Kunstzinnige De Lachende Javaan ontvangt derde winnaar

De Lachende Javaan. Foto: Tabitha Lemon/ Indisch 3.0 2013.

Winnaar Valentijnsactie te gast in artistiek Indonesisch restaurant

Frans Helling runt samen met zijn broers en zussen het vernieuwende Indonesische restaurant De Lachende Javaan in Haarlem. Zij ontvangen de derde winnaar van onze Valentijnsdagactie. Vorig jaar waren we er te gast en maakten we kennis met dit vooruitstrevende koppel. Hoe gaat het met ze?

‘Ja goed, druk,’ zegt de ondernemer lachend. Vorig jaar vertelde ik al dat De Lachende Javaan een familierestaurant is. Frans Helling, broers Johan en Hendrik richtten de zaak 27 jaar geleden op, met indertijd mama Helling en zus Christina in de keuken.

Christina bereidt de satéh voor @ De Lachende Javaan. Foto: Tabitha Lemon/ Indisch 3.0 2013.
Zus Christina Helling bereidt de satéh voor @ De Lachende Javaan. Foto: Tabitha Lemon/ Indisch 3.0 2013.

Moeder Helling is inmiddels helaas onverleden, maar is nog wel in de zaak aanwezig; zij is afgebeeld op een modern Indonesisch schilderij. Kunstwerken zijn, naast de excellente keuken, wat De Lachende Javaan onderscheidt van andere restaurants. Frans Helling is een actieve kunstverzamelaar. Zijn aankopen zijn in de zaak te zien.

Daar is inmiddels wel wat nieuws over te melden, vertelt Frans. ‘Ik ben bezig om boven een aparte indeling te maken voor 16-18 gasten. Het wordt een minimalistische sfeer zoals je dat ook in een galerie hebt en de meubels die ik ervoor ga verzamelen, zijn in de stijl van de jaren ’20.’

Een van de reclameposters die te zien is in het affichemuseum in Hoorn. Afbeelding: http://www.affichemuseum.nl/index.html
Een van de reclameposters die te zien is in het affichemuseum in Hoorn. Afbeelding: http://www.affichemuseum.nl/index.html

‘Verder heb ik  24 posters uitgeleend aan de tentoonstelling in Hoorn over reclame in Indië. Die tentoonstelling is verlengd tot en met 23 februari, en daarna ga ik de posters hier tentoonstellen.’

‘En het spannendste is dat ik foto’s van de Maha-cyclus gevonden heb, een driedelige serie films van de Nederlands-Indische Filmmaatschappij over het leven in Indië. Wat ik gevonden heb, bestaat uit 60 foto’s van 50 x 60 en 300 foto’s van 20 x 15 cm. Het zijn filmstills in fotoalbums en echt erg uniek. Ik probeer momenteel de film te achterhalen, die is hier ergens in Amsterdam. Dan ga ik dat thema verder uitwerken.’

Foto uit de film Mahamoelia van de Maha-cyclus. Foto: http://www.filmfestival.nl/publiek/films/mahamoelia
Foto uit de film Mahamoelia van de Maha-cyclus. Foto: http://www.filmfestival.nl/publiek/films/mahamoelia

Wij ontdekken net dat een  van de drie series, Mahamoelia, dit jaar op het Nederlands Filmfestival te zien is. Tip voor Frans.

De gelukkige winnaars die bij De Lachende Javaan gaan eten, zijn Irene en Bas. Tegen haar ontroerende en ontwapenende liefdesverklaring kunnen wij geen nee zeggen. Lucky Bas! Sturen jullie je gegevens naar redactie [@] indisch3.nl? Veel plezier en eet smakelijk.

3.0 in de keuken: Joe Saleh

‘Voor mij is de heilige drie-eenheid: eten, muziek en schilderen’

Joe Saleh (36), werkzaam als kok in het Filmhuis in Den Haag, heeft een grote passie voor eten, muziek en schilderen. Drie disciplines die volgens Joe heel dicht bij elkaar liggen. Zijn vader vocht tegen de Jappen en zijn moeder behoorde tot de eerste generatie onafhankelijke Indonesiërs. Of Joe een echte 3.0’er is, is dus niet duidelijk. Joe lijkt hier niet veel waarde aan te hechten. Hij wil zichzelf niet profileren als Indisch maar als wereldburger. ‘Koken is een kunstvorm die verschillende landen en culturen met elkaar verbindt. Dat alleen al laat zien hoe klein de wereld eigenlijk is.’

Zowel de grootouders als de ouders van Joe komen uit Java: ‘Het bizarre aan de familiegeschiedenis is dat mijn opa, de vader van mijn moeder, tegen mijn vader gevochten heeft. Mijn opa vocht voor Indonesië. Dus eigenlijk heeft onder andere mijn moeders familie ervoor gezorgd dat mijn vader in 1950 het land uit werd gezet. In 1965 kwam ook mijn moeder in Indonesië in moeilijkheden omdat ze verdacht werd van linkse praktijken. Ze had sympathie voor de andersdenkenden. Ook zij besloot het land te verlaten. In Nederland vonden mijn ouders elkaar pas.’

