De dekolonisatie van de Indo

Over geïnternaliseerd racisme onder Indo’s

Het is al lange tijd een taboe binnen de Indische gemeenschap en het wordt tijd dat er weer over gesproken wordt: geïnternaliseerd racisme. Geïnternaliseerd racisme betekent dat je racistisch bent in de manier waarop je kijkt naar je eigen groep en naar jezelf. Dit fenomeen staat ook wel bekend als ‘the colonized mind’.

Stereotiep zelfbeeld
In feite kijk je naar jezelf en je eigen cultuur door een ‘blanke lens’ en geloof je de stereotiepe ideeën over je eigen groep. Al op jonge leeftijd komt door media, onderwijs en opvoeding de boodschap binnen dat blank ‘beter’ of mooier is. Een beroemd voorbeeld is het experiment met poppen uitgevoerd in de Verenigde Staten door Kenneth Clark. Uit dit experiment bleek dat jonge African-American kinderen vonden dat de blanke poppen mooier waren. Dit geïnternaliseerd racisme komt ook voor onder Indo’s.

Blanken en koelies. Uit: http://www.dbnl.org/tekst/_gid001199101_01/_gid001199101_01_0067.php
‘Blanken en koelies.’ Uit: Koloniaal racisme in Indonesie. Wim F. Wertheim, De Gids, 1991

Koloniaal perspectief

De Indische cultuur is ontstaan uit gemengde huwelijken en is gevormd door zowel Indonesische als Europese invloeden. Deze cultuur ontstond binnen de machtsstructuur van het Nederlands kolonialisme. Dat betekent dat ons denken en de kennis die wij voor ‘waar’ aannemen, ons is aangeleerd vanuit dit koloniale perspectief. Inherent aan dit koloniale perspectief is racisme. In Nederlands-Indië was men heel duidelijk in het onderscheid maken op basis van huidskleur en ‘ras’. Van huis uit zijn we gewend – en dit gebeurt vaak onbewust – om alles wat blank en Europees is, als hoger, mooier en beter te zien. Dit blanke ideaal projecteren we niet alleen op de wereld om ons heen, maar ook op onze eigen cultuur en op ons zelfbeeld.

Zelfhaat
Ter illustratie van dit geïnternaliseerd racisme, hierbij een aantal voorbeelden. Allereerst verbinden we zogenaamde ‘abnormale’ eigenschappen aan onze Indonesische roots. In de beleving van onze identiteit vindt er een tweedeling plaats. Kenmerken als spiritualiteit, temperament en sensualiteit worden gekoppeld aan de Indonesische roots en zijn dus ‘bruin’. Efficiëntie, rationaliteit en hard werken worden gezien als Nederlands en dus ‘blank’. Deze categorisatie is racistisch en is gebaseerd op stereotiepe ideeën over bruin en blank. Die stereotiepe ideeën hebben we dus overgenomen en geïnternaliseerd. De zogenaamde ‘abnormale’ eigenschappen worden ook nog eens als minderwaardig bestempeld, waardoor ze worden onderdrukt. Hierdoor ontstaan zelfhaat, identiteitsproblemen en destructief gedrag.

Blank schoonheidsideaal
Daarnaast hebben wij last van een blank schoonheidsideaal. We proberen onszelf als blank te zien en  ontkennen dat we een huidskleur of fysieke karakteristieken  hebben die absoluut niet blank zijn. Soms leven we in de veronderstelling dat we daadwerkelijk blank zijn en dat anderen ons ook zo zien. Hoe blanker we er uit zien, hoe beter. Tekenend is dat, over het algemeen, Indo’s zich eerder aangetrokken voelen tot blanke partners. Er vinden dan ook weinig romantische relaties plaats tussen Indo’s. Het is voor Indo’s dus kennelijk moeilijk zich aangetrokken te voelen tot iemand die bruin is of zwart.

Bespreekbaar maken
Dit geïnternaliseerd racisme is door alle generaties heen te vinden. Het is onderdeel van het Indische koloniale denken. Het bespreken van de gevolgen van dit geïnternaliseerd racisme kan ons als Indische groep dichter bij elkaar brengen. Ook kunnen we verbinding aangaan met andere migrantengroepen in Nederland die last hebben van racisme en geïnternaliseerd racisme.

Op zaterdag 14 september 2013 vindt het evenement ‘Indo-Maluku Crossroads’ plaats in Twello. Tijdens deze dag zal Sarah Klerks op basis van deze tekst een voordracht doen. Voor meer informatie over Crossroads zie: http://magdapattiiha.wordpress.com/2013/06/15/indo-maluku-crossroads-daar-waar-onze-wegen-elkaar-kruisen/ 

De gebruikte foto komt uit een artikel uit De Gids, over Koloniaal racisme in Indonesie, te lezen op http://www.dbnl.org/tekst/_gid001199101_01/_gid001199101_01_0067.php

Politionele acties vanuit Indonesisch perspectief

Reportage van filmvertoning Hati Merdeka met nabespreking door Ad van Liempt en Maarten Hidskes.

‘Het ging ze alleen maar om geld! Die politionele acties waren om de rijkdom van Nederland te beschermen. Wie denken ze wel niet dat ze zijn om aan de andere kant van de wereld dit land als hun bezit te zien?’ Zo reageerde Jeffrey Pondaag, voorzitter van het Comité Nederlandse Ereschulden, vanuit het publiek na de vertoning van de film Hati Merdeka. De film werd op vrijdagavond 23 augustus vertoond in een uitverkochte Grote Zaal van de Balie in Amsterdam.

De antikoloniale opmerking van Pondaag werd niet gewaardeerd door de koloniaal gezinde Indo’s in de zaal, zij begonnen hem te onderbreken met: ‘Kan die man worden verwijderd?’, ‘Kunnen we het even over die film hebben?’ en ‘Security?!’ Dat de opmerking van Pondaag er niet mocht zijn zegt genoeg over hoe er binnen de Indische gemeenschap over de koloniale geschiedenis hoort te worden gedacht. Als mensen er van afwijken worden ze belachelijk gemaakt, onderbroken en ‘ge-silenced’. Uit de reacties van het publiek leek alsof er onder de meerderheid in zaal een weerstand heerste om het Indonesische perspectief van de filmmakers van Hati Merdeka te accepteren.

Scene uit Hati Merdeka: confrontatie KNIL soldaten met Indonesische vrijheidsstrijders in een lokale bar.
Scene uit Hati Merdeka: confrontatie KNIL soldaten met Indonesische vrijheidsstrijders in een lokale bar.

