Wanneer dromen tastbaar worden (3)

wanneer dromen tastbaar worden (3) Roos

Verre reizen
brengen veel teweeg
ze spelen in op je gevoel
halen je uit een vast patroon
deadlines zijn er even niet
de tijd is weer van jou
achter de hout bewerkte deuren
schuilt een wereld
die je nog niet kende
uit boeken misschien
‘The Lonely Planet’
maar een boek kent geen geur
geen aanraking
een boek is soms enkel een voorbereiding
op een droom die langzaam tastbaar  wordt
voor mij althans

Ubud
‘Taxi, taxi, you want taxi?’ Geen taxi voor ons vandaag. Enkel ‘wennen’ staat op het programma. Wennen aan het klimaat, het ritme, de geur, de mensen om ons heen, cultuurverschillen. Wennen aan Indonesië. Het gevoel van ‘thuiskomen’ heb ik niet direct. Een teleurstelling? Nee, ik ben Indisch, maar ook Nederlands. Dus wat is thuis? Staat dat in je paspoort of is dat bij je familie? Wat is míjn thuis? Vragen, vragen en nog meer vragen. En ik ben nog geen 24 uur in Indonesië.

Ubud is anders. De straten zijn ongelijk. Ik struikel vaak, moet toch echt mijn voeten beter optillen. Er zijn veel winkeltjes en iedereen wil je iets verkopen. In verschillende boeken heb ik gelezen dat je moet afdingen omdat de prijzen echt te hoog zijn. Afdingen is nooit mijn sterkste punt geweest en dat lijkt nog even zo te blijven. Een oude vrouw zit voor haar winkel waar ze houten sieraden verkoopt. Ik heb een zwak voor sieraden, voor natuurlijk materiaal en voor oude mensen. Ik moet de winkel in. De oude vrouw spreekt bijna geen Engels maar met handen en voeten komen we een heel eind. Ik zie een armband die lijkt op de armband die mijn moeder ooit van haar oma Suus kreeg. Het verhaal gaat dat je minder last van hoofdpijn hebt als je deze armband draagt. Ik wil graag weten of dat hier ook zo is. Daar zit ik dan achter in de winkel naast de oude vrouw te wijzen naar mijn hoofd, terwijl ik ‘auw auw’ zeg. Sommige woorden zijn universeel toch? Ik dénk dat ze me begrijpt. ‘Yes,’ antwoordt ze. ‘You want one?’ Ik kan geen nee zeggen en waarschijnlijk betaal ik teveel, maar ik kan het niet over mijn hart verkrijgen er minder voor te geven.

Na wat langer door de straten van Ubud te hebben geslenterd is het tijd voor eten. In een restaurantje krijg ik een kaart met enkele voor mij, bekende gerechten. De soto doet mij denken aan thuis. Soto is voor mij onlosmakelijk verbonden met mijn verjaardag, mijn verjaardag is verbonden met mijn familie en mijn familie is verbonden met Indonesië. Ik neem soto. Deze is anders, maar toch herken ik de smaak. Terwijl ik eet, denk ik na. Nu ik hier ben besef ik nog meer dat dit kleurrijke land ooit het thuis van mijn opa, oma, moeder, ooms en tantes was. Dat Nederland plotseling hun nieuwe thuis werd. Maar voelde Nederland als thuis? Als ik al zoveel kleine dingen terugvind in Indonesië, de geur, de humor, het verhaal achter de armband, hoe moet het dan voor hun zijn geweest om te aarden in Nederland? Hebben ze er enkel het beste van gemaakt door een stukje Indië mee te nemen naar Nederland en dit van generatie op generatie over te dragen? Vasthouden door doorgeven? Ik weet het niet.

Belandabarbie op vakantie

Al eerder schreef ik op Indisch 3.0 over mijn grootste ergernis: “Jij Indisch? Goh, dat zou je niet zeggen!’ Zelfs op onze kumpulan en de TongTongFair overkwam het me. Ik ben toch echt Indisch, maar zie er blijkbaar heel Hollands uit. Tenminste, dat vinden de meeste Indo’s en zo ongeveer alle Nederlanders die ik tegenkom. Maar gek genoeg, hier in Spanje denken ze van niet.

Nu in het hoogseizoen de Costa Brava is veranderd in Klein Holland vullen Nederlandse toeristen de straten, restaurants en de winkels. Voor de willekeurige voorbijganger die mij voorbij ziet komen is de kans is groot dat ook ik Nederlands ben. Toch twijfelen veel spanjaarden als ze me voor het eerst zien

Veel winkel- en restaurantbediendes veronderstellen dat ik ‘een local’ ben, totdat ik in een langer gesprek in het Catalaans of Spaans wordt verraden door mijn accent. Als ik dan vertel dat ik uit Nederland kom wordt vaak tegen me gezegd: ‘Maar toch is er iets aan je dat niet Nederlands is’.

Als ik hen vraag wat dat ‘iets’ dan precies is, kunnen ze het niet uitleggen. Mijn gedrag wijkt af van de ‘gemiddelde’ Nederlandse toerist, zeggen ze, en ook mijn lichaamsbouw is in hun ogen niet Nederlands. Te fragiel. Bovendien word ik de zon vele malen donkerder dan andere Nederlanders. Dat past blijkbaar niet helemaal in hun beeld van de Hollander.

Maar gek genoeg zien veel Nederlandse toeristen me ook vaak aan voor een ‘local’. Het overkomt me regelmatig dat door een landgenoot met een ‘Hoe & Wat in het Spaans’ in de hand, naar de weg word gevraagd. Als ik vervolgens in het Nederlands antwoord, volgt een verraste blik.

Rare jongens die Hollanders. In Nederland vinden ze altijd dat ik er ‘gewoon Nederlands’ uitzie maar zodra de setting verandert denken ze spontaan dat ik ‘van daar’ ben! Kwetsend is niet het goede woord, maar ik zie natuurlijk veel liever dat ik in Nederland voor Indo wordt aangezien dan in Spanje voor Spaanse.

Uit zoete wraak laat ik tegenwoordig veel Nederlanders in de waan dat ik inderdaad Spaanse ben. Ik begin dan een uitgebreid verhaal in het Spaans of Catalaans en laat ze lekker zweten met hun woordenboekje…