Foto zoekt verhaal #1 'Eenzaam'

Een beeld zegt meer dan duizend woorden, zegt men wel. Maar wat als het beeld toch niet genoeg zegt, zoals bij de foto’s uit het Foto zoekt familie-project van het Tropenmuseum? Als niemand iets weet van degene die op de foto staat?

In Foto zoekt verhaal, het vervolg op Photofriday, kijken we verder dan het beeld alleen: welke associatie roept de foto op? Elke 30e  dag van de maand laat Meike Grol haar gedachten de vrije loop, aan de hand van een van fotoʼs uit de verweesde fotoalbums bij het Tropenmuseum. De grote vraag blijft natuurlijk of er een kern van waarheid in haar verzinsels zit. Kent iemand de persoon op deze foto? En wat is er waar van onderstaande interpretatie?

Eenzaam

Wat denkt ze, terwijl ze naar buiten staart? Bestudeert ze de tuin? Geniet ze van het groen en de bloeiende bougainville? Of vraagt ze zich juist geërgerd af waarom in hemelsnaam de tuinman die plant daar links niet heeft gesnoeid? Bedenkt ze wat ze vandaag zal gaan doen en vraagt ze zich vervolgens somber af of het allemaal enige zin heeft? Deze tuin, haar leven? Want, hoewel ik vermoed dat de zon daar buiten vrolijk schijnt, heeft deze hele scène iets treurigs. De eenzaamheid lijkt zo van deze vrouw af te stralen dat je bijna vergeet dat ze niet alleen in de ruimte is, dat er een fotograaf achter de camera staat. Door het hoge plafond en de kale muur heeft de veranda iets kils, iets onpersoonlijks. Hoewel de vrouw een fors postuur heeft, maakt ze geen sterke, maar eerder een verloren indruk.

60028876
“Eenzaam.” Foto uit album 0815 uit het depot van het Tropenmuseum.

Deze vrouw, met haar mollige postuur en haar stuurse blik, doet me aan mijn oma denken. In 1946 reisde ze mijn opa achterna naar Nederlands-Indië. Mijn opa was opgegroeid op Java en ging direct na de Tweede Wereldoorlog terug, omdat hij een baan als werktuigbouwkundige kon krijgen. Hij reisde vooruit met een troepentransport. Mijn oma ging hem een jaar later achterna, met mijn moeder, toen anderhalf jaar oud. Ze kon er echter niet aarden. In 1948 keerden ze daarom voor altijd weer terug naar Nederland. Later wilde ze nooit echt praten over haar tijd in Indonesië. Het enige dat ze zei, was dat ze ziek werd van het klimaat.

Toch vermoed ik dat er meer aan de hand was. Mijn oma kreeg haar enige kind in de oorlogswinter in Den Haag. Haar moedermelk was blauw en doorzichtig door het voedseltekort en ze was maandenlang doodsbang de baby te verliezen. Mijn opa overleed bijna aan hongeroedeem. De bevrijding had geen week langer op zich moeten laten wachten. Nauwelijks van dit alles bekomen kwam mijn oma in een Indië aan,  waar een heel andere, maar eveneens hevige strijd losbarstte. Er was de constante dreiging van geweld, van scherpschutters in de bermen, er was een avondklok. De oorlog ging daar voor haar gewoon verder.

Daarnaast was ze een bijgelovig mens. Ze geloofde in geesten, meende dat ze een medium was. Goena-goena jaagde haar de stuipen op het lijf. Vuurbollen voor het raam, kloppende krissen in de kast. Indië was een mooie, maar onbekende wereld waarin er veel was om bang voor te zijn. En met slechts één kind en vele bedienden om ervoor te zorgen, was er weinig omhanden, dus had ze genoeg tijd om te piekeren. Mijn oma was niet een van die optimistische mensen die van die vrijheid genoot en lekker feestjes ging vieren.

Misschien dat ik daarom denk dat de mevrouw op deze foto, ondanks al het moois om haar heen, weinig gelukkig is. Ze kijkt naar de tuin alsof ze het wel ziet, maar het haar niets doet. Alsof ze hier niet thuishoort. Alsof ze de kou van Nederland graag voor lief neemt, als ze maar terug mag naar haar familie, naar de voor haar bekende en veilige wereld.

Maar ja, ik weet het niet, misschien is dit haar huis helemaal niet! Is het een hotel en zit ze gewoon mopperend te wachten op de taxi die veel te laat is…

Wil jij het Tropenmuseum helpen de foto-albums terug te brengen naar de eigenaren of hun nabestaanden? Vanaf aanstaande dinsdag 2 april zijn alle albums online te bekijken op www.fotozoektfamilie.nl of te downloaden op je tablet. Hoe meer mensen de albums doorkijken en met tags becommentariëren, hoe beter. Deze foto komt uit het album 0815. Herken jij deze dame? Of het huis? Ga dan naar http://www.fotozoektfamilie.nl/albums/album-0815 en laat een reactie achter.

Een Indo en Tae Bo

Okay, de voorgaande interviews gingen allemaal over sportende mannen, de Djago’s, Stoere Boys. Maar, zie hier, ook de melati’s komen aan bod! Cindy Boersma (1974) is getrouwd en heeft twee kids. Dochter van een belanda vader en een Indische moeder. Ze is een Wellness Coach en geeft met massage, yoga en meditatie lichaamsgerichte coaching. Adoeg… dese kèn pitjitten… Haar passie, naast Yoga? Tae Bo!

 

Timpeh vraagt aan….. Cindy Boersma 

Timpeh: Welke martial art doe je?

Cindy: Ik beoefen Tae Bo. Billy Blanks heeft het als Karateka en Taekwondoka ontwikkeld. De naam is ontstaan van: Tae (voet) kwon do and boxing. De bewegingen worden beoefend op de maat van de muziek. Het is een Total Body Workout waarin kracht, flexibiliteit, souplesse, snelheid, balans, uithoudingsvermogen, coördinatie en cardio verwerkt zijn. Tae Bo biedt zelfbewustzijn, focus, doorzettingsvermogen en zelfvertrouwen. Wanneer je je ‘mind’ and wilskracht uitdaagt ontstaat de ‘spirit’. Dat is een gevoel van binnenuit, een gevoel van verbinding met een grotere kracht.

