Jonge Indo’s in de provincie… Zeeland

Voor het vierde interview in de reeks Jonge Indo’s in de provincie.. reis ik af naar Zeeland, naar het schiereiland Zuid-Beveland. Bij het treinstation in Goes, dat met 36.000 inwoners de enige stad van de Bevelanden is, ontmoet ik Nana van Fraassen (29). Ze komt aangereden op een hypermoderne fiets met twee kinderzitjes.

Nana van Fraassen (29) uit Goes
Nana van Fraassen (29) uit Goes

Even verder, op een terras op de Keizersdijk, hoor ik het verhaal van een jonge Indische vrouw en ouders die elke keuze in het leven zelf gemaakt hebben. Terwijl ik uitkijk op het ‘Chin. Ind. Rest Java-Palace’, ‘NhaTrang V et amese Loe pia’ en – het duidelijk nieuwere – ‘Lava Doner Kebab’ en naar Nana luister, realiseer ik me het verschil tussen bezig zijn met de Indische cultuur en er in leven.

Kneuterig
“Toepasselijk, uitzicht op Java-Palace,” mompel ik. Nana reageert lachend. “Oh nee hoor, dat eten daar is echt verschrikkelijk. Ik eet liever bij mijn moeder.” Nana, vernoemd naar haar tante Neneng, is een geboren en getogen Goessenaarse. “Ik zou hier nooit weggaan. Ik hou van het kleinschalige, het kneuterige. Het is hier veilig, iedereen kent elkaar. Ik heb expres mijn opleiding in de buurt gekozen, de grote stad vond ik maar niks.”

Kinderen
Na haar opleiding voor verpleegkundige is Nana aan het werk gegaan in de zorg. Eerst werkte ze 36 uur in de week, maar sinds de geboorte van haar oudste zoon Alex (3,5) en dochter Saar (1) heeft ze dat teruggebracht tot 12 uur. “Het werd echt te veel. Er is nog meer in het leven dan werk en mijn kinderen.” De Goesse Indische heeft een donkere zoon en een lichte dochter. “Ik vond het zo mooi, dat Alex donker was. Ik wist dat ik de kans had om lichte kinderen te krijgen, want Karel, mijn vriend, is een blonde Zeeuw en mijn vader ook. Dus ik was heel blij dat mijn zoon zo donker was. Saar is helemaal blond en het grappige is dat de kinderen van mijn zus er ook zo uitzien.”

Goud
Nana geeft haar kinderen niet bewust een Indische opvoeding mee, vindt ze zelf. “Ze moeten wel tjebok van me, en ik heb pas gaatjes laten prikken bij mijn dochter, maar dat kostte nogal wat moeite. De juwelier wilde het eigenlijk alleen doen bij kinderen die vier jaar of ouder waren en zelf konden aangeven dat ze gaatjes wilden! Ik vind dat juist wel belangrijk. En ja, de taal, bij omi, mijn moeder, dat krijgen ze ook wel mee. Zelf kijk ik eigenlijk nooit op Indische websites, erg hé? Mijn vader is daar veel actiever in.” Nana laat een paar geelgoude oorbellen zien. “Goud associeer ik wel met mijn achtergrond. Als we vroeger iets hadden moesten we allemaal opdraven, behangen met onze gouden sierraden. Status he? Deze oorbellen hebben mijn zus en ik als kind gedragen toen we gaatjes in onze oren kregen, je moest ze heen en weer draaien om de gaatjes open te houden. Mijn dochter zal die op een dag ook kunnen dragen.” Het hele relaas komt op mij over alsof ze haar kinderen Indischer opvoedt dan ze zelf vindt. “Mijn vriend vindt het vaak maar onzin, hij is supernuchter en dat heft het voor een deel ook wel weer op denk ik. Dat vind ik ergens toch wel jammer.”

