Tastbaar Verleden in het hier en nu

Nederlands-Indië is hip in Indonesië. Wat is er aan de hand?

Aankomende dinsdag ben ik te gast als spreker op een avond over culturele identiteit en herwaardering van gezamenlijk erfgoed van Nederland en Indonesië. Een programma georganiseerd door Stichting Tastbaar Verleden en de Nederlands-Indië Tafel, Geschiedenis Tafel en de Kunst en Cultuurtafel van de Koninklijke Industrieele Groote Club met vier sprekers over artistieke inspiratie en persoonlijke verhalen – en natuurlijk een heerlijke rijsttafel.

De avond is de aanloop naar een grote kunstmanifestatie in 2015 in Nederland èn Indonesië. Dat jaar is het zeventig jaar geleden dat Nederland werd bevrijd en dat de republiek Indonesië werd uitgeroepen. In dit toekomstige herdenkingsjaar zullen tien Nederlandse en tien Indonesische hedendaagse kunstenaars (beeldend kunstenaars, filmers, schrijvers, theatermakers, dichters, componisten etcetera) met nieuw werk reflecteren op het breukvlak in een gedeelde geschiedenis. Centraal staat daarbij de vraag wat de invloed van deze gedeelde historie is op hun identiteit.

Een gedeelde geschiedenis
Deze gedeelde historie is precies waar ik het over wil hebben dinsdagavond. Er kan veel gezegd worden over het (voort)bestaan van een Indische identiteit bij de jongere generaties Indo’s. Zoals de stichting het formuleert in de aankondiging: “Tweede en 3e generatie Indische Nederlanders worden zich steeds meer bewust van hun persoonlijke identiteit en erfgoed van ouders en grootouders. Met het vergrijzen en verglijden van de eerste generatie verdwijnt ook de mondelinge overlevering in rap tempo.”

Ik ben niet bang voor het verdwijnen van het Indische.

Toch ben ik niet bang voor het verdwijnen van ‘het Indische’. De mondelinge overlevering van geleefde herinneringen (van ervaren gebeurtenissen) zullen verdwijnen. De laatsten van de eerste generatie, onze grootouders, zullen er niet meer zijn om het na te vertellen. Maar als we goed hebben geluisterd, en tussen de regels door hebben gelezen, is er een hoop wat we weten. En dan is er nog de tweede generatie, onze ouders, om de verhalen door te geven. Een kanttekening is dat zij het niet zelf hebben ervaren, en er meer ruis is. Maar de ruis is er altijd al geweest.

Ook geleefde herinneringen zin sterk gekleurd door de persoon die het verteld, door trauma, door zeer uiteenlopende persoonlijke situaties, door het bagatelliseren van ongemak. Ondanks dat heeft de eerste generatie een gezamenlijk verleden overgedragen. Hetzij gekleurd, maar welke (post-)herinnering is dat nu niet? Ook nostalgie is gekleurd door een roze bril, maar daardoor niet minder waar.Ook met het wegvallen van de eerste bron hebben we een gedeelde historie. Dat weten we, nu moeten we ervoor zorgen dat we het niet vergeten, en herinneren in het hier en nu.

Nostalgie is gekleurd door een roze bril.

Ons gezamenlijke erfgoed: een trending topic in Indonesië en Nederland
De andere drie sprekers zijn:
Hans Goedkoop, historicus, schrijver en TV presentator van o.a. Andere Tijden en bestuurslid van de Stichting Tastbaar Verleden vertelt over zijn boek ‘De Laatste Man’, het verhaal van zijn grootvader, generaal-majoor Van Langen, de man die in 1948 Soekarno arresteerde.
Ben de Vries, senior beleidsmedewerker van de Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed, vertelt over het hedendaags gebruik in Indonesië van gedeeld erfgoed.
Bo Tarenskeen, toneelschrijver, acteur en filosoof, over het Nederlands-Indische perspectief als “condition humaine”.
Dinsdag 10 september 2013 om 18.00 uur
KIGC, Dam 27 in Amsterdam.

Programma:

18.00 uur Borrel en ontvangst
18.45 uur  Presentaties

Voor niet-leden van Koninklijke Industrieele Groote Club:
Als je op deze bijzondere avond aanwezig wilt zijn dan ben je van harte welkom. Stuur dan een e-mail naar Marga Bosch (mgbosch@smartartvise.nl). Geef dan de namen van die personen op samen met zijn/haar e-mail adres voor de bevestiging vanuit de IGC. De borrel en de rijsttafel zijn op eigen rekening.

