Wat niet is, kan nog komen. Gedeeld Cultureel Erfgoed (deel 2)

In een serie blogs schrijf ik over ‘gedeeld cultureel erfgoed’ van Nederland en Indonesië; culturele schatten die voortkomen uit het gedeelde verleden van de landen, maar die nu – na een ‘scheiding’ en nieuwe levensfasen los van elkaar – niet vanzelfsprekend meer onder de zorg van de landen vallen. ‘Net zoals een kind van gescheiden ouders, moeten er afspraken gemaakt worden over zorgtaken’, schreef in mijn eerste blog, waar ik inging op het fenomeen gedeeld cultureel erfgoed en voorbeelden gaf van gedeelde culturele schatten ‘overzee’. In dit tweede blog mijmer ik over de vraag waarom Indische sporen in Nederland niet aangeduid worden als ‘gedeeld cultureel erfgoed’.

Sporen van Smaragd in een kikkerland

Van voormalig ‘Nederlands-Indië zijn nog genoeg sporen te vinden in huidig Nederland. De Indische Nederlanders wordt beschouwd als de grootste groep immigranten in Nederland en bijna iedereen kent iemand van Indische afkomst of heeft familieleden die zelf in Nederlands-Indië hebben gewoond of gewerkt. Ook is bijna elke Nederlander bekend met de Indische keuken, hoewel vaak in een vorm ver verwijderd van het oorspronkelijke gerecht (denk aan alle de verhollandste saté of nasi). Misschien kan een deel van de Nederlanders daarnaast nog gebouwen en plekken aanwijzen die herinneren aan Nederlandse gedeelde verleden met Indonesië. Bijvoorbeeld een voormalig VOC-gebouw, een Indische buurt of een monument waar aandacht is voor de meer recente, vaak nog pijnlijke geschiedenis tussen de twee landen.

De Indische keuken. Eén van de bekendste sporen van een gedeeld verleden met Indonesië. Foto: Jago via wikimedia (cc by sa 3.0)
De Indische keuken. Eén van de bekendste sporen van een gedeeld verleden met Indonesië. Foto: Jago via wikimedia

 

Geschiedenis, maar ook erfgoed?

Als je bedenkt hoeveel er nog te zien en te ervaren is van Nederlands en Indonesisch gezamenlijke historie, en je de definitie leest van ‘gedeeld cultureel erfgoed’, vraag je je af waarom we deze term niet gebruiken van de hierboven genoemde voorbeelden. De tradities of plekken met ‘Indische link’ in Nederland zijn toch evengoed ‘culturele en historische producten van een gedeeld verleden, die het waard zijn behouden te blijven voor volgende generaties’?
Toch is dit schijnbaar nog niet algemeen aanvaard. Ja, het zijn ‘cultuurhistorische restanten van het gedeelde verleden tussen Nederland en Indonesië’, maar het tweede deel van de zin – die het waard zijn behouden te blijven voor volgende generaties – is eigenlijk nog nooit hardop uitgesproken door Nederland of Indonesië. Er is weinig omzien naar het kind van gescheiden ouders in Nederland. Gek eigenlijk, omdat broer of zus overzee wel de verdiende aandacht krijgt.


Eerst aandacht voor het zorgenkindje

Vaak is afstand nodig, voor iets toegeëigend wordt als erfgoed. Wat verder weg is, is al bijzonder en het behouden waard. De Indische sporen in Nederland zijn dichtbij en relatief bekend. Hierdoor ervaren we ze als vanzelfsprekend en denken we minder na over de toekomst ervan.
Daarbij moet iets vaak eerst bijna verdwijnen, voordat we de waarde ervan in zien. De historische stationsgebouwen op Java verpauperde ook eerst, voordat Nederlandse en Indonesische overheden zich er om bekommerden (zie eerste blog). De metafoor van het gezin doortrekkend, is dit erfgoed in feite het zorgenkindje die het enkel redt met extra aandacht. Wat dat betreft is het natuurlijk goed te constateren dat Indische sporen in Nederland nog ‘normaal’ zijn en geen erfgoed.

 

Ongelijkwaardig verleden

Van gedeeld cultureel erfgoed is natuurlijk ook geen sprake, zolang Indonesië de restanten in Nederland niet zo beschouwd. De ongelijkwaardigheid van de gedeelde geschiedenis – die ik in het eerste blog ook al kort noemde – maakt dat de koloniale overblijfselen in Nederland niet vanzelfsprekend gevoeld worden als onderdeel van de eigen geschiedenis. Nederland heeft een – zacht uitgedrukt – dominantere rol over Indonesisch verleden gehad dan andersom. Daarnaast zijn de sporen die wel in Nederland aan te treffen zijn, voornamelijk achtergelaten door Nederlanders en Indo-Europeanen, en niet door de ‘gewone’ Indonesiër. Het is dan ook niet te verwijten als de huidige Indonesiër zich niet echt een erfgenaam voelt.

 

Wat niet is, kan nog komen

Toch kan het toe-eigenen met de tijd nog komen. Afstand in tijd is een andere voorwaarde voor erfgoed . De scheiding van de gedeelde geschiedenis is nog jong. De afgelopen decennia was vooruit kijken belangrijker dan terugkijken, omdat het verleden vaak pijnlijk was. Daar komt nu langzaam verandering in. In Nederland en in Indonesië gaat de derde generatie anders met de geschiedenis om dan hun ouders en grootouders. Zij hebben geen persoonlijke herinneringen aan de tijd. Culturele sporen lijken hun negatieve connotatie te verliezen en blijken juist een punt van herkenning en zelfs houvast voor de zoektocht naar een eigen identiteit.

De huidige generaties gaat anders met het verleden om dan haar ouders of grootouders. Lees bijvoorbeeld het Interview met fotografe Anouk Steketee, NRC Handelsblad 29 april 2013
De huidige generaties gaat anders met het verleden om dan haar ouders of grootouders. Lees bijvoorbeeld het interview met fotografe Anouk Steketee over haar project ‘Vroeger is een ver land’ (NRC Handelsblad 29 april 2013)

In het derde deel van deze serie blogs komen minder bekende voorbeelden van Indisch erfgoed in eigen land aan bod, die zijn besproken bij het symposium ‘Gedeeld Cultureel Erfgoed’ tijdens de Tong Tong Fair 2013.

Kind van gescheiden ouders. Gedeeld Cultureel Erfgoed (deel 1)

In een serie blogs schrijf ik over ‘gedeeld cultureel erfgoed’ van Nederland en Indonesië; culturele schatten die voortkomen uit het gedeelde verleden van de landen, maar die nu – na hun ‘scheiding’ en nieuwe levensfasen los van elkaar – niet vanzelfsprekend meer onder de zorg van de landen vallen. In dit eerste blog introduceer ik het fenomeen gedeeld cultureel erfgoed en geef ik voorbeelden van omgang met de gedeelde culturele schatten ‘overzee’.

