INDOroutes 14 juni in Amsterdam – voor en door Indische jongeren!

Zoals veel van jullie weten is een groot deel van de Indische jongeren bezig met hun roots en Indische achtergrond, zoals jullie. Ze zijn op zoek naar familieverhalen, bloggen en schrijven er scripties over, maken er documentaires of foto series over, etc. Op zaterdag 14 juni geeft het Indisch Herinneringscentrum – in samenwerking met de Stichting Herdenking 15 augustus 1945 – deze jongeren een plek waar ze ervaringen kunnen delen en elkaar kunnen inspireren. Zo wordt bij een nieuw en jonger publiek een groter bewustzijn van de Indische geschiedenis gecreëerd. Tijdens deze dag hebben jongeren zelf een actieve inbreng, onder andere door middel van workshops, film, muziek, pitches en een informatiemarkt.

Om 14.00 uur zal na de aftrap van Marscha Holman, Bo Tarenskeen openen met een welkomswoord. Een documentaire en pitches van jongeren met roots in Indonesië volgen elkaar in rap tempo op. Nog meer inspiratie krijg je tijdens de workshops. En in de Indische Salons praat je mee over hoe Indisch je bent en hoe je tegenover 15 augustus staat.

De dag vindt plaats in het Bijlmer Parktheater, Anton de Komplein 240, Amsterdam op zaterdag 14 juni a.s. van 14.00 – 19.00 uur. Kaartjes kun je kopen op www.bijlmerparktheater.nl.

Hieronder vind je de inhoud van de dag. Like de Facebook pagina van het Indisch Herinneringscentrum en blijf op de hoogte van updates over de vierde workshop en het definitieve programma.

Tot 14 juni!

 

Workshops

Geef je interview meer impact met video (door Armando Ello); Out of the box met jouw Indo Box (door Nasi Idjo en Indisch Zwijgen? Me hoela); Hoe herinneringen levend te houden (door Simone Berger).

Indische Salons (door Bo Tarenskeen)

Hoe Indisch ben jij?
Wat heb jij met 15 augustus?

Pitches

Door Wouter Neuhaus, Remona Poortman, Armando Ello, Dewi van Beek, Miko Carels, Bernice van Grondelle en Olympia Latupeirissa (OIL).

Documentaire

De koffer. Zoektocht naar een Indisch verleden (van Dewi Staal).

Informatiemarkt

Met o.a. Indisch3.0, Oorlogsgravenstichting, Indonesia Nederland Youth Society, Merapi Tour & Travel.

Dansbare muziek tijdens de borrel

INDOroutesDJ Sir Rocco

En dan nu: licht, camera, actie!

De vorige keer schreef ik dat mijn script na een spannende pitch is uitgekozen om tot een korte film gemaakt te worden. Samen met coach Sandra Beerends ben ik aan de slag gegaan. We zijn gaan filmen.

Panic attack 
Meteen is het duidelijk: in korte tijd moet er heel erg veel gedaan worden (lees: PANIC ATTACK!). Allereerst moet ik het script – nog een keer! – herschrijven, nadat Sandra feedback heeft gegeven. We drinken samen koffie en praten over het script, maar ook over andere Indië gerelateerde dingen.

Sandra heeft ook een Indische achtergrond en haar moeder komt net als mijn oma uit Semarang, heel erg toevallig! Na het script een paar keer doorgenomen te hebben, komen we op het maken van pasteitjes. Ik ben meteen blij met deze keuze, omdat het iets is wat ik van oma heb geleerd, het er mooi uit ziet op beeld en we ondertussen een goed gesprek kunnen voeren zonder dat het een echt interview wordt.

Belangrijk is dat ik steeds goed de structuur in mijn hoofd houd. Naast het herschrijven van het script, ben ik ondertussen op zoek naar een kleine, maar goede crew. Tijdens de draaidagen zullen Erik (camera), Kirsten (productie) en mijn zus Jade (ook productie en tegelijkertijd geluidsvrouw) me helpen. Sanne doet art design en Ronny maakt een hele coole krontjong track in een nieuw en modern jasje.

still5
Ik ben blij met de keuze om in de film pasteitjes te maken.

Opa is watching you
En dan is het zover: de eerste draaidag. Ik ben uiteraard weer zenuwachtig en ik hoop geen tomaat te worden, want het wordt voor eeuwig vastgelegd. Ik probeer te doen alsof ik niet zenuwachtig ben, zodat oma zich zo natuurlijk mogelijk gedraagt. Samen met Jade ben ik er al ’s ochtends, omdat opa jarig is en we gaan helpen met taartjes uitdelen. Ik geloof dat oma zich drukker maakt om het uitdelen van die taartjes dan om de film zelf, dat is mooi.

Opa heeft er alleen niet zoveel zin in, hij vindt het te druk en wil zijn verjaardag liever in z’n eigen huiskamer vieren. Oh-oh denk ik, als hij het nu al te druk vindt, hoe gaat dat dan straks als we gaan filmen? Gelukkig kan hij toch genieten van de aandacht voor zijn verjaardag en gaan we daarna terug naar de kamer van opa en oma. Daar gaat opa lekker babi pangang spek eten, zijn lievelingsgerecht van de Chinees, gekregen van mijn moeder. Als hij klaar is, houdt hij ons nauwlettend in de gaten.

opakijkttoeklein
Opa houdt de boel nauwlettend in de gaten.

De set
Om 12.00 komen Erik en Kirsten aan op de set (lees: de huiskamer van opa en oma). De spullen worden, bij gebrek aan ruimte, uitgestald op het bed van opa en oma. Ondanks dat ziet het er al heel professioneel uit! Oma blijft lekker rustig in haar stoel zitten en puzzelt wat. Erik gaat in de weer met zijn camera en ondertussen kijken Jade en Kirsten hoe het geluid werkt en krijgen oma en ik een geluidszendertje.

spullenuitgestald
De spullen worden uitgestald op het bed van opa en oma.

Bombarie
En dan is het zover en gaan we echt filmen. Het gaat best wel goed, maar ik merk wel dat het in het begin een beetje stroef gaat. Het is moeilijk om een gesprek natuurlijk te laten verlopen met zoveel bombarie om je heen. Ik merk ook aan oma dat ze zich bewust is van de camera. We houden daarom een korte pauze waarin we besluiten dat we niet alles de eerste draaidag kunnen filmen, omdat dat te vermoeiend zal zijn. Door dit besluit zijn oma en ik wat meer ontspannen.

