Kijken we ook naar de toekomst?

Op veel posts reageren lezers met uittreksels over de geschiedenis – en dat geldt niet alleen voor deze website – in plaats van op het topic zelf. Tot in detail beschrijven sommigen hoeveel procent van de bevolking in Nederlands-Indië Nederlands onderwijs kreeg, of hoe precies de bevolkingsverdeling in jaar x in elkaar stak. Sowieso zouden getallen over Nederlands-Indië per definitie omgeven moeten zijn van de aanduiding “bij benadering”.

Maar waarom voelen sommigen zich zo geroepen bij elke post de geschiedenis in te duiken? Natuurlijk, geschiedenis is heel belangrijk. Maar hoe zit het met het heden, of de toekomst? Daarom vragen wij ons af: kijkt de huidige Indische jongerengemeenschap vooral naar het verleden of de toekomst?

Indisch in een studentenhuis deel 2: volle flessen

Tot het moment dat ik op kamers ging, twee jaar geleden, had ik me nooit gerealiseerd hoe zichtbaar het Indische in mijn leven kan zijn. Ik had dan ook nooit gedacht dat sommige mensen stijl achterover zouden slaan van mijn dagelijkse gewoonten en gebruiken. Totdat ik mijn huisgenoten ontmoette. En zij mij… In deze miniserie een greep uit de confrontaties tussen Indisch en Nederlands in een studentenhuis.

Ik grijp. Mis. Ik grijp nog een keer. Weer mis. Ik ben in het kleinste kamertje van het huis. Vertwijfeld kijk ik om mij heen. Ik vind een oude Playboy, wat Volkskrant Magazines en een voorraad toiletrollen. Mijn botol cebok is echter nergens te bekennen.

Van pure verbazing weet ik even niet wat ik moet doen. WC-papier dan? Nee, alsjeblieft! Woedend storm ik het toilet af en speur rond naar “mijn botol”. Niet op de gang, niet in de keuken. Uiteindelijk vind ik hem onder een laag drek van peuken en modder op het balkon. Ik sta perplex. Waarom zomaar spullen van een ander bij het oud vuil zetten?

Op dat moment komt een van mijn huisgenoten thuis. Hij loopt de keuken binnen. Net als ik hem onder vuur wil nemen vraagt hij aan mij: “”Hee, had jij die fles op het toilet gezet?” Ik knik, op de fles in mijn hand wijzend. “Dat is mijn botol cebok, oen!” , zeg ik kortaf. Niet begrijpend kijkt hij me aan. “Ben je bang om dorst te krijgen op het toilet, ofzo?”

Ik zucht. Mijn Indische gebruiken worden weer eens onbegrepen. Hoofdschuddend wil ik de keuken uitlopen als ik me bedenk dat zijn vriendin Moluks is. De kans is aanwezig dat zij wel bekend is met het fenomeen. Ik waag de gok. “Is het jou nooit opgevallen dat die fles ook bij jouw schoonouders op het toilet staat?”

Zijn gezichtsuitdrukking verandert. Voor hij weer iets kan zeggen vraag ik hem of hij het normaal zou vinden als ik zijn tandenborstel zou weggooien. “Ja, maar dat is anders,’ vindt hij. Ik vind van niet. “Je zal het wel niet begrijpen, maar die fles wordt in ieder geval niet gebruikt om uit te drinken”, besluit ik de discussie verontwaardigd.

Zwijgend was ik de fles af en vul hem met water. Ik zet hem terug in de hoek van de toilet. Het stickertje met mijn naam en de korte toelichting ziet er wat knullig uit, maar het is blijkbaar nodig. Als ik even later mijn huisgenoot weer hoor, praat hij met iemand aan de telefoon. Nu is hij degene die verontwaardigd klinkt. “Weet ik dat!” roept hij. ”Had je dat  dan niet even kunnen zeggen?” Ik kan alleen maar grinniken.

Koloniale oorlog 1945-1949

Dit jaar is het 65 jaar geleden dat de Republik Indonesia werd uitgeroepen. Japan had zich net overgegeven en de Tweede Wereldoorlog was ten einde. Terwijl Indonesië volledige zelfbeschikking wilde, probeerde Nederland de macht in ‘ons Indië’ te herstellen. Vier jaar en twee grootschalige militaire acties later liet Nederland de oude kolonie dan eindelijk los. Het fotoboek “Koloniale Oorlog 1945-1949” laat de onverhulde waarheid zien van het bewogen “afscheid van Indië”.

Ergens in het begin van het boek is een twee pagina’s grote foto van een kampong afgedrukt. Uit de bovenkant van de huizen schieten vlammen en donkere rook. Op de voorgrond een handvol blanke soldaten die van het vuur wegrennen. Verderop de foto waarop een jonge strijder zichtbaar is, liggend in een veld, met om hem heen vier militairen. Hun geweren zijn op hem gericht. De beelden doen denken aan de Tour of Duty serie van eind jaren tachtig: jonge jongens in den vreemde in gevecht met een vaak onzichtbare, maar altijd wrede vijand.

Dit keer alleen geen Amerikaanse maar Nederlandse jochies, vermoeid en getekend door de strijd. Geen Vietcong maar Indonesiche pemuda’s, vechtend voor onafhankelijkheid. Het ‘militaire optreden’ in de archipel kostte bijna zesduizend nederlandse soldaten het leven. Naar schatting 100.000 Indonesische strijders kwamen om. Over het aantal burgerdoden lopen de schattingen uiteen van 25.000 tot 100.000. Het zijn de koele cijfers van een bittere oorlog.

De samenstellers uit het boek doken in archieven en selecteerden vele onbekende en nooit eerder gepubliceerde foto’s. De uiteindelijke verzameling beelden brengt vier gewelddadige jaren van ‘dekolonisatie’, revolutie’ of ‘onafhankelijkheidstrijd’ vaak rauw in beeld. Zo is op een van de foto’s in het derde hoofdstuk van het boek (‘In Actie’) het bovenlichaam van een gesneuvelde Indonesische strijder zichtbaar, liggend naast een grote mitrailleur. Het oorspronkelijke bijschrift repte over “ de verschrikkelijke uitwerking van een pantserkanon dat een granaat afvuurde”.

Ook bij veel andere foto’s in het boek is weinig verbeelding nodig. Dergelijke foto’s haalden echter nooit de krant. De beelden die Nederland bereikten werden zorgvuldig geselecteerd: geen slachtoffers, geen strijd. Dat het afscheid van Indie gepaard ging met veel geweld en terreur was dan ook zo goed als onbekend bij ‘het thuisfront’.

Dankzij een strenge censuur werd al die tijd de schijn opgehouden van ‘onze jongens’ die als ‘bevrijders’ werden onthaald en die in Indië slechts te maken hadden met ‘een stel extremisten’ die onschadelijk moesten worden gemaakt. Ook toen miste de Nederlandse propaganda zijn uitwerking niet. En ook meer dan 60 jaar na dato wordt de periode 1945-1949 nog altijd niet gezien als een bloedige koloniale oorlog. Dit boek laat echter onomwonden zien dat het toch echt niets anders was dan dat.