Rivier de Lossie – Alfred Birney

alfred-birney-rivier-de-lossie1

Sinds 1 mei ligt het nieuwe werk van Alfred Birney in de boekwinkels. Negen jaar na zijn laatste boek, de roman Het verloren lied, is er nu de novelle Rivier de Lossie. Het is een mysterieus verhaal over een man, Birnie, die in een vergeten stuk Schotland op zoek gaat naar zijn Schotse wortels en daar een vrouw ontmoet. Voor Indisch 3.0 las ik het boek. Een aanrader? Ja.

Hoewel ik weinig van het eerdere werk van Alfred Birney ken, valt zijn heldere vertelstijl in vaak korte zinnen direct op. In kleine hoofdstukken ontvouwt zich langzaam maar, zeker in het begin, een wat merkwaardig verhaal over een muzikant, die in z’n eentje een aantal dagen naar Schotland vertrekt en intrekt in een hotel in het dorp. Door de hoofdstukken heen worden de strofen van een lied genaamd The Ferryman’s Daugther geweven van een artiest genaamd Donovan. Het lijkt erop dat de mysterieuze Hazel die Birnie ontmoet aan de Rivier de Lossie, en met wie hij een wandeling langs de rivier maakt, iets weg heeft van de vrouw in het lied.

Donovan – The Ferryman’s Daugther

Vanwege de zoektocht naar wortels zal het verhaal oudere en jongere Indo’s aanspreken. Is het daarmee een Indisch boek? Ja en nee. Ja, want de hoofdpersoon en de schrijver zijn Indo’s . Nee, want de thema’s zijn universeel. Net als bij de meeste boeken die door Indische schrijvers geschreven zijn doet het er niet echt toe of het boek wel of niet Indisch is, een veel belangrijke vraag is wat het de lezer nu precies wil vertellen. Juist dat laat zich moeilijk vangen; de gelaagdheid van het boek geeft de gelegenheid tot vele interpretaties. In het verhaal zijn uiteindelijk een aantal verschillende thema’s te herkennen. Soms gaat het over de liefde, dan over identiteit, herinnering of de zoektocht naar afkomst en geschiedenis van in dit geval een muzikant van Indische komaf.

Zoals Kirsten eerder schreef op deze blog kunnen die Indische wortels in verre landen liggen als Indonesië of China, maar ook in landen dichterbij; ergens in een vergeten uithoek van Europa bijvoorbeeld. Dat geldt uiteraard niet alleen voor Indische mensen, maar ook voor heel veel andere mensen met een gemengde achtergrond. Net als de hoofdpersoon vragen veel van die mensen zich nauwelijks hardop af wie ze zijn en waar ze vandaan komen. Het antwoord op die vraag bevindt zich soms een oceaan verder, of, zoals Birnie zich beseft, over een onoverbrugbare zee van tijd.

Doet het er eigenlijk echt toe om precies te weten waar je vandaan komt? Ik weet het niet. Wat ik wel weet is dat Alfred Birney met het verfijnde en gelaagde proza in deze novelle, eindelijk weer van zich heeft laten horen. Gelukkig maar.

Alfred Birney – Rivier de Lossie – Uitgeverij In de Knipscheer (2009) -104 blz.

Bestel het boek

Doe mij maar Europa

EuropaMet de Europese Parlementsverkiezingen in aantocht, realiseer ik me dat ik in mijn paspoort  bij nationaliteit het liefst ‘Europese’ zou hebben staan. Ik zou me daar meer in herkennen dan in ‘Nederlandse’. Dat heeft er allereerst mee te maken dat ik me regelmatig schaam voor wat in dit bekrompen, luidruchtige Nederland gemeengoed is. Asielzoekers in leegstaande gevangeniscellen plaatsen, het heilige streven naar Zuinigheid en de afstompende botheid zijn daar maar een paar voorbeelden van. 

Maar ik zou de Europese nationaliteit vooral willen dragen omdat die mijn afkomst veel beter weerspiegelt dan de Nederlandse. Ten eerste is Europa is de helft van de reden dat wij de naam Indo-Europeaan dragen; zoals elke Indo heb ik een aardige West-Europese delegatie in mijn stamboom. Daarnaast voel ik me vanwége die afkomst meer op mijn plek in een samenleving die bestaat uit een breed scala van volken en culturen, dan eentje van oranje eenheidsworst.

Toch hoor ik maar weinig over derde generatie Indo’s die op reis gaan naar het land van hun Europese voorvaderen. Naar Indonesië wel. Ook ik ben inmiddels aan het sparen voor een rootsreis naar het land van mijn ouders. En ja, ook ik voel een band met Indonesië, ondanks dat ik in Nederland geboren en getogen ben. Maar ik voel me ook verbonden met Schotland, Duitsland en Portugal, waar mijn voorvaderen vandaan kwamen.

Vroeger was het in Indische kringen gebruikelijk  om je voor te staan op je Europese afkomst. Het was  in die tijd not done om over jezelf te zeggen dat je een Indo was. Tantes van mij vertelden daarom dat ze Italiaans waren; dat was chique en geloofwaardiger dan Hollands, want ze leken natuurlijk in de verste verten niet op Dik Trom.  Lijkt het maar zo of zijn we tegenwoordig eerder geneigd onze Indonesische wortels te benadrukken dan de Europese?

De voorkeur voor Indonesië ten opzichte van Europa bij jonge Indo’s kan je eenvoudig verklaren. Het is de plek waar onze ouders geboren zijn. Dat land is een vanzelfsprekendere start voor het verkennen van je achtergrond dan in meerdere Europese landen op zoek gaan naar sporen van voorouders die om schimmige redenen naar Nederlands-Indië gekomen zijn. Het is in Indonesië al moeilijk zoeken, maar waar moet je in hemelsnaam beginnen in Portugal?

In hoeverre speelt bij de keuze van het land waarin we onze rootsreis uitvoeren, trouwens mee dat de Europese kant de ‘foute kant’ was? Als ik kijk naar mijn familie, dan is het niet onwaarschijnlijk dat door toedoen van mijn Europese voorouders minstens één Sumatraan, Atjeeër, Javaan of andere Aziaat het leven gelaten heeft. Europeanen waren de koloniale heersers in Azië, de meeste Schotten en Duitsers kwamen naar Indië als huurlingen van de VOC en de Portugezen waren heer en meester in Indië en omgeving voordat de VOC er zijn vlag plantte. 

Maar vertel, hoe zit jij hierin? Ben jij ooit van plan naar het land van je Europese voorouders te gaan, op zoek naar een de vertakkingen van je wortels?