Hati Merdeka is spannende actiefilm en geeft een totaal ander perspectief op de ‘politionele acties’ dan die wij in Nederland gewend zijn. De wreedheid van het KNIL ten opzichte van onschuldige burgers komt hard je netvlies binnen. In de film wordt een groep vrijheidsstrijders gevolgd die als doel hebben de commandant van ‘Depot Special Troepen’ Raymer, losjes gebaseerd op Raymond Westerling, uit te schakelen. Onder de leden van de Indonesische guerrillastrijders zit ook Marius, een Indo. In de film komt naar voren dat Indo’s zowel aan de Nederlands kant (in het KNIL), als aan de Indonesische kant vochten. Marius kiest, ondanks protesten van zijn Indo vader, voor de Indonesische kant. Het KNIL wordt neergezet als een groepje arrogante soldaten die voor de meerderheid uit Indische en Molukse jongens bestaat.

Bad guy Raymer, zien we als een gruwelijke man, die naast dader ook als slachtoffer wordt gezien. Hij zou namelijk zelf getraumatiseerd zijn, doordat hij in een Japans interneringskamp heeft gezeten. In werkelijkheid heeft Raymond Westerling dat nooit meegemaakt, maar het is wel waar dat veel mensen in het KNIL net uit het kamp of uit dwangarbeid kwamen. Aangezien deze ervaring nog vers in het geheugen van veel KNIL soldaten zat, worden de Indonesische vrijheidsstrijders door hun leiding gewaarschuwd: ‘Sommige zijn Nederlanders en sommige zijn lokale militairen. Veel van hen hebben net als Raymer in de Japanse interneringskampen gezeten. Ze zijn loyaal aan de dood en net zo wreed als Raymer zelf.’

(vlnr) Ad van Liempt, de host van CinemAsia en Maarten Hidskes tijdens de nabespreking van Hati Merdeka.
(vlnr) Ad van Liempt, de host van CinemAsia en Maarten Hidskes tijdens de nabespreking van Hati Merdeka.

De nabespreking van de film vindt plaats met Ad van Liempt, specialist op het gebied van de politionele acties, en Maarten Hidskes, zoon van een soldaat die onder Raymond Westerling diende in de ‘Depot Special Troepen’. De kennis die Van Liempt deelt met het publiek is heel nuttig en goed onderbouwd. Het verhaal van Hidskes was minder interessant. In de film waren net de oorlogsmisdaden getoond van Depot Speciale Troepen, maar de balans werd weer helemaal naar het Nederlandse perspectief toe getrokken door Hidskes. Herhaaldelijk haalde hij aan dat zijn vader ‘met de beste bedoelingen’ meedeed aan de strijd. Het is jammer dat er niemand was die vanuit een Indonesisch, Indisch of Moluks perspectief meedeed aan de bespreking.

Uit de film werd duidelijk dat voor iedere Indo de keuze aan welke kant je stond een persoonlijke keuze was. Wat is er nu veranderd ten opzichte van toen? De verdeeldheid in de zaal en de reacties op Pondaag laten zien dat het eigenlijk nog steeds zo is. De film Hati Merdeka zorgde voor een pedis avondje tempo doeloe in De Balie.

Film Soegija boeit

Aankondiging Soegija

Indonesische herinneringen aan de dekolonisatie

Op het Internationaal Film Festival Rotterdam (IFFR) draaide dit jaar een film die ik moest zien: Soegija van regisseur Garin Nugroho, over het leven in Indonesië tussen 1940 en 1949. Uniek is dat we kunnen zien hoe deze periode vanuit Indonesisch perspectief wordt verteld. En waar ik in het bijzonder in geïnteresseerd ben: hoe zouden wij Indo’s in Soegija naar voren komen?

Soegija gaat over de gebeurtenissen tijdens de Tweede Wereldoorlog en de Indonesische onafhankelijkheidsstrijd in Nederlands-Indië tussen 1940 en 1949. Deze verhalen komen uit de memoires van de eerste Indonesische bisschop: Albertus Soegijapranata.

Oorlog
De film start in het nog koloniale Nederlands-Indië van 1940 en eindigt in 1949, waarin Nederland Indonesië als onafhankelijke republiek erkent. De Indonesische verpleegster Maryam wordt gekweld door het verlies van haar broer, de oorlog en de irritante versierpogingen van de Hollandse Hendrik. Een – Nederlands sprekende – Chinese familie valt uit elkaar doordat Japanners de mooie moeder meenemen naar het kamp.

De moeder van het Chinese gezin wordt door de Japanners naar een kamp afgevoerd.
De moeder van het Chinese gezin wordt door de Japanners naar een kamp afgevoerd.

Geflipt
De menselijke kant van de keiharde Japanse officier Nobuzuki komt naar voren door zijn verlangen naar huis. En dan heb je de Nederlanders. Hendrik is een vrij naïeve fotograaf die de oorlog vastlegt en moeite heeft met het onrecht om hem heen. Robert is een megalomane, geflipte militair die af en toe zomaar Indonesiërs afranselt of neerschiet. Door de verhalen heen, luisteren we naar de overpeinzingen van de bisschop Soegijapranata, die zich als een ware leider opoffert voor zijn volk.

Indo’s
Maar waar zijn de Indo’s? Misschien was het te ingewikkeld om dat Indische perspectief er bij te halen. Misschien heeft die bisschop helemaal nooit over Indo’s in zijn memoires gesproken. Of misschien zijn ze ons gewoon vergeten. Hoe dan ook: in Soegija zijn er geen Indo’s.

De Nederlandse soldaat Robert mishandelt een Indonesische jongen, terwijl Hendrik er op af rent om Robert tegen te houden.
De Nederlandse soldaat Robert mishandelt een Indonesische jongen, terwijl Hendrik er op af rent om Robert tegen te houden.

Campur
Toen ik de assistent regisseur na afloop uitlegde dat wij de derde generatie Indo’s zijn en of het klopt dat ik geen Indo’s heb gezien, begreep hij in eerste instantie mijn vraag niet. Toen iemand ‘Indo campur!’ riep, begreep hij mijn vraag beter, en legde hij uit dat de film maar een korte periode bestrijkt, dus dat ze niet alle perspectieven konden laten zien.

Medeplichtig
We zijn gewoon een onhandig displaced volkje. En tja wat denken we eigenlijk? Dat Indonesiërs nog weten wie wij zijn? Ik voel dat ik het ergens wel graag zou willen. Maar ik voel me er ook ongemakkelijk bij. Want hoe je het ook wendt of keert, Indo’s hebben het koloniale systeem in Nederlands-Indië mede mogelijk gemaakt. We waren handlangers van de belanda’s. En waren wij niet reuze blij met onze Europese status? Wij zijn medeplichtig geweest.

