Dewi in Jakarta # 8: de mix van Bali

Met mijn puppy op Bali. Foto: Dewi Reijs/ Indisch 3.0 2012.
Met mijn puppy op Bali. Foto: Dewi Reijs/ Indisch 3.0 2012.
Met mijn puppy op Bali. Foto: Dewi Reijs/ Indisch 3.0 2012.

Dewi Reijs (29 jaar) is actrice en theatermaakster en gaat voor enige tijd naar Jakarta op zoek naar werk in de filmindustrie. Voor Indisch 3.0 hield ze tijdelijk een dagboek bij. Dit is alweer de laatste aflevering. We wensen haar veel succes en plezier toe!

Woensdag 22 augustus

‘Thuis’

Ik woon nog niet zo lang in mijn studio in Bali. Toch voel ik me er al helemaal thuis. Dat komt vooral door de mensen die in de straat wonen. Eigenlijk is het meer een ‘buurtje’ van twee smalle doodlopende straatjes omdat daar de rijstvelden beginnen.

"Anjing!!!!!". Foto: Dewi Reijs.
“Anjing!!!!!” Foto: Dewi Reijs.

Wanneer ik in de namiddag terugkom, loop ik soms nog een rondje met mijn puppy. De kinderen in de straat gaan dan, als een grote zwerm zoemende bijen, achter haar aan vliegen. Wat bijzonder is: het zijn lokale, gemixte en buitenlandse kinderen en iedereen speelt met elkaar. Engels, Balinees, Indonesisch – alles wordt hier door elkaar gesproken.

Ik laat mijn puppy vaak met de kinderen ‘buiten spelen’: ze wordt vanzelf weer thuis gebracht. Alleen als ik net in de ochtend wakker word is het iets minder idyllisch: mijn buurjongen staat dan voor mijn tuinhek staat en gilt heel hard ANJING!! (HOND!!). In het vervolg hoef ik in ieder geval de wekker niet meer te zetten.

In 1945 is de Republiek Indonesië onafhankelijk verklaard. Op 17 augustus is het onafhankelijkheidsdag. Nederland erkende deze datum pas in 2005. Ik probeer op deze nationale feestdag de straat uit te fietsen, maar moet halverwege afstappen. Voor mij staat een grote groep mensen die zich ergens omheen hebben verzameld. Ik hoor fanatiek geroep. Verbaasd kijk ik waar ze mee bezig zijn.

Dewi Reijs. Foto: Agung 2012.
Dewi Reijs. Foto: Agung 2012.

Ze zijn oud-Hollandse spelletjes aan het doen. Verschillende gekleurde sarongs zijn aan elkaar geknoopt en vormen samen een lang touw. Twee groepen vrouwen staan tegenover elkaar en trekken met volle kracht aan ‘het touw’ . Juist: lekker touwtrekken met z’n allen. Ik zie ook mensen ‘spijkerpoepen’. Je doet een touw om je middel met daaraan een spijker, daarna moet je proberen om de spijker in de fles ‘te poepen’. Het zie er héél grappig uit. ‘Lucu sekali’ zeg ik tegen mijn buurvrouw.

Wanneer ik even later weer op mijn fiets stap, bedenk ik mij dat ik hier best zou kunnen wonen. Niet voor de rest van mijn leven, maar misschien voor één jaar. Of twee? Wat is twee jaar op een heel mensenleven? Ik dagdroom een beetje verder. Ik heb ontzettend veel interessante en leuke mensen ontmoet de afgelopen tijd, ik ben erg benieuwd of er mooie projecten uit voortkomen.

Ik fiets naar het strand en til mijn puppy uit het mandje. Ik trek mijn slippers uit en loop door het zoute water achter haar magere beentjes aan. De zon is bijna onder maar het is nog niet koud. De natuur en het tropische weer tellen natuurlijk óók mee. Dat is iets wat mij nooit zal gaan vervelen. Binnenkort ga ik weer even naar Jakarta, dat is toch waar het allemaal gebeurd op werkgebied. Dan weer terug naar Bali en in oktober naar Nederland, naar huis.

