Ander jasje

Tijd voor een nieuwe jas

Vanmiddag om 13.00 uur gaat www.indisch3.nl offline. Onze website komt op 31 oktober a.s. terug, in een nieuw jasje en een nieuw logo. Welk logo dat wordt, bepaal jij. Kijk vanaf 13.00 uur op www.indisch3.nl voor de link naar de stempagina. Onze Facebookpagina blijft gewoon in de lucht, dus je hoeft ons niet te missen.

 

groet van de redactie

redactie [at] indisch3.nl

3.0 in de muziek: Rob Verbakel

Sjoelen, muziek & bier

Rob Verbakel (1981), geboren en getogen in Helmond, begon op zijn 16e met gitaarspelen. Met zijn band Amsterdam Saints en als sessiemuzikant speelt hij door het hele land en hij geeft gitaarles in zijn studio aan huis. In de intimiteit van de knus ingerichte studio gaat ons gesprek over zware shag, botel tjebok en natuurlijk: muziek. 

Rob is Indisch via zijn moeder, die als negenjarig meisje met haar ouders  vanuit Semarang naar Nederland kwam. Een maand na het interview gaat hij met haar voor een maand naar Indonesië. ‘Het is net of het zo hoort, want alle boekingen met bands vallen tot nu toe ervoor of erna…’ zegt hij met gevoel voor het mystieke.

Kruiden-op-gevoel
Rob begint bedachtzaam, maar komt op dreef als hij vertelt over zijn bandleden, met wie hij graag een potje sjoelt onder het genot van een biertje. Welke waarde hecht hij aan zijn Indische achtergrond? ‘Familiegeschiedenis en gastvrijheid’, antwoordt hij meteen. ‘Mijn moeder is meer gaan vertellen en zelf sta ik er ook meer voor open nu’.  Van zijn moeder leerde hij koken. ‘Ik hanteer dezelfde kruiden-op-gevoel-methode als zij.

Rob Verbakel op het podium © Foto: eigendom Rob Verbakel
Rob Verbakel op het podium © Foto: archief Rob Verbakel

Kaju putih en ander bijgeloof
Het spirituele noemt Rob als iets typisch Indisch. ‘Na acht uur ’s avonds nagels knippen of douchen? Volgens mijn oma zou ik eerder doodgaan als ik dat deed.’ Of de magie van kaju putih om een wrat te laten verdwijnen: ‘het werkt echt!’ Over de introductie van zijn vader bij zijn Indische schoonfamilie kent hij een prachtige anekdote: ‘Mijn oma vroeg of hij tegen pittig eten kon. Stoer beaamde hij dat, maar na de ayam pedis moest hij nodig naar het toilet. Hij wist niet waar die fles voor was en heeft er van gedronken!’

‘Mijn ouders hebben het me makkelijk gemaakt.’

MTV Unplugged
Bij veel Indo’s zit muziek in de familie, zo niet bij Rob. Maar hoe werd hij dan wel gegrepen door muziek? ‘Ik zag als veertienjarige een heel goede gitarist bij MTV unplugged, toen wist ik: dát wil ik!’ Na twee weken elke dag zeuren bij zijn vader kreeg hij zijn eerste akoestische gitaar, die al snel werd verruild voor een elektrische, toen hij bands als Pearl Jam en Metallica hoorde. Rob’s ouders moesten wennen aan zijn keus voor een muzikale carrière, vooral zijn vader. Maar zijn vader ging zich verdiepen in de muziekindustrie en nu adviseert hij Rob zelfs bij het kopen van instrumenten. ‘Uiteindelijk hebben mijn ouders het me makkelijk gemaakt’.

