Nieuws uit het verleden

Zoals wel meer Indo’s ben ik zeer geïnteresseerd in mijn achtergrond. Hoewel er meerdere mensen in de familie bezig zijn met het uitzoeken en vastleggen van onze stamboom, hoop ik stiekem degene te zijn die het ontbrekende puzzelstukje vindt. De Koninklijke Bibliotheek in Den Haag maakt het zoeken een stuk gemakkelijker.

Digitaliseren is het sleutelwoord
We doen het allemaal wel eens. Uit nieuwsgierigheid onze eigen naam googelen. Het levert soms heel interessante hits op. Maar niet al die hits zijn even relevant, zeker niet in de zoektocht naar mijn Indische verwanten. De oplossing? Digitaliseren! De Koninklijke Bibliotheek heeft sinds 2008 de webdienst ‘Historische Kranten’ gevuld met ruim 3 miljoen pagina’s. Je kunt gericht zoeken in ruim 31 miljoen artikelen van kranten van het jaar 1618 tot en met 1995. Je vindt hier onder andere ‘Het Nieuws van den dag van Nederlands-Indië’ en ‘De Indische Courant’.

Bij het zoeken naar een achternaam als de mijne (Lemon) verschijnen al snel 3366 advertenties voor citroendrankjes.

nieuws van den dag 04-03-1911

Proef op de som
Ik nam de proef op de som en voerde mijn achternaam in. Wel 4772 resultaten!  Maar ja, met een achternaam als de mijne (Lemon) kom er al snel 3366 advertenties naar voren waarin je wordt verleid tot het drinken van de meest uiteenlopende drankjes, met als hoofdingrediënt een goudgele citroen. Ik besluit te kiezen voor de categorie ‘Algemeen artikel’ en hetverspreidingsgebied ‘Nederlands-Indië/Indonesië’. Een hoop recepten komen voorbij, maar ook berichten van verlof naar Nederland, aankomstberichten in Indië, een bericht over mijn overgrootvader die is overgeplaatst van de staatsspoorwegen in Bandoeng naar Poerwarkarta, en zelfs een artikel over zeven jongeren die een monster uit een vliegende schotel hebben zien stappen (Het nieuwsblad van Sumatra 17-09-1952).

Duitse overgrootmoeder
Maar nog leuker is het om de selectie van familieberichten te bekijken. Ik zie een bericht dat mijn Duitse overovergrootmoeder is bevallen. Helaas zonder vermelding van de naam van het kind, maar die kan ik in mijn familiestamboom terugvinden. Ik zie ook veel namen langskomen die ik niet direct kan plaatsen. Het spoort mij aan nog verder te gaan zoeken. De volgende stap is een bezoek aan het Centraal Bureau voor Genealogie. Op hun website kun je ook online al veel voorwerk kan doen.Ook benieuwd naar de krantenberichten van twee eeuwen geleden? Bezoek dan eens de site van de Koninklijke Bibliotheek.

3.0 in de Sport: Rik Wester

Ik heb nooit meer omgekeken naar een andere sport

Negen keer per week is hij te vinden op de atletiekbaan, Rik Wester (26). Ik moet het hem nageven, terwijl we op een zondagmiddag tegenover elkaar zitten in Amsterdam: deze jongen heeft discipline. Soms wel twee keer op een dag trainen, werken als onderzoeksassistent en ook nog eens actief met goede vriend Jim als Hiphop duo Rasa. Of hij ook weleens vrije tijd heeft? ‘Nou, niet echt.’

Allochtoon
Rik: ‘Ik kom oorspronkelijk uit Nijmegen. Mijn familie woont daar nog steeds en wij hebben een sterke band met elkaar. Maar met het Indische ben ik niet echt opgegroeid, daar werd niet over gesproken binnen de familie. In Nijmegen werd ik vaak bestempeld als allochtoon. Nu nog word ik daar aangesproken omdat ik anders ben. In Amsterdam heb ik daar weinig last van, hier lijkt niemand erom te geven dat je er anders uitziet, het valt niet zo op.’

Rik Wester (c) Erik van Leeuwen

Groepsvorming
Doordat ik in Nijmegen zo vaak als allochtoon werd bestempeld, zorgde dit ervoor dat ik een extra band kreeg met bijvoorbeeld mijn Turkse vrienden. Wat mij opviel aan Turken was dat zij echt een groep vormden, maar dat dit bij Indo’s niet het geval was. Ik merkte dat ik aansluiting zocht, zeker toen ik mij op de middelbare school begon te realiseren dat ik er echt anders uitzag. Politieke statements van Indische verenigingen zoals Darah Ketiga vond ik toen ook heel stoer en leuk, maar het ging me te ver om mij daar ook echt bij aan te sluiten.’

‘Ik merkte dat ik aansluiting zocht.’

Atletiek
‘Ik heb mij altijd meer bezig gehouden met sporten, dat heb ik van mijn vader. Mijn moeder is trouwens Indisch en mijn vader Nederlands. Mijn vader wilde altijd gymleraar worden maar kon dit niet in verband met zijn platvoeten, die ik ook nog eens van hem geërfd heb. Toch bleef sport belangrijk voor hem en liet hij mij via atletiek kennis maken met sport. Ik heb nooit meer omgekeken naar een andere sport en ben blijven verspringen en sprinten.’