Oma en kleindochter Amber.
Het is nog best wel lastig een gesprek voeren met al die bombarie om je heen.

Zingen
De tweede draaidag gaat soepeler en de gesprekken gaan ook veel beter. Op een gegeven moment hebben we niet eens meer door dat we worden gefilmd. We zingen samen een lied dat oma heeft geschreven op de wijs van South of the Border van Gene Autry. Ik begeleid ons op mijn keytar, want keytars rulen de wereld. Ik zie nu al voor me hoe dat een leuke scene wordt in de film.
“Vanonder de tropenzon, ver over zee
zitten we hier nu, met ons wel en ons wee”

still2
Na keytarspel konden we weer lachen.

Moe, maar voldaan
We sluiten de tweede draaidag met een moe, maar voldaan gevoel af. Er ligt nog een hele klus in het verschiet: monteren. De film wordt uiteindelijk pas echt een film in de montage. Ik moet direct al het materiaal gaan bekijken en gaan bepalen wat er wel en niet in de uiteindelijke film komt. Meer hierover in mijn volgende blog!

Vandaag is de première al, ik heb hier heel erg veel zin in!! Ik zal bloggen over hoe de film is ontvangen.

3.0 op de werkvloer: Gilbert Pothoff

Op 15 augustus 2013 jl. was Gilbert Pothoff (37 jaar, rechts op de foto) als militair van het Korps Nationale Reserve aanwezig tijdens de Indië-herdenking in Den Haag. In het dagelijks leven richt deze 3.0-er zich als risk analist op de energiemarkt. Op de werkvloer is deze jongen met Indisch uiterlijk nooit echt aangesproken op zijn Indische wortels. Gilbert ziet Indisch-zijn als: ‘Je soms anders voelen in gedraging, cultuur of karakter. Bij mij komt dit waarschijnlijk voort uit mijn opvoeding door twee Indische ouders.’

Zoveel mogelijk begrijpen
Zeven jaar geleden is Gilbert gestart bij energiebedrijf Eneco Energie. Deze nauwkeurige 3.0-er begon als pricing analist bij de afdeling Risk Management. Na een paar jaar wilde hij zijn kennis gaan verbreden. ‘Mijn doel, ook los van werk, is om zoveel mogelijk te begrijpen. In mijn huidige functie als senior risk analist bij Commodity Risk Management kom ik in aanraking met allerlei facetten van de energiewereld in plaats van alleen de verkoopzijde. Ik richt me op het managen van prijs- en volume risico’s binnen het energiebedrijf, voornamelijk voor de verkoopkanalen. Zijn ambitie is niet om per sé manager te worden, maar een team van professionals zou hij op termijn  willen coachen.

Gilbert Pothoff op de werkvloer - Foto: Charlene Vodegel / Indisch3.0 2013
Gilbert Pothoff op de werkvloer – Foto: Charlene Vodegel / Indisch3.0 2013

Amerikaans schouderklopje
‘Mijn grootste succes tot nu toe kan ik niet specifiek noemen. Ik  vind het leuk als ik invloed heb gehad op het proces en resultaat. Als mensen mijn ideeën waarderen, gebruiken en het daadwerkelijk tot een goed resultaat leidt, haal ik daar voldoening uit.’ Ik vroeg me af hoe Gilbert dit ervaart. ‘Er wordt weleens gezegd dat successen gevierd moeten worden, maar dat doe ik niet zo. Ik hoef geen externe waardering te krijgen door mijzelf te profileren, dat vind ik zo Amerikaans. Jezelf een schouderklopje geven, daar ben ik niet van,’ geeft Gilbert toe. ‘Ik ben meer iemand die op de achtergrond de zaken goed wil regelen.’ Hier komt misschien zijn Indische bescheidenheid naar voren, die hij bewust of onbewust van zijn ouders heeft overgenomen. Bescheidenheid herkent Gilbert enigszins bij zichzelf.

‘Ik ben meer iemand die op de achtergrond de zaken goed wil regelen.’

Rieten schilderijen
Gilbert kan op zijn werkplek geen Indische voorwerpen neerzetten, omdat Eneco gebruik maakt van flexplekken. Maar wie bij Gilbert thuiskomt, zal waarschijnlijk direct opmerken dat hier iemand woont met een Indische achtergrond. ‘Ik heb thuis een schilderij hangen van een typische berg met sawa’s en op een kast staan Ramayana-poppen.’ Zelfs in de slaapkamer is er iets te vinden uit Indonesië. Namelijk een batikdoek op het hoofdbord van zijn bed en twee rieten Indische schilderijen. Ik vraag hem of hij dat expres zo heeft ingericht. ‘Ja, omdat ik weet dat het Indisch is. Het is een stukje herkenning uit het verleden. Het doet me denken aan het huis van mijn Indische grootouders.’ Het lijkt of er herinneringen naar boven komen bij Gilbert. ‘Mijn opa en oma hadden echt een Indisch huis. Er stonden rotan meubels en er was altijd een enorm blik vol met kroepoek.’ Mijn opa draaide vaak krontjong muziek en ook nu draait Gilbert weleens een krontjongplaat thuis. ‘Dat roept een vertrouwd sfeertje op.’

Rieten schilderijen bij Gilbert thuis - Foto: Gilbert Pothoff
Rieten schilderijen bij Gilbert thuis – Foto: Gilbert Pothoff

Jappenkamp
Tijdens een werkborrel is er een emotioneel raakvlak ontstaan met een collega. ‘Op een zeker moment kwam het gesprek op het onderwerp Jappenkamp. Ik kwam erachter dat de moeder van mijn collega net als mijn ouders in het kamp hebben gezeten. Toen bleek ook dat die collega Indisch is, terwijl ik dat nooit gedacht had. Een bijzonder moment!’ In de vriendenkring van Gilbert zitten wel een aantal Indische jongens. ‘Dit is puur toeval! Ik zal niet persé op zoek gaan naar Indische vrienden. Wij delen als vrienden bepaalde gemeenschappelijke interesses zoals sport of waarden, zoals openheid in zowel communicatie als onze blik op de wereld. Daarnaast hebben wij toevallig deels een gemeenschappelijk verleden door een of meerdere Indische ouders.’

