MIX – Jongeren in Nederland

Herkenning en ‘Aha!’

MIX gaat verder dan Indisch. Het boek kwam in juni van dit jaar al uit. Met spijt plaats ik nu pas een recensie over deze indrukwekkende publicatie. Sterker nog, ik had gewild dat ik dit boek drie jaar geleden had gevonden. Want ik herken zó veel: over mezelf, uit discussies over de multicultisamenleving én uit gesprekken met Indische jongeren.

Claudia van Oortmerssen (foto: Venus Veldhoen). Bron: uitg. de jonge hond

MIX is de publicatie van het project Beyond the mix, van Forum (een instituut voor multiculti Nederland). In dit project staat de vraag centraal hoe mensen zelf, maar ook hun omgeving, omgaan met meerdere etnische identiteiten.

Wat is, na het lezen en bekijken van MIX voor mij de grootste les? Iedereen met een dubbele identiteit doet daar iets mee. Ga maar na: zelfs als je je tweede identiteit afwijst of ontkent (of dat nou de Indische is of de Nederlandse), je maakt een keuze om iets te doen.

Wat vond ik het meest verrassende inzicht? Dat is dat je uiterlijk die keuze beïnvloedt. Heb je een zichtbaar tweede identiteit, dan heb je het drukker dan iemand met één identiteit. Ben je een blonde Indo, of een kind van een Zweedse en een Nederlandse, dan zal je minder snel de vraag krijgen ‘Waar kom jij vandaan?’ dan een kind van een Afro-Amerikaanse en Nederlandse ouder.

Fascinerend is hoe Captain en Stam, maar ook Guno Jones later in het boek, de veranderingen in het concept gemengdheid bespreken. Tot de komst van de Indische repatrianten bijvoorbeeld, betekende gemengd zijn in Nederland een huwelijk tussen een protestant en een katholiek. Guno Jones gaat dieper in op zulke maatschappelijke ontwikkelingen en bespreekt ook “ongelijkwaardig seksueel burgerschap”, voor mij een eye-opener: alleen witte, heteroseksuele mannen hebben altijd de vrijheid van eigen partnerkeuze gehad.

Calvin Voll (foto: Morad Bouchakour). Bron: uitg. de jonge hond

Ik haal een voorbeeld van Jones aan. In Nederlands-Indië kon een Hollander met een inlandse trouwen, zijn kinderen konden het Nederlands  staatsburgerschap krijgen (als hij ze erkende). Maar andersom? Een blanke Hollandse vrouw die met een kampung Indo trouwde? Die kreeg het zwaar voor haar kiezen.

En, vooruit, een tweede voorbeeld: tot in de jaren ’80 was het in Nederland zo geregeld dat een kind, in Nederland geboren, bij een Nederlandse moeder en een buitenlandse vader, niet de Nederlandse nationaliteit kon krijgen. Was de moeder echter buitenlands en de vader Nederlands, dan kon het wel.

Het boek heeft maar een paar artikelen die mij minder aanspreken, zoals dat van Novaire (mij te voorspelbaar) en het overwegend politiek-correcte geneuzel van Maayke Botman (‘..elk lichaamsdeel krijgt een raciale betekenis. Dat noem ik raciale fragmentatie.”).

Jongeren, Indisch of niet, kunnen uit MIX niet alleen beter begrijpen wat ze met al hun identiteiten kunnen doen, maar ook wat het betekent om een ‘multiraciale’ relatie te hebben. Daardoor is MIX relevant voor het begrijpen van jezelf in de context van vroeger en nu, je ouders en grootouders in de context van toen, en jezelf en je partner in de context van morgen.

Mijn favoriete opmerking uit het hele boek? Goed, daar sluit ik dan mee af. Ik ben benieuwd wat jullie daarvan vinden. “In mijn klas zijn ze wel eens jaloers op me, omdat mijn ouders uit twee verschillende landen komen” – Jonas Mouzouni ( 7 jaar).

American-Dutch-Indonesian?

Vanaf circa 1960 emigreerden vele duizenden Indische mensen naar de Verenigde Staten. Zij konden niet aarden in het Nederlandse maatschappij en kozen ervoor, soms pas jaren na hun vertrek uit Nederlands-Indië, hun geluk te beproeven in ‘het land van de onbegrensde mogelijkheden’. Het overgrote deel vestigde zich in het zonnige Zuid-Californië. Maar wat is er bij de jongste generatie een halve eeuw later nog over van de Indische identiteit en cultuur?