Rik Wester aan kop (c) Erik van Leeuwen

Sprinten
‘Hoewel ik de Indische bouw van mijn moeder heb, heb ik helaas niet de bijbehorende souplesse in mijn lichaam. Ook heb ik scoliose in mijn rug (kromming in de wervelkolom red.) plus die platvoeten. Hierdoor ben ik behoorlijk blessuregevoelig. Op mijn dertiende kreeg ik pijn bij het verspringen en heb me daarom volledig toegelegd op het sprinten. Na de middelbare school vertrok ik voor een jaar naar El Paso, Texas om daar te gaan trainen en te ontdekken waar mijn grenzen lagen. Een sprong in het diepe, maar het leverde mij ter plekke een scholarship op.’

‘Hoewel ik de Indische bouw van mij moeder heb, heb ik helaas niet de souplesse.’

Trainen
‘Alles ging dus goed en dat smaakte naar meer. Maar op mijn drieëntwintigste kreeg ik steeds meer last van blessures en lukte het niet meer om met de grote mannen mee te komen. Toen ik vorig jaar weer geblesseerd raakte besloot ik van coach te wisselen. Ik vond een coach in België, en toen begon het drukke leven pas echt! Van maandag tot en met woensdag werk en train ik hier in Amsterdam en op woensdagavond ga ik richting België. Daar train ik van donderdag tot en met zaterdag. De rest van mijn tijd steek ik in Rasa (‘smaak’ in het Indonesisch red.)’

Rik Wester aan het trainen (c) Erik van Leeuwen

Rasa Hiphop
‘Met Rasa begon ik samen met Jim rond mijn vijftiende, zestiende. Eigenlijk was het meer een grap en pas na mijn studie zijn we er serieuzer mee verder gegaan. Rasa maakt Nederlandstalige hiphop gebaseerd op de sound van halverwege de jaren negentig. Een warm, positief en poëtisch geluid, soul. Muziek die we missen in de scene. Vorig jaar stonden we ook op de Tong Tong Fair in het Bintangtheater, maar er was maar heel weinig publiek en allemaal grijs haar. Dat was wel een beetje jammer.’

Inmiddels begint het al behoorlijk te schemeren en Rik kijkt met een bezorgde blik naar buiten. ‘Ik moet nu echt wel gaan om te trainen voordat het donker wordt…’
Aduh, discipline deze jongen!

===============================================================================

Rik Wester schreef eerder voor Indisch 3.0 over zijn masteronderzoek (2010) naar de invloed van het integratiedebat op de manier waarop Indische jongeren betekenis geven aan hun etnische achtergrond.

===============================================================================

Oproep: Ken/ben jij een 3.0’er in de sport die geïnterviewd zou willen worden door Indisch 3.0? Stuur dan een mailtje naar nora@indisch3.nl

Mijn Indisch Hart

Mocht je ‘m van de week gemist hebben op Facebook, de nieuwste clip van Ricky Risolles en Louis Drabe: Mijn Indisch Hart, speciaal voor de stichting Halin. En wie komen daar voorbij in de videoclip? Jazeker, de redactie van Indisch 3.0.

Begin het weekend goed en zing vrolijk mee met: “Kijk naar mijn hart, mijn Indisch Indisch Hart, hij is een beetje Indolent…”

En als je wilt, dan kun je Stichting Halin steunen door het overmaken van een bijdrage op ING bankrekeningnummer 308 t.n.v. Stichting Halin.

Recensie: De Dubieuzen

Alfred Birney op het omslag van De Dubieuzen © www.alfredbirney.com

Levendige vertellingen van vergeten schrijvers

Alfred Birney brengt opzienbarende boeken van vergeten schrijvers aan het licht waarin het koloniale leven anders wordt omschreven dan in de bekende boeken van bijvoorbeeld Couperus en Multatuli. Geen romantische verhalen over de Gordel van Smaragd met zijn groene sawa’s en mystieke sfeer, maar levendige vertellingen over multiculturele spanningen. Een opvallende bevinding van Birney is dat de boeken geschreven door schrijvers van Indische komaf een ander, meer realistisch beeld geven van deze koloniale tijd.

Fel
In dit essay is Birney soms haast niet bij te houden. Hij vertelt fel en aan de hand van vele voorbeelden over het deel van het Indische verleden dat nieuwe Indische generaties vaak in beperkte mate wordt bij gebracht. In Birneys woorden: ‘Ontkenning van eigen rijkdom is wel de grootste armoe die er bestaat’, wat volgens hem deels de oorzaak is dat het postkoloniale debat in Nederland laat op gang kwam en niet te vergelijken is met landen als de Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk. Problemen rondom ons huidige anti-multiculturele klimaat lijken daarom nieuw maar zijn het in werkelijkheid niet.

