Koloniale sporen in Sri Lanka: Burgers en Buitenlui

Hollandse hebzucht en koopmanslust joeg boten vol (on)gezonde, blanke mannen de wereldzeeën over. Die VOC mentaliteit liet haar sporen na. De herinnering aan ruim driehonderd jaar Hollandse koopmansfurie is vastgelegd in talrijke oude forten en koloniale architectuur, generaties gemengdbloedigen, en talloze in de doofpot weggestopte kwesties van geweld en uitbuiting.

Tijdens mijn reizen naar Indonesië schrijf ik daar regelmatig over, maar de Nederlandse koloniale invloed was niet beperkt tot alleen Het Rijk van Insulinde. Op tientallen plekken in de wereld zijn koloniale sporen te vinden, die vaak verrassende parallellen vertonen. Eerder maakte ik al eens een uitstapje naar Zuid-Afrika. Deze keer ga ik op zoek naar koloniale sporen in Sri Lanka.

De eerste sporen vind ik in Fort, het historische stadsdeel in het noorden van Colombo. Vroeg in de 16e eeuw bouwden de Portugezen hier een handelspost, maar de VOC, koortsachtig op zoek naar handel in kaneel en andere specerijen, schopte ze er in 1658 uit. In 1796 werden de Nederlanders er op hun beurt weer uitgeknikkerd en ging Ceylon over in Engelse handen, tot de onafhankelijkheid in 1948. Maar anderhalve eeuw Nederlandse overheersing was lang genoeg om een blijvende stempel te drukken.

Dutch Period Museum - Colombo (c) Ed Caffin

In het Dutch Period Museum leer ik dat Ceylon, na Batavia, de belangrijkste handelspost was van de compagnie. De handel met Indië en Ceylon verliep echter veelal gescheiden. Schepen naar Indië voerden een zuidelijke koers, terwijl schepen naar Ceylon een meer westelijke koers voerden, langs Afrika. Er was ook niet veel VOC-verkeer tussen Ceylon en Batavia. Toch valt meteen op dat de koloniale sporen die de Hollanders in Sri Lanka achterlieten duidelijke parallellen hebben met die in Indonesië.

Zoals die in taal bijvoorbeeld. In het Singalees en Tamil zijn, net als in het Indonesisch, verschillende Nederlandse leenwoorden te vinden (pistool, aardappel en kakhuis bijvoorbeeld). En in de Sri Lankaanse keuken is de Nederlandse invloed ook nog altijd te proeven: in de meeste specialiteitenrestaurants kun je je te buiten gaan aan ijzer koekjes en frikkadels. Maar er gaat niets boven de traditionele Sri Lankaanse rice and curry.

De duidelijkste parallel is die tussen de Indo’s in Nederlands-Indië en de Dutch Burghers in Sri Lanka. Net als in Indië vermengden de Europese kolonisten zich – hoe kan het ook anders – al snel met de inlandsche bevolking en ontstond er een etnisch gemengde bevolkingsgroep. Deze ‘vrome burgers’ kleedden zich Europees en waren zonder uitzondering lid van de Nederlands hervormde kerk. Ook spraken ze een mengtaal, het Ceylons-Nederlands. In de Engelse tijd werden de Dutch Burghers officieel als aparte bevolkingsgroep erkend. Uiteraard bepaalde hun Europese achternaam hun positie en toekomst in de kolonie, net zoals bij de Indo-Europeanen in Indië.

De situatie veranderde radicaal toen Ceylon na de Tweede Wereldoorlog onafhankelijk werd en zich wilde distantiëren van de oude koloniale machthebbers. De nieuwe regering zou er voor zorgen dat de eeuwenlang onderdrukte Singaleze meerderheid het nu een stuk beter kreeg. Maar dat betekende ook dat de positie van Tamils en Burghers verslechterde, die in de ogen van de Singalezen door de Nederlanders en Engelsen waren bevoorrecht.

De rancuneuze Singaleze regering nam geen halve maatregelen: zo werd in 1956 de Sinhala Only Act aangenomen, die bepaalde dat het Singalees de eerste en enige officiële taal werd in Sri Lanka. Veel Burghers verloren hun baan, net als veel Tamils die het Singalees niet machtig waren. In de eerste jaren na de onafhankelijkheid verlieten veel Burghers Sri Lanka. Voor de Tamils liep de door de staat geleide onderdrukking en discriminatie slechter af: 30 jaar burgeroorlog bracht dood en verderf, maar weinig verbetering in hun situatie.

