Het einde van Puasa

Ticket naar de hemel

Puasa is voorbij. Als het vasten voor de laatste maal gebroken is, zie ik mijn oom met 2 grote zakken rijst in zijn handen staan. “Deze rijst is voor mensen die het hard nodig hebben,” zegt hij. “Zakat Fitrah heet dat. Het is een verplichting voor elke moslim om na het einde van Puasa 2,5 kilo rijst af te staan,” voegt hij er aan toe.

We lopen naar een tafel die als administratiekantoor is ingericht. De rijst wordt gewogen en in de opslag gelegd. Wie geen rijst in de aanbieding heeft, kan het equivalent in Rupiahs voldoen. “22.500Rp (€1,63) per persoon is de huidige koers,” vertelt een van de administrateurs. Mijn oom brengt 5 kilo rijst (voor hem en mijn tante). Als hij zijn kwitantie voor de ingeleverde rijst krijgt, grapt hij: “Yes, ik heb mijn ticket naar de hemel binnen.”Aan het einde van de avond is er in de wijk zo’n 6 ton aan rijst opgehaald en zijn er vele toegangsbewijzen tot de hemel uitgedeeld.

Inzameling van rijst voor Zakat Fitrah
Inzameling van rijst voor Zakat Fitrah. Foto: Eric Kampherbeek

Oefenen voor takbiran

In mijn eerste blog schreef ik dat ik ‘s ochtends regelmatig wakker schrok door het geluid van de Azan (die oproept tot gebed). Daar ben ik inmiddels wel aan gewend. De laatste week werd ik wakker gehouden door tromgeroffel dat tot laat in de avond doorging. De drums leken een wedstrijd met elkaar aan te gaan, wie het hardste geluid  kon produceren. “We oefenen voor takbiran,” vertelde één van de drummers.

Takbiran is een ritueel op de avond na het einde van Puasa. Jongeren lopen in een lange stoet door de straten van de kampung. Ze laten aan God zien dat ze blij zijn met het einde van Puasa en ze zijn op hun best gekleed. “Allahu akbar! La ilaha illa-llah!” schreeuwen ze. Rond 1 uur ‘s nachts is het ritueel afgelopen, maar nog tot vroeg in de ochtend rijden pickup-trucks door de straten van de kampung, onder luid geschreeuw dat Allah de grootste is en dat er geen godheid is, anders dan Allah.

Tijdens takbiran laten jongeren zien dat ze blij zijn met het einde van Puasa. Foto: Eric Kampherbeek
Tijdens takbiran laten jongeren zien dat ze blij zijn met het einde van Puasa. Foto: Eric Kampherbeek

Sholat Idul Fitri

De volgende ochtend is het weer vroeg dag. Het is 5:00 ‘s ochtends als iedereen in huis wakker wordt. Het is vandaag Idul Fitri (suikerfeest). Zowel voor moslims als voor niet-moslims is dit één van de belangrijkste dagen in het jaar. Iedereen is vrij, er mag niet meer gevast worden (ook een regel uit de Islam) en: het is feest. Op straat hangen grote spandoeken met daarop “Selamat Idul Fitri. Mohon maaf lahir dan batin,” wat zoiets betekent als “Fijn suikerfeest. Vergeef met je lichaam en ziel.”

Zo vroeg in de ochtend is het al druk op straat. Mensen in hun mooiste kledij zijn op weg naar het Alun-Alun Utara, een immens plein voor de Kraton. Rond 7 uur begint een speciale sholat (gebed) waar duizenden moslims aan meedoen. Iedereen neemt een krantje mee om op de zanderige ondergrond te leggen. Niet alleen het plein is afgeladen met mensen die met de sholat meedoen, maar ook de omliggende straten.

Sholat Idul Fitri op het Alun-Alun Utara. Foto: Eric Kampherbeek
Sholat Idul Fitri op het Alun-Alun Utara. Foto: Eric Kampherbeek

Aan de imam de nobele taak de sholat voor de duizenden toegestroomde moslims te leiden. Als een ware choreografie wordt de sholat uitgevoerd. Alleen is het gebed verdacht snel voorbij, valt me op. Later hoor ik dat de imam niet goed geteld heeft tijdens het gebed. Waar na het einde van het gebed 7 maal “Allahu akbar” uitgesproken dient te worden, heeft de imam dat slechts 2 maal gedaan.