Alfred Birney op het omslag van De Dubieuzen © www.alfredbirney.com
Alfred Birney op het omslag van De Dubieuzen © www.alfredbirney.com

Verschillen
Vooral de passages van Dé-lilah, een schrijfster anno 1850, geven een levendige weergave van het complexe bestaan in de kolonie met zijn vele culturele en etnische groeperingen. Zeker wanneer ze vergeleken worden met passages uit boeken van Nederlandse schrijvers van die tijd zie je het verschil. Hieruit blijkt dat Nederlandse schrijvers vaak niet in staat waren om aangelegenheden die voor de Nederlandse cultuur vreemd waren, duidelijk en tegelijkertijd zonder racistische ondertoon uit te leggen, terwijl Indische schrijvers zich hier op respectvolle wijze een weg door baanden. Dat Birney de verklaring hiervoor vindt in het feit dat Indische Nederlanders zich verbonden kunnen voelen met beide zijden van hun roots lijkt me een logische gedachte.

“Ontkenning van eigen rijkdom is wel de grootste armoe die er bestaat”

Dubieus karakter
Ook bespreekt Birney hoe Indische mensen zich toen, maar zeker ook nu, in een spagaat kunnen bevinden. De karakters in de voorbeelden kunnen verkeerd begrepen worden doordat hun uiterlijk en aangenomen instelling niet met elkaar stroken. Het is immers mogelijk dat Indische mensen een heel licht dan wel donker voorkomen hebben, terwijl ze zich meer verbonden voelen met het tegenovergestelde. Dit is ook precies wat hen in verhouding tot de samenleving een dubieus karakter geeft.

Wake up call
Dit boek is voornamelijk een ‘wake up call’ en vraagt de lezer om kritisch en nieuwsgierig te zijn en blijven over ons koloniale verleden. Met dit scherp geschreven essay is Birney recht voor zijn raap, maar blijft hij respectvol tegenover alle verschillende mensen, een zeer prijzenswaardige eigenschap. Wat dat betreft sluit hij zich aan bij de schrijvers die hij opnieuw heeft geïntroduceerd bij het Nederlands publiek.
De Dubieuzen erkent de frustratie onder veel Indische Nederlanders over het soms lage niveau van kennis bij de gemiddelde Nederlander over zijn eigen koloniale verleden. Daarom is het boek iedereen aan te raden die klaar is voor kritiek op de literatuur die het koloniale tijdperk beschrijft. Deze mag dan wel op literair niveau van hoge kwaliteit zijn, volgens de schrijver wordt je echter meegenomen naar een mysterieuze droomwereld in plaats van 100 jaar terug in de tijd.

De Dubieuzen. Alfred Birney. Knipscheer Publishers, Haarlem 2012. 18,50 euro.

 

Reportage I.N.D.O. (In Nederland Door Omstandigheden)

Een zoektocht naar de ziel van de Indo

Een groep Indische en Nederlandse mensen wacht vol spanning in de theaterzaal van de Rotterdamse Schouwburg tot de voorstelling I.N.D.O. (In Nederland Door Omstandigheden) begint. Ik kijk om me heen en behoor tot één van de jongsten, de eerste en tweede generatie is duidelijk in de meerderheid, maar toch kijkt iedereen elkaar aan met een blik van herkenning. De voorstelling van ongeveer 75 minuten neemt het publiek mee in een zoektocht naar de ziel van ‘de Indo’. HoofdrolspelerJef Hofmeister wisselt hierin continu van rol. Van bejaarde man tot ‘hot-Eddy’, tot de zoon van meneer Eddy zonder naam, maar omschreven als  ‘die waardeloze vent’. 

Tempo doeloe
Het verhaal begint daar waar meneer Eddy zijn laatste levensjaren slijt; de Willem Nijholt-vleugel in het Anneke Grönloh-huis. Meneer Eddy denkt met weemoed terug aan tempo doeloe en voelt zich niet begrepen door een Nederlandse zuster. ‘Jullie begrijpen toch niet die tijd van toen, en waarom wij naar Nederland moesten vertrekken, door omstandigheden weet je wel. Daarom, ik seg maar neks.’  Meneer Eddy is in gedachten verzonken en denkt terug aan de tijd dat hij aankwam in Nederland en zijn hart verloor aan een blonde dame.

Het waren altijd de onzichtbare verhalen waar niet over gesproken hoefde te worden.

I.N.D.O. (c) Jochem Jurgens 2012

Hot-Eddy en zijn blonde schoonheid
De blonde dame gaat op onderzoek uit naar ‘de Indo’. Tijdens deze zoektocht komt zij terecht in de Indonesische jungle en ook in een grote pan soto. Ze wordt als ‘lekker’ gezien. Een dubbelzinnige manier om te laten zien hoe de Indo in vroegere tijden over blondines dacht. Maar geen nood, hot-Eddy weet de blonde schoonheid te redden uit de pan soto. Het stel laat het publiek vervolgens meegenieten met geïmproviseerde liedjes, op herkenbare Indorock klanken, waarin typisch Indische gebruiken naar voren komen.