Gebouw van de Dutch Burgher Union in Colombo (c) Ed Caffin

Er leven nog altijd Dutch Burghers in Sri Lanka. Naar schatting zo’n 40.000, waarvan de meeste in Colombo. Sommigen heel licht en Europees van uiterlijk, andere donker gekleurd maar met blauwe ogen. Er zijn een aantal Burgher organisaties, zoals de Dutch Burgher Union die de geschiedenis hebben vastgelegd en al generaties lang zogenaamde stamboeken bijhouden waarin de genealogie tot eeuwen terug is na te lezen. Want ook al zijn de Hollanders met hun VOC mentaliteit ze allang vergeten, de Dutch Burghers zijn trots op hun afkomst. Ja, het zijn net Indo’s, die Burghers.

Jonge Indo's in de Keuken: Lars en Robin Meekel

In_de_keuken_Lars_Robin

De perfecte rijst, recepten op een servetje en een ontplofte keuken. Indisch 3.0 vraagt naar de Indische kookbeleving van de broers Lars (32) en Robin (28) Meekel. Samen met hun (groot)ouders zijn zij één van de families die in Boekoe Bangsa (boek van de familie) over hun lekkerste familierecepten vertellen. Welke gerechten maken zij zelf vaak klaar? En hoe? Eén ding wordt meteen duidelijk: de broers hebben gastvrijheid hoog in het vaandel staan.

Lars en Robin aan de keukentrafel met Boekoe Bangsa © Nora Iburg / Indisch 3.0

Recepten op een servetje

Het is een warme dag als ik bij het appartement van Lars aankom. De flinke trap naar de etage maakt dat ik verhit binnenstorm (misschien was ik ook een beetje te laat). Zodra ik over de drempel stap, wordt mijn jas aangenomen, krijg ik de beste plek aan tafel en staat er een pot thee klaar. Het interview kan beginnen. Lars en Robin Meekel zijn Indisch via hun moeder. Hun grootouders komen beiden uit Java, oma uit Salatiga en opa uit Madiun. Het koken hebben ze van oma Miep Nix geleerd.  Op welke leeftijd de interesse om te koken ontstond? Lars: ‘Het ging heel geleidelijk. Meekijken in de keuken als oma weer eens voor veel te veel mensen aan het koken was.’ Ook kregen ze vaak recepten mee naar huis, vlug op een servetje gekrabbeld. Zoals sajur lodeh of frikadel djagung, één van hun favorieten.

Nasi kuning
Trots laten Robin en Lars foto’s zien in Boekoe Bangsa. ‘Opa en oma hadden wel wat bedenktijd nodig voordat ze aan het boek mee wilden werken. Er komen toch meteen hele verhalen van vroeger los.’  Lars en Robin hebben duidelijk minder bedenktijd nodig gehad. Ze laten zich makkelijk bevragen en in de tussentijd vang ik vermakelijke discussies op over  hoe je nasi kuning klaarmaakt.  Lars: ‘Heb ik wel eens gedaan, maar dat is wel een gedoe toch?’ Robin: ‘Nee joh, er moeten gewoon bepaalde kruiden in.’ ‘Welke dan?’ ‘In ieder geval heel veel verschillende.’ Ondertussen wordt mijn kopje thee steeds bijgeschonken en de citroencake lijkt ook maar niet op te gaan.

Familierecept op een servet © Nora Iburg / Indisch 3.0

Oma’s vingerkootje
Lars en Robin wonen op een steenworp afstand van elkaar in Amsterdam. Ook de rest van de familie woont in de buurt. Ze vinden het dan ook belangrijk om elkaar regelmatig te zien. Op de vraag wat ze aan familiewaarden in het koken meenemen, zijn ze het meteen eens: trouw blijven aan de familierecepten. Robin: ‘We koken zoals we de gerechten zelf kennen uit onze herinnering. Ik wijk niet af van de specifieke ingrediënten die in een gerecht horen.’ Maar ook de basis moet goed zijn, hoe je rijst kookt bijvoorbeeld: drie keer wassen, vingerkootje water – en daarbij houden de broers er rekening mee dat oma’s  vingerkootje natuurlijk veel kleiner is – koken tot er kleine putjes in de rijst vallen en daarna nog stomen.

