Indisch 3.0 op de werkvloer Tiffany Tutupoly

In een lobby van een hotel zit ik met Tiffany Tutupoly bij een koloniaal huiselijk zithoekje. Dit bescheiden Indisch meisje (21 jaar) vertelt mij over haar werk als gastvrouw in een hotel in Leiden. Eigenlijk was haar wens de opleiding Toerisme te volgen om op die manier een kans te krijgen haar familie in Indonesië beter te leren kennen. Maar uiteindelijk viel de keuze op de opleiding horeca-gastvrouw die ze twee jaar geleden heeft afgerond.

Het land van mijn ouders
In Tiffany’s achterhoofd speelde vaak de gedachten om voor een lange periode in Indonesië te verblijven. Dit wilde ze eigenlijk met behulp van de opleiding Toerisme bereiken maar uiteindelijk koos ze voor de opleiding Horeca- Gastvrouw. Wat maakte haar verlangen zo groot om naar Indonesië te willen gaan?

‘Ik was 10 jaar toen ik voor het eerst naar Indonesië ging, het voelde alsof ik eerder in het land ben geweest. Dit is het gewoon! Geen vreemd gevoel van, wat moet ik hier en hoe ga ik me hier gedragen? Het land van mijn ouders wilde ik steeds beter leren kennen. Met name de familie van mijn vader die ik nog niet goed ken. Ik voel mij erg thuis in Indonesië, de manier van doen en laten trekt mij aan. Alles gaat op zijn gemak en dat past meer bij mij in vergelijking met het gehaaste leventje hier in Nederland. Het liefst moeten dingen hier gisteren gedaan zijn in plaats van morgen, alles wordt zo schematisch vastgesteld.’


Tiffany staat als gastvrouw klaar - Foto: Tiffany Tutupoly

Gastvrouw
‘Ik ben werkzaam als gastvrouw bij een hotel in Leiden. Mijn werkdag ziet er als volgt uit: Allereerst kijk ik hoeveel hotelgasten aanwezig zijn en hoe het personeel is ingedeeld voor die dag. Ik sta voor de gasten klaar in het restaurant en waar nodig vul ik het buffet aan.’ Na afloop zorgt Tiffany dat het restaurant netjes wordt opgeruimd en klaar staat voor de volgende ronde. Deze Indische gastvrouw is tevreden over haar functie, ze kan doorgroeien tot shiftleader.

Het sociale contact met de hotelgasten dat deze Indische gastvrouw heeft, maakt haar werk leuk. ‘Are you working next summer again? Yes, I do. Oh great then I will see you in June next year. Very nice!’ Gasten waarderen haar werk en zien haar graag terug. Het leukste van dit werk vindt Tiffany dat ze omringd is door mensen en een helpende hand kan bieden tijdens hun verblijf . ‘Ik ben blij wat ik tot nu toe heb bereik’, zegt ze trots. Alhoewel Tiffany het nog leuker zal vinden om dit werk in een hotel in Indonesië te doen. Momenteel is deze mogelijkheid er nog niet.

Vierde generatie
Als Tiffany zelf over haar Indische gewoontes nadenkt, vertelt ze dat haar Indisch-zijn sterk tot uiting kwam tijdens haar periode op school. ‘Ik ben stiller ten opzichte van anderen. Mijn klasgenootjes waren altijd zo druk, wat ze thuis niet doen, wordt buiten gedaan. Ze doen zich zo stoer en anders voor, terwijl ik mij juist rustig en beleefd gedroeg.’ Nu op haar werk merkt Tiffany dat haar Indische verlegenheid en teruggetrokkenheid zichtbaar is ten opzichte van collega’s die open zijn en de taken eenvoudig uitvoeren zonder bij na te denken.

Naast haar werk voedt Tiffany haar twee-jarige zoontje Anthony op. Ze hoopt dat de Indische cultuur niet zal verwateren, ze vindt het jammer dat dit toch soms onopgemerkt gebeurt. ‘Daarom voed ik mijn zoontje op met een wat Indische levensstijl. Ik wil Anthony sowieso bahasa Indonesia proberen te leren en meegeven dat respect naar anderen belangrijk is.

Dit interview sluiten we af met een kijk op de toekomst: Houd de Indische cultuur levend ook nu naar de vierde generatie?

3.0 aan de studie: Mel Krul

Mel Krul, een vlotte Indische 23-jarige student, zit in zijn scriptiefase van de studie Redactie en Mediaproductie op de Hogeschool Amsterdam. Tijdens dit interview voor Indisch 3.0 praat Mel voor het eerst over zijn achtergrond. ‘Het is toch wel een beetje souldigging.

Lifestyle and design
Mel Krul wilde graag werken voor een modeblad . ‘Ik interesseer me heel veel voor lifestyle en design. De opleiding Fashion Design die ik volgde was ook heel leuk , maar het was best een zware studie.’ Hij zag zichzelf er niet staan, ontwerpen maken in een klein kantoortje voor een bekend modemerk. ‘Ik doe het als hobby erbij. Als mensen iets nodig hebben, van knoopjes aannaaien tot een hele jurk maken, dan doe ik dat. Ik ontwerp ook kleding, gewoon omdat ik het leuk vind,’ vertelt Mel.

Zijn huidige studie Redactie en Mediaproductie op de Hogeschool Amsterdam heeft te maken met alle aspecten van de mediawereld, van tv series- kranten tot aan tijdschriften. ‘Ik kan redacteur worden bij een tv-show, krant of website, maar ik kan ook terechtkomen als bureauredacteur bij een krant of uitgeverij. Momenteel werk ik vier dagen bij een marketingbureau en één dag in de week werk ik aan mijn scriptie.’

Fusion marketing
‘Mijn scriptie is voornamelijk gebaseerd op Fusion Marketing. Dit is het succesvol toepassen van traditionele, online en content marketingstrategieën. Een voorbeeld van een fusion marketingstrategie is Customer Media. Hoe moet je de consument bereiken met de juiste media op het juiste tijdstip op de juiste plaats. En op welke manier schrijf je een artikel dat vervolgens hoog op Google verschijnt?’ In Nederland wordt dit reeds toegepast, alleen staat het nog niet bekend als Fusion Marketing. Veel Nederlandse bedrijven doen het nog met de losse hand. ‘Het is nog heel nieuw en omdat ik veel met content bezig ben, vind ik het heel interessant om marketingstrategieën op de content toe te passen.’ Het Indisch-zijn heeft geen rol gehad op Mel’s studie- en onderzoek keuze. ‘Ik heb Indonesië niet als doel in de vraagstelling van mijn scriptie gebruikt. Simpelweg heeft  het onderwerp geen raakvlakken met Indonesië en dus geen toegevoegde waarde voor mijn scriptie.’