Internationale penvrienden
De ouders van Nana zijn op een andere manier naar Nederland gekomen dan de 330.000 Indische repatrianten. “Mijn vader komt uit Goes, maar heeft mijn moeder in Indonesië leren kennen. Hij was bezig Maleis te leren, omdat hij dat een warme taal vond en kreeg op een dag een krant uit Indonesië in handen, waarin, naast nieuwsberichten, oproepen stonden voor penvrienden.  Om het Maleis goed onder de knie te krijgen besloot hij te reageren op een advertentie van een vrouw uit Jakarta. Na een paar jaar intensief corresponderen, bloedde dat dood. Mijn vader ging inmiddels voor onderzoek naar Indonesië en kwam daar per toeval in contact met de vader van zijn uit het oog verloren  penvriendin. Zo ontmoette hij mijn moeder, met wie hij twee jaar later trouwde.”

Indonesisch paspoort

De kinderoorbellen van Nana en zus Leen
De kinderoorbellen van Nana en zus Leen

Ze vervolgt: “Na het huwelijk  zijn ze in de jaren ’70 naar Nederland gekomen. Ze hebben later nog een jaar op Ternate gewoond, maar zijn daarna weer teruggegaan naar Nederland. Mijn vader had daar zijn werk en thuis, hij wilde terug. Mijn moeder dacht op dat moment, we zullen wel zien. Inmiddels zou ze niet meer terug willen, maar heeft er wel lang aan vastgehouden, ze heeft pas twee jaar geleden haar Indonesische paspoort opgegeven. Ik vroeg haar nog, ‘Mam, zou je dat wel doen? Het is een stukje van jezelf dat je weggooit!’ Ze was vastberaden: ‘Mijn ouders zijn er niet meer, ik heb alleen nog mijn zussen daar, en mijn kinderen en kleinkinderen zijn hier.’ Mijn moeder heeft nog een stukje in de krant gekregen, en zoals ze daar op die foto staat, met haar tasje, zonder glimlach en met haar goud, ik vind het prachtig.”

De maan
Over de krant gesproken, wat heeft Nana deze week beziggehouden in de actualiteit? “Wat ik afgelopen maandag helemaal heb gevolgd was de maanlanding natuurlijk en de nos uitzending daarvan. Prachtig! Armstrong die zo lekker nuchter en normaal daaronder is gebleven en zijn maat die ook mee was (Buzz) geloof ik, die er moeilijker mee om kon gaan. Nu de vraag: wanneer Mars? Iedereen heeft zich dat toch wel eens afgevraagd en is weleens bezig met vragen over het universum.”

‘Donkertje’ in Goes
Opgroeien als Indo-Europees kind in een witte gemeenschap als Goes lijkt me toch op zijn minst een avontuur. “Als kind viel ik wel op op school. Ik was het enige ‘donkertje’, samen met een ander kind dat geadopteerd was. Wij hadden bovendien een tv thuis en mijn moeder ging niet mee naar de kerk, omdat ze toen nog islamitisch was. Dus wij vielen ook als gezin op. Op school had ik het daar wel moeilijk mee en mijn ouders zeiden dat ik gewoon van me af moest bijten: ‘Dan pak je ze toch bij hun haren beet!’. Dus ben ik een keer thuisgekomen met een pluk haar van de zoon van de dominee in een potje. Er zijn trouwens behoorlijk veel Indo’s en Molukkers in Zeeland. In Middelburg zijn regelmatig kumpulans, weet ik, en ik hoor ook best vaak dat er weer een Goessenaar opeens met een Indonesische getrouwd is. Ik vind dat ergens wel een beetje ouderwets, of ligt dat aan mij?”

Bajai-vragen
Nana is regelmatig in Indonesië geweest en komt er graag. “Wat wil je, als je als kind al meegesleurd wordt naar zo’n geweldig vakantieland met zulke lieve mensen? Het is zonde om bijvoorbeeld alleen maar naar Bali te gaan. Het gaat juist het ontdekken van al dat moois buiten de gewone toeristendingen. Wat ik er wel vreemd vind, is dat alles zoveel moeilijker lijkt te gaan dan hier. Dingen die we hier in vijf stappen kunnen regelen, duren daar zo veel langer. Bijvooorbeeld, twee ooms van mij, die rijden een bajai, zo’n Sisi-wagentje zeg maar. Dat huren ze van een Chinees, die ze elke dag een bepaald bedrag moeten betalen voor het gebruik van het wagentje. Dat loopt behoorlijk op als je het uitrekent. Hun jongste zus, mijn tante die het goed heeft, zou die bajai’s voor hen kunnen kopen, zodat ze meer inkomsten overhouden. Maar op de een of andere manier gaat dat niet. Mijn moeder vindt dat logisch, ze zegt dat het zo werkt, omdat het leven in Indonesië moeilijk is. Alles daaromheen is vanzelfsprekend ook moeilijk. Maar ik begrijp er niets van. Er lijkt een verschil te zijn in Nederlandse en Indonesische logica.”