Rob Verbakel on stage Foto: eigendom Rob Verbakel
Rob Verbakel on stage Foto: eigendom Rob Verbakel

Elke dag rijsttafel
Al zit er geen muzikale Indo in de familie, toch hebben Indo’s Robs carrière beïnvloed. Zijn eerste elektrische gitaar kocht zijn vader voor hem van Wally Lucardi, die hij nog kende van Indorock-avonden. Gitaarleraar Herbie Guldenaar, ook Indisch, stoomde Rob klaar voor de vooropleiding van het conservatorium. ‘Eenmaal aangenomen moest ik keihard werken om verder te komen. En dat heb ik gedaan.’ Na de vooropleiding mocht hij door naar de opleiding in Maastricht. Na zijn afstuderen in 2005 deed Rob vier jaar praktijkervaring , onder andere als docent bij de muziekschool van een Indische familie. ‘Trotse Indo’s , dat zie je aan alles wat ze doen. Ik voelde me er meteen thuis, en elke dag stond er een rijsttafel.’

‘Mijn doel? Gezond blijven en plezier in het spelen.’

Speelplezier
In 2007 verhuisde Rob naar Amsterdam, om zijn muzikale horizon te verbreden. Door veel te spelen met bands en op sessies raakte hij thuis in Amsterdam, waar hij later nog zijn masters-titel  aan het conservatorium behaalde. In Amsterdam leerde hij ook de mannen van Amsterdam Saints kennen, die naast het musiceren ook zijn vrienden zijn ‘Ik heb een sjoelbak staan, waarmee we sjoeltoernooien houden, met muziek en bier uiteraard. Mijn doel is gezond blijven en nooit het plezier verliezen in het spelen.’ Het lijkt alsof Rob het zich al pratende beseft: speelplezier is voor hem het belangrijkst, of hij nou met vrienden aan het sjoelen of musiceren is. ‘Ik ben met weinig gelukkig’.

Oproep: Ken of ben jij een muzikale 3.0’er die mee zou willen werken aan een aflevering van 3.0 in de Muziek? Laat het ons weten door een mailtje te sturen naar nora@indisch3.nl

 

Soerabaja: Traag, maar indrukwekkend overlevingsverhaal

Boekrecensie: Soerabaja van Pauline Slot

Soerabaja is een roman gebaseerd op historische feiten. Soerabaja verscheen  op 19 oktober 2012 bij De Arbeiderspers, auteur Pauline Slot debuteerde in 1999 met de roman Zuiderkruis. Reizen en de complexe verhoudingen tussen mensen zijn terugkerende elementen in haar oeuvre, zo ook in SoerabajaEen pasgetrouwd Nederlands stel vertrekt naar Indië, waar ze elkaar door de oorlog kwijtraken. Is dit verhaal – geschreven vanuit de belevingswereld van een ‘oorlogsoverlevende’ – interessant voor 3.0’ers? Soerabaja  vertelt het verhaal van een pasgetrouwd Nederlands stel dat, zonder familie, naar Indië vertrekt, met verstrekkende gevolgen. Het begint in Den Haag, waar Bep en Henk elkaar ontmoeten  in de jaren dertig van de vorige eeuw. Vanuit het perspectief van de jonge vrouw Bep, krijgen we in een briefwisseling  met de familie in Nederland  een gedetailleerd beeld van een andere tijd.

Als Henk Japans krijgsgevangene wordt, wordt Bep een vechter.

Heimwee
Bep wil eigenlijk niet naar Nederlands-Indië vertrekken. Het frustreert haar dat ze als pasgetrouwden nauwelijks van ‘hun huishoudentje’ hebben kunnen genieten.  Toch is het voor Henks carrière het beste en ze gaan. Na een aantal jaar in Indië krijgt het stel kinderen, wat Bep iets te doen geeft. Ze voelt zich vaak eenzaam als Henk van huis is voor zijn werk en hoopt dat ze gauw verlof krijgen om terug  naar Nederland te gaan. Maar dan breekt de oorlog uit en wordt Bep’s verlangen naar Nederland naar de achtergrond verdrongen. Op het moment dat Henk Japans krijgsgevangene wordt, ontpopt Bep zich als vechter. Er volgt een verslag van beiden over de onzekerheid van hun bestaan in kampen, transporten met ‘bestemming onbekend’, en marcherend tot er doden vallen.

