Fotoreportage I3@TTF

Voor het tweede verslag van de 53e Tong Tong Fair bezocht fotograaf Tabitha Lemon de afgelopen week de het festival. Voor Indisch 3.0 maakte zij deze mooie fotoreportage.

 

De grote zaal van de Tong Tong Fair (c) Tabitha Lemon / Indisch 3.0

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Reportage I3@TTF

De 53e editie van de koude en winderige, dan weer warme en zonnige Tong Tong Fair is halverwege. Nieuwsgierig naar het veelbelovende programma nam Indisch 3.0 een aantal dagen een kijkje op het grootste Indische festival van de wereld. Een impressie.

Hoewel nog steeds het grootste Indische festival, de opzet is dit jaar kleinschaliger. Al bij aankomst valt dat op: het kenmerkende balkonterras boven de ingang is er niet meer. De opkomst lijkt echter prima: de rij voor de ingang op zaterdag is lang.

Ook gaat de kleinere opzet niet ten koste van de sfeer. Sterker nog, de sfeer is heerlijk. In het Indonesië paviljoen hangen de bekende geuren en in de Eetwijk is het, zelfs op rustige dagen, gezellig druk. Hier en daar worden gratis hapjes en drankjes uitgedeeld en op de warme dagen roept de organisatie over de intercom dat we genoeg moeten drinken. Kortom, er wordt goed voor ons gezorgd.

Theater

Het programma heeft dit jaar veel aandacht voor (jonge) theatermakers. Zo speelt VILT de voorstelling Rauwe Sprookjes in het Bibit Theater. Het is een dynamische, grappige en ontroerende voorstelling van Jeannie Charlene en Frank Irving, (samen theaterduo VILT) die zich afvragen hoe het zit met hun achtergrond. Jeannie heeft een Sumatraanse vader, Frank heeft Papua-roots, maar wat dit nou betekent? Erg grappig, mooi gezongen en gespeeld, en herkenbaar in het zoeken naar identiteit.

Enthousiaste bezoekers stonden na afloop in de rij om iets in hun gastenboek te schrijven. Ook I3-er Elsbeth Vernout is op de TTF te zien, met haar schitterende voorstelling Deze en Genen Speciaal, waarover we eerder op deze blog berichten. Op 5 juni is zijn nog te zien met deze voorstelling op het Pindakaas-festival.

Boeken

Daarnaast worden er ook een paar nieuwe boeken gepresenteerd. Op zondag interviewt Alfred Birney bijvoorbeeld schrijfster Griselda Molemans over haar nieuwe boek Oog van de Naald. Lees hier een korte reportage.

Op maandag presenteert Nigel Barley in het Bibit theater zijn boek The Island of Demons. Het is een verhaal over het leven van Walter Spies, een rus met een Duitse vader, die door zijn komst volgens de schrijver het Indonesische eiland Bali voorgoed veranderd heeft. Luisteren naar het interessante verhaal wordt enigszins bemoeilijkt door de hitte in de tenten, maar is zeer de moeite waard.

Muziek

Natuurlijk krijgt ook dit jaar de muziek veel aandacht in het programma. De eerste paar dagen gonsen de namen Balawan en Makana rond op het festival. Op vrijdag, zaterdag en zondag staan de respectievelijk Balinese en Hawaiiaanse topgitaristen samen in het programma North Sea Paradise op het podium. Afzonderlijk geven ze enkele workshops in het Bengkel Theater. Een verslag van een workshop van Makana door Kirsten Vos is hier te lezen.

Een van de hoogtepunten is het misschien wel allerlaatste concert van legende Andy Tielman op zaterdagavond. Andy is ernstig ziek, en dit was een groots en ontroerend optreden. In een bomvol Bintang Theater speelt hij nog één maal zijn nummers, samen met band. Vooraf was niet zeker hoe lang hij het vol zou houden. Af en toe ging hij zitten, maar dan ging hij toch weer door. Met als gevolg dat het concert 20 minuten tot een half uur uitliep.