Rijk
Na een tijdje wisselen we ervaringen uit over Indisch zijn. Nana: “Ik ben er wel blij mee, dat ik uit twee culturen kom. Het voegt iets toe. Ik ben niet alleen maar een Goessenaar. En of zich dat nou uit in meer inlevingsvermogen, of een positieve houding, ik weet het niet. Maar ik word er in elk geval rijk van.”

En welke provincie gaan we de volgende keer bezoeken? “Drenthe. Daar heb ik het meeste mee.”

Wil jij antwoorden op de vraag van Nana over de manier waarop je in Indonesië dingen voor elkaar krijgt? Laat dan een comment achter bij dit bericht.

Indische sporen in Kaapstad

Kaapstad is behalve een geweldige stad en ideale reisbestemming een fascinerende mengelmoes van culturen die zijn oorsprong heeft in de koloniale tijd. Begon de stad rond 1638 als een verversingspost op de handelsroute van Nederlandse schepen naar de Oost, al snel groeide Kaapstad uit tot een van de eerste permantente europese nederzettingen in zuidelijk Afrika. Naast specerijen en allerlei andere handel, werden hier vanaf  eind 17e eeuw honderden slaven uit onder meer het huidige Indonesië heengebracht. Net als in Nederlands-Indië vermengden Europese en Aziatische invloeden zich hier met elkaar en daarnaast met de oorspronkelijke lokale afrikaanse culturen. Lopend door de straten van de Moederstad van Zuid-Afrika vraag ik me af of er nog “Indische sporen” te vinden zijn.

Op het eerste gezicht lijkt er in Kaapstad, behalve Hollandse architectuur, weinig tastbaars over uit de koloniale tijd. Wat meer opvalt is het contrast van bedelende kinderen voor de ingangen van dure westerse winkelketens, waar de rijke clientèle zich achter stalen hekken heeft verschanst. De kleur van je huid mag hier dan wel niet meer bepalen wat je plek is, wel hoe arm of rijk je bent.

De Aziatische invloeden zijn echter snel merkbaar: Kaapstad heeft net als veel andere Zuid-Afrikaanse steden een grote Indiase gemeenschap en de vaak kleurige gevels van talloze Indiase winkels en restaurants sieren het straatbeeld. In totaal wonen meer dan een miljoen Indiërs in het land. Indiase families, die vaak al generaties lang in Zuid-Afrika zijn, houden sterk vast aan hun eigen cultuur. Samen met de gemengde bevolking die ontstond uit huwelijken tussen blank en zwart, vormden zij in de apartheid-tijd de middenlaag van de samenleving. Met net iets meer vrijheid en rechten dan zwarten, maar minder dan de blanken.

Hoewel er misschien geen formele en wettelijke apartheid bestond in Nederlands-Indië, dringt een vergelijking zich gemakkelijk op met de koloniaal geregelde samenleving daar van Hollanders, Indo-Europeanen en inlanders. Sterkere en overtuigendere Indische sporen blijken echter meer onder de oppervlakte te zitten.

Bokaap bewoners
Kaapstad, de Moederstad van Zuid-Afrika, heeft een eeuwenlange band met het Westen en het Oosten; hier komen verschillende culturen bijeen. De vroege bewoners van Bo-Kaap kwamen uit Zuid-Oost Azië en brachten gewoonten en gebruiken mee die ze vermengden met andere culturen. Foto: Bo-Kaap Museum.

Bladerend door een menu van een van de talloze Kaapse restaurants vind ik een dag later tot mijn verassing ineens de woorden rystafel, atjar en sambal. De afstammelingen van de slaven uit het huidige Maleisië en Indonesië die naar de Kaap werden gebracht, werden Cape Malay genoemd, naar de taal die de meeste van hen spraken (Maleis, destijds de lingua franca van de regio) en brachten hun eigen eetcultuur mee, die langzaam zijn eigen Kaapse karakter kreeg maar een onmiskenbare Aziatische smaak heeft behouden. De gerechten die ik van de Cape Malay keuken proef zijn heerlijk.