Cindy Boersma
Foto: made by Chimofu.nl

Timpeh: Waarom heb je besloten om deze martial arts te doen?

Cindy: Mijn ouders deden Tae Bo toen zij op vakantie waren in Los Angeles en hebben het geïntroduceerd in hun sportcentrum, pas later werd het een hype. Ik werd aangestoken door hun enthousiasme en heb me er uiteindelijk jaren (tot heden) in verdiept en beoefend, omdat het me meer bracht dan alleen fysieke training: het inzicht dat door ontspanning kracht ontstaat.

Billy Blanks gaf mij personal training en is een uur bezig geweest om mij een ontspannen front-kick te laten doen. Dit deed ik omdat ik het zat was en in mijn ogen een slordige front-kick gaf. Pas later in de les viel bij mij het kwartje; vanuit ontspanning ontstaat kracht! En dit inzicht is natuurlijk in alle aspecten van het leven bruikbaar.

Ik heb ontdekt dat ik een enorme wil en doorzettingsvermogen heb en dat maakt mij mentaal sterker. Spirit is lastig te omschrijven; wanneer je tot het gaatje gaat, je blijft daar..door alle pijn en andere emoties heen gaat en uiteindelijk er weer uit komt, voel je een fantastische kracht van binnen.

Verder heeft Tae Bo mij veel vrienden en vriendinnen gebracht en heeft gezorgd dat ik ieder jaar naar Los Angeles ben geweest gedurende 10 jaar, naar Ibiza, Slowakije en regelmatig naar Duitsland. Dus mijn wereld is door Tae Bo ook groter geworden.

Timpeh: Wat is tot dusver je grootste succes?

Cindy: Presenter Tae Bo tijdens een sportevenement georganiseerd door Kenneth Leeuwin ( karateka en kick fun presenter).

Timpeh: Welke prijzen heb je gewonnen?

Cindy: Geen prijzen gewonnen. In Duitsland hebben ze voor de officiële Tae Bo Fitness een ‘basic’ en ‘advanced’ opleiding en ik heb de Advanced behaald en in Amerika de Bootcamp opleiding gehaald. Hogere opleidingen zijn er niet in Tae Bo.

Cindy Boersma Foto: made by Chimofu.nl
Cindy Boersma
Foto: made by Chimofu.nl

Timpeh: Wat zijn je ambities?

Cindy: De filosofie van Tae Bo met zoveel mogelijk mensen in Nederland delen. Dit wil ik bereiken door (te ondersteunen in) Workshops te organiseren, een platform te creeren om uiteindelijk steeds meer mensen enthousiast te maken over Tae Bo.

Timpeh: Wat is je mooiste ervaring in het leven?

Cindy: Moeder zijn

Timpeh: Wat is voor jouw Indisch zijn?

Cindy: Verbonden voelen met mede-Indo’s. Bescheidenheid. Pijn uit verleden (voor-voor ouders). Sociaal. Gezelligheid. Makan!!

Timpeh: Welke Indo tik heb jij? (B.v. lekker kunnen pitjitten of overal sambal erbij)

Cindy: Sambal of boemboe in almost everything

Timpeh: En als laatste vraag, deze moet gewoon gesteld worden: wat is je favoriete eten? ( Mag één, maar kèn meer)

Cindy: Gele rijst, sajoer boontjes, tempeh, tofu en telor.

Terima kasih Cindy voor het interview.

Jimmy Peek en Cindy Boersma Foto: made by Chimofu.nl
Jimmy Peek en Cindy Boersma
Foto: made by Chimofu.nl

Ngroblog: Gandong (Samen zijn wij één)

Een emotioneel lied. Over broederschap, eenheid, gemeenschappelijk. Ik heb het laatst eens vrij vertaald naar het Nederlands. Eén regel in het refrein vind ik wel heel bijzonder… : “Laat mij jou toch dragen… ik draag jou als mijn broeder” 

Voor een ieder de vraag om deze woorden eens voor zichzelf te wegen. Het lijkt een soort appèl om elkaars lasten te dragen. Een meer positievere insteek zou zijn dat door de last samen te dragen, deze als minder zwaar wordt ervaren. Soort gedeelde smart, halve smart.

Ik haal ook een uitdaging uit het lied. Hoe blijf je trouw aan jezelf binnen een dergelijk broederschap, gemeenschap? Is dat een dilemma van een 3.0 generatie?  Indisch, Moluks, Surinaams-Javaans enzovoorts… Een kernwaarde als klaar staan voor elkaar betekent niet jezelf compleet wegcijferen.
Ik voorzie een mooie beweging in het hier en nu:

Vanuit de symbiose van samen, de deur openen naar jezelf.
Gandong-e (liedje start vanaf 4e minuut in het filmpje)

Vervolg Photofriday: Foto zoekt verhaal

Deze prachtfoto is een foto zoals die in elk Indisch familiealbum te vinden is: de hele familie poseert voor de camera. Dit exemplaar komt uit de persoonlijke archieven van de redactie van Indisch 3.0. Wij weten dus wie erop staan. Maar wat als niemand weet wie er op de foto staat?

Onder de noemer Foto zoekt familie is het Koninklijk Instituut voor de Tropen op zoek naar de rechtmatige eigenaren van 335 fotoalbums die na de onafhankelijkheidsstrijd in Indonesië zijn achtergebleven. Indisch 3.0, partner van Foto zoekt familie, heeft eerder aandacht besteed aan dit project met Photo Friday. Verslaggever Sarah Klerks vroeg bekende Indische en Molukse Nederlanders om commentaar  op foto’s met typisch Indische scènes: boksen, de baboe, Sinterklaas en de jacht.

Met het vervolgproject Foto zoekt verhaal laten we de fantasie nu de vrije loop: we verzinnen het verhaal achter de foto gewoon zelf. Elke 30e  dag van de maand publiceert Meike Grol een verhaal, geïnspireerd door een van fotoʼs uit de verweesde fotoalbums bij het Tropenmuseum.

De grote vraag blijft natuurlijk of er een kern van waarheid in haar verzinsels zit. Kent iemand de persoon op deze foto? En wat is er waar van het verhaal? Wat zou het geweldig zijn als we daar achter komen.