Ngroblog: Bahasa Indonesia (ondanks dat oma het verbiedt)

Mam, heb je een boekoe pienter voor ons? Ik wil onze kinderen graag Bahasa Indonesia leren. Omdat we straks op plekken komen waar wellicht alleen dialecten gesproken worden is dat wel handig om ons verstaanbaar te maken.  Hoe deden jullie dat trouwens vroeger? Spraken jullie met de baboe, de djongos, de kokkie en de kinderen op straat Nederlands of Indonesisch?

De getallen, hoe je jezelf voor te stellen en vooral de grappige woorden worden opgeschreven
De getallen, jezelf voorstellen en vooral de grappige woorden worden opgeschreven

Mijn moeder vertelde me dat er thuis absoluut geen pasar Maleis gesproken mocht worden. ‘Wij zijn Nederlanders en dit is onze moedertaal,’ werd er door je oma ingeprent en je kon een draai om je oren krijgen wanneer ze het toch hoorde. Toen ze in Nederland kwamen in ’51 spraken mijn ooms en tantes dan ook algemeen beschaafd Nederlands. Helaas bleken sommige Zeeuwen dan weer onverstaanbaar.

Om ons nog meer onder te dompelen in de cultuur en korte gesprekken te kunnen voeren ben ik begonnen om de kinderen enige woorden bij te brengen. Dit gaat heel speels met een Moluks kwartetspel en ook een Molukse memory hebben we op de kop kunnen tikken. Zo weten onze kinderen wat een rumah, een sapu lidi en zelfs een parang is. Ze spreken oma nu ook liefjes aan met nenek.

De spelletjes worden aangevuld met sprookjes van Wieteke van Dort. De liedjes die ze zowel in het Nederlands als in het Indonesisch zingt kennen ze nu helemaal. Mijn oudste noteert de vele woorden op een poster, zodat we het elke dag zien. En zo hopen we, ondanks dat oma het verbiedt, een aardig woordje Bahasa mee te kunnen praten.

P.s. Het kwartet- en memoryspel is te bestellen bij http://www.toko-buku.nl/spellen

Ngroblog: Vragen stellen…

Mijn moeder overleed in 2011 en had Alzheimer.

Het beste bewijs dat dementie een soort sluipmoordenaar is, wordt geleverd in de bijzondere film ‘The Curious case of Benjamin Button’. De film brengt de gedaanteverandering prachtig in beeld. De ziekte herbergt verschillende thema’s voor mij. Het gaat over verlies, boosheid, onbegrip, verdriet. Daar kan ik een theatervoorstelling overmaken, oh… idee?!!

Op het moment van afscheid nemen, loslaten, zijn er de vragen. De dingen die je graag had willen weten. Ik heb mijn moeder de vragen over vroeger niet meer kunnen stellen.De kloof van generaties? Zij, ouders, deelden weinig, wij, kinderen, vroegen te weinig?

Ik kies ervoor om niet meer in de valkuil van (valse) bescheidenheid te stappen. Dit jaar is mijn jaar van het vragen stellen. Het is een gesprekstechniek, die niet per definitie in mijn DNA zit. Zie mijn vorige blog, over kinderen, die vragen…

In het onderstaande filmpje zit mijn vraag aan jou.


De weg van samen naar Een, zit vol met vragen…

Ik wens je een plezierige dag vol vragen!

3.0 op de werkvloer: Michael Driebeek van der Ven

Naam: Michael Driebeek van der Ven

Geboortedatum en -plaats:

8 juli 1968 te Oegstgeest NL

Beroep: International Storyteller

 

Afkomst Indisch wortels: *via wie ben je Indisch


Ik ben eerlijk gezegd opgegroeid met weinig tot geen besef van onze Indische achtergrond. Het voelde ook niet als iets dat werd verzwegen hoor, maar het leek simpelweg gewoon niet aanwezig te zijn. Wij wisten wel dat mijn grootmoeders familie (Bé Swart, de moeder van mijn moeder) daar gewoond had maar zij sprak er eigenlijk nooit over. En als ze erover sprak werd het gebagataliseerd met en passant opmerkingen als: “We hebben er maar even gezeten, hoor.” en “Het stelde niet veel voor.”

Zij stierf toen ik 10 jaar oud was en zo nam zij eventuele verhalen mee naar de andere kant.

Michael Driebeek van der Ven © foto Indisch 3.0 - Tabitha Lemon
Michael Driebeek van der Ven © foto Indisch 3.0 – Tabitha Lemon

Haar huis is vervolgens 30 jaar lang eigenlijk niet opgeruimd geweest omdat de jongere broer van mijn moeder het wilden houden zoals het was. Pas na zijn overlijden (mijn moeder en haar zusjes waren al vele jaren daarvoor overleden) konden wij als kleinkinderen eindelijk het huis van mijn grootmoeder gaan opruimen. Hierbij stuitte ik op meer Indische dingen dan ik had verwacht, soms verborgen onderin kastjes en in kisten op zolder, en ik begon mij af te vragen hoe lang dat “We hebben er maar even gezeten, hoor.” eigenlijk is geweest?