Maar wat voelt voor mij als ‘thuis’? Voor mij is dat toch waar mijn familie en vrienden wonen. Durf ik die wel achter te laten? Het is niet dat zij hier in een uurtje zijn, met de auto of de trein. Dat is iets waar ik goed over na zal moeten denken de komende tijd.

Met dit promofilmpje gaat DewiReijs zichzelf in de markt zetten als actrice en model. Bekijk hem ook op Vimeo.

Dewi in Jakarta # 7: wat een geluk.

Bikinishoot van Dewi Reijs. Foto: Adi Wiguna.

Dewi Reijs (29 jaar) is actrice en theatermaakster en gaat voor enige tijd naar Jakarta op zoek naar werk in de filmindustrie. Voor Indisch 3.0 houdt ze tijdelijk een dagboek bij. Dit is alweer de op-een-na-laatste aflevering.

Woensdag 15 augustus

Fotoshoot

Ik moet nieuwe foto’s maken voor een modellenbureau. Ze houden in Indonesië van glamorous en totaal niet van het Europese ‘au naturel’. The Bold and the Beautiful keer twee is mijn missie. Helaas ken ik nog niet zoveel mensen in Bali. Hoe regel ik zo snel mogelijk de juiste fotograaf die gratis voor mij wil werken?

Wanneer ik mijn nieuwe buurt in Kerobokan verken kom ik iemand tegen die bij de receptie van een sportschool werkt. Ik maak een kletspraatje. Hij verteld dat hij graag fulltime als fotograaf aan het werk wil. Of ik een keer een testshoot wil doen? Achterdochtig vraag ik wat hij heeft gedaan. Niet veel, verteld hij verlegen. Ik bekijk zijn werk online. Het zijn zo weinig foto’s dat ik het niet goed kan beoordelen.  Ik twijfel of ik het moet doen. Tja….als ze de foto’s niet bruikbaar zijn dan gebruik ik ze gewoon niet. ‘Yah, saya akan coba’ (Ik wil het wel proberen) zeg ik tegen hem. Waarom niet?

De volgende dag ga ik naar een vriendin om  kleding te lenen voor mijn shoot. Ik knijp mijn billen bij elkaar en pers mijzelf in een mini rokje.  ‘Die is goed,  Bali stijl is altijd extreem kort’, zegt ze. Mmm. In de middag heb ik een afspraak met de fotograaf. We bespreken wat voor foto’s er ontbreken in mijn collectie: de bikini shots. ‘Oh my lord’ denk ik alleen maar. Ik trek een gezicht alsof ik het allemaal heel normaal vind.‘Ik heb er nog wel één in mijn koffer.’

Bikinishoot van Dewi Reijs. Foto: Adi Wiguna.
Bikinishoot van Dewi Reijs. Foto: Adi Wiguna.

Twee dagen later heb ik een tweede bespreking met de fotograaf. We discussiëren over goede locaties voor de shoot. De conclusie is weinig verrassend. We beginnen op het strand en daarna gaan we naar een villa. Dan schiet me iets te binnen. Helemaal vergeten! Een visagist! Het perfect opbrengen van make-up is geen hogere wiskunde maar het is wél een vak. Zelf kan ik nog net een beetje mascara op doen en met rode lipstick een cirkeltje op mijn wangen tekenen. …that’s it. ‘Komt in orde hoor’ zegt de fotograaf. ‘Ik bel wel iemand.’

Wat een geluk denk ik vrolijk, wanneer ik naar huis fiets. Dan gaat het verkeerd. Mijn puppy bijt in mijn hand en ze heeft haar rabiës-prik nog niet gehad. Ik ga naar de eerste hulp en krijg een prikkenfeest: twee in mijn armen, drie in mijn linkerhand in de buurt van de wond en twee in mijn billen. Ik huil dikke tranen – ik ben doodsbang voor naalden.