Selamat Jalan
Drama speelt zich af aan het einde van het stuk wanneer meneer Eddy zijn laatste adem uitblaast en het publiek getuige is van de crematieplechtigheid. De zoon, die waardeloze vent, geeft een toespraak over hoe hij zijn vader heeft gekend en dat de omschrijving I.N.D.O. nooit met veelwoorden is uitgelegd door zijn vader. Het waren altijd de onzichtbare verhalen waar niet over gesproken hoefde te worden. Tijdens het opruimen van zijn vaders huis ontdekt hij weer wat Indisch is, zoals het bewaren van de meest onzinnige dingen als plastic bakjes. De plechtigheid eindigt met de woorden Selamat Jalan (goede reis) en ‘al klaar’. Tja, zo kan de geschiedenis van de Indo ook omschreven worden, wat geweest is, is geweest, niet nodig om erover te praten.

De uitdrukking tempo doelde hoor ik veelvuldig vallen onder de bezoekers na de voorstelling.

I.N.D.O. (c) Jochem Jurgens 2012

Staande ovatie
Komedie en drama wisselen elkaar mooi af tijdens de voorstelling. Er wordt meegelachen en enthousiast, doch bedeesd, gereageerd bij herkenbare stukken. Na afloop ontvangen de acteurs, naar mijn mening, terecht een staande ovatie. De uitdrukking tempo doelde hoor ik ook veelvuldig vallen onder de bezoekers na de voorstelling. De voorstelling brengt duidelijk oude herinneringen uit Nederlands-Indië met zich mee naar boven, en de derde generatie onder het publiek zal door de familieverhalen van thuis ongetwijfeld ook vele herkenbare scènes opgepikt hebben.

Kippenvel
De muzikale voorstelling vormde enerzijds een soort spiegel voor de Indo, Indische mensen konden zichzelf herkennen in de verbeelde Indische situaties.  Anderzijds vormde de voorstelling voor het Nederlandse publiek een uiteenzetting van wat er onder ‘Indisch’ wordt verstaan, en wat Indische mensen toendertijd mee hebben gemaakt na hun aankomst in Nederland. Mede door de Indische achtergrond van sommige auteurs kwam het acteren op  mij heel natuurlijk over. Ik kijk terug op een korte maar krachtige voorstelling. Momenten die voorbij kwamen bezorgden mij kippenvel en deden mij denken aan situaties die ik zelf heb ervaren, en aan de verhalen waarmee ik ben opgegroeid in mijn familie. Een aanrader!

Eerder deze maand won Marcha van Zee al kaartjes voor de muzikale voorstelling I.N.D.O.. Maar wil jij de voorstelling ook nog zien, wees er dan snel bij. I.N.D.O.  is nog te zien in de Schouwburg van Arnhem op 17 november en tijdens de periode van 20 november t/m 1 december (m.u.v. zondag en maandag) in Theater Bellevue in Amsterdam.

Rixt Leddy, Jef Hofmeister en Charlene Vodegel (c) Charlene Vodegel / Indisch 3.0 2012

3.0 in de media: Sonja Verbaarschott

Ik wil geïnspireerd blijven om mooie uitzendingen te maken

Sonja Verbaarschott (1975), Indisch via haar vader, is eindredacteur bij het jeugdjournaal. Tijdens de gezellige drukte op de NOS redactie vertelt Sonja met passie over haar baan, haar twee kinderen en de reis die ze maakte naar Indonesië.

Eindredacteur Sonja Verbaarschott © Nora Iburg / Indisch 3.0 2012
Eindredacteur Sonja Verbaarschott © Nora Iburg / Indisch 3.0 2012

Nauwelijks binnen krijg ik meteen een rondleiding op de redactie, waar medewerkers van de verschillende programma’s aan kantooreilanden werken. ‘Een leuke opstelling, want zo kun je snel met collega’s informatie uitwisselen,’ zegt Sonja. Een eindredacteur van het NOS Journaal voegt de daad bij het woord: ‘In de VS krijgt een hond een snuitreconstructie, is dat niet interessant voor jullie?’ We gaan zitten aan een hoge tafel midden op de werkvloer. Soms wordt het gesprek onderbroken voor belangrijke ontwikkelingen in de uitzending voor die avond. Maar nergens bespeur ik ook maar enige vorm van stress bij de eindredacteur, die heel natuurlijk schakelt tussen zakelijke besluiten en persoonlijke antwoorden op mijn vragen.

Lotsbestemming
Sonja’s grootouders kwamen in 1952 vanuit Sumatra naar Nederland. Opa was een oud KNIL militair, die Sonja heeft gekend als een fragiele, stille man. Met oma had ze een hechte band, van wie Sonja en haar moeder Indisch leerden koken. ‘Indisch is voor mij warmte en dat er altijd genoeg eten is. En lotsbestemming; het gevoel dat sommige dingen gewoon zo moeten zijn. Wat er Indisch aan mij is? Blijkbaar heb ik sommige gewoonten overgenomen, zoals in het kopje van een gast roeren.’ De zuinigheid die haar oma en vader aan de dag legden, heeft ze zelf niet voortgezet: ‘Dat kon soms ver gaan hoor, koffie hergebruiken bijvoorbeeld.’