Foto: Mel Krul
Foto: Mel Krul

 

Niet vandaag maar morgen
Als ik hem vraag over Indische gewoontes in vergelijking met niet-Indische studenten, denkt Mel direct aan de woorden van zijn moeder. ‘Aan het begin van mijn studie heb ik met heel veel pijn en moeite ‘het uitstellen’ moeten afleren. Mijn moeder zei altijd dat ik deze gewoonte had. ‘Wat vandaag niet af is, komt morgen wel.’ Deze eigenschap heeft Mel gelukkig kunnen doorbreken.

In het wereldje waarin hij nu zit, heeft hij altijd te maken met deadlines. In de omgang met docenten en medestudenten speelt Mel’s achtergrond geen rol. ‘Ik denk dat het meer afhankelijk is van opvoeding en niet zozeer door afkomst. Alhoewel ik denk dat wij Indische mensen toch amicaler kunnen zijn. Het duurt bij ons langer om mensen te leren kennen, maar vervolgens worden we wel snel close.

‘Over het algemeen hebben Hollanders misschien toch wel een soort van wall om zich heen. Eigenlijk ben ik een verwesterde Indo, alleen het eten zit er bij mij heel erg in. Zeker wel twee keer per week komen vrienden bij mij eten.’ Mel woont met twee kamergenoten en merkt stiekem een verschilletje als het om eten gaat. ‘Ik heb altijd geleerd als je kookt en anderen zitten erbij, dan is het onbeleefd zelf te eten en anderen niks aan te bieden.’

Pedas?
Mel’s vriendenkring bestaat onder andere uit veel Indische en Indonesische vrienden, uit Zuid-Limburg tot Groningen. ‘Met mijn Indische vrienden ga ik vaak naar het Tropenmuseum. Mijn Indonesische vrienden heb ik vooral leren kennen bij het uitgaan.’ Hij zoekt ze niet persé op, maar het gaat wel soms automatisch vertelt hij.

‘Je begint toch met de vraag, waar kom je vandaan? Dan voel ik gelijk een band. Ik vind ook dat de Indischen soms wel erg pedas kunnen zijn, ze zijn scherp in wat ze zeggen. Als ze iets vinden, dan zeggen ze dat ook meteen.’ Ik reageer even verbaasd omdat er over het algemeen wordt gezegd dat Indische mensen juist bescheiden en teruggetrokken zijn.

Mel haakt hierop in. ‘Ik zie dat er een groot verschil zit tussen de mensen die in Indonesië zijn geboren en in Nederland. Indonesiërs zijn meer ingetogen en heel lief. Ik ben juist meer iemand van straight to the point.’

Indische mensen die pedas zijn, dat was een opmerking die mij aan het denken heeft gezet na dit interview. Wat vinden jullie hiervan?

Pedas?   Bron: http://www.indonesisch-culinair.nl/ingredient/375-rawit.html
Pedas? Bron: http://www.indonesisch-culinair.nl/ingredient/375-rawit.html

 

3.0 in de media: Kaja Wolffers

‘Kaja Wolffers. Hmm. Wie is deze 3e generatie Indo ook al weer?’ ‘Is hij niet de-zoon-van Marion Bloem?’ Begint er al iets te dagen? ‘O ja, doet hij niet iets in de mediawereld?’ Kaja (40 jaar) is creative director bij NL film. In een ontspannen gesprek vertelt hij over zijn werk en zijn roots.

NL Film
Drie jaar geleden is Kaja Wolffers begonnen bij NL Film, een productiemaatschappij die films en televisieprogramma’s maakt voor vrijwel alle zenders. ‘NL Film kenmerkt zich met goed gemaakte televisieprogramma’s. Denk aan Popoz, Penoza, Spangas. In het verleden hebben we ook films gemaakt zoals Verliefd op Ibiza, Alibi etc. Momenteel draait onze film Mannenharten in de bioscoop,’ vertelt deze Indische creative director.

Creative director
‘Mijn werk bestaat eigenlijk uit een aantal werkzaamheden. De ene dag kunnen schrijvers of regisseurs langskomen met een idee. Ik bekijk of ik dat verder kan ontwikkelen en kan verkopen aan één van de zenders. Op het andere moment ga ik langs zenders. Ik neem boekjes mee en vertel enthousiast waarom een dramaserie leuk is voor RTL4 of SBS. Daarna is het eigenlijk afwachten of het idee wordt geaccepteerd, daar kan veel tijd overheen gaan. Ik word weer actief op het moment als de eerste beelden en montage worden afgeleverd. Vervolgens ontwikkelen we dit om het gewenste resultaat te krijgen.’

Kaja op de werkvloer / Foto: Wynand Chocolaad
Kaja op de werkvloer / Foto: Wynand Chocolaad

Kabels vasthouden
Vroeger stortte Kaja zich op een exact vak, namelijk scheikunde. Hij dacht dokter te willen worden. ‘Mijn ouders zijn allebei half creatief. Ik zag mij zelf niet in die wereld, daar wilde ik eigenlijk ver weg van blijven’ geeft Kaja toe. Toch stuurde deze zoon van een Hollandse vader en Indische moeder open sollicitaties  naar John de Mol en Joop van de Ende Productions. Kaja denkt terug aan het begin, hoe hij kabels mocht vasthouden tijdens opnames. Hij werd assistent-opnameleider bij Goede Tijden Slechte Tijden. Daarna werd hij opnameleider bij Goudkust, om vervolgens op de regisseursstoel terecht te komen bij o.a. Onderweg naar Morgen, Costa en nog vele andere series . ‘Ik ben trots op de plek waar ik nu sta als creative director. Ik heb vooral veel geleerd doordat ik onderaan ben begonnen, op deze manier ben ik het vak steeds beter gaan begrijpen.’

“Indisch zijn is veel meer dan de bepaling van iemands karakter.”

Indische films
Gaat Wolffers binnenkort een Indische film ontwikkelen? Kaja weet geen goede verhaallijn voor een Indische film: ‘Films moeten sterke personages hebben met een bepaalde achtergrond. Voor mij is het Indisch-zijn veel meer dan de bepaling van iemands karakter. Het is heel moeilijk om in een verhaal te vertellen wat een cultuur echt inhoudt. Je komt toch weer in een soort van cliché terecht. Gezelligheid met families en lekker eten, dat is voor mij niet de kern van een Indisch verhaal. Anders zal het weer zo’n historisch verhaal worden zoals dat een blanke een Indo komt redden.’

Kaja Wolffers. Foto: Fréderique Vlamings
Kaja Wolffers. Foto: Fréderique Vlamings

Onderscheid
‘Indische mensen zijn in mijn ogen Nederlanders die Indisch bloed hebben en die door culturele verschillen gevormd zijn. Mensen uit Nederlands-Indië probeerden altijd heel erg hun best te doen omdat ze voor hun gevoel iets te compenseren hadden. Ze wilden zich heel nadrukkelijk onderscheiden van de Indonesiër.’ Dan komt er een herkenbaar momentje voor mij, als Kaja vertelt dat hij zichzelf nog steeds betrapt op het feit dat hij nadrukkelijk het verschil tussen Indonesisch en Indisch uit wil leggen. ‘Het is eigenlijk achterlijk, een idiote tic. Ik verbeter mensen nog altijd als ik Indonesisch word genoemd. Is het omdat het wat chiquer staat om jezelf Indisch te noemen? Haha, het zit er helemaal ingeramd door mijn omaatje.’