Joe Saleh. Foto: Rogeiro Monteiro
Joe Saleh. Foto: Rogeiro Monteiro

Ik maak deel uit van deze wereld
In 1995 ging Joe voor het eerst naar Indonesië. Hier ontmoette hij een groot deel van zijn familie: ‘Overeenkomsten heb ik niet echt gevonden. Zij zijn daar opgegroeid, ik in het westen. Destijds liep ik daar op Nikes dus men zag dat ik niet van daar kwam. Dat was voor mij een vreemde gewaarwording. Ik ging juist naar Indonesië om te ontdekken waar mijn roots lagen. Helaas kon ik daar niet goed aarden, maar wat nog erger was, was dat ik bij terugkomst in Nederland ook hier niet meer kon aarden. Ik voelde me ontheemd. Waar hoor ik dan wel? De omzwerving heeft ongeveer tien jaar geduurd tot het besef kwam dat ik zowel daar als hier hoorde. Ik maak deel uit van deze wereld. Dat besef geeft mij rust.’

Mijn gasfornuis is mijn canvas
Joe stond altijd bij zijn moeder in de keuken. Toch is hij, ondanks zijn liefde voor koken, eerst Illustratieve Vormgeving gaan studeren: ‘Ik ben niet afgestudeerd, omdat de passie voor koken toch grotere vormen aannam. Eigenlijk kan koken vergeleken worden met schilderen. Ik zie daar niet zoveel verschil in. Je gebruikt alleen andere zintuigen. Bij schilderen vertaalt het penseel wat in mijn hoofd zit naar het canvas. Als ik kook, is mijn gasfornuis mijn canvas, maar dan met pannen en kleuren. Naast je ogen gebruik je bij het koken nog twee extra zintuigen, je reuk en je smaak.’

Keep up the big smile
Keep up the big  smile is kenmerkend voor Joe: ‘Geen idee of het typisch Indisch is, maar ik probeer het wel aan mijn collega’s mee te geven. Tijdens de laatste avond van de Haarlem culinair dagen was het zo druk dat mijn voormalige chef en ik de bonnen niet meer aankonden. Mijn chef gaf op en zat in een hoekje voor zich uit te kijken. Ik kookte door. Mijn chef zei: wat doe je? Ik antwoordde: Zie je die borden daar? Als we die wegwerken dan hebben we het record verbroken. Mijn chef stond op en kwam naast mij staan. Samen hebben we de borden weggewerkt. Ik was zo blij en zag mijn chef ook helemaal opbloeien. Als het nu druk is, denk ik nog vaak aan dit moment terug. Ooit was het mogelijk dus nu ook.’

Joe Saleh. Foto: Johan Snijders
Joe Saleh. Foto: Johan Snijders

Volks voedsel
Joe houdt vooral van volks voedsel: ‘Het is geen koninklijk voedsel. Het is voedsel dat iedereen eet. Zodra ik een nieuwe cultuur ontdek, wil ik eerst met hulp van de lokale bevolking de traditionele recepten uitproberen om de smaak te achterhalen. Van daaruit ga ik freaken. Wat gebeurt er als ik een andere cultuur erbij pak? Ik experimenteer ook met Indonesisch eten. Zo werkt de Indonesische keuken bijvoorbeeld met gedroogde koriander en de Thaise met verse koriander. Als je verse koriander gaat gebruiken in de Indonesische keuken, krijg je direct al een andere smaak. Dat vind ik interessant. Dat je met de traditionele dingen iets doet, waardoor er iets nieuws ontstaat.’

Heilige drie-eenheid
Joe zal altijd op zoek blijven naar de meest vreemde culinaire combinaties, maar liever gaat hij door in de muziek. Hij geeft mij zijn cd – Joey Retro: As the wind turns : ‘Dit is wat ik wil doen, maar dat wil niet zeggen dat ik stop met koken. Ik moet altijd bezig blijven, niet alleen fysiek, maar ook mentaal. Voor mij is de heilige drie-eenheid: eten, muziek en schilderen. Je bladmuziek is je canvas, dat zijn je pitten. Je wilt altijd dat iets wat je maakt zó in de smaak valt dat men denkt: wauw dit is super nice, of het nu om eten, muziek of kunst gaat. Dat is het eindresultaat.’