 

Erfenis van een gedeeld verleden

Je hebt het vorig jaar misschien wel meegekregen; het nieuwsbericht dat belangrijke VOC-documenten lagen te verrotten in het Indonesische archief. Kilometers zeventiende en achttiende-eeuwse papieren van de Nederlandse VOC in het Arsip Nasional te Jakarta, zouden beschadigd zijn door inktvraat. Het klimaat binnen het gebouw was de oorzaak. Historicus Hendrik Niemeijer luidde de noodklok en pleitte voor digitalisering. ‘Noch de Indonesische noch de Nederlandse regering kijkt er naar om’, zei Niemeijer in Dagblad Trouw.[1]

De VOC-documenten zijn een voorbeeld van gedeeld cultureel erfgoed. Cultureel erfgoed omdat het belangrijke culturele en historische objecten zijn die het verdienen bewaard te worden voor volgende generaties. Gedeeld, omdat het niet verbonden is met de geschiedenis van één land, maar met die van meerdere landen. Het VOC-archief is voor Nederland bijvoorbeeld een gigantische bron van handels-, economische en politieke betrekkingen uit die tijd. Voor Indonesië zijn de archieven belangrijk omdat ze onder meer informatie bevatten over oude machtsverhoudingen tussen de sultanaten en vorstendommen.[2]

Het Aziatisch handelsgebied. Nicolaas Visscher, 1681. Afbeelding via wikimedia commons (rechtenvrij)
Het Aziatisch handelsgebied. Nicolaas Visscher, 1681. Afbeelding via wikimedia commons (rechtenvrij)

Kind van gescheiden ouders

Toch kijkt men niet vanzelfsprekend naar deze gezamenlijke erfenis om. Het land waar het cultureel erfgoed zich bevindt, heeft zeggenschap over de objecten, terwijl het andere land net zo goed erfgenaam te noemen is. Net zoals bij een kind van gescheiden ouders, moeten er dus afspraken gemaakt over de taakverdeling. Dat het ‘kind’ soms ook compleet vergeten lijkt te worden of dat geen van de partijen zich verantwoordelijk voelt, is bij de VOC-documenten helaas pijnlijk duidelijk.

Gelukkig zijn er ook voorbeelden van succesvolle samenwerking. In Nederland voeren het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en het Ministerie van Buitenlandse Zaken samen een beleid om gedeeld cultureel erfgoed duurzaam te behouden (het Beleidskader GCE)[3]. De ministeries stellen geld en kennis beschikbaar om zorg te dragen voor archieven, museale collecties, archeologie, gebouwen, landschappen en zelfs gebruiken en verhalen in landen waarmee Nederland een gedeeld verleden heeft. Naast Indonesië zijn dit maar liefst acht andere landen.[4] Met ambassades en publieke en particuliere organisaties in het buitenland worden projecten opgezet om erfgoed in kaart te brengen en te onderhouden.[5]

 

Gezamenlijke inzet in Indonesië

In Indonesië is er bijvoorbeeld in 2008 een netwerk opgericht om conservering van historische gebouwen te stimuleren. De Nederlandse Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed en Stadsherstel Amsterdam adviseren daarbij. Inmiddels zijn 48 Indonesische steden aangesloten op het netwerk en ligt bij de meeste steden een onderhoudsplan klaar voor de bijzondere panden. Een ander project waarbij Nederlandse kennis beschikbaar stelde, is een onderzoek naar historische stationsgebouwen op Java en het ontwikkelen van restauratie- en toekomstplannen voor dit spoorerfgoed.

Andere samenwerkingsprojecten zijn niet direct verbonden met beheer en behoud, maar vooral gericht op het creëren van bewustzijn. Tentoonstellingen zijn hierbij een geliefde vorm. Zo zijn er bijvoorbeeld tentoonstellingen geweest over het leven van Indonesische en Nederlandse kinderen in Batavia, over twintigste-eeuwse kunstenaars in Bali en over Europa door de ogen van Indonesiërs. Op deze manier werken publieke en particuliere organisaties in beide landen samen aan het creëren van meer draagvlak voor hun gedeelde erfenis.[6]

Stasiun Jakaratakota. Foto: Mas Jati via Flickr
Stasiun Jakarta Kota. Foto: Mas Jati via Flickr

 

Koloniale sporen in Nederland niet gedeeld?

De inspanningen in het buitenland zijn natuurlijk lovenswaardig, maar hoe staat het eigenlijk met gedeeld cultureel erfgoed in Nederland. Wordt daar ook gezamenlijk voor gezorgd? Of is dat er helemaal niet? In Nederland zijn natuurlijk wel koloniale sporen te vinden, maar we noemen deze eigenlijk niet ‘gedeeld’. In mijn tweede blog over gedeeld cultureel erfgoed, buig ik me over deze vraag.

Politionele acties vanuit Indonesisch perspectief

Reportage van filmvertoning Hati Merdeka met nabespreking door Ad van Liempt en Maarten Hidskes.

‘Het ging ze alleen maar om geld! Die politionele acties waren om de rijkdom van Nederland te beschermen. Wie denken ze wel niet dat ze zijn om aan de andere kant van de wereld dit land als hun bezit te zien?’ Zo reageerde Jeffrey Pondaag, voorzitter van het Comité Nederlandse Ereschulden, vanuit het publiek na de vertoning van de film Hati Merdeka. De film werd op vrijdagavond 23 augustus vertoond in een uitverkochte Grote Zaal van de Balie in Amsterdam.

De antikoloniale opmerking van Pondaag werd niet gewaardeerd door de koloniaal gezinde Indo’s in de zaal, zij begonnen hem te onderbreken met: ‘Kan die man worden verwijderd?’, ‘Kunnen we het even over die film hebben?’ en ‘Security?!’ Dat de opmerking van Pondaag er niet mocht zijn zegt genoeg over hoe er binnen de Indische gemeenschap over de koloniale geschiedenis hoort te worden gedacht. Als mensen er van afwijken worden ze belachelijk gemaakt, onderbroken en ‘ge-silenced’. Uit de reacties van het publiek leek alsof er onder de meerderheid in zaal een weerstand heerste om het Indonesische perspectief van de filmmakers van Hati Merdeka te accepteren.

Scene uit Hati Merdeka: confrontatie KNIL soldaten met Indonesische vrijheidsstrijders in een lokale bar.
Scene uit Hati Merdeka: confrontatie KNIL soldaten met Indonesische vrijheidsstrijders in een lokale bar.

Hati Merdeka is spannende actiefilm en geeft een totaal ander perspectief op de ‘politionele acties’ dan die wij in Nederland gewend zijn. De wreedheid van het KNIL ten opzichte van onschuldige burgers komt hard je netvlies binnen. In de film wordt een groep vrijheidsstrijders gevolgd die als doel hebben de commandant van ‘Depot Special Troepen’ Raymer, losjes gebaseerd op Raymond Westerling, uit te schakelen. Onder de leden van de Indonesische guerrillastrijders zit ook Marius, een Indo. In de film komt naar voren dat Indo’s zowel aan de Nederlands kant (in het KNIL), als aan de Indonesische kant vochten. Marius kiest, ondanks protesten van zijn Indo vader, voor de Indonesische kant. Het KNIL wordt neergezet als een groepje arrogante soldaten die voor de meerderheid uit Indische en Molukse jongens bestaat.

Bad guy Raymer, zien we als een gruwelijke man, die naast dader ook als slachtoffer wordt gezien. Hij zou namelijk zelf getraumatiseerd zijn, doordat hij in een Japans interneringskamp heeft gezeten. In werkelijkheid heeft Raymond Westerling dat nooit meegemaakt, maar het is wel waar dat veel mensen in het KNIL net uit het kamp of uit dwangarbeid kwamen. Aangezien deze ervaring nog vers in het geheugen van veel KNIL soldaten zat, worden de Indonesische vrijheidsstrijders door hun leiding gewaarschuwd: ‘Sommige zijn Nederlanders en sommige zijn lokale militairen. Veel van hen hebben net als Raymer in de Japanse interneringskampen gezeten. Ze zijn loyaal aan de dood en net zo wreed als Raymer zelf.’