Na wat onderzoek kon ik al 6 generaties terug vinden in Indië. Dat is bijna 200 jaar! Wel iets meer dan het ‘even’ waarmee wij zijn opgegroeid.

Hoe ben je begonnen als storyteller?

Toen ik klein was kon het gebeuren dat mijn ouders op het terras zaten en dat er opeens allemaal mensen de tuin in kwamen lopen met een stoel in hun hand. Met die stoel liepen ze dan naar de achterkant van de tuin en zetten ‘m neer voor het kippenhok. De eerste keer dat dat gebeurde keken mijn ouders elkaar aan en zeiden: ‘Wat gaan die nou doen?’. Wat bleek; ik had op het dak van het kippenhok een podium gemaakt en gaf een voorstelling voor de ouders en kinderen uit de buurt. Verhaaltjes van niets vermoed ik maar ik had het helemaal zelf geregeld.

Vervolgens heb ik jarenlang school- en studententoneel gedaan en mijn moeders zusje, tante Pop, zei ieder jaar: “Heb je je beroep er al van gemaakt? Dit is wie jij bent, hoor. Ik weet dat.” Uiteindelijk switchte ik van Rechten naar Toneelschool en zei mijn moeder: “Hè, hè, eindelijk!” en was mijn vader apetrots op mijn stap. Ojojojoj, toen begon het echt leuk te worden. Iets studeren wat je graag wilt weten en kunnen is iets compleet anders dan iets studeren dat ‘best wel interessant is’. Ik heb genoten van die jaren en het was uiteindelijk tijdens mijn Masterstudie aan The International School of Storytelling in Londen (UK) dat alles helemaal op zijn plaats begon te vallen.

Welke voorstelling/welk optreden is je het meest bijgebleven?

Michael vertelt over de Nederlandse kapitein Willem van der Decken en de legende van de Flying Dutchman © foto Indisch 3.0 - Tabitha Lemon
Michael vertelt over de Nederlandse kapitein Willem van der Decken en de legende van de Flying Dutchman © foto Indisch 3.0 – Tabitha Lemon

Met enige regelmaat vertel ik verhalen op de dementie afdeling van het bejaardentehuis. Dat is zo geweldig om te doen! Ik trek de lichtblauwe gordijnen dicht en ik draai ieders stoel er naar toe en schilder het verhaal met mijn woorden op het gordijn. Ik zeg dan bijvoorbeeld: “Er was eens een vijver, met glinsterend water en riet langs de randen. Zien jullie de vijver?”. “Oh jaaaa, prachtig!” zeggen ze dan allemaal.

Het zijn altijd simpele verhaaltjes over een pad die van God een appel moet vinden in een dennenbos of over de dochter van de Sultan die zichzelf zo geweldig vindt dat geen prins voor haar goed genoeg lijkt. Steeds ontdek ik dat een simpel verhaal enorme dieptes in zich meedraagt. Mijn taak is het om zorgvuldig de beelden neer te zetten; het verhaal doet zelf de rest.

Heeft jouw Indische achtergrond invloed op jouw manier van storytelling?

Ik denk het zeker want het vertellen van verhalen is mij met de paplepel ingegeven; alles wordt met groot plezier binnen mijn familie doorgegeven in de vorm van een verhaal liefst ook helemaal in beweging uitgebeeld.

De aardse wereld en de spirituele wereld zijn daarbij altijd als vanzelfsprekend met elkaar in contact. Allerlei ooms en tantes, dood èn levend, passeren in die verhalen de revue en nemen ons overal mee naar toe. Behalve dus naar Indië, daarover werden nauwelijks verhalen verteld. Ik ben dat pas de laatste jaren gaan realiseren en toch merk ik dat er op andere manieren enorm veel toch is doorgegeven. Ik zie dat terug in hoe wij de dingen doen, hoe wij tegen dingen aankijken en vooral hoe wij met elkaar omgaan. Om maar een cliché te noemen: iedereen kan altijd blijven eten en een logeerbed is zo in elkaar geflanst met wat kussens en een laken…

Herkennen mensen je Indische wortels?