Onbeschreven gevoelens van identiteit
Ondertussen laat Sonja een soepje halen, ‘In de kantine hebben ze ook zogenaamd Indisch eten. Dat moet je dus niet eten hier…’ Tijdens haar studie journalistiek woonde Sonja in een studentenhuis in Amstelveen. ‘In die tijd (begin jaren negentig, red.) kon ik nog aanspraak maken op een minderheidsregeling voor studenten, ongelooflijk eigenlijk.’ Wanneer huisgenoten in het weekend naar hun ouderlijk huis gingen, vroeg zij zich soms af wat voor haar ‘thuis’ was. Ze kon die onbeschreven gevoelens van identiteit niet goed plaatsen.

‘Tijdens mijn reis heb ik ervaren dat het goed is zoals ik ben. Je moet vooral nu genieten van alles wat je doet.’

Goed zoals ik ben
Op haar zestiende vertrok Sonja als uitwisselingsstudent naar Portugal. ‘Mijn vader sprak nooit over Indië en misschien zocht ik in een mediterrane omgeving en mentaliteit iets van mijn Indische afkomst.’ Pas tien jaar later reisde ze naar Indonesië. Zonder enorme verwachtingen, maar hopend op mooie ontmoetingen. ‘Ik wilde oude mensen spreken, weten hoe zij leefden. Bij de VVV in Bukittingi – mijn oma’s geboortestad – ben ik op straat gaan zitten en raakte zo met allerlei mensen in gesprek. ‘Tijdens mijn reis heb ik ervaren dat het goed is zoals ik ben. Je moet vooral nu genieten van alles wat je doet.’

Sonja Verbaarschott op de redactie van het Jeugdjournaal © Nora Iburg / Indisch 3.0 2012

Opa en oma kroepoek

Haar twee zoons van zeven en vier jaar zijn gek op lemper en spekkoek en krijgen ook hun portie familiegeschiedenis. ‘We vertellen over opa’s geboorteland, maar willen ze niet overvoeren met verhalen. Als ze het interessant vinden kunnen ze zelf komen vragen.’ Sonja’s kinderen kennen de luxe van maar liefst drie paar opa’s en oma’s. De buren zijn ook Indisch, dus zij zijn “opa en oma kroepoek”. ‘Mijn zoontje kreeg van “opa kroepoek” een batik overhemd, dat wil hij nu bij elke speciale gelegenheid aan. Wat ik mijn kinderen vooral wil meegeven is dat andere culturen leuk zijn. Wij wonen in een overwegend witte gemeenschap in Amstelveen, dus dat doe ik heel bewust.’

‘Het leukste aan mijn werk is dat je aan de basis én aan het eind van een uitzending staat. Het mooiste is als alle lijntjes weer bij elkaar komen.’

Alle lijntjes bij elkaar

Sonja Verbaarschott © Nora Iburg / Indisch 3.0 2012

Sonja begon als allround medewerker bij de lokale zender AT5. In 2007 werd ze redacteur bij de NOS en na een jaar werd ze gevraagd om eindredacteur te worden bij het jeugdjournaal. ‘Het leukste aan mijn werk is dat je aan de basis én aan het eind van een uitzending staat. Het mooiste is als alle lijntjes weer bij elkaar komen.’ Gevraagd naar journalistieke hoogtepunten borrelen al gauw de spannende verhalen naar boven: Heftige gebeurtenissen op locatie die uiteindelijk een geslaagde uitzending opleverden. Bijvoorbeeld het neergestorte vliegtuig in Libië, met als enige overlevende het Nederlandse jongetje Ruben. ‘Mijn verslaggever had geen bereik meer en we konden pas heel laat verbinding krijgen. Ik voel dan een grote verantwoordelijkheid voor de verslaggever.’ Gelukkig kon de verslaggever een telefoon regelen en werd het een goede reportage.
Voor de toekomst wil Sonja vooral zorgen dat het werk leuk blijft. ‘Steeds beter worden en geïnspireerd blijven om mooie uitzendingen te maken.

Oproep: Ben jij of ken jij een 3.0’er in de media waarvan jij graag een interview zou willen lezen? Laat het ons weten door een mailtje te sturen naar nora@indisch3.nl

 

Recensie: Een meisje van honderd

Een hartverwarmend verhaal dat doet verlangen naar een ongekend land

Tijdens het lezen van de eerste pagina van Marion Bloems roman Een meisje van honderd bevind ik me als stille getuige in het Nederlands-Indië van 1906. Ik kijk mee over de schouders van hoofdpersoon Moemie en andere personages die in dit verhaal een bijdrage leveren aan 100 jaar familiegeschiedenis. Met het lezen van dit boek hoop ik het gemis van nooit (of half) vertelde verhalen op te vullen.