Eten. Zou dan vooral het eten de cultuur hier beïnvloed hebben? Onbevredigd zoek ik verder in het prachtige Bo-Kaap, waar de Cape Malay zich oorspronkelijk vestigden. De steile met keien ingelegde straten voeren bergopwaarts richting de top van Signal Hill. De lage, kleine huizen zijn in steeds wisselende kleuren geverfd waardoor de wijk als een lappendeken over de heuvel lijkt te liggen. Op driekwart van de tocht omhoog vind ik Tanah Baru, een oude begraafplaats met een verbluffend uitzicht over de metropool die zich beneden mij uitspreid over de Kaap. In de verte loopt de kustlijn richting Kaap de Goede Hoop, de bijna mythische rots, waar al eeuwenlang schepen omheen voeren om hun zuidelijke route te verleggen naar het Oosten.

Begraafplaats Tanah Baru - Nieuwe Grond - bovenop Signal Hill
Begraafplaats Tanah Baru (nieuwe Grond) - bovenop Signal Hill

Het is stil zo hoog boven de stad. Rechts van me kijk ik uit op de Tafelberg. Van de rand rolt als een toefje slagroom een wolk. Dan tuur ik links van me de zee af richting de horizon. Het water weerkaats fel het zonlicht. Ergens halverwege ligt Robbeneiland als een donkere pannekoek op een spiegelende bakplaat.

BokaapAA
Bo-Kaap met op de achtergrond Signal Hill

In het Bo-Kaap Museum, weer terug onderaan Signal Hill, begin ik aandachtig de informatie te lezen over de historie van de wijk. Gedreven vult Shereen Mischab, die rondleidingen door de wijk verzorgt, aan. Ze vertelt hoe de Cape Malay zich in zekere zin wel verbonden voelen met Indonesië en Maleisië, omdat daar hun voorvaderen vandaan kwamen, maar dat zij toch vooral hun eigen identiteit hebben. Hier in de Bo-Kaap werd bijvoorbeeld hard gestreden tegen de apartheidspolitiek.

Veel van de nieuwkomers in die tijd, waren vaardige ambachtslieden, die de snel groeiende stad werden binnengebracht om forten, huizen en andere gebouwen te bouwen. De meesten van hen waren moslim en zij hielden vast aan hun geloof. Het gebeurde vaak dat zij hierheen gelokt werden doordat de hollanders hun geestelijk leiders naar de Kaap verbanden, zoals Tuan Guru, die op Tanah Baru een monument heeft.

Voorzichtig concludeer ik dat de Cape Malay in verschillende opzichten zeker verwant zijn aan de Indo-Europeanen uit Nederlands-Indië maar (uiteraard) vooral hun eigen geschiedenis hebben. De vergelijking met Indo-Europeanen gaat op de meeste punten dan ook mank, maar vertoont toch zeker gelijkenissen.

Bo-Kaap!
De wijk Bo-Kaap: in vele opzichten de meest kleurrijke wijk van Kaapstad

Verschillende “Indonesiërs” trouwden bijvoorbeeld met Hollanders –zoals de grootouders van Shereen. Hun Kaapse kinderen waren in een bepaald opzicht “Indo-Europees”. Sommigen gingen op in de Afro-Euro-Aziatische mix die hier langzaam maar zeker ontstond. Tegelijkertijd probeerde de meerderheid van de Cape Malay –overwegend met succes- vast te houden aan de eigen gemeenschap die als een kleine diaspora in het snel groeiende Zuid-Afrika uit elkaar dreigde te vallen.

Die middag ontmoet ik in een winkel in de haven van het pittoreske Kalkbay, iets ten zuiden van de stad, Traci. Haar uiterlijk verraad een gemengde achtergrond. Ze vertelt dat ze een Indonesische en Nederlandse voorouder heeft. Haar gemengde afkomst is historisch verbonden met het dorp, waar ze werd geboren, want hier vestigden zich een aantal eeuwen geleden honderden Maleisische, Filippijnse en Javaanse vissers naast een handvol Europeanen die uit de stad waren afgezakt richting het zuiden.