Ik lijk op mijn vader. Maar een Indonesische vriendin zei 3 jaar geleden, toen zij een foto van mijn moeders familie zag: “Joh, ik wist niet dat jullie indo’s zijn! Jij bent zo wit…” Wij indo’s? Zo had ik onszelf nog nooit gezien. “Ja, dat zou best kunnen.” zei mijn lieve vader toen ik er naar vroeg. En inderdaad zien mijn ooms, tantes, neefjes en nichtjes van mijn moeders kant er best wel uit alsof ze zo uit de Moesson zijn weggelopen. En achteraf gezien mijn moeder ook wel enigszins, maar dat heb ik nooit gezien want dat is mijn moeder, en dan is het soms te dichtbij om goed te kunnen zien. En dan heb je soms een vriendin nodig die zegt: “Joh, ik wist niet dat jullie indo’s zijn!”

Nee, dat wist ik ook niet… (dank je Maya voor dat inzicht!)

Tijdens de voorstelling The Flying Dutchman in de Koninklijke Schouwburg Den Haag © foto Indisch 3.0 - Tabiyha Lemon
Tijdens de voorstelling The Flying Dutchman in de Koninklijke Schouwburg Den Haag © foto Indisch 3.0 – Tabiyha Lemon

Heb je iets Indisch op de werkvloer? Een voorwerp (foto, schilderij oid)?

Even denken… Ik heb mijn grootmoeder gevraagd of ik haar stem mag zijn om de verhalen naar boven te halen die zij in haar leven niet heeft weten te vertellen. Meteen de volgende dag kwam zij door met een verhaal. Zij is dus altijd bij me.

Hoe kijk jij tegen Indonesië aan? / Wat betekent Indonesie voor jou?

Het is voor mij een ontdekkingsreis die ik pas een paar jaar geleden begonnen ben maar eigenlijk al mijn hele leven duurt. Toen ik 4 jaar terug voor het eerst mijn voet zette op de luchthaven van Jakarta voelde ik dat mijn lichaam diep uitademde… eindelijk weer thuis… Een bizarre ervaring omdat ik daar nog nooit was geweest. Ik ging er naar toe voor mijn vriend die daar toen voor een project zat. Die relatie is over maar de relatie met Indonesië is toen definitief begonnen.

Ngroblog: In het hier en nu

In de tijd waarin we leven – crisis, massa ontslagen, weinig werk, faillissementen – kunnen dromen heilzaam werken. Ze geven hoop en energie om vol te houden, ook als het tegenzit. Marinus Knoope zegt daar het volgende over in zijn boek De Creatiespiraal: ‘Dromen moeten een realistisch perspectief hebben’.

Met andere woorden van dromen alleen, kunnen we niet leven. Als je wilt dat een droom in de toekomst uitkomt, zul je er vandaag hard aan moeten werken. In de afgelopen dagen ben ik een paar keer geconfronteerd met het functionele aspect van mijn dromen. Om ze te verwezenlijken, moet ik kiezen, niet alles kan tegelijk. ‘I have to kill my darlings’.

Schrappen, doorschuiven, bijstellen, alles wat helpt om tot realisatie te komen.

In het hier en nu betekent dat ik meer moet durven te vragen. Vragen om feedback, om hulp, om werk, om een opdracht, enzovoorts. Leuk… als je bedenkt, dat ik uit een gezin kom, waar het spreekwoord geldt: ‘kinderen die vragen worden overgeslagen’… 

Ngroblog: Gandong (Samen zijn wij één)

Een emotioneel lied. Over broederschap, eenheid, gemeenschappelijk. Ik heb het laatst eens vrij vertaald naar het Nederlands. Eén regel in het refrein vind ik wel heel bijzonder… : “Laat mij jou toch dragen… ik draag jou als mijn broeder” 

Voor een ieder de vraag om deze woorden eens voor zichzelf te wegen. Het lijkt een soort appèl om elkaars lasten te dragen. Een meer positievere insteek zou zijn dat door de last samen te dragen, deze als minder zwaar wordt ervaren. Soort gedeelde smart, halve smart.

Ik haal ook een uitdaging uit het lied. Hoe blijf je trouw aan jezelf binnen een dergelijk broederschap, gemeenschap? Is dat een dilemma van een 3.0 generatie?  Indisch, Moluks, Surinaams-Javaans enzovoorts… Een kernwaarde als klaar staan voor elkaar betekent niet jezelf compleet wegcijferen.
Ik voorzie een mooie beweging in het hier en nu:

Vanuit de symbiose van samen, de deur openen naar jezelf.
Gandong-e (liedje start vanaf 4e minuut in het filmpje)

'Waar blijft de derde generatie?' We zijn er al!

'The Future of Books'. Foto: www.techeblog.com

Voor het derde jaar op rij geef ik een gastcollege over de Indische derde generatie aan de Universiteit van Amsterdam. In het kader van de collegereeks ‘Indië als postkoloniale herinnering’ discussieer ik met studenten en andere geïnteresseerden die het openbaar college bijwonen. Doodeng, ontzettend leuk en heel leerzaam: voor mijzelf misschien nog het meest.