Oproep: Ken/ben jij een 3.0’er in de Keuken die mee zou willen werken aan een aflevering van 3.0 in de Keuken? Laat het ons weten door een mailtje te sturen naar nora@indisch3.nl

 

Joe Saleh © DennisWisse
Joe Saleh © DennisWisse

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Wil jij ook freaken in de keuken? Probeer dan  pepesan of makreel in pittige Indische tomatensaus met haricovert in tomaat-kokos saus (voor 2 personen)

Pepesan of makreel in pittige Indische tomatensaus met haricovert in tomaat kokos saus
Pepesan of makreel in pittige Indische tomatensaus met haricovert in tomaat kokos saus

Ingrediënten boemboe

2 tomaten
halve paprika

2 teentjes knoflook
3 eetlepels sambal oelek

4 kemiri noten
halve ui

1 dl olie
Peper en zout

Maak met bovenstaande ingrediënten de boemboe voor de makreel,
met een blender of keukenmachine

2 makrelen
2 stengels citroengras (sereh)

2 blaadjes laurierblad

snij kop en staart van makreel af, verwijder ingewanden en spoel de vis schoon
– zet de boemboe met de stengels sereh en de laurierblaadjes op het vuur
– breng de boemboe aan de kook
– doe per makreel een kwart van een sereh stengel en een laurierblad in de buikholte. Voeg ook wat van de saus toe.
– smeer een ovenschaal in met een beetje olie, doe de makreel er in
– voeg de saus toe, schuif het in de oven op 160 graden 20 min.

Tips
– Dek de ovenschaal af met een deksel om uitdrogen te voorkomen
– Zorg ook dat de vis onder staat

Bereiding van Haricoverts in tomaat-kokos saus 

200 gr haricoverts
1 tomaat

halve ui
1 teentje knoflook

50 gr laos
1 stengel sereh

1limoenblad
2 eetlepels sambal oelek

250 ml kokosmelk
scheut vissaus

zet water op voor de haricoverts om te blancheren. Voeg wat zout aan het water.
– snij de kontjes van de haricoverts. Als het water kookt voeg je de haricoverts toe.
– kort blancheren, ze mogen een bite hebben. Als je denkt dat het goed is, meteen spoelen onder koud water. Dan behoudt het z’n prachtige groene kleur.
– snijd ondertussen de knoflook in plakjes, de ui in fijne blokjes, crush de sereh stengel met de achterkant van je (koks)mes of met een hamer, zodat het soepel wordt.
– snij de laos grof. Voeg toe aan een pan gevuld met een scheutje olie. Even fruiten.

– voeg dan de sambal, limoenblad, blokjes tomaat toe. Even fruiten.
– voeg de kokosmelk toe en laat even koken.
– voeg de haricoverts toe en roer goed door.
– voeg vissaus naar smaak toe

3.0 aan de studie #7: Lody Meijer

Lody Meijer wordt geïnterviewd voor Indisch3.0 – (c) Charlene Vodegel / Indisch 3.0 2012
Lody Meijer wordt geïnterviewd voor Indisch3.0  – (c) Charlene Vodegel / Indisch 3.0 2012
Lody Meijer tijdens het interview met Indisch3.0 – (c) Charlene Vodegel / Indisch 3.0 2012

Met haar altijd aanwezige interesse in kunst, heeft Lody Meijer (26 jaar) Autonome Kunst gestudeerd aan de Hogeschool voor de Kunsten in Utrecht. En niet lang geleden heeft ze haar bachelortitel behaald in Algemene Cultuurwetenschappen. Hoe hebben haar Indische roots haar studiekeuze beïnvloed? Aflevering 7 van 3.0 aan de studie.

Tijdens haar studie Autonome Kunst hield ze zich voornamelijk bezig met Conceptuele kunst. Deze vorm van kunst gaat over het idee achter het werk. Het is de bedoeling om het publiek actief te laten meedenken over de vraag: ‘Waar gaat dit over?’ Mensen kunnen Lody een Indo, Indisch meisje of Indische Nederlander noemen. Tóch had het Indisch-zijn geen invloed tijdens haar schoolperiode en studiekeuze. Al kan Lody zich vaag herinneren op de middelbare school een presentatie te hebben gegeven over Indische kunstenaars.

Hollander versus Nederlander
Lody is, als dochter van een Hollandse vader en een Indische moeder uit Harderwijk, opgegroeid met de Hollandse en Indische cultuur. Heel apart vind ik hoe Lody haar interpretatie geeft aan het verschil tussen Nederlands en Hollands. Zij ziet een scheidingslijn tussen deze twee begrippen. Met ‘Nederlands’ bedoelt ze de nationaliteit en met ‘Hollands’ de culturele achtergrond van een in Nederland geboren en getogen persoon die geen gemengde achtergrond heeft. Een persoon met een etnische achtergrond die in Nederland geboren en getogen is, zal niet snel een Hollander genoemd worden.

Wat heeft identiteit eigenlijk voor waarde?

Identiteit
Vroeger was Lody meer bezig met haar Indische achtergrond. Ze werd nooit opgemerkt als ‘Indo’. Dit zorgde ervoor dat ze zich ging afvragen wat identiteit eigenlijk voor waarde heeft en waaruit deze bestaat. Ze besloot een essay te schrijven met als titel: ‘Authenticiteit eigenzinnigheid’. Ze is hierdoor veel gaan nadenken over welke dingen haar eigenlijk vormen als mens. Die dingen hebben te maken met de steden waar ze woont-plaatsen die ze bezoekt-mensen die ze tegenkomt-gesprekken die ze voert-boeken die ze leest en de verhalen die haar verteld worden.