Kalkbay
In Kalkbay, iets ten zuiden van Kaapstad op het Kaapse Schiereiland, vestigden zich meer dan een eeuw geleden honderden vissers uit onder ander Java, de Filipijnen en Maleisie

Haar Nederlandse overgrootvader trouwde een de nazaten van de Javaanse vissers. Haar achtergrond is haar de laatste jaren, sinds ze een dochter heeft, meer gaan interesseren, vertelt ze. Ze wil haar dochter graag vertellen waar ze vandaan komt. Is ze misschien eigenlijk een Indische? vraag ik me ondertussen af.

Voor even voelen we ons verbonden door een geschiedenis die overeenkomsten vertoont en bovendien wortelt in eenzelfde ontmoeting van Oost en West. Hier, niet ver van Kaap de Goede Hoop, sta ik in het symbolische midden daartussen. Het is een comfortabele plek besluit ik. Dan denk ik voor even nergens aan. Langzaam, aan de andere kant van de Kaap, gaat de zon donkerrood onder.

Indische buurten: de Archipelbuurt in Den Haag

Archipelbuurt Den Haag

‘Weer of geen weer’, schreef ik een week geleden optimistisch, toen ik aankondigde om voor Indisch 3.0 een verslag te maken van de oudste buurt in Nederland met Indische straatnamen: de Archipelbuurt in Den Haag. Ik had er alleen niet bij stilgestaan dat een beeldverslag van een wijk nogal somber oogt als het regent én dat ik daar zelf ook niet vrolijk van word. Daarom wachtte ik op een mooie dag, die zich helaas later dan de geplande publicatiedatum van 9 juli voordeed. Inmiddels ben ik erover uit: je kan twisten over de vraag of de Archipelbuurt nog Indisch is. Voor mij staat wel vast dat het nog steeds diezelfde internationale allure heeft als een eeuw geleden. En was internationaal aanzien niet ooit een van de ‘geschenken’ van Nederlands-Indië aan Nederland?
Balistraat
Balistraat

Gelegen tussen de Scheveningse Bosjes en Willemspark, bestaat de rustige Archipelbuurt uit onder meer 18 locaties (exclusief hofjes), die vernoemd zijn naar delen van de voormalige kolonie; de Atjehstraat, Bankastraat, Bankaplein, Balistraat, Batjanstraat, Billitonstraat, Borneostraat, Celebesstraat, Delistraat, Javastraat, Javalaantje, Madoerastraat, Malakkastraat, Riouwstraat, Soendastraat, Sumatrastraat, Ternatestraat en Timorstraat. Naast huishoudens, kent deze buurt overigens ook veel ambassades, het hoofdkantoor van de politie en hoofdkantoren.

Fietsend langs de witte huizen in de brede straten realiseer ik me dat de Indië-gangers van toen, voor wie veel van de huizen in de Archipelbuurt rond de 19e eeuw gebouwd zijn,  eigenlijk de expats van nu zijn. De internationale allure van toen trekt nog steeds internationaal geörienteerde inwoners van Den Haag; overwegende Westerse wereldburgers die vanwege internationale organisaties zoals het Joegoslavië Tribunaal, het International Criminal  Court en Europol naar de residentie gekomen zijn. De buurtmonitor van de gemeente Den Haag vertelt me dat bijna een derde van de ongeveer 5700 buurtbewoners komt uit landen als Amerika en andere EU-lidstaten.  Bovendien ligt deze chique buurt op een steenworp afstand van deze organisaties, waardoor het een van de vanzelfsprekende locaties geworden is voor deze welvarende buitenlanders.

Bankaplein
Bankaplein

Naast de talen die ik op straat om me heen hoor, onderstreept ook het on-Nederlands aandoende Bankaplein de 19e-eeuwse ambitie om de rijkeren der aarde aan te trekken. Aan dit weids opgezette plein liggen een paar immense herenhuizen, villa’s kan ik beter zeggen, die met hun witte ornamenten de mondaine uitstraling hebben die ik alleen van New York, Parijs, Londen en Barcelona ken. In een van de panden huist het mediabedrijf van presentator Rocky Tuhuteru. Dit plein staat in schril contrast met de tevens in de Archipelbuurt gelegen Curacaostraat; eerder een steegje dan een straat. Op zich is dat niet vreemd: brede straten waren bedoeld voor officieren en bewoners van Nederlands-Indië, zowel de verlofgangers als de totoks die terugkeerden na miljoenen te hebben vergaard, kleinere straten voor bedienend personeel en soldaten. Wel vraag ik me af waarom Curacao als straatnaam voor deze steeg gekozen is.