De beloning
En wat is nu het leukste aan Indisch koken? Robin: ‘Na een avond stappen voor je vrienden gado gado maken.’  Lars: ‘Het opeten! Nee, het leukste is dat de mensen voor wie je kookt van het eten genieten.’ Ook vinden de broers het leuk om, als oma kookt, haar achteraf te helpen met opruimen. ‘Want als oma kookt, dan is het één grote explosie in de keuken.’ Gezelligheid in huiselijke kring en samen genieten van het eten is voor de jongens toch wel de grootste beloning.  Misschien met een tikkeltje geldingsdrang erbij, want de familierecepten zijn onverbiddelijk en een fout is dan snel gemaakt, lijkt mij. Maar dat het dan ook heel lekker is, geloof ik meteen. Het zal me ook niet verbazen als de broers direct na mijn vertrek zijn gaan uitzoeken wat toch weer de juiste kruidenmix is voor de échte nasi kuning.

 

Frikadel Djagung © Nora Iburg / Indisch 3.0

Het familierecept van Lars en Robin: Frikadel Djagung

3 kleine blikjes maïs

½ prei
½ bos selderij
Peper en zout
Nootmuskaat
4 grote tenen knoflook
3 à 4 grote eetlepels pannenkoekenmix
1 ei

Groenten en kruiden in de keukenmachine klein maken. Let op: het mag geen pap worden. Eventueel peper en zout toevoegen. Het mag een beetje zoet smaken. Doe alles in een kom en meng de pannenkoekenmix en het ei  erdoor. In een koekenpan een laagje olie heet laten worden. Met twee eetlepels een hoeveelheid naar keuze van het maïsmengsel in de olie leggen, voorzichtig vormen tot een rond, plat koekje. Aan beide zijden bakken tot ze mooi bruin zijn.

Selamat makan!

Ben jij een Jonge Indo die graag in de keuken staat en zou je wel willen meewerken aan een aflevering van Jonge Indo in de Keuken? Laat het ons weten door een mailtje te sturen naar liselore@indisch3.nl.  

Jonge Indo aan de Studie: Gino van Lingen

Scriptie schrijven - Gino van Lingen. (c) Charlene Vodegel/ Indisch 3.0 2012.
Scriptie schrijven - Gino van Lingen. (c) Charlene Vodegel/ Indisch 3.0 2012.
Scriptie schrijven – Gino van Lingen. (c) Charlene Vodegel/ Indisch 3.0 2012.

Bezig met zijn scriptie voor de studie Trade Management gericht op Azië (TMA), tref ik Gino van Lingen (29 jaar) aan op school. In een openhartig gesprek vertelt hij hoe zijn interesse in zijn Indisch-Molukse roots sterk is gegroeid de laatste jaren, in het derde interview in de serie Jonge Indo aan de Studie. 

‘Mijn vader is half Indisch, half Moluks en geboren in Bandung. Mijn moeder is Indisch, geboren in Surabaya. Inmiddels zijn ze allebei al meer dan 50 jaar in Nederland,’ vertelt Gino. Hij is bekend met beide culturen, maar de Molukse cultuur trekt hem meer aan. ‘Het is lastig uit te leggen, maar,’ legt Gino uit, ‘de Indische cultuur vind ik minder close en meer geblandaniseerd.’

Gino van Lingen in de Westvleugel van de Hogeschool Rotterdam. (c) Charlene Vodegel/ Indisch 3.0 2102.
Gino van Lingen in de Westvleugel van de Hogeschool Rotterdam. (c) Charlene Vodegel/ Indisch 3.0 2102.

Gino vindt dat er meer sociale eenheid en een sterke saamhorigheid in de Molukse cultuur is vergeleken bij de Indische cultuur. Hij merkt dit vooral aan het Pela-verband, dat nog steeds wordt voortgezet binnen de Molukse gemeenschap. Dit is een Moluks bondgenootschap waarin saamhorigheid, respect, hechte band en tradities centraal staan.  Hij vindt die sterke band en eenheid mooi. ‘Naar mijn mening heeft dit te maken met een stuk geschiedenis waarin de KNIL-soldaten en families gedwongen werden om (tijdelijk) naar Nederland te verhuizen waar ze in barakken bij elkaar werden gezet,’ vertelt Gino.

Rond zijn 18e jaar begonnen Gino’s roots te kriebelen. ‘Waarom kan ik geen Indonesisch praten,’ vroeg hij zich af. Hij ontdekte dat zijn ouders altijd Nederlands hebben moeten praten, na de repatriëring in de jaren ’60. Gino besloot een Indonesische avondcursus te volgen. Met hulp van Indische en Molukse vrienden leerde hij steeds meer de taal. Tegenwoordig praat hij makkelijk mee in de Jakartaanse spreektaal.