De eerste aflevering van Foto zoekt verhaal verschijnt aanstaande zaterdag (30 maart 2013) op Indisch3.nl. Vanaf 2 april a.s. zijn alle albums in te zien op www.fotozoektfamilie.nl én te downloaden op tablets – dankzij deze succesvolle crowdfunding-actie.

Toko's testen

Al een paar jaar publiceren we zo nu en dan een toko-test. Dan gaan enkele van onze redacteuren en verslaggevers, “omdat het moet” (hmm, hmm) proeven hoe lekker het Indische eten bij toko die-of-die eigenlijk is. Die tokotesten gaan we radicaal anders aanpakken. Daarvoor hebben we jullie input nodig.

Waarop beoordeel jij een toko? Vul deze poll in en laat het weten. Onderaan de poll vind je een reactieformulier. Als jij een criterium hebt dat je niet terugvindt in het rijtje, of je vindt iets anders belangrijk, dan kan je dat laten weten met een comment of door het reactieformulier in te vullen.

Sorry, there are no polls available at the moment.

[contact-form subject=’Tokotest beoordeling’][contact-field label=’Naam’ type=’name’/][contact-field label=’Wat ik (verder) belangrijk vind van een toko:’ type=’textarea’ required=’1’/][/contact-form]

Martial Arts 3.0 # 4 – Tae Bo

Even een zijstraat inslaan. In 1989 werd ik gevraagd of ik aerobic wedstrijden wilde doen. Ik, een budoka en body builder, ging toch zeker niet een beetje huppelen in een strak pakje? Ik wilde mee doen aan een body building wedstrijd. Je kent het wel te klein broekje, te veel bruine verf op het lichaam en veel spieren ( ik was toen iets van 67 kg).

Melati’s
Maar toen werd er gezegd: “Je staat dan met 20 kerels op het podium en je moet dan zo uitblinken om te winnen!” Ik denk: “Loh, maar ik zie er toch bagus uit?” “Als je gaat aerobicen, dan zijn er weinig mannen en veel vrouw.”En ik meteen: “Ja!!” Adoe… Timpeh in een strak pakje en al die melati’s. Dus ik ging aerobic’en. Voor aerobic moest je sterk, lening en ritmisch zijn en dat was ik wel aardig, natuurlijk door mijn vechtsport achtergrond.

Wedstrijden

Vader en zoon  Foto: Timothy Bruininga
Vader en zoon
Foto: Timothy Bruininga

Ik ging trainen en daar was het moment aangekomen: voor het eerst, in een strak pakje, helemaal alleen op het podium. En het was gaaf!! Echt een leuke ervaring. Ik heb tot en met 1992 mee gedaan aan wedstrijden. Drie jaar lang was ik Tweede van Nederland Aerobics.

Billy Blanks
Vanwege mijn opleiding ben ik gestopt met het wedstrijd aerobics. Maar ik was wel druk met het les geven van aerobic, steps. In 1996 ben ik helemaal gestopt met het aerobics, te veel blessures en ging weer naar de body building.  Vechtsport was op een heel laag pitje, maar niet vergeten. Toen kwam in 1999 Billy Blanks met zijn Tae Bo, dus ik dacht… dat is gaaf en ben begonnen met Tae bo naast mijn body building.

Adoe… Timpeh, in een strak pakje?

Koning

VoorrondeNK Aerobic 1991  Foto: Max Lesimanuaja
Ik tijdens een voorronde NK Aerobic 1991
Foto: Max Lesimanuaja

Ik ben naar de workshop geweest in Amsterdam en jaren later mocht ik Billy Blanks de hand schudden in Amersfoort en bijna een gevecht aangegaan met hem, hij wilde mijn nasi hebben…. Ik dacht het niet… Al ben je de koning, maar je komt niet aan een Indo zijn nasi. Ik heb tot en met 2007 Tae Bo lessen gegeven.

Sub martial art
Maar waarom Tae Bo in de aflevering Martial Arts 3.0? Tae Bo is geen martial art, maar heeft zijn roots in de martial arts. De oprichter Billy Blanks meervoudig wereld kampioen karate en taekwondo. Door deze invloeden vind ik Tae Bo het een sub martial art. Kenmerken is ook hier je grenzen opzoeken en verleggen. Durf het uiterste te geven. En daarnaast is het altijd lekker om op muziek te werken.

Cardio workout
Toen Billy Blanks hier in Nederland was in 2007, heb ik meegedaan met een workshop. De eerste vraag van Billy was: ‘Wie heeft een vechtsport-achtergrond?’ De meeste mensen staken hun hand omhoog. Het enige wat Billy toen zei, was: ‘Het gaat voor jullie moeilijk worden. Je moet je vechtmethode aan de kant zetten en je vechttechnieken gebruiken op de tae bo manier. Tae Bo is geen contact sport, maar een cardio workout met vechttechnieken.’ En ik moet zeggen: het was moeilijk, ook al gaf ik  al jaren les.

Het was moeilijk, ook al gaf ik  al jaren les.

Tae Bo
Wat betekent Tae Bo? Tae is een afkorting van taekwondo  en Bo komt van boksen. Tegelijk staat Tae Bo voor:
• Total commitment to whatever you do
• Awareness of yourself and the world
• Excellence, the truest goal in anything you do
• (the) Body as a force for total change
• Obedience to your will and your true desire for change

Billy Blanks 2007 Foto: made by Chimofu.nl
Billy Blanks 2007
Foto: made by Chimofu.nl

Motivator
Het verschil tussen Tae Bo en een “standaard” aërobe work-out ( steps, aerobics) is dat Tae Bo gericht is op de ziel, geest en lichaam.
In 1976 ontwikkelde Billy Blank de tae bo. Als je de commerciële schil weg laat is Billy Blanks een prettig persoon die veel denkt over het leven en hoe je je doelen kan halenVoor zo’n grote ster, is het een ster qua persoon. Het is echt een motivator, een man down to earth, meelevend en erg gastvrij. Door de video van tae bo, wel bekend van Tell Sell, werd het een hype. In 1999 werd Tae Bo geïntroduceerd in Nederland.

