Indische verhalen in Nederlandse stenen. Gedeeld cultureel erfgoed (deel 3)

In drie blogs schrijf ik over ‘gedeeld cultureel erfgoed’ van Nederland en Indonesië; culturele schatten die voortkomen uit het gedeelde verleden van de landen, maar die nu – na een ‘scheiding’ en nieuwe levensfasen los van elkaar – niet vanzelfsprekend meer onder de zorg van de landen vallen. In de vorige twee blogs schreef ik dat het vast nog even duurt voordat de Indische invloeden in eigen land door een breed publiek worden beschouwd als gedeeld erfgoed met Indonesië. Het symposium ‘Gedeeld cultureel erfgoed’ dat dit jaar tijdens de Tong Tong Fair plaatsvond, laat zien dat er wel al een kentering gaande is. Hoewel het zeker niet een eerste bijeenkomst is over Indisch erfgoed, toont de naam dat de insteek anders is. Het legt nadruk op een veelzijdige herkomst en brengt de Indische sporen in Nederland direct in verband met de koloniale sporen in Indonesië, die we doorgaans wel als gedeeld erfgoed zien.

 

Vergetelheid voorkomen

Het symposium kwam voort uit het Haagse project ‘Sporen van Smaragd’, waarin Haagse gebouwen met een ‘Indische link’ zijn geïnventariseerd. Den Haag wilde voorkomen dat het Indisch erfgoed in vergetelheid raakte en gaf daarom kunsthistorisch bureau Kroon & Wagtberg Hansen opdracht een overzicht te maken. Het project liep van 2010 tot 2012 en resulteerde in een database die de gemeentelijke monumentenzorg gebruikt. Dit jaar verscheen er een uitgebreide publiekspublicatie. Het onderzoeksbureau presenteerde op het symposium de belangrijkste bevindingen en plaatste deze met bijdrage van andere sprekers (namelijk: Ulbe Bosma, Frans Leidelmeijer, Vilan van de Loo, Marty Bax, Henk Mak van Dijk en Ben de Vries) in een bredere context over culturele wisselwerking tussen Nederland en Indië.

 

Het uiterlijk én het verhaal

Uit de lezingen bleek dat de inventarisatie naar Indische gebouwen, niet alleen om zeldzaamheid van uiterlijk ging (de materiële waarde) maar veel meer om het verhaal en de historische waarde erachter (de immateriële waarde). Er zijn daarom niet enkel gebouwen gedocumenteerd met Indische decoraties of Indische namen op de gevel, maar ook gebouwen die van de buitenkant helemaal geen Sporen van Smaragd laten zien. Zoals bijvoorbeeld één van de eerste toko’s in Den Haag, Toko Betawie (Heemskerkstraat 29), dat nu als woonhuis niets meer laat zien van het Indische verhaal. Dit gebouw is echter wel cultuurhistorisch waardevol omdat het te verbinden is met het begin van de Indische eetcultuur in Nederland. Ook woonhuizen van bijvoorbeeld Indische journalisten en musici die als ontmoetingsplekken fungeerden voor culturele Indische bijeenkomsten kregen een plaats in de databank.

 

Villa Heimo Nia aan de Parkweg, gebouwd voor een uit Nederlands-Indie teruggekeerde suikerplantage-eigenaar,  1908. Foto: Roel Wijnants via Flickr
Villa Heimo Nia aan de Parkweg, gebouwd voor een uit Nederlands-Indie teruggekeerde suikerplantage-eigenaar,
1908. Foto: Roel Wijnants via Flickr
Toko Betawie advertentie De Amsterdammer : dagblad voor Nederland, 02-02-1883. Afb. via Koninklijke Bibliotheek Den Haag
Toko Betawie advertentie De Amsterdammer : dagblad voor Nederland, 02-02-1883. Afb. via Koninklijke Bibliotheek Den Haag

Subtiele vermenging van oost en west

Overigens zijn de materiële Indische sporen in gebouwen, interieurs en meubels die je dus wel kan zien, soms nog best onzichtbaar voor het ongetrainde oog. De Haags-Indische gebouwen zijn bijvoorbeeld niet in oosterse stijl gebouwd, maar hebben in hoofdzaak een westers voorkomen met verwijzingen naar Indië in de decoraties. Zo is het wapen van Batavia vaak op gevels te vinden bij op panden van voormalige handelmaatschappijen met Indische banden en zijn Indische figuren terug te zien in gevelstenen of glas-in-lood bij voormalige woon- en werkvertrekken van Indiëgangers.