Net als bij veel andere Indische mensen het geval is, bevindt ook een deel van mijn familie zich overzee. Mijn opa kwam uit een gezin met 20 kinderen, waarvan de helft uiteindelijk in de VS terechtkwam. Ook mijn ouders, broer en zussen verhuisden, zij het 30 tot 40 jaar later, naar Californië. Ik kom er vaak. De grote Indische ‘community’ die daar woont wordt ook wel Amerindo’s genoemd, maar noemt zichzelf “Dutch-Indonesian”.

Ze beschouwt zichzelf als een subcultuur, maar tussen de vele andere Euraziaten in Amerika is het soms moeilijk een Indo te herkennen. Net als andere geëmigreerde Nederlanders herkennen Indisch-Nederlandse Amerikanen jou natuurlijk wel. Wanneer je bijvoorbeeld nietsvermoedend door de mall loopt en Nederlands aan het kletsen bent, doemt er regelmatig iemand uit het niets op met een zwaar accent; “Kom uit Holland?” Vervolgens worden typische Hollandse woorden, gebruiken en etenswaren uitgewisseld.

Zoals ik ook in Nederland gemerkt heb, zijn het vooral deze culturele aspecten die door de generaties heen sijpelen. Maar zijn onze Indische generatie-genoten in de Verenigde Staten ook bezig met het hervinden van hun eigen identiteit en cultuur? Of zijn het standaard-Amerikanen geworden in wiens verre geheugen de herinnering aan Oma’s lemper rondzweeft? Net als veel derde generatie Indo’s zocht ik het antwoord als eerste op internet. Ik begon op MySpace, het Amerikaanse equivalent van Hyves, waar ik een groep startte onder de naam “Dutch-Indonesian Connection”.

Het aantal leden stroomde rap binnen en er ontstonden er contacten die voorheen niet mogelijk leken. De vele gesprekken en onderwerpen op het forum verschilden niet veel van wat op de Indische fora in Nederland las. Ervaringen over het eten bij “opa and oma” wisselden zich af met ‘zwaardere’ onderwerpen. Toch voelde ik een wezenlijk verschil met Nederlandse Indische jongeren, maar ik kon er niet echt mijn vinger op leggen. Toen een aantal leden elkaar in mei 2006 besloten te ontmoeten op het jaarlijkse Annual Holland Festival in Long Beach, California werd alles mij een stuk duidelijker.

Er kwamen zo’n 20 leden van de groep bijeen, van wie sommigen duizenden kilometers hadden gereisd. Het was een bijzondere en ook aparte ervaring om hen mee te maken. Enerzijds voelden de Amerikaanse Indo-vrienden echt aan als eigen (Indisch), maar anderzijds ook als anders (Amerikaans). Na een informeel kennismakingsrondje, besloten we over het terrein te lopen. Ondanks dat de naam van festival Nederlands aan doet, was mijn eerste indruk dat het meer een verkapte pasar malam was.

Het gehannes met klapstoelen en vouwtafels op het grote grasveld deed in ieder geval meteen erg Indisch aan. Langs de zijkanten vele warungs met Indisch eten en standjes met, zoals mijn familie dat noemt, tetek bengek (allerlei koopwaar). Tussen alle Indische stands, stonden echter ook tentjes waar je oliebollen, kroketten en een puntzak friet kon krijgen. De sambal vloeide even rijkelijk als de dotten mayonaise, de cendol-schenker stond arm-in-arm met de Heineken barman en de t-shirt drukker verkocht zowel shirts met de Nederlandse leeuw als die met de bekende Indo leuzen.

Daar op dat veld, merkte ik dat hoewel de derde generatie Amerindo’s opgroeit in een Amerikaanse smeltkroes waarin de talloze etnische groepen hun plek vinden, ook zij zich afvragen wat hun Indische afkomst voor hen betekent. Ze hebben dezelfde vragen als waar veel jonge Indo’s in Nederland mee zitten. Na alles te hebben laten bezinken, snapte ik ook wat de ervaring van mijn Amerikaanse generatiegenoten toch anders maakte als die van mijn Nederlandse. Het Indische gevoel van de Amerikaans-Indische derde generatie is namelijk tweeledig. Zowel Indië/Indonesië als Nederland, de twee landen waar zij culture affiniteit mee voelt, liggen op een haast mystieke afstand van de eigen geboortegrond. Dat maakt de zoektocht naar antwoorden alleen maar lastiger. Wat dat betreft valt het voor de jonge Indo’s in Nederland nog wel mee.