'Ik ben gewoon Lody’ –  Foto: Lody Meijer
‘Ik ben gewoon Lody’ – Foto: Lody Meijer

Vertrouwd gevoel
Hierdoor besefte ze dat het Indisch-zijn slechts één onderdeel is dat haar identiteit heeft gevormd. ‘Ik ben gewoon Lody’, lacht ze. ‘Ja, ik ben een Indo, ik hou van lekker koken, ik hecht waarde aan familie en ik ben gastvrij.’ Tijdens haar vakanties in Indonesië kwam er een vertrouwd gevoel naar boven, ondanks dat ze zich een toerist voelde. Waarschijnlijk komt dit doordat ze omringd werd door Indische personen en verhalen in haar jeugd.

Ik ben gewoon Lody.

Indische vrienden
Lody was niet op zoek naar Indische studenten op school, ze ging gewoon met iedereen om. Toevallig heeft ze wél Indische vrienden en Lody merkt inderdaad dat er dingen zijn die je deelt, zoals de opvoeding, lekker koken en naar de Pasar Malam gaan.

Indische bescheidenheid
Op de kunstacademie kwam Lody’s Indische bescheidenheid naar voren. Iedereen was met zichzelf bezig, er moest gevochten worden om een plekje. In het begin had ze moeite om met die directheid om te gaan. Maar door de jaren heen neemt Lody een minder afwachtende houding aan en zegt ze sneller waar het op staat. Alleen vindt ze dat je niet altijd ‘ja en amen’ moet zeggen tegen docenten. ‘Je kan best op een beleefde manier zeggen dat je het ergens niet mee eens bent.’

Oosterse taferelen, Westerse stijl

Zelfportret Raden Saleh. Bron: www.tropenmuseum.nl

Zelfportret Raden Saleh smaakt naar meer

Tijdens mijn eerdere bezoek aan het Tropenmuseum, had ik twee missies: ik wilde de vaste tentoonstelling Oostwaarts bekijken en het enige bekende, onlangs aangekochte zelfportret van Raden Saleh aanschouwen. Bij Oostwaarts kon ik schilderijen van verschillende kunstenaars bewonderen, maar ik vond er helaas geen van Raden Saleh tussen. Ik neem je weer even mee terug, naar die bewuste dag.

En dat terwijl het artikel over Saleh op de website van het Tropenmuseum kopt met ‘Unieke aanwinst van Indonesische kunstschilder van wereldfaam’. Jammer, ik ben erg nieuwsgierig naar het werk van deze Indonesische Rembrandt. Ik hoop dat ik er niet overheen gekeken heb.

Ik ga alsnog op zoek naar het zelfportret. Ik verwacht een statig portret, groot en indrukwekkend, met iets dramatisch, aangezien Saleh (1811-1880) leefde ten tijde van de Romantiek. Een stroming in de schilderkunst, die qua stijl lijkt op de klassieke stijlen, maar met meer fantastie en emotie, herinner ik mij van de kunstgeschiedenis-colleges.

Bescheiden
Nadat me de weg gewezen is, ben ik vooral verbaasd. Niks statig portret: het zelfportret is een heel klein bescheiden schilderijtje. Het enige dat voldoet aan mijn verwachting is de gouden lijst, die verzuipt in de enorme witte wand waaraan het schilderij hangt. Licht teleurgesteld ga ik het portretje van dichtbij bekijken en dan weet het me gelukkig alsnog te overtuigen. Waar klassiek geportretteerde personen vaak een (in mijn ogen) afstandelijke blik hebben, kijkt Saleh je helder aan. Het is duidelijk een schilderij ‘oude stijl’, dat mij niet altijd aanspreekt, maar de losse penseeltreken geven het wat spontaans. Dat maakt de teleurstelling goed.

Saleh kijkt je helder aan.

Op de wand ernaast lees ik dat Saleh in 1829 naar Nederland kwam, toen hij 18 was, om zijn talent te ontwikkelen. Toen hij in 1851 weer wegging, kreeg hij de titel ‘Schilder des Konings’ mee. In Den Haag schilderde hij veel oriëntaalse jachtpartijen en dramatische composities (dus toch!). Een plaatje van ‘Een Boschbrand’ uit 1849 maakt me nieuwsgierig. De stijl associeer ik met typisch westerse taferelen, maar nu zie ik vuur, rook en tijgers. Ik had het graag in het echt gezien. Zo’n onwesters beeld in deze typisch Westerse stijl heeft iets vervreemdends.

Uniek of niet?
Om over dit schilderij te schrijven, heb ik behoefte aan meer informatie. Ik google ‘Raden Saleh’ en belandt op de website van het Rijksmuseum, dat een zelfportret van Raden in de collectie heeft. Ik dacht dat het Tropenmuseum een zelfportret had aangekocht, dat uniek is, doordat het het enige bekende zelfportret is van Saleh? Ik pak de hand-out van het museum erbij en daarop staat hetzelfde statige portret van Saleh met als onderschrift dat het geschilderd is door Friedrich Carl Albert Schreuel. Als ik die naam google, kom ik weer op de website van het Rijksmuseum uit. Op deze pagina blijkt hij het dus niet geschilderd te hebben en is het exemplaar van Tropenmuseum toch uniek.