Stand van de zon, maan en sterren

Ook Hetty Naaijkens en haar zoon Jasper Naaijkens zijn dit jaar weer te gast op de Tong Tong Fair. Ze presenteren samen de DVD-box Stand van de zon, de maan en de sterren met daarin de gehele trilogie van documentaires over de Indonesische familie Sjamsjuddin.

De prachtige scenes uit de drie films zijn natuurlijk veel te kort, maar tot slot heeft Jasper nog een leuk nieuws: de grote Amerikaanse tv-zender HBO heeft Stand van de Sterren aangekocht en gaat proberen om een Oscar-nominatie binnen te slepen voor beste documentaire! Binnenkort hoopt Indisch 3.0 daar meer over te vertellen.

Eten?

Enneh, dan toch nog even over het eten… Dat is ook vaak overheerlijk, zoals bij de Veranda (catering door Didong), Warung Agung, Depot Pondjok en Toko Oen. Op zondagmiddag wordt de zilveren rijstlepel voor het “beste restaurant” uitgedeeld aan Restaurant Anugerah. Daar morgen maar heen dan?

TTF 2011: Misdaad en Indocultuur in LA

Griselda Molemans vertelt Alfred Birney over Oog van de Naald. TTF2011, 25 mei, Bibit-theater.(c) Kirsten Vos/ Indisch3.0

Boekpresentatie Oog van de Naald

In het nieuwe Bibit/Bintang-theater presenteerde Griselda Molemans (o.a. Zwarte huid, oranje hart) afgelopen week haar nieuwste boek, Oog van de Naald. Oog van de Naald is een thriller waarin journaliste Fay Pizarro het mysterie onderzoekt van een tattoo-maniak in LA die vrouwen op hun voorhoofd tatoeëert. Molemans woont in Los Angeles, Californië: niet toevallig dus, dat het boek zich daar afspeelt. Een impressie van het gesprek dat Alfred Birney met de schrijfster voerde, over de Indocultuur in LA en Oog van de Naald.

Griselda Molemans (c) Kirsten Vos/ Indisch 3.0 2011
Griselda Molemans (c) Kirsten Vos/ Indisch 3.0 2011

Bijzonder is niet zozeer dat het een thriller is. Bijzonder is dat de hoofdpersonen Indo’s zijn, veel details in het boek Indisch zijn én de ontknoping (wat die ook is..) een Indisch karakter kent. In het boek wordt bijvoorbeeld veel over eten geschreven. Zo trekt Fay, aldus Birney, op een gegeven moment zelfgemaakte bami uit de ijskast.

Molemans: ‘Ja, Fay heeft een Indische moeder en een Indo-Afrikaanse vader en is heel erg opgevoed met “Eten is het vertrekpunt van alles.” In eerdere versies kwam Indisch eten nog veel meer voor in het boek. Totdat mijn redactrice zei: “Luister, ik vind het heel leuk wat je schrijft, maar moet er nou heel de tijd bami goreng udang uit de kast getrokken worden? Kan dat wat minder?” Ik heb er dus wat bami uitgehaald, kan je zeggen.’

Birney leest een passage voor uit het boek, waarin de hoofdpersonen zich voorstellen als tweede generatie Indo’s. De schrijfster: ‘Wat ik beschrijf is een ontmoeting op een Indonesische markt, ooit opgezet vijf jaar geleden in een deelgemeente vlakbij Pasadena. Daar komen ook heel veel Indische mensen. Elke zaterdagochtend, om een uur of 9, gaan de kraampjes open. Iedereen gaat dan lekker makan en met mekaar zitten kletsen. Het grappige is dat de Indo’s zich aan elkaar, als een soort tweede natuur, heel makkelijk als eerste, tweede of derde generatie voorstellen.’