Fanatiek
De bedoeling van Tae Bo is niet zelfverdediging, het is bedoeld om fitheid te verhogen door middel van beweging. Het is een aerobic training om alle spieren van het lichaam te versterken. Naast het versterken van het lichaam gaat het om het verbeteren van balans, flexibiliteit en coördinatie. Tae Bo biedt zelfbewustzijn en zelfvertrouwen  net als bij alle andere martial arts. Tae Bo is een leuke aerobe work-out waar je lekker fanatiek bezig kan zijn, zonder dat je blauwe plekken krijgt – normaal gesproken!

Eervolle vermelding (3) – 'Afscheid'

In het kader van de Boekenweek 2013 organiseerde Indisch 3.0 de schrijfwedstrijd Indische Bladzijde. Van de 90 inzendingen is dit verhaal door juryvoorzitter Eveline Stoel uitgekozen als een van de drie eervolle vermeldingen.

door Henk Rouw

Ze zijn bij me langs geweest. Dat was wel zo netjes, in plaats van een brief. Dat de rechten binnenkort zullen komen te vervallen en of ik het goed vond om het graf te laten ruimen. Ik kan het niet over mijn hart verkrijgen. Die beslissing moeten anderen maar nemen, wanneer ik er zelf niet meer ben. Nee, je blijft daar nog maar even rusten hoor. Al kom ik er bijna nooit meer, je bent zo altijd nog een beetje dicht bij me.Daar hebben de jaren geen vat op gekregen. De herinneringen zijn nog zo vers, het mag een wonder heten dat ik in al die jaren mijn verstand niet verloren heb.

In de bus wil Heike per se naast Egbert zitten. Maar Josien heeft de plek al ingenomen en voert ter verdediging aan: ‘Ik ben ten slotte zijn verloofde.’
Heikes borst gaat op en neer. ‘Ja, maar ik zie hem nooit meer terug.’

‘Als u hem nooit meer terug ziet, zal ik hem ook nooit meer terug zien.’

‘Je begrijpt er weer helemaal niets van!’

‘Kom nou maar hier zitten,’ zeg ik. ‘Naast mij. Met ruzie lossen we niks op.’

De bus zet zich in beweging. Egbert draait zich naar ons om. ‘Ik ben heus wel van plan om weer terug te komen, hoor. Ik zal voorzichtig zijn.’

‘Daar heb je anders de afgelopen jaren niets van laten blijken’, vaart Heike tegen hem uit. ‘Moffen pesten. Jonge vogeltjes uit nesten halen. Kleine kinderen aan het schrikken maken. Altijd vol kattenkwaad.’

Ik pak haar hand beet en knijp er in. Ze kijkt me aan. In haar ooghoeken glinstert vocht. Nurks wendt ze haar hoofd naar Josien, die zich tegen Egbert heeft aan gevleid.

Nu ze hals over kop verloofd zijn en hij ons voor langere tijd gaatverlaten – ja, nu wil ze hem helemaal voor zichzelf. Daar mag zijn moeder niet meer tussen komen. Het is een heel knap ding, Josien. Met die ronde wangen en die diep liggende ogen en roestbruine krullen. Verstand zal ze ook wel hebben. Maar een beetje respect voor zijn moeder?

Heike schiet vol. Ik leg haar hoofd tegen mijn schouder. Ze trilt over haar hele lijf. Ik vraag hem: ‘Zul je voorzichtig zijn, Egbert? Beloof je ons dat je voorzichtig zult zijn?’

‘Dat heb ik toch al gezegd?Ik beloof het jullie. Met de hand op mijn hart.’

Josien geeft geen kik. Het zal wel onwetendheid zijn, naïviteit. Ze is nog maar negentien. Wat weet zij van het leven? Maar hebben ze daar bij haar thuis dan de oorlog niet meegekregen? Daar in haar dorp moet toch ook wel het een en ander zijn gebeurd?

Egbert stoot haar aan. Even later maken haar roestbruine krullen een zwaai. ‘Ach, wat dom van me,’ zegt ze. ‘Neem me niet kwalijk. Dat ik alleen maar aan mezelf dacht. De volgende keer, zodra de bus stoptmag u wel naast uw zoon zitten, hoor.’

Maar de bus is vol en laat elke halte links liggen.

We rijden langs kapotgeschoten gebouwen de stad in en stoppen voor het treinstation, waar ook al niet veel meer van over is. Op de rails staat een tender loc met achter zich een hele serie oude personenwagons.

Er hangt hier een vette damp van kolen.En al die velekoppen. Jongens van amper twintig in uniform, aan hun voeten of heupen een plunjezak. Familie om zich heen. Ook velen met een liefje. Ik begrijp niet dat al deze jongens vertrekken. Ze moeten wel. Maar onze Egbert, die in eerste instantie was afgekeurd… Je had hem moeten zien. Kreeg geen eten meer door zijn keel. Had het gevoel dat ie zijn beste kameraad Jan Pluimers in de steek zou laten. Heike en ik keken elkaar aan. Het was goed zo. We hadden genoeg spannende tijden meegemaakt.Maar die jongen van ons, die was het er niet mee eens. Die liet zich herkeuren. En toen mocht ie gaan. Hoe vele uren ik niet met hem rond de tafel gezeten heb. Dat ie niet gaan moest.

‘Begrijp dan toch,’ zei hij, ‘ik heb vijf jaar achter mekaar in dit saaie dorp opgesloten gezeten en er viel niks te beleven, in al die vijf jaren niet. Voordat Josien en ik gaan trouwen, wil ik eerst nog wat van de wereld zien. Gun me toch die vrijheid.’

Maar waarom op deze manier? Er zijn er toch ook heel wat die liftend naar Frankrijk zijn getrokken, of naar Italië?Dat zou toch een veel beter idee zijn geweest?

Aangevoerd door een blaaskapel zijn ze door de hoofdstraten van de stad geparadeerd, nu staan ze hier weer allemaal in het gelid. Vanaf eentribune houden hoge militairen, de burgemeester en een afgevaardigde van de regeringeen toespraak. Over vaderlands’trots. Overordehandhaving en bevrijding. Over een hart onder de riem voor de achterblijvers, het thuisfront.

De blaaskapelzet het Wilhelmus in. Iedereen zingt mee. Ik kan me dat niet voorstellen. Dat al die ouders, familieledenen vriendinnen van die jongens daartoe in staat zijn.Meezingen. In plaats van meezingen, houd ik Heike stevig vast. Ze is kalm nu, ze trilt niet meer. Maar ik kan ruiken hoe ze onder haar mantelpakje zweet.