‘Ik zal niet persé op zoek gaan naar Indische vrienden.’

Kembang Kuning
Een paar jaar geleden heeft Gilbert een reis gemaakt met zijn ouders en zusje naar Indonesië. ‘Ik vond het heel bijzonder om de geboorteplaats Surabaya van mijn ouders te bezoeken en ook het graf van mijn overgrootvader op de oorlogsbegraafplaats Kembang Kuning.’Wat Gilbert jammer vond van het huidige Indonesië, is de zichtbare ongelijkheid tussen mannen en vrouwen.’ Veel mannen op straat, terwijl de vrouwen achterin het huis met een hoofddoekje om het huishouden aan het doen zijn, wellicht speelt het geloof hierin een rol.’

Flexwerken bij Eneco - Foto: Charlene Vodegel / Indisch 3.0 2013
Flexwerken bij Eneco – Foto: Charlene Vodegel / Indisch 3.0 2013

Bahasa Indonesia

Net als bij vele Indische families in die tijd moest er Nederlands worden gesproken, daardoor werd de Bahasa Indonesia ook niet gesproken in huize Pothoff. ‘Tijdens onze reis ontdekte ik dat mijn vader zich wel verstaanbaar kon maken. Het grappige was dat hij toch een beetje Indonesisch kon praten met de lokale bevolking. Maar het Nederlands-Indië zoals ik het ken van de verhalen, foto’s en documentaires, is toch heel anders vergeleken met het huidige Indonesië. Als vakantiebestemming heb ik meer met Latijns Amerika.’

Roots
Tot slot vertelt Gilbert mij over zijn Indisch-gevoel. ‘Sommige jonge Indo’s hebben een drang om op zoek te gaan naar hun ‘roots’, maar ik ben niet echt actief op zoek naar mijn Indisch-zijn. En trots zijn op iets waar je niets aan kunt doen, zoals bijvoorbeeld je afkomst laat ik graag aan anderen over.’

‘Trots zijn op iets waar je niets aan kunt doen, zoals bijvoorbeeld je afkomst laat ik graag aan anderen over.’

De dekolonisatie van de Indo

Over geïnternaliseerd racisme onder Indo’s

Het is al lange tijd een taboe binnen de Indische gemeenschap en het wordt tijd dat er weer over gesproken wordt: geïnternaliseerd racisme. Geïnternaliseerd racisme betekent dat je racistisch bent in de manier waarop je kijkt naar je eigen groep en naar jezelf. Dit fenomeen staat ook wel bekend als ‘the colonized mind’.

Stereotiep zelfbeeld
In feite kijk je naar jezelf en je eigen cultuur door een ‘blanke lens’ en geloof je de stereotiepe ideeën over je eigen groep. Al op jonge leeftijd komt door media, onderwijs en opvoeding de boodschap binnen dat blank ‘beter’ of mooier is. Een beroemd voorbeeld is het experiment met poppen uitgevoerd in de Verenigde Staten door Kenneth Clark. Uit dit experiment bleek dat jonge African-American kinderen vonden dat de blanke poppen mooier waren. Dit geïnternaliseerd racisme komt ook voor onder Indo’s.

Blanken en koelies. Uit: http://www.dbnl.org/tekst/_gid001199101_01/_gid001199101_01_0067.php
‘Blanken en koelies.’ Uit: Koloniaal racisme in Indonesie. Wim F. Wertheim, De Gids, 1991

Koloniaal perspectief

De Indische cultuur is ontstaan uit gemengde huwelijken en is gevormd door zowel Indonesische als Europese invloeden. Deze cultuur ontstond binnen de machtsstructuur van het Nederlands kolonialisme. Dat betekent dat ons denken en de kennis die wij voor ‘waar’ aannemen, ons is aangeleerd vanuit dit koloniale perspectief. Inherent aan dit koloniale perspectief is racisme. In Nederlands-Indië was men heel duidelijk in het onderscheid maken op basis van huidskleur en ‘ras’. Van huis uit zijn we gewend – en dit gebeurt vaak onbewust – om alles wat blank en Europees is, als hoger, mooier en beter te zien. Dit blanke ideaal projecteren we niet alleen op de wereld om ons heen, maar ook op onze eigen cultuur en op ons zelfbeeld.

Zelfhaat
Ter illustratie van dit geïnternaliseerd racisme, hierbij een aantal voorbeelden. Allereerst verbinden we zogenaamde ‘abnormale’ eigenschappen aan onze Indonesische roots. In de beleving van onze identiteit vindt er een tweedeling plaats. Kenmerken als spiritualiteit, temperament en sensualiteit worden gekoppeld aan de Indonesische roots en zijn dus ‘bruin’. Efficiëntie, rationaliteit en hard werken worden gezien als Nederlands en dus ‘blank’. Deze categorisatie is racistisch en is gebaseerd op stereotiepe ideeën over bruin en blank. Die stereotiepe ideeën hebben we dus overgenomen en geïnternaliseerd. De zogenaamde ‘abnormale’ eigenschappen worden ook nog eens als minderwaardig bestempeld, waardoor ze worden onderdrukt. Hierdoor ontstaan zelfhaat, identiteitsproblemen en destructief gedrag.

Blank schoonheidsideaal
Daarnaast hebben wij last van een blank schoonheidsideaal. We proberen onszelf als blank te zien en  ontkennen dat we een huidskleur of fysieke karakteristieken  hebben die absoluut niet blank zijn. Soms leven we in de veronderstelling dat we daadwerkelijk blank zijn en dat anderen ons ook zo zien. Hoe blanker we er uit zien, hoe beter. Tekenend is dat, over het algemeen, Indo’s zich eerder aangetrokken voelen tot blanke partners. Er vinden dan ook weinig romantische relaties plaats tussen Indo’s. Het is voor Indo’s dus kennelijk moeilijk zich aangetrokken te voelen tot iemand die bruin is of zwart.

Bespreekbaar maken
Dit geïnternaliseerd racisme is door alle generaties heen te vinden. Het is onderdeel van het Indische koloniale denken. Het bespreken van de gevolgen van dit geïnternaliseerd racisme kan ons als Indische groep dichter bij elkaar brengen. Ook kunnen we verbinding aangaan met andere migrantengroepen in Nederland die last hebben van racisme en geïnternaliseerd racisme.