Bij de Bijenkorf werden diverse gevelstenen aangebracht om te laten zien waar de te kopen producten vandaan kwamen. In deze gevelsteen zijn rechts van het midden zijn De Indische Olifant en 'een Inlander' te zien . Foto: Roel Wijnants via Flickr
Bij de Bijenkorf werden diverse gevelstenen aangebracht om te laten zien waar de te kopen producten vandaan kwamen. In deze gevelsteen zijn rechts van het midden zijn De Indische Olifant en ‘een Inlander’ te zien . Foto: Roel Wijnants via Flickr

Frans Leidelmeijer vertelde een vergelijkbaar verhaal over de Indische invloed op interieur en meubels. Rond 1900 was batik bijvoorbeeld erg populair, maar de toepassing was niet vergelijkbaar met die in Indië. De batikstoffen werden bijvoorbeeld gebruikt voor boekomslagen, meubelbekleding of textielbehang en de patronen werden ontworpen door Westerse kunstenaars. In Apeldoorn was zelfs een batikatelier gevestigd waar Nederlandse vrouwen werkten.

Kunsthistorica Marty Bax liet zien dat het Indische nog meer voor het oog verborgen kan zijn. Gebouwen die ontworpen zijn door Indische architecten of architecten die in Nederlands-Indië zijn geweest, maar in hun decoratie niet verwijzen naar Indië, kunnen toch wel degelijk ontworpen zijn onder grote invloed van de Oost. Veel architecten rond 1900 ontwierpen bijvoorbeeld gebouwen op basis van geometrische patronen, zoals aaneengeschakelde vierkanten of driehoeken. Een aantal architecten baseerden deze patronen op oosterse filosofieën of voorbeelden uit boeddhistische en hindoeïstische tempels. Marty Bax liet bijvoorbeeld zien dat Berlages schetsontwerpen voor het Gemeentemuseum in Den Haag in opzet van het gebouw overeenkomsten vertoont met de opbouw van boeddhistische tempelcomplexen. Aan de buitenkant dus niets te zien, maar Indische invloed is er all over.

Gemeentemuseum Den Haag. Foto: Georges Jansoone via wikimedia
Gemeentemuseum Den Haag. Foto: Georges Jansoone via wikimedia

 

Het verleden als rijkdom

Met het delen van deze (en nog veel meer) kennis is met het symposium een begin gemaakt het Indisch erfgoed breder bekend te maken. Als erfgoedprofessional met Indische achtergrond kan ik het Haagse initiatief alleen maar toejuichen en hopen op vergelijkbare initiatieven in andere steden. Het is duidelijk dat het Indische soms moeilijk zichtbaar is, maar dat er een rijkdom aan sporen te vinden is. Het is afwachten of het in de toekomst door de Indonesiër ervaren wordt als ‘gedeeld cultureel erfgoed’ maar het is belangrijk dat Nederland dat in ieder geval doet. Het erkennen en aanwijzen van de culturele wisselwerking doet niet alleen recht aan het verleden, maar geeft ook een positieve inslag voor omgaan met het verleden in het heden.

Een middagje Gordel van Smaragd

Varen op de Amsterdamse grachtengordel

Den Haag kennen we allemaal als Indische stad, maar ook Amsterdam is een stad met belangrijke ‘Indische link’. Stichting Cerita Fakta organiseert daarom sinds 2012 rondvaarten door de Amsterdamse grachtengordel waarbij de Indische geschiedenis van de stad aan bod komt. Zaterdag 20 april nam ik deel aan de eerste boottocht van het nieuwe seizoen. Op 1 juni en 20 juli a.s. vaart Cerita Fakta nogmaals uit. Benieuwd of deze rondvaart ook iets voor jou, als Indisch 3.0’er, is? Lees dan mijn korte impressie van de middag.

Gidsen Peter Bouman (l) en Frans Leidelmeijer (r) met de schipper (m). Eigen foto.
Gidsen Peter Bouman (l) en Frans Leidelmeijer (r) met de schipper (m). Foto: Maria Lamslag/ Indisch 3.0 2013.

Perfect weer
Rond half één begaf ik mij naar de opstapplaats voor de Stopera. De plek was makkelijk te herkennen aangezien er al heel wat Indische luitjes op de wal stonden. Natuurlijk arriveerden een paar gasten wat later (jam karet, toch?) maar al snel kon de boot vertrekken voor de 2,5 uur durende rondvaart. Met een stralende zon en een helder blauwe lucht was het perfect weer voor een boottochtje.