Gino van Lingen in de westvleugel van de Hogeschool. (c) Charlene Vodegel/ Indisch 3.0 2012.
Gino van Lingen in de westvleugel van de Hogeschool. (c) Charlene Vodegel/ Indisch 3.0 2012.

Toen Gino voor het eerst in Jakarta liep, in 2006, voelde dat als thuis. ‘Maar toen ik in 2009 voor het eerst naar de Molukken ging, gebeurde er meer met me. Die ervaring was intenser dan in Jakarta. Een onverklaarbaar gevoel.’ Ook denkt hij erover om na zijn studie mensen te helpen met ontwikkelingswerk in Indonesië. Familie van Gino deed de opleiding TMA, zo kwam het dat hij zich erin ging verdiepen. Met deze studie kreeg hij de kans om een jaar in het land van zijn (groot-)ouders te kunnen studeren, werken en wonen.

Gino voor de Hogeschool Rotterdam. (c) Charlene Vodegel/ Indisch 3.0 2012.
Gino voor de Hogeschool Rotterdam. (c) Charlene Vodegel/ Indisch 3.0 2012.

Vroeger merkte Gino dat hij anders was dan andere leeftijdsgenoten, totdat hij Indisch-Molukse vrienden ontmoette en herkenning voelde. Inmiddels trekt hij automatisch naar mensen met dezelfde achtergrond. ‘Onbewust deel je dingen met elkaar, ik voel me daar fijn bij. Op TMA is het contact met mijn medestudenten heel anders dan tijdens mijn MBO-studie. Er heerst een sociale sfeer op de Westvleugel van de Hogeschool Rotterdam. Zoveel Aziaten, het is vooral elkaar leren kennen en buitenschoolse activiteiten ondernemen.’ Door de meerderheid van Aziatische studenten op TMA zijn Gino’s Indisch-Molukse waarden & normen niet opvallend, maar vanzelfsprekend. In zijn jeugdjaren vielen die gewoontes juist op. Familiebezoekjes kwamen zelden voor bij schoolgenootjes. Of: ‘Waarom krijg ik geen eten als ik bij vriendjes speel?’ En: “Wat doet die fles daar bij jullie op het toilet?” ‘Ja, probeer dat maar eens uit te leggen,’ lacht Gino.

Gino is de laatste student TMA in deze serie. De volgende keer spreek ik met Jeffrey Klavert (24 jaar), die psychologie studeert.

 


Video-impressie eerste week TTF 2012

De bekende gekleurde vlaggen bij de entree van de 54e TTF ©Tabitha Lemon ©Tabitha Lemon/Indisch3.0 2012
De bekende gekleurde vlaggen bij de entree van de 54e TTF ©Tabitha Lemon ©Tabitha Lemon/Indisch3.0 2012
De entree van de 54e TTF ©Tabitha Lemon ©Tabitha Lemon/Indisch3.0 2012

Dansen, dansen, dansen!

De eerste zeven dagen van de 54e Tong-Tong Fair liggen alweer achter ons. Wat ons opviel, was veel dans. Jecko’s Dance optreden, Jecko’s Dance workshop en een Hawaiian optreden op het grote Tong-Tong Podium. En, ja ja, Indisch eten. Smul mee. Volgende week publiceren we een overzicht van twee weken TTF. 

Enqueteren op de 54e TTF

Charlene aan het werk. (c) Charlene Vodegel/ Indisch 3.0 2012.

De traditie om naar de pasar te gaan, is bij de derde generatie nog sterk aanwezig.

De entrée van de 54e Tong Tong Fair. (c) Charlene Vodegel/ Indisch 3.0 2012.
De entrée van de 54e Tong Tong Fair. (c) Charlene Vodegel/ Indisch 3.0 2012.

‘Ga jij ook naar de pasar dit jaar? Ohh je bedoelt de Tong Tong Fair?’ Ja, aan de naam moet ik nog steeds wennen; voor mij is het stiekem nog steeds Pasar Malam Besar. Vanaf het eerste bezoek aan de Pasar Malam Besar in 1996 voelde ik mij gelijk senang door die overduidelijk Indische sfeer. Dit jaar ben ik aangenomen als enquêteur in de weekenden. Hierbij een korte persoonlijke impressie van de eerste dagen.

Charlene aan het werk. (c) Charlene Vodegel/ Indisch 3.0 2012.
Charlene aan het werk. (c) Charlene Vodegel/ Indisch 3.0 2012.