Op zaterdag 14 september 2013 vindt het evenement ‘Indo-Maluku Crossroads’ plaats in Twello. Tijdens deze dag zal Sarah Klerks op basis van deze tekst een voordracht doen. Voor meer informatie over Crossroads zie: http://magdapattiiha.wordpress.com/2013/06/15/indo-maluku-crossroads-daar-waar-onze-wegen-elkaar-kruisen/ 

De gebruikte foto komt uit een artikel uit De Gids, over Koloniaal racisme in Indonesie, te lezen op http://www.dbnl.org/tekst/_gid001199101_01/_gid001199101_01_0067.php

Indo 1.0 in de politiek: Alexander Scholtes

Alexander Scholtes. Foto: Polle Willemsen

“Indonesië is een boeiend land om te volgen”

Alexander Scholtes (30 jaar) uit Amsterdam is, met een Indonesische moeder en een Hollandse vader, een Indo 1.0. Doordeweeks werkt hij in Den Haag bij de Vereniging  Hogescholen en daarnaast is Alexander actief in de politiek. Hij is fractievoorzitter van D66 in de deelraad van Amsterdam-Zuid. Hoe kijkt hij tegen de wereld aan, en tegen het koloniale verleden in het onderwijs?

Komt je Indonesische achtergrond in je politieke werk naar voren?

“Nee, niet. Ik heb een Nederlandse opvoeding gehad, ik voel me een Nederlander, ik heb hier wel veel Indonesische familie maar weinig Indische of Indonesische vrienden. Ik denk dat de meeste mensen op het eerste gezicht niet doorhebben dat ik Indonesische wortels heb. Er is zoveel dat mij vormt, ik zou mezelf niet op willen hangen aan één identiteit. Ik kan niet heel specifiek benoemen wat mijn Indonesische afkomst toevoegt. Al zou ik ooit best eens in Indonesië willen wonen.”

“Er valt meer aan Indonesië te ontdekken dan ik had kunnen bedenken.”

Wat heb je meegekregen van de Indonesische cultuur?

“De eetcultuur. En de gastvrijheid. De laatste jaren heb ik steeds meer interesse gekregen in de Indonesische cultuur. Er zijn meer kanten aan te ontdekken dan ik van tevoren had kunnen bedenken. Ik ga sinds een jaar of vijf elk jaar naar Indonesië, ik heb er nog familie en heb inmiddels ook vrienden gemaakt daar. Ik ben de taal aan het leren in Yogyakarta. Ik volg de kranten nu meer als het gaat om Indonesië. Als politicoloog is het een boeiend land om te volgen. Het land heeft zo’n grote interne markt, dat het alleen al daardoor de economische crisis kan overleven. Tegelijkertijd vind ik het fascinerend hoe Indonesiërs een manier weten te vinden om in te spelen op de omstandigheden. Jakarta is een drukke stad. Op bepaalde wegen mag je alleen autorijden als je minimaal drie anderen in je auto hebt. Wat zie je dus gebeuren? Vlak voor die weg staan mensen die bij je in de auto stappen zodat je die weg over kan. Ja, die betaal je dus om met je mee te rijden.”

Alexander bij het Prambanan tempelcomplex, vlabkbij Yogyakarta.
Alexander bij het Prambanan tempelcomplex, vlakbij Yogyakarta.

Als mensen naar Indonesië zouden gaan, wat zou je ze dan aanraden te doen?

Wat zou ik mensen aanraden? Ga een paar weken naar Yogyakarta om de taal te leren. Jogja is veel kleinschaliger dan Jakarta, het is er rustiger en het is een kunstenaarsregio, er is daar een andere sfeer dan in bijvoorbeeld Jakarta en veel andere grotere steden. Het is een leuke stad, je kan er gewoon buiten lopen en je onderdompelen in de lokale cultuur. Ik word daar gezien als buitenlander. In een gesprek merk ik wel dat ze voelen dat ik meer feeling heb met het land en de taal. Ik ben bovendien in Indonesië wat minder direct dan ik Nederland ben, dus het contact gaat wat soepeler.

“Ik ben in Indonesië wat minder direct dan in Nederland.”

Je portefeuille is onderwijs. Hoe kijk jij aan tegen het geschiedenisonderwijs in Nederland over Indonesië?

“Het is natuurlijk al een tijd geleden dat ik geschiedenisles had op school. Maar ik heb de indruk dat er meer aandacht is voor wat de Nederlanders zelf hebben meegemaakt, dan voor wat ze gedaan hebben in Indonesië, bijvoorbeeld tijdens de politionele acties. Het is een gevoelig onderwerp waar voor zover ik weet relatief weinig bekend over is. Misschien zou daar meer onderzoek naar gedaan kunnen worden, zoals ook is voorgesteld door enkele historische instituten nadat foto’s over executies in Indonesie. Ik ben een liberaal en geloof niet dat het werkt als de politiek gaat opleggen wat docenten op scholen leren.”

Terwijl mijn pen al op tafel ligt, raken Alexander en ik in gesprek over de plek van het koloniale verleden in het onderwijs.

Alexander voor de taalschool in Jogja, met een van zijn docentes in Yogyakarta, mbak Winda.
Alexander voor de taalschool in Jogja, met een van zijn docentes in Yogyakarta, mbak Winda.

Kirsten – “Jij hebt onderwijs in je portefeuille en je hebt opgemerkt dat er te weinig kennis is over het koloniale verleden. Zou er dan niet toch iets vanuit de politiek moeten gebeuren om dat recht te trekken? Het gaat mij er niet om dat mensen weten wat Indische Nederlanders zijn. Daar blijft toch wel discussie over bestaan. Het gaat mij erom dat meer en betere kennis over het verleden van Nederland in Indonesië kan zorgen voor een betere verstandhouding tussen de landen nu. Dat Nederland Indonesië aanspreekt op mensenrechten, zoals pas met de (afgelaste) komst van president Yudhoyono, vind ik an sich een goede zaak, maar die hooghartige toon, van ‘Wij in het Westen weten als geen ander dat jullie fouten maken met mensenrechten’, die is niet gepast voor een ex-koloniaal heerser.”

“De politiek kan niet voorschrijven wat docenten moeten onderwijzen.”