Applaus. Gejuich. Uit luidsprekers zingt Vera Lynn Till We Meet Again. Om ons heen wordt uitbundig en emotioneel afscheid genomen. Wij staan er een beetje onhandig naar te kijken. Josien en Egbert, ze glimlachen naar elkaar met schitterende ogen. Hij tilt haar op en doet een zwaai met haar in de rondte. Haar hakken scheren langs rokken en broekspijpen, vlug stappen we achteruit.

Ze zoenen als Hollywoodfilmsteren.

We generen ons een beetje, Heike en ik. Om dit van zo dichtbij mee te maken. Wang tegen wang staan ze daar op nog geen armlengte afstand.

Josien maakt zich los uit zijnliefkozing, streelt zijn uniform en geeft hem aan ons. Heike vliegt hem om de hals. Ze heeft haar gezicht tegen dat van hem aangedrukt, haar vingers klauwen zich vast in zijn uniform.

Dan laat ook zij hem los.

Hij wil me de hand schudden, begint een paar woorden te stamelen van ‘Nou, pa,’ maar ik kan het niet langer verdragen. Ik sluit hem in mijn armen, zeg: ‘Tot kijk, jongen. En denk er aan wat je ons beloofd hebt.’

De wagondeuren zijn gesloten. Uit de ramen hangen de koppen en armen van al die jongens. Overal om ons heen opgewonden stemmen. Alleen een baby op een arm huilt. Ja, en toch ook heel wat vrouwvolk.

Hoog boven ons staat Egbert in zijn neergeschoven raam. Naast hem: zijn kameraad Jan Pluimers.Egbert zwijgt en verdeelt zijn aandacht over Josien en Heike.

Dan blaast de tender loc een schelle fluittoon uit. De wagons stoten tegen elkaar aan, de jongens in hun uniformen verliezen bijna hun evenwicht. Ze lachen er om. Maar het moment is aangebroken. De wielen hebben zich in beweging gezet. De mensen om ons heen en de jongens in de wagons, zehalen hun zakdoeken tevoorschijn. Ze zwaaien er mee.

Alleen Egbert niet. Alsof hij zich op het laatste momentheeft bedacht. Stil kijkt hij mij aan.

Een duw tegen mijn ellenboog. Heike heeft zich van mij losgerukt. Ik volg haar twee stappen, terwijl ik mijn armen naar haar uitstrek en haar naam roep. Maar ze is al op de trein gesprongen. Machteloos moet ik toezien hoe mannen in uniform haar er van af trekken, haar opvangen. Als ze weer op eigen benen staat, schikt ze haar mantelpakje en hoedje.Alsof het allemaal niet heeft plaatsgevonden.

Zowat de hele familie aanwezig. Alleen Egbert niet. Egbert, die mag niet terug. Zelfs niet van de koningin. Voor niets mijn kop gebroken over al die mooie zinnen. Voor niets geschreven, die brief. Pluimers is hetzelfde overkomen, maar hem is het wel gelukt.Als je maar geld hebt. Zo zit de wereld dus in elkaar. Egbert moetdaar blijven. Terwijl er nota bene elke week een Dakota over en weer vliegt om voor die jongens post te brengen en op te halen. Had ie zo meegekund. Gratis. En sneller dan met dat schip waarmee ie vertrokken is.

Heike. Mijn Heike. Ze is mager, zo mager. De kanker heeft haar helemaal uitgeteerd. Je hebt het geweten, hè? Dat je de ziekte onder de leden had?Je wist het al toen Egbert ons zei dat ie naar Indië wilde.

Het is een miezerige dag. Echt een dag voor begrafenissen. Sinds zij is overleden, heb ik bijna geen woord meer gesproken. Ik laat geen traan, en al helemaal niet met familie om mij heen.

Josien heeft zich aan mijn zij gevoegd. Arm in arm stappen we voort. Ze vraagt of het gaat. Ik houd mijn mond. Bang dat er in plaats van woorden een hoop geschreeuw uit zal komen.

Ik had het tegen de bomen op willen schreeuwen, daar op de begraafplaats. Ka, ka, ka! Maar ik hield mij in. Bang dat daarna ook de rest zou volgen en dat ze me dan konden afvoeren naar het gesticht.

Eervolle vermelding (2) – 'De herinnering'

In het kader van de Boekenweek 2013 organiseerde Indisch 3.0 de schrijfwedstrijd Indische Bladzijde. Van de 90 inzendingen is dit verhaal door juryvoorzitter Eveline Stoel uitgekozen als een van de drie eervolle vermeldingen.

door Christie Haalboom

Ik ben doorweekt. Mijn lichaam schudt, van de kou. Maar ook van de shock. Ik zie mezelf staan, mijn ogen leeg, ik weiger de film die zich in mijn hoofd afspeelt te zien. Ik zou naar huis moeten gaan, om te douchen, me om te kleden, maar ik kan me niet bewegen. En dus blijf ik staan. Bibberend. Koud. Doods.

Zelfs in de schaduw drogen mijn kleren snel. Mijn jongens-kleren maken zich weer langzaam los van mijn lijf. Het zichtbare bewijs dat ik een meisje ben verdwijnt langzaam onder de blouse van mijn vader. Mijn gezicht blijft nat. Angstzweet. Mijn lijf rilt nu nog slechts lichtjes en de film in mijn hoofd begint te focussen. Ik knipper met mijn ogen en wil weer zien. Dat wat er om me heen gebeurt. Niet datgene wat ik een half uur geleden zag gebeuren.

Ik zie de boom wuiven naar de zon. De zonnestralen spelen een spel met de takken en bladeren. Het leidt me af. Ik blijf er net zo lang naar kijken tot ik alleen nog maar rode vlekken zie.

Als de zon onder gaat moet ik toch echt naar huis. Met weke benen loop ik naar de enige plek waar ik veilig ben. Hoewel dat ook te betwijfelen valt. In de verte zie ik de palmboom, die naar ons huis wijst. Maar vaders motor staat er niet tegenaan. Hopelijk kan ik ongezien naar binnen glippen. Ik wil nu even niemand spreken. Ik vertrouw mijn stem niet.