D-DAY: de dag van de shoot. Ik sta om 7 uur ’s ochtends klaar met een grote plastic tas volgepropt met kleding. Mijn lichaam voelt nog stijf van alle injecties. Ik probeer mijn onzekerheden voor vandaag zo diep mogelijk weg te stoppen. Dit zijn mijn favoriete obstakels: mijn bovenbenen zijn vet, mijn armen zijn hangende kipfiletjes, mijn tieten zijn te klein…en ga zo nog maar even door. STOP. Ik wil niet als een angstig haasje op de foto. Verstand op nul zeg ik streng tegen mijzelf. Uiteindelijk heb ik een geweldige dag met een professioneel team én de foto’s die ik nodig heb om verder te komen. Wat een geluk.

Dewi in Jakarta #6: besluiten

Zonsondergang op Bali. Foto: Dewi Reijs 2012.
Zonsondergang op Bali. Foto: Dewi Reijs 2012.
Zonsondergang op Bali. Foto: Dewi Reijs 2012.

Dewi Reijs (29 jaar) is actrice en theatermaakster en gaat voor enige tijd naar Jakarta op zoek naar werk in de filmindustrie. Voor Indisch 3.0 houdt ze tijdelijk een dagboek bij. Dit is de zesde van acht afleveringen.

Vrijdag 3 augustus

KAMPUNG GIRL

Ik zit op Bali. Mijn Indische familie heeft hier sinds een paar jaar een huis. Ontzettend mooi maar…. ver van de kust. Dat is iets wat voor mij best problematisch is. Ik houd van rust, toch moet de drukte van een stad voor mij altijd binnen handbereik blijven. Niet ver van ons huis zit wel een kleine kampung, slechts 5 minuten lopen over een kronkelend pad.

Ik pak de scooter en rij naar de kust. Al na een paar dagen weet ik weer hoe verslavend het strand hier kan zijn. Mijn favoriet is de zon die ‘s avonds in de zee verdwijnt en langzaam de lucht kleurt. De hemel veranderd dan van een goudgele gloed naar felrood met dunne roze slierten.

De sfeer is totaal anders in Jakarta, met een hoog ‘Het-is-hier-gezellig-vakantieman’-gehalte. Ik ga met de stroom mee en struin wat strandfeestjes af. Mijn Indonesisch gaat achteruit omdat ik veel te vaak over moet schakelen naar het Engels. Te veel expats hier.

Voor een actrice valt hier niet veel te doen. Toch heb ik, tot mijn grote verrassing, vrij snel een afspraak met een talentvolle regisseur uit Ubud. Het klikt geweldig met haar omdat we dezelfde leeftijd en interesses hebben. Een week later volgt een afspraak met een modellenbureau. Ik trek mijn luipaardhakjes uit Jakarta aan en sjees op de scooter langs de rijstvelden naar mijn afspraak. De mensen die tot hun enkels gebukt in de modder staan komen omhoog en zwaaien. Ik zie eruit als een zeldzame paradijsvogel.

Na 1,5 uur kom ik eindelijk aan. Mijn haar plakt op mijn voorhoofd en is één klittenboel geworden. Ik snel naar het toilet en probeer zo goed mogelijk mijn haar te fatsoeneren met een dun plastic kammetje. Ik open mijn laptop om mijn foto’s te laten zien. Dan zegt ze: ‘Je bent anders in het echt, op deze foto’s lijk je dikker.’ Ik kijk verbaasd naar mijn lachende wangen op één van de foto’s. Wanneer ik thuis ben ga ik in mijn ondergoed voor de spiegel staan. Ik ben ongeveer 4 tot 5 kilo afgevallen. Het zal de hitte zijn. Ik ben immers een alleseter.

Thuis voel ik mij een heuse kampung girl. Er zijn twee honden, een kat, twee konijnen en twee eenden. Buiten de poort loeit een koe en klinkt er gekakel van kippen. Dan vind ik ook nog op een vuilnisbelt een jonge pup, type ‘vuilnisbakkenras met hyena-look’, waar ik direct verliefd op word. Dieptepunt als kampung girl is wanneer er jonge konijntjes worden geboren en één voor één dood gaan voor mijn ogen. Klote natuur.