Indisch 3.0 met de crew van Soegija op het IFFR (foto: Angelo Vodegel 2013)
Indisch 3.0 met de crew van Soegija op het IFFR
(foto: Angelo Vodegel 2013)

Indonesisch perspectief
Dus ja, kasian voor ons, deze film gaat niet specifiek over onze struggle. Maar, als je de kans hebt moet je deze film wel gaan zien. Ten eerste is het werkelijk een verademing om een keer vanuit Indonesische perspectief een film over het koloniale verleden te zien. Ten tweede is dit de eerste film over Nederlands-Indië, die voor mijn gevoel een realistisch beeld gaf van het straatbeeld, de kleding en de verhoudingen Europeaan – Indonesiër in deze periode.

Aarde der mensen
De geruchten gaan dat in de nabije toekomst het boek Bumi Manusia (Aarde der mensen) van Pramoedya Ananta Toer verfilmd gaat worden. In dat boek wordt de Indo veelvuldig beschreven, dus dan kunnen we onze lol op. Tot die tijd hoop ik dat Soegija in de Nederlandse bioscopen komt, want ik wil ‘m nog een keer zien.

Emo over Indonesië

De toekomst van Indonesië volgens Adriaan van Dis en Ahmad Tohari

Ik vind dat ik als derde generatie Indo maar bar weinig over het huidige Indonesië weet. Ik wil mijn kennis over Indonesië wel vergroten, maar de pogingen die ik tot nu toe heb ondernomen, zijn niet heel succesvol geweest. Ik volg op facebook The Jakarta Post en heb wat boeken over moderne Indonesische kunst aangeschaft. En daar houdt het dan ook wel een beetje op. Adriaan van Dis, ook een Indo, heeft onlangs de documentaire reeks ‘Van Dis in Indonesië’ gemaakt, waarmee hij op een laagdrempelige manier Indonesië de Hollandse huiskamers in probeerde te krijgen. Maar ook die serie sprak me niet aan en heeft me niet veel bijgebracht.  Soms doe ik dus gekke dingen, in de hoop dat ik daarna wat meer snap van het land. Afgelopen zaterdag ging ik bijvoorbeeld naar Writers Unlimited waar de ‘toekomst van Indonesië’ zou worden besproken. 

Emo
Oke toegegeven, soms werd ik om onverklaarbare redenen wel emo door de documentaire ‘Van Dis in Indonesië ‘. Vaak door de gekste dingen. Zoals een misplaatst gevoel van heimwee toen ik een palmboom met zijn palmbladeren over de vensters van de voorbij razende trein zag glijden. Vraag me niet waarom. En ja, ik kreeg– en ik wil dit echt niet, hè – tranen in mijn ogen bij een gamelandeuntje waar iemand in het Indonesisch doorheen praatte. Maar verder vond ik de reeks documentaires gewoon een beetje irritant. Van Dis die als verwonderde Indo-Europeaan op ontdekkingsreis gaat tussen al die wonderlijke Indonesische creatures. Zijn blik is teveel: ‘Kijk eens naar die Ander! Die Ander lijkt op m’n oma! En daar word ik zo lekker melancholisch van.’ Eigenlijk blijft Indonesië ver weg. Ik wil Indonesië dichterbij.

Ahmad Tohari (c) Sarah Klerks / Indisch 3.0 2013
Ahmad Tohari (c) Sarah Klerks / Indisch 3.0 2013

De toekomst van Indonesië
Bij Writers Unlimited gaat dezelfde Van Dis in gesprek met Ahmad Tohari over de toekomst van Indonesie. Tohari is een rebel. Hij schrijft over de misstanden en armoede in Indonesië. Hij heeft branie en zegt over zijn schrijverschap: ‘Ik zal door blijven schrijven zolang als ik me boos kan maken.’ Wie houdt er niet van zo’n man? Het gesprek wordt geleid door correspondent Michel Maas en ze gaan dus niets minder dan de ‘toekomst van Indonesië’ bespreken. Misschien zal ik hierdoor eindelijk meer over het moderne Indonesie te weten komen. Ik vraag me wel af of ze in Indonesië ook discussies organiseren waarin de toekomst van Nederland wordt besproken, maar dat terzijde.

Indonesiërs zijn lief
Indonesië kwam wel een beetje dichterbij tijdens het gesprek; er waren Indonesiërs, het ging over Indonesië, er werd Indonesisch gesproken en Van Dis bekende dat hij Indonesiërs lief vindt. Het ging alleen niet over de toekomst van Indonesië. Althans, alleen Tohari sprak over de toekomst. Hij had hoop. Van Dis en Maas wilden liever over de huidige problematiek praten. Corruptie en Islam, daar moest het gesprek over gaan. Oja, en ook beetje over hen zelf: het Nederlandse koloniale bewind in Indonesië. Van Dis had Tohari’s boek Rad van de Regenboog gelezen en was in shock vanwege het vele geweld dat er in voorkomt. Van Dis, zichtbaar aangedaan: ‘Ik vind Indonesiërs de liefste mensen op de wereld. Ze lachen altijd. En dan opeens, uit het niets, kunnen ze zo gewelddadig zijn! Hoe kan dat?’ Wat dacht je hier van, Adriaan: misschien zijn het net mensen? Heb je niet net wekenlang een documentaire over hen gemaakt? Tohari antwoordde trouwens wijselijk dat de Indonesiërs gewoon een beleefd volk zijn.

Writers Unlimited (c) Sarah Klerks / Indisch 3.0 2013
Writers Unlimited (c) Sarah Klerks / Indisch 3.0 2013

West-Europees doof
Het gesprek ging uiteindelijk weinig over de toekomst. Het was meer een ongemakkelijke ontmoeting tussen Oost en West, waarin Oost graag wilde vertellen over Oost, en Oost ook wat mocht zeggen van West, maar waar er niet echt naar Oost werd geluisterd. West wilde zelf praten. Als Maas vroeg of religie een probleem is in Indonesië, en Tohari antwoordde dat religie voor hem  zijn ‘thuis’ is en Islam liefde, was Maas niet tevreden met een dergelijk antwoord. Religie was namelijk wel een probleem, volgens hem. Hij had het zelf gezien.