Soendastraat
Soendastraat

De pracht van de Archipelbuurt overweldigt en overdondert me bijna: de immense omvang van de opbrengsten uit Indië wordt opeens heel concreet, als ik al die weelderige huizen zie. Rond de 19e eeuw ontstonden in Den Haag verschillende buurten die met elkaar concurreerden om de komst van rijke Indië-gangers; Archipel, Duinoord, Statenkwartier en het Belgisch park, allevier op zandgrond gelegen, ‘wonnen’ deze strijd van het op veen gelegen Oranjeplein en Bezuidenhout. Op zand wonen was namelijk beter voor de gezondheid; in zulke huizen hadden bewoners minder last van ziektes als gevolg van optrekkend vocht uit de bodem.  Deze scheiding, gemarkeerd door de Laan van Meerdervoort, zie je overigens nog steeds terug in Den Haag. De huizen tussen het strand en deze zes kilometer lange laan zijn – over het algemeen – duurder en verkeren in betere staat dan de huizen aan de ‘veenzijde’, waar in andere tijden vooral arbeiders en middenstanders wonen.

Surinamestraat
Surinamestraat

De fraaie huizen in Archipel hebben hun waarde behouden. Een huis gaat daar al snel voor een half miljoen euro en er zijn meerdere panden die nog net geen twee miljoen kosten. Het huis waar Louis Couperus gewoond heeft, aan de Surinamestraat 20, staat zelfs te koop voor een kleine drie miljoen euro. Dat zal niet alleen door zijn beroemde inwoner komen, maar ook door de prachtige straat, door sommigen tot mooiste straat van Den Haag benoemd. Opvallend vind ik dat aan het pand zelf niet te zien is dat Couperus er ooit gewoond heeft. Geen plakkaat, geen opschrift, niets. Aan het begin van die straat, komend vanaf de Javastraat, zie ik daar wel een herinnering aan, in de vorm van een borstbeeld van de schrijver van onder meer Eline Vere en De stille kracht.

Toko Banka
Toko Banka

Bewijzen voor een levende Indische buurt zouden toko’s en andere eetgelegenheden kunnen zijn. Als ik Toko Frederik niet meetel, in de aangrenzende buurt Willemspark, is er nog maar weinig over van de Ind(ones)ische eetcultuur. Ik kom wel langs Toko Banka, maar die ziet eruit alsof hij zijn beste tijd gehad heeft. Vlak vóór de Javastraat, op het puntje van de Laan van Meerdervoort, vind ik het oudste ‘Rijsttafelrestaurant’ van Den Haag, Tampat Senang. Een korte check op Iens leert me dat ook dit restaurant zijn gloriedagen achter zich heeft liggen. Het enige nog succesvolle Indonesische restaurant in de Archipelbuurt ligt aan de Javastraat.  Dat is restaurant The Raffles, vernoemd naar de Britse Sir Stamford Raffles, die rond 1800 bijgedragen heeft aan de machtsoverdracht in Nederlands-Indië aan de Britten.

Voormalige kazerne aan de Atjehstraat
Voormalige kazerne aan de Atjehstraat

Vooral de grootsheid en macht van Nederland als koloniale mogendheid zie ik om me heen, aan het Bankaplein, maar minstens zo duidelijk in de Atjehstraat. Ik sta versteld als ik uitgerekend daar zo ongeveer aan fiets tegen een voormalig kazernegebouw. Het pand heeft ornamenten die verwijzen naar 1893, het jaar waarin Atjeh formeel gepacificeerd was, al is het nog jaren ‘onrustig’ geweest daar. Ik verwonder me er bovendien over dat deze straat, vernoemd naar een relatief klein gebied, zo’n prominente functie had in de buurt. Alhoewel, eigenlijk is dat niet mijn échte verwondering. Ik verbaas me er vooral over dat Nederland in die tijd zo pronkte met de overwinning van – voor zover ik weet – dat laatste stukje onafhankelijk Sumatra.