Molemans laat zien waar de AVIO ligt. (c) Kirsten Vos/ Indisch3.0 2011
Molemans laat zien waar de AVIO ligt, de Indische soos die opgericht is door niemand minder dan Tjalie Robinson zelf. (c) Kirsten Vos/ Indisch3.0 2011

Veel Indo’s in de VS worden aangezien voor Mexicanen. Dat ligt heel gevoelig, legt Molemans uit. ‘Indo’s zeggen: “Luister, wij hebben allemaal moeite gedaan om te emigreren onder een bepaalde wet, we hebben keihard moeten werken. En de meeste Mexicanen, het is pijnlijk om te zeggen, steken illegaal de grens over.” Sommige Indo’s maken er misschien handig gebruik van en laten zich casten als Mexicanen in films. Maar verder kom ik alleen maar hele pijnlijke situaties tegen.’

Indo’s in LA zijn behoorlijk actief.  ‘Vast markeer punt is 15 augustus, vertelt Molemans. ‘Dan worden er eerst bloemen gelegd op de National Cemetary en daarna gaat iedereen naar de AVIO, er is dan een groot feest ’s avonds, iedereen keurig in pak, en dan wordt er ook gedanst. Dat is altijd stampvol, erg goed bezocht. Daar zie je dan ook, opmerkelijk genoeg, heel veel kinderen en kleinkinderen meekomen. Dat is ontroerend om te zien.’

Indische jongeren in LA zijn zich erg bewust van hun Indo-roots, sluit Griselda af. ‘Veel jongeren komen niet met hun grootouders en ouders mee naar de AVIO, omdat ze geen Nederlands spreken. En ouderen denken vaak dat de Indische cultuur zal uitsterven. Maar ze komen wel naar de herdenking op 15 augustus, en er zijn veel jongeren die Bahasa Indonesia gaan leren, naar Indonesië op reis gaan, zelfs Balinees leren dansen. De Indische jongerencultuur in LA is erg levendig.’

In Oog van de naald speelt reporter Fay Pizarro de hoofdrol. Via een serie artikelen over sterren met tatoeages komt ze in Los Angeles op het spoor van een maniak die vrouwen ontvoert, drogeert en in hun gezicht tatoeëert. Een ontdekking die niet zonder gevaar is. Oog van de Naald is deel 1 van een nieuwe thrillerserie, met Fay Pizarro in de hoofdrol. Bekijk o.a. de voorpublicatie op www.oogvandenaald.nl. In juni, de maand van het spannende boek, verschijnt op Indisch3.0 een recensie over deze thriller.

TTF 2011: Gitaarheld Makana in Bengkel

De afgeladen Bengkel-zaal verraadt de populariteit van de jonge man op het podium, de schelpenketting om zijn nek verraadt een tropische afkomst. Ik ken hem nog niet, de Hawaiiaanse gitaarvirtuoos Makana. Na de masterclass ben ik, gitaar-newbee, om en snap ik waarom slack key gitaar zo bij Indo’s past.

Makana masterclass Bengkel TTF 2011 (c) Kirsten Vos/ Indisch 3.0 2011
Makana masterclass Bengkel TTF 2011 (c) Kirsten Vos/ Indisch 3.0 2011

Makana, ik gok dat hij een jaar of 30 is, legt in het Engels uit wat slack-key gitaar is. ‘Slack-key gitaar is net zoiets als de Spaanse flamenco en de blues uit New Orleans. Het is een typisch Hawaiaanse, volkse muzieksoort. Het verhaal gaat dat het begonnen is met de komst van ‘cowboys’. Die brachten gitaars mee en maakten Hawaianen bekend met het instrument. Toen de cowboys vertrokken, hebben de Hawaianen hun eigen draai gegeven aan gitaarmuziek.’

Slack key gitaar betekent, als ik het goed begrijp, dat je de toetsen, waarmee je de klanken van de gitaarsnoeren instelt, meer ‘ruimte’ (=slack) geeft, waardoor je een – in mijn eigen woorden – galmend, resonerend geluid krijgt. Grappig, ik heb daar niet eerder bij stilgestaan, maar dat is inderdaad hoe ik de klank van Hawaiiaanse muziek zou omschrijven. Is dat ook de parallel met krontjong muziek, trouwens?