Gedateerd taalgebruik
Door het  gedateerde taalgebruik in de brieven vind ik het aanvankelijk lastig om me in Bep te verplaatsen, maar het went wel. Ook  komen er veel namen van familieleden, buren, straten en locaties  voorbij, waardoor het even duurt voordat ik echt in het verhaal zit. Gelukkig blikt Bep in haar eigen commentaar op de brieven  af en toe vooruit, en dit maakt dat je wilt lezen. In het deel van Soerabaja  waarin Bep over de gelukkige tijd in Malang vertelt,  krijgt de lezer subtiele aanwijzingen dat de verhouding tussen de Nederlanders en de Indische bevolking niet onbeladen was: ‘We hadden Beppie een paar centen gegeven om in haar beursje te bewaren en die probeerde ze vaak aan Kokkie te geven, zoals ze mij zag doen. Ook daarover hadden kokkie en Kasan veel plezier, al lette ik er wel op dat Kokkie haar de muntjes weer teruggaf.’ Zonder er veel woorden aan te besteden is het duidelijk dat de verschillende bevolkingsgroepen elkaar in het koloniale Nederlands-Indië niet altijd vertrouwden.

Het  gedateerde taalgebruik maakt Soerabaja aanvankelijk lastig leesbaar.

Leven in twee werelden
Bep schrijft dat ze leefde in twee werelden: een tastbare en een verbeelde, waarbij ze doelt op haar eigen leven in Indië en dat van de familie in Nederland. Maar waar Bep haar best doet met haar brieven in de belevingswereld van haar familie in Nederland aanwezig te zijn, zoekt ze geen toenadering tot de tastbare wereld waarin haar Kokkie, Kasan en de andere personeelsleden leven. Later, in Soerabaja,  wanneer ze de kampong in is gevlucht, zal ze opmerken dat het ‘de enige keer [is] dat we in Indië te midden van Indonesiërs leefden’.

Traag
De neiging van de auteur om correct te zijn in de historische feiten hindert in het begin de vaart van het verhaal. Aan het slot van het boek blijkt pas dat de auteur volledig recht heeft willen doen aan de – waargebeurde – geschiedenis. Ik vind het jammer dat de uitgever voor ‘roman’ op het omslag heeft gekozen, in plaats van ‘historische roman’. Hierdoor moest ik mijn verwachting van het boek al lezend bijstellen en stoorde het mij dat er zoveel met details werd gestrooid. Toch loont het om door te lezen. Veel 3.0’ers zullen hun (groot) ouders herkennen in de passages over dochter Beppie, die als volwassene een dagtaak heeft gemaakt van het hamsteren en opslaan van etenswaar. Maar ook de stilte van oudere familieleden over het kampverleden zal bekend voorkomen.

Soerabaja. Pauline Slot. De Arbeiderspers.  Utrecht, 2012. 18,95 euro. 

Pauline Slot © Erik Smit
Pauline Slot © Erik Smit

3.0 in de Media: Priscilla Obermeier

‘Ik zie het ontwerpproces als storytelling.’

De in Jakarta geboren Priscilla Obermeier (33) is, toen zij zes weken oud was, geadopteerd door een Nederlandse vader en een Indische moeder. Ze groeide op met zowel Indische als Nederlandse gebruiken, naar eigen zeggen: ‘een beetje zuurkool met sambal’. Sinds vorig jaar woont Priscilla in Berlijn en houdt zij, naast haar eigen blog By Priscilla Obermeier, een fashionblog bij voor ELLE Nederland: Een koffer in Berlijn. Ook is Priscilla druk bezig met de ontwikkeling van haar eigen modelabel. Ik ben nieuwsgierig naar deze veelzijdige dame in één van mijn meest favoriete steden.