(vlnr) Ad van Liempt, de host van CinemAsia en Maarten Hidskes tijdens de nabespreking van Hati Merdeka.
(vlnr) Ad van Liempt, de host van CinemAsia en Maarten Hidskes tijdens de nabespreking van Hati Merdeka.

De nabespreking van de film vindt plaats met Ad van Liempt, specialist op het gebied van de politionele acties, en Maarten Hidskes, zoon van een soldaat die onder Raymond Westerling diende in de ‘Depot Special Troepen’. De kennis die Van Liempt deelt met het publiek is heel nuttig en goed onderbouwd. Het verhaal van Hidskes was minder interessant. In de film waren net de oorlogsmisdaden getoond van Depot Speciale Troepen, maar de balans werd weer helemaal naar het Nederlandse perspectief toe getrokken door Hidskes. Herhaaldelijk haalde hij aan dat zijn vader ‘met de beste bedoelingen’ meedeed aan de strijd. Het is jammer dat er niemand was die vanuit een Indonesisch, Indisch of Moluks perspectief meedeed aan de bespreking.

Uit de film werd duidelijk dat voor iedere Indo de keuze aan welke kant je stond een persoonlijke keuze was. Wat is er nu veranderd ten opzichte van toen? De verdeeldheid in de zaal en de reacties op Pondaag laten zien dat het eigenlijk nog steeds zo is. De film Hati Merdeka zorgde voor een pedis avondje tempo doeloe in De Balie.

Win filmkaarten voor 'Hati Merdeka'

CinemAsia film en talkshow op 23 augustus a.s. in De Balie, Amsterdam

Afgelopen zaterdag vierde Indonesië haar Onafhankelijkheidsdag, 17 augustus. Veel Indonesiërs zien deze dag als een symbool voor de vrijheid die zij verkregen hebben ten koste van de Nederlandse kolonisten. Hoe leeft de herdenking voort in het collectieve geheugen van de Indonesiërs?

Op 23 augustus vertonen CinemAsia en De Balie de Indonesische box office hit Hati Merdeka (Hearts of Freedom). Deze film volgt een groepje Indonesische verzetsstrijders dat het opneemt tegen de Depot Speciale Troepen (DST) van de beruchte commandant Raymond Westerling. Indisch 3.0 mag twee plekken op de gastenlijst weggeven voor deze film.

Hoe kan je winnen?

Geef antwoord op deze vraag, vul je gegevens in en klik uiterlijk 20 augustus 2013 op ‘Verzend’. Op 21 augustus a.s. maken we de twee winnaars bekend.

De inzendingen zijn binnen, de lootjes getrokken. Het juiste antwoord was (uiteraard) Raymond Westerling. De winnaars van de twee vrijkaarten zijn Lk op de gastenlijst gewonnen. Jullie ontvangen een mail met daarin de details over de gewonnen vrijkaart. Veel plezier!

Meer over de film ‘Hati Merdeka’
De afgelopen jaren is er veel gesproken over de laatste jaren van de kolonisatie van Indonesië, 1947-1949, de eerste en tweede Politionele Acties. Politionele Acties, “Een mooi woord voor oorlog” schreef journalist en historicus Ad van Liempt. Een besef dat pas laat in Nederland ging leven. Met de bewustwording van een echte oorlog kwamen de laatste jaren ook veel geluiden over oorlogsmisdaden naar boven, zoals de kwestie Rawagede vorig jaar en onlangs nog de geheimzinnig opgedoken fotoalbum van een massagraf. Met deze screening wil CinemAsia stilstaan bij de hedendaagse herdenking in Indonesië, door Indonesiërs. De film Merah Putih III: Hati Merdeka heeft internationaal verschillende prijzen in de wacht gesleept en is op een Hollywood-achtige stijl gemaakt met een briljante cast. Alhoewel de namen enigszins gefingeerd zijn, is het duidelijk dat in deze film de Indonesische kijk op de dekolonisatie wordt gegeven.

Talkshow na de film
Na de film zal Maarten Hidskes, kleinzoon van een oud-DST-er, een pre-release presentatie van zijn boek geven waarin hij een deels bestaande briefwisseling onderhoudt met zijn opa die onder Westerling gediend heeft. Het gaat hier om nog nooit eerder gepubliceerde brieven, die een unieke toegang geven tot de beweegredenen van een oud-DST-er. Voorafgaand aan de film zal de journalist Ad van Liempt (tevens geestelijk vader van o.a. NOVA en Andere Tijden en expert op het gebied van de dekolonisatie van Indonesië) een introductie geven over de aanloop naar, uitvoering en nasleep van de Politionele Acties. Na afloop van de film kan het publiek actief deelnemen aan de talkshow met Ad van Liempt en Maarten Hidskes.

De Indië-herdenking, 15 augustus 2013

DEN HAAG - De Indie-herdenking in Den Haag, 2013. Copyright Ilvy Njiokiktjien

Foto’s, gedichten en speeches

Nederland heeft gisteren waardig stil kunnen staan bij het einde van de Japanse bezetting in voormalig Nederlands-Indië en daarbuiten. In Den Haag zijn 4000 bezoekers bij het Indisch monument geweest, Breda ontving meer dan 300 man en in Wageningen waren circa 150 bewoners en familieleden samengekomen.

Kijk en lees met ons mee naar de herdenkingen in Den Haag, Breda, Wageningen en Thailand (Bangkok), lees de gedichten en speeches, kortom: herdenk deze 25e keer nog eens rustig in je eigen tijd.

Den Haag

Foto’s: Gilbert Pothoff en Ilvy Njiokiktjien

Breda

Foto’s: Charlene Vodegel

Kanchanaburi (Thailand)

Foto’s: Nederlandse ambassade Thailand

Wageningen

Foto’s: Randy Tutuarima en Tabitha Lemon

 

Speeches en gedichten

ERFENIS – TED VAN LIESHOUT

Gedicht uitgesproken door Charlie Heystek op de ceremonie van de Nederlandse ambassade in Thailand, 15 augustus 2013

Ooit was de wereld in zwart en wit
en van dat verre vroeger bleven beelden
bewaard vol bergen aangeharkte mensen
die vier poten hadden gekregen van de dood,
en uitgewoonde ogen. Ze zagen niet eens
dat ze bloot waren en op elkaar gestapeld,

schaamden zich niet voor hun onverschilligheid,
maalden niet om manieren, bekommerden zich
niet om wie thuis wachtte op een teken van leven.

Ik huilde van schrik; ik erfde hun tranen,
want er moet íemand om ze blijven geven,
nu de wereld in kleur is en in mij ging bestaan.

SAMENVATTING VAN DE SPEECH VAN JOAN BOER, AMBASSADEUR VOOR NEDERLAND IN THAILAND

Uitgesproken ter gelegenheid van de herdenkingsceremonie op Kanchanaburi, Thailand, 15 augustus 2013

Geachte aanwezigen,

Hartelijke dank voor uw aanwezigheid bij deze bijzondere dag. Ver van Nederland, herdenken we vandaag de gevallenen op hun laatste rustplaats. Vandaag, 15 augustus is, net als 4 mei, Bevrijdingsdag. Vandaag herdenken we de gevallenen van een deel van de oorlog dat in Nederland minder bekend is. Een deel van de oorlog dat minder aandacht ontvangt. Maar niet minder aandacht verdiend. Vandaag staan we stil bij het einde van de oorlog in Zuidoost-Azië.  We herdenken de capitulatie van Japan en de bevrijding van Zuidoost-Azië, van Nederlands-Indië. Vandaag staan we stil bij de verschrikkingen en de wreedheid van oorlog. We staan stil bij wat mensen andere mensen aandoen. We herdenken de bevrijding van mensen die de gruwelijkheden van oorlog hebben meegemaakt, gezien, gevoeld.