De hond van de buren blaft, ik hoor de baboe vloeken. Ik klim door het raam mijn slaapkamer binnen. Hoewel de plek vertrouwd is, voelt het niet zo. Ik kom niet tot rust. Kan nog steeds niet ademhalen. Was dit één van die momenten die je leven voorgoed veranderen? Ik dacht dat de oorlog dat al had gedaan, maar ik had het mis. Nu weet ik pas echt in wat voor wereld we leven…

Ik trek mijn pyjama van Chinese zijde aan en stap in bed. Ik kan mijn draai niet vinden en heel even voelt de gladde stof aan als het zachte water van de vijver. De herinnering trekt me het duister in. Ik val in slaap. Mijn droom begint zoals vanochtend. Omdat ik weet hoe deze dag eindigt dwing ik mezelf ergens anders te zijn in mijn droom. Ineens ben ik omringd door wit. Het is… Sneeuw? Ik heb het nog nooit in het echt gezien. Ik heb het koud en begin te bibberen. En direct sta ik weer nat onder de boom. De rode vlekken van de zon, worden vuur bollen die naast me neer vallen. Het is beangstigend, ik sta aan de grond genageld. Dan voel ik een hand op mijn schouder. Nee! Ze hebben me gevonden! Ik gil en wordt wakker en kijk in de bezorgde blik van mijn moeder.

Haar gezicht is zo onwerkelijk sereen dat ik even denk dat ik in de hemel ben. Maar langzaam besef ik dat ik rechtop in bed zit. Thuis. Mijn moeder begint zachtjes te zingen. “Terang bulan…”

Ik begin te huilen. Mama zegt dat het maar een droom was. Was het maar waar. Ze moest eens weten. Maar ik kan het haar niet vertellen. Niemand niet. Als ik er niet over praat wordt de herinnering misschien een nachtmerrie. Gaandeweg zal ik gaan geloven dat het niet is gebeurd. Dat ik het niet werkelijk heb gezien.

Mijn moeder dekt me opnieuw toe. Ik val weer in slaap. Dit keer droom ik dat ik aan het rennen ben. Ik vlucht. Buiten adem word ik wakker. De geur van pisang goreng laat me opstaan. Stilletjes ontbijt ik met mijn ouders. Mijn vader stelt voor samen te gaan wandelen. Ik stem toe. Nee zeggen, zou argwaan opwekken. En samen met hem kan me niks gebeuren.

In mijn herenkleding stappen we samen de zon in. Een buitenstaander zou zeggen: kijk, een vader met zijn zoon. Ik probeer mannelijk te lopen, het ziet er vast gek uit. Mijn vader leidt me onbewust naar die bewuste plek. Ik probeer nog een andere route te nemen, maar hij houdt van de vijver. De schoonheid van de lelies. Het grafische patroon die de lelie-bladeren vormen.

Ik loop langs de boom waarachter ik me schuil hield. Langs de plek waar ik mezelf uit het water hees. Het grafische patroon van de bladeren is verstoord, merkt mijn vader op. Zonde, zeg ik. Dat ik de oorzaak ben, laat ik achterwege. Er staan drie bankjes, mijn vader wil op de middelste plaatsnemen, maar ik trek hem naar het laatste bankje. Het stugge gras onder het middelste bankje is ruw platgetrapt. Een van de subtiele aanwijzingen naar wat gister heeft plaatsgevonden. Een stukje witte stof is achter een spijker blijven haken. Mijn vader valt het niet op. Voor hem is dit een moment om zijn zorgen even te laten varen. Twintig minuten geen oorlog. Ontspan toch, zegt hij me, mijn ongemak aanvoelend. Ik lach. Mijn lach is nep.

Ik hoor een gil en schrik. Maar mijn vader heeft niets gehoord. De herinnering dringt zich weer aan me op. Ik sta op en loop naar de waterkant. Het donkere water. Mijn schuilplek met een dak van leliebladeren. Onder water zie je meer dan je verwacht. Meer dan je wil zien… De zon laat je de stevige lelie-stelen zien. Kleine visjes die afkomen op het bloed dat uit het afgehakte hoofd stroomt dat net naast je in de vijver is geplonsd. Het bloed dat sierlijke kronkelt onder water. Grote, dode ogen vangen een lichtstraal op. Ze kijken me recht aan. Verkrachte en vermoorde ogen… Voor altijd in mijn herinnering gegrift.

Eervolle vermelding (1) – 'Verloren gewaande gedachten'

In het kader van de Boekenweek 2013 organiseerde Indisch 3.0 de schrijfwedstrijd Indische Bladzijde. Van de 90 inzendingen is dit verhaal door juryvoorzitter Eveline Stoel uitgekozen als een van de drie eervolle vermeldingen.

door Nikolai Bloem

Noordwijk, 1982

Toen hij de loop van het pistool tegen zijn slaap voelde, dacht Leon: natuurlijk, neem mij maar. Het was lang geleden dat hij zo was overgeleverd aan het geweten van een ander, maar tot zijn eigen verrassing voelde het bijna vertrouwd. Hij trilde niet. Hij kon rustig ademhalen. Geen gekke dingen doen, dacht hij, doe wat ze zeggen.

Hij keek naar zijn collega’s. Kijk ze nou eens liggen, dacht hij. Als er wat te halen viel doken ze er als haantjes bovenop, maar nu het even spannend werd kropen ze als bange muisjes weg. Hans, die als leidinggevende graag de touwtjes in handen had, lag nu hulpeloos op zijn buik op de grond. De handen op het achterhoofd gevouwen. Jos zag hij niet.

Langzaam, zonder zich te bewegen, liet hij zijn blik naar de andere kant glijden. Hij keek over de bureaus in de kantoorruimte waar hij werkte, langs de hoge ramen die uitkeken over de statige huizen aan de Voorstraat en het Lindenplein, naar de loketten. Bij het rechterloket was de alarmknop, onder de balie. Hij zag Paul zitten, helemaal links, te ver van de knop vandaan. Paul was bleek en leek verstijfd van angst, niet in staat om het gevaar te trotseren en er naartoe te lopen.