“Ik verbeter mensen die mij ‘Indonesisch’ noemen.”

Bamboe
Indisch zijn is voor Kaja vergelijkbaar met een bamboeplant. ‘ Je moet een beetje buigbaar als bamboe zijn in je leven. Meebuigen wanneer situaties tegenzitten, maar tegelijkertijd keihard zijn. Aan de ene kant taai en ambitieus zijn en aan de andere kant geven als het nodig is. Een bamboeplant waait nooit om, maar een oude Eik van 300 jaar kan omvallen tijdens een storm die wij onlangs hadden. Dat is voor mij een beetje dat Indisch-zijn, maar het betekent voor mij ook respect hebben voor ouderen en naar elkaar luisteren voordat je wilt gaan strijden. Ik zeg niet dat ik dit zelf perfect doe, want ik heb ook Hollands bloed in mij.’ geeft Kaja toe.

Mata gelap
‘Heel veel Indo’s die ik ken en in het vak meemaak, zijn hele aardige mensen die altijd blijven teruglachen en niet zeggen wat ze dwars zit. Overal in meegaan en dan op een gegeven moment wordt het mata gelap en dan ontploft er woede. Het grappige is dat ik dit nog heel vaak herken in mijzelf maar ook in heel veel Indo’s met wie ik werk. Het is misschien bij de tweede generatie meer zichtbaar. Je gaat overal een beetje in mee en dan op een gegeven moment barst het uit. Westerlingen zeggen gelijk waar het op staat, je hebt dan gelijk je frustratie eruit.’

'Hoe heet dat Indonesisch woord?' Lattà? - Foto: Angelo Vodegel / Indisch3.0 2013
‘Hoe heet dat Indonesisch woord?’ Lattà? – Foto: Angelo Vodegel / Indisch3.0 2013

Lattà
Als ik Kaja vraag naar een typische Indisch tic, dan begint hij gelijk met zijn vingers te kraken. Maar hij denkt ook aan de woorden van zijn vader. Alleen komen we niet snel op de Indonesische term hiervoor. ‘Het is een manier om naar iemands verhaal te luisteren dat het uiteindelijk op een moeizame manier wordt verteld. Ik ben heel meegaand en beweeg dan bijna met mijn hoofd mee.’ Uiteindelijk komt het verlossende woord er lachend uit, ‘ja precies dat heet ‘Latta’.

Indonesië
‘Sinds mijn vierde jaar ga ik bijna elk jaar naar Indonesië. Het is eigenlijk een beetje een haat-liefde gevoel. Kretek vind ik heerlijk om te ruiken als ik daar aankom, dat relaxte spreekt mij ook aan. Het is een sympathiek land, maar ik schrik elke keer als er vreselijke situaties ontstaan.

Fanatieke moslims
‘Het is een unheimisch land. Heel de dag aardig tegen elkaar doen en ineens barst het los. Er rollen dan letterlijk hoofden over straat. Ik snap ook niet waarom Miss World verkiezing had moeten plaatsvinden in een islamitisch land. Het ergert mij zo als ik fanatieke Indonesische moslims ziet demonstreren, ineens komt al die woede naar boven. Uiteindelijk kunnen ze het weer voor elkaar krijgen om vrolijk glimlachend verder te gaan. Het zijn allemaal weldenkende mensen – soms lijkt het net alsof ze een uitlaatklep zoeken. Bali vind ik één van de leukere plekken.’

De film Mannenharten speelt momenteel in de bioscoop. Ik heb de film gezien. Wie van romantische verhalen houdt met een spannend ondertoontje, zal dit absoluut een aanrader vinden. Zal het de Nederlandse kerstfilm van 2013 worden?

3.0 op de werkvloer: Gilbert Pothoff

Op 15 augustus 2013 jl. was Gilbert Pothoff (37 jaar, rechts op de foto) als militair van het Korps Nationale Reserve aanwezig tijdens de Indië-herdenking in Den Haag. In het dagelijks leven richt deze 3.0-er zich als risk analist op de energiemarkt. Op de werkvloer is deze jongen met Indisch uiterlijk nooit echt aangesproken op zijn Indische wortels. Gilbert ziet Indisch-zijn als: ‘Je soms anders voelen in gedraging, cultuur of karakter. Bij mij komt dit waarschijnlijk voort uit mijn opvoeding door twee Indische ouders.’

Zoveel mogelijk begrijpen
Zeven jaar geleden is Gilbert gestart bij energiebedrijf Eneco Energie. Deze nauwkeurige 3.0-er begon als pricing analist bij de afdeling Risk Management. Na een paar jaar wilde hij zijn kennis gaan verbreden. ‘Mijn doel, ook los van werk, is om zoveel mogelijk te begrijpen. In mijn huidige functie als senior risk analist bij Commodity Risk Management kom ik in aanraking met allerlei facetten van de energiewereld in plaats van alleen de verkoopzijde. Ik richt me op het managen van prijs- en volume risico’s binnen het energiebedrijf, voornamelijk voor de verkoopkanalen. Zijn ambitie is niet om per sé manager te worden, maar een team van professionals zou hij op termijn  willen coachen.

Gilbert Pothoff op de werkvloer - Foto: Charlene Vodegel / Indisch3.0 2013
Gilbert Pothoff op de werkvloer – Foto: Charlene Vodegel / Indisch3.0 2013

Amerikaans schouderklopje
‘Mijn grootste succes tot nu toe kan ik niet specifiek noemen. Ik  vind het leuk als ik invloed heb gehad op het proces en resultaat. Als mensen mijn ideeën waarderen, gebruiken en het daadwerkelijk tot een goed resultaat leidt, haal ik daar voldoening uit.’ Ik vroeg me af hoe Gilbert dit ervaart. ‘Er wordt weleens gezegd dat successen gevierd moeten worden, maar dat doe ik niet zo. Ik hoef geen externe waardering te krijgen door mijzelf te profileren, dat vind ik zo Amerikaans. Jezelf een schouderklopje geven, daar ben ik niet van,’ geeft Gilbert toe. ‘Ik ben meer iemand die op de achtergrond de zaken goed wil regelen.’ Hier komt misschien zijn Indische bescheidenheid naar voren, die hij bewust of onbewust van zijn ouders heeft overgenomen. Bescheidenheid herkent Gilbert enigszins bij zichzelf.

‘Ik ben meer iemand die op de achtergrond de zaken goed wil regelen.’