 Een onwesters beeld in Westerse stijl heeft iets vervreemdends.

Het zelfportret van Raden Saleh © Christie Haalboom / Indisch 3.0 2012

Oosterse taferelen in een Westerse penseelstreek
Ik ga je niet vertellen dat je naar Amsterdam moet snellen om het schilderijtje te bekijken. Het was namelijk tot 19 augustus te bezichtigen. Mochten ze een keer een overzichtstentoonstelling maken met het werk van deze kunstenaar (en zijn tijdsgenoten), dan zou ik zeker gaan. Wie weet ervaar ik meer dan alleen Oosterse taferelen in een Westerse penseelstreek en ontdek ik overeenkomsten en verschillen tussen de twee culturen via dit medium. Ik ben benieuwd naar meer werk dat deze man wereldfaam bezorgd heeft. Jij ook? Laat het ons weten, wie weet brengen we het Tropenmuseum op een idee…

 

Reportage: Oostwaarts!

Tropenmuseum Amsterdam © Christie Haalboom / Indisch 3.0 2012

Een uitgebreide en informatieve tentoonstelling

Van 13 tot 17 augustus 2012 organiseert magazine Indisch 3.0 een themaweek over het Nederlandse kolonialisme in Indonesië. Deze reportage over de drie tentoonstellingen van ‘Oostwaarts!’ in het Tropenmuseum maakt daar onderdeel van uit. 

Gedeelde roots
Op de website van het Tropenmuseum lees ik dat het in 1871 in Haarlem is geopend als ‘Koloniaal Museum’ met als doel “grondstoffen, natuurvoortbrengselen en volksvlijt uit de Nederlandsche overzeesche bezittingen” te tonen. In 1926 verhuist het museum naar Amsterdam-Oost en na de onafhankelijkheid van Indonesië besluit het museum haar blik te verbreden. De roots van het Tropenmuseum liggen dus, net als die van ons, in Nederlands-Indië. En dat verklaart de enorme schat aan voorwerpen, kunst en verhalen die op de eerste verdieping te bezichtigen is. Het is veel. Voor je het weet ben je alles aan het lezen, laat je de symboliek op je inwerken, leg je allerlei verbanden en ben je 45 minuten verder, terwijl je nog meer dan tweederde van de verdieping moet bekijken.

De roots van het Tropenmuseum liggen in Nederlands-Indië.

Het koloniale theater van 350 jaar Nederlands kolonialisme © Christie Haalboom / Indisch 3.0 2012

Gedeelde symboliek
‘Zuid-Oost Azië, bezielde cultuur’ laat je voorwerpen zien uit Indonesië, maar bijvoorbeeld ook uit Thailand, Vietnam, Maleisië en de Filippijnen. Het leert je over de overeenkomsten in de symboliek die deze culturen rijk is, (draken, vogels, bloemen en hurkende mensen) en her en der zul je een verklaring vinden voor dat vreemde gebruik van je opa of oma. Deze presentatie mag een update krijgen: er missen letters van de teksten en het computerspel is zelfs voor de allerkleinste bezoekers niet ‘cool’ genoeg.

Gedeelde geschiedenis
In het ‘koloniaal theater’ over 350 jaar Nederlands kolonialisme staan verschillende figuren die met hun verhalen inzicht geven in hun leven. De kunstenaar vertelt over zijn fascinatie met Bali, de ‘inlandse’ ambtenaar deelt zijn frustratie met je. De poppen zijn van het niveau ‘Madame Tussaud’, de willekeurige, doorzichtige en oplichtende ledematen verraden dat het hier om poppen gaat. Voor een vrouw op leeftijd zijn ze een kunstwerk op zich, ze vergeet te luisteren naar wat ze te vertellen hebben. De jonge dochter van een andere bezoeker griezelt van een oplichtend oor en wil snel doorlopen.

Het theater wordt omlijst door voorwerpen en schilderijen uit dezelfde tijd. Tevergeefs zoek ik naar werk van Raden Saleh, het tweede doel van mijn bezoek vandaag. Wel ontdek ik prachtige boeken en schoolschriften, die een gevolg waren van de ethische politiek. Ik word heel blij van de typografie, typische illustraties en zorgvuldig handgeschreven bladzijdes. Meer hiervan graag!

Tevergeefs zoek ik naar werk van Raden Saleh, het tweede doel van mijn bezoek vandaag.

Boeken en schriften naar aanleiding van de  ethische politiek © Christie Haalboom / Indisch 3.0 2012

Uit hetzelfde hout gesneden

Eenmaal bij ‘Nieuw-Guinnea’ aangekomen, begroet de airco me. De koloniale geschiedenis is beklemmend, de luchtig opgezette tentoonstelling met houtsnijwerken is een welkome afwisseling. Ook hier veel symboliek en ruimte om gewoon te kijken en te genieten van het handwerk.

