezers, wens ik namens de hele redactie een prachtig nieuw jaar toe, vol met inspirerende antwoorden en prikkelende vragen.

Toko Test #3: Warung Pojok in Garden Grove

Speciaal voor lekkerbekken, culi-freaks en Indo’s die op zoek zijn naar de authentieke Indische smaak onderzoekt Indisch 3.0 in deze nieuwe serie de ‘I-factor’ van toko’s in Nederland. Bij welke toko moet je volgens ons wél eten of afhalen, en bij welke juist níet? De beoordeling wordt weergegeven in een score van 1 tot maximaal 5 lombok merah’s. In deze derde aflevering: Warung Pojok in Garden Grove (Orange County, California) in de Verenigde Staten.

Testteam: Willem-Jan Brederode en familie

Omdat mijn vlucht vanuit Schiphol naar Los Angeles rond het middaguur arriveert, stelt mijn familie voor om eerst gezamenlijk te lunchen alvorens naar huis te rijden. Op de weg erheen komen we langs de stad Garden Grove in Orange County, gelegen tussen de agglomeraties van Los Angeles en San Diego. In Garden Grove bevindt zich Wajung Pojok, een Indonesisch eetgelegenheid gesitueerd in een van de vele stripmalls die Californie telt.

In Amerikaanse termen hanteert Warung Pojok de fastfood methode; alle gerechten zijn kant en klaar te bezichtigen via de vitrines en het enige aanwezige menu is in koeienletters te lezen hoog achter de balie. Echter on-Amerikaans en zelfs on-Indonesisch, is de afwezigheid van een airconditioning. In combinatie met de zomerhitte worden op deze manier de tropische sferen die bij zo’n maaltijd passen perfect nagebootst.

De eigenaren en tevens personeelsleden komen uit Jakarta en lijken me van Chinese komaf, zoals bij veel Indonesische Amerikanen het geval is. Ook de gerechtnamen eindigen vaak op “Betawi” dat op de Jakartaanse oorsprong van het menu duidt. De hoofdkeuze bestaat uit een menu met nasi uduk of mie goreng, aangevuld met één, twee of drie vlees- en/ of groentegerechten. Nadat mijn vrouwelijke familieleden al kwetterend de serveerster de meest uiteenlopende bestellingen hebben gegeven, is het mijn beurt. Na wat vluchtig gegluur over de gerechtbakken, kies ik voor een combinatie van nasi uduk, ayam pangang, rendang en een groentegerecht waarvan ik de naam direct vergeet. Het is een soort sajur van telor en tahu. Een aparte combinatie die desondanks best lekker is.

Ook de andere gerechten die ik heb besteld zijn goed. De nasi uduk is lekker zoet en de ayam pangang is goed knapperig, maar niet te droog. Ook de rendang is erg lekker. Bij het bereiden is het altijd de kunst om het rundvlees niet als rubber te laten smaken, hetgeen bij deze rendang best goed gelukt is. Hij is lekker mals maar ook weer niet te sappig. Ook de sate is vrij lekker, temeer omdat je proeft dat deze echt geroosterd is en niet uit een koekenpan komt.

Mindere punten van zijn de cendol (mierzoet) en de ketan hitam (vrij smakeloos). Het grootste minpunt betreft echter de beperkte voorraad van zo ongeveer alles wat lekker is. Toch jammer. Ondanks dat wij vrij vroeg in de middag arriveren, zijn veel gerechten (met name de sate) namelijk al bijna op. Er wordt maar één keer per dag gekookt en “op is op”. Bovendien worden er iedere dag andere gerechten klaargemaakt, dus je moet maar net geluk hebben dat jouw smaak aanwezig is.

Voor een fastfoodgelegenheid is de kwaliteit van het eten van Warung Projok echter verrassend goed. Ben je een keer op bezoek bij je familie in California en heb je zin in lekkere Indonesische fastfood, ga dan zeker langs. Ben je echter alleen te porren voor een uitgebreide rijsttafel met een invulling naar keuze, rijd Garden Grove dan maar voorbij.

Onze beoordeling:

Mocht je een keer in de buurt zijn, oordeel dan zelf: Warung Pojok – 13113 Harbor Blvd. – Garden Grove – California – www.warungpojokindo.com

Belandabarbie op vakantie

Al eerder schreef ik op Indisch 3.0 over mijn grootste ergernis: “Jij Indisch? Goh, dat zou je niet zeggen!’ Zelfs op onze kumpulan en de TongTongFair overkwam het me. Ik ben toch echt Indisch, maar zie er blijkbaar heel Hollands uit. Tenminste, dat vinden de meeste Indo’s en zo ongeveer alle Nederlanders die ik tegenkom. Maar gek genoeg, hier in Spanje denken ze van niet.

Nu in het hoogseizoen de Costa Brava is veranderd in Klein Holland vullen Nederlandse toeristen de straten, restaurants en de winkels. Voor de willekeurige voorbijganger die mij voorbij ziet komen is de kans is groot dat ook ik Nederlands ben. Toch twijfelen veel spanjaarden als ze me voor het eerst zien

Veel winkel- en restaurantbediendes veronderstellen dat ik ‘een local’ ben, totdat ik in een langer gesprek in het Catalaans of Spaans wordt verraden door mijn accent. Als ik dan vertel dat ik uit Nederland kom wordt vaak tegen me gezegd: ‘Maar toch is er iets aan je dat niet Nederlands is’.

