Memoires van een derde generatie veteraan

Dit is mijn verhaal. Eind jaren ’90 ging er voor mij een Indische wereld open. Via de toen opkomende communicatiemiddelen als mobiele telefonie en het internet, konden ik en andere Indische leeftijdsgenoten contact leggen op een manier die voorheen ondenkbaar was. Hierdoor begon volgens mij de opkomst van de derde generatie. Sindsdien heeft deze culturele renaissance vele facetten gekend. Tijd voor een terugblik dus.
Asian Party in 2007. Bron: www.depers.nl
In 1998 werd de eerste editie van Jumpa1000 gehouden in de Escape in Amsterdam. Ondanks dat dit feest geënt was op Indonesische jongeren in Europa, kwamen er veel Indische jongeren op af. Dit feest werd vanaf toen dé ontmoetingsplek voor Indische jongeren. Via het Indo chatkanaal op de site van TMF en pionierende applicaties als ICQ en mIRC onderhield iedereen contact met elkaar tussen de Jumpa feesten door. Na Jumpa werd de Indo party trend verlengd door Asian parties als I Love Indo en Santai en werden er hechte Indo online groepen gecreëerd door het gebruik verscheidene messengers en community sites als CU2 en PartyPeeps. Vanuit mijn luie stoel kon ik overal online andere Indo’s leren kennen en mijn gedachten en gevoelens over de Indische cultuur uiten en voornamelijk delen.

Naast alles dat online mogelijk was, vormden zich op lokale basis vele Indo groepen, ‘crews’. Mijn vrienden en ik vormden de South Side Indo Crew, vanwege onze Brabantse bakermat. Elders in het land gebeurde precies hetzelfde, zoals de Kilat Crew en Indo Melati Crew. Indische jongeren groepeerden zich voor het eerst in tijden weer en hadden hun eigen kenmerkende subcultuur. Wij droegen ons haar in Dragonball Z stekels, droegen spijkerjasjes met de kraag omhoog of Alpha bomberjacks met de Indo vlag erop genaaid, compleet gemaakt hoogwater jeans en Puma’s. Wij luisterden naar 2step en Garage en hadden een eigen taal, doordrenkt met Maleise woorden. Wij twijfelden niet aan onze afkomst of identiteit: wij waren Indisch en lieten dit ook duidelijk merken.

Naast het gesocialiseer online en via crews, ontstonden begin jaren ’00 Indische groepen met een serieuze, maatschappelijke insteek om de Indische cultuur uit te leven en te bewaken. Ook ik wilde meer dan alleen feesten en chatten en vond dat vanaf 2002 als bestuurslid bij Darah Ketiga. Wij lieten ons duidelijk horen aan de Indische gemeenschap via verschillende presentaties en namen onze leden mee naar bijvoorbeeld Bronbeek en de Pasar Malam Besar. Ondertussen hadden de gevestigde organisaties als Het Indisch Huis en Stichting Tong Tong de derde generatie hype door en speelden hierop in via respectievelijk het Blauwdruk project (2005) en de theater voorstelling Chit Chat Blues (2004). Als hoogtepunt besteedde TELEAC cursus “Met vlag en rimpel” in 2004 zelfs een gehele aflevering aan de derde generatie opkomst, genaamd “I Love Indo”.

Voor mij hield het hier niet op. Mijn beste maat en ik hadden ons eigen huis, waar door de jaren heen tientallen Indische jongens en meisjes een tweede thuis hadden gevonden. Dit was voor mij de ultieme climax. Als een onbreekbare clan hadden wij succesvol de Indische cultuur voortgezet en gedeeld met onze Indische leeftijdsgenoten.

Ondanks dat de derde generatie zich definitief op de kaart had gezet, geloof ik dat de formule waarmee dat gebeurd is, is uitgespeeld. De crews zijn weg, organisaties verdwijnen, feesten zijn spaarzaam en mijn eigen “Indisch huis” is niet meer. Het verloop is ook groot; van mijn lichtingsgenoten zie en hoor ik er nog maar bar weinig… Nu is de tijd aangebroken van een andere lichting die via afstudeerscripties, artistieke en literaire uitingen de fakkel heeft overgenomen. Een compleet andere boeg, maar met hetzelfde doel. Is Indisch 3.0 de poortwachter geworden?