Oostwaarts! is een uitgebreide en informatieve tentoonstelling die de moeite waard is om te bekijken als je bereid bent er de tijd voor te nemen. Je zal voorwerpen en verhalen herkennen die, in hun context geplaatst, meer voor je gaan leven. Ga samen met iemand van de eerste of tweede generatie deze tentoonstelling bekijken, dè manier om hierin te duiken. Een kleinzoon die ik aan de lippen van zijn oma zag hangen, bevestigde dit.

Het Tropenmuseum is van dinsdag tot en met zondag open van 10.00 tot 17.00. De entree is €10,00 (zonder audiotour). Er stoppen trams voor de deur en het museum is rolstoelvriendelijk. Meer informatie vind je op hun website. Laat je ons weten wat je ervan vond, als je bent geweest?

Nieuw Guinnea Tropenmuseum Amsterdam © Christie Haalboom / Indisch 3.0 2012

"Gemengdheid verwerk ik in mijn werk" – Hadassah Emmerich

Hadassah Emmerich -"Highlights", 2008, gemengde techniek op papier, 137 x 190cm (foto Peter Rosemann)

Onzichtbare verbindingen

[box type=”shadow”]“Ben je bijzonder als je uit meerdere culturen komt?” Indische kunstenares Hadassah Emmerich (Heerlen, 1974) is voor mij de eerste hedendaagse artieste die het thema ‘exotisch zijn’ kritisch, respectvol en eigentijds benadert. Ik kan me nog de eerste keer herinneren dat ik werk van haar zag. Eindelijk was er kunst die direct dat in beeld bracht waar ik mee rondliep: wat is Indisch, wat is Indisch aan mij, en wie bepaalt dat: ik, of degene die mij meemaakt?”[/box]

Hadassah en Ileana
Hadassah en dochter Ileana

Inmiddels weet ik dat deze derde generatie Indo ook in haar eigen leven in en met meerdere culturen leeft. In een sneeuwwit Berlijn ontmoet ik namelijk niet alleen Hadassah (Indische vader, Duitse moeder), maar ook haar Roemeense partner Catalin en Ileana, hun – in Duitsland geboren – dochter. Vader en dochter gaan buiten een frisse neus halen, terwijl ik Hadassah interview in Galerie Invaliden 1, gelegen op de grens van de voormalig oost-Berlijnse wijken Mitte en Prenzlauerberg.

“Na de scheiding van mijn ouders vertrok mijn vader. Ik was toen zes jaar. Daarmee vertrok ook het Indische uit mijn leven, het Indische werd mysterieus. Mijn moeder spoorde me aan er wel wat mee te doen. Ze nam me mee naar pasar malams, waar ik een hawaiian dans groep zag. Ik werd lid en danste er tien jaar in. Ik ben toen in een rol gegaan en dat was erg leuk: via een rol maakte ik contact met ‘het Indische’. Ja, ik heb nog contact met mijn vader. Voor hem leken Indië en Indonesië een afgesloten hoofdstuk te zijn. In 2006 ging ik voor de tweede keer naar Indonesië. Ik belde mijn vader regelmatig en vertelde hem over mijn avonturen daar. Ik weet niet wat het bij hem van binnen deed, dat ik daar was. Zelf wil hij niet meer. Indonesië heeft vreemde vormen aangenomen in zijn hoofd, hij fantaseert erover, het land is een oord van projectie geworden.”

“Mijn eerste keer in Indonesië was anders. Toen was ik 20 jaar. Ik ging erheen met veel vragen. Wat had ik nog met dat land, was wat ik voelde sentiment, verheerlijking, of had ik er zelf nog wat mee? Ik leefde bij een gastgezin.Ik voelde me lid van de familie, ik had hun nichtje kunnen zijn. Ik hoorde erbij. Tien jaar later was ik 30 jaar en een toerist, een buitenstaander. Ik kon het maar moeilijk accepteren dat ik voor Indonesiërs gewoon een Nederlander was. ‘Zien jullie dan niet dat ik hier ook hoor?’ Maar ja, je moet natuurlijk niet denken dat het op je voorhoofd geschreven staat. Of dat je iemand anders nodig hebt om te voelen dat een land bij je hoort. En: was ik dan bijzonderder omdat je uit twee culturen komt, rijker, heb je meer substantie? Ik realiseerde me dat ik wilde dat die vragen ingevuld werden, terwijl de antwoorden mijn eigen projecties waren.”