Naar huis
Genoeg. Ik loop terug naar het station en het is ijs- en ijskoud. Als ik het station bereik, is er weinig hersenactiviteit meer mogelijk, mijn hersenvocht is bevroren. In de etalageruit van de Starbucks zie ik de weerspiegeling van een Marokkaans meisje met Italiaanse features. Alleen is dit Marokkaans uitziende meisje een Indo. En ze vraagt zich af: wat doe ik in dit fucking koude land? Koffie uit Java schenkt verlichting. En natuurlijk wordt er in de rij van de Starbucks weer voorgedrongen door een lange Nederlandse man. Hij weet niet hoe rijen werken, zegt hij. De Indische barista zegt dat hij achteraan mag aansluiten. De Indische barista blijkt Kaapverdiaans te zijn.

PhotoFriday #3: Wim Manuhutu over Sinterklaas

Het Sinterklaasfeest in Nederlands-Indie © Collectie Tropenmuseum

‘Sinterklaas vieren had dezelfde status als het spreken van Nederlands’

Deze PhotoFriday #3 bespreekt historicus Wim Manuhutu de Sinterklaasviering in Nederlands-Indië. De gekozen foto komt uit de collectie van het Foto zoekt familie-project van het Tropenmuseum. Deze foto’s komen uit albums die zijn gevonden door Nederlandse militairen in verlaten huizen vlak na de oorlog. Nu, meer dan zestig jaar later, worden deze overgebleven albums gedigitaliseerd en zullen binnenkort online te bekijken zijn.

Het Sinterklaasfeest in Nederlands-Indie © Collectie Tropenmuseum
Het Sinterklaasfeest in Nederlands-Indie © Collectie Tropenmuseum

Europeanen vieren feest
In de aanloop naar pakjesavond op 5 december hebben we alvast deze foto van een Sinterklaasviering bemachtigd. Indisch 3.0 vraagt zich af wat de betekenis van het Sinterklaasfeest in Nederlands-Indië was. En door wie werd dit feest gevierd? Historicus Wim Manuhutu legt uit: ‘We zien hier inderdaad een Sinterklaasfeest. Dat roept meteen vragen op. Je zou zeggen dat het in een sociëteit moet zijn geweest. Waarschijnlijk in de jaren ’30 of ’40 van de vorige eeuw. Het gaat hier om mensen uit de Europese klasse. Je ziet voornamelijk blanke kinderen, maar hier en daar ook Indische kinderen. Er is rechts een wat donkerder jongetje. Is dat een wat donker uitgevallen Indo? Of misschien een Indonesische jongetje, bijvoorbeeld een Molukker? Het kan zijn dat hij etnisch misschien niet Europees was, maar dat zijn ouders door middel van opleiding en werk zich lieten gelijkstellen met een Europeaan en daardoor hogerop de sociale koloniale ladder zijn geklommen.’

Sinterklaas als statussymbool
‘Sinterklaas is een ritueel dat vanuit Nederland naar Nederlands-Indië is gebracht en liet zien uit welk sociaal milieu je kwam. Sinterklaas vieren had dezelfde status als het spreken van het Nederlands, naar Europese scholen gaan en Europese kleding dragen. Het was een manier om je te onderscheiden en afstand te nemen van de inheemse cultuur. De foto laat zien wie er eigenlijk bij hoorde in de koloniale samenleving van Nederlands-Indië, en wie niet. Foto’s zoals deze zijn een weerspiegeling van de manier waarop de maatschappij was georganiseerd. Tegelijkertijd zijn deze foto’s niet onschuldig. De foto toont een culturele praktijk dat een onderdeel uitmaakte van het koloniale systeem.’

Hoe ‘Nederlands’ zijn pepernoten en speculaas eigenlijk? © Wikipedia Creative Commons
Hoe ‘Nederlands’ zijn pepernoten en speculaas eigenlijk? © Wikipedia Creative Commons

Zwarte Piet
‘In het huidige Indonesië vind je nog steeds resten van Sinterklaas. Ook op Ambon wordt door sommige Christenen op 5 december nog Sinterklaas gevierd. Zwarte Piet wordt hier nog steeds als een boeman gezien, waar kinderen bang voor zijn. Je ziet nu in Nederland dat er vraagtekens worden gezet bij Zwarte Piet (denk aan: Zwarte Piet is racisme red.). Een grote meerderheid reageert hier emotioneel en boos op. Zwarte Piet staat kennelijk voor ‘echt Nederlands’ en mensen moeten het niet wagen aan ‘ons feest’ te komen. Een veel gehoord argument is dat het ‘eeuwenlang’ zo wordt gevierd. Dit klopt echter niet aangezien het pas in de 19e eeuw is geïntroduceerd. Frappant is het dat het oer-Hollandse bedrijf HEMA geen Zwarte Piet in haar filiaal in Londen zal neerzetten, omdat het weet dat het in verkeerde aarde zal vallen. Als de economische belangen worden bedreigd is Zwarte Piet opeens minder problematisch.’

Indo’s en Sinterklaas
‘Zeker voor Indische mensen was het over het algemeen belangrijk het Europese deel van hun afkomst te benadrukken.Het zou goed kunnen dat een culturele praktijk als Sinterklaas zelfs nu in Nederland nog steeds een bevestiging is voor de Europese identiteit van de Indische groep. Toen de Indische groep in Nederland terecht kwam had de meerderheid last van de zogenaamde ‘status deprivatie’. Ze moesten helemaal opnieuw beginnen. Om toch weer hogerop te komen in Nederland werd er in de opvoeding gehamerd op onderwijs en prestatie; bescheidenheid, aanpassen en de beste van de klas zijn. Er zijn nu ook nog steeds weinig Indo’s die zich identificeren met het huidige Indonesië. Het referentiekader blijft Nederland.’

Wim Manuhutu bespreekt voor Indisch 3.0 de Sinterklaasviering in Nederlands-Indie. ©Patricia Steur
Wim Manuhutu bespreekt voor Indisch 3.0 de Sinterklaasviering in Nederlands-Indie © Patricia Steur

PhotoFriday #2: Pamela Pattynama over de baboe

‘De baboe maakte vaak deel uit van de familie.’

Voor de tweede aflevering van PhotoFriday, ga ik op bezoek bij Pamela Pattynama, hoogleraar koloniale en postkoloniale literatuur aan de Universiteit van Amsterdam, om één van de foto’s met een baboe-figuur uit de collectie van het Foto zoekt familie-project te bespreken. Met het project Foto zoekt familie wil het Tropenmuseum fotoalbums die na de oorlog zijn gevonden teruggeven aan hun rechtmatige eigenaren of hun nazaten.