Helderziende gave
Het verhaal begint met een aangrijpende gebeurtenis; de rituele zelfmoord van de koninklijke familie op Bali waarbij Moemie als baby van nog geen jaar haar familie kwijtraakt. Nadat een Nederlandse soldaat ontdekt dat ze nog leeft, komt Moemie in Semarang (Java) terecht. Steeds op een andere plek, eerst bij een weduwe met kind, daarna in een klooster. Al snel wordt duidelijk dat Moemie een gave heeft. Ze kan praten met geesten van overledenen, in visioenen of dromen, wat haar uiteindelijk bij het gezin van weduwe Van Maldegem brengt. Dit gezin neemt Moemie in huis om de geesten in huis te verjagen. Ook willen mensen Moemie’s advies omdat zij toekomstbeelden ziet. Zo kan zij zien of een echtgenoot trouw is, een familielid is overleden of welk noodlot iemand te wachten staat. Haar helderziendheid beperkt zich niet alleen tot persoonlijke adviezen of contact met individuen. Ook heeft ze visioenen van de Balinese vulkaan Merapi die zal uitbarsten en zelfs van de Twin Towers ramp.

Oorlogs- en bersiaptijd
In een groot deel van het boek wordt een beeld geschetst van Nederlands-Indië ten tijde van de Tweede Wereldoorlog, de bersiaptijd en de politionele acties. Marion Bloem heeft die periodes pijnlijk goed weergegeven. Bijvoorbeeld in de passages waarin Moemie slachtoffers van het geweld ziet, tijdens haar werk als verpleegster, of in een van haar visioenen: ‘Ze wordt een van vele slachtoffers die zich tegen die overmacht niet kunnen verdedigen. Ze vallen haar van alle kanten met scherpe voorwerpen aan. De gezichten van de aanvallers kenmerken zich niet door afkomst, maar door haat, en de behoefte om te doden.’

Marion Bloem © Ivan Wolffers
Marion Bloem © Ivan Wolffers

Familie
Naast de geschiedenis van Moemie, krijgen we ook inzicht in de levens van de nakomelingen van het pleeggezin waarin zij is opgegroeid. Het perspectief wordt om het hoofdstuk afgewisseld, wat de spanning flink opbouwt. In een hoofdstuk over pleegnichtje Charlotte leer je iets over een gek geworden tante. In een later hoofdstuk waar het perspectief bij Moemie ligt, wordt pas duidelijk hoe dat is gekomen. Op deze manier prikkelt Bloem mijn nieuwsgierigheid. Het boek leg ik het liefst niet meer weg. Ik wil er snel doorheen om meer te weten te komen, en tegelijkertijd hoop ik dat er geen eind aan het verhaal komt.

Kleurrijke beschrijvingen
Bloems kleurrijke beschrijvingen spreken sterk tot de verbeelding.  Ze neemt de lezer mee op reis door de tijd en laat de ontwikkelingen van Nederlands-Indië naar het hedendaagse Indonesië zien. Soms heeft ze een sfeer zo krachtig neergezet dat die bijna beklemmend is. Daarnaast worden veel herkenbare, gezellige momenten van een hechte familie beschreven, waarbij pianomuziek bijna hoorbaar is vanaf de pagina’s. Een meisje van honderd brengt een land dat ik niet kende, hartverwarmend dichtbij.

Voor wie?
Dit boek is vooral een aanrader voor degenen die weinig tot niets weten van hun familieverhalen. Marion Bloem zet een goed tijdsbeeld neer en zorgt voor net wat meer bewustwording van het Indische verleden. Soms is dat hard en confronterend, maar belangrijk als je geïnteresseerd bent in je roots. Na het lezen van dit boek begrijp ik het zwijgen van de eerste generatie veel beter.

Een meisje van honderd. Marion Bloem. De Arbeiderspers. Utrecht, 2012. 19,95 euro.

WIN: 2×2 vrijkaartjes voor Club I Love Indo

Indisch 3.0 mag van I Love Indo 2×2 vrijkaartjes weggeven voor hun party op 7 december a.s.: Club I Love Indo.

Wil jij kans maken op deze vrijkaartjes?

Stuur ons dan vóór 29 november a.s. een foto van jouw beste party-outfit naar redactie@indisch3.nl. De 2 winnaars met de beste/leukste/raarste/stoerste/origineelste etc. party-outfits winnen de vrijkaartjes.

De winnaars zullen 29 november op Facebook bekend gemaakt worden.

Correspondentie over de uitslag van deze actie is niet mogelijk. 

3.0 op de werkvloer: Koen van Overdam

Koen van Overdam (39) is oogarts in Het Oogziekenhuis in Rotterdam en gespecialiseerd in glasvocht- en netvliesoperaties. Hij is niet lang geleden teruggekomen van een werkreis naar Nepal, de Filipijnen en Australië. Nu laat hij me elk hoekje en gaatje van dit prachtige ziekenhuis laten zien, letterlijk, en zo beland ik uiteindelijk in operatie-outfit in de OK.