‘Berlijn. De stad was onaf, historisch, interessant en artistiek.’
Foto © Priscilla Obermeier

Priscilla, hoe was het als geadopteerd Indonesisch meisje in een Indische familie?
Priscilla: ‘Mijn adoptie is altijd een open boek geweest. Ik was vier toen mijn ouders mij vertelden dat ik uit de buik van een andere mevrouw kwam. Ik vond dat prima, maar de vraag wie mijn biologische ouders waren is blijven hangen. Het Indische in mijn jeugd, het eten, de Wayang Kulit, de Kris, Maleise woordjes, geloven in geesten en alternatieve geneeswijzen strookte niet altijd met de Nederlandse nuchterheid, de gehaktbal met aardappels en andijvie, en zonder afspraak geen eten. Bij ons thuis was er altijd plek voor iemand aan de eettafel. Eten was gezelligheid, een gebaar dat je om iemand gaf. Ik kan me nog goed herinneren dat ik onze familie in Amerika bezocht en mijn moeder zes potten sambal in mijn beautycase stopte: ‘Zo. Dat is voor je tante.’ Daar stond ik dan bij de Amerikaanse customs met een ‘nee, ik heb niets aan te geven’ gezicht. Dat was mijn moeder. Aduh, niet zeuren, doen.’

Als alle wegen naar Rome leiden, dan is mijn Rome een internationaal modelabel in het luxe segment voor de vrouw.

Hoe ben je in de fashionwereld van Berlijn terecht gekomen?
‘Al sinds ik me kan herinneren ben ik geïnteresseerd in kleding en accessoires. Expressie via creativiteit was ook aan de orde van de dag binnen ons gezin. Toen ik op de middelbare school zat begon ik met het ontwerpen van mijn eigen kleding en wist ik dat ik ‘iets met mode’ wilde. Aan de andere kant was ik ook erg geïnteresseerd in schrijven, geschiedenis, talen, de maatschappij en de zakelijke kant van de wereld om me heen. Ik koos uiteindelijk, ook vanuit een stukje onzekerheid, Rechten. De studie heb ik nooit afgemaakt. Wel kwam ik aan de zakelijke kant van de modewereld terecht, en rolde van daaruit in de modejournalistiek. Het avontuur riep en vlak na de geboorte van ons zoontje Indy, verhuisden we naar Los Angeles. Hier dook ik in de wereld van branded entertainment, het integreren van een merk in de verhaallijn van een televisieserie of film. Maar in Los Angeles mistten mijn man, Markus en ik een echt stadsleven. Na bijna twee jaar reisden we terug naar Europa en bleven hangen in Berlijn. De stad was onaf, historisch, interessant en artistiek.’

‘De geboorte van Indy heeft me nieuwsgieriger gemaakt naar mijn biologische ouders.’  
Foto © Priscilla Obermeier

Waar haal je je inspiratie voor je blogs en ontwerpen vandaan?
‘Los Angeles en Berlijn hebben me een reeks praktijklessen in het leven gegeven. Mijn eigen Eat, Pray, Love. Als alle wegen naar Rome leiden, dan is mijn Rome een internationaal modelabel in het luxe segment voor de vrouw. Mijn blog By Priscilla Obermeier riep ik in het leven als een mogelijkheid om mijn belevenissen, kijk op de internationale modewereld en het leven in de stad te documenteren. Eenmaal in Berlijn benaderde ik ELLE Nederland om voor hen te schrijven. Dit bleek een match. Elke week schrijf ik voor mijn eigen blog op ELLE.nl over de Berlijnse modewereld. Mijn inspiratie voor een blog begint vaak met een gedachte over iets wat ik tegenkom op straat, in een boekenwinkel, op de catwalk, of in mijn eigen kast. Van mijn moeder kreeg ik de ketting die zij van mijn opa kreeg op de boot van Indonesië naar Nederland in de jaren vijftig. De ketting en haar geschiedenis blijven inspireren. Hetzelfde geldt voor mijn modelabel. Ik wil dat mijn kleding mensen doet omdraaien, niet zozeer om de kleding, maar om de vrouw in die kleding. Ik zie het ontwerpproces als storytelling, een verhaal waarin oude tradities samengaan met commercie. Die interesse in oude tradities, kunstgeschiedenis en mijn storytelling-skills komen mogelijk voort uit mijn Indische achtergrond. Verhalen maken deel uit van de Indische cultuur en zijn verworden tot tradities die je terug kunt vinden in dans, theater, poppenspel en motieven in batik.’