Na een week ben ik gaar van het op en neer reizen van de kust naar huis (ook door de feestjes, ja). Ik besluit een studio te huren in de buurt van het strand en koop een fiets. Dan neem ik nog een besluit. Ik cancel mijn ticket en verleng mijn visa. Ik blijf voorlopig in Indonesië. Het is nu nog niet de juiste tijd om terug naar Nederland te gaan! Senang sekali!

Dewi in Jakarta #5: spijkers zonder koppen

Pelan pelan. Foto: http://www.diewilikhebben.com/wedges-aria-zwart.html

Dewi Reijs (29 jaar) is actrice en theatermaakster en gaat voor enige tijd naar Jakarta op zoek naar werk in de filmindustrie. Voor Indisch 3.0 houdt ze tijdelijk een dagboek bij. Dit is de vijfde van acht afleveringen.

Vrijdag 20 juli

Pelan pelan Dewi

Pelan pelan. Foto: http://www.diewilikhebben.com/wedges-aria-zwart.html
Foto: http://www.diewilikhebben.com/wedges-aria-zwart.html

Alles heeft zijn eigen tempo, pelan pelan, rustig aan, jaja. Ik wil altijd direct spijkers met koppen slaan en dat werkt hier helaas niet. Met de taal loopt het niet al te vlot. Ik weet dat het onzin is, toch verwacht ik van mijzelf dat ik binnen een maand vloeiend Indonesisch kan spreken. Ik ben geen natuurtalent met talen, die knobbel zat er niet bij toen ik geboren werd.

Ik word moe van de hoge eisen die ik aan mijzelf stel. De grammatica valt vies tegen, meng, ber, di… De Indonesische woordjes vliegen met 120 km per uur mijn hoofd binnen. Bovendien bestaat er van ieder woord 3 verschillende vertalingen of meer. Vader=Ayah, Bapak, Bapa, Ludim. En dan die ‘Jakarta slang’ – weer TOTAAL anders. Iedereen die beweert dat het ‘Bahasa Indonesia’ een makkelijke taal is om te leren beschouw ik vanaf nu als volslagen idioot. Ik probeer mijzelf gerust te stellen. ‘Rome ne c’est pas faite en un jour’ JE SAIS! roep ik boos naar mijzelf.

Op werkgebied is het niet al veel beter. Het is lastig om jezelf te introduceren in een onbekende wereld waar niemand je kent. In Nederland ben ik al een tijd aan het werk, daar weet ik bij wie ik moet zijn. Ik heb altijd veel geluk gehad met werk. Nu sta ik weer onderaan de ladder. De regisseur met wie ik een afspraak had, gaat plotseling met haar gezin op vakantie. En de presentatie-pilot wordt continu uitgesteld omdat de regisseur volgeboekt is met betaalde klussen. En ik wacht naast de telefoon.

Ik baal. Ik trakteer mijzelf op een paar nieuwe schoenen van een bekende Indonesische ontwerper. Sleehak met luipaardprint. Ik kan niet wachten om ze aan te doen. De volgende ochtend pers ik enthousiast mijn platvoetjes in de hippe schoenen. Vrolijk trippel ik de huiskamer binnen. ‘Waar ga jij naar toe?’ vraagt mijn oom. ‘Saya pergi ke Universitas, kenapa?’ antwoord ik terug. Hij werpt een blik op mijn schoenen en schudt glimlachend zijn hoofd.

Ik neem de taxi naar de Universiteit. Ik stap uit, loop twee passen naar de hoofdingang, zie het verhoogde stoeprandje niet en ga keihard onderuit. Mijn kleine teen bloedt en op mijn scheenbeen zit een enorme schaafwond. Met een rood hoofd krabbel ik overeind. Ik kijk vluchtig om mij heen en vraag mij af hoeveel mensen deze gênante actie hebben opgemerkt. Ik check of mijn laptop nog heel is in mijn tas en loop snel naar mijn klas. Slechter dan dit kan het niet worden.

Dewi in Jakarta #4: kleren maken de vrouw

Kleren maken de vrouw. Dewi Reijs.