De Molukse identiteit over 75 jaar

Maluku Merdeka
Maluku Merdeka

Voor veel jonge Indo’s is de hechtheid van de Molukse gemeenschap een voorbeeld. Toch voorspelde een groep vooraanstaande Molukkers uit Nederland op muhabbat.nl vorig jaar al dat er over 75 jaar van de Molukse identiteit maar weinig meer over is, als er niets gebeurt.

De Molukse gemeenschap is zeer hecht, die indruk krijg je in ieder geval als je de vele Hyves-pagina’s bekijkt waarop Molukse jongeren elkaar en anderen op de hoogte houden van alles van hen bezig houdt. Met als gemeenschappelijke noemer: Wij Zijn Moluks! De Molukse identiteit leeft zeer bij deze jongeren, misschien niet in de laatste plaats omdat inmiddels vijf generaties Molukkers opgroeiden in de Molukse wijken in dorpen en steden in Nederland, sinds hun komst naar Nederland ‘op dienstbevel’ in 1950. Het was destijds de bedoeling dat de Molukse KNIL-militairen en hun gezinnen tijdelijk in Nederland zouden blijven, tot het weer rustig zou zijn in Indonesië. Dit tijdelijke verblijf duurt nu al 59 jaar, met alle frustraties van dien.

Noodklok
Een aantal Molukse belangenorganisaties, de Vereniging van Hoogopgeleide Molukkers PKTM ( Perkumpulan Kaum Terpeladjar Maluku), de Werkgroep Kakehan Nederland en de Molukse diaconale stichting voor zorg en welzijn Muhabbat , luidde vorig jaar de noodklok over de positie van Molukkers in Nederland. De toestand wordt zorgelijk genoemd: vooral de onderwijspositie van Molukse jongeren is slecht. Bovendien zijn Molukkers er niet in geslaagd zich in de afgelopen jaren te profileren in allerlei sectoren van de Nederlandse multiculturele samenleving. Onderling zijn de banden hecht, maar in de Nederlandse maatschappij zijn Molukkers nauwelijks zichtbaar als groep. Tekenend is het feit dat veel Molukse jongeren door medescholieren als ‘gastarbeiders’ worden gezien. Er is weinig tot geen kennis over de geschiedenis van de Molukkers in Nederland. Op scholen wordt daar ook niets over vermeld in de geschiedenisboeken of bij maatschappijleer.

Molukse acties
Het onderwerp van de Molukse integratie houdt me bezig omdat ik momenteel door het land reis met mijn voorstelling ‘Gegijzeld’, over de Molukse acties in de jaren zeventig. Mijn zus Willemijn was destijds een van de gegijzelde kinderen in de school in Bovensmilde (Drenthe). In totaal  105 kinderen werden in 1977 vijf dagen lang gegijzeld door Molukse activisten, die hiermee de zaak van de RMS onder de aandacht wilden brengen. Ze eisten bovendien vrijlating de kapers van de trein bij Wijster in 1975, die in de gevangenis zaten.

Schaamte
Na afloop van de voorstelling raak ik vaak in gesprek met Molukkers uit het publiek die vertellen over wat ‘Gegijzeld‘ met ze doet. Ik hoor van ze dat de voorstelling ze raakt, en dat ze het aanvankelijk moeilijk vonden om erheen te gaan. Er is veel angst dat ze gestigmatiseerd worden, en 32 jaar na dato opnieuw als ‘gijzelaars’ worden gezien. Ze vertellen dat ze het moeilijk hebben gehad in de tijd van de Molukse acties. Dat zij er op aan werden gekeken, ook al  hadden ze niets met de acties te maken. Ik hoor hoe lastig Molukkers het nu nog vinden om te praten over die tijd, en dat veel emoties zijn weggestopt. Er is veel schaamte en verdriet. Ze vinden het goed en fijn om te merken dat er nu ook eens aandacht is voor hun geschiedenis, voor hun kant van het verhaal.