Ik maak uiteindelijk zelf de beslissing of iets ten goede komt van mijn zelfontwikkeling, of niet.

Speelt het Indische ook een rol binnen je eigen gezin?
‘Binnen mijn eigen gezin komt de Indische achtergrond het meest naar voren in de keuken, we houden alle drie van Indisch eten! Voor mijn moeder waren geesten en alternatieve geneeswijzen doodnormaal, voor mij ook. Ik sta open voor nieuwe ideeën en invloeden, voor bovennatuurlijk, voor vreemd, maar ik maak uiteindelijk zelf de beslissing of iets ten goede komt van mijn zelfontwikkeling, of niet. Dat is wat ik Indy ook wil meegeven. De geboorte van Indy heeft me nieuwsgieriger gemaakt naar mijn biologische ouders. Hij heeft enkele fysieke kenmerken en karaktertrekken die niet in zijn ouders, of Markus’ familie terug te vinden zijn. Ik kan niet anders dan me afvragen of hij iets weg heeft van mijn Indonesische ouders. Ik hoop ooit meer over hen te weten te komen en over hun motivatie achter de adoptie. Het is nu alsof je een boek leest waar de ‘er was eens…’ ontbreekt.’

‘Van mijn moeder kreeg ik de ketting die zij van mijn opa kreeg op de boot naar Nederland.’
Foto © Priscilla Obermeier

Oproep: Ken/ben jij een 3.0’er in de Media die graag mee zou willen werken aan een interview voor Indisch 3.0? Stuur dan een mailtje naar liselore@indisch3.nl

3.0 in de Sport #1: Kerstin Mager

Over een bezig bijtje in de badminton.

Vanaf vandaag introduceren we een nieuwe serie: 3.0 in de sport. Wat doen Indo’s aan sport? Waarom? En hoe goed doen ze dat? Voor de eerste aflevering van de nieuwe serie “3.0 in de Sport” spreekt Jennifer Valentijn met Kerstin Mager (24), uit Westervoort. Kerstin speelt badminton en heeft een Indische vader (Surabaja).

Portretfoto van Kerstin. Foto-credits?
Kerstin Mager [Foto via Kerstin Mager]
Gebraden kip
Kerstin en ik spreken elkaar over de telefoon. Een bescheiden stem vertelt me: ‘Ik ben al vroeg met badminton in aanraking gekomen omdat mijn ouders – met name mijn vader – badminton speelden. Zij namen mij vaak mee om naar competities te kijken en op mijn vierde ben ik er zelf ook mee begonnen.’ Veel Indo’s spelen badminton, is dat ook een reden voor haar om deze sport te kiezen? ‘Het is niet per sé vanuit de Indische cultuur dat ik aan badminton doe. Wat wel zo is, is dat Indische ouders naar elkaar toe trekken. En als er competities zijn, nemen zij vaak  – hoe kan het ook anders? – iets lekkers voor elkaar mee om dat gezamenlijk op te eten. Dat zijn dan ook Indische lekkernijen, zoals lemper en gebraden kip’.

Studie en sport
Toen ze jonger was wilde Kerstin graag een professionele badmintoncarrière opbouwen. Ze trainde bijna elke dag en speelde al jong competities voor haar club. Helaas werd ze na enkele voorselecties afgewezen tijdens een nationale selectie. Voor haar was dat reden genoeg om voor haar schoolopleiding te kiezen en aansluitend een universitaire studie te volgen. Desondanks heeft ze de sport niet opgegeven en traint ze, naast haar studie Geneeskunde aan de Radboud Universiteit in Nijmegen, nog zeker 2 tot 3 keer per week. ’Dat kan nogal verschillen per week omdat ik soms lange dagen maak en er daarom wat minder tijd voor heb. Ik loop nu namelijk een coschap (stage, JV) bij het Rijnstate Ziekenhuis in Arnhem, op de afdeling MDL, Maag, Darm en Lever’.