Javastraat met links het voormalige Indisch Huis
Javastraat met links het voormalige Indisch Huis
Sumatrastraat
Sumatrastraat

Minstens zo opvallend vind ik de keuze van straatnamen, en niet alleen van de eerder genoemde Curacaostraat. De Javastraat is te beschouwen als een van de hoofdwegen en telt vele fraaie villa’s, zoals het pand van het voormalige Indisch Huis (nr. 2b) en de Oude Raadzaal (nr. 26), die nog altijd in gebruik is voor onder meer koninklijke bruiloften. Vergeleken met de Javastraat ziet de Sumatrastraat, als eiland groter dan Java, eruit als een straat aan de andere kant van de Laan van Meerdervoort, met een Renault-garage en sociale woningbouwpanden. Zag Nederland Sumatra als een ondergeschikt gebiedsdeel voor het belangrijkste eiland van de kolonie, Java?

Ornament op kazerne in Atjehstraat
Ornament op de kazerne in de Atjehstraat

Dat de Archipelbuurt nog steeds Indisch is, kan ik niet zomaar beamen. Waarschijnlijk ook omdat het Indisch van toen niet meer het Indisch van nu is. Wat ik wel zie, zijn de sporen die de Nederlandse opvattingen over deze kolonie hebben achtergelaten: nog altijd leven welgestelde, internationaal georiënteerde bewoners  in prachtige huizen en in straten die de visie van Nederland als wereldmacht van toen weerspiegelen. In die visie lijken macht, rijkdom en aanzien onlosmakelijk aan elkaar verbonden te zijn geweest, en heeft elk gebiedsdeel de plek gekregen die het volgens dat wereldbeeld verdiende.

Althans, zo is het in elk geval in Den Haag. In de volgende aflevering van Indische buurten gaat Ed de Indische buurt in Amsterdam verkennen. Wat zal hij aantreffen? En: kunnen we daar conclusies aan verbinden over het verschil in betekenis van Indië voor deze twee steden?

Oproep: beschrijf jouw Indische buurt

In de zomermaanden trekt Indisch3.0 erop uit – weer of geen weer. We gaan Indische buurten in Nederland verkennen: wijken met straten als de Javastraat, de Insulindelaan en de Sumatraweg. Wat is er in 2009 Indisch aan die buurten? Wonen er veel Indische Nederlanders, Molukkers of Indonesiërs, zijn er toko’s? Of is het Indische subtieler aanwezig, zoals in de gemengdheid van een wijk, of het internationale karakter?

IndischeBuurten

De eerste gemeente waar zo’n wijk ontstond, was – niet verbazingwekkend – Den Haag. De stad met de meeste Indische straatnamen is echter Amsterdam, met zowel de Indische Buurt als de wijk Java-Eiland. Dit melden prof. dr. Herman van der Wusten, Sjoerd de Vos & Rinus Deurloo in hun onderzoek naar de Indische buurten in Nederland (UvA, Afdeling Geografie, Planologie en Internationale Ontwikkelingsstudies, 2007). “Vanaf de 19de eeuw verrezen er overal in Nederland Indische buurten”, zeggen de onderzoekers,”eerst in de vier grote steden en het Noorden, daarna ook in het Zuiden. Waren ze eerst bedoeld om de nationale grootheid en trots uit te drukken, en in de periode 1947-1950 om stelling te nemen in het lopende dekolonisatieconflict, later kregen vooral gevoelens van heimwee de overhand.”

Kirsten geeft op 9 juli de aftrap voor de serie ”De Indische Buurt van…”, met een verslag van de Archipelbuurt in Den Haag. Ed neemt de week daarna het stokje over en duikt de Indische buurt in Amsterdam in. Welke stad daarna aan de beurt is, is aan jou. Er schijnen zeker 57 gemeentes te zijn met een Indische buurt, dus aan materiaal zou geen gebrek hoeven zijn. Ben jij een lezer van Indisch 3.0 en wil jij in juli en augustus als gastredacteur een reportage schrijven over de Indische buurt in jouw stad? Neem dan contact met ons via de website of redactie@indisch3.nl.

Zie hier een kaart met alle gemeenten in Nederland met een Indische buurt