We staan stil bij onverdraagzaamheid. Onverschilligheid. Onbegrip.

Beste Ari, grafnummer 7.A.42. Je bent een van de 6982 mannen die hier op Don Rak hun laatste rustplaats hebben gekregen. Voor jou begon de oorlog op 8 december 1941 toen Nederland Japan de oorlog verklaarde. De oorlog begon op datzelfde moment voor jouw zoon Joris. In oktober 1989 bezocht een oud-kampslachtoffer jouw graf. Hij liep uren over deze begraafplaats, op zoek naar jouw laatste rustplaats die hij tot zijn spijt niet kon vinden. Tot hij het opgaf en zijn oog op je naam viel. Hij maakte foto’s, liet deze ontwikkelen en stuurde ze op naar je zoon. In april dit jaar bezocht de kleindochter van het oud-kampslachtoffer samen met haar vader jouw graf. Ze maakte foto’s, haalde een uittreksel uit het grafregister en stuurde dit op naar jouw zoon.

Beste Ari, helaas is 15 augustus voor jou nooit Bevrijdingsdag geworden. Gelukkig werd 15 augustus wel Bevrijdingsdag voor jouw zoon. En hoewel je zoon het einde van de oorlog heeft gezien, is ook zijn vrijheid maar relatief. Want jouw zoon liet bij het ontvangen van de foto’s weten, dat 68 jaar na dato ‘het zelfs nu nog niet makkelijk is de gebeurtenissen van toen te verwerken.’ En zoals je misschien wel weet, heeft hij zelf nooit je graf kunnen bezoeken. De oorlog leeft voort in je zoon Joris. De oorlog leeft ook in de kleindochter van het oud-kampslachtoffer voort. Al kent ze geen oorlog. De verhalen in haar hoofd. De tekeningen op haar netvlies.

Grafnummer 7.A.42 heeft een naam, een verhaal. Alle gevallenen die hier worden geëerd verdienen een naam, een verhaal en een gezicht.  En hoewel dat niet mogelijk is, staan we vandaag stil bij al deze gevallenen die zijn omgekomen in de oorlog. We herdenken een oorlog die sporen heeft nagelaten in mensen. Een oorlog die doorleeft en hen die de oorlog hebben meegemaakt, gezien, gevoeld. En in hen die de oorlog alleen van horen zeggen kennen. Oorlog die ontstaat door onbegrip en onverdraagzaamheid. Door onverschilligheid en intolerantie. Helaas ligt dit niet achter ons. Het is van alle tijden. Ook als er geen oorlog is. Daarom staan we er vandaag ook bij stil dat vrijheid niet vanzelfsprekend is. Dat vrijheid inspanning vereist.

Tolerantie. Betrokkenheid. Begrip. We staan er bij stil dat vrijheid verantwoordelijkheid vereist. Het vereist vastberadenheid. En moed. Van iedereen.  Daar staan we vandaag bij stil. Vooral tijdens de stilte in onszelf.

SPEECH CHARLENE VODEGEL, INDISCH 3.0

 Zij waren toen nog zo jong

Uitgesproken ter gelegenheid van de herdenkingsceremonie in Breda, 15 augustus 2013

‘Zij waren toen nog zo jong’ Een gewone Indische Nederlandse militie matroos die in dienst was van de Koninklijke marine. Mijn opa Henry Victor Vodegel deed zijn zware plicht en is helaas alleen een onderdeel geworden van een historische gebeurtenis: De Slag in de Javazee. Mijn opa was één van de 1000 slachtoffers die is omgekomen. Dit blijft een verhaal in onze familiegeschiedenis.

Jaren van opleiding en oefening moesten gaan resulteren in een gerichte aanval tegen de Japanners in 1941/1942. Nederland moest zorgen dat de Japanners werden gestopt. Stel je voor, dat mijn opa na deze aanval in Surabaya terugkwam als de man die een mooi succes had geboekt. Wie wilde dat niet?  Het land verwachtte dat zij op dat moment hun plicht deden.

De gebeurtenis. De Slag in de Javazee vormde het sluitstuk van drie maanden maritieme actie waarbij, op vier Amerikaanse torpedobootjagertjes na, alle schepen ten onder gingen. De slag kwam hard neer op Nederlands-Indië en op Nederland. Op 27 februari 1942, om 23.45 uur werden de kruisers De Ruyter en Java getorpedeerd en brak  het imperium.  Duizenden Nederlandse  en Indische mannen waaronder mijn opa hebben zich doodgevochten in een strijd tegen overmacht. Ter nagedachtenis heeft de Ministerie van Marine een oorkonde uitgegeven met de gegevens van mijn opa. (de oorkonde laten zien)

Iedereen die vocht voor de Nederlandse regering had een held kunnen worden als ze deze slag hadden overleefd. Maar uiteindelijk een held voor wie? Voor de koningin en zijn vaderland misschien? Maar mijn eigen vader heeft mijn opa nooit als held kunnen voelen en leren kennen. Held door een vader te zijn voor je kind, die opkomt voor de belangen van je kinderen. Nee, mijn vader heeft dat helaas nooit kunnen ervaren wat de betekenis is van een vader in het leven van een kind.

Als 3-jarige peuter werd hij aan zijn lot overgelaten samen met zijn broer en moeder.  En  een paar jaar later je moeder verliezen, dat is eigenlijk het ergste wat een kind kan meemaken. Ouderloos, machteloos, geplaatst worden in een weeshuis en niet wetende hoe je toekomst eruit gaat zien. Maar toch is mijn vader als Indische Nederlander uiteindelijk naar het Vaderland gegaan om verder te gaan aan een nieuwe toekomst.

In 2006 was ik aanwezig  bij een plechtigheid omtrent een uitbreiding van het Karel Doormanmonument op het ereveld Kembang Kuning in Surabaya. De Oorlogsgravenstichting had het initiatief genomen om na 64 jaar het Karel Doormanmonument compleet te maken met bronzen platen met daarop de namen van alle oorlogsslachtoffers van de Slag in de Javazee. Mijn opa’s naam staat daar tussen. Dit geschiedenisverhaal wordt monumentaal in ere gehouden in Surabaya. De officiële ceremonie  vond precies  in mijn tweede week plaats toen ik voor studie in Surabaya zat. Het kan toeval zijn of niet, maar ik stelde mezelf de vraag: ‘Waarom vond deze officiële plechtigheid pas plaats na 64 jaar op het moment dat ik in Surabaya was?’ Het voelde voor mij als een soort van bescherming van een opa die ik nooit heb gekend, dit gevoel is lastig te verwoorden.”

Mijn vader is 72 jaar geworden, en is 2 jaar geleden overleden. Als ik en mijn broertje terugkijken naar onze vader hoe ver hij het geschopt heeft in zijn leven. Hoe hij het vaderschap goed heeft kunnen doen. Iemand die voor je zorgt, die er altijd voor je is. Wij zijn trots op hoe onze vader ondanks zijn jeugdgeschiedenis zich staande heeft kunnen houden.