Die andere gordel
Peter Bouman en Frans Leidelmeijer stapten als gidsen aan boord. Peter werkt voor Pelita en Frans ken je waarschijnlijk als kunstexpert van Tussen Kunst & Kitsch. Tijdens de rondvaart door de grachtengordel legden zij het verband met de andere gordel; de Gordel van Smaragd oftewel Nederlands-Indië. Om de beurt vertelden zij historische achtergronden, feitjes en anekdotes over de gebouwen, kunst, bruggen en andere plekken met Indische link waar we langs voeren.

De bijnaam van het gebouw is de Spekkoek.

Spekkoek
Zo passeerde de boot onder de replica van het VOC-schip De Amsterdam, voormalige kantoren van handelsmaatschappijen met Indische banden, het geboortehuis van Edouard Douwes Dekker (nu het Multatuli Museum), straten waar veel Indonesische geneeskundestudenten gestudeerd hebben, het verzetsmuseum en het NIOD waar aandacht is voor het oorlogsverleden. Uiteraard werd er ook verteld over panden, bruggen en kunstwerken die qua ontwerp geïnspireerd waren op Nederlands-Indië. Het gebouw De Bazel – vanwege de kleuren ook wel de spekkoek genoemd – is hiervan misschien wel het mooiste voorbeeld. In de decoratie zijn talloze verwijzingen naar Indië te vinden.

De Bazel aka De Spekkoek. Voormalig hoofdkantoor van de Nederlandsche Handel-Maatschappij. In het ontwerp zijn veel verwijzingen naar Nederlands-Indië te vinden. Foto: Jane023 via wikimedia
De Bazel aka De Spekkoek. Voormalig hoofdkantoor van de Nederlandsche Handel-Maatschappij. In het ontwerp zijn veel verwijzingen naar Nederlands-Indië te vinden. Foto: Jane023 via wikimedia

Culinaire Indische hotspots
De gidsen deelden hand-outs uit, zodat we het één en ander konden meelezen en details nog eens op foto’s konden bekijken. Bij de rondvaart waren lekkernijen en een warme maaltijd inbegrepen, waardoor er nagenoeg de hele rondvaart eten op tafel stond. Dit weerhield de gidsen er niet van ons ook op wat culinaire Indische hotspots te wijzen. Zo zie ik in mijn aantekeningen Café Kadijk aan het Kadijksplein en Hofje van Wijs aan de Zeedijk genoteerd.

Als 3.0’er kon ik het niet allemaal volgen.

De jongste
Omdat een boottocht toch een boottocht blijft en deze een niet al te hip imago hebben, had ik er rekening mee gehouden dat ik wel eens de jongste deelnemer zou kunnen zijn. En waarschijnlijk was dit ook het geval. Er waren wel meer 3.0’ers aan boord, maar de 2.0’ers waren duidelijk in de meerderheid. De gidsen, zelf ook van de tweede generatie, refereerden regelmatig naar feitjes die deze generatie goed kent.  Wanneer het iets van doen had met Indorockers kon ik als (jonge) 3.0’er bijvoorbeeld niet alle feitjes volgen – al zegt dat misschien meer iets over mijn muziekkennis.

Bij de rondvaart zaten snoeperijen, drinken en een warme maaltijd inbegrepen. Het eten en de service waren top. Eigen foto.
Bij de rondvaart zaten snoeperijen, drinken en een warme maaltijd inbegrepen. Het eten en de service waren top.  Foto: Maria Lamslag/ Indisch 3.0 2013

Verhalen
Deze en andere ‘insiders’-anekdotes van de 2.0’ers, deden me wel bedenken hoe leuk mijn vader en mijn tante het boottochtje zouden vinden, en hoe leuk het zou zijn om samen met hen de rondvaart te maken. Behalve de verhalen van de gidsen, zou ik misschien ook wel meer van hun Indische verhalen horen.

Herkenning en nieuwe blikken
Hierin ligt denk ik ook het grootste verschil in de beleving van de middag voor de 2.0’ers en 3.0’ers. Voor de tweede generatie was het volgens mij vooral een middag van herkenning en weerzien, voor mij was het vooral een middag van nieuwe verhalen en een nieuwe blik op plekken in de stad. Mocht je ook aan de rondvaart willen deelnemen, dan is dit wellicht iets om rekening mee te houden. Al deed het af en toe iets niet kunnen volgen, zeker niet af aan de sfeer.

Dit was ongetwijfeld de gezelligste boot op de grachten.