Alexander – “Dat ben ik wel met je eens. Het is ook niet zo dat ze daardoor in Indonesië dan opeens besluiten hun beleid te veranderen. Maar het gaat niet werken als de politiek voorschrijft wat een docent zijn scholieren hoort te leren. Dan krijgt hij alleen maar te maken met tegenstrijdige en overdadige eisen.”

Kirsten – “Hoe kan de politiek dan veranderen wat docenten onderwijzen?”

Alexander – “Door onder docenten een debat te beginnen over dit onderwerp.”

Een mooi doel, vind ik. Om een debat onder docenten mogelijk te maken stimuleren, start Indisch 3.0 een enquête over Indië en Indonesië in het onderwijs. Vul jij hem ook in? Ga naar onze enquete over Indië en Indonesië op school

Nieuw: Mori Tari-feest voor TNS'ers 3.0

Win kaarten voor feest derde generatie Molukkers

Zaterdag 25 mei a.s.vindt in de Akhnaton in Amsterdam de eerste editie van Mori Tari plaats, een initiatief van Tessa Pormes (27 jaar) en Ryu Lekranty (28 jaar). Deze avond is georganiseerd voor de derde generatie TNS’ers, bewoners van de eilanden Teon, Nila en Serua, maar iedereen is welkom.

Een van de 3 x 2 kaarten winnen met #moritari
Indisch 3.0 mag drie x 2 plekken op de gastenlijst weggeven voor dit feest. Hoe? Tweet dit artikel met #moritari. Hoe vaker je tweet, hoe groter de kans dat je wint. Je hoort 23 mei a.s. via Twitter (@indisch3) of je gewonnen hebt.

Marinemannen van de TNS-eilanden
Marinemannen van de TNS-eilanden

Hechte gemeenschap
Teon, Nila en Serua zijn drie kleine vulkaaneilanden die in de Bandazee het zuidwesten van de Molukken liggen en staan vooral bekend als de TNS-eilanden. Ze liggen ver van de bewoonde wereld af, waardoor er een hechte gemeenschap is ontstaan. Pas sinds kort gaat er eens in de twee weken een veerboot naar toe. Veel van de  mannen van deze eilanden waren, in tegenstelling tot de meeste Molukkers, niet in dienst van het KNIL, maar van de Nederlandse Koninklijke Marine. De gezinnen kwamen bij aankomst in Nederland dan ook terecht op de verschillende marinebases en behielden hun baan, wat het onderscheid tussen hen en de Molukse gemeenschap versterkte.

TNS-mannen werkten bij de Marine.

Familie

Tessa Pormes (27 jaar) en Ryu Lekranty (28 jaar) zijn de initiatiefnemers van dit feest. Tessa heeft een Hollandse moeder en de grootvader van vaders kant is afkomstig van Serua, terwijl Ryu’s grootvader van vaders kant van Nila komt en half Indonesisch is. ‘We zijn met elkaar opgegroeid, onze opa’s waren beste vrienden.’ Tessa legt uit: ‘Mijn vader ging vroeger altijd uit met de ouders en ooms van Ryu naar Paradiso en nu doen wij dat, vanzelfsprekend eigenlijk .

Tessa en Ryu
Initiatiefnemers Tessa Pormes (rechts) en Ryu Lekranty

Taal
‘We zagen elkaar allemaal altijd als soort familie. Je zegt al snel: dit is mijn oom, dit is mijn tante,’ vervolgt Tessa. ‘Op een gegeven moment is het meer geworden en nu wonen wij samen in Amsterdam. We zouden graag volgens onze
adat trouwen, maar dat zal dan -net als Ryu’s ouders destijds hebben gedaan- op TNS moeten plaatsvinden aangezien slechts enkelen de taal nog spreken.’

Achtergrond
‘Ik heb me altijd erg bezig gehouden met mijn achtergrond, ik vond het heel belangrijk en was ook nieuwsgierig naar waarom we hier in Nederland zijn,’ vertelt Tessa. ‘Daarbij heb ik ook vaak discussies gevoerd met andere Molukkers die mij vroegen of ik het niet vervelend vind dat ik ook Nederlands ben aangezien zij ons naar hier hebben gebracht. Dat vond ik soms best moeilijk, maar inmiddels heb ik wel mijn plek gevonden. Mijn moeder zei altijd: ‘Jij bent geen halfbloedje, maar een dubbelbloedje. Jij hebt het beste van twee werelden.’

Jij bent geen halfbloedje, maar een dubbelbloedje.

Cultuurbehoud
Flyer Mori Tari‘Wij vinden het heel belangrijk dat onze cultuur behouden blijft voor de volgende generaties. De oudjes van de eerste generatie zijn nog op een hand te tellen. Als wij nog dingen van hen willen leren, moeten we dat nu doen,’ legt Ryu uit.

Hechte samenleving
‘Er is een visiegroep van een aantal ooms en nichten die er voor zorgt dat wij eens in de zoveel tijd bij elkaar komen, maar zij zijn er niet in geslaagd de derde generatie te bereiken. Onze ouders moesten mee naar de bijeenkomsten, maar de jongeren gaan gewoon niet als het niet leuk is. Dus hebben wij besloten daar verandering in te brengen.’ Het plan voor Mari Tori, wat zoveel betekent als “een hechte samenleving nastreven”, was geboren.

Elkaar leren kennen
De avond is een informeel feest, puur om (hernieuwde) kennismaking te creëren, want ‘Pas als je elkaar kent, wil je naar elkaar luisteren en van elkaar leren.’ Als er veel animo is, kunnen we het gaan hebben over hoe we onze taal, dans, zang en kookkunst kunnen delen en overdragen. ‘Het is belangrijk dat iedereen zijn of haar geschiedenis weet en niet vergeet. Ik zou het een doodzonde vinden als onze kinderen niet weten waar ze vandaan komen, en hoe onze oyangs hier zijn gekomen.’ Maar allereerst elkaar samenbrengen.

Photobooth
25 mei a.s. is er dus een feest met goede muziek en uiteraard lekker eten. Tussen 20.00 en 2.00 kan je genieten van de tunes van dj Mickster, Cruzito, Cissy Strut en de live band . Tevens is er een speciale TNS photobooth waar je je -voor latere generaties- kan laten vastleggen in exotische sferen.