Uitdaging
In de zaal zitten enkele studenten (achterin) en een grote groep oudere toehoorders (helemaal vooraan). Ik ben benieuwd of er Indische Nederlanders tussen zitten, maar onder de – overwegend Letteren- studenten zijn geen Indo’s. De meeste ouderen hebben een speciale band met het voormalige Indië, hebben er gewoond of hebben Indische familie en kennissen. Deze groep toehoorders van alle leeftijden daagt me uit het in toegankelijke taal te hebben over online communities, hybride identiteiten en post-memory: begrippen uit mijn scriptie over drie generaties Indische identiteitsvorming: Van Pasar Malam tot I Love Indo (2009). Elk jaar is het college een goede reden om te lezen wat anderen recent over dit onderwerp schreven en opnieuw vragen te stellen. Wat staat er nu nog van mijn onderzoek overeind? Hoe profileren jonge Indo’s zich anno 2013?

De derde generatie leeft in een multimediale wereld

Post-herinneringen
Wat drie generaties Indische Nederlanders van elkaar onderscheidt, is de afstand tot bepaalde gebeurtenissen. De eerste generatie heeft Nederlands-Indië zelf meegemaakt, de tweede generatie in mindere mate en de derde generatie helemaal niet. Er is sprake van werkelijke herinneringen bij oudere Indo’s en van ‘post-herinneringen’ bij de jongere generaties: gebeurtenissen die indirect, bijvoorbeeld via verhalen, zijn overgedragen. Een van mijn bevindingen in 2009 was dat de derde generatie haar Indische identiteit anders beleeft en vormgeeft. Naast de Indische bestaan andere gelijkwaardige identiteiten: die van Nederlander, student, filmliefhebber, buurtbewoner. Ook uit de Indische identiteit 3.0 zich passend bij deze tijd: in een multimediale wereld.

'The Future of Books'. Foto: www.techeblog.com
‘The Future of Books’. Foto: www.techeblog.com

Online wereld
Internet speelt een grote rol in de identiteitsvorming van jongeren, ook bij jonge Indo’ s. In mijn scriptie noemde ik daarbij het sociale netwerk Hyves, dat inmiddels op zijn retour is. Hoe snel verandert de online wereld (en wat word ik snel oud)!  Maar het gebruik van sociale media neemt nog altijd toe en brengt iemand van ver weg virtueel dichtbij, iets dat voor de derde generatie bijna vanzelfsprekend is. Zo zocht een verre achternicht, (een kleindochter van mijn opa’s zus, die altijd in Indonesië is gebleven) via Facebook contact met mij, in haar zoektocht naar haar Nederlandse roots!

Hoe treedt Indo 3.0 naar buiten? Bijvoorbeeld door de facebookpagina van Indisch 3.0 te liken, en zo het Indische deel van zijn of haar identiteit tonen aan de buitenwereld. Daarmee profileert de generatie zich niet als eenheid, maar als een uiteenlopende verzameling individuen, die één ding gemeen hebben: een Indische achtergrond.

De derde generatie is weinig zichtbaar in de literatuur

‘Het Indische verhaal is al verteld’
Voorafgaand aan het college was een artikel van Esther Captain meegegeven. Captain was een van de eerste Indische 3.0’ers die over de derde generatie schreef. In haar essay ‘Indo rulez’ (Indische letteren, 2003) bespreekt ze de kritiek van de tweede generatie dat de derde generatie te weinig zichtbaar is in de literatuur. ‘Waar blijft de derde generatie?’, vroeg Indische letteren haar. Captain antwoordt dat ook de tweede generatie schrijvers (Marion Bloem, Adriaan van Dis, Ernst Jansz) rijkelijk laat debuteerde: de meesten naderden de veertig of waren die leeftijd al gepasseerd. Geduld is dus geboden. Daarnaast concurreert de derde generatie met jonge schrijvers van een andere migrantenafkomst. Uitgevers kiezen eerder voor het verhaal van nieuwe Nederlanders: ‘Het Indische verhaal is toch al verteld?’ Ook zegt Captain dat andere tekstuele uitingsvormen, zoals rap-teksten of de in chatrooms gebruikte taal als nieuwe literaire uiting gezien kunnen worden.

Andere verhalen
Natuurlijk, literatuur is de core-business van Indische Letteren. Maar als ik de vraag breder trek, zie ik niet waarom je alleen op papier een Indisch verhaal kan vertellen. Veel jonge Indo’s zijn muzikant, danser, presentator, acteur…Ook zij vertellen een verhaal, maar de manier waarop is anders en ja, ook het verhaal is anders. En al ligt er nog weinig van de schrijvers onder ons  in de boekhandel, online publiceren doet niet meer onder voor publiceren op papier. Dus om de vraag te beantwoorden: ‘Waar blijft de derde generatie?’ Kijk om je heen, we zijn er al!