Kerstin tijdens een training [Foto via Kerstin Mager]
Gezelligheid
Kerstin woont bij haar ouders in Westervoort, een dorpje vlakbij Arnhem en is veel tijd kwijt aan reizen. Niet alleen tussen huis en stage, maar ook haar badmintonclub zit in een andere stad; Wijchen. ‘Veel mensen vragen me waarom ik geen club dichter bij huis zoek. Ik leg ze dan uit dat ik hier op mijn plek ben, ik vind het er zo gezellig, dat ik het er voor over heb om veel heen en weer te reizen’.

Indonesië
‘Ik wil graag een keer naar Indonesië om te zien waar mijn vader is opgegroeid. Hij heeft zelf geen behoefte om terug te gaan, maar voor mij is het toch wel belangrijk omdat daar een deel van mijn roots ligt,’ antwoordt Kerstin wanneer ik haar vraag of ze in Surabaja is geweest. Kerstin voegt er aan toe dat haar opa niet meer terug wil, om een geheel andere reden. ‘Hij is bang dat hij heimwee krijgt en dat hij niet meer terug wil naar Nederland.’ Wanneer ik haar vraag hoe ze zich verbonden voelt met de Indische cultuur, vertelt ze me dat ze het moeilijk vindt uit te leggen waarom ze zich meer Indisch voelt dan Nederlands. ‘Het is vooral gevoelsmatig. Wat misschien wel echt Indisch is, is dat ik het gezellig vind om samen te zijn met mijn familie en met ze te eten.’

Kerstin tijdens een training [Foto via Kerstin Mager]
Eerste divisie
Ondanks haar drukke schema is Kerstin onlangs toch gepromoveerd voor de eerste divisie bij haar badmintonclub en staat ze morgen weer met volle aandacht op de baan. ‘Ik heb om half 8 een competitie in Schijndel, en ook deze zaterdag staat er eentje gepland.’ Kerstin Mager weet wat ze wil, hoe ze haar tijd het best indeelt én boekt vooruitgang in haar sport. Ik heb bewondering voor deze jongedame.

 

Oproep: Ken/ben jij een 3.0’er in de sport die mee zou willen werken aan een interview? Stuur een mailtje naar liselore@indisch3.nl

3.0 op de Werkvloer: Lesley Klavert

‘Echte gastvrijheid heb ik geleerd in Indonesië.’

Het Manhattan Hotel is het enige vijfsterren-hotel in Rotterdam en Lesley Klavert (26) is er Hoofd Conciërge. Ik stap het statige gebouw binnen en zie twee dames een enorm bloemstuk optuigen in de kleuren van de herfst. Overal staan prachtige orchideeën in de paarse huisstijlkleur. Ik neem plaats in een comfortabele fauteuil en laat me even later hartelijk welkom heten door de grote glimlach en het open gezicht van Lesley.

Lesley voor ‘zijn’ Manhattan © Christie Haalboom / Indisch 3.0 2012

Lesley gaat me voor naar het restaurant en het valt me op hoe perfect zijn manieren zijn, hij laat me voorgaan bij het instappen in de lift en hij groet iedereen bij naam, in het Nederlands, Engels of Spaans. Zijn gebaren begeleiden me de ruimte door en ondertussen kletsen we ronduit. Deze jongen weet hoe je iemand moet ontvangen en snel een vertrouwd gevoel kan geven.