Dewi Reijs (29 jaar) is actrice en theatermaakster en gaat voor enige tijd naar Jakarta op zoek naar werk in de filmindustrie. Voor Indisch 3.0 houdt ze tijdelijk een dagboek bij. Dit is de vierde van acht afleveringen.

Kleren maken de vrouw. Dewi Reijs.
Kleren maken de vrouw. Maar welke?

Vrijdag 6 juli

Holy Virgin Mary meets Fatima

De eerste serieuze reden waarom ik ooit actrice wilde worden, is dat ik me veel mag verkleden. Ook buiten werktijd om doe ik daar actief aan mee.

Ik heb zelfs zoveel kleren verzameld, dat mijn kast wel eens aan de achterkant opengebarsten is. Toen heb ik braaf afscheid genomen van een paar stukken en in de Unicef container gedaan – om vervolgens een week later weer met nieuwe items thuis te komen.

Wanneer het op dragen van kleding aan komt, ben ik dus fijngevoelig. Vind ik. Toen ik in Jakarta aankwam, dacht ik te begrijpen hoe de vork in de steel zat maar…tromgeroffel… NEE. Een paar waargebeurde kledingdrama’s.

SCÈNE 1

Op de dag van een familiefeest kom ik in mijn gebloemde jurkje vrolijk huppelend de trap af. Binnen één seconde zie ik aan de stand van mijn tante d’r ogen dat er iets niet in de haak is. “Waar is die lange broek die je bij aankomst aan had?” vraagt ze. Ik weer naar boven om mijn saaie lange grijze broek aan te trekken. En mijn gelen wollen truitje met lange mouwen doe ik voor de zekerheid ook maar direct aan. Zijn die aanstootgevende bovenarmen van mij eindelijk bedekt. Zo.

SCÈNE 2

Besluiteloos kijk ik in mijn koffer. Ik ben uitgenodigd om mee te gaan stappen met M, de bekende presentatrice. Ik doe mijn stijlvolle leren hakjes uit Italië aan en een wapperende roze jurk. Om mijn nek zit een grote goudkleurige ketting met rammelende blaadjes. Ik kom aan in het hippe Bluegrass. M en haar vrienden komen net van een modeshow. Ik kijk naar haar hakken. Die zijn hoog in de overtreffende trap. Ik kijk om mij heen. Alle vrouwen hier dragen dezelfde torenhoge hakken met daarboven loeistrakke mini rokjes. Ik voel mij plotseling een burgertrutje en totaal underdressed.

SCÈNE 3

Ik word gebeld. Ik mag de pilot opnemen waar ik een test voor heb gedaan. Yes! Of ik langs kan komen voor een kledingdoorpas? Natuurlijk! Het is vroeg in de ochtend wanneer ik aan kom. Mijn wallen zijn nog zichtbaar. Een meisje wijst naar het gordijn waarachter ik me kan omkleden. Verbaasd bekijk ik wat ik in mijn handen gedrukt krijg: een korte jeans, bikini topje en een blouse.’Voor welke aflevering is dit?’ vraag ik ongerust. ‘Wanneer je over het strand loopt bij Ancol,’ antwoordt ze. Even later doet ze een knoop in mijn blouse. Voor het eerst sinds 15 jaar is mijn blote buik te zien. Iemand maakt foto’s. Ik zoek  een natuurlijke pose die met de minuut ongemakkelijker wordt.

Als je het mij vraagt, zijn de kledingvoorschriften hier totaal onduidelijk. Liep ik van de winter nog nakend op Bali, in Jakarta is het tonen van de huid boven de knieën en de armen not done. Logisch in een moslimland, zou je denken. Toch zijn er zat vrouwen in Jakarta die er een sletterige stijl op na houden. Hun kledingstijl is in Nederland vooral in de zomer te vinden in Amsterdam Bijlmer of in Rotterdam op de West Kruiskade. Is de keuze in Jakarta dan Holy Virgin Mary meets Fatima?