Hadassah Emmerich -"Glow", 2007, gemengde techniek op papier, 130 x 110cm (foto Peter Rosemann) Hadassah Emmerich -"Abdul Aziz (painter of the Mona Lisa of Bali)", 2007, gemengde techniek op papier, 110 x 112 cm (foto archief galerie SchauOrt, Christiane Büntgen) Hadassah Emmerich - Tentoonstellingsaanzicht van de expositie "Be(com)ing Dutch" in het Van Abbemuseum, Eindhoven, installatie met muurschildering en werken op papier, 2008 (foto Peter Cox)

“Mijn werk als kunstenares begon heel intuïtief. Ik werkte puur vanuit mijn gevoel, ik wilde mijn eigen onopgeloste thema’s benoemen. En ik kwam ook wel bij vragen aan, maar ik wilde meer, ik wilde op zoek naar de diepere betekenis. Inmiddels gaat mijn werk niet meer over mij, maar over universele thema’s; identiteit, exotisme, verheerlijking, het sentiment en het spannende. De verandering kwam na mijn masteropleiding Fine Arts in Londen. Daar leerde ik  conceptueel te denken over mijn werk. Eerst nadenken over mijn onderwerp, daarna pas beginnen, zodat ik wel bij die diepere betekenis kon komen. Door te leren praten over mijn werk, naar kunst van anderen te kijken en bewust te benoemen wat je ziet, is het me gelukt een bepaalde intensiteit te creëren. Door afstand te creëren tot mijn eigen thematiek, kon ik gaan benoemen.”

“Gemengdheid verwerk ik nu in en met mijn werk. In een werk, want het object laat de gemengdheid zien. Met mijn werk, want ik maak nooit alleen maar één plaatje voor aan de muur. Ik exposeer niet één doek of object, maar meerdere tegelijk. Die zijn als het ware met onzichtbare lijnen met elkaar verbonden. Ik zie mezelf steeds meer als bruggenbouwer tussen werelden, en mijn werk maakt die werelden voelbaar.”

Hadassah leeft sinds 2006 in Berlijn. Een deel van haar werk komt weer naar Nederland: het is vanaf 10 februari a.s. in RAiR, Rotterdam te zien. En misschien is de kunstenares er zelf ook bij.

De Nederlanders voorbij

Foto’s: Natalie Ypma – Tekst: Ed Caffin

Vanaf deze week is er in het Centraal Museum in Utrecht een bijzondere en belangwekkende expositie te zien, genaamd Beyond the Dutch. Volgens de beschrijving biedt de tentoonstelling ‘een vernieuwend inzicht in de invloed van de Nederlandse cultuur op Indonesische beeldende kunst, en andersom’. Naast dat de tentoonstelling een overzicht geeft van ‘1900’ -een tijd van Nederlands beïnvloeding tot ‘nu’: een tijd waarin dat al lang niet meer het geval is, stelt het ook kritische vragen over de blik waarmee naar ‘kunst uit het Oosten’ wordt gekeken.

campagnebeeld Beyond the Dutch flyerIn de koloniale tijd werd de Indische of Indonesische beeldende kunst bepaald door Westerse ideeën. Treffend voorbeeld is het zelfportret van Raden Saleh. Het schilderij zou, afgezien van de onmiskenbare Indonesische trekken in het gezicht van de schilder, niet opvallen tussen Nederlandse doeken uit die tijd. Tekenaar met Indische roots Peter van Dongen nam het als uitgangspunt voor het affiche.

Terwijl in de koloniale tijd vooral een idyllisch Indië werd afgebeeld, werd tijdens de onafhankelijkheidsstrijd beeldende kunst in Indonesië gebruikt als uiting van de revolutie en het verlangen naar vrijheid en bevrijding van de Nederlanders. Schilders als Sudjojono, Agus Djaya en Affandi portretteerden bijvoorbeeld revolutionaire strijders.

P1070415Vanaf de jaren vijftig ontwikkelde zich in de jonge republiek -en dan met name op Java- langzaam maar zeker een eigen karakter in de kunst. Een ‘nationale stijl’ waar president Soekarno een enorme stimulerende rol in had ontwikkelde zich en verwierp de Nederlandse invloed.

In de daaropvolgende Soeharto-tijd was er decennia lang sprake van censuur. Een nieuwe generatie kunstenaars, waaronder Heri Dono, kon zich daar pas na de Reformasi definitief vrij van maken. De nieuw verworven vrijheid van meningsuiting stimuleerde de ontwikkeling van hedendaagse kunstenaars die zich juist op expressie van de eigen persoonlijkheid richten. In het werk staan thema’s centraal als identiteit, globalisatie, religie en moderniteit, maar ook een nieuwe benadering van het koloniale verleden.

P1070354Na het eerste Indonesische deel van vroeger naar nu, bewandelt de kijker in het tweede deel van de expositie de omgekeerde weg, dan vanuit het Nederlandse perspectief. Via door Indonesië geinspireerde werken van een aantal Nederlandse hedendaagse kunstenaars -een aantal met Indische achtergrond- gaat hij weer terug naar de Indische idylle met werken van onder andere Jan Toorop.

Naast deze dubbele historische lijn stelt de tentoonstelling, samengesteld door Meta Knol, echter ook de vraag hoe we precies kijken naar deze werken. In Nederland lijkt nog altijd weinig aandacht voor (moderne) Indonesische beeldende kunst. Er is een te beperkt kunstbegrip waarin weinig tot geen plaats is voor kunst uit niet-Westerse culturen. Wat bijvoorbeeld wel wordt getoond, en dan vooral in Volkenkundige musea, zijn etnografica.