Het moet moeilijk voor hem zijn, dacht Leon. Het was nog maar twee jaar geleden dat Paul bijna in zijn eentje een overval had weten te verijdelen. Toen was er één overvaller, met wat later bleek een neppistool. De overvaller had zijn pistool door de smalle opening van het veiligheidsluik heen op Paul gericht. Paul had geen moment geaarzeld en de arm van de overvaller vastgegrepen. De overvaller probeerde zijn arm los te trekken, maar Paul hing er bijna aan. Twee klanten schoten te hulp en even later kon de man aan de politie overgeleverd worden. Paul werd bejubeld als de held van de dag. Hij kwam met een foto in de Zeekant, het plaatselijke weekblad. Zou Leon vandaag de held worden? Met Paul was het daarna niet goed gegaan. Hij sliep nauwelijks, telkens weer zag hij het beeld voor zich van de overvaller die het pistool op hem richtte. Twee weken later was hij ingestort. Het had weken geduurd voordat hij weer volledig kon werken.

Nu waren er drie overvallers. De een hield de klanten onder schot, twee oudere vrouwen. De twee andere waren over de glazen wanden van de loketten gesprongen. De wanden waren ruim drie meter hoog, maar liepen niet door tot aan het plafond. Bij de laatste verbouwing van het monumentale pand was er wel op veiligheid gelet, maar niemand had er rekening mee gehouden dat iemand het in zijn hoofd zou halen om over de wanden heen te klimmen. Op ongeveer eenderde was de rand van de balie waar ze zich konden afzetten, maar dan nog was het zeker niet gemakkelijk. Leon wist niet of hij het zou kunnen. Hij was maar klein.

Een van de twee mannen was naar Jos gelopen en had hem omver geduwd. “Allemaal op de grond,” schreeuwde hij. De ander was direct op Leon afgelopen. “Kluis openmaken,” beval hij. “Jij hebt de sleutels.” Blufte hij, of wist hij echt dat Leon de financiële man was en vaak de sleutel bij zich droeg? Hadden ze hem geobserveerd, of waren ze geholpen door iemand die het postkantoor kende?

De overvaller duwde het pistool harder tegen zijn slaap om Leon naar de kluis te bewegen. “Maak open,” blafte hij. Leon durfde niet naar hem te kijken. Hij had hem even kunnen zien, toen de man op hem afkwam. Hij had iets over zijn gezicht, een sok of een bivakmuts, hij kon het niet zeggen. Donkere kleren had hij aan, maar welke kleur? Hij wist het niet, daarvoor was het allemaal te snel gegaan. Langzaam pakte Leon de sleutelbos uit zijn broekzak. Er zaten drie sleutels aan. Hoe lang zou hij het kunnen rekken? Zou hij net doen alsof hij niet meer wist welke het was? Geen gekke dingen doen, dacht hij, doe wat ze zeggen.

“Opschieten aap, of ik schiet je door je harses.” Aap, dat had hij lang niet meer gehoord, zeker niet zo direct. Hij keek of hij Jos zag liggen. Een paar jaar geleden, had hij hem tegen de bestellers horen zeggen: “Die aap is echt een muggenzifter.” Leon, die net de bestellersruimte binnen wilde lopen, had zich stilletjes omgedraaid en was weggelopen. Niemand had hem gezien of gehoord. Laat ze maar praten, had hij gedacht. En dan die keer op een vrijdagmiddag toen ze met de bestellers op het kantoor een biertje dronken. Jos had pinda’s naar hem gegooid. “Pinda, pinda,” riep hij. De bestellers lachten hard. Leon had zich vernederd gevoeld, maar gaf geen krimp. Het was jaloezie, wist hij. Ze waren in rang elkaars gelijke en dat kon Jos moeilijk hebben. Een totok die geen Indo naast zich duldt. Zijn vader had het meegemaakt, en hijzelf ook, niet alleen toen ze net in Nederland waren, maar nog steeds. Vanuit een ooghoek zag hij twee bruine instappers onder een bureau uitsteken. Jos had zich goed verstopt.

Leon stak de sleutel in het slot en draaide hem om. De kluis werd elke week geleegd. Er lag niet meer in dan een paar duizend gulden. Waarom niet op een eerlijke manier je geld verdienen? Zelf had hij niets te klagen. Hij had een goede baan. Dione werkte ook nog drie dagen. Echt rijk waren ze niet, maar ze hadden het goed. Voor het geld hoefden ze niet veel te laten. Een huisje in Frankrijk was een wens van Dione. Een reis naar Indonesië, dat zou Leon nog willen. Als ze bleven sparen zoals nu, zou het allemaal kunnen. En dan hadden ze ook nog geld opzij gelegd, zodat Robbie en Dewi later konden gaan studeren.

Een klik en de kluis was open. De overvaller duwde hem opzij en trok de deur verder open. Leon zag nu dat hij een boodschappentas van Albert Heijn bij zich had. De man hield de tas open tegen de bovenste plank. Met een grote haal schoof hij de bundeltjes erin. Daarna begon hij aan de volgende plank. Kieskeurig was hij niet. Ook de kokertjes met dubbeltjes en stuivers gingen mee, net als documenten waar ze niets aan zouden hebben.

Leon liep langzaam achteruit. Hij was niet meer interessant voor de overvaller, dus hij kon maar beter zorgen buiten zijn bereik te komen. Zonder zijn ogen van de overvaller bij de kluis af te houden, schuifelde hij achteruit. Zou hij ook gaan liggen? Nee, hij moest kunnen getuigen. Nu kon hij de man goed bekijken. Hij was vrij lang en stevig gebouwd. Over zijn hoofd droeg hij een zwarte bivakmuts. Verder droeg de man een blauw nylon jack van Adidas, en sportschoenen van hetzelfde merk. De schoenen waren oud en vies, maar hij herkende ze meteen, Nastase. Robbie had ze ook willen hebben, maar dat mocht niet van Leon en Dione. Zolang de kinderen nog in de groei waren, kregen ze geen sportschoenen. Verder droeg de overvaller een spijkerbroek en witte sportsokken. Leon prentte het in zijn geheugen, zodat hij hem later zou kunnen herkennen. Hij probeerde zicht te krijgen op de andere overvaller, maar hij zou zich helemaal moeten omdraaien om hem te kunnen zien en dat leek hem niet verstandig. Hij stond nu bij zijn eigen bureau. Langzaam liep hij erom heen, zodat hij niet in de vluchtweg van de overvaller kwam te staan. Het was een meter of vier naar de alarmknop. Zou hij het proberen? Geen gekke dingen doen, dacht hij, doe wat ze zeggen.