Rieten schilderijen
Gilbert kan op zijn werkplek geen Indische voorwerpen neerzetten, omdat Eneco gebruik maakt van flexplekken. Maar wie bij Gilbert thuiskomt, zal waarschijnlijk direct opmerken dat hier iemand woont met een Indische achtergrond. ‘Ik heb thuis een schilderij hangen van een typische berg met sawa’s en op een kast staan Ramayana-poppen.’ Zelfs in de slaapkamer is er iets te vinden uit Indonesië. Namelijk een batikdoek op het hoofdbord van zijn bed en twee rieten Indische schilderijen. Ik vraag hem of hij dat expres zo heeft ingericht. ‘Ja, omdat ik weet dat het Indisch is. Het is een stukje herkenning uit het verleden. Het doet me denken aan het huis van mijn Indische grootouders.’ Het lijkt of er herinneringen naar boven komen bij Gilbert. ‘Mijn opa en oma hadden echt een Indisch huis. Er stonden rotan meubels en er was altijd een enorm blik vol met kroepoek.’ Mijn opa draaide vaak krontjong muziek en ook nu draait Gilbert weleens een krontjongplaat thuis. ‘Dat roept een vertrouwd sfeertje op.’

Rieten schilderijen bij Gilbert thuis - Foto: Gilbert Pothoff
Rieten schilderijen bij Gilbert thuis – Foto: Gilbert Pothoff

Jappenkamp
Tijdens een werkborrel is er een emotioneel raakvlak ontstaan met een collega. ‘Op een zeker moment kwam het gesprek op het onderwerp Jappenkamp. Ik kwam erachter dat de moeder van mijn collega net als mijn ouders in het kamp hebben gezeten. Toen bleek ook dat die collega Indisch is, terwijl ik dat nooit gedacht had. Een bijzonder moment!’ In de vriendenkring van Gilbert zitten wel een aantal Indische jongens. ‘Dit is puur toeval! Ik zal niet persé op zoek gaan naar Indische vrienden. Wij delen als vrienden bepaalde gemeenschappelijke interesses zoals sport of waarden, zoals openheid in zowel communicatie als onze blik op de wereld. Daarnaast hebben wij toevallig deels een gemeenschappelijk verleden door een of meerdere Indische ouders.’

‘Ik zal niet persé op zoek gaan naar Indische vrienden.’

Kembang Kuning
Een paar jaar geleden heeft Gilbert een reis gemaakt met zijn ouders en zusje naar Indonesië. ‘Ik vond het heel bijzonder om de geboorteplaats Surabaya van mijn ouders te bezoeken en ook het graf van mijn overgrootvader op de oorlogsbegraafplaats Kembang Kuning.’Wat Gilbert jammer vond van het huidige Indonesië, is de zichtbare ongelijkheid tussen mannen en vrouwen.’ Veel mannen op straat, terwijl de vrouwen achterin het huis met een hoofddoekje om het huishouden aan het doen zijn, wellicht speelt het geloof hierin een rol.’

Flexwerken bij Eneco - Foto: Charlene Vodegel / Indisch 3.0 2013
Flexwerken bij Eneco – Foto: Charlene Vodegel / Indisch 3.0 2013

Bahasa Indonesia

Net als bij vele Indische families in die tijd moest er Nederlands worden gesproken, daardoor werd de Bahasa Indonesia ook niet gesproken in huize Pothoff. ‘Tijdens onze reis ontdekte ik dat mijn vader zich wel verstaanbaar kon maken. Het grappige was dat hij toch een beetje Indonesisch kon praten met de lokale bevolking. Maar het Nederlands-Indië zoals ik het ken van de verhalen, foto’s en documentaires, is toch heel anders vergeleken met het huidige Indonesië. Als vakantiebestemming heb ik meer met Latijns Amerika.’

Roots
Tot slot vertelt Gilbert mij over zijn Indisch-gevoel. ‘Sommige jonge Indo’s hebben een drang om op zoek te gaan naar hun ‘roots’, maar ik ben niet echt actief op zoek naar mijn Indisch-zijn. En trots zijn op iets waar je niets aan kunt doen, zoals bijvoorbeeld je afkomst laat ik graag aan anderen over.’

‘Trots zijn op iets waar je niets aan kunt doen, zoals bijvoorbeeld je afkomst laat ik graag aan anderen over.’

3.0 in de sport: Sandy Kasifa

‘Er zijn ook genoeg impulsieve Indo’s!’

In het dagelijks leven is Sandy Kasifa (34 jaar) werkzaam als adviseur vergunningen omgevingsrecht bij de provincie Noord-Holland. In haar vrije tijd richt ze zich op totaal iets anders: vechtsportbewegingen op muziek .

Dertien jaar geleden nam Sandy’s moeder haar mee naar een Les Mills Body Combatles op de sportschool. Nu staat ze zelf als instructrice op de voorgrond. Sandy, een vriendelijk, geduldig Indisch sportief meisje legt mij uit wat Combat is en wat voor uitwerking deze sport heeft, op haar zelf  en op anderen.

 

Sandy in actie / Foto: Sandy Kasifa
Sandy in actie / Foto: Sandy Kasifa

 

Oosterse rust

Vlak voor het interview heeft Sandy toevallig gereageerd op een status van Indisch 3.0 wat Indisch voor haar betekent. ‘Het is the best of East and West. Ondanks dat mijn ouders zich hebben aangepast in de Nederlandse maatschappij, kreeg ik Oosterse dingen mee in mijn opvoeding.’ Indisch zijn betekent voor Sandy vooral de mentaliteit en respect naar anderen toe. ‘Ik zeg nog steeds ‘u’ tegen mijn ouders. Dit heeft niks te maken met hiërarchie,’ vertelt Sandy,’het is een uiting van respect.’ Sandy is niet iemand die snel op de voorgrond zal treden, maar ze noemt dit niet als een typisch kenmerk van Indisch-zijn. ‘Dit heeft ook met je karakter te maken en tóch ook misschien wel de ‘Oosterse rust’ legt ze uit. ‘Indische mensen zijn over het algemeen “gedempt”, ze gaan bewust rustig met dingen om. Maar er zijn ook genoeg impulsieve Indo’s’, lacht Sandy.

“Ik ben opgegroeid met films van Bruce Lee en Jacky Chan.”

Body Combat
Dertien jaar geleden nam Sandy’s moeder haar mee naar een Body Combat-les. Vervolgens is deze sportieve meid trouw gebleven aan de lessen. Sandy vertelt wat de sport inhoudt: ‘Body Combat (BC) bestaat uit vechtsportbewegingen op muziek die zijn geïnspireerd op de Oosterse vechtkust zoals Kung-Fu, boksen, Muay Thai, Taekwondo en Jiu Jitsu. Deze technieken worden zodanig aangepast dat het in een intensieve cardio-training resulteert. De vechtsportbewegingen uiten zich met een bepaalde choreografie op muziek, dat zowel gericht is op cardio als op kracht.’ ‘Ik ben eigenlijk net als vele Indische mensen opgegroeid met films van Bruce Lee, Jacky Chan enzovoort. Die Oosterse vechtsporten hebben mij altijd aangetrokken, maar ik heb eigenlijk nooit een vechtsport beoefend. Ik vind Body Combat heel leuk om te doen, het fungeert als een uitlaatklep.’ Sandy sport graag om haar spanning hierin kwijt te kunnen. ‘Het is beter dan opkroppen. En het geeft mij ook veel energie,’ geeft ze toe.