Net als misschien vele andere Indische vaders, is mijn vader ook nooit echt een prater geweest over wat voor invloed zijn jeugd heeft gehad op hem. Stil, teruggetrokken maar toch heel sterk in hoe hij zijn kinderen heeft opgevoed.  Dus ja als ik denk aan het thema: Zij waren toen nog zo jong.  Ja mijn vader was inderdaad jong om zijn vader te verliezen in de oorlog maar hij heeft nu kinderen achtergelaten die hij een sterke opvoeding heeft gegeven samen met mijn moeder.

Zij waren toen nog zo jong om te sterven, maar ik voel mij ook nog zo jong om een vader te verliezen.  Dus wat betekent nog jong in een mensenleven?

Ik wil graag afsluiten met enkele coupletten van het lied “Laatste groet” die door tante Lien, Wieteke van Dort is gezongen.

De zon, in het Oosten gerezen
daalt in het Westen neer
Er valt geen scheiding te vrezen
De zon keert altijd weer

Wij willen dit warme herdenken
Uit veler vrienden naam
Als een groet aan allen schenken
Die ons zijn voorgegaan

Nederlands-Indië als bijzaak bij de Tweede Wereldoorlog

87% van alle deelnemers vindt kennis over Indie en Indonesie (zeer) belangrijk.

Resultaten online onderzoek bekend

Grote ontevredenheid over onderwijs over Indië en Indonesië

Vandaag herdenken we het einde van de Tweede Wereldoorlog in Azië. De kans is groot dat jij daaraan mee wil doen, of er op zijn minst even aan denkt. Maar wat heb jij erover geleerd? Wist jij bijvoorbeeld, dat Indische Nederlanders soms wel tot in december 1945 in kampen hebben gezeten? En dat herdenken op 15 augustus vooral een symbolische betekenis heeft?

Aanleiding voor het onderzoek

Indisch 3.0 deed onderzoek naar hoe tevreden mensen zijn over wat zij op school hebben geleerd over Indië en Indonesië. Reden hiervoor is dat wij al jaren horen dat “mensen niets weten over de koloniale geschiedenis van Nederland in Indonesië.” Is dit een sentiment dat enkelen voelen? Is dit zo’n standaard punt van kritiek van ouderen op jongeren? En hoe kijken docenten hier eigenlijk tegenaan? Van 2 juli 2013 tot en met 13 augustus 2013 konden mensen meedoen aan de online enquete. Deze eerste vier resultaten en conclusies zijn vanaf vandaag  te vinden op www.indisch3.nl. Een diepgaandere analyse publiceert Indisch 3.0 in september.

Opbouw enquête

De enquête bestond uit algemene en doelgroepspecifieke vragen; voor (oud-)leerlingen respectievelijk (oud-)docenten zijn deels verschillende vragen geformuleerd. Leerlingen kregen vragen over hoe tevreden ze waren over de lessen, in welke vakken zij over Indië en Indonesië hadden gehoord en wat zij er zelf over wisten. Docenten is gevraagd hoe belangrijk zij deze kennis vinden, wat redenen konden zijn er meer aandacht aan te besteden én om er juist niet meer aandacht aan te besteden.

Representativiteit
373 respondenten hebben deelgenomen aan dit onderzoek. 51% hiervan is vrouw, 49% man. In termen van geslacht zijn deze deelnemers representatief voor Nederland. Daar staat tegenover dat 63% van de respondenten zegt (deels) van Indische afkomst te zijn. Volledig representatief voor de Nederlandse bevolking is dit onderzoek niet. We kunnen wel aannemen dat dit onderzoek representatief is voor de Indische gemeenschap in Nederland, gezien de overeenkomstige verhouding man:vrouw.

Helaas zijn de vragen voor docenten weinig representatief te noemen. Van de 43 deelnemers die aangaven docent te zijn (geweest), is 51% gestopt met lesgeven. Deze verhouding komt niet overeen met de werkelijke verhouding actieve docenten:gepensioneerde docenten.  Daarmee is dit onderzoek representatief te noemen voor overwegend Indische Nederlanders die niet als docent voor de klas hebben gestaan. De antwoorden van docenten zullen wij daarom met de nodige nuance brengen.

Uitkomsten van het onderzoek

Resultaat 1. Onder Indische Nederlanders heerst grote ontevredenheid over wat zij op school geleerd hebben over Indië en Indonesië. Mensen die na 2003 eindexamen hebben gedaan, zijn opvallend minder negatief dan mensen die voor 2003 eindexamen deden.

72% van de deelnemers aan het onderzoek “Indië en Indonesië op school,” zegt ontevreden tot zeer ontevreden te zijn. Deze ontevredenheid staat in groot contrast met het belang dat (oud-) leerlingen en (oud-)docenten hechten aan kennis hierover.

Resultaat 2. Indische Nederlanders van alle leeftijden vinden kennis over de geschiedenis van Nederland in Indië en Indonesië (ontzettend) belangrijk. Het belang dat ze eraan hechten, neemt toe naarmate de leeftijd stijgt.

87% van alle deelnemers vindt kennis over Indië en Indonesië belangrijk (24%) of zelfs ontzettend belangrijk (63%). Opvallend is dat dit belang toeneemt met de leeftijd. Van alle jongeren (jonger dan 26 jaar) vindt 50% het ontzettend belangrijk om kennis te krijgen over dit onderwerp, 37% vindt het belangrijk. Van de volwassenen (26-46 jaar) vindt 64% het ontzettend belangrijk en 24% belangrijk. En van de senioren vindt 67% het zelfs ‘ontzettend belangrijk’, 21% belangrijk.  Nu kan dit beeld vertekend zijn, vanwege het relatief kleine aandeel jongeren (slechts 13% van de respondenten is jonger dan 26 jaar). Maar wij herkennen dit beeld wel.

Resultaat 3. Het merendeel van de Indische Nederlanders (67%) wil dat docenten hierover met elkaar in debat gaan. Hoe korter geleden een respondent eindexamen heeft gedaan, hoe groter het belang dat hij hieraan toekent. Docenten zijn hiertoe bereid.

Van de respondenten die na 2003 eindexamen doen of hebben gedaan, vindt 84% het belangrijk (48%) tot ontzettend belangrijk (36%) dat docenten hierover met elkaar in debat gaan. Van de respondenten die tussen 1983 en 2003 eindexamen deden , is 71% overtuigd van het nut van dit debat, waarbij 30% ‘ontzetten belangrijk’ en 41 % ‘belangrijk’. Van de respondenten die voor `1983 eindezamen deden, is dit nog lager. Daarvan vindt ‘slechts’ 66% dat docenten hierover het debat horen te zoeken (33% ontzettend belangrijk, 33% voor belangrijk). Docenten die nog wel les geven (22 van de 53) geven voor het merendeel (64%) aan dat zij hier wel voor voelen (64%).

Resultaat 4. Indische Nederlanders hebben de hoop dat betere kennis over het (post-)koloniale verleden van Nederland, kan leiden tot meer begrip voor elkaar en voor anderen. Onderwijs is de sleutel hiervoor.

Gevraagd naar wat het eigenlijk uit zou maken, heeft één antwoord een duidelijke voorkeur. 57% van de respondenten gelooft dat Nederlanders meer begrip voor elkaar en anderen krijgen. Van alle deelnemers geeft 46% verder aan dat onderwijs de sleutel is voor beter geïnformeerde Nederlanders. 34% gelooft dat dit onderwerp hoe dan ook thuis hoort in het reguliere onderwijs; het hoort bij het collectieve geheugen. Slechts 8% vindt dat Nederlanders hier in de basis niet in geïnteresseerd zijn.