Kaarten kosten in de vvk 7.50 en aan de deur 10 euro. Voor meer info kijk je op Facebook.

En Indisch 3.0 mag dus drie x 2 plekken op de gastenlijst weggeven voor dit feest. Hoe? Tweet dit artikel met #moritari. Hoe vaker je tweet, hoe groter de kans dat je wint. Je hoort 23 mei a.s. via Twitter (@indisch3) of je gewonnen hebt.

Ngroblog: Vragen stellen…

Mijn moeder overleed in 2011 en had Alzheimer.

Het beste bewijs dat dementie een soort sluipmoordenaar is, wordt geleverd in de bijzondere film ‘The Curious case of Benjamin Button’. De film brengt de gedaanteverandering prachtig in beeld. De ziekte herbergt verschillende thema’s voor mij. Het gaat over verlies, boosheid, onbegrip, verdriet. Daar kan ik een theatervoorstelling overmaken, oh… idee?!!

Op het moment van afscheid nemen, loslaten, zijn er de vragen. De dingen die je graag had willen weten. Ik heb mijn moeder de vragen over vroeger niet meer kunnen stellen.De kloof van generaties? Zij, ouders, deelden weinig, wij, kinderen, vroegen te weinig?

Ik kies ervoor om niet meer in de valkuil van (valse) bescheidenheid te stappen. Dit jaar is mijn jaar van het vragen stellen. Het is een gesprekstechniek, die niet per definitie in mijn DNA zit. Zie mijn vorige blog, over kinderen, die vragen…

In het onderstaande filmpje zit mijn vraag aan jou.


De weg van samen naar Een, zit vol met vragen…

Ik wens je een plezierige dag vol vragen!

3.0 op de werkvloer: Michael Driebeek van der Ven

Naam: Michael Driebeek van der Ven

Geboortedatum en -plaats:

8 juli 1968 te Oegstgeest NL

Beroep: International Storyteller

 

Afkomst Indisch wortels: *via wie ben je Indisch


Ik ben eerlijk gezegd opgegroeid met weinig tot geen besef van onze Indische achtergrond. Het voelde ook niet als iets dat werd verzwegen hoor, maar het leek simpelweg gewoon niet aanwezig te zijn. Wij wisten wel dat mijn grootmoeders familie (Bé Swart, de moeder van mijn moeder) daar gewoond had maar zij sprak er eigenlijk nooit over. En als ze erover sprak werd het gebagataliseerd met en passant opmerkingen als: “We hebben er maar even gezeten, hoor.” en “Het stelde niet veel voor.”

Zij stierf toen ik 10 jaar oud was en zo nam zij eventuele verhalen mee naar de andere kant.

Michael Driebeek van der Ven © foto Indisch 3.0 - Tabitha Lemon
Michael Driebeek van der Ven © foto Indisch 3.0 – Tabitha Lemon

Haar huis is vervolgens 30 jaar lang eigenlijk niet opgeruimd geweest omdat de jongere broer van mijn moeder het wilden houden zoals het was. Pas na zijn overlijden (mijn moeder en haar zusjes waren al vele jaren daarvoor overleden) konden wij als kleinkinderen eindelijk het huis van mijn grootmoeder gaan opruimen. Hierbij stuitte ik op meer Indische dingen dan ik had verwacht, soms verborgen onderin kastjes en in kisten op zolder, en ik begon mij af te vragen hoe lang dat “We hebben er maar even gezeten, hoor.” eigenlijk is geweest?

Na wat onderzoek kon ik al 6 generaties terug vinden in Indië. Dat is bijna 200 jaar! Wel iets meer dan het ‘even’ waarmee wij zijn opgegroeid.

Hoe ben je begonnen als storyteller?

Toen ik klein was kon het gebeuren dat mijn ouders op het terras zaten en dat er opeens allemaal mensen de tuin in kwamen lopen met een stoel in hun hand. Met die stoel liepen ze dan naar de achterkant van de tuin en zetten ‘m neer voor het kippenhok. De eerste keer dat dat gebeurde keken mijn ouders elkaar aan en zeiden: ‘Wat gaan die nou doen?’. Wat bleek; ik had op het dak van het kippenhok een podium gemaakt en gaf een voorstelling voor de ouders en kinderen uit de buurt. Verhaaltjes van niets vermoed ik maar ik had het helemaal zelf geregeld.

Vervolgens heb ik jarenlang school- en studententoneel gedaan en mijn moeders zusje, tante Pop, zei ieder jaar: “Heb je je beroep er al van gemaakt? Dit is wie jij bent, hoor. Ik weet dat.” Uiteindelijk switchte ik van Rechten naar Toneelschool en zei mijn moeder: “Hè, hè, eindelijk!” en was mijn vader apetrots op mijn stap. Ojojojoj, toen begon het echt leuk te worden. Iets studeren wat je graag wilt weten en kunnen is iets compleet anders dan iets studeren dat ‘best wel interessant is’. Ik heb genoten van die jaren en het was uiteindelijk tijdens mijn Masterstudie aan The International School of Storytelling in Londen (UK) dat alles helemaal op zijn plaats begon te vallen.

Welke voorstelling/welk optreden is je het meest bijgebleven?

Michael vertelt over de Nederlandse kapitein Willem van der Decken en de legende van de Flying Dutchman © foto Indisch 3.0 - Tabitha Lemon
Michael vertelt over de Nederlandse kapitein Willem van der Decken en de legende van de Flying Dutchman © foto Indisch 3.0 – Tabitha Lemon

Met enige regelmaat vertel ik verhalen op de dementie afdeling van het bejaardentehuis. Dat is zo geweldig om te doen! Ik trek de lichtblauwe gordijnen dicht en ik draai ieders stoel er naar toe en schilder het verhaal met mijn woorden op het gordijn. Ik zeg dan bijvoorbeeld: “Er was eens een vijver, met glinsterend water en riet langs de randen. Zien jullie de vijver?”. “Oh jaaaa, prachtig!” zeggen ze dan allemaal.

Het zijn altijd simpele verhaaltjes over een pad die van God een appel moet vinden in een dennenbos of over de dochter van de Sultan die zichzelf zo geweldig vindt dat geen prins voor haar goed genoeg lijkt. Steeds ontdek ik dat een simpel verhaal enorme dieptes in zich meedraagt. Mijn taak is het om zorgvuldig de beelden neer te zetten; het verhaal doet zelf de rest.