Verder lezen?
Captain, Esther. ‘Indo rulez!’ (2003) uit Indische Letteren, 18e jaargang, nummer 4.
Iburg, Nora. Van Pasar Malam tot I Love Indo. Identiteitsconstructie- en manifestatie door drie generaties Indische Nederlanders (2010). Uitgeverij Ellessy.

Recensie: De Dubieuzen

Alfred Birney op het omslag van De Dubieuzen © www.alfredbirney.com

Levendige vertellingen van vergeten schrijvers

Alfred Birney brengt opzienbarende boeken van vergeten schrijvers aan het licht waarin het koloniale leven anders wordt omschreven dan in de bekende boeken van bijvoorbeeld Couperus en Multatuli. Geen romantische verhalen over de Gordel van Smaragd met zijn groene sawa’s en mystieke sfeer, maar levendige vertellingen over multiculturele spanningen. Een opvallende bevinding van Birney is dat de boeken geschreven door schrijvers van Indische komaf een ander, meer realistisch beeld geven van deze koloniale tijd.

Fel
In dit essay is Birney soms haast niet bij te houden. Hij vertelt fel en aan de hand van vele voorbeelden over het deel van het Indische verleden dat nieuwe Indische generaties vaak in beperkte mate wordt bij gebracht. In Birneys woorden: ‘Ontkenning van eigen rijkdom is wel de grootste armoe die er bestaat’, wat volgens hem deels de oorzaak is dat het postkoloniale debat in Nederland laat op gang kwam en niet te vergelijken is met landen als de Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk. Problemen rondom ons huidige anti-multiculturele klimaat lijken daarom nieuw maar zijn het in werkelijkheid niet.

Alfred Birney op het omslag van De Dubieuzen © www.alfredbirney.com
Alfred Birney op het omslag van De Dubieuzen © www.alfredbirney.com

Verschillen
Vooral de passages van Dé-lilah, een schrijfster anno 1850, geven een levendige weergave van het complexe bestaan in de kolonie met zijn vele culturele en etnische groeperingen. Zeker wanneer ze vergeleken worden met passages uit boeken van Nederlandse schrijvers van die tijd zie je het verschil. Hieruit blijkt dat Nederlandse schrijvers vaak niet in staat waren om aangelegenheden die voor de Nederlandse cultuur vreemd waren, duidelijk en tegelijkertijd zonder racistische ondertoon uit te leggen, terwijl Indische schrijvers zich hier op respectvolle wijze een weg door baanden. Dat Birney de verklaring hiervoor vindt in het feit dat Indische Nederlanders zich verbonden kunnen voelen met beide zijden van hun roots lijkt me een logische gedachte.

“Ontkenning van eigen rijkdom is wel de grootste armoe die er bestaat”

Dubieus karakter
Ook bespreekt Birney hoe Indische mensen zich toen, maar zeker ook nu, in een spagaat kunnen bevinden. De karakters in de voorbeelden kunnen verkeerd begrepen worden doordat hun uiterlijk en aangenomen instelling niet met elkaar stroken. Het is immers mogelijk dat Indische mensen een heel licht dan wel donker voorkomen hebben, terwijl ze zich meer verbonden voelen met het tegenovergestelde. Dit is ook precies wat hen in verhouding tot de samenleving een dubieus karakter geeft.

Wake up call
Dit boek is voornamelijk een ‘wake up call’ en vraagt de lezer om kritisch en nieuwsgierig te zijn en blijven over ons koloniale verleden. Met dit scherp geschreven essay is Birney recht voor zijn raap, maar blijft hij respectvol tegenover alle verschillende mensen, een zeer prijzenswaardige eigenschap. Wat dat betreft sluit hij zich aan bij de schrijvers die hij opnieuw heeft geïntroduceerd bij het Nederlands publiek.
De Dubieuzen erkent de frustratie onder veel Indische Nederlanders over het soms lage niveau van kennis bij de gemiddelde Nederlander over zijn eigen koloniale verleden. Daarom is het boek iedereen aan te raden die klaar is voor kritiek op de literatuur die het koloniale tijdperk beschrijft. Deze mag dan wel op literair niveau van hoge kwaliteit zijn, volgens de schrijver wordt je echter meegenomen naar een mysterieuze droomwereld in plaats van 100 jaar terug in de tijd.

De Dubieuzen. Alfred Birney. Knipscheer Publishers, Haarlem 2012. 18,50 euro.