Conclusies, vervolg en overdenkingen

Vinden wij dat we geslaagd zijn in de opzet van ons onderzoek? Deels. We hadden graag meer jongeren (tot 26 jaar) in ons onderzoek betrokken. We hadden graag meer lesgevende docenten in ons onderzoek gehad. En we hadden graag een bredere doelgroep betrokken in ons onderzoek dan de overwegend Indische groep. Dat zijn drie factoren waar we niet zo enthousiast over zijn.

Niet representatief
Naast zelfkritiek kwam er ook kritiek van de deelnemers. “Jullie gaan geen representatief onderzoek krijgen, jullie krijgen alleen maar Indische Nederlanders.” We hebben inderdaad geen landelijk bereik gerealiseerd. Het onderzoek is representatief, maar “alleen” voor de Indische groep. Vinden we jammer, maar dat heeft alles te maken met het karakter van dit onderzoek; het is nou eenmaal een “niche” onderwerp, de Indische geschiedenis op school. Verder hielp het niet dat we dit onderzoek uitvoerden tijdens de zomervakantie.

Subjectief
Een ander kritiekpunt was de gekleurdheid in de vraagstelling en de antwoordmogelijkheden. Zo vond iemand het een minpunt dat zij niet kon aangeven dat zij lesgaf op de volksuniversiteit. In dat geval accepteren we dat dit onderzoek niet perfect was. Waar we nog eens goed naar hebben gekeken, is de gekleurdheid van de vragen. Een formulering hebben we aangepast; van ‘kennisgebrek’ hebben we ‘eventueel kennisgebrek’ gemaakt. De overige verwijten van subjectiviteit hebben we genomen voor wat ze waren. We hebben de vragen zo goed mogelijk vrij van sturing proberen te formuleren. Echt waar.

Plezier
Ondanks die minpuntjes, presenteren we jullie dit onderzoek met plezier. Het is voor het eerst dat onderzocht is hoe Indische Nederlanders aankijken tegen onderwijs over “hun” geschiedenis. We weten nu dat docenten en leerlingen veel belang hechten aan betere kennis over het (post-) koloniale verleden van Nederland in Indonesië. En we weten nu dat docenten en leerlingen waarde hechten aan een debat over meer aandacht.

Aanknopingspunten
Daarmee biedt dit onderzoek aanknopingspunten voor een daadwerkelijke verbetering van het onderwijs over Indië en Indonesië. Wij gaan daarmee aan de slag. Verder gaan we de resultaten van dit onderzoek nader analyseren. Is er een verband tussen leeftijd en verwachtingen? En wat kan je zeggen over mensen die geen Indische achtergrond hebben en het belang dat zij hechten aan dit onderwijs? Los van deze opening naar de toekomst, hebben de open vragen ons een ongekend inzicht gegeven in hoe Indische Nederlanders en belangstellenden kennis over de Indische cultuur in Nederland hebben ervaren. We sluiten af met een paar van deze opmerkingen.

Wat wil jij weten over de resultaten?
Maar voordat we dat doen, nog een laatste vraag aan jullie. Aangezien we nog een nadere analyse gaan maken; wat zou jij willen weten over de resultaten van dit onderzoek, dat we kunnen beantwoorden op basis van de reeds ingevulde enquete? Wellicht kunnen we jouw vraag ook opnemen in onze analyse.

Dan nu, een paar van de reacties.

“In de geschiedenislessen kwam Nederland als bijzaak bij de Tweede Wereldoorlog.”

“Ik heb de indruk dat er maar twee opvattingen bestaan in Nederland; óf Indo’s waren fout want hadden de Indonesische nationaliteit aangenomen, óf ze zijn de best geïntegreerde allochtonen die Nederland ooit heeft gehad.”

“Als half Molukse vind ik het soms kwetsend dat mensen niet weten wat mijn familie heeft meegemaakt. Als het in een keer goed op school wordt uitgelegd,zou dat heel wat mensen uitleg schelen.”

“Alleen maar zeiken over nazi’s zonder te vertellen over eigen nationalisten/ kolonisten is zelfs een gebrek aan zelfrespect.”

“Door de treinkapingen werd in een week tijd meer bekend over de achtergrond van de Molukkers da in de 20 jaar daarvoor dat ze in Nederlan waren.”

“Ik leerde over de VOC en minimaal over de politionele acties.”

“Soms werd mij gevraagd een toelichting te geven.”

“Mijn schoonouders komen uit Indonesië, ik wist eigenlijk niet zo goed hoe mijn schoonvader aan een Nederlandse naam kwam.”

Overdenkingen: belang en urgentie van dit onderzoek

Prins Friso is zojuist overleden. We hebben gehoord dat het begrotingstekort nog erger wordt dan verwacht. Allemaal moeten we de broekriem aan gaan halen. En vandaag herdenken we het einde van de Tweede Wereldoorlog. Hoe belangrijk is dit onderzoek eigenlijk? Hoe urgent is het dat Indisch 3.0 doorgaat met het agenderen van het probleem van gebrekkig onderwijs over Indië en Indonesië op scholen?

Wij vinden dit heel belangrijk. Ten eerste: te vaak plaatsen politici en journalisten koloniale kwesties in een Indisch hoekje, terwijl de bevelen allemaal vanuit Den Haag kwamen; Nederland. Te makkelijk vegen politici het Nederlandse bord schoon door misbruik te maken van het paraplu-begrip Indisch. Een beter opgeleid publiek zou niet meer zo makkelijk in de luren te leggen zijn.

Ten tweede: dagelijks gaan toekomstige politici, journalisten, docenten en ouders voor het eerst naar school. Een goede basiskennis over het Nederlandse verleden in de voormalige kolonie leidt ze op tot grotere denkers.

En tot slot gaat het om het Indische culturele erfgoed. Indisch 3.0 kijkt naar het eigentijdse in de Indische samenleving. We zien hoe belangrijk het is dat Indische kinderen leren wie ze zijn, waar ze vandaan komen en wat hun familieband is met Nederland en Indonesië. Onze ouders en voorouders hebben er vaak maar weinig van overgedragen (gekregen). Tegenstrijdig genoeg zijn wij dus voor de doorgifte van onze cultuur aan onze kinderen voor een groot deel afhankelijk van het Nederlandse onderwijs.

We laten de andere koloniën en andere minder chique wapenfeiten – zoals de slavernij – voor wat ze zijn. Wij zijn een Indisch magazine en gaan ons inzetten voor beter onderwijs over de Nederlandse kennis over de Nederlandse geschiedenis in Indonesië. Dat is al een hele hand vol.

Tweede Roots @ Work netwerk borrel (30-8)

Met als speciale gast: Peggy Stein.

Afgelopen mei hebben we onze Roots @ Work netwerkborrel geïntroduceerd. Zo’n 45 Indische en Molukse ondernemers netwerkten er in restaurant Blauw in de Javastraat te Den Haag. Meest gehoorde reactie: “Ik had het níet gedacht, maar netwerken met Indo’s en Molukkers is echt vertrouwder.”

Roots at work netwerkborrel
Roots at work netwerkborrel

Tijd voor een tweede editie. Ben jij Indisch of Moluks en wil je graag je netwerk als ondernemer uitbreiden? Meld je dan aan voor de tweede R@W op vrijdag 30 augustus a.s., van 15-17 uur in Den Haag. We nodigen je graag uit. Onze deelnemers zijn managers bij grote bedrijven en zelfstandigen. Sommige ondernemers zijn al gevestigd, anderen juist net begonnen. Deel je netwerk met de andere ondernemers en vergroot daarmee ook jouw eigen netwerk. Netwerken op onze Roots@Work-borrel is informeel, senang en: uitermate smakelijk. Onze sponsor restaurant Blauw stelt haar restaurant ter beschikking, sponsort onze drankjes én zal onze smaakpapillen weer stimuleren met heerlijke Indische hapjes.