Gunungan

Yogyakarta heeft een sultan die tegelijkertijd ook de gouverneur van DIY (Speciaal District Yogyakarta) is. Hij woont, samen met familie en staf, in de Kraton. De sultan kan gezien worden als een soort koning, net als Willem-Alexander, maar dan met macht. En rijk is hij ook. Van het vele land dat hij in het district Yogyakarta bezit, ontvangt hij veel belasting.

130808_156_Puasa_1000px
Tijdens gunungan brengen medewerkers van de Kraton een berg van groenten naar de bevolking. Foto: Eric Kampherbeek

 

Elk jaar, aan het einde van Puasa, doet de sultan wat voor het volk. Het leger van de Kraton brengt groenten en vruchten naar het plein voor de grote moskee. De etenswaren zijn samengebonden in de vorm van een piramide of berg (gunung). Vandaar de naam gunungan. Als het leger met de etenswaren aangekomen is op het plein bespringen de bezoekers massaal de “bergen van groenten” om maar zo veel mogelijk eten mee te kunnen nemen naar huis.

Als eerste de "berg van groenten" beklommen hebben, is een ware sport geworden. Foto: Eric Kampherbeek
Als eerste de “berg van groenten” beklommen hebben, is een ware sport geworden. Foto: Eric Kampherbeek

 

Als gunungan voorbij is, keert de stilte terug in de straten. Mensen gaan op familiebezoek of pakken een paar uur slaap. Waar ‘s ochtends duizenden mensen op straat te vinden waren, is het nu uitgestorven.

Puasa is ten einde

Puasa is voorbij en het normale leven in Yogyakarta kan weer beginnen. Ik heb het geluk gehad de islamitische vastenmaand van dichtbij mee te mogen maken. Waar mensen in eerste instantie wat terughoudend waren tegenover de Indo die een fotodocumentaire wilde maken, bleek toenadering tot de geloofsgemeenschap uiteindelijk makkelijker dan gedacht. Wel ben ik elke dag meerdere malen uitgenodigd om ook moslim te worden, maar niemand die een gesprek met deze niet-moslim weigerde.

In mijn blogs van afgelopen maand heb ik geprobeerd een inkijk te geven in de maatschappij van Yogyakarta tijdens Puasa. Er zijn nog vele verhalen te vertellen en nog meer fotomateriaal om te laten zien. De fotodocumentaire die ik gemaakt heb, komt hopelijk snel in boekvorm uit, en gaat dieper in op de leefwereld tijdens Puasa in Yogayakarta. Je kunt de ontwikkelingen van de fotodocumentaire op mijn website volgen.

Terima kasih banyak dan sampai jumpa lagi! – Veel dank en tot ziens!

Niet-moslims tijdens Puasa in Yogya

Een lucratieve maand

“Tambah lagi! Tambah lagi!” Regelmatig word ik met dit zinnetje op vriendelijke, doch indringende toon gemaand nog meer eten op te scheppen. Meestal zit ik al vol van het eten van vijf minuten geleden, maar dat mag niet baten. Eten aanbieden is een manier om aan te geven dat je blij bent dat iemand er is. Althans, dat denk ik. Een andere verklaring zou kunnen zijn dat ze hun gasten zo snel mogelijk met buikkrampen weer naar huis willen hebben.

In dat opzicht is de vastenmaand Puasa een hele verandering binnen de Indonesische cultuur. Als ik nu mensen bezoek, krijg ik meestal geen eten of drinken aangeboden. Niet dat mensen verwachten dat ik ook mee doe met vasten, maar een beetje solidariteit met diegenen die vasten wordt er wel gevraagd.

Veel eetstalletjes zijn of helemaal of half gesloten overdag. Foto: Eric Kampherbeek

Verkoop kelapa muda

Bij niet-moslims heerst er een heel andere sfeer. In tegenstelling tot mijn oom en tante, bij wie ik verblijf, is een andere tak van mijn familie protestant. Zij doen niet mee met de vastenmaand. In huis verandert er daar niet veel tijdens deze periode. Wel is voor hen Puasa een lucratieve maand. Elke namiddag verkopen ze verse kelapa muda langs de kant van de weg. Moslims kopen bij hen het verse kokossap om het vasten mee te breken.

Verse kelapa muda voor 7000Rp – €0,52. Foto: Eric Kampherbeek

Vasten met Pasen

Pak Daniel, dominee. Foto: Eric Kamperbeek.

Op de christelijke universiteit ontmoet ik Pak Daniël. Hij is dominee van een protestantse kerk in Yogyakarta. Afgelopen zondag zag ik hem preken. Als een ware cabaretier schudde de dominee de ene grap na de andere uit zijn mouw. Uiteindelijk natuurlijk met een serieuze, aan de bijbel gerelateerde, boodschap. Maar, ondanks dat, best vermakelijk om naar te luisteren.