 

Sandy geeft les in Body combat / Foto: Sandy Kasifa
Sandy geeft les in Body combat / Foto: Sandy Kasifa

Stereotype Indonesiër
Dit rustige Indische meisje dat moeite had om op de voorgrond te treden, staat nu zonder moeite op het podium  voor een  grote groep. Sandy heeft veel geleerd van haar maatje met wie ze op het podium staat. Haar maatje is Indonesisch en kan zichzelf heel goed profileren op het podium. Sandy moet lachen en zegt: ‘Zij behoort helemaal niet tot de stereotype Indonesiër, die over het algemeen timide zijn.’ Sandy heeft niet vanaf het begin de rol als Body combat- instructrice geambieërd. ‘Ik was eerst heel bedeesd. In het begin was dat ook een beetje een belemmering maar ik ben in deze rol gegroeid. Ik benader de combatters in mijn les altijd met een open blik.’

Drie-daagse opleiding
‘Er gaat heel wat vooraf om een Body Combat instructrice te worden. Het is een drie-daagse opleiding die ik heb gevolgd. Als examenopdracht heb ik één les van ongeveer een uur vastgelegd op dvd, waarin ik moet laten zien hoe ik Body Combat geef . Aan de hand van deze opname werd ik beoordeeld.’ In januari 2013 is Sandy geslaagd, ze bezit nu de licentie voor Body combat-instructrice. ‘Voordat ik geslaagd was, heb ik af en toe een lesje mogen geven om te oefenen en om ervaring op te doen.’ zegt Sandy. ‘Om de kwaliteit van de technieken goed in peil te houden ben je verplicht om aanwezig te zijn bij de kwartaalworkshops waarin de nieuwe BC-releases worden getoond.’

“Met deze sport help ik mensen hun eigen grenzen te verleggen.”

Sandy’s succes

Als er nieuwe en enthousiaste deelnemers naar haar les komen en blijven komen, ervaart Sandy dit als haar grootste succes in de sport. ‘Ik behaal geen successen zoals bij een wedstrijdsport. Ik sport enkel en alleen voor mijzelf. Door middel van deze sport bouw ik een goede conditie op om zo fitter en sterker te worden. Het is heel leuk om mijn enthousiasme en energie over te brengen aan de deelnemers in mijn lessen.’ Sandy ontvangt leuke reacties en babbelt graag met de combatters na de les.

Ambitie

Momenteel is Sandy’s ambitie om zichzelf meer te ontplooien in het coachen en om mensen nog enthousiaster te maken voor Body Combat. ‘Met deze sport help ik mensen om hun eigen grenzen te verleggen door ze te motiveren om hoger te springen, harder te schoppen, krachtiger te stoten en intensiever te bewegen.’

 

Krachtigende stoot van Sandy / Foto: Sandy Kasifa
Krachtigende stoot van Sandy / Foto: Sandy Kasifa

 

Indische snacks
‘Over het algemeen sporten mensen om een goed figuur te krijgen. Ik sport juist om lekker te kunnen blijven eten. Ik wil lekkere taartjes, Indonesische hartige en zoete snacks en heerlijke maaltijden blijven eten.’

3.0 in de muziek: Dewi van Hoek

Twee soorten gitaar, twee bandjes, één liefde: de muziek.

‘Er liggen hier drie gitaren thuis, het is leuk om daar wat noten uit te halen.’ Met deze gedachte begon Dewi van Hoek (29 jaar) haar muzikale interesse te krijgen. Zij komt uit een gezin waarin muziek een centrale rol had, voor haar Nederlandse familie van moeders kant en haar Indische vader. Haar vader is geboren op de Molukken en heeft Indische, Molukse, Portugese en Timoreese invloeden. Hij heeft haar uiteindelijk gestimuleerd om op gitaarles te gaan.

Waarde

Haar Indische achtergrond ontbreekt niet in het leven van Dewi; die is haar van jongs af aan met de paplepel ingegoten. Ze vertelt dat iedereen altijd kon aanschuiven bij haar thuis, er werd gelijk een bord klaargezet zodat er meegegeten kon worden. ‘De gastvrijheid, daar ben ik toch altijd wel dankbaar voor dat ik dat heb meegekregen’, vertelt Dewi met trots. ‘Ook probeer ik altijd iedereen in zijn waarde te laten, gewoon door op een normale manier met iedereen om te gaan.’ Dit zijn de belangrijkste kernwaarden waar Dewi aan hecht en die te danken zijn aan haar Indische achtergrond.

Dewi geniet van elke noot die ze uit de gitaar haalt /Foto: Dewi van Hoek
Dewi geniet van elke noot die ze uit de gitaar haalt: the Eagles, Queen, Santana, Jimmy Hendrix en the Lonely Boys. Foto: Dewi van Hoek

Indische muziek 
Thuis is Dewi met de Indische en Molukse liedjes opgegroeid. Zoals Terang Bulan, Nina Bobo. Ole sio, Blue Bayou en liedjes van Rudy van Dalm, George de Fretes en nog meer bekende Indische artiesten klinken haar zeker niet onbekend. ‘Die liedjes zitten ongetwijfeld op mijn IPod’, lacht ze. ‘ Ik werd zeker geïnspireerd door de Indische muziek als ik op de Pasar Malam kwam. De sfeer, de muziek en het lekkere eten. Ik kom dan echt in de mood’. Maar haar inspiratie is ook zeker gegroeid door de stukken van Eric Clapton, the Eagles, Queen, Santana, Jimmy Hendrix en the Lonely Boys.

Terang Bulan heb ik op mijn iPod staan.

Discipline
Dewi vertelt mij hoe haar muzikale interesse is begonnen. Op 9-jarige leeftijd begon Dewi met keyboard-les, op een traditionele muziekschool, maar die is niet doorslaggevend geweest voor haar muzikale weg. Het werd de gitaar waar haar liefde naartoe ging. Op 20-jarige leeftijd begon ze met haar eerste gitaarlessen nadat haar vader van een nicht uit Indonesië een gitaar had gekregen. Hij stimuleerde Dewi om op les te gaan. ‘Ik leerde vooral de basis in die periode. Sinds het afgelopen jaar ben ik pas bij een goede leraar terecht gekomen, die mij vanaf nul de juiste kneepjes aanleerde en mij corrigeerde wanneer ik een verkeerde noot aansla’. Elke maandag is de vaste repetitie-avond. Ze legt uit dat je discipline moet hebben, wil je er intens mee bezig zijn. Ze lacht: ‘Misschien is dat ook iets wat een klein beetje ontbreekt bij mij, en te maken heeft met mijn Indische achtergrond.’