Peggy Stein (o.a. Bureau Pindakaas, One Big Agency, de Stille Tocht, Indische Nederlanders aan het Woord)

Peggy Stein
Peggy Stein. Foto: Nederland Media Netwerk

Op vrijdag 30 augustus a.s. organiseren wij de tweede editie. Deze keer hebben wij als special guest onderneemster, creatieveling en activist Peggy Stein. Peggy is mede-oprichtster van OneBigAgency, Algemeen Directeur (Creatief /Strategie) bij Bureau Pindakaas en Director bij de Miami Ad School Amsterdam. Daarnaast is zij de motor geweest achter de campagne voor de Stille Tocht voor de Indische Kwestie in maart 2013. Maar minstens net zo bekend is zij van de Indofeesten in het Oosten van het land en haar forum Indische Nederlanders aan het woord. In een kort interview zal Peggy vertellen over haar ‘roots @ work’. Na het interview kan je haar zelf verder bevragen.

Pitchen?

Daarnaast is er gelegenheid om te pitchen. Vertel in 1 minuut wie je bent, wat je doet en heel belangrijk, wat je zoekt/met wie je in contact zou willen komen. Dat het werkt, hebben wij gezien op de eerste netwerkborrel. Dat we streng gaan zijn op die 60 seconden, hebben we ook bevestigd gezien. Dus laat die bibbers maar los, pitch en ontmoet nieuwe ondernemers.

Ben jij Indisch of Moluks en wil je je netwerk uitbreiden? Kom op 30 augustus naar Den Haag en zet je Roots @ Work.

Datum: Vrijdag 30 augustus

Locatie: restaurant Blauw, Javastraat 13 te Den Haag.

 

Programma 30 augustus 2013 (concept)

15:00 uur inloop met welkomstdrankje en hapje

15:15 uur welkomstwoord door Indisch 3.0 en restaurant Blauw

15:25 – 15:45 uur gelegenheid voor pitches

15:45 – 16:15 uur informeel netwerken

16:15 – 16:25 uur interview met Peggy Stein

16:25 – 17.00 uur informeel netwerken

(en jam karet doen wij alleen buiten werktijd..)

 

Deelname is kosteloos, maar alleen mogelijk op vertoon van een uitnodiging. Dus meld je aan via het onderstaande formulier en je ontvangt van ons zo’n felbegeerde uitnodiging.

Blijf je ook eten? Aanbieding: een rijsttafel voor twee, voor de prijs van één.restaurant-blauw

Ook deze keer heeft restaurant Blauw een leuke aanbieding voor degenen die gezellig blijven eten na de borrel. Neem een collega ondernemer mee en eet met z’n 2-en een rijsttafel voor de prijs van 1! Reserveren kan direct bij Blauw of via onderstaand aanmeldformulier.

[contact-form to=’tabitha@indisch3.nl’ subject=’Ik kom op 30-8 naar de Roots@Work-netwerkborrel.’][contact-field label=’Voor- en achternaam’ type=’name’ required=’1’/][contact-field label=’Organisatie’ type=’text’ required=’1’/][contact-field label=’Branche’ type=’text’ required=’1’/][contact-field label=’E-mailadres’ type=’email’ required=’1’/][contact-field label=’Postadres’ type=’text’ required=’1’/][contact-field label=’Postcode %26amp; vestigingsplaats’ type=’text’ required=’1’/][contact-field label=’Dank voor jullie uitnodiging. Ik kom graag.’ type=’select’ required=’1′ options=’zelf.,met twee personen.,met drie personen of meer.’/][contact-field label=’Ik wil graag pitchen.’ type=’checkbox’/][contact-field label=’Ik maak gebruik van de Blauw-aanbieding. Maak voor mij een reservering ‘ type=’checkbox’/][/contact-form]

Vragen, aanvullingen, suggesties?

Neem contact op met Tabitha Lemon: tabitha@indisch3.nl/ 06-46222184.

De Roots @ Work netwerkborrel van Indisch 3.0 en restaurant Blauw Den Haag. Elke twee maanden weer informeel, senang en smakelijk.

Roots at work netwerkborrel
Roots at work netwerkborrel

3 tips voor 15 augustus

Tweet met #15aug en maak de herdenking trending

Morgen herdenken we het einde van de Tweede Wereldoorlog in Azië. In steeds meer plaatsen in Nederland kan je inmiddels een herdenking bijwonen. Wat zijn de drie tips voor morgen die wij je mee willen geven, voor het geval je niet naar een herdenking toe kan?

3. Kijk om 20.30 uur op Nostalgienet naar de tv-première van Diederik van Vleuten’s theatershow ‘Daar Werd Wat Groots Verricht’, waar dit online magazine eerder al vol enthousiasme over berichtte. Saillant detail: Van Vleuten heeft deze show in het verleden ook aangeboden aan de NPO. Die weigerde. “Dat is verleden tijd, daar zit niemand op te wachten.”

2. Kijk om 12.00 uur naar Nederland 1, voor de tv-première van de korte film Arigato (7 minuten). Na  het vertonen van de film, kan je luisteren naar een interview door Rob Trip, van Sandra Beerends (maakster & bedenkster Arigato) en Mug (hoofdrolspeelster).

1. Tweet met #15aug over de herdenking en maak van de herdenking van het einde van de Tweede Wereldoorlog trending topic op Twitter.

Online magazine herdenkt einde WO2 in Azië in Breda, Bangkok en Wageningen

Indië-herdenking in Roermond. Foto: Nationaal Indië-monument.

Indisch 3.0 herdenkt 3x op 15 augustus a.s.

Persbericht

Den Haag, 13-8-2013

Aanstaande donderdag herdenken vertegenwoordigers van Indisch 3.0 op drie plekken het einde van de Tweede Wereldoorlog in Azië. Charlene Vodegel is uitgenodigd in Breda, Charlie Heystek in Bangkok en Tabitha Lemon & Kirsten Vos in Wageningen. Met deze drievoudige herdenking onderstrepen de vertegenwoordigers van het online magazine het diepe respect dat zij voelen heeft voor de offers van hun, jouw én uw Indische grootouders.

Charlotte Heystek (oud-hoofdredacteur) woont de herdenking van de Nederlandse ambassade bij in Thailand. Bij deze herdenking is de Nederlandse ambassadeur Joan Boer aanwezig. De ambassadeur geeft een toespraak op ereveld Kanchanaburi. Tijdens die [plechtigheid zal Charlie een krans leggen namens Indisch 3.0. In de vervolgceremonie op ereveld Chunkai zal Charlie nog een gedicht voordragen.

Tabitha Lemon en Kirsten Vos zijn uitgenodigd voor de herdenking in Wageningen. Zij zullen donderdagochtend een besloten herdenking bijwonen in aanwezigheid van o.a. burgemeester Van Rumund. Na de taptoe zullen Tabitha en Kirsten een krans leggen namens Indisch 3.0 en als vertegenwoordigers van de jongere generaties.

Charlene Vodegel (o.a. ‘Aan de Studie’) tot slot, speecht rond 14.15 uur bij de herdenking in Breda, in aanwezigheid van burgemeester van der Velde en kinderen en kleinkinderen van de bewoners van verzorgingstehuis Raffy. Later sluit Charlene aan in de bloemlegging op afroep en legt zij namens Indisch 3.0 een bloemstuk.