Dewi in Jakarta #3: 'Selamat datang'

Dewi Reijs (29 jaar) is actrice en theatermaakster en gaat voor enige tijd naar Jakarta op zoek naar werk in de filmindustrie. Voor Indisch 3.0 houdt ze tijdelijk een dagboek bij. Dit is de derde van acht afleveringen.

Vrijdag 29 juni.
Mijn eerste 2 weken

HUIS = RUMAH
Het huis van mijn oom waar ik verblijf is het beste te omschrijven als de villa uit de jaren ‘90 hitserie; “The Fresh Prince of Bel-Air”. Met niet één maar twee bedienden. Op mijn tweede avond heb ik een etentje in de stad. Ik weet dat het netjes is om op tijd terug te zijn, maar wat is dat hier eigenlijk? Iets voor 12-en? Ik ben natuurlijk later. Voorzichtig doe ik het hek open en loop naar de zijdeur: dicht. Dan naar de deur van de bedienden: dicht. Ik loop drie keer hetzelfde rondje en begin zachtjes met kloppen, dan bons ik iets harder: geen gehoor.

Het is beter dat ik niemand in het huis wakker maak. Mijn familie hier is moslim en ze staan elke ochtend héél vroeg op om te bidden. Ik inspecteer de zijkant van het huis. Ik trap mijn hakken uit en klim in mijn maagdelijk witte jurkje naar boven, het eerste balkon op. Daar is de deur óók dicht. Ik zie een klein raampje openstaan en wurm mijzelf naar binnen. Mijn handen zijn zwart van het vuil. Even later lig ik met bonzend hart eindelijk in bed. Plotseling gaat de deur met een zwaai open. Mijn oom en tante zijn wakker geworden, ze dachten dat er ingebroken werd.

SCHOOL = SEKOLAH
Voor alle duidelijkheid: mijn basiskennis van het Indonesisch bestaat uit woordjes die met eten te maken hebben en wat Javaanse scheldwoordjes. Ik ga naar UNIVERSITAS ATMA JAYA waar ik drie keer in de week privélessen volg. Mijn guru Ima is erg leuk en knijpt mij in mijn bovenarm wanneer ik een goed antwoord geef. Jawel, de persoonlijke benadering. Ik maak braaf mijn huiswerk en probeer zoveel mogelijk woordjes te leren. Woordjes die ik niet ken, compenseer ik met halve toneelstukjes om duidelijk te maken wat ik wil – succes is niet altijd verzekerd.

VRIENDEN = TEMAN
Ik leer al snel de ideale mensen kennen. D., mijn achterneef, een moderne jongen van begin twintig met precies hetzelfde gevoel voor humor. T. is een razend vrolijke Hollander die voor het Ritz Carlton Hotel werkt, met hem ga ik naar een expatfeestje en drink ik bier – dàt mag “thuis” niet. Daar kom ik M. tegen, een bekende presentatrice te zijn. Hopelijk kan zij mij aan een paar interessante castingbureaus helpen.

WERK = BEKERJA
Ik gooi al mijn hengels uit om contacten te leggen. Ik heb contact met een bekende regisseur. Ze wil mij ontmoeten, maar haar agenda zit propvol. Afwachten dus. Na twee weken doe ik een test als presentatrice voor een pilot-programma over de geschiedenis van Indonesië met Nederland. Ik krijg een dag van tevoren mijn tekst binnen. VIER pagina’s in het “Bahasa Indonesia”. Mijn god. Ik schakel neef D. in om mij te helpen. Tot laat in de avond oefenen we samen. Onzeker vraag ik hoe ik klink.

‘Honestly, Dewi?’
‘Yes?’
‘Like a bule’ (Lees: een illegale NL-er die net een paar woordjes uit een boekje heeft geleerd.)
Ik lach.
“Just keep on smiling, that will help you.”

Dewi in Jakarta #2: Blue Bird

Dewi Reijs (29 jaar) is actrice en theatermaakster en gaat voor enige tijd naar Jakarta op zoek naar werk in de filmindustrie. Voor Indisch 3.0 houdt ze een tijdelijk dagboek bij. Dit is de tweede van acht afleveringen van deze serieblog.