Pak Daniël vertelt dat zo’n 25% van de bevolking in Yogyakarta christelijk is. Sommige christenen vasten ook. Niet nu, tijdens Puasa, maar rond de periode van Pasen. Anders dan voor moslims, is het vasten voor christenen niet verplicht. Velen kiezen ervoor om niet mee te doen. Een ander verschil is dat het straatbeeld niet verandert als christenen vasten. De rituelen rond Pasen vinden in de kerk plaats, niet erbuiten.

Een bouwvergunning voor een kerk wordt nauwelijks verstrekt.

Als ik weer naar buiten loop zie ik een groot bord voor de christelijke universiteit hangen: “Selamat menunaikan ibadah puasa.” Vrij vertaald staat er: “Fijne vervulling van de maand puasa.” Zouden de islamitische universiteiten ook zo’n spandoek ophangen als christenen aan het vasten zijn?

Spanningen

Zo op het eerste gezicht lijken er geen noemenswaardige spanningen te zijn tussen verschillende geloven. Maar dat schijn kan bedriegen, blijkt als ik een lid van de kerk spreek. Hij doet zijn beklag over de vele moskeeën in Yogyakarta. “Iedereen kan een moskee bouwen hier,” vertelt hij. “Maar een vergunning voor het bouwen van een kerk krijgen is onbegonnen werk. Die wordt zelden tot nooit afgegeven.”

Hier in Yogyakarta is het nog niet tot grote confrontaties gekomen tussen verschillende geloven. De Yogyakartaanse overheid heeft ook verboden zogenaamde ‘sweepings’ te houden. Een groep van hardliners wil tijdens Puasa nog wel eens orde op zaken stellen, door winkels en cafés waar sterke drank verkocht wordt, in brand te steken. In cafés is dan ook geen druppel alcohol te krijgen (en geloof me, ik heb gezocht). Voor alcohol zul je je toevlucht moeten zoeken tot toeristencafés.

‘Sweepings’ zijn verboden in Yogyakarta.

Kejawen en de Islam

Eerder schreef ik over de verschillende geloofsopties die een Indonesiër heeft. Dat mensen uit een lijst moeten kiezen, geeft al aan dat niet elke religie geaccepteerd wordt. Als ik mijn oom en tante vertel dat ik ga fotograferen bij het ritueel kungkum, kijken ze me verschrikt aan. Kungkum is een ritueel waarbij mensen midden in de nacht mediteren in een rivier. Naakt. Om tot zichzelf of tot een hogere macht te komen. Het ritueel kungkum maakt onderdeel uit van kejawen – Javaanse spiritualiteit. Er zijn moslims die hier aan meedoen, maar door de traditionele islam wordt het verboden. Er wordt zelfs een beetje neergekeken op kejawen, omdat het geen echte religie zou zijn.

 

Mijn oom en tante zijn bang dat ik een link tussen hun Muhammadiyah-islam en kungkum ga leggen. Zij willen niet geassocieerd worden met mensen die een eigen islam gemaakt hebben. Ik probeer hen gerust te stellen door uit te leggen dat ik heus de link met de Muhammadiah-gemeenschap niet zal leggen. “Kungkum is niet toegestaan voor moslims,” vertelt mijn oom. “Het ritueel is dat mensen in de rivier mediteren. Sommigen bidden er zelfs bij. Maar bidden doe je tijdens de sholat en niet ‘s nachts in een rivier.” Nog enigszins beduusd vertrekken ze naar de moskee voor de sholat (het gebed).

Altijd eten in huis

Moslim of niet-moslim, je kunt deze maand niet om Puasa heen. Ondanks een paar hardliners in de stad, levert het vasten door moslims niet of nauwelijks problemen op voor mensen die niet vasten. Zo is er hier in huis altijd eten. Mijn tante, die zelf een fervent vastster is, roept me als het middageten klaar staat. Zelf eet ze pas na het openbreken van het vasten.

Achtergebleven Indo's in Yogyakartaanse kampong

‘Ik dacht, ik ga gewoon eens kijken op dat adres.’

Eric Kampherbeek is 33 jaar, fotograaf en gaat in Indonesië een fotodocumentaire maken over Puasa, de vastenmaand. Daarover gaat hij bloggen op onze Ngroblog. Terwijl ik hem hierover interview, vertelt deze derde generatie Indo en passant een aangrijpend verhaal over achtergebleven Indo’s in een kampong in Yogyakarta: zijn achtergelaten ooms.