Bekijks
Want ondanks het brave imago van de rondvaarttocht, was dit ongetwijfeld de gezelligste boot die die zaterdag op de grachten te vinden was. Het was soms zo gezellig aan boord, dat de gidsen zelfs met microfoon het geklets amper konden overstemmen. Het gekwebbel, gelach en ge-makan trok ook bekijks van andere (vergeleken met ons opvallende stille) rondvaartboten en mensen langs de grachten. In dat opzicht voelde het al alsof ik de boottocht met mijn familie maakte. De verhalen waren misschien grotendeels nieuw, de gezelligheid was één en al herkenning.

Prachtig weer en uitzicht op het replica VOC-schip De Amsterdam. Eigen foto.
Prachtig weer en uitzicht op het replica VOC-schip De Amsterdam. Foto: Maria Lamslag/ Indisch 3.0 2013.

Wat is jouw Indisch Den Haag?

Indisch Den Haag krijgt tot in elk geval eind 2011 de aandacht van het Haags Historisch Museum en Monumentenzorg van de gemeente Den Haag. De Haagse wethouder Baldewsingh (Volksgezondheid, Duurzaamheid, Media en Organisatie), lanceerde daarvoor vandaag het project Sporen van Smaragd.

Hotel Des Indes in Den Haag, met stadswapen van Batavia boven de ingang.

Het Museum en de dienst Monumentenzorg investeren meer dan 25.000 euro om Indische gebouwen, evenementen, interieurs, gedenktekens en wijken in Den Haag te inventariseren uit de periode 1853 – 1945. “Deze periode is vooral om pragmatische redenen gekozen. De gegevens van de Kamer van Koophandel gaan terug tot 1853. Maar ook omwille van betekenis: 1945 is het jaar waarin Indonesië zichzelf onafhankelijk verklaard heeft,” licht een van de onderzoeksters toe. Stadshistoricus en Tjalie Robinson-kenner Wim Willems zal de vondsten voorzien van een bredere, historische context.

Divers karakter Den Haag zichtbaar maken
“De waarde van dit project voor jongeren is dat we Indische verhalen zichtbaar maken in Den Haag,” vertelt wethouder Baldewsingh me na afloop. “En dat zeg ik niet alleen als wethouder, maar ook als Hindoestaanse migrant. Den Haag heeft vele gezichten, die diversiteit wil je zien in de stad. Dit project kan de verbinding vormen tussen alle inwoners. Zien dat Den Haag niet alleen maar een Hollandse stad is, maar ook een Indische, internationale, geeft nieuwkomers een gevoel van thuiskomen en Hagenaars en Hagenezen een gevoel van herkenning.”

Actieve bijdrage publiek gevraagd
Voor het slagen van Sporen van Smaragd zijn bijdragen van (voormalige) inwoners van Den Haag cruciaal, met internet als doorgeefluik. Zo is http://sporenvansmaragd.ning.com ingericht als kennisnetwerk, waarop (ex-) Hagenaars hun verhalen over en kennis van Indisch Den Haag kunnen delen met anderen. Op www.flickr.com/groups/sporenvansmaragd kunnen mensen foto’s uploaden, ze taggen met #sporenvansmaragd en aangeven waar in Den Haag de foto genomen is. De ideeën over het zichtbaar maken van de vondsten zijn legio, maar nog niet bepaald besloten. Wellicht kan het publiek daar ook suggesties voor indienen.

wethouder Rabin Baldewsingh
Wethouder Baldewsingh: "Diversiteit in een stad wil je zien."

Persoonlijke verhalen en interieurs
Verder zijn persoonlijke verhalen en interieurs ontzettend belangrijk, vertelt Elise Mutter van het Haags Historisch Museum me. “We weten natuurlijk niet wat mensen in huis allemaal aan bijzondere voorwerpen en verhalen hebben.” Het stadsmuseum, gelegen aan de Hofvijver, wil die verhalen gebruiken voor een expo over ‘Mijn Indisch Den Haag’. Dit soort verhalen kunnen mensen dus ook kwijt op de ning-community.

In kaart brengen om te beschermen
Opmerkelijk is tot slot de aanleiding van dit project. “Als we niet weten welk uniek Indisch erfgoed we in deze stad hebben, zou het zomaar kunnen gebeuren dat dat erfgoed verloren gaat. Nee, er is geen directe aanleiding om daarvoor te vrezen, maar we hebben nu nergens vastgelegd wat Indisch erfgoed is. Bij een nieuwbouwproject kan nu zomaar waardevol materiaal verdwijnen ,” vertrouwt Elise Mutter me toe. “Bovendien, we denken al heel lang over dit project na, maar de eerste generatie Indische mensen verdwijnt. We moeten snel zijn. En trouwens, wie weet wat dit voor het Louis Couperus-huis kan betekenen, als erkend wordt dat dat Indisch cultureel erfgoed is?”