Het spreekuur
Maar voor het zover is, mag ik meekijken tijdens het laatste halfuurtje van zijn spreekuur. Koen behandelt een patient die na een netvliesoperatie nog een vervormd beeld heeft met haar ene oog, terwijl het andere al langer blind is. Koen legt rustig uit dat de operatie geslaagd is en hoe de klachten verholpen kunnen worden. De vrouw is zichtbaar opgelucht en zeer emotioneel. Ik besef me hoe kwetsbaar ze zich moet voelen. Tijdens de lunch vertelt Koen dat hij het zo mooi vindt dat hij mensen kan helpen met zoiets essentieels als oogproblemen. ‘Oogproblemen hebben direct grote invloed op iemands leven, als je iemand hiermee kan helpen is dat heel dankbaar werk.’

Koen in de hal van het Oogziekenhuis van Rotterdam © Christie Haalboom / Indisch 3.0 2012
Koen in zijn spreekkamer © Christie Haalboom / Indisch 3.0 2012

Saamhorigheid
Al pratend groet Koen zijn collega’s, iedereen lijkt elkaar goed te kennen. Het is een hechte groep mensen. Eén keer per jaar organiseert Koen een benefiet voetbalwedstrijd, samen met Engelse collega’s die hij heeft ontmoet tijdens een uitwisseling. Het versterkt het saamhorigheidsgevoel, en het zou best kunnen dat dit het Indische in hem is. Koen: ‘Iedereen bij elkaar brengen, open en hartelijk naar anderen zijn, en natuurlijk wordt er Indisch gegeten! Indische patienten nemen ook vaak eten voor me mee, je voelt dan toch snel een klik met elkaar.’

Koen met zijn collega’s voor de operatie © Christie Haalboom / Indisch 3.0 2012

Kunst en angstreductie
Na de lunch laat Koen mij de verschillende afdelingen zien. Lopen door het ziekenhuis is als lopen door een galerie. Overal hangt prachtige kunst met verwijzingen naar het oog. ‘Het is niet alleen mooi, het heeft ook een functie,’ vertelt directeur Frans Hiddema, aan wie Koen mij zojuist heeft voorgesteld. Alle deuren van de kantoren staan open, ook dat is bewust. ‘Openheid en transparantie is belangrijk voor het ziekenhuis. De filosofie van het ziekenhuis is voornamelijk gebaseerd op angstreductie,’ vertelt Hiddema. ‘Als mensen minder bang zijn, laten ze zich beter behandelen en zijn ze beter opgewassen tegen wat komen gaat. De patient staat centraal. Daarom is voor de inrichting interieurarchitect Marijke van der Wijst ingehuurd die bekend staat om haar projecten voor musea en tentoonstellingen. Mensen moeten zich op hun gemak voelen en de inrichting draagt daaraan bij.’ Ik vraag me af waarom niet elk ziekenhuis deze insteek heeft. Een week voor het interview ben ik een paar dagen opgenomen geweest in een ziekenhuis en met hoeveel vragen ik van kastje naar de muur ben gestuurd is onvoorstelbaar. Het is dat er niks met mijn ogen aan de hand is, maar mocht dat ooit wel het geval zijn, dan weet ik waar ik moet zijn.

Koen opereert © Christie Haalboom / Indisch 3.0 2012
Op het scherm achter Koen kan ik de operatie volgen © Christie Haalboom / Indisch 3.0 2012

In de OK
Toch ben ik blij dat ik niet de patient ben bij wie ik een uurtje later door een microscoop ìn haar oog aan het turen ben! Ik ben in een groen tenue gehesen, heb in de koffiekamer mogen lachen om typsiche mannengrappen en nu sta ik met camera en al foto’s te maken van de operatie die Koen zojuist van een collega heeft overgenomen. Ik heb het warm, en ik weet niet of het komt doordat ik in zo’n mondkapje aan het ademen ben, of door de spanning. Even later sta ik vol verbazing en interesse te kijken hoe Koen met een minilaser het netvlies weer op zijn plaats lasert. Superindrukwekkend. Petje af voor deze Indo!

Het interieur stelt de patient gerust © Christie Haalboom / Indisch 3.0 2012
Koens Indische opa maakte paard en wagentjes van plexiglas. Deze staan nu op Koen’s bureau. © Christie Haalboom / Indisch 3.0 2012

Vernieuwde Indonesiëzaal open in Museum Volkenkunde

Op 27 oktober 2012 organiseerde National Geographic Magazine, in samenwerking met het Museum Volkenkunde, een lezersdag ter ere van de vernieuwde Indonesiëzaal. Voorafgaand aan het programma van deze dag stap ik, een beetje zenuwachtig omdat het om mijn eerste interview gaat, samen met mederedacteur Liselore Rugebregt het Museum Volkenkunde binnen om te spreken met Anne Marie Woerlee, Manager Public Events.