Mini-conferentie
Op een miniconferentie op 19 april 2008 bespraken de Molukse belangenorganisaties wat voor maatregelen er moeten komen om de positie van Molukkers in Nederland te versterken. Zo moet de leiding in de voor Molukkers belangrijke sectoren (onder meer kerk en politiek) geprofessionaliseerd worden. Er moet een duidelijke scheiding komen tussen kerk en staat, want de christelijke kerk heeft heel veel invloed in de Molukse gemeenschap. Het emancipatieproces van Molukkers moet sneller verlopen en niet alleen vanuit emoties plaatsvinden. Coalitievorming is belangrijk,  en bovendien moet het vrijheids ideaal van een onafhankelijke Republiek der Vrije Molukken (RMS) een andere vorm of richting krijgen met voldoende ruimte voor zelfkritiek.  Een maatschappelijk debat over de positie van Molukkers in Nederland is het streven, zodat Molukkers weer op de politieke agenda komen.

Donkerblank
Als deze stappen niet worden gezet, is er over 75 jaar maar weinig meer over van de Molukse identiteit, zo menen de belangenorganisaties. Ze schetsen een toekomstbeeld waarbij de mensen in Nederland lichtbruin of donkerblank van huidskleur zijn. In die tijd zijn er nauwelijks meer  Molukkers, maar wel veel Europeanen met Molukse voorouders. De RMS is alleen geschiedenis.  Op scholen wordt tijdens  geschiedenislessen niets over Molukkers gezegd, hun sociaal-maatschappelijke positie wordt niet besproken. De Molukse wijken zijn er niet meer, alleen nog maar etnische enclaves. Het Museum Maluku in Utrecht bestaat alleen nog maar virtueel.  En als er al Molukkers in Nederland zijn, dan verstaan ze het Maleis niet, maar denken en spreken ze alleen nog maar Nederlands. De Molukse kerken zijn weg, niet alleen door geldgebrek, maar ook door striktere scheiding van kerk en staat.

Uniek
Ik vind het een behoorlijk treurig beeld wat wordt geschetst. De Moluks-Nederlandse cultuur is uniek en bijzonder, zo weet ik nog uit mijn jeugd in Bovensmilde, waar ik opgroeide met Molukse vriendinnetjes. Ik denk wel dat het voor de Molukse gemeenschap goed is om de ketenen van traditie iets meer los te laten, vooral voor de huidige generaties. De hiërarchie in de Molukse wijken staat soms een individuele groei ontwikkeling in de Nederlandse maatschappij in de weg. Niemand heeft baat bij overdreven nostalgie of bij het vastpinnen van verroeste idealen in deze huidige tijd. Een gemeenschap die met zijn tijd meebeweegt, heeft de toekomst. En dat geldt zowel voor de Indische, als voor de Molukse gemeenschap.

Voorhoede
Tot slot nog even dit. In de voorhoede van dit emancipatieproces zit Tom Polnaija, ex-kaper van de school in Bovensmilde, die meewerkt aan het nagesprek bij de voorstelling ‘Gegijzeld’. Samen met Geert Kruit, ex-gegijzelde, vertelt hij onder leiding van een journalist over zijn ervaringen uit die tijd en vraagt hij vergiffenis aan de slachtoffers van toen. Kijk dat is nog eens je verantwoordelijkheid nemen en je nek uit durven steken. Tom Polnaija weet dat je soms door de zure appel van de geschiedenis heen moet bijten, voordat je een nieuwe toekomst tegemoet kunt gaan.

Tip: Lees de column van Ephraïm Patty over Moluks zijn op jongerensite Bukamalu.nl.

‘Gegijzeld’ met nagesprek is in 2009 alleen in november nog te zien: Stadsgehoorzaal Vlaardingen op donderdag 19 november, Theater Lux op zaterdag 21 november en Schouwburg Gouda op 24 november. Zie voor de speellijst www.elsbethvernout.nl

Identiteitscrisis (deel 1)

vingerafdrukOm meteen met de deur in huis te vallen: Ik ben Indisch en dat waardeer ik. Nu zal geen enkele bezoeker van Indisch 3.0 geschokt van zijn stoel vallen. Laat staan dat men er vreemd van opkijkt. Toch wil ik er speciaal melding van maken, omdat ik in het dagelijks leven voor van alles en nog wat wordt aangezien behalve voor Indo. Eigenlijk lijk ik op Geert Wilders. Wel Indisch, maar je ziet het niet. In tegenstelling tot moi doet Geert daar natuurlijk ook zijn uiterste best voor. En terecht, want Indisch of niet, als ik in zijn schoenen stond zou ik ook proberen er zo Hollands mogelijk uit te zien. Het is dus wachten op het moment dan onze Limbonesiër blauwe lenzen gaat dragen en op bezoek gaat bij de huidarts van Michael Jackson.