Wat doe je nou eigenlijk als Hoofd Conciërge in een vijfsterren hotel?
‘Het is heel wat anders dan de conciërge op de Middelbare School. Als Hoofd Conciërge is het jouw taak om met je team te zorgen dat het verblijf van je gasten zo optimaal mogelijk is. Ik ben op de hoogte van de wensen van mijn (vaste) klanten, ik moet weten wie ze zijn en spring in op de behoeften van onze VIP’s. Wil je in een sterrenrestaurant eten, maar zitten ze vol? Ik regel het voor je.’

Lesley bij de receptie © Christie Haalboom / Indisch 3.0 2012

Wat is het gekste dat je ooit voor een VIP hebt moeten regelen?
Een gast was hier ten tijde van het WK. Hij was in Marken om jachten te bekijken en wilde binnen 40 minuten terug zijn in Rotterdam om een voetbalwedstrijd te zien. Ik heb toen een helikopter voor hem geregeld!’

Wat betekenen die gouden sleutels op de kraag van je jasje?
‘Die zijn van Les Clefs d’Ors, de internationale beroepsvereniging van conciërges  Als je over de juiste kwaliteiten beschikt, mag je daar lid van worden. Ik ben de jongste member. Je krijgt de sleutels niet zomaar en het is een eer ze te mogen dragen, omdat het een bevestiging is van mijn harde werken. Eigenlijk ben ik ook maar een jochie uit Rotterdam West, ik spreek naast dè talen ook de taal van de straat, en nu sta ik hier. Ik word uitgenodigd door sterrenrestaurants om hun nieuwe menu te proeven, ontmoet de rich en famous en geniet enorm van mijn werk.’

Lesley achter zijn desk in de lobby van The Manhattan Hotel © Christie Haalboom / Indisch 3.0 2012

Heeft jouw Indische achtergrond invloed op hoe je je baan uitoefent?
‘Ja, échte gastvrijheid heb ik geleerd tijdens mijn stage en werk als Guest Relations Manager in Indonesië. Het was eigenlijk niet mijn bedoeling om in Indonesië stage te lopen. Ik was er nooit geweest en wilde er eigenlijk de eerste keer met mijn ouders naar toe. Maar het moest denk ik zo zijn: ik kwam in Semarang terecht, de lievelingsstad van mijn opa en het huisnummer van het hotel was de geboortedatum van mijn vader.’

Tot slot laat Lesley me de prachtige kamers en suites van het hotel zien. Telkens klopt hij eerst met zijn pas tegen de deur. Niet om te checken of er mensen zijn, maar uit een Indische gewoonte; om ervoor te zorgen dat de spoken verdwijnen.

In de kamers van het Manhattan vind je verwijzingen van de Rotterdamse banden met Nederlands-Indië © Christie Haalboom / Indisch 3.0 2012

De beulen van 1965

Over de massamoord op communisten

Naar aanleiding van de documentaire The Act of Killing, verscheen op 1 oktober jl. de nieuwste editie van het Indonesische tijdschrift Tempo: Pengakuan algojo 1965 (Bekentenis beulen 1965). Voor het eerst in 47 jaar krijgen we een beeld van één van de meest omvangrijke massamoorden in de 20e eeuw. In meer dan 70 pagina’s staat beschreven wie, waar en hoe communisten en Chinezen vermoordde tussen 1965 tot 1966 in Indonesië. Aan het woord? De ‘beulen’ (moordenaars). Poging tot staatsgreep
Op 30 september 1965 deed de ’30 September Beweging’ (Gerakan 30 September – G30S) in Jakarta een poging tot een staatsgreep. Deze poging mislukte. Dankzij de ontstane chaos, kwam Generaal Soeharto aan de macht. Als grote schuldige voor de staatsgreep wees hij naar de Indonesische communistische partij, de PKI.

Massamoord
Deze beschuldiging was voor het Soeharto-regime de legitimatie voor een ongekende moordpartij onder leden van de PKI.  In de periode van 1965 tot 1966 zijn naar schatting tussen de 500.000 en twee miljoen mensen, geaffilieerd met de PKI, vermoord. Nog steeds wordt de 30 September Beweging geaffilieerd met de PKI. Maar of dit ook werkelijk zo was?