Als ik hen vraag wat dat ‘iets’ dan precies is, kunnen ze het niet uitleggen. Mijn gedrag wijkt af van de ‘gemiddelde’ Nederlandse toerist, zeggen ze, en ook mijn lichaamsbouw is in hun ogen niet Nederlands. Te fragiel. Bovendien word ik de zon vele malen donkerder dan andere Nederlanders. Dat past blijkbaar niet helemaal in hun beeld van de Hollander.

Maar gek genoeg zien veel Nederlandse toeristen me ook vaak aan voor een ‘local’. Het overkomt me regelmatig dat door een landgenoot met een ‘Hoe & Wat in het Spaans’ in de hand, naar de weg word gevraagd. Als ik vervolgens in het Nederlands antwoord, volgt een verraste blik.

Rare jongens die Hollanders. In Nederland vinden ze altijd dat ik er ‘gewoon Nederlands’ uitzie maar zodra de setting verandert denken ze spontaan dat ik ‘van daar’ ben! Kwetsend is niet het goede woord, maar ik zie natuurlijk veel liever dat ik in Nederland voor Indo wordt aangezien dan in Spanje voor Spaanse.

Uit zoete wraak laat ik tegenwoordig veel Nederlanders in de waan dat ik inderdaad Spaanse ben. Ik begin dan een uitgebreid verhaal in het Spaans of Catalaans en laat ze lekker zweten met hun woordenboekje…

“I am Indisch, I-n-d-i-s-c-h”

Je kent het wel, je bent in het buitenland en er wordt aan je gevraagd waar je vandaan komt. “Nederland” is natuurlijk het eerste antwoord. Daar kom je tenslotte vandaan.  “Ja, inderdaad, geboren en getogen in het land  van tulpen, molens, wiet, klompen en kaas”. Maar toch is Nederland niet helemáál het precieze antwoord. Je bent namelijk van gemengd bloed, bent tussen twee culturen opgegroeid en dus geen échte kaaskop.

Wat zeg je dan precies tegen die Spanjaard, Ier of Turk die net vroeg waar je vandaan komt? Vertel je hem alleen dat je uit dat kleine, koude kikkerlandje komt, waarvan bijna de helft onder de zeespiegel ligt en waar bijna alles mag? En zeg je, om het makkelijk te houden, er dan misschien ook nog even bij dat een deel van je familie uit Indonesië komt? Of geef je direct een korte les over de Nederlandse koloniale geschiedenis?

“I’m Dutch”, dat opent deuren. Voor veel buitenlanders is Nederland namelijk nog steeds het land van de onbegrensde vrijheden, en terecht. Met regelmaat schiet ik dan ook in de chauvinistische versnelling. “Ja! Ik kom uit het land van de coffeeshops, Johan Cruijff, de Wallen, Nijntje en hoge noren. Het land waar abortus geen misdaad is, waar euthanasie niet als een zonde wordt gezien en waar het eerste homohuwelijk ter wereld plaatsvond”. Ik ben dan ook echt wel trots op mijn Nederlandse paspoort.

“I am Indisch”, zegt bijna niemand iets. Het verhaal van De Indo ende hoe hij in Holland terecht kwam voert dan ook vaak te ver en te diep om uit de doeken te doen aan de eerste de beste persoon die een gezellig praatje komt maken. Toch heb ik door de jaren heen in in het buitenland regelmatig verteld over mijn afkomst en hoe de bijbehorende geschiedenis zo ongeveer in elkaar zit.

In plaats van slechts te zeggen dat ik uit Nederland kom, plaats ik tegenwoordig al snel een Indische voetnoot. En als ik dat niet zou doen voelt het bijna alsof ik m’n Indische achtergrond verloochen. En het is ook niet een kwestie van het één of het ander. Ik ben Indisch én Nederlands. Ik ben hier geboren, opgegroeid en heb een Nederlandse vader.

Degenen die ik de uitgebreide versie heb verteld, en zeker de vrienden die ik op vakantie maakte, vonden het allemaal een bijzonder verhaal. Ik ben er dan ook van overtuigd dat ze tot op de dag van vandaag hebben onthouden dat er zoiets bestaat als Indisch en dat dat toch net even iets anders is dan Dutch. Alleen dat woord. Wel een beetje lastig te onthouden hoor. Indies?

Waarheen ga jij op vakantie deze zomer ?

Tijdens de talkshow “Maak je eigen rootsreis” op de Tong Tong Fair eind mei, bleek dat veel jongeren met Indische achtergrond vroeg of laat graag een keer naar Indonesië willen. Waarom? Omdat ze nieuwsgierig zijn naar het land uit de verhalen en wel eens met eigen ogen willen zien waar hun (groot)ouders zijn geboren.

Met de zomer die vandaag is begonnen, gaat de vraag van deze maand over jouw vakantieplannen. Waar ga jij de vakantie vieren? Blijf je dichtbij huis of wordt het een verre reis? Ga je op rootsreis naar Indonesië? Of ben je daar misschien al een keer geweest en wordt het een andere mooie bestemming?

Laat ons weten wat het deze zomer wordt door onderaan dit bericht een comment achter te laten… Wij wensen al onze lezers in ieder geval alvast een geweldige zomer toe!