Wilders en ik hebben beide een identiteitscrisis. Ik voel me namelijk niet Indisch. Nederlands trouwens ook niet. Voetballer Ibrahim Afellay is Nederlander, maar voelt zich, naar eigen zeggen, tegelijkertijd Marokkaan in hart en nieren. Zelf heb ik dat niet. Ik WEET dat ik Nederlander ben met Indische roots, maar daar houdt het op. Vaak vraag ik me zelfs af of zo’n gevoel überhaupt bestaat of dat het een door de gemeenschap gecreëerd geloof is. Zo van: ,,We zijn Indo’s, dus dan zullen dat van binnen voelen ook!’’ Een soort fantoomziekte. Als je er flink in gelooft, gaat het bestaan. Of nog belangrijker: Het krijgt betekenis. Daar is overigens niets mis mee. Integendeel, ik ben er jaloers op. Het houdt me steeds meer bezig. Het is niet voor niets dat ik vrijwillig voor deze site ga schrijven. En is het toeval dat er een Indisch film èn een Indische voorstelling op mijn CV staan? Ja, is mijn eerste reactie, want er moet simpelweg geld worden verdiend, maar dat ik de afgelopen jaren in mijn privéleven mijn interesses heb verlegd naar Indische vrouwen is wel raar. Sterker nog, ik ben met een vrouwelijke soortgenoot getrouwd! Of is dat ook toeval?

Misschien maak ik het groter dan het is (dat is nu eenmaal mijn werk) en is het logisch dat ik me niet Indisch voel. Ik zit in percentages als volgt in elkaar: 50% Nederlands, 25% Chinees, 25% Indisch

Slechts een kwart Indisch zijn is wellicht te weinig om je Indo te voelen. Dat ik me niet oer-Hollands voel is niet gek, want wij Nederlanders hebben enkel een groot saamhorigheidsgevoel wanneer het ons uitkomt. Die zogenaamde wij-momenten zijn overigens op één hand te tellen: Koninginnedag, dodenherdenking en wanneer het Nederlands Elftal wint (als er verloren wordt, spreken we uiteraard van zij, maar da’s logisch…).

Over mijn Chinese achtergrond heb ik sowieso nooit nagedacht. Het klinkt heel flauw, maar laten we eerlijk zijn. Als ik spleetogen had gehad was dat anders geweest. Wellicht ga ik dat nog ontdekken. Onlangs kwam ik erachter dat mijn schoonmoeder in de muur tussen de eetkamer en keuken een luik in de muur heeft. ,,Net zoals bij de afhaalchinees!”, dacht ik nog, maar dat is meer gevoel voor humor dan voor China. Ach, je moet ergens beginnen.

Het moge duidelijk zijn dat ik mijn stinkende best doe om me Indisch te voelen, maar het wil nog niet vlotten. Het ligt dus niet aan mij, maar aan anderen. Aan mijn ouders bijvoorbeeld. Mijn moeder is Nederlandse en mijn vader is een donkere Indische man die plat en onverstaanbaar Drents praat. Zij hebben me volledig Nederlands opgevoed. Inclusief het eten. Allemaal Hollandse kost. Mijn vader is een meester in stamppotten en hutspot, maar een fatsoenlijke Indische rijsttafel heb ik vroeger nooit op onze keuken zien komen. Af en toe een surrogaatrijsttafel met behulp van Conimex, maar dat telt niet.

Verder hadden mijn ouders, buiten de familie van mijn vader, geen andere Indo’s om zich heen. Daar heb ik nu nog steeds een trauma van. Vooral nu ik tegenwoordig steeds vaker in Indische kringen verkeer. Tijdens het draaien van de speelfilm ‘Ver van Familie’ vlogen er woorden en termen om mijn oren, waarvan ik nu nog steeds de betekenis niet weet. Zelfs de aangetrouwde blondines hadden een ruime voorsprong op mij. Dat wil je natuurlijk niet laten merken en als acteur kan je dat gelukkig verbloemen. Acteren is een eenzaam vak.