Heeft jouw Indische achtergrond invloed op jouw manier van storytelling?

Ik denk het zeker want het vertellen van verhalen is mij met de paplepel ingegeven; alles wordt met groot plezier binnen mijn familie doorgegeven in de vorm van een verhaal liefst ook helemaal in beweging uitgebeeld.

De aardse wereld en de spirituele wereld zijn daarbij altijd als vanzelfsprekend met elkaar in contact. Allerlei ooms en tantes, dood èn levend, passeren in die verhalen de revue en nemen ons overal mee naar toe. Behalve dus naar Indië, daarover werden nauwelijks verhalen verteld. Ik ben dat pas de laatste jaren gaan realiseren en toch merk ik dat er op andere manieren enorm veel toch is doorgegeven. Ik zie dat terug in hoe wij de dingen doen, hoe wij tegen dingen aankijken en vooral hoe wij met elkaar omgaan. Om maar een cliché te noemen: iedereen kan altijd blijven eten en een logeerbed is zo in elkaar geflanst met wat kussens en een laken…

Herkennen mensen je Indische wortels?


Ik lijk op mijn vader. Maar een Indonesische vriendin zei 3 jaar geleden, toen zij een foto van mijn moeders familie zag: “Joh, ik wist niet dat jullie indo’s zijn! Jij bent zo wit…” Wij indo’s? Zo had ik onszelf nog nooit gezien. “Ja, dat zou best kunnen.” zei mijn lieve vader toen ik er naar vroeg. En inderdaad zien mijn ooms, tantes, neefjes en nichtjes van mijn moeders kant er best wel uit alsof ze zo uit de Moesson zijn weggelopen. En achteraf gezien mijn moeder ook wel enigszins, maar dat heb ik nooit gezien want dat is mijn moeder, en dan is het soms te dichtbij om goed te kunnen zien. En dan heb je soms een vriendin nodig die zegt: “Joh, ik wist niet dat jullie indo’s zijn!”

Nee, dat wist ik ook niet… (dank je Maya voor dat inzicht!)

Tijdens de voorstelling The Flying Dutchman in de Koninklijke Schouwburg Den Haag © foto Indisch 3.0 - Tabiyha Lemon
Tijdens de voorstelling The Flying Dutchman in de Koninklijke Schouwburg Den Haag © foto Indisch 3.0 – Tabiyha Lemon

Heb je iets Indisch op de werkvloer? Een voorwerp (foto, schilderij oid)?

Even denken… Ik heb mijn grootmoeder gevraagd of ik haar stem mag zijn om de verhalen naar boven te halen die zij in haar leven niet heeft weten te vertellen. Meteen de volgende dag kwam zij door met een verhaal. Zij is dus altijd bij me.

Hoe kijk jij tegen Indonesië aan? / Wat betekent Indonesie voor jou?

Het is voor mij een ontdekkingsreis die ik pas een paar jaar geleden begonnen ben maar eigenlijk al mijn hele leven duurt. Toen ik 4 jaar terug voor het eerst mijn voet zette op de luchthaven van Jakarta voelde ik dat mijn lichaam diep uitademde… eindelijk weer thuis… Een bizarre ervaring omdat ik daar nog nooit was geweest. Ik ging er naar toe voor mijn vriend die daar toen voor een project zat. Die relatie is over maar de relatie met Indonesië is toen definitief begonnen.

Een Indo en Braziliaanse Jiu Jitsu

Weer een melati én ‘pinda power’: Daniella Ackerman. Ze heeft de hele wereld gereisd voor haar sport. Ze heeft bij het Brasilian Top Team getraind. En naast het reizen en sporten is Daniella ook veel op het water te vinden. Ze vindt het jammer dat ze soms nog moet werken: “Als ik dit toch eens gewoon voor de kost kon doen..”

 Timpeh vraagt aan….. Daniella Ackerman

Ajo…. Ff druk geweest, maar Timpeh is er weer..

Timpeh: Welke martial art doe je?

Daniella: ‘Na een omzwerving van judo naar kickboxen, doe ik nu BJJ.  Braziliaans jiu jitsu is een vechtsport die zich richt op grondgevechten. Het doel van BJJ is een dominante positie te krijgen en ervoor te zorgen dat een aanvaller zo snel mogelijk “afklopt”. Het idee is dat zacht wint van hard. Met andere woorden, een klein zwakker persoon kan met de juiste technieken en bewegingen zichzelf verdedigen tegen een sterker en grotere aanvaller. MMA ( Mix Martial Arts) is bekend bij de meeste van de mensen en BJJ is een belangrijk onderdeel van de MMA.

Timpeh: Waarom heb je besloten om deze martial arts te doen?

Daniella: ‘De mat is echt mijn leven, de sportschool is de plaats waar ik gelukkig ben en ik ben er elke dag. Ik voel er mezelf leven en word gelukkig als ik de lucht ruik die in de dojo hangt. Als ik met mijn voeten op de mat sta en dan vergeet alles om mij heen vergeet, dan ben ik zielsgelukkig! Ik leer elke dag van al mijn trainingspartners en van mezelf, het houdt mijn hoofd scherp en ik blijf daardoor gefocust. Tuurlijk heb je dagen dat het minder gaat, maar door de mensen op de mat, kan je je leventje even vergeten en gaat het alleen om het rollen!’

 “Het idee is dat zacht wint van hard.”

Timpeh: Wat is tot dusver je grootste succes?

Daniella: ‘Alle medailles zijn een eer om te mogen dragen, het geeft aan dat je weer een stapje verder bent. Je kan alleen niet beter worden als je nooit verliest, dit maakt je scherper en geeft je wilskracht. Voor mij was de EK-medaille van 25 januari jl het belangrijkste, omdat ik heel ziek ben geweest en toch de gouden plak gehaald heb. Voor mij is dit een teken geweest dat ik weer beter kan worden!

Beter als niet meer ziek zijn en de ziekte overwinnen. En natuurlijk ook dat je er nog steeds bij hoort en dat je veel kan als je maar wilt. Vorige week de laatste operatie gehad. Nu herstellen en hopelijk snel weer de mat op, mijn doel is naga germany 11 mei meedoen en dan zien hoe het gaat..daarna de rio open in juli in brazilie!!