De baboe met twee Indische vrouwen aan een gezamenljik karwei. Foto: Collectie Tropenmuseum

Saamhorigheid
Pamela bekijkt de foto en legt uit: ‘Het belangrijkste wat deze foto uitdraagt is de saamhorigheid. De fotograaf heeft ervoor gekozen zowel de twee meisjes als de baboe in beeld te nemen. De twee Indische meisjes hebben vrij moderne Westerse kleding aan. Ik vermoed dat de foto in de jaren ’40 moet zijn genomen. De baboe ziet er ook mooi uit, ze heeft een armband om en lijkt deel uit te maken van de familie, zoals vaker in Indische gezinnen. Het is niet duidelijk wat de drie precies aan het doen zijn. Het lijkt er niet op dat ze de was aan het doen zijn, maar misschien zijn ze bezig met klapper of rijst? Achter de drie dames zijn nog twee figuren te onderscheiden: links een man in een tropenpak en rechts een vrouw in een gewaad.’

Volgens de auteur D.C.M. Bauduin had de baboe maar een slechte invloed op de opvoeding van het Europese kind. (Illustratie uit: Indisch Prentenboek 1, 1909, De Bussy)

Kindermeisje
De baboe kwam vaak al als jong meisje vanuit het platteland via een soort uitzendbureau in dienst bij Indische en Hollandse gezinnen. Zij was soms kindermeisje en vaak hulp in de huishouding. Er ontstond door de tijd heen een verschil tussen Indische en Hollandse gezinnen en hun relatie met de baboe. De hoogleraar vertelt: ‘Hoe meer men naar de 20e eeuw toe ging, hoe meer er een scheiding ontstond tussen de Hollandse en Indische gezinnen en ook hoe er vervolgens met de baboe werd omgegaan. In het begin van de 19e eeuw waren vooral klasse en status belangrijk, terwijl in de 20e eeuw ras echt een belangrijk onderscheidingspunt werd. Dat had natuurlijk gevolgen voor de baboe.’

Afstand
Vanaf het begin van de 20e eeuw kwamen er meer blanke vrouwen naar Nederlands-Indië. Zij moesten ervoor zorgen dat Indië Europeser werd. ‘In die tijd kwamen er ook allerlei
handleidingen uit die de nieuwkomers uit Holland leerden hoe zij met de baboe om moesten gaan. De tendens in die tijd was: je moet afstand houden, want inlandse vrouwen hebben slechte invloed op de kinderen,’ aldus Pattynama. ‘Een groot contrast met hoe er in Indische gezinnen over het algemeen met de baboe werd omgegaan; binnen de Indische grootfamilie, dus een huishouden waarin naast ouders en kinderen ook ooms, tantes en grootouders hoorden, hoorde de baboe er ook vaak bij.’ 

Vertrouwelinge
Een Indonesische baboe was minder de ander binnen Indische gezinnen, benadrukt Pamela Pattynama: ‘De schrijver Rob Nieuwenhuys (Breton de Nijs) heeft veel over de baboe geschreven. Hij beschouwde haar meer als een deel en vertrouwelinge van een Indische familie en niet echt als een bediende. In Hollandse gezinnen hadden baboes en bediendes een volstrekt andere rol , vooral  in de 20e eeuw. Indonesische mensen maakten binnen Indische gezinnen altijd al deel uit van de familie. Er waren bijvoorbeeld vaak Indonesische oma’s.’ 

Pamela Pattynama bespreekt de rol van de baboe in Nederlands-Indië. Foto: Sarah Klerks / Indisch 3.0 2012

De ander
Pattynama: ‘De term baboe wordt in het huidige Indonesië gezien als een koloniale en neerbuigende term. Er zijn in Indonesië ook veel bedienden, maar zij worden nu met het Indonesische woord pembantu (hulp) aangeduid. Wat ik heel jammer vind is dat er geen visies op de koloniale gemeenschap zijn overgeleverd vanuit de baboe-figuur zelf. Je ziet haar alleen maar door de ogen van iemand anders. Dat zegt eigenlijk ook weer veel over haar positie in de koloniale geschiedenis.’

PhotoFriday#3 zal gaan over de viering van Sinterklaas in Indië. En wil jij meehelpen aan het project van het Tropenmuseum? Ga dan naar www.voordekunst.nl. Al voor 25 euro betaal jij mee aan de ontwikkeling van een app om foto’s uit albums te taggen.

 

PhotoFriday #1: Guus Cleintuar over boksen

Ik had geen bokshandschoenen, wel een handboek over boksen.

Het Tropenmuseum wil met het project Foto zoekt Familie 335 fotoalbums teruggeven aan hun Indische eigenaren. Met de serie PhotoFriday zal Indisch 3.0 de komende maanden aandacht schenken aan een foto uit deze collectie. In deze allereerste aflevering vertelt schrijver Guus Cleintuar over boksen in Nederlands-Indië. Onze freelancer Sarah gaat bij hem op bezoek.

PhotoFriday boksen. Nederlands-Indie, waarschijnlijk omstreeks 1922. Boksen in Nederlands-Indie (Foto: Tropenmuseum)
Boksen in Nederlands-Indië, waarschijnlijk omstreeks 1922. (Foto: Tropenmuseum)

Duizend keer
Tjalie Robinson schreef erover in zijn verhaal Little Nono‘Met elke honderdste seconde de inzet van de hele persoon, met de risico van verminking en dood, maar met moed, moed, moed. Ah, een normaal verstandig mensenleven leef je maar één keer, maar een bokser leeft duizend keer!’  Het is het onderwerp van de foto die we in deze eerste aflevering gaan bespreken: boksen. Boksen was niet alleen Tjalie’s passie, het was populair onder veel Indo’s. In de collectie Indische fotoalbums zat deze foto van twee boksende jongens in een album uit 1922. Om meer van de foto en over boksen in Nederlands-Indië te weten te komen ga ik op bezoek bij een oude vriend van Tjalie, schrijver Guus Cleintuar. Cleintuar bokste zelf en schreef erover in zijn roman Jerry.

Guus Cleintuar in zijn huiskamer in Lelystad, 28 augustus 2012. Foto: Sarah Klerks/ Indisch 3.0 2012
Guus Cleintuar in zijn huiskamer in Lelystad, 28 augustus 2012. Foto: Sarah Klerks/ Indisch 3.0 2012

Lagere regionen
Op 87-jarige leeftijd is Cleintuar nog zeer scherp, hoewel zijn lichaam hem de laatste tijd in de steek laat. Met zijn door ziekte aangetaste stem kiest hij zorgvuldig zijn woorden uit, als ik hem de foto laat zien. ‘Dat zijn twee Indo’s, ik denk dat ze ongeveer 14 of 15 jaar zijn. Indo’s zijn vaak slank, ook al zijn ze gespierd. Het lijkt alsof het in een tuin is, we hadden toen grote tuinen. Ik was ook al jong in boksen geïnteresseerd. Ik had geen bokshandschoenen, maar wel een handboek over boksen. Op bezoek bij mijn opa in Cheribon kwam ik een Indo-jongen tegen die twee paar bokshandschoenen had. Hij wilde graag leren boksen. Daar heb ik voor het eerst gebokst. Er waren veel Indo’s in de bokswereld, er waren ook wel blanke jongens, maar het waren voornamelijk Indo’s en Aziaten. Onder de well-to do Indo en zeker de blanke die niet tot de lagere regionen behoorde was boksen niet populair.’