Met een laatste armhaal was de kluis leeg. De overvaller sprong op en rende langs Leon, alsof hij er niet stond. Hij leek een aanloop te nemen om via de balie weer over de glazen wand te springen, maar plotseling stond hij stil en draaide zich om. Hij hief zijn pistool. Leon keek nu recht in de loop. Wat ging hij doen? Leon voelde een hevige aandrang om te poepen. Drie hartslagen werden er één. Daar stond hij weer, dacht hij, net als in het kamp. Verloren gewaande gedachten teisterden zijn
hoofd. Maak je onzichtbaar, wees nederig… Hij boog zijn hoofd langzaam naar de grond, maar bleef door zijn oogharen naar de overvaller kijken. De overvaller keek niet naar hem, maar naar iets dat achter hem gebeurde. Zou hij zich omdraaien? Geen gekke dingen doen, dacht hij, doe wat ze zeggen.

Op dat moment klonk er een daverende knal. Een knal die zijn schedel deed kraken. Een echo ervan dreunde door tot in zijn buikwand. Hij wilde steun zoeken op zijn bureau, maar hij kon zich niet meer bewegen. Zijn ruggenwervel voelde als een metalen staaf in zijn bovenlichaam. Zijn benen voelde hij niet meer. Het leek alsof hij zweefde. Zijn mond was droog. Hij had dorst. Hij voelde zijn hoofd. Het deed pijn. Allemachtig veel pijn.

Waar was iedereen? Help mij… HELP MIJ… Membantu saya…

De winnaars: Roanne van Voorst en Baukje Zijlstra

Amsterdamse en Arnhemse winnen Indische schrijfwedstrijd

Den Haag, 22 maart 2013

De Amsterdamse Roanne van Voorst (29 jaar) heeft de juryprijs gewonnen in schrijfwedstrijd De Indische Bladzijde, over het Indische verleden van Nederland. Baukje Zijlstra (45) uit Arnhem heeft de publieksprijs gewonnen. De wedstrijd werd georganiseerd door online Indisch platform Indisch 3.0, dat zichtbaar wil maken hoe de Indische cultuur een structurele plek heeft ingenomen in Nederland anno 2013. Van Voorst overtuigde de redactie van Indisch 3.0 en juryvoorzitter Eveline Stoel, schrijfster van de succesvolle Indische familiegeschiedenis Asta’s ogen, met haar verhaal Een e-mail vol herinneringen. Zijlstra wist 70% van de stemmen van het publiek voor zich te winnen met haar inzending Grenadine.

Boekenweek 2013
De schrijfwedstrijd Indische Bladzijde werd geïnspireerd door het thema van de huidige boekenweek: ‘Gouden tijden, zwarte bladzijden. De schrijfwedstrijd werd georganiseerd om verhalen over het Indische verleden van Nederland te verzamelen. Eveline Stoel: “De Nederlands-Indische geschiedenis sluit naadloos aan bij het Boekenweekthema en dat was te merken aan de inzendingen. Mooie herinneringen aan het tropenleven werden afgewisseld met verhalen over Hollandse soldaten die werden uitgezonden naar de politionele acties. Omdat sommige verhalen werden verteld vanuit ‘bruin’ en andere vanuit ‘blank’ perspectief, levert het totaal aan inzendingen een veelzijdige geschiedenis op.”

Winnaar juryprijs
Een e-mail vol herinneringen gaat over een grootvader, die onverwacht en ongewild wordt herinnerd aan zijn jeugd in Indië, wanneer zijn dochter op reis gaat naar Indonesië. Juryvoorzitter Eveline Stoel over het winnende verhaal: “Het befaamde ‘Indische zwijgen’ wordt raak weergegeven in dit verhaal. Tegelijkertijd toont de schrijfster een glimp van het verleden waardoor dat zwijgen is veroorzaakt. Ongetwijfeld een herkenbaar relaas voor mensen met een Indische achtergrond én voor kleinkinderen met een zwijgzame grootouder.”

Winnaar publieksprijs en extra prijs
Eveline Stoel over Grenadine van Baukje Zijlstra: “Een Hollands meisje ontdekt dat niet alleen haar Indische buren, maar ook haar eigen vader een Indische geschiedenis heeft. In feite is het een mini-geschiedenislesje. Het is een knap opgebouwd verhaal, met gouden én zwarte randjes.” Eugene Ammann heeft hiermee automatisch de extra prijs gewonnen met De patrouille.

De prijzen
Uit ruim 90 inzendingen koos de jury de winnaar van de juryprijs en extra prijs. Het publiek koos de winnaar van de publieksprijs. De verhalen van de juryprijs en publieksprijs zullen in mei te lezen zijn op www.indisch3.nl, na verwerking van feedback van Eveline Stoel én prijswinnende auteur Gustaaf Peek (Armin; Dover; Ik was Amerika). Roanne van Voorst wint naast publicatie en persoonlijke feedback op haar verhaal ook een gesigneerd Indisch boekenpakket, met boeken van onder anderen Adriaan van Dis en Alfred Birney. Baukje Zijlstra wint naast publicatie en persoonlijke feedback op haar verhaal een gesigneerde, luxe editie van Asta’s Ogen en een schrijverspakket, aangeboden door Writers Plaza. Eugene Ammann heeft een proefabonnement op Schrijven Magazine gewonnen.

Eervolle vermeldingen
Eveline Stoel koos verder nog drie eervolle vermeldingen: Nikolai Bloem, Christie Haalboom en Henk Rouw vielen die eer ten deel. Hun verhalen zullen volgende week op www.indisch3.nl te lezen zijn. De drie eervolle vermeldingen en de drie hoofdprijswinnaars ontvangen allemaal een exemplaar van Schrijven Magazine, aangeboden door Schrijven Online.

Over de schrijfwedstrijd
Indisch 3.0 is een online Indisch platform (www.indisch3.nl), opgericht door Indische jongeren van de derde generatie. De schrijfwedstrijd is mede mogelijk gemaakt door Writers Plaza, Schrijven Online en de uitgeverijen van de boeken van Adriaan van Dis en Alfred Birney, Boekoe Bangsa en Asta’s Ogen (luxe editie).