Eric en ik ontmoeten elkaar in het Kicking Horse café van Boekhandel Paagman, het officieuze meeting point in het Haagse Statenkwartier. Rechts van ons zit een oudere Indischman de krant te lezen. Tijdens het interview zal hij een keer opkijken naar Eric, als die vertelt over zijn ontmoeting met zijn tante. Achter Eric zie ik een jongere Indischman met zijn zwangere vrouw. Nog even en we zijn hier in de meerderheid.

Ansichtkaart dieEric bij zijn oma in huis vond met daarop het adres in Yogyakarta - "Fijne kerstdagen en een gelukkig nieuwjaar 1957". Archief Eric Kampherbeek.
Ansichtkaart die Eric bij zijn oma in huis vond met daarop het adres in Yogyakarta – “Fijne kerstdagen en een gelukkig nieuwjaar 1957”. Archief Eric Kampherbeek.

Ansichtkaart uit 1960

‘Voordat ik in Indonesië was geweest, had ik er niets mee, met mijn Indische achtergrond. Mijn oma vertelde er nooit over. Ik noemde mezelf ook geen derde generatie, ik wist niet dat dat zo heette. Op een dag vroeg ik mijn oma of ik haar archief mocht bekijken. Het was niet echt een archief hoor, het waren allerlei documenten bij elkaar, onder meer over mijn opa’s KNIL-verleden. Het mocht. Ik kwam een ansichtkaart tegen uit 1960, uit Yogyakarta, waar mijn oma vandaan kwam. Ik heb die kaart ingescand en op mijn laptop gezet. Toen ik in 2011 voor het eerst op vakantie was in Indonesië, dacht ik: ‘Ik ga gewoon eens kijken op dat adres, misschien weten die mensen wel meer over onze familie.’

Misschien weten die mensen wel meer over onze familie, dacht ik.

Nichtje van mijn opa

‘Daar stond ik dan, met aantekeningen van die kaart en mijn familienaam. Ik klopte aan en vertelde dat ik uit Nederland kwam. Eerst leidde het gesprek nergens toe. Een jongen kwam naar buiten, maar kon me niet helpen. Zij haalde iemand erbij, een vrouw. En zij zag wel wat. Ze vroeg me om mijn naam, keek naar mijn gezicht en staarde naar mijn aantekeningen. Toen zag ik dat ze begon te huilen. Zij bleek het nichtje van mijn opa te zijn en vertelde me voor het eerst het verhaal van mijn oma.’

Achtergelaten kinderen

‘Mijn oma bleek nog meer kinderen te hebben dan wij in Nederland wisten. Ze bleek twee kinderen achter te hebben gelaten toen ze naar Nederland vertrok. Daar wisten wij niets van. Wij wisten alleen dat ze nog familie in Yogyakarta had en dat mijn oma het contact had verbroken, omdat zij te vaak om geld en kleren begonnen te vragen. Deze tante vertelde me een andere versie. Dat één van de twee achtergelaten kinderen weer contact met haar wilden en dat mijn oma daarom het contact had verbroken.’

Middenin de kampong

‘Eén van die twee kinderen woonde 300 meter verder en ze gaf me het adres. Via de smalle gangen van de kampong kwam ik bij het kleine huisje. Daar zat een jongen koffie te drinken en kretek te roken. We kwamen samen al snel tot de conclusie dat we dezelfde oma hadden en dus neven waren. Mijn oom Sukardi zou later arriveren.’

Sukardi (l) en zijn zoon Brian (r) vlak nadat Eric hen voor het eerst ontmoette. Foto: Eric Kampherbeek.
Sukardi (l) en zijn zoon Brian (r) vlak nadat Eric hen voor het eerst ontmoette. Foto: Eric Kampherbeek.

“Onbekend!”

‘Terug in Nederland vertelde ik mijn moeder over mijn ontmoetingen. Ze vond dat ik de schone taak op me mocht nemen, om mijn oma erover te vertellen. Mijn oma hoorde dat ik in Yogyakarta geweest was. “Wie heb je daar allemaal ontmoet,” vroeg ze meteen, alsof ze het aanvoelde. Ik liet haar foto’s zien van haar twee zoons, kleinkinderen en van mijn tante, de nicht van mijn opa. “Onbekend! Onbekend! Onbekend!” zei ze bij elke foto. Ze ontkende alles. Ik wist niet wat ik meemaakte. Naderhand begon ze mijn oom, die dus twee volle broers in Indonesië had, maar ons daar nooit over had verteld, en mijn moeder en mijn tantes er meer over te vertellen. Ook over het huwelijk met haar eerste man, die ze in Indonesië had verlaten. Met mijn opa was ze in 1950 naar Nederland gekomen.’