De dames van Tong-Tong Fair: Florine Koning, Siem Boon en Ellen Derksen.

Indische buurten: ‘Lombok’ in Utrecht (a.k.a. ‘Klein Alanya’)

Voor het derde deel van de serie Indische buurten’ trekken Charlie Heystek (tekst) en Valérie Harmanus (foto’s) de Indische buurt van Utrecht in.

Lombok, zo heet de Indische buurt hier. Mijn beste vriendin, die aan de rand van de buurt woont, noemt het altijd gekscherend ‘Klein Alanya’. En dat is het ook: op elke hoek van de straat zit wel een Turkse groetenboer, bakker of een lamachun (Turkse pizza) tent.

kanaalweg
De Kanaalstraat die midden door Lombok loopt en waar straten met bekende namen als Balistraat, Javastraat en Sumatrastraat op uitkomen

Toen ik de vraag kreeg of ik voor mijn eerste bijdrage aan Indisch 3.0 een verhaal wilde schrijven over de Indische buurt van Utrecht, vroeg ik me dan ook sterk af wat ik over deze buurt moest vertellen. Ik kom er niet veel, maar wel altijd graag. Omdat ik me thuis voel tussen de Turken, niet vanwege iets Indisch. Ik vond het dan ook moeilijk te bedenken wat ik over Lombok moest schrijven als Indische buurt. Welke link zou ik kunnen leggen met het Indische, behalve de straatnaambordjes die aan onze koloniale geschiedenis herinneren?

Nieuwsgierig lopen Valérie en ik de wijk in. Zij gewapend met haar fotocamera, ik met een schrijfblok en een pen. Lombok is een wijk met een grote islamitische populatie. Vandaag is de eerste dag van drie dagen Eid-ul-Fitr, het einde van de vastenmaand Ramadan, het Suikerfeest is vanavond. Op mijn werk zal het vanavond een komen en gaan worden van Turkse familieleden van mijn baas, een keuken vol baklava en Turkse thee. Ik bedenk me dat het juist vandaag misschien wel leuk even langs de moskee om de hoek te gaan. Maar helaas: hij is dicht. De twee heren die er voor staan fluiten Valérie en mij na.

We besluiten door te lopen en ik krijg het idee om verschillende winkels binnen te gaan om te vragen hoe zij vanavond in Lombok Suikerfeest vieren. Nog geen tien meter verder worden we weer nagefloten. Een man roept naar Valérie: ‘Hey, maak een mooie foto van mij!’. Aan de overkant hangen wat groepjes Turkse jongeren op straat. ’Hoe maak ik dit aantrekkelijk voor Indisch 3.0?’ spookt er door mijn hoofd. Ineens zie ik aan de overkant ‘Kopi Susu’ op het raam staan.

Museumcafé Kopi Susu op de J.P. Coenstraat
Museumcafé Kopi Susu op de J.P. Coenstraat

Die naam herken ik. Voordat ik Lombok ging verkennen, had ik al het een en ander aan research gedaan naar achtergronden van de wijk. Kopi Susu is een cultureel café in Lombok dat samenwerkt met het project ‘Linken Leggen Lombok’. Dit project probeert door middel van verschillende activiteiten de naamgeving van Lombok uit te leggen en op die manier de koloniale geschiedenis levend te houden. Ook proberen ze de eerste groepen migranten (Indische Nederlanders, Molukkers en Papoea’s) in contact te brengen met de latere groepen migranten (Marokkanen en Turken).

Als Valérie en ik het café binnen lopen herkennen we achter de bar direct twee Indische dames. We vragen of ze ons kunnen helpen en leggen uit waar wij mee bezig zijn. ‘Willen jullie wat drinken? Kopi susu?’ Onmiddellijk begint Micky, een van de twee bardames, enthousiast te vertellen. Het doel van Kopi Susu is om mensen met verschillende culturele achtergronden bij elkaar te brengen: ‘niet alleen Indische mensen, maar mensen van alle culturen.’ Het culturele café ontvangt geen subsidie en is daarom maar vier dagen per week geopend. ‘We hebben er simpelweg het geld niet voor vaker open te zijn.’ We hebben dus geluk dat ze net vandaag wel open zijn. Ik vraag of er nog iets ‘echt Indisch’ in de buurt te vinden is. Micky kijkt me aan, denkt even en zegt dan ferm: ‘Nee, eigenlijk niet echt.’ We praten verder, honderduit over Indische dingen, de geschiedenis, de Indische ‘klik’ die ik niet kan uitleggen is er.