Muziekbandje: Ambeua / Foto: Dewi van Hoek
Muziekbandje: Ambeua / Foto: Dewi van Hoek

Bandsamenstelling
Dewi maakt deel uit twee bandjes die is opgericht door een Molukse gitaarleraar. Mensen die bij hem op les komen, probeert hij in meerdere bandsamenstellingen in te zetten. Met als doel dat zijn leerlingen de verschillende muziekstijlen kunnen gaan proeven. Dewi’s leraar probeert om naar een stevig repertoire te gaan en om op grote festivals te gaan spelen met zijn bands. Dewi vertelt: ‘Ik speel op een elektrische en op een akoestische gitaar, in twee bandjes. De jonge band heet Ambeua, wij bestaan uit drie meisjes en een jongen. Het muziekgenre is vooral pop, maar mijn leraar probeert ons ook om Molukse liedjes te gaan leren’. In het tweede bandje, genaamd Weplay speelt Dewi met twee Indische mannen die zich vooral richten op Indorockmuziek. De bandjes hebben op diverse gelegenheden opgetreden, zoals op een openlucht festival, een marathon en diverse feestjes. Zij vragen geen vergoeding, een portie eten is voor de bandleden genoeg. ‘Zo wordt het plezier in tact gehouden’, geeft Dewi toe.

Muziek wil ik met passie en gevoel overbrengen.

Emotie
Aan het eind van ons gesprek wordt het opeens serieus als Dewi vertelt wat voor gevoelens er kunnen ontstaan tijdens het muziek maken. Sommige mensen schrijven een liedje vanuit een bepaalde emotie. ‘Als je muziek met passie en gevoel kan overbrengen, ben je pas echt een goede muzikant,’ vindt Dewi. Mensen identificeren zich vaak tot een bepaald lied. ‘Ik vind muziek zo leuk, ik kan mijn emoties erin kwijt en soms kan ik ook veel voor een ander betekenen’. Het feit als een groep door haar muziek gaat dansen en plezier heeft, geeft Dewi voldoening.

Veel succes en we hopen je tegen te komen op een Indische avond!

Terugblik op de Pasar Malam Indonesia 2013

Ontmoetingen met familie, vrienden en kennissen

Van 20-24 maart 2013 stond het Malieveld in Den Haag weer in het teken van de Pasar Malam Indonesia 2013 (PMI 2013). Ook de vierde editie was georganiseerd door de Indonesische ambassade, de Kedutaan Besar Republik Indonesia (KBRI). Freelancer Charlene Vodegel werkte er als vrijwilliger.

Indonesië laten zien
De PMI 2013 werd officieel geopend door de ambassadrice Ibu Retno Marsudi en werd vergezeld door Minister Timmermans (Minister van Buitenlandse Zaken). Het voornamelijke doel van dit evenement was om Indonesië te laten zien aan de Nederlandse samenleving. Dit door middel van dans, muziek en zang, de Indonesische keuken – allevier  ook nuttig voor het opbouwen van een goed netwerk tussen Nederlandse en Indonesische ondernemers.

Heimwee
Dit jaar werd ik gevraagd weer deel te nemen aan het PMI 2013 team. Ik hoefde maar één keer na te denken; ik was gelijk enthousiast om mij weer in Indonesische sferen te kunnen begeven. Ik hielp mee bij de infobalie en werd vooral ingezet als omroepster om het Nederlandse publiek te informeren over het programma en huishoudelijke mededelingen. Ik zat in een leuk jong team met Indonesische en Nederlandse studenten met een Indische/Chinese of Indonesische achtergrond. We hadden veel plezier met elkaar in het werk, in drie talen: Nederlands, Engels en Bahasa Indonesia.

Crew Infobalie PMI 2013 / Charlene Vodegel / Indisch 3.0 2013
Crew Infobalie PMI 2013 / Charlene  Vodegel / Indisch 3.0 2013

Mijn Indo-gevoel
Voor mij is de PMI 2013 een periode vol ontmoetingen met familie, vrienden en kennissen geweest. Ik heb genoten van de sfeer – de muziek en de typische exclusieve heerlijke gerechten. Mijn Indo-gevoel kwam weer zeker sterk naar boven. Nee, ik zal niet te diep gaan wegdromen in deze gedachten maar ik besefte wel als Indisch 3.0-er zijnde, dat mijn hart altijd deels zal blijven liggen in dat grote mystieke land.

Zoektocht
In het jaar 2000 is mijn puzzel compleet geworden in de zoektocht naar wie ik ben. Door de jaren heen kon ik Indonesië niet uit mijn hoofd krijgen. Het gevoel werd alleen maar sterker tijdens mijn studieperiode en werkervaring gedurende vier jaar in de chaotische maar gezellige Jakarta. Al met al mijn herinneringen en heimwee naar Jakarta werden weer bevestigd tijdens mijn deelname aan de PMI 2013. Het waren weer geslaagde pasar-dagen voor mij.

Wandelend over de pasar
Wie heimwee naar Indonesië had, kon zijn hart ophalen tijdens de PMI 2013. Je dwaalde door een soort van pasar langs de verschillende standjes waar Indonesische producten werden verkocht. Het assortiment varieerde van batikkleding en sieraden tot verschillende lekkernijen. Alleen al door de geur van de kruidenzakjes en de glimlach van de verkopers werd je meegesleept in gedachten naar een pasar in Indonesië. Daarnaast presenteerden diverse provincies van Indonesië zich, zoals Centraal-Java, Jambi, Gorontalo, Sabang, Surabaya, de Molukken, Medan, Bogor en Karawang. De ondernemers onder de bezoekers kregen gelegenheid om informatie in te winnen over zakelijke aspecten bij de stands van de Ministeries van Indonesië van Toerisme, Communicatie, Media en Handel.

Swingen op Dangdutmuziek /Charlene Vodegel / Indisch 3.0 2013
Swingen op Dangdutmuziek /Charlene Vodegel / Indisch 3.0 2013

Programma
Het theaterprogramma bestond uit voor ieder wat wils. Er stonden twee workshops op het programma. Zo kon je kennismaken met de stapjes van de poco-poco dans en er werd met enthousiasme les gegeven in het bespelen van de bamboe-instrument angklung. De PMI 2013 stond ook in het teken van de Miss Indonesisch verkiezing. Elke dag stelden een paar kandidaten zich voor aan het publiek en op de laatste dag vond de finale plaats.

Flash mob
Op zaterdagmiddag werd onder begeleiding van onze Indische gangmaker Ricky Risolles de flash mob Poco Poco in gang gezet op het Malieveld. Dit gebeuren werd georganiseerd door Indonesia Nederland Youth Society. Ondanks de kou was de animo groot en deed iedereen gezellig mee. De zaterdagavond stond in het teken van de Molukse liedjes gezongen door Joice Pupella, Ridwan Hayat en Harvey Malaiholo. Het optreden van de zanger Didi Kempot uit Solo met Javaanse en Surinaamse achtergronden werd ook goed bekeken. Sumatraanse liedjes werden gezongen door de band Trio Batak. En uiteraard ontbrak de dangdut niet in het theater. Dit zorgde voor een uitbundig, enthousiast dansend publiek. Doe jij volgend jaar ook mee?