In het Jappenkamp heb ik echt leren boksen.

In leven blijven
‘Naderhand heb ik weer gebokst in het Jappenkamp. Daar heb ik echt leren boksen. Ik was niet zo goed hoor, vond ik zelf. Ik was toen 17 jaar.In het kamp waar ik zat, zat ik met een aantal bekende boksers waaronderFightingMieck. Wij sliepen samen in dezelfde zaal, we zaten met zijn achttienen in een schoollokaal. Wat moest je ’s avonds doen? Je verveelde je vaak. Je kon niet altijd treuren om thuis en in die tijd hadden we nog het idee dat de oorlog in 3 maanden afgelopen zou zijn. In die sfeer gingen we boksen. En niet onbelangrijk, iedereen wilde in leven blijven natuurlijk. Het is een manier om fit te blijven. En ook voor jezelf: kan ik dit nog? Ben ik te zwak geworden? Tot in het derde jaar werd er gebokst. Daarna werd het te zwaar.’

Aankondiging bokswedstrijd (Uit: ‘Het Nieuws Van Den Dag voor Nederlands-Indie’, 10 maart 1939)
Aankondiging bokswedstrijd. Uit: ‘Het Nieuws Van Den Dag voor Nederlands-Indie’, 10 maart 1939

Bewijzen
Boksen in het Jappenkamp als ultieme manier om te bewijzen dat je het leven nog waard bent. En dan in het kamp zitten met de legendarische Fighting Mieck. De Indo Fighting Mieck hoort in het rijtje thuis van de beroemde boksers in Indië als BennyVodegel, de gebroeders Njoo en Luis Blanco. Gevechten vonden plaats in bijvoorbeeld het Deca-park of in Concordia in Bandung. Onder veel Indo’s was boksen dus populair, hoewel het kennelijk voor sommige Indo’s ‘not done’ was. Kan jij ons meer vertellen over boksen in Indië of over deze foto? Laat een reactie achter.

PhotoFriday#2 zal gaan over de baboe: de hulp of kinderverzorgster, in Nederlands-Indië.

Recensie: Koloniale geschiedenis hoorcollegereeks

Koloniale geschiedenis hoorcollegereeks. Foto: (c) Sarah Klerks/ Indisch 3.0 2012.

Blanke vertellingen: over de ‘geruisloze’ geschiedenis van het kolonialisme.

Grote kans dat je op school of op de universiteit weinig over je Indische geschiedenis hebt geleerd. Bij mij was dat zeker het geval, dus om meer over mijn achtergrond te begrijpen probeer ik steeds meer te leren over onze koloniale geschiedenis. Eén van deze pogingen was het audioboek Koloniale geschiedenis. De afgelopen week schalden in dolby surround de stemmen van prof. dr. Leonard Blussé en prof. dr. Piet Emmer uit de speakers.

Het woord ‘Indo – Europees’ is niet één keer gevallen

Tien hoorcolleges lang heb ik geluisterd naar hun ideeën over de Europese koloniale expansie en in het bijzonder die van Nederland. Ik heb geluisterd naar deze cd’s vanuit mijn Indo-perspectief. Dat wil zeggen dat ik er op heb gelet in hoeverre de Indo en Indo-Europese of Indische cultuur ter sprake komen en vanuit welk perspectief de sprekers de geschiedenis vertellen.

Koloniale geschiedenis hoorcollegereeks. Foto: (c) Sarah Klerks/ Indisch 3.0 2012.
Koloniale geschiedenis hoorcollegereeks. Foto: (c) Sarah Klerks/ Indisch 3.0 2012.

Ontkenning van de Indo
Ik zal maar meteen verklappen dat de Indo en Indo-Europese of Indische cultuur totaal niet aan bod komen in deze hoorcolleges. Het woord ‘Indo – Europees’ is niet een keer gevallen, laat staan het woord ‘Indo’. Als ik deze hoorcolleges Koloniale Geschiedenis mag geloven, hebben wij niet eens bestaan. Nu zijn er drie momenten waar ik vermoed dat er over de Indo wordt gesproken, hoewel we dus niet bij naam genoemd worden. Kennelijk zijn dat momenten waarop de sprekers niet om ons heen kunnen. Dat is ten eerste wanneer er gesproken wordt over het ‘probleem’ van het legaliseren van de kinderen uit gemengde huwelijken tussen Europeanen en inheemse vrouwen , oftewel ‘de njais’. Dat waren onze voorouders! Ten tweede wanneer er gesproken wordt over de ‘corrupte’ en ‘parasitaire’ bourgeoisie in de kolonie die niet in het moederland (dus Nederland) geboren is. Ten derde wanneer kort de ‘geruisloze integratie’ van migranten uit Nederlands-Indië in het moederland na de dekolonisatie wordt vermeld. Dit alles zonder enige vermelding van de naam die wij hebben, Indo’s, of Indo-Europeanen.

De Indo en de Indische cultuur komen totaal niet aan bod.

Eurocentrisch perspectief
Het perspectief van de sprekers is behoorlijk eurocentrisch, met ook geen of nauwelijks aandacht voor de gevolgen van het kolonialisme voor de inheemse bevolking. Opvallend is dat de geschiedenis voornamelijk in theoretische en bestuurlijke termen wordt uitgelegd: het wordt maar niet concreet. Oude bekenden zoals J.P. Coen en Van Heutsz passeren alleen de revue tijdens de beschrijvingen van hun bestuurlijke ideeën. Wat echter de levensbedreigende gevolgen van deze ideeën in de praktijk waren voor de plaatselijke bevolking blijft onderbelicht. Bij Daendels, die de Grote Postweg heeft laten aanleggen, wordt nog net vermeld dat bij de aanleg van deze weg ‘veel mensen zijn omgekomen’. Waarom niet vermelden dat er 12.000 mensen hierbij zijn omgekomen? Het cultuurstelsel wordt geroemd vanwege de winst die het Nederland bracht. Over het verplichte werk dat de plaatselijke bevolking moest doen wordt gezegd ‘je zou het zelfs dwangarbeid kunnen noemen’. Dit lumineuze idee wordt echter meteen afgeserveerd als ‘overdreven’: het cultuurstelsel was gebaseerd op al ‘bestaande corveediensten’. Met andere woorden: omdat de plaatselijke bevolking toch al uitgebuit zou worden door plaatselijk heersers en dat de Nederlanders dit systeem slechts overnamen, mag je het geen dwangarbeid noemen. Interessant.