In gesprek met Micky
In gesprek met Micky

Achterin zie ik een kamer met knalroze wanden. ‘Wat dachten jullie? Deze kamer geven we de kleur van stroop susu?’ vraag ik lachend. Dan stapt er een Nederlandse dame binnen: ‘Heb jij die flyer voor de krontjongmiddag nog opgehangen?’ Micky haakt er direct op in en stelt ons voor: ‘Dit zijn Valérie en Charlie, derde generatie Indo’s. Ze zijn met een verhaal bezig voor een Indische weblog.’ De dame nodigt ons uit om dezelfde middag nog langs te komen bij de krontjongmiddag: ‘Het wordt georganiseerd door Nusantara Indah. Er zijn veel Indische en Nederlandse mensen, maar ook mensen van andere culturele achtergronden. We spelen en zingen samen krontjong, jullie zijn meer dan welkom.’ Direct besluiten we: dat moeten we doen.

Als de koffie met melk op is, hobbelen we in de richting van het buurthuis waar de krontjongmiddag plaats vindt. We raken de weg al snel kwijt,en als we twijfelen of we wel bij het juiste adres zijn, verschijnt gelukkig de dame van het café. ‘Wat leuk dat jullie er zijn! Ik heb het al even over jullie gehad. Kom binnen, kom binnen!’ We worden warm onthaald door de aanwezigen. Er wordt ons kort uitgelegd dat ze deze middagen organiseren om de buurtbewoners dichter bij elkaar te brengen en hoe de uitspraak van het Maleis te leren. Minuten later zing ik uit volle borst zing ik mee met ‘Ayun ayun’ en ‘Nina bobo’. Een van de Nederlandse aanwezigen lacht breeduit naar me.

Krontjong spelen en elkaars cultuur leren kennen
Krontjong spelen en zingen en elkaars cultuur leren kennen

Ik verbaas me over het feit dat, terwijl verwachtte alleen Turkse Nederlanders te vinden, ik in deze wijk ineens krontjong aan het zingen ben. Dan spelen ze ‘Terang Bulan’. Ik krijg tranen in m’n ogen: op dit liedje ging mijn opa tijdens zijn begrafenis min of meer ‘swingend’ te kerk uit.

Tot zover de bijnaam ‘Klein Alanya’. Ik besluit de Indische buurt voortaan weer Lombok te noemen.

 

Klik hier voor meer achtergronden over de wijk Lombok en bezoek ook de site van het leuke initiatief Linken Leggen Lombok.

De Indische buurt: het beste bewaarde geheim van Amsterdam

De Javastraat. De geur van Turkse pizza’s en Surinaamse roti, dan weer gegrilde kebab. Groepjes jongens rondhangend op de stoep voor belwinkels, waar vrouwen op hippe mamafietsen passeren, pratend tegen hun mobiel. Kraampjes met verse groenten waarvoor oudere gesluierde dames in vreemde talen discussiëren met bebaarde mannen in djellaba. Daartussen toeristen, kaartlezend of met koffers op weg naar het Stayokay hostel op het Timorplein. Wat voel ik me thuis, hier in de Indische buurt.

De Javastraat: het economische hart van de buurt. Aan de gevels wapperen Nederlandse, Surinaamse en Marokkaanse en allerlei andere vlaggen naast elkaar.
De Javastraat: het economische hart van de buurt. Aan de gevels wapperen Nederlandse, Surinaamse en Marokkaanse en allerlei andere vlaggen naast elkaar.

En wat een welkom: de zon heeft het grootste deel van de afgelopen week geschenen en vanaf mijn nieuwe huis in de Balistraat, is alles te voet goed te bereiken. Op slippers en in oude kleding met verfspetters, loop ik dagelijks door de straten van de buurt. Zorgvuldig probeer ik alle indrukken in me op te nemen. Tussen het klussen door leer ik mijn nieuwe buurt –die nog altijd kampt met een slechte naam- elke dag een stukje beter kennen. Vandaag zet ik mezelf op een stoel in de zon op mijn balkon om die indrukken te verwerken tot een verhaal voor de tweede aflevering van Indische buurten. Ik kan even niets fijners verzinnen.