Geluidsinstallatie
Eind maart werkte ik op de Pasar Malam Indonesia (PMI), op het Malieveld, als omroepster bij de informatiebalie. Nu, een maand later sta ik weer op het Malieveld, alleen in een ander soort indeling. Op beide evenementen kwam bij mij het senang voelen terug, de heimwee naar Indonesië, weer bahasa Indonesia praten en herinneringen delen aan Indonesië. Het verschil ligt toch bij de organisatorische kant; de PMI was gezellig druk, maar als medewerkster voelde ik dat ik terecht was gekomen in een chaotische werkomgeving. Alles werd op het laatste moment nog even geregeld, zoals een goed werkende geluidsinstallatie die pas werd aangeleverd op de tweede werkdag. Bij de TTF daarentegen was alles duidelijk georganiseerd en was er een personeelshandboek.

Gezellige sfeer
Donderdag 17 mei 2012 gingen de deuren open van de 54e TTF. Den Haag is sowieso de stad van de Indo, ‘de weduwe van Indië’, maar rond de periode van de TTF, is dit toch meer zichtbaar. Het Malieveld wemelde van de enthousiaste en ongeduldige mensen die snel naar binnen wilden. Ja, de TTF is nog steeds een populair begrip in Den Haag. Mijn taak als enquêteur was begonnen om 13.00 uur, in de eerste uren heb ik verschillende mensen gesproken; jong & oud, Indo of  geen Indo. Het werd snel duidelijk dat de bezoekers van de TTF vooral komen om de gezellige sfeer op te zoeken en het eten staat uiteraard hoog op het lijstje.

Iga kambing bakar. (c) Charlene Vodegel/ Indisch 3.0
Iga kambing bakar. (c) Charlene Vodegel/ Indisch 3.0

Martabak
Het doel van de enquête is om een beeld te krijgen wie de doelgroep is en wat de voornaamste redenen zijn om de TTF te bezoeken. De eerste en tweede generatie Indische mensen gaan vooral naar de TTF om de nostalgie weer te ervaren en dit te delen met familie/vrienden die zij zullen ontmoeten.  De traditie om naar de pasar te gaan, is bij de derde generatie nog sterk aanwezig. Deze generatie hebben dit meegekregen door als klein kind mee te gaan. Ook komen veel mensen die een liefde voor Indonesië hebben ontwikkeld, om de Indonesische sfeer te voelen in het Indonesië-paviljoen.  Zeker de Martabak mag niet ontbreken onder deze generatie. Heel bijzonder om te zien zijn de exclusieve gerechten die er de laatste jaren bij het menu zijn gekomen. Ik bedoel hiermee gerechten die ik leerde kennen in Indonesië. Enkele voorbeelden zijn ikan bakar kecap, iga kambing bakar, nasi ikan lele, bakmi bakso tahu isi.

Ngamen
Tot mijn verbazing en verrassing ging onverwachts een groepje Indonesische muzikanten met een geldbakje optreden tussen het wandelend publiek.  Dat wordt Ngamen genoemd. Wat ik alleen ken van de straat in Indonesië, gebeurde spontaan op de TTF.  Ik kreeg gelijk flashbacks naar mijn tijd daar. Heerlijk, wat muziek kan doen.

Indonesische  muzikanten tussen het wandelend publiek. (c) Charlene Vodegel/ Indisch 3.0 2012.
Indonesische muzikanten tussen het wandelend publiek. (c) Charlene Vodegel/ Indisch 3.0 2012.

Kom je komende week ook naar de TTF? Koop dan je kaarten online (veel sneller!) en check onze 10 tips.

“Ons belang is ervoor te zorgen dat de Oosterse keuken in stand blijft.”

Han Go Go-Tan

Interview met Han Go, creatief directeur van Go-Tan.

Han Go Foto: Go-Tan.
Creatief directeur Han Go. Foto: Go-Tan.

Vanaf vandaag staan ze weer met een grote stand op de Tong-Tong Fair: Go-Tan. Eerder dit jaar was het bedrijf te zien op tv:  met een nieuwe reclame, geproduceerd door Lukkien. Waarom koos Go-Tan voor deze commercial? En wie is Go-Tan eigenlijk – hoe hebben ze het voor elkaar gekregen om al die jaren succesvol te blijven, naast de Unilevers van de wereld? Tijd om eens nader kennis te maken met dit Indo-Chinese bedrijf.