Makana vervolgt: ‘Met de komst van missionarissen is veel wat typisch Hawaiiaans was, verboden. Slack key gitaar incluis, dus ging het underground. Het werd een erg persoonlijke bezigheid; vaders wilden het niet eens aan hun kinderen leren. Pas halverwege de vorige eeuw traden slack key gitaristen in de openbaarheid.’

Makana masterclass Bengkel TTF 2011 (c) Kirsten Vos/ Indisch 3.0 2011
Makana masterclass Bengkel TTF 2011 (c) Kirsten Vos/ Indisch 3.0 2011

Het typische Hawaiiaanse van deze gitaarstijl zit hem niet alleen in de klank, het drukt ook de Hawaiaanse levensvisie uit. Makana: ‘Bij slack key gaat het meer om het instrument dan om de gitarist. Met weinig aanraking krijg je al veel klank. Dat zie je aan mijn handen. Deze hand (waarmee hij de akkoorden aanslaat) doet het meeste werk, de hand waarmee ik de klanken vervorm het minst. Bij rockmuziek is dat juist andersom: daar zit de meeste actie juist bovenin (bij de hals).’ De gitarist concludeert: ‘So, not much is going on, but a beautiful sound is coming out’.

Tussendoor geeft de virtuoos een paar demonstraties, zoals hoe je een Portugees fadostuk kan spelen met slack key, en hoe een slack key stuk kan klinken als je de rock-techniek gebruikt. Dankzij de enthousiaste TTF-gastheer, geeft het – vreemd genoeg – chagerijnig kijkende publiek Makana af en toe een hartelijk applaus. Ik observeer Makana met bewondering. Volledig geconcentreerd sluit hij zijn ogen en laat zijn handen soepel over de gitaar glijden. Soms zie ik een minuscule glimlach om zijn lippen verschijnen, alsof hij tevreden is met de klanken die de gitaar hem wil geven. Mooi vak, gitarist.

Makana masterclass Bengkel TTF 2011 (c) Kirsten Vos/ Indisch 3.0 2011
Makana masterclass Bengkel TTF 2011 (c) Kirsten Vos/ Indisch 3.0 2011

“Die naam is misschien iets te rigoureus ingevoerd”

Interview Siem Boon, directeur Tong-Tong Fair (deel 2)

De Tong-Tong Fair (TTF) op het Malieveld in Den Haag opent morgen haar deuren. Het grootste Indische festijn van Nederland maakt zich klaar voor de 53e editie. De afgelopen jaren heeft het ‘grootste Euraziatische festival van Europa’ veel kritiek gekregen. In gesprek met Indisch 3.0 vertelde mede-TTF-directeur Siem Boon vorige week hun kant van dit verhaal. Het tweede en laatste deel van een openhartig interview.

Tekst: Kirsten Vos. Fotografie: Tabitha Lemon

Siem Boon, directeur Tong Tong Fair (c) Tabitha Lemon/ Indisch 3.0 2011
Siem Boon, directeur Tong Tong Fair (c) Tabitha Lemon/ Indisch 3.0 2011

‘Het Indische als onderdeel van de Nederlandse cultuur, met Den Haag als basis, is belangrijk voor me. Steeds komen we terug bij het startpunt dat Tjalie al voor ogen had: het Indische is onderdeel van het Nederlandse verhaal. Indische cultuur hoort bij de Nederlandse cultuurstructuur, de media, de musea, de instellingen. Het helpt als je ervan doordrongen bent dat je dit niet vraagt alleen als Indo, maar ook als Nederlander. Toch zijn we voor Nederlandse instellingen nog steeds een “doelgroep-evenement”.’