Van de drie herdenkingsbijeenkomsten zijn kort na 15 augustus 2013 foto’s te vinden op Indisch 3.0, net als de uitgesproken teksten. De foto die dit persbericht begeleidt, is van het monument in Roermond.

En jij, hoe herdenk jij aanstaande donderdag? Sorry, there are no polls available at the moment.

 

 

 

 

Het einde van Puasa

Ticket naar de hemel

Puasa is voorbij. Als het vasten voor de laatste maal gebroken is, zie ik mijn oom met 2 grote zakken rijst in zijn handen staan. “Deze rijst is voor mensen die het hard nodig hebben,” zegt hij. “Zakat Fitrah heet dat. Het is een verplichting voor elke moslim om na het einde van Puasa 2,5 kilo rijst af te staan,” voegt hij er aan toe.

We lopen naar een tafel die als administratiekantoor is ingericht. De rijst wordt gewogen en in de opslag gelegd. Wie geen rijst in de aanbieding heeft, kan het equivalent in Rupiahs voldoen. “22.500Rp (€1,63) per persoon is de huidige koers,” vertelt een van de administrateurs. Mijn oom brengt 5 kilo rijst (voor hem en mijn tante). Als hij zijn kwitantie voor de ingeleverde rijst krijgt, grapt hij: “Yes, ik heb mijn ticket naar de hemel binnen.”Aan het einde van de avond is er in de wijk zo’n 6 ton aan rijst opgehaald en zijn er vele toegangsbewijzen tot de hemel uitgedeeld.

Inzameling van rijst voor Zakat Fitrah
Inzameling van rijst voor Zakat Fitrah. Foto: Eric Kampherbeek

Oefenen voor takbiran

In mijn eerste blog schreef ik dat ik ‘s ochtends regelmatig wakker schrok door het geluid van de Azan (die oproept tot gebed). Daar ben ik inmiddels wel aan gewend. De laatste week werd ik wakker gehouden door tromgeroffel dat tot laat in de avond doorging. De drums leken een wedstrijd met elkaar aan te gaan, wie het hardste geluid  kon produceren. “We oefenen voor takbiran,” vertelde één van de drummers.

Takbiran is een ritueel op de avond na het einde van Puasa. Jongeren lopen in een lange stoet door de straten van de kampung. Ze laten aan God zien dat ze blij zijn met het einde van Puasa en ze zijn op hun best gekleed. “Allahu akbar! La ilaha illa-llah!” schreeuwen ze. Rond 1 uur ‘s nachts is het ritueel afgelopen, maar nog tot vroeg in de ochtend rijden pickup-trucks door de straten van de kampung, onder luid geschreeuw dat Allah de grootste is en dat er geen godheid is, anders dan Allah.

Tijdens takbiran laten jongeren zien dat ze blij zijn met het einde van Puasa. Foto: Eric Kampherbeek
Tijdens takbiran laten jongeren zien dat ze blij zijn met het einde van Puasa. Foto: Eric Kampherbeek

Sholat Idul Fitri

De volgende ochtend is het weer vroeg dag. Het is 5:00 ‘s ochtends als iedereen in huis wakker wordt. Het is vandaag Idul Fitri (suikerfeest). Zowel voor moslims als voor niet-moslims is dit één van de belangrijkste dagen in het jaar. Iedereen is vrij, er mag niet meer gevast worden (ook een regel uit de Islam) en: het is feest. Op straat hangen grote spandoeken met daarop “Selamat Idul Fitri. Mohon maaf lahir dan batin,” wat zoiets betekent als “Fijn suikerfeest. Vergeef met je lichaam en ziel.”

Zo vroeg in de ochtend is het al druk op straat. Mensen in hun mooiste kledij zijn op weg naar het Alun-Alun Utara, een immens plein voor de Kraton. Rond 7 uur begint een speciale sholat (gebed) waar duizenden moslims aan meedoen. Iedereen neemt een krantje mee om op de zanderige ondergrond te leggen. Niet alleen het plein is afgeladen met mensen die met de sholat meedoen, maar ook de omliggende straten.

Sholat Idul Fitri op het Alun-Alun Utara. Foto: Eric Kampherbeek
Sholat Idul Fitri op het Alun-Alun Utara. Foto: Eric Kampherbeek

Aan de imam de nobele taak de sholat voor de duizenden toegestroomde moslims te leiden. Als een ware choreografie wordt de sholat uitgevoerd. Alleen is het gebed verdacht snel voorbij, valt me op. Later hoor ik dat de imam niet goed geteld heeft tijdens het gebed. Waar na het einde van het gebed 7 maal “Allahu akbar” uitgesproken dient te worden, heeft de imam dat slechts 2 maal gedaan.

Gunungan

Yogyakarta heeft een sultan die tegelijkertijd ook de gouverneur van DIY (Speciaal District Yogyakarta) is. Hij woont, samen met familie en staf, in de Kraton. De sultan kan gezien worden als een soort koning, net als Willem-Alexander, maar dan met macht. En rijk is hij ook. Van het vele land dat hij in het district Yogyakarta bezit, ontvangt hij veel belasting.

130808_156_Puasa_1000px
Tijdens gunungan brengen medewerkers van de Kraton een berg van groenten naar de bevolking. Foto: Eric Kampherbeek

 

Elk jaar, aan het einde van Puasa, doet de sultan wat voor het volk. Het leger van de Kraton brengt groenten en vruchten naar het plein voor de grote moskee. De etenswaren zijn samengebonden in de vorm van een piramide of berg (gunung). Vandaar de naam gunungan. Als het leger met de etenswaren aangekomen is op het plein bespringen de bezoekers massaal de “bergen van groenten” om maar zo veel mogelijk eten mee te kunnen nemen naar huis.

Als eerste de "berg van groenten" beklommen hebben, is een ware sport geworden. Foto: Eric Kampherbeek
Als eerste de “berg van groenten” beklommen hebben, is een ware sport geworden. Foto: Eric Kampherbeek

 

Als gunungan voorbij is, keert de stilte terug in de straten. Mensen gaan op familiebezoek of pakken een paar uur slaap. Waar ‘s ochtends duizenden mensen op straat te vinden waren, is het nu uitgestorven.

Puasa is ten einde

Puasa is voorbij en het normale leven in Yogyakarta kan weer beginnen. Ik heb het geluk gehad de islamitische vastenmaand van dichtbij mee te mogen maken. Waar mensen in eerste instantie wat terughoudend waren tegenover de Indo die een fotodocumentaire wilde maken, bleek toenadering tot de geloofsgemeenschap uiteindelijk makkelijker dan gedacht. Wel ben ik elke dag meerdere malen uitgenodigd om ook moslim te worden, maar niemand die een gesprek met deze niet-moslim weigerde.

In mijn blogs van afgelopen maand heb ik geprobeerd een inkijk te geven in de maatschappij van Yogyakarta tijdens Puasa. Er zijn nog vele verhalen te vertellen en nog meer fotomateriaal om te laten zien. De fotodocumentaire die ik gemaakt heb, komt hopelijk snel in boekvorm uit, en gaat dieper in op de leefwereld tijdens Puasa in Yogayakarta. Je kunt de ontwikkelingen van de fotodocumentaire op mijn website volgen.

Terima kasih banyak dan sampai jumpa lagi! – Veel dank en tot ziens!