Mijn oma ontkende alles. Ik wist niet wat ik meemaakte.

Dezelfde kansen

‘Sukardi en de rest van de familie daar hebben we naar Nederland laten overkomen, om mijn oma te ontmoeten. Dat was erg emotioneel. Bijzonder was de communicatie; mijn oma sprak geen Bahasa Indonesia, alleen een mondje Pasar Maleis. Toch verstonden ze elkaar prima. Op dat moment realiseerde ik me wat de impact van haar keuze was geweest. Stel je voor dat zij de twee oudste kinderen uit haar eerste huwelijk wel mee naar Nederland had gebracht. Zij hadden dan dezelfde kansen gehad als bijvoorbeeld mijn moeder en waren ze niet in de kampong terechtgekomen.’

Geen antwoord

‘En natuurlijk wilde Sukardi weten waarom ze haar kinderen daar had achtergelaten. Ze gaf er geen antwoord op. Kort na het bezoek van onze familie is mijn oma overleden. We zullen het antwoord nooit krijgen. Het enige wat we erover weten, is dat ze gevlucht is van haar eerste man en in Surabaya getrouwd is met mijn opa. De rest blijft fantaseren en speculeren.’

‘Landa, de Hollander’

‘In het contact met mijn familie daar, ben ik gefascineerd geraakt door de Indonesische cultuur. Als ik er ben, slaap ik bij ze, in de kampong. Compleet met kakkerlakken en cicaks. Ik voel me daar een enorme Hollander, terwijl ik me in Nederland echt een Indo voel. ‘Landa’ noemen ze me daar, Hollander. Mijn oom noemden ze Pak Landa, omdat hij blauwe ogen had.’

 

 

Het huis waar Eric's oma vroeger woonde en Sukardi nu al zijn hele leven woont.  Foto: Eric Kampherbeek
Het huis waar Eric’s oma vroeger woonde en Sukardi nu al zijn hele leven woont. Foto: Eric Kampherbeek

Afwijkende gebruiken tijdens Puasa

‘Puasa in Yogyakarta is anders dan in de meeste steden op Java. In Jakarta bijvoorbeeld, is het nogal modern. In Yogyakarta is het traditioneler. Bovenden zijn er gebruiken die nergens anders in Indonesië voor schijnen te komen, zoals het Padusan en het Gunungan. Padusan is een massale rituele wassing aan het strand. [lachend] De vorige keer is dat nog helemaal misgelopen, omdat er een kwallenplaag was en tientallen mensen gebeten waren.’

 Ik ben beleefder sinds ik met mijn Indonesische familie omga.

Onafhankelijke journalistiek

‘In de ngroblog ga ik om de week portretten plaatsen van mensen uit verschillende bevolkingsgropepen. Hoe ervaren zij die weken? Het principe van onafhankelijke journalistiek kennen ze nog niet echt daar. Als ik vertel dat ik mee wil met de FPI, Front Pembela Islam (Front ter Verdediging van de Islam), dan krijg ik te horen: “Maar waarom? Je bent het niet met ze eens?”

Fascinerende beleefdheidsvormen

‘Tja, wat is het in de Indonesische cultuur dat me zo fascineert. In de eerste plaats dat ik er zelf familie heb, en dat ik dingen van ze leer die ik nooit geleerd heb. De beleefdheidsvormen daar vind ik fascinerend. Hoe begin je een gesprek, hoe maak je kennis? Ik ben minder direct geworden en beleefder sinds ik met mijn Indonesische familie omga. Tot slot is Indonesië een jong land. Zeventig jaar na de onafhankelijkheid in 1945 – want 1949 zegt ze niets – gaat er veel niet goed en toch klagen Indonesiërs niet meer dan Nederlanders. Ze klagen niet over hun armoede. Ze schamen er vooral voor.’

Eric Kampherbeek (Enschede, 1979) is freelance fotojournalist en zet voornamelijk zijn eigen projecten op. Zijn fascinatie voor andere landen beperkt zich niet tot Indonesië  Hij is ook in Libië en Zuid-Soedan geweest, bijvoorbeeld. Op www.lacouleur kan je zijn werk bekijken. In juli publiceert Eric in de ngroblog op Indisch3.nl.

Eric Kampherbeek portret
Foto: Eric Kampherbeek