En natuurlijk ook beter als een beter in de sport worden..eigenlijk beide!

No-Gi wedstrijd in Boston Foto: Daniella Ackerman
No-Gi wedstrijd in Boston
Foto: Daniella Ackerman

Timpeh: Welke prijzen heb je gewonnen?

Daniella: EK eerste plaats,  Pan Ams tweede plaats, Braseileros eerste en derde plaats, Worlds derde plaats, WK tweede plaats, Boston Open tweede plaats, Grapplersquest vele medailes, Naga vele medailles.

Timpeh: Wat zijn je ambities?

Daniella: ‘Ik hoop dat het een Olympische sport wordt – ze zijn er mee bezig – en dat ik dan ga, voor goud!’

BJJ Training Foto: Daniella Akkerman
BJJ Training
Foto: Daniella Akkerman

Timpeh: Wat is je mooiste ervaring in het leven?

Daniella: Dat ik beter ben geworden, ik heb kanker gehad en het was kantje boord.. Maar ik vecht ertegen..en ik zal het winnen!! Bjj helpt me enorm, lekker knokken en je gedachten wegzetten.

Timpeh: Hormat!

Timpeh: Wat is voor jou Indisch zijn?

Daniella: Lekker eten en veel familie/ vrienden om je heen!

Timpeh: Welke Indo tik heb jij? (B.v. lekker kunnen pitjitten of overal sambal erbij)

Daniella: Overal sambal bij!!

Timpeh: En als laatste vraag, deze moet gewoon gesteld worden…..
Wat is je favoriete eten? ( Mag één, maar kèn meer)

Daniella: Nasi goreng, sate ketjap, boontjes, pan makreel, ach eigenlijk lust ik heel veel, maar ik heb wel een dieet waar ik me aan moet houden, want ik vecht in een bepaalde gewichtsklasse, maar na mijn wedstrijd wil ik altijd wel iets zoetigs! Gewoon omdat het dan mag!

Terima kasih Daniella voor het interview.
Pinda Power!!!!

Martial Arts 3.0 #5: Braziliaanse Jiu Jitsu

Judo heb ik jaren gedaan. Met wedstrijden had ik altijd de pech dat ik de lichtste was van de poule.. Ik was maar kecil… uhm… nu nog steeds:). Maar voor wat gooi- en smijtwerk was ik wel voor in en het gevecht op de grond was ook wel mijn ding. Toen ik 18 was ging ik daarom barukai doen. Dit is een voorloper van het tegenwoordige Mix Martial Arts (MMA).

Grondgevecht
Barukai heeft drie elementen: staand gevecht in de vorm van stoten en trappen, staand gevecht in de vorm van iemand op de grond brengen met een worp of een veeg. En als laatste het grondgevecht. Elementen een en twee had ik aardig in de hand tegen een worstelaar, maar element drie… dat was een kansloze zaak. Binnen een mum van tijd werd ik even in de knoop gelegd. Barukai heb ik een tijdje gedaan. Na barukai heb ik geen grondgevechten meer gedaan, totdat het MMA bekend werd. Dat was het moment  dat ik in aanmerking kwam met  Braziliaans Jiu Jitsu.

Elleboog gewricht

Mitsuyo Maeda  Foto: www.bjjdelft.nl
Mitsuyo Maeda
Foto: www.bjjdelft.nl

Er was een toernooi bij ons in de buurt, dus ik ging met een vriend kijken. Wat ik daar zag? Ik dacht bij mezelf: “Wat een beesten en tot hoever kan je een elleboog gewricht overstrekken?!” Braziliaans Jiu Jitsu is een martial art die zich met name richt op grondgevechten. Het doel is  je tegenstander te domineren met het grondgevecht en er voor zorgen dat je tegenstander zo snel  mogelijk opgeeft.

Braziliaans Jiu Jitsu ( BJJ)
Mitsuyi Maede, een meester in kosen judo (vorm van judo die draait om de grondgevechten) emigreerde naar Brazilië. In Brazilië veranderde hij trainingsmethodes. Maede stond bekend als een prijsvechter.  In 1916 was er een show van de Italian Argentine circus Queirolo Brothers en Maede deed hieraan mee.  Carlos Gracie zag Maede en wilde ook kosen judo leren.  Carlos was de zoon van Gastão Gracie, een zakenpartner van het American Circus. Maede accepteerde Carlos als leerling en leerde de technieken aan Carlos Gracie, die het weer aan zijn jongere broer Hélio doorgaf. En zo is de sport in de familie gebleven.  Gracie heeft de sport in de loop der jaren steeds verder geperfectioneerd.

Filosofie

Grondleggers van de Gracie familie
Foto: www.trianglejake.tumblr.com

De filosofie van BJJ is dat een zwakkere persoon zich met de correcte technieken en bewegingen zelf kan verdedigen tegen een sterkere aanvaller. De trainingen bestaan vooral uit het herhalen van technieken en vervolgens sparren om het geleerde in de praktijk toe te passen. Binnen de BJJ hanteren ze ook een bandensysteem zoals bij karate, judo en bijvoorbeeld taekwondo gebruikelijk is. Bij BJJ heet het gordels. De gordels zijn wit,blauw,paars,bruin,zwart, zwart/rood en rood. Speciale gordels zijn de geel-groene wedstrijdgordel, zwart/rood voor de zevende dan en rood.

Royce Gracie

Remco Pardoel Foto: www.mmadb.com
Remco Pardoel
Foto: www.mmadb.com

BJJ werd begin 90 jaren wereldwijd bekend. Royce Gracie vocht in de UFC ( Ultimate Fighting Championship) en won 3 UFC. Sindsdien is het BBJ niet meer weg te denken voor MMA-vechters. De BJJ-toernooien groeiden ook wereldwijd. Een variant is de no-gi submission grappling. Bij het BJJ wordt er gevochten in een Gi ( vergelijkbaar met een judopak) en een no-gi wordt dus zonder pak gevochten… En nee… niet bloot!! Vechten, gewoon, met een korte broek en t-shirt. In Nederland werd BJJ bekend nadat Remco Pardoel mee had gedaan met de UFC en verloor tegen Royce Gracie.  Remco Pardoel wordt beschouwd als de pionier op dit gebied van Nederland en Europa. Inmiddels bestaan er tientallen BJJ scholen.