Propaganda
Feit is dat Indonesië jarenlang te horen kreeg dat de PKI achter de staatsgreep zat en dat communisten er alles voor over zouden hebben om de Pancasila (nationale staatsideologie) omver te werpen. In Jakarta richtte de regering-Soeharto zelfs een museum op over het verraad van de communisten. Jaarlijks vertoonden alle televisiezenders op 30 september een bijna vier uur durende film over de staatsgreep van de PKI, en ook in het onderwijs was de visie van de staat leidend. Over de massamoord werd uiteraard gezwegen. Alles werd eraan gedaan om het communisme in Indonesië te laten verdwijnen.

‘Ook al is hij mijn broer, zijn ideologie is niet bespreekbaar.’

Museum Pengkhianatan PKI – Jakarta (Verraad van de PKI) © Rennie Roos 2011
Tempo: Bekentenis van de beulen uit 1965
Wat Tempo deze week heeft gepubliceerd is, naar mijn mening, uniek en huiveringwekkend. Vanuit het perspectief van de algojo (beul), kijkt het blad terug op de gebeurtenissen in 1965. Het borduurt hiermee voort op de documentaire The Act of Killing. In deze documentaire is te zien hoe Anwar Congo van het verkopen van bioscoopkaartjes, samen met zijn maatjes, ‘overstapt’ naar het uitroeien van communisten in Medan.

Broers
In het Tempo-artikel Tentara, santri, dan tragedi Kediri (Soldaten, studenten en het tragedie van Kediri) vertelt de inmiddels oude en grijze Abdul Malik hoe hij het niet over zijn hart verkreeg zijn broer, die lid was van de PKI, te vermoorden. Malik doet uitspraken die een diepe indruk op mij hebben gemaakt: ‘Dia dihabisi rekan saya karena saya tak sampai hati melakukannya.’ (Hij is door een collega uit de weg geruimd omdat ik het niet over mijn hart verkreeg.) ‘Meski saudara, urusan ideologi tak bisa ditawar dan dikompromikan.’ (Ook al is hij mijn broer, zijn ideologie is niet bespreekbaar.)

Trots
Wat ik bizar vind aan de verhalen van de ‘beulen’, is dat ze deze vertellen en: vol trots. Ze hebben volgens mij nog steeds niet door dat wat zij vertellen iets verschrikkelijks is. Stuk voor stuk voelen ze zich gesteund door hun geloof en de staat. de Nationale Mensenrechten Commissie van Indonesië (Komnas HAM) presenteerde afgelopen juli de resultaten van een vierjarig onderzoek. Daaruit bleek dat de staat betrokken was bij het systematisch en op grote schaal uitmoorden van leden van de communistische partij. Tot nog toe heeft de Indonesische overheid daar niets mee gedaan.

Abdul Malik © Majalah Tempo Indonesia / Harry Triwasono 2012
Excuses
De huidige editie van Tempo, de documentaire The Act of Killing en de storm aan berichten op internet over dit onderwerp, zouden er logischerwijs toe moeten leiden dat de overheid haar excuses aanbiedt aan de nabestaanden van de slachtoffers. Maar als het aan Minister Djoko Suyanto ligt zijn excuses nog ver te zoeken. In zijn eerste reactie stelde hij dat de zuivering van communisten gerechtvaardigd was om ‘het land te redden’.

Ik raad iedereen aan Tempo 1-7 oktober 2012: Pengakuan algojo 1965 te lezen en de documentaire The Act of Killing te bekijken zodra deze uitkomt in Nederland. Ondanks dat het bijzonder schokkend is, wordt er voor het eerst een beeld geschetst van een cruciale periode uit de Indonesische geschiedenis waarvan tot nog toe weinig in de openbaarheid is gekomen.

 

Tempo 1-7 oktober 2012: Indonesische versie & Engelse versie