Niet bedelen

‘Als Indisch evenement zijn we daardoor voor financiering vaak doorverwezen naar  minderhedenbeleid of integratie. Waar je je vervolgens hoorde te gedragen als lieve migrant, die geen grote mond mag hebben, terwijl wij als festival al lang geen kleine speler meer zijn. We zijn het grootste jaarlijkse betaalde evenement! Sowieso vallen Indische mensen doorgaans niet onder minderheden- of integratiebeleid, omdat die gericht zijn op het wegwerken van achterstanden. Daar zijn we doorgaans blij mee en trots op, we gaan niet bedelen.’

Calimero

‘Ja, gelijkwaardigheid voor het Tong Tong Festival en voor het Indische, dat thema kan je wel zien als mijn persoonlijke missie. Ik ben daar erg mee bezig. Je wil geen Calimero-gedrag vertonen, maar wat doe je als mensen dat gedrag wel van je verwachten? Met alle respect hoor, alleen maar praten is voor ons niet genoeg. Op een gegeven moment wil je meer, je wil toezeggingen. Dat is een strijd. En dan is het wel leuk om af en toe een succesje te hebben.’

Succesjes

[glimlachend] ‘Op dit moment ligt in de gemeenteraad de aanbeveling om Den Haag als Indische stad van Europa te gaan profileren. Ook als Hindoestaanse hoor, maar in elk geval als Indisch. Geen idee of dat te maken heeft met de Haagse kandidatuur als Culturele hoofdstad, dat zou best kunnen. Ik ben daar heel blij mee. Ik ben ooit begonnen met Den Haag de Indische hoofdstad van Nederland te noemen,  ik werd somber van dat eeuwige ‘de weduwe van Indië’. Indisch Den Haag is geen weduwe meer. Natuurlijk is het Indische karakter van Den Haag veranderd. Maar nog steeds komen mensen uit binnen- en buitenland naar deze stad vanwege zijn Indische karakter. Indisch Den Haag is actueel, niet alleen maar een historisch gegeven.’

‘Het gaat dit jaar wel iets beter in het contact met de ambassade, voorzichtig aan.’

Siem Boon (links), directeur Tong Tong Fair (c) Tabitha Lemon/ Indisch 3.0 2011
Siem Boon (links), directeur Tong Tong Fair (c) Tabitha Lemon/ Indisch 3.0 2011

Pasar Malam Besar

‘Ja, onze naamsverandering. Ik vind het zelf ook niet leuk. Ik kan me voorstellen dat mensen niet wilden dat Pasar Malam Besar veranderde in iets anders. Wijzelf noemen het nog steeds de pasar hoor, wat denk jij? Maar we zijn al 20 jaar bezig met deze stap. We moesten ons gaan onderscheiden van andere evenementen om serieus genomen te worden als regulier festival in cultureel Nederland. “Goh, wat zijn jullie groot!”, zeiden journalisten regelmatig, die ons vanwege de naam vergeleken met kleine buurtpasars. Dat wilden we niet meer.’

Iets te rigoureus

‘We wilden ook nieuwe mensen trekken, een festivalpubliek gaan aanspreken. En vanuit die wens hebben we misschien iets te rigoureus de nieuwe naam ingevoerd. De dalende bezoekersaantallen hebben daar waarschijnlijk voor een deel mee te maken, ja. Mensen wisten niet dat de Tong-Tong Fair hetzelfde evenement was als de Pasar Malam Besar.  Bij de invoering van de nieuwe naam dachten we dat twee namen voeren onduidelijkheid zou opleveren.’

“Voorheen Pasar Malam Besar”

‘Dit jaar hebben we meer aandacht voor die overgang van Pasar Malam Besar naar Tong-Tong Fair. Daarom hebben we voor het eerst de naam ‘Pasar Malam Besar’ groter terug laten komen in een deel van onze uitingen. “Voorheen Pasar Malam Besar,” zoals op de poster en de cover van de Pasarkrant staat, hadden we vorig jaar ook wel. Maar dit jaar is er één extra driehoeksbordposter waarop