Helaas is dus nog altijd niet afgerekend met de koloniale attitude. Ook niet als het gaat om kunst. De P1070402koloniale blik waarmee naar niet-westerse culturen wordt gekeken is nog niet verdwenen: in een kunsthistorische vorm van oriëntalisme wordt Oosterse kunst gereduceerd tot een slap aftreksel van hoe kunst eigenlijk zou moeten zijn, namelijk zoals Westerse kunst is.

Deze expositie probeert daar nadrukkelijk buiten te treden. Door te kijken naar de Indische/Indonesische kunstgeschiedenis laat het zien op welke manier er wederzijdse beinvloeding is geweest tussen kunstenaars in Nederland en Indonesië en hoe de hedendaagse kunst omgaat met het gemeenschappelijk verleden. Wat echter vooral duidelijk wordt is dat Indonesische kunstenaars “de Nederlanders voorbij” zijn. Al lang.

Beyond the Dutch, Indonesië, Nederland en de beeldende kunsten van 1900 tot nu, Centraal Museum Utrecht, 16 oktober 2009 t/m 10 januari 2010.

Zelfportret van een kunstenares

DSC_4423btfAls zelfstandige Indische kunstenaar, westerse vrouw, en ergens toch ook weer niet westers, voel ik me soms maar een vreemdeling. Zelfs een beetje ontheemd.  Dat is niet altijd zo geweest.

Als ik terugkijk naar mijn jeugd, was ik eigenlijk heel lang ‘onbewust Indisch’. De Indische cultuur van mijn grootouders, was in mijn opvoeding verweven en daarom altijd iets vanzelfsprekends. Maar ik wist niets van de Indische geschiedenis, van wat “Indisch” betekende of van wat mijn opa en oma in Indië hadden meegemaakt.

Toen ik wat ouder was vertelde mijn moeder me voor het eerst over de tijd dat mijn opa gevangen zat in het Jappenkamp. Het maakte me nieuwsgierig naar verhalen uit de geschiedenis van mijn grootouders, die ik niet kende. Omdat er niet veel over werd gepraat, ondernam ik een eigen ontdekkingsreis naar die verhalen. Het bracht me dichter bij hen en heeft de familieband versterkt.

In 2003 bezocht ik uiteindelijk voor het eerst Indonesië. Het raakte me. Ik merkte hoe verbonden ik me voel met het land, de cultuur en met de mensen daar. Regelmatig ga ik terug. Alsof ik iets gevonden heb, wat ik daar steeds weer moet achterlaten.

Dat zorgt bij mij af en toe voor verwarring: alsof ik met één been daar en met het andere been hier sta en in twee totaal verschillende werelden leef. Die verwarring heeft ervoor gezorgd dat mijn Indische afkomst een grote rol is gaan spelen in mijn werk als kunstenaar. Ik verbeeld wat ik niet kan verwoorden, en verwoord wat ik niet kan verbeelden.

Deze tekening laat een symbolische manier zien hoe mijn familieachtergrond mij bezighoudt, hoe het mij raakt en inspireert.

Bestaat er Indische vrijheid van meningsuiting?

Vrijheid van meningsuiting is een van de grootste verworvenheden van een democratische samenleving. Maar is het zo dat je als kunstenaar écht alles kan zeggen, of zijn er taboes waar je je zelfs als kunstenaar niet aan wil branden? Zijn er taboes die zo pijnlijk zijn dat je eigen gemeenschap je erop aan zal kijken als je een bepaalde controversiële mening daarover in je kunst tot uiting brengt?

Over deze vragen is een discussie-evenement in ontwikkeling voor kunstenaars, dat in verschillende Nederlandse steden deze vraag aan de kaak wil stellen. Vraag aan jullie is: bestaat er in Nederland nog zulke Indische controversiële kunst? Zijn er Indische kunstenaars die niet voor hun mening uit kunnen komen, vanwege de gevoeligheden die ze aan zullen snijden?

Als blijkt dat er ook in de Indische cultuur controversiële kunstenaars zijn, kunnen die thema’s mogelijk toegevoegd worden aan het eerder genoemde discussie-evenement. Het zou bijvoorbeeld zomaar zo kunnen zijn dat de Indische cultuur een cultuur is waarin vrijheid van meningsuiting ondergeschikt gemaakt wordt aan het gevoel de underdog te zijn, of waarin mensen van elkaar verwachten één front te vormen. Uitgesproken meningen zijn daarvoor niet toepasbaar. Zijn er eigenlijk wel controversiële Indische kunstenaars/ artiesten/ schrijvers?

Of de discussies die momenteel over dit onderwerp gaande zijn nu leiden tot een thema voor het eerder genoemde festival of niet, ik zal sowieso verslag doen van de reacties die ik ontvangen, gehoord en gezien heb.