Het cultuurstelsel wordt geroemd vanwege de winst die het Nederland bracht.

Het kasteel van Batavia, gezien vanaf de Kali Besar West. (Andries Beeckman/Rijksmuseum)
Het kasteel van Batavia, gezien vanaf de Kali Besar West. (Andries Beeckman/Rijksmuseum)

‘Geruisloze’ dekolonisatie
Volgens Emmer is de dekolonisatie geruisloos verlopen. Aan het eind van de reeks hoorcolleges begint hij zich dan ook opeens af te vragen: ‘Waarom kunnen we zo ontspannen luisteren naar een verhaal over dekolonisatie? Waarom heeft die dekolonisatie geen diepere wonden geslagen en sporen nagelaten in het moederland?’ Dit zijn vragen die slechts kunnen komen van iemand die als elite vanuit eurocentrisch perspectief spreekt. Het zijn in elk geval niet de vragen die bij mij opkomen als ik mij buig over het koloniaal verleden en de dekolonisatie. Ik ben niet ontspannen en voel wel degelijk een wond. De wond die ik ook weer voel als ik naar de hoorcolleges luister. Mijn bestaan als Indo in de koloniale geschiedenis en daarmee ook in de huidige maatschappij wordt ontkend. Bovendien worden de gevolgen van het Nederlands kolonialisme voor de Indische gemeenschap en Indonesië niet genoemd.

Volgens Emmer is de dekolonisatie geruisloos verlopen.

Deze hoorcolleges hebben mij niet veel nieuwe kennis opgeleverd over de koloniale geschiedenis. Ik heb wel meer geleerd over het eurocentrische discours dat in de Nederlandse cultuur bestaat als het koloniaal verleden wordt besproken. Ik raad deze hoorcolleges dan ook af mocht je naar echte kennis over je koloniale geschiedenis op zoek zijn. Maar ben je een Indo die tijdens de rijsttafel altijd begint van ‘Maar het kolonialisme heeft ook goede dingen voortgebracht, denk aan de infrastructuur en onderwijs!’ dan is deze reeks echt wat voor jou. Ik ga op zoek naar boeken of artikelen die minder eurocentrisch zijn.

Koloniale geschiedenis NRC Next

Wil jij deze hoorcollegereeks zelf beluisteren? We geven ons exemplaar weg. Stuur voor 31 augustus a.s. een mailtje met je adresgegevens naar redactie@indisch3.nl en leg uit waarom deze cd-reeks echt bij jou thuis hoort.

Hoorcollegereeks Koloniale geschiedenis. Leonard Blussé en Piet Emmer. NRC Handelsblad Academie 2012. 53,96 euro (10 cd’s).

 

Hacking History – Monument Indië Nederland

Een reportage van Sarah Klerks over de bijeenkomst Hacking History op 5 mei 2012.

Foto en tekst: Sarah Klerks

 

Het Van Heutsz-monument, nu bekend onder de naam Monument Indië Nederland, is een monument dat sinds de oprichting in 1935 voor veel discussie heeft gezorgd. Want hoe kon men openlijk een koloniale oorlogsmisdadiger als Van Heutsz vereren in de publieke ruimte? Bekladding, vernielingen en bomaanslagen waren het gevolg. Uiteindelijk werd in 2001 besloten de naam van het monument te veranderen. In 2007 werd het monument zelfs uitgebreid en opnieuw onthuld, waarna het ineens stil werd rondom het monument.

 

Monument Indië Nederland voor de onthulling. © Sarah Klerks/Indisch3.0 2012

 

Een herinneringscultuur tot stand brengen 

Om de stilte rondom het monument te doorbreken besloten Framer Framed en het Amsterdams 4 en 5 mei Comité de bijeenkomst Hacking History op 5 mei 2012 te organiseren. Tijdens deze bijeenkomst werd er gediscussieerd over de rol en toekomst van het monument. Het monument dient als een gedenkteken met als doel de relatie tussen Nederland en Indië tijdens de koloniale periode in herinnering te roepen. Centraal in de discussie stond dan ook de vraag hoe er een herinneringscultuur tot stand gebracht kan worden.

Na een optreden van Oympia Latupeirissa werd het vernieuwde monument door kunstenaars Klaas van Gorkum en Iratxe Jaio onthuld. Met deze onthulling werden de mensen opgeroepen zelf een betekenis aan het monument te geven. Zo pleite Olympia Latupeirissa, met haar Spoken Words performance, voor de bevrijding van de Molukse gemeenschap. Meerdere malen herhaalde zij het woord merdeka (vrijheid), onder andere merdeka voor de Molukse KNIL soldaten.

 

Olympia Latupeirissa bij het Monument Indië Nederland. © Sarah Klerks/Indisch3.0 2012

 

Gevoel van miskenning

Na Olympia Latupeirissa gaf acteur Bo Tarenskeen een optreden. Hierin ging hij op zoek naar een ouderwets duikerspak en een metaaldetector. Deze twee symbolische objecten had hij nodig om het in het verleden gestolen Van Heutsz plakkaat op te kunnen duiken. (Naar verluid zou het plakkaat in het water zijn gegooid.) Bo Tarenskeen concludeerde dat het monument stond voor het gevoel dat de Indische geschiedenis niet erkend werd in Nederland. Hij vroeg zich af of het monument dit gevoel van miskenning zou kunnen verzachten.

Na Bo Tarenskeen hield ik een speech. Ik gaf aan de geschiedenis van het monument symptomatisch te vinden voor het onvermogen van Nederland om op een volwassen manier haar koloniaal verleden te verwerken. Naar mijn idee zou het beter zijn het monument weer het Van Heutsz-monument te noemen en vermelding te maken van de oorlogsmisdaden die Van Heutsz heeft begaan. Op deze manier kan de confrontatie met het pijnlijke koloniale verleden eindelijk eens echt beginnen.