Ik trek de lijn van schuldigen verder door, want de society valt net zoveel te blamen. Er is in mijn leven nog nooit, maar dan ook nooit iemand naar me toe gekomen die heeft gevraagd: ,,Ben jij Indisch?” Als men het al vraagt i.p.v. roept (bv.: ,,Rot op naar je eigen land, kankerturk!”) is het altijd: ,,Bent u Spaans/Turks/Braziliaans/Italiaans/Marokkaans?” Bijeenkomsten met andere Indo’s heb ik natuurlijk niet meegerekend, want daar gaat men er klakkeloos vanuit dat ik er, net als de andere kleurlingen, ook bij hoor.

Tot zover mijn leven als Indo. De volgende keer deel 2 van mijn identiteitscrisis over mijn leven als Spanjaard/Turk/Braziliaan/Italiaan/Marokkaan.

Overigens moet mij als afsluiting van het hart dat ik, ondanks de Nederlandse opvoeding, heel veel van mijn ouders hou en veel waardering heb voor de wijze waarop ze mij hebben opgevoed. Geen respect trouwens! Dat woord heeft vandaag de dag totaal geen betekenis meer. Iedereen eist tegenwoordig altijd en overal van iedereen respect. Dat volgens mij de omgekeerde wereld. Daarom staat het woord respect niet langer in mijn vocabulaire. Waardering vind ik een logische èn goede vervanger. Waardering heb je voor iemand, respect verwacht je van iemand. Normen en waarden anno 2009. Tot zover mijn preek, want al voel ik me geen Indo, ik ben zeker geen Bono.

Over de Indo Nu

Amsterdam, 3 juni 2008
door Ed Caffin

indonuOp 25 mei werd op de Pasar Malam in Den Haag de DVD “IndoNu” gepresenteerd. Een film van bijna een uur waarin Peter Bouman en Carol Burgemeestre, die de film geheel in eigen beheer maakten, de stand van zaken weergeven over de Indo anno 2008. De makers stellen verschillende vragen, zoals Wat is precies de Indische identiteit? Wat is typisch Indisch? en Hoe gaat de jonge generatie om met het Indo zijn? Ze leggen ze aan een stuk of vijfentwintig bekende en minder bekende Indo’s voor en krijgen net zo veel antwoorden. De rode lijn door de film is dan ook dat een eenduidig antwoord op al die vragen niet te vinden is.

IndoNu geeft desondanks een mooi beeld hoe de identiteit zich binnen de Indische gemeenschap in Nederland zich door de jaren heen heeft ontwikkeld. Opvallend is dat de film een groeiend bewustzijn bij de jongere generatie constateert. Indo zijn is iets geworden waar je trots op kunt zijn, terwijl de oudere generaties, voor wie Indo zelfs nog een scheldwoord was, zich, vaak vergeefs, zo onopvallend mogelijk probeerden te gedragen. Maar ook de ouderen beseffen inmiddels dat het doorgeven van hun verhaal, nu het nog kan, belangrijk is en laten zich de laatste jaren meer horen.

Wat is typisch Indisch? Dat onopvallende, zegt iemand. Of de flexibiliteit van de Indo, lui of niet lui, halus of kasar, die aan de basis ligt van de Indische mengcultuur, zegt een ander. Het altijd kunnen aanpassen, het kunnen verenigen van Europese en Aziatische elementen. En nog steeds is dat zo bij jongeren die uiting geven aan hun “Aziatische kant”. Ze doet dat op hun eigen manier; over het algemeen zichtbaarder (tatoeages en indovlaggen), uitbundiger (Aziatische feesten) nieuwsgieriger (wel vragen aan opa stellen), meer confronterend (waarom zei je daar nooit iets over dan?) en ongecompliceerder (merah putihs). Een aantal mensen die aan het woord komen in de film zijn daar blij mee, anderen vinden het maar typisch.

De film, die veel extra’s bevat –8 stukjes van elk 20 minuten over Indische thema’s- is een aanrader. Een mooie compilatie van allerlei meningen over verleden, heden en toekomst van de Indische cultuur. En ondanks de soms wat kritische geluiden van bijvoorbeeld Theodor Holman, spreekt de films mijns inziens het vertrouwen uit in de jongere generatie, zoals bijvoorbeeld Marscha Holman, die weer op zoek is gegaan naar het Indische…

Wil je de film ook zien? Hij kost 15 euro en je kunt hem bestellen bij Peter Bouman en Carol Burgemeestre. Via www.indomovie.nl of mail direct naar boutext@xs4all.nl