Het oude badhuis op het Javaplein. Nu een gezellig cafe.
Het oude badhuis op het Javaplein. Nu een gezellig cafe.

De buurt werd aan het begin van de twintigste eeuw gebouwd om de toestroom van havenarbeiders naar Amsterdam op te vangen. Toen vanaf de jaren zestig de havens in Oost niet meer werden gebruikt, kwam de buurt meer geïsoleerd te liggen. Doordat de wijk nog altijd wat is weggestopt achter spoorbruggen in een hoek van de stad, kom je er eigenlijk alleen als je er echt moet zijn of als je er woont. Tot ik er ging wonen kende ik de buurt alleen uit verhalen.

Op de Kolenkitbuurt/Overtoomse Veld en Slotervaart na, heeft de Indische buurt de slechtste reputatie van Amsterdam. Sociaal-economisch ‘scoort het slechter dan gemiddeld’ en staat het op de lijst van probleemwijken van oud-minister Ella Vogelaar. In een poging om de zogenaamde Vogelaar-wijk te veranderen in een succeswijk, neemt de gemeente geen halve maatregelen: o.a. uitgebreide renovaties en nieuwbouwprojecten moeten het tij keren. Een proces van ‘gentrification’ wordt hier aangezwengeld: het grondig opknappen van de huizen en het verkopen van een deel van deze sociale huurwoningen, moet mensen van hogere inkomens aantrekken.

een groot deel van de woningen in de buurt zijn ontworpen door architecten van de Amsterdamse School, zoals deze door Berlage.
Een groot deel van de woningen in de buurt zijn ontworpen door architecten van de Amsterdamse School, zoals deze door Berlage.

Zoals in de meeste Indische buurten herinneren de straatnamen aan Nederlands-Indië, neerlands koloniale trots van weleer. Op de naambordjes lees ik de namen van zo ongeveer alle bekende eilanden en plaatsen in de Archipel als Borneo, Celebes, Madoera, Makassar, Timor, Batavia etc., maar ook van minder bekende als Djambi, Banka, Riouw en Kramat. Met een pijnlijke gevoel voor historische accuraatheid zijn er twee Atjehstraten, de “Eerste” en de “Tweede”. Nederland voerde eind negentiende eeuw immers twee oorlogen tegen het toenmalige onafhankelijke sultanaat in het noorden van Sumatra (waar ik in een ander verhaal op deze blog overigens al eerder iets over schreef).

De as van de Indische buurt heet “Insulindeweg”, naar de dichterlijke benaming van de kolonie. Het commerciële en economische hart van de wijk ligt iets noordelijker en is toepasselijk vernoemd naar het eiland Java. Net als in Nederlands-Indië is dit de plek waar het gebeurt: talloze kleine winkels en grotere bedrijven van winkeliers uit alle windstreken waar je alles kunt krijgen wat je nodig hebt, en –misschien nog wel leuker- alles wat er aan eten bestaat, kunt vinden.

Geplande nieuwbouw: het Borneohof.
Geplande nieuwbouw: het Borneohof.

Wat is er verder eigenlijk Indisch aan de Indische buurt in Amsterdam, vraag ik me af. Behalve in naam was het nooit een buurt van of voor Indische mensen. De meeste Indo’s en Molukkers kwamen namelijk vanaf de jaren vijftig terecht in de Westelijke tuinsteden (Slotermeer, Slotervaart, Overtoomse veld, Geuzenveld en Osdorp), plekken in de stad waarop zij wel hun stempel drukten. Desalniettemin wonen ook hier wel wat Indo’s. Ook zijn er een paar toko’s te vinden. In de mêlee van talen die hier wordt gesproken vang ik af en toe een gesprek op in rap Indonesisch, of toch Maleis?

Toko Key op de hoek Insulindeweg Molukkenstraat verkoopt heerlijke Indische en andere Aziatische gerechten.
Toko Key op de hoek Insulindeweg Molukkenstraat verkoopt heerlijke Indische en andere Aziatische gerechten.

Een echte ‘Indische blikvanger’ op de hoek van de Insulindeweg en de Molukkenstraat is de afzichtelijke ‘jaren tachtig’-gevel van Chinees-Indisch restaurant Kota Radja. Verderop staan wat onaantrekkelijke huizenblokken met kleine, verouderde sociale woningen. De panden staan nog op een wachtlijst voor renovatie. Een paar ramen zijn al dichtgetimmerd, op de houten platen staat onleesbare graffiti en er ligt rommel op straat. Is dit het beeld wat de Indische buurt zo berucht heeft gemaakt?