Dinsdag 12 juni.

“BLUE BIRD”

Ik voel altijd een licht positieve spanning wanneer ik op reis ga. Een tintelend gevoel in mijn onderbuik, dat verhoogd wordt door het afscheidscomité van mijn familie in de vertrekhal van Schiphol.

Wat in hemelsnaam mee te nemen? Bizar dat ik altijd de avond voordat ik vertrek begin met inpakken. Het maakt niet uit of ik voor een korte of lange tijd weg ben. En mijn ervaring leert dat ik aan zoveel moet denken dat ik meestal de helft vergeet. Toch is het weer zover. Het is genetisch bepaald dat het zo moet gaan denk ik. De vloer ligt bezaaid met kledingstukken, schoenen, medicijnen en boeken.

Mijn moeder belt. Ik moet verder met pakken, daar heb ik serieus geen tijd voor. Of ik al online heb ingecheckt? Nee, omdat ik tijdelijk geen printer heb. ‘Maar dan kan je morgen niet weg?’ Ik beweer van wel. Mijn stress is na dit gesprek verdubbeld. Als ik midden in de nacht doodmoe in bed lig en nog even mijn telefoon check, zie ik dat ik nog drie oproepen van mijn moeder heb gemist. Ze maakt zich zorgen over god weet wat. En toch ben ik al bijna 30.

De volgende dag, wanneer ik aankom, zit heel de familie al een halfuur aan de koffie bij de vertrekhal. Mijn moeder tilt mijn handbagage op. ‘Deze is toch véél te zwaar? Moeten we niet wat overladen?’ Ik rits mijn tas open, maar bedenk me: het komt wel goed. Chagrijnig doe ik de rits weer dicht.

Na het inchecken werk ik een vettige kaas croissantje naar binnen. ‘Je tas staat open! Altijd dichtritsen hè?!’ gilt iemand in mijn oor. Ik krijg een klein flesje in mijn handen gedrukt met een goudkleurige Maria op de voorkant: Lourdes. Heilig water, altijd handig.‘Mag niet, geen vloeistoffen!!’ roept een andere familielid over mijn hoofd.

Mijn kleine broertje grinnikt, en zegt ‘Ik kan ook mee naar Jakarta, dan lever ik haar voor de deur af bij Oom Pierre. Is dat geen beter idee?’ Voor een seconde lijken ze dat nog te overwegen als ultieme oplossing voor al hun zorgen. Ik piep dat ik geen 16 meer ben en heus wel weet wat ik doe, maar ze luisteren totaal niet en zijn al druk aan het volgende onderwerp begonnen. Welke taximaatschappij ik het beste kan nemen.‘BLUE BIRD!’ tettert iemand. De naam wordt herhaaldelijk genoemd, alsof ik doof ben. Het afscheid breekt aan en ik word door iedereen platgedrukt. Als ik door de douane ga zwaai ik nog één keer. Heerlijk, eindelijk ben ik met niemand anders dan mezelf.

Midden in de nacht kom ik aan op het vliegveld in Jakarta. Vanuit de lucht is de stad een oceaan vol met knipperende lichtjes. Ik maak een vaste prijsafspraak met een taxi en plof tevreden neer. Alles loopt op rolletjes. Ik ben moe en ik ruik naar oude mannenzweet, maar ach… dat heurt erbij hè. Even later gaat het mis.

Ik laat het adres voor de VIJFDE keer zien. We tijden rondjes, de chauffeur stapt in en uit om de weg te vragen. Het zuiden van Jakarta is even groot als heel Amsterdam e.o. Inmiddels zijn we een uur verder. Bah. De positieve tinteling in mijn onderbuik is langzaam opgedroogd. Door een godswonder (heilig water vermoed ik) vinden we uiteindelijk het huis. Ik wordt platgedrukt door Oom Pierre. Selamat Malam! Wat voor chauffeur was dat? Welk bedrijf? Always take BLUE BIRD.’