175 jaar Museum Volkenkunde
Opgericht in 1837, is Museum Volkenkunde één van de oudste volkenkundige musea ter wereld. Dit museum is ontstaan uit de Japanse collectie van Philipp Franz Balthasar von Siebolt, een Duitse arts in Nederlands dienstverband die toentertijd naar Nederlands Indië werd gestuurd, en vanuit daar naar het eiland Deshima, een geïsoleerd eiland in de tijd dat Japan zich afscheidde van de wereld. Anne Marie vertelt: ‘Als arts vroeg Von Siebelt veelal geen geld aan patiënten maar voorwerpen. Hij ging ook één keer per jaar mee op hofreis naar de toenmalige hoofdstad: Edo. Onderweg verzamelde hij van alles aan voorwerpen en had hij een tekenaar bij zich die hij alles vast liet leggen dat hij zag.’ Het museum trekt dan ook veel Japanse bezoekers omdat er in Japan niets bewaard is gebleven. ‘Hiervoor heette het museum het Japansch museum. Vanuit de Japan-collectie is het museum door gaan verzamelen en langzamerhand kreeg het museum steeds meer voorwerpen uit Indonesië. Ook het Koninklijk Kabinet van Zeldzaamheden werd toegevoegd.’

Anne Marie en Wendy in gesprek (c) Liselore Rugebregt / Indisch 3.0 2012

Museum Volkenkunde en National Geographic
Het Museum Volkenkunde is meer dan een algemeen volkenkundig museum. Het is een nationaal museum met een rijkscollectie en heeft aandacht voor alle wereldcontinenten. Anne Marie: ‘De afgelopen twee jaar is er flink gerenoveerd in het museum en is er meteen van de gelegenheid gebruik gemaakt om de opstelling te updaten. Zo is in de Indonesiëzaal aandacht voor de Singosari en kun je nu ook een goudcollectie, een aanvulling van krissen en de poppen van de koningin bezichtigen. Het is dan ook erg leuk om samen met partner National Geographic een lezing te organiseren die aansluit bij de Indonesiëtentoonstelling. Meestal gaat de aandacht uit naar een tijdelijke tentoonstelling, maar op deze manier krijg je meer levendigheid en staan ook vaste tentoonstellingen in the picture.’

‘Dat we nu eeuwen later kunnen zien wat de mensen toen droegen, vind ik heel bijzonder.’

Lombok broche (c) Museum Volkenkunde

Band met Indonesië
Als ik vraag aan Anne Marie wat haar favorieten zijn in de vernieuwde Indonesiëzaal, beginnen haar ogen te glinsteren. ‘De Singosari beelden vind ik erg mooi omdat ze heel groot en stoer zijn. Het zijn prachtige beelden en de verhalen erachter zijn adembenemend. De sieraden vind ik heel ook erg mooi, het is een ware droom om ze eens te mogen dragen.’ De twee grote vitrines in de Indonesiëzaal vormen als het ware een schatkamer van gouden sieraden, rituele gebruiksvoorwerpen en krissen die met goud zijn versierd. Nieuw, en ook één van de pronkstukken in de zaal zijn de poppen van de koningin, die eind 19e eeuw speciaal voor koningin Wilhelmina in Indonesië zijn gemaakt. Anne Marie: ‘Dat we nu eeuwen later kunnen zien wat de mensen toen droegen, vind ik heel bijzonder.’ Ik vraag Anne Marie naar haar band met Indonesië. Ze begint te lachen en vol trots zegt ze: ‘Mijn moeder is daar geboren en dit jaar ben ik er voor het eerst met mijn gezin geweest. De ouders van mijn man komen ook uit Indonesië.’ Gevolgd door de herkenbare woorden: ‘Het voelt als thuis.’

Is dit de lezing van Marion Bloem?
Aansluitend op het interview met Anne Marie en een rondleiding door de Indonesiëzaal, lopen we richting de eerste verdieping waar het programma van de National Geographic lezersdag elk moment van start kan gaan. Meteen worden we bij binnenkomst aangesproken: ‘Welke lezing is dit? Is dit de lezing van Marion Bloem?’ ‘Ja meneer, dat klopt.’ Roepen wij in koor. ‘Pardon mevrouw, is dit de lezing van Marion Bloem?’ ‘Ja, dat klopt…’ Het is meteen duidelijk wat het lokkertje van deze dag is. Wij zijn benieuwd, het programma bestaat uit twee lezingen, een lezing van DWDD-kunstredacteur en historicus Pieter Eckhardt over de poppen van de Koningin, en Marion Bloem die onder andere voor zal lezen uit haar nieuwste roman: Een meisje van honderd. Over deze lezersdag kan ik echter kort wezen, met pijn en moeite wist ik wakker te blijven tijdens het ‘monoloog’ van Pieter Eckhardt, voorgelezen vanaf zijn iPad, en Marion Bloem stond duidelijk onder tijdsdruk tijdens het voorlezen. De woorden kwamen als kogels op ons af en deden op die manier afbreuk aan het verhaal. Ontzettend jammer, deze dag had duidelijk beter gekund.

Niettemin is een bezoek aan het museum en in het bijzonder de Indonesiëzaal zeer zeker de moeite van het bezoeken waard, en Indisch 3.0 mag 2X2 toegangskaartjes verloten. Geef hiervoor antwoord op de volgende vraag:

Noem drie hoogtepunten van de Indonesiëzaal in het Museum Volkenkunde.

Mail je antwoord voor 19 november 2012 naar redactie@indisch3.nl en kijk die dag of jouw naam bekend wordt gemaakt op Facebook.

De poppen van de koningin (c) Museum Volkenkunde