Premièreparty

“De reclamespot is op mijn verjaardag gelanceerd, op 20 januari van dit jaar. We hebben er een heuse premièreparty van gemaakt, van de eerste uitzending, inclusief rode loper, foto’s en een Hollandse fusion-pot,” vertelt de ambitieuze creatief directeur. “Sateh boerenkool, hutspot met buikspek en ayam pedis met zuurkool, dat soort gerechten. We hebben die commercial gemaakt omdat we merkten dat mensen ons, als ze met ons in contact komen, pas ervaren als een echt familiebedrijf. Dat gevoel, dat verhaal, van Go-Tan als familiebedrijf, wilden we breder vertellen.”

Geluk

Hoe Go-Tan is gekomen waar ze nu is, vraag ik hem. “Tja, door ondernemerschap, hard werken, die passie hebben we meegekregen. Maar ook: door geluk. De markt waar wij in opereren, binnen en buiten Nederland, heeft gewoon nog nooit krimp gekend. Bovendien besteden tijdschriften, andere media en grote producenten zoals Unilever veel aandacht aan Oosters eten; daar hebben ook wij baat bij. Er zijn continu partijen die in onze markt investeren.”

Hoe noordelijker het land, hoe pittiger het eten, merken wij.

Sociaal moment

“Daarnaast, wij zijn trouw gebleven aan onze principes en identiteit. Mensen herkennen dat. Eten is niet alleen maar eten,” zegt Han. “Het is een sociaal moment, je deelt meerdere keren op een dag samen iets. En het is iets Oosters. In de moderne tijd staat dit onder druk. Wij vinden eten juist belangrijk, maar vooral: lékker eten. In Nederland is er een enorm sterke basis voor Indisch en Oosters eten. Dat zal nog heel lang zo blijven. Wij als Go-Tan hebben daar ook een functie in. Er zijn zoveel mooie gerechten. Het is aan ons om over die cultuur eromheen te blijven communiceren, in Nederland en in Europa.”

Er zijn continu partijen die in onze markt investeren.

Oosters eten in Europa

“We zien namelijk steeds meer dat de gerechten weliswaar in stand blijven, maar dat de lekkerste dingen uit verschillende (Oosterse) keukens naast elkaar op tafel staan. Onze omzet van 19 miljoen euro komt uit 17 landen. Naast Nederland zijn we vooral succesvol in Frankrijk, België en Scandinavië. Dat zijn fervente Oosterse eters. Hoe minder uitgebreid de eigen keuken, hoe groter de aandacht voor onze keuken. En: hoe noordelijker het land, hoe pittiger het eten, merken wij. In Italie en Frankrijk gebruiken ze nauwelijks pepers. Ja, inderdaad, dat heet wel een Spaanse peper, maar daar is ook alles mee gezegd.”

Toegankelijke Oosterse keuken

Wat mogen we nog meer van Go-Tan verwachten? “Wat wij lang over het hoofd gezien hebben, is dat we ervan uitgingen dat iedereen Oosters kan koken. Dat vinden mensen zelf niet altijd. Daarom gaan we mensen daar veel meer in meenemen. Wat de komende maanden in de schappen komt te liggen, zijn geen nieuwe gerechten. Het zijn bekende gerechten in een nieuwe, laagdrempelige verpakking waardoor iedereen lekker Oosters kan koken. Met authentieke boemboes, maar een heldere uitleg. Sommige mensen hebben gewoon meer informatie nodig om Oosters te kunnen koken. Ons belang is ervoor te zorgen dat de Oosterse keuken in stand blijft. Dat gaan we doen door hem toegankelijker te maken.”

Go Tan maaltijdverpakkingen
Nieuwe Go Tan maaltijdverpakkingen. Foto: Go-Tan

Go-Tan staat vanaf 17 mei a.s. op de Tong-Tong Fair in de Grand Pasar. Grote kans dat je Han Go daar tegenkomt. 

TTF 2012 – 3.0 tips

Tien tips voor een ‘TTF 3.0’

Nog één dag en het is zover: dan gaat de Tong Tong Fair 2012 van start. In dit kader organiseert Indisch 3.0 morgen een TTF-countdown-actie op onze Facebook-pagina waarbij je twee vrijkaartjes kunt winnen voor de TTF 2012. Ook hebben wij het TTF-programma onder de loep genomen om speciaal voor jou een gevarieerde top 10 samen te stellen.