Dewi in Jakarta #1 – George

George Costanza. Bron: http://foggedclarity.com

Dewi Reijs (29 jaar) is actrice en theatermaakster en gaat voor enige tijd naar Jakarta op zoek naar werk in de filmindustrie. Voor Indisch 3.0 houdt ze een tijdelijk dagboek bij. Hierbij de eerste van acht afleveringen van deze serieblog.

Vrijdag 18 mei 2012.

“GEORGE”

George Costanza. Bron: http://foggedclarity.com
George Costanza. Bron: http://foggedclarity.com

Loslaten. Dat woord moet ik goed onthouden voordat ik vertrek. Ik hoop dat mijn Indische genen mij niet in de steek laten. Al is alles wat daar van rest mijn eet- en kookmanie (waar overigens veel vrienden profijt van hebben) en mijn geloof in geesten, draken en luchtkastelen. Hier heet dat bijgeloof, in het Verre Oosten is het een serieus onderdeel van de samenleving.

Ik ken mijzelf. Die Hollandse ongeduldigheid en alles maar à la minuut willen regelen en voor elkaar hebben is een karaktereigenschap die diep in mij geworteld zit. Dat gaat vooral wringen wanneer ik aan het reizen ben in het buitenland. Wanneer iets te traag gaat, komt de George Costanza in mij tot leven, een klein kaal dik mannetje met een bril en een woedende blik uit de televisie show “Seinfeld”. George en mijn stress gaan samen hand in hand, ze zijn de beste vrienden. Verschrikkelijk. Dat wordt wat als ik straks in Azië wil gaan werken.

Er zit niets anders op dan de George in mij gerust te stellen.

Er wonen rond de 230 miljoen mensen in Indonesië en in de hoofdstad wonen even veel mensen als in heel Nederland. Mijn doel is om naar Jakarta te gaan om daar de taal te leren en contacten op te doen in de filmindustrie. Ik ben druk met de voorbereidingen en probeer zoveel mogelijk mensen te spreken die er gewoond hebben. Vanochtend had ik daarom een gesprek met een kennis, een model die maandelijks van hot naar her vliegt voor klussen. Ze is een prachtige verschijning waar stiekem heel het terras naar gluurt.

Ik hang boven mijn koffie verkeerd en luister aandachtig. “Het gaat daar anders dan hier”, vertelt ze. Ik knik. “Ze komen altijd te laat…” Ik onderbreek haar en vertel zelfverzekerd dat ik daar ervaring mee heb: “Kan ik mee dealen, zo was het ook toen ik een theaterproject in Oeganda aan het opzetten was”. “…of soms komen ze helemaal niet.” vervolgt ze. “He? Ook als het om professionals gaat?” vraag ik verbaasd. Dan zegt ze resoluut: “Ja, er is geen peil op te trekken. Ik was na dik 1,5 jaar wel klaar met de mentaliteit daar, alles ging zo traag.” Ik word ongerust, ik ben plotseling totaal niet meer Zen. Ze ziet mijn blik en zegt tenslotte: “Ach het is vooral belangrijk om los te laten, accepteren.” Ik knik onzeker. Er zit niets anders op dan de George in mij gerust te stellen, zijn dikke nek te masseren, en de welbekende Aziatische glimlach op zijn gezicht te toveren.

Met een knetterend hoofd vol informatie fiets ik naar huis. De wind snijdt door mijn dunne tweedehands colbertje. Mijn hersenen kraken. Straks vind ik er helemaal niets aan, misschien wil ik na een week alweer weg? Nee, positief blijven, het is daar altijd warm, fijn toch? Nieuwe wegen aanboren en inslaan, dàt vind ik interessant en tegelijkertijd is het ook spannend.Ergens voelt het wel lekker, de sensatie van iets totaal onbekends, net als vroeger. Toen mocht ik één blokje om het huis rolschaatsen, niet verder dan dat. Maar dat deed ik natuurlijk stiekem wel, hele tochten maakte ik door de vaak ongure achterbuurten van Rotterdam.

Nog iets minder dan een maand, dan zit ik daar, ik kan niet wachten tot het zover is.