Indonesische stand – Foto: Indonesische Ambassade (KBRI)
Indonesische stand – Foto: Indonesische Ambassade (KBRI)

3.0 aan de studie: Ghitha Tutupoly

Ghitha tijdens de pauze op school © Ghitha Tutupoly

Zal haar keuze vallen op een praktijkgerichte opleiding of gaat ze een studie volgen waar ze meer met haar neus in de boeken moet zitten? In deze serie ontmoet ik Ghitha Tutupoly. Een 16-jarige beleefde scholiere die mij weet te boeien met haar verhaal over haar Indische roots en haar voorbereidingen op een studiekeuze na de HAVO.

Indisch voelen
Ghitha is de jongste dochter uit een Indisch gezin, woonachtig in Leiden. Haar moeder is geboren in Jakarta en haar vader komt uit Malang. Op 7-jarige leeftijd bezocht Ghitha voor het eerst het land van haar ouders. Het was een ontdekkingsreis met toeristische uitstapjes. Ze vindt Indonesië heel speciaal. ‘Het is gewoon een gedeelte van jezelf.’ Op de vraag of Ghitha zich Indisch voelt, lacht ze: ‘Het is grappig, in Indonesië heb ik echt het gevoel dat ik Hollands ben, maar in Nederland voel ik me Indisch.’ Als vriendinnen Ghitha thuis ophalen, staat ze vaak nog niet klaar. ‘Ik kan soms zo chaotisch zijn, dat vind ik echt een Indische eigenschap. In Indonesië gaan de dingen niet gehaast en het woord stress komt zelden voor.’

Ghitha wordt geïnterviewd door Charlene Vodegel © Charlene Vodegel / Indisch 3.0 2013
Ghitha wordt geïnterviewd door Charlene Vodegel © Charlene Vodegel / Indisch 3.0 2013

Etiquette
In haar klas komt ze over als een beleefd meisje, bekent Ghitha. Ze begroet elke docent altijd vrolijk met ‘Goedemorgen!’, hoe slecht de dag misschien ook is begonnen. Ze lacht: ‘Ik wil niet dat andere mensen last krijgen van mijn slechte humeur.’ De beleefdheid naar docenten uit zich door hen met u aan te spreken. ‘Ik gedraag mijzelf altijd in een gezelschap.’ Wanneer ze bij vriendinnen thuis is geweest, bedankt ze hen hier altijd netjes voor. ‘Dat is de etiquette die ik van mijn ouders heb geleerd,’ legt ze uit. Op school heeft Ghitha geen Indische vrienden, wel bij haar sportclub van Pencak Silat. Ze komt daar veel Indische mensen tegen. Het is één grote familie.

Studiekeuze
Ter voorbereiding op haar studiekeuze bezocht dit spontane Indische meisje verschillende voorlichtingsavonden op hogescholen. Ghitha vertelt: ‘Pedagogiek heb ik altijd interessant gevonden. Vooral het bestuderen hoe kinderen of volwassenen in bepaalde situaties reageren en hoe ik daarbij kan helpen. Alleen is deze opleiding erg gericht op de theorie. Ik doe toch liever iets met mijn handen dan dat ik uren met mijn neus in de boeken zit,’ geeft ze toe. ‘Ik vind het leuker om praktijkgericht bezig te zijn.’ Om die reden lijkt de studie Hotel-en Eventmanagement Ghitha erg aantrekkelijk. In het hotelwezen kun je alle kanten op. Van gastvrouw zijn tot je bezig houden met het horecagedeelte.

Ghitha tijdens de pauze op school © Ghitha Tutupoly
Ghitha tijdens de pauze op school © Ghitha Tutupoly

Stijlvolle hotels
Het liefste zou Ghitha tijdens haar studie stage gaan lopen in Indonesië. Tijdens haar vakanties heeft ze namelijk haar hart verloren aan de mooie hotels die daar gevestigd zijn. De creativiteit komt meer naar voren, vindt ze. De kamers zijn per verdieping ingericht in verschillende stijlen, dit geeft een aparte uitstraling. Zo is er voor ieder wat wils. Ghitha: ‘De hotels zijn stijlvoller ingericht. Ik vind het in Nederland vaak te overdreven chique of zijn de standaardkamers juist te eenvoudig. Maar ja, dat is mijn mening.’ Het is dus niet verbazingwekkend dat de opleiding Hotel- en Eventmanagement hoog op Ghitha’s verlanglijstje staat. Want stage lopen in zo’n mooi hotel, daar droomt ze van.

3.0 aan de Studie: Jarah de Jong

Jarah de Jong is 24 jaar oud en net afgestudeerd voor zijn bachelorstudie Mediatechnologie.  Deze Molukse 3.0’er houdt van alles dat te maken heeft met  het ontwikkelen van websites en de technologie die daarbij komt kijken. Tegenwoordig denkt Jarah na over hoe hij met de kennis uit zijn studie iets kan betekenen voor de Molukken.

Mystiek

Jarah is geboren en getogen in Zeeland en komt uit een Moluks gezin. In 1951 kwam zijn vader vanuit Semarang naar Nederland. Zijn moeder is geboren in Vlissingen. Indrukwekkende verhalen over Ambon worden vooral verteld door zijn oma en geven Jarah een beeld  van het leven van zijn familie in vroegere tijden. ‘Wat ik vooral bijzonder vind aan de verhalen van mijn oma, is de ‘mystiek’ erin. Het zijn ervaringen die ik nu niet zomaar kan uitleggen, je moet dat zelf ervaren,’ zegt Jarah met kippenvel. Tijdens zijn eerste vakantie naar Ambon, zei hij bij aankomst meteen:  ‘Wow ja, dit is het!’  De mist die er hing, de palmbomen en alle Molukse mensen bij elkaar waren voor hem het herkenbaar decor van de familieverhalen.

Jarah de Jong 2012. Stage in het 2e studiejaar: Mediatechnologie. Foto: Jarah de Jong.
Stage in het 2e studiejaar: Mediatechnologie. Foto: Jarah de Jong.

Moluks voelen

Jarah begon met een MBO-opleiding: website-ontwikkelaar. Vervolgens studeerde hij Media-technologie aan de Hogeschool Rotterdam. Jarah vertelt dat hij een meeloopstage heeft doorlopen en verschillende opdrachten deed voor klanten in de zorg. Zijn Molukse achtergrond speelde geen rol in zijn studiekeuze. Ook maakten de Molukse gewoonten die Jarah van huis uit heeft meegekregen, hem niet anders op school. ‘Het is niet zo van, oh ik ben Moluks, dus ik ga anders praten. Ik ben gewoon hoe ik ben’. Jarah sluit zich wel gemakkelijker aan bij Molukse jongeren. Hoewel hij meer Nederlandse dan Molukse vrienden heeft, voelt hij een klik met Molukse jongeren. Hij zal hen eerder aanspreken op een verjaardagsfeestje. Hij lacht: ‘Het is niet om te discrimineren, maar je zit in hetzelfde schuitje. Taal, cultuur en gewoontes zijn iets vanzelfsprekends onder Molukse jongeren.’ Ik vraag me af wat hij bedoelt met taal: ‘Begin je met: “Hey apa kabar?”’ Jarah schudt zijn hoofd. ‘Ik vind het gewoon leuk om af en toe Maleis te kunnen praten.’