 

3.0 in de media: Sonja Verbaarschott

Ik wil geïnspireerd blijven om mooie uitzendingen te maken

Sonja Verbaarschott (1975), Indisch via haar vader, is eindredacteur bij het jeugdjournaal. Tijdens de gezellige drukte op de NOS redactie vertelt Sonja met passie over haar baan, haar twee kinderen en de reis die ze maakte naar Indonesië.

Eindredacteur Sonja Verbaarschott © Nora Iburg / Indisch 3.0 2012
Eindredacteur Sonja Verbaarschott © Nora Iburg / Indisch 3.0 2012

Nauwelijks binnen krijg ik meteen een rondleiding op de redactie, waar medewerkers van de verschillende programma’s aan kantooreilanden werken. ‘Een leuke opstelling, want zo kun je snel met collega’s informatie uitwisselen,’ zegt Sonja. Een eindredacteur van het NOS Journaal voegt de daad bij het woord: ‘In de VS krijgt een hond een snuitreconstructie, is dat niet interessant voor jullie?’ We gaan zitten aan een hoge tafel midden op de werkvloer. Soms wordt het gesprek onderbroken voor belangrijke ontwikkelingen in de uitzending voor die avond. Maar nergens bespeur ik ook maar enige vorm van stress bij de eindredacteur, die heel natuurlijk schakelt tussen zakelijke besluiten en persoonlijke antwoorden op mijn vragen.

Lotsbestemming
Sonja’s grootouders kwamen in 1952 vanuit Sumatra naar Nederland. Opa was een oud KNIL militair, die Sonja heeft gekend als een fragiele, stille man. Met oma had ze een hechte band, van wie Sonja en haar moeder Indisch leerden koken. ‘Indisch is voor mij warmte en dat er altijd genoeg eten is. En lotsbestemming; het gevoel dat sommige dingen gewoon zo moeten zijn. Wat er Indisch aan mij is? Blijkbaar heb ik sommige gewoonten overgenomen, zoals in het kopje van een gast roeren.’ De zuinigheid die haar oma en vader aan de dag legden, heeft ze zelf niet voortgezet: ‘Dat kon soms ver gaan hoor, koffie hergebruiken bijvoorbeeld.’

Onbeschreven gevoelens van identiteit
Ondertussen laat Sonja een soepje halen, ‘In de kantine hebben ze ook zogenaamd Indisch eten. Dat moet je dus niet eten hier…’ Tijdens haar studie journalistiek woonde Sonja in een studentenhuis in Amstelveen. ‘In die tijd (begin jaren negentig, red.) kon ik nog aanspraak maken op een minderheidsregeling voor studenten, ongelooflijk eigenlijk.’ Wanneer huisgenoten in het weekend naar hun ouderlijk huis gingen, vroeg zij zich soms af wat voor haar ‘thuis’ was. Ze kon die onbeschreven gevoelens van identiteit niet goed plaatsen.

‘Tijdens mijn reis heb ik ervaren dat het goed is zoals ik ben. Je moet vooral nu genieten van alles wat je doet.’

Goed zoals ik ben
Op haar zestiende vertrok Sonja als uitwisselingsstudent naar Portugal. ‘Mijn vader sprak nooit over Indië en misschien zocht ik in een mediterrane omgeving en mentaliteit iets van mijn Indische afkomst.’ Pas tien jaar later reisde ze naar Indonesië. Zonder enorme verwachtingen, maar hopend op mooie ontmoetingen. ‘Ik wilde oude mensen spreken, weten hoe zij leefden. Bij de VVV in Bukittingi – mijn oma’s geboortestad – ben ik op straat gaan zitten en raakte zo met allerlei mensen in gesprek. ‘Tijdens mijn reis heb ik ervaren dat het goed is zoals ik ben. Je moet vooral nu genieten van alles wat je doet.’

Sonja Verbaarschott op de redactie van het Jeugdjournaal © Nora Iburg / Indisch 3.0 2012

Opa en oma kroepoek

Haar twee zoons van zeven en vier jaar zijn gek op lemper en spekkoek en krijgen ook hun portie familiegeschiedenis. ‘We vertellen over opa’s geboorteland, maar willen ze niet overvoeren met verhalen. Als ze het interessant vinden kunnen ze zelf komen vragen.’ Sonja’s kinderen kennen de luxe van maar liefst drie paar opa’s en oma’s. De buren zijn ook Indisch, dus zij zijn “opa en oma kroepoek”. ‘Mijn zoontje kreeg van “opa kroepoek” een batik overhemd, dat wil hij nu bij elke speciale gelegenheid aan. Wat ik mijn kinderen vooral wil meegeven is dat andere culturen leuk zijn. Wij wonen in een overwegend witte gemeenschap in Amstelveen, dus dat doe ik heel bewust.’