We came from the East, een modern dansvoorstelling door JeckoSDANCE uit Jakarta. In de voorstelling worden traditionele Papoea-bewegingen met moderne vormen van dans, voornamelijk hiphop, gecombineerd. Bewegingen worden doorgegeven, langzaam veranderend; soms herkenbaar, soms niet, maar in een continue flow. Bintang Theater, donderdag 17, zaterdag 19 & zondag 20 mei

Gustaaf Peek houdt een lezing naar aanleiding van zijn vorig jaar gepubliceerde essay in literair tijdschrift De Revisor, ‘En ik lustte het; Het geweld van Tjies en Tjoek’. De schrijver stelde dat Vincent Mahieu (a.k.a. Tjalie Robinson/Jan Boon) één van de weinige auteurs in het Nederlands is, die over geweld heeft geschreven. Bibit-theater, vrijdag 18 mei

 

Patricia Steur vertelt over haar bijzondere fotoboek Thin Blue Line dat drie culturen verbindt. In dit boek staan portretten van in Nederland wonende Molukkers en Indische Nederlanders die hun Maori tatoeages – moko’s – van de hand van Gordon Toi laten zien. In de traditionele Maori cultuur staat het ontvangen van een moko voor een belangrijke gebeurtenis. Bibit-theater, zaterdag 19 mei

 

 

 

 

Ze leerden elkaar jaren geleden op de Tong Tong Fair kennen, Nina Tromp en Danielle Traanman. In 2006 startte Nina haar eigen bedrijf Soesoe productions dat ondermeer modeshows organiseert. Danielle heeft een succesvolle webwinkel, Mooch. Nu lanceren ze op de Tong Tong Fair samen hun eerste modelabel: Lula Lapis, mode met een Indonesisch tintje. Tong Tong Podium, zondag 20 mei

In de theatervoorstelling Rauwe Sprookjes filteren Frank en Jeannie met het nodige genoegen hun eigen identiteit, waar Indo’s en Papoea’s een afdruk in hebben nagelaten. Rauwe Sprookjes is een liefdevolle, muzikale en humoristische voorstelling waarin Frank en Jeannie hun roots tot leven wekken. En hun vaders. Bibit-theater, zondag 20 & maandag 28 mei

 

 

Indo klapt uit de kast! Uit de kast komen als Indo moet voor de bezoekers van de Tong Tong Fair geen probleem zijn. Maar uit de school klappen over de prachtige en soms schrijnende verhalen die in Indische (en Molukse) families leven, is wat anders. Wendy Ripassa en Elsbeth Vernouth zijn op zoek naar dit soort verhalen van jou! Bengkel, woensdag 23 & donderdag 24 mei

 

 

Een must-see voor de liefhebbers van de martial arts, en in het bijzonder pentjak silat: Tontonan. Een pentjak silat spektakel door Charles Renoult, Gerindo Kartadinata, Rudy Tuhusula en studenten van de Acteerschool Rotterdam. Tong Tong Podium, vrijdag 25 mei

 

In haar loopbaan verkocht Anneke Grönloh meer dan 30 miljoen platen. Ze ontving zestien gouden en platina onderscheidingen en had hits in bijna vijftig landen. Op zaterdag 26 mei geeft Anneke Grönloh een feestelijk concert dat in het teken staat van jazz. Ali B. zal een gastoptreden verzorgen. (Voor de voorstelling geldt een toeslag van 6 euro.) Bintang theater

 

 

 

‘Ik ben niet de Indo, maar ik ben een Indo…’ Performer Ricky Risolles vermaakt iedereen met zijn doldwaze Country Classic Music Quiz. Hij heeft hem al uitgeprobeerd op de Indisch 3.0 kumpulan en wij gaan terug voor meer! Bengkel, zaterdag 26, zondag 27 & maandag 28 mei

 

Verwacht geen rustige zondagavond wanneer dj Durian zijn hiphop en dubstep georiënteerde beats naar het Bintang-Theater brengt! Diezelfde avond treedt ook Rasa op, twee jonge Indische rappers die zich laten inspireren door hun Indische roots: ‘Juist omdat we het zo down-to-earth mogelijk proberen te houden gaat dat eigenlijk heel natuurlijk’. Bintang-theater, zondag 27 mei

 

Ben je al warm gelopen voor een bezoek aan de TTF 2012? Kijk voor het gehele programma en meer ideeën op: www.tongtongfair.nl. En vergeet niet mee te doen met onze countdown-actie morgen!

Volgende week een videoreportage van Tabitha Lemon over de TTF 2012.

Beeldrepo van onze kumpulan

Op 11 mei vierde Indisch 3.0 zijn vierde verjaardag in Den Haag. Charlie Heystek en Willem-Jan ‘Merah’ Brederode namen afscheid als hoofdredactie, Ricky Risolles zorgde voor het nodige vermaak en Restaurant Blauw heeft al onze maagjes gevuld met heerlijke gerechten. Een terugblik.