 

Bo Tarenskeen & Sarah Klerks. © Sarah Klerks/Indisch3.0 2012

 

Verdeelde meningen

Het buitenprogramma werd afgesloten door presentatrice Sylvia Dornseiffer, waarna alle aanwezigen uitgenodigd werden voor de vrijheidsmaaltijd in het tegenovergelegen Amsterdams Lyceum. Tijdens de maaltijd bleek wel dat het evenement niet onopgemerkt was gebleven, niet in het minst door de aanwezigheid van vele BINDO’s (Bekende Indo’s). Onder meer Nancy Jouwe, John Jansen van Galen, Jet Bussemaker, Sylvia Pessireron en Yvonne van Genugten deelden hun mening met de gasten.

Tijdens het diner waren de meningen duidelijk verdeeld over het monument. Sommigen wilden dat ook de goede daden, of de tweeslachtigheid van Van Heutsz, bij het monument zouden worden vermeld. Hierbij werd gedacht aan zijn ethische politiek. Ik geloof dat ik mij bijna verslikte in mijn nasi rames na het horen van deze gedachte. Het is duidelijk dat de discussie over dit monument zeer levendig is. Dat doel van de bijeenkomst is behaald. Maar of er sprake zal zijn van zoiets als een levendig herinneringscultuur rondom dit monument? Daar zet ik mijn vraagtekens bij.

 

Tijdens de vrijheidsmaaltijd. © Sarah Klerks/Indisch3.0 2012


Kartinidag 2012: opkomen voor vrouwenrechten

Kartinidag 2012. (c) Sarah Klerks/ Indisch3.0 2012

Kartinidag 2012. (c) Sarah Klerks/ Indisch3.0 2012Zeker voor herhaling vatbaar.

Sinds 1964 viert Indonesië op 21 april de Kartinidag. Raden Ajeng Kartini wordt  gezien als nationale heldin en als een van de eerste voorvechtsters van gelijke rechten voor de Indonesische vrouw. Ita Amahorseija bedacht samen met de familie Pattipilohy dat het mooi zou zijn ook deze eerste Kartinidag in Amsterdam te gaan organiseren.

Zaterdag 21 april 2012 is het dan zover en staat de Van Eesterenzaal in Amsterdam Slotervaart in het teken van Kartini en de vrouwenrechten in Indonesië en Nederland. Op het programma staan onder andere interviews en toespraken van Cisca Pattipilohy, Christine Nanlohy  en lid van de derde generatie Iranila Pattipilohy.

Iranila met haar loempia's op Kartini-dag 2012. (c) Sarah Klerks/ Indisch3.0 2012
Iranila Pattipilohy met haar loempia's op Kartini-dag 2012. (c) Sarah Klerks/ Indisch3.0 2012

Terwijl het publiek binnenstroomt, zingt zangeres Mary Afdan met de aanwezigen alvast het Kartini-lied. De familie Pattipilohy is duidelijk aanwezig, bij de ingang verkoopt de jongste telg Iranila Pattipilohy (15) de kaartjes en binnen zit het boegbeeld van de emancipatie voor vrouwen met wortels in Nederlands –Indië, Cisca Pattipilohy (86). Zij heeft zich haar leven lang ingezet voor vrouwenrechten en is tot op de dag van vandaag nog steeds erg actief. De catering Amoriza is de rijsttafel aan het voorbereiden, terwijl Iranila het publiek trakteert op haar zelfgemaakte vegetarische loempia’s uit haar eigen loempialijn.

De dag is een gezellige, informele, wat chaotische dag, maar het enthousiasme en de vastberadenheid van de aanwezige vrouwen overtuigt en inspireert.

Gastvrouw Ita Amahorseija is blij met de opkomst van de ongeveer honderd gasten en ook de diversiteit van het publiek doet haar goed. De dag begint met een interview met Cisca Pattipilohy die vertelt wie Kartini was en wat haar invloed is geweest. In Nederlands-Indië werd er over de Javanen gesproken alsof zij ‘dom en lui’ waren. Dit idee vocht Kartini aan. Zij vond dat Javanen en zeker de vrouwen dan op zijn minst recht op onderwijs moesten hebben.

Ook kleindochter Iranila Pattipilohy wordt geïnterviewd en zij vertelt over haar passie voor het wedstrijdzwemmen en ondernemen. Voor haar onderneming ‘Meer Voor je Kleedgeld’ won ze de Egeria Jonge Ondernemersprijs.Voor Iranila zijn haar oma en haar zus Kai belangrijke vrouwelijke inspiratiebronnen. Haar zus is ook een succesvol ondernemer en staat altijd klaar om Iranila te helpen. Van de Molukse Vrouwen Raad is Christine Nanlohy aanwezig om te vertellen over de geschiedenis van de Molukse migranten en de huidige situatie van de Molukse vrouwen.  De stichting wil taboes zoals huiselijk geweld bespreekbaar maken en de participatie aan het hoger onderwijs onder Molukse vrouwen stimuleren.

De poco poco op de Kartinidag in Amsterdam. (c) Sarah Klerks/ Indisch 3.0 2012
De poco poco op de Kartinidag in Amsterdam. (c) Sarah Klerks/ Indisch 3.0 2012

De dag is een gezellige, informele, wat chaotische dag, maar het enthousiasme en de vastberadenheid van de aanwezige vrouwen overtuigt en inspireert. Bezoekster van de Kartinidag Tjheng Hwa Tjoa stond in de jaren ’70 al op de barricades voor vrouwenrechten. Emancipatie van de vrouw zal altijd verweven zijn met haar leven, net zoals haar Aziatische identiteit. “Hoewel ik nu niet meer op de barricades zal staan, steun ik wel de initiatieven van de nieuwe generatie. Als de jonge generatie me nodig heeft zal ik er zijn”.

Jammer dat in het onderwijs in Nederland weinig aandacht is voor de geschiedenis van Nederlands-Indië en Indonesië.

Bezoekster Lesley-Ann (24) zegt dat voor haar vrouw-zijn een belangrijke rol speelt voor haar identiteit, hoewel haar Indische wortels natuurlijk ook een grote rol spelen. Voor deze dag had ze nog niet van Kartini gehoord, dus dat heeft ze wel even moeten googelen. Ze vindt het jammer dat in het onderwijs in Nederland weinig aandacht is voor de geschiedenis van Nederlands-Indië en Indonesië.

Mede-organisator Cisca Pattipilohy benadrukt ook dat de derde generatie haar koloniale geschiedenis goed moet kennen: “Zorg dat jullie de koloniale geschiedenis kennen, dan zullen jullie ook de huidige problematiek beter gaan begrijpen”. Met de wijze les van Tante Cis op zak ga ik maar eens de brieven downloaden van Kartini ‘Door Duisternis tot Licht’. De poco-poco laat ik voor wat het is en terwijl ik het pand verlaat besluit ik dat de Kartinidag zeker voor herhaling vatbaar is.