‘Het leukste aan mijn werk is dat je aan de basis én aan het eind van een uitzending staat. Het mooiste is als alle lijntjes weer bij elkaar komen.’

Alle lijntjes bij elkaar

Sonja Verbaarschott © Nora Iburg / Indisch 3.0 2012

Sonja begon als allround medewerker bij de lokale zender AT5. In 2007 werd ze redacteur bij de NOS en na een jaar werd ze gevraagd om eindredacteur te worden bij het jeugdjournaal. ‘Het leukste aan mijn werk is dat je aan de basis én aan het eind van een uitzending staat. Het mooiste is als alle lijntjes weer bij elkaar komen.’ Gevraagd naar journalistieke hoogtepunten borrelen al gauw de spannende verhalen naar boven: Heftige gebeurtenissen op locatie die uiteindelijk een geslaagde uitzending opleverden. Bijvoorbeeld het neergestorte vliegtuig in Libië, met als enige overlevende het Nederlandse jongetje Ruben. ‘Mijn verslaggever had geen bereik meer en we konden pas heel laat verbinding krijgen. Ik voel dan een grote verantwoordelijkheid voor de verslaggever.’ Gelukkig kon de verslaggever een telefoon regelen en werd het een goede reportage.
Voor de toekomst wil Sonja vooral zorgen dat het werk leuk blijft. ‘Steeds beter worden en geïnspireerd blijven om mooie uitzendingen te maken.

Oproep: Ben jij of ken jij een 3.0’er in de media waarvan jij graag een interview zou willen lezen? Laat het ons weten door een mailtje te sturen naar nora@indisch3.nl

 

Indo or no Indo? That's the question!

Zo ongeveer eens per maand, krijg ik dezelfde vraag. Meestal van vreemden in uitgaansgelegenheden en van mensen die nog niet zo lang in mijn kennissenkring verkeren. Heel soms zelfs door mensen die ik al een hele tijd ken. ‘Ben jij indo?’

Vaak wordt deze vraag precies zo gesteld. Bam! In your face. Zonder eromheen te draaien. Dan word ik  op mijn schouder getikt, draai ik om en krijg direct die vraag op me afgevuurd. Af en toe ook  subtieler: ‘Ehm… mag ik wat vragen? Ben jij heel toevallig, misschien een klein beetje Indisch?’ Ook veel voorkomend: ‘Wat is jouw afkomst?’ of ‘Jij bent niet Nederlands, hè?’

Als ik bevestig dat ik Indisch ben, wordt er vaak goedkeurend geglimlacht. ‘Goed gemixt’, of ‘Goed gelukt hoor!’ zijn meestal de positieve opmerkingen die ik krijg. Maar ook de opmerking: ‘Ben jij Indisch? Oh, dus je komt uit India?’ zit er regelmatig tussen..

Een opmerking die ik laatst kreeg verbaasde me echter zeer, hoewel  ik later wel om kon lachen trouwens. Ik stond achter de kassa van de  kledingwinkel waar ik werk en kwam er een jongen bij me afrekenen. ‘Hoe groot is de kans dat jij Indo bent?’ Ik antwoordde dat ik inderdaad Indisch was terwijl ik de kleding van de jongen in een tasje stopte. Toen ik de aankoop aan hem overhandigde zei hij: ‘Dan had ik graag wat meer tijd met je willen doorbrengen!

Perplex bleef ik achter. Al eerder was me in dezelfde winkel overkomen dat een bijdehante heer scandeerde: ‘Indo hè? Ik heb veel Indische vriendinnen gehad! Die hebben me toch een temperament! Nou ja, volbloed Indo dan hè? Die met dat Nederlandse erin zijn wat milder.’ Tenenkrommend…

Hoe komt het toch dat wildvreemde mensen toch vaak de moeite nemen om te vragen wat mijn afkomst is? Heb ik dan toch een typisch, misschien wel standaard dertien-in-één-dozijn Indisch uiterlijk? En wat is dat dan, een Indisch uiterlijk? Donker haar? Ja dat heb ik. Bruine ogen? Ja ook. Klein dop neusje, zoals mijn moeder het liefkozend noemt? Check. En dat ik verlegen en bescheiden reageer op de complimenterende opmerkingen van wildvreemden, heeft dat dan ook te maken met mijn Indische achtergrond? Of is het simpelweg een karaktereigenschap?

Ik weet het niet. Maar ondanks mijn bescheidenheid, geef ik altijd antwoord op de vraag ‘”Ben jij Indo?” . Dan zeg ik luid: “Ja ik ben Indisch! Dat is toch ook een beetje de trots die mijn vader me al vanaf kleins af aan heeft meegegeven, denk ik. ‘Trots zijn op je Indische afkomst, hoor!” En dat zal ik altijd blijven.