HWWGV – En de winnaar is…

HWWGV header (c) Remona Poortman/ Indisch 3.0 2012

We zouden het bijna vergeten, maar we hebben nog een winnaar uit te roepen, van de verhalenwedstrijd Hier Wordt Wat Groots Verricht. Je weet wel, die we samen met Diederik van Vleuten hebben georganiseerd.

Morgen op de kumpulan gaan we de officiële prijsuitreiking verrichten en krijgen de vijf genomineerden hun welverdiende (troost-)prijzen, maar nu is het moment gekomen om de knoop door te hakken. Er is massaal gestemd: bijna 500 mensen hebben ons laten weten wie zij vonden dat het mooiste verhaal had ingezonden over hun Indische grootouder(s).

De winnaars van de verhalenwedstrijd HWWGV zijn:

  1. Met ruim 40% van de stemmen, heeft overtuigend gewonnen: Jennifer Valentijn – Jepang babi.
  2. Op de tweede plaats is gekomen, met een kwart van de stemmen: Shemara van den Heuvel – Knock knock.
  3. En vlak daarachter, met 24% van de stemmen, is prijswinnaar nummer drie: Christie Haalboom – Zon.

Gefeliciteerd!

Jennifer, Shemara en Christie winnen een gesigneerd exemplaar van de – telkens maar weer uitverkochte – dvd Daar Werd Wat Groots Verricht. Daarnaast zullen hun verhalen op Indisch3.nl verschijnen, geflankeerd door een mini-interview in Moesson. Romy Luyt en Meike Grol ontvangen elk een dinerbon voor twee personen van Asia Gastronomica & Restaurant Blauw. Zo bezien zullen alle vijf de genomineerden een mooie prijs ontvangen voor hun harde werk. We eren ze morgenavond in elk geval, tijdens de kumpulan.

III – De derde generatie Indische kunstenaars

Deel 3 van het drieluik over de verkooptentoonstelling Nederlands-Indië/Indonesië/Nederland

Detail Dajnger dance-hat - Remona Poortman Foto: © Tabitha Lemon/Indisch 3.0 2012

Door Tabitha Lemon (fotografie) en Kirsten Vos (tekst)

-slot-

De derde generatie Indische kunstenaars

Er zijn vrij veel jonge Indische kunstenaars vertegenwoordigd in de verkooptentoonstelling: Ingrid van der Hoeven, Ronald Meulman, Remona Poortman en Natalie Ypma. Hadassah Emmerich kon helaas geen werk aanleveren. Een van deze jongere kunstenaars is aanwezig: Remona Poortman.

Frans: ‘Speciaal voor deze verkooptentoonstelling heeft Remona een Balinese kroon gemaakt, uit de djanger dans. Mooi he? Helemaal geknoopt.’ Remona licht toe hoe ze te werk gegaan is. ‘Ik heb eerst een schets gemaakt, ja die. Daarna ben ik materialen erbij gaan zoeken. Vervolgens heb ik de schets verder ingekleurd, op basis van die materialen.’ Fascinerend zijn de Kabelketting (een-na-laatste foto) en de Plugarmbanden (niet op de foto). ‘Ik wilde een combinatie maken van traditioneel versus modern. Kabels versus wol. En daar is dit uit voortgekomen.’

Remona: ‘Al tijdens mijn opleiding ben ik bewust mijn kunstwerk en mijn Indische roots naar elkaar toe gaan brengen. Wat zou het Indische voor mij gaan betekenen?’ Ze merkt dat het Indische niet altijd overduidelijk in haar werk aanwezig is. ‘Het zit eigenlijk vooral in de fase van conceptontwikkeling. Ik heb een werk van maskers gemaakt, bijvoorbeeld. Aan het uiteindelijke werk zie je misschien niet meer dat het Indisch is, maar het idee is gekomen uit de Indische cultuur.’

‘Ja, met de Balinese kroon ga ik verder. Ik ben al in gesprek met iemand, die er misschien een dans mee kan uitvoeren.’ Zien we daar een twinkeling in haar ogen?

Verkooptentoonstelling (dat betekent dus dat je daar kunst kan kopen, ja..) Nederlands-Indië, Indonesië, Nederland. Verleden-heden-toekomst. Met werk van oa Ingrid van der Hoeven, Heri Dono en Rudolf Bonnet. Openingstijden: woe t/m zondag van 14.00 – 17.30 uur, t/m 25 mei 2012. Galerie Frank Welkenhuysen, Lichte Gaard 3, 3511 KT Utrecht. www.kunstexpert.cim. 030-2671867.