Stichting Samenwerking Vlissingen Ambon

Ook al speelde zijn achtergrond geen rol bij zijn studiekeuze, toch zou Jarah graag zijn kennis gebruiken om iets voor de mensen op Ambon te betekenen. Daarom heeft hij een paar jaar geleden de website opgezet voor Stichting Samenwerking Vlissingen Ambon (SSVA). Deze stichting wil de levensomstandigheden op Ambon verbeteren. In 2007 werkte Jarah zelf mee aan een project, waarbij hij onderzocht in hoeverre men op het eiland toegang tot internet heeft. Deze ervaring heeft hem aan het denken gezet. ‘Ik hoop ooit een internetcafé te beginnen in Ambon, dat daar ‘warung internet’ of ‘warnet’ heet. Met als hoofddoel: werk creëren voor de mensen daar.’ Mooie woorden om mee af te sluiten. Succes, Jarah!

Warung Internet (warnet) Internetcafé – Foto:  http://cybercrawler.wordpress.com
Warung Internet (warnet) Internetcafé – Foto:
http://cybercrawler.wordpress.com

Reportage I.N.D.O. (In Nederland Door Omstandigheden)

Een zoektocht naar de ziel van de Indo

Een groep Indische en Nederlandse mensen wacht vol spanning in de theaterzaal van de Rotterdamse Schouwburg tot de voorstelling I.N.D.O. (In Nederland Door Omstandigheden) begint. Ik kijk om me heen en behoor tot één van de jongsten, de eerste en tweede generatie is duidelijk in de meerderheid, maar toch kijkt iedereen elkaar aan met een blik van herkenning. De voorstelling van ongeveer 75 minuten neemt het publiek mee in een zoektocht naar de ziel van ‘de Indo’. HoofdrolspelerJef Hofmeister wisselt hierin continu van rol. Van bejaarde man tot ‘hot-Eddy’, tot de zoon van meneer Eddy zonder naam, maar omschreven als  ‘die waardeloze vent’. 

Tempo doeloe
Het verhaal begint daar waar meneer Eddy zijn laatste levensjaren slijt; de Willem Nijholt-vleugel in het Anneke Grönloh-huis. Meneer Eddy denkt met weemoed terug aan tempo doeloe en voelt zich niet begrepen door een Nederlandse zuster. ‘Jullie begrijpen toch niet die tijd van toen, en waarom wij naar Nederland moesten vertrekken, door omstandigheden weet je wel. Daarom, ik seg maar neks.’  Meneer Eddy is in gedachten verzonken en denkt terug aan de tijd dat hij aankwam in Nederland en zijn hart verloor aan een blonde dame.

Het waren altijd de onzichtbare verhalen waar niet over gesproken hoefde te worden.

I.N.D.O. (c) Jochem Jurgens 2012

Hot-Eddy en zijn blonde schoonheid
De blonde dame gaat op onderzoek uit naar ‘de Indo’. Tijdens deze zoektocht komt zij terecht in de Indonesische jungle en ook in een grote pan soto. Ze wordt als ‘lekker’ gezien. Een dubbelzinnige manier om te laten zien hoe de Indo in vroegere tijden over blondines dacht. Maar geen nood, hot-Eddy weet de blonde schoonheid te redden uit de pan soto. Het stel laat het publiek vervolgens meegenieten met geïmproviseerde liedjes, op herkenbare Indorock klanken, waarin typisch Indische gebruiken naar voren komen.

Selamat Jalan
Drama speelt zich af aan het einde van het stuk wanneer meneer Eddy zijn laatste adem uitblaast en het publiek getuige is van de crematieplechtigheid. De zoon, die waardeloze vent, geeft een toespraak over hoe hij zijn vader heeft gekend en dat de omschrijving I.N.D.O. nooit met veelwoorden is uitgelegd door zijn vader. Het waren altijd de onzichtbare verhalen waar niet over gesproken hoefde te worden. Tijdens het opruimen van zijn vaders huis ontdekt hij weer wat Indisch is, zoals het bewaren van de meest onzinnige dingen als plastic bakjes. De plechtigheid eindigt met de woorden Selamat Jalan (goede reis) en ‘al klaar’. Tja, zo kan de geschiedenis van de Indo ook omschreven worden, wat geweest is, is geweest, niet nodig om erover te praten.

De uitdrukking tempo doelde hoor ik veelvuldig vallen onder de bezoekers na de voorstelling.

I.N.D.O. (c) Jochem Jurgens 2012

Staande ovatie
Komedie en drama wisselen elkaar mooi af tijdens de voorstelling. Er wordt meegelachen en enthousiast, doch bedeesd, gereageerd bij herkenbare stukken. Na afloop ontvangen de acteurs, naar mijn mening, terecht een staande ovatie. De uitdrukking tempo doelde hoor ik ook veelvuldig vallen onder de bezoekers na de voorstelling. De voorstelling brengt duidelijk oude herinneringen uit Nederlands-Indië met zich mee naar boven, en de derde generatie onder het publiek zal door de familieverhalen van thuis ongetwijfeld ook vele herkenbare scènes opgepikt hebben.

Kippenvel
De muzikale voorstelling vormde enerzijds een soort spiegel voor de Indo, Indische mensen konden zichzelf herkennen in de verbeelde Indische situaties.  Anderzijds vormde de voorstelling voor het Nederlandse publiek een uiteenzetting van wat er onder ‘Indisch’ wordt verstaan, en wat Indische mensen toendertijd mee hebben gemaakt na hun aankomst in Nederland. Mede door de Indische achtergrond van sommige auteurs kwam het acteren op  mij heel natuurlijk over. Ik kijk terug op een korte maar krachtige voorstelling. Momenten die voorbij kwamen bezorgden mij kippenvel en deden mij denken aan situaties die ik zelf heb ervaren, en aan de verhalen waarmee ik ben opgegroeid in mijn familie. Een aanrader!

Eerder deze maand won Marcha van Zee al kaartjes voor de muzikale voorstelling I.N.D.O.. Maar wil jij de voorstelling ook nog zien, wees er dan snel bij. I.N.D.O.  is nog te zien in de Schouwburg van Arnhem op 17 november en tijdens de periode van 20 november t/m 1 december (m.u.v. zondag en maandag) in Theater Bellevue in Amsterdam.

Rixt Leddy, Jef Hofmeister en Charlene Vodegel (c) Charlene Vodegel / Indisch 3.0 2012