In mijn ogen is de Indische buurt, ondanks de niet te negeren problemen, vooral rijk door zijn diversiteit. Zo’n 150 verschillende nationaliteiten wonen hier door elkaar heen. Vorig jaar verschenen er twee fotoboeken die dat op een prachtige manier vastlegden; De Wereld in een straat die fotograaf Suzanne Plamper maakte samen met Rogier Alleblas en De buurman, z’n ex & de eigenaar van de wasserette van Maarten Tromp. Dit laatste boek is een antwoord van de fotograaf op de volgens hem vaak overdreven negatieve berichtgeving over de buurt. Met zijn camera ging hij op zoek naar beelden die de negatieve beeldvorming konden nuanceren.

Ook het beeld dat ik zelf tijdens mijn kleine wandelexcursies van de wijk heb gekregen, is veel genuanceerder dan het beeld dat ik altijd van de wijk had: als er één plek is waar de multiculturele samenleving op een geweldige manier gestalte heeft gekregen is het hier wel vind ik. En wat is er eigenlijk mooier dan dat dat juist hier is, in de wijk wiens naam herinnert aan een van de eerste culturele vermengingen? Wat mij betreft is de Indische buurt het best bewaarde geheim van Amsterdam. Als je er nog nooit geweest bent wordt het hoog tijd eens een kijkje te nemen…

N.B. Morgen, 14 augustus, de dag voor de nationale Indië-herdenking in den Haag , is er in de omgeving van Amsterdam een Indië-herdenking, namelijk in Amstelveen, klik hier voor de locatie en het programma.

Bronnen en leestips:

Een korte geschiedenis en achtergrond Indische buurt Amsterdam: http://www.kei-centrum.nl/view.cfm?page_id=1897&item_type=project&item_id=326

Een interessant boek over de historie van de Indische buurt van Amsterdam: http://www.stadsboekwinkel.nl/index.php?action=pdetail&cid=1&bcid=40&id=270

Indische buurten: de Archipelbuurt in Den Haag

Archipelbuurt Den Haag

‘Weer of geen weer’, schreef ik een week geleden optimistisch, toen ik aankondigde om voor Indisch 3.0 een verslag te maken van de oudste buurt in Nederland met Indische straatnamen: de Archipelbuurt in Den Haag. Ik had er alleen niet bij stilgestaan dat een beeldverslag van een wijk nogal somber oogt als het regent én dat ik daar zelf ook niet vrolijk van word. Daarom wachtte ik op een mooie dag, die zich helaas later dan de geplande publicatiedatum van 9 juli voordeed. Inmiddels ben ik erover uit: je kan twisten over de vraag of de Archipelbuurt nog Indisch is. Voor mij staat wel vast dat het nog steeds diezelfde internationale allure heeft als een eeuw geleden. En was internationaal aanzien niet ooit een van de ‘geschenken’ van Nederlands-Indië aan Nederland?
Balistraat
Balistraat

Gelegen tussen de Scheveningse Bosjes en Willemspark, bestaat de rustige Archipelbuurt uit onder meer 18 locaties (exclusief hofjes), die vernoemd zijn naar delen van de voormalige kolonie; de Atjehstraat, Bankastraat, Bankaplein, Balistraat, Batjanstraat, Billitonstraat, Borneostraat, Celebesstraat, Delistraat, Javastraat, Javalaantje, Madoerastraat, Malakkastraat, Riouwstraat, Soendastraat, Sumatrastraat, Ternatestraat en Timorstraat. Naast huishoudens, kent deze buurt overigens ook veel ambassades, het hoofdkantoor van de politie en hoofdkantoren.

Fietsend langs de witte huizen in de brede straten realiseer ik me dat de Indië-gangers van toen, voor wie veel van de huizen in de Archipelbuurt rond de 19e eeuw gebouwd zijn,  eigenlijk de expats van nu zijn. De internationale allure van toen trekt nog steeds internationaal geörienteerde inwoners van Den Haag; overwegende Westerse wereldburgers die vanwege internationale organisaties zoals het Joegoslavië Tribunaal, het International Criminal  Court en Europol naar de residentie gekomen zijn. De buurtmonitor van de gemeente Den Haag vertelt me dat bijna een derde van de ongeveer 5700 buurtbewoners komt uit landen als Amerika en andere EU-lidstaten.  Bovendien ligt deze chique buurt op een steenworp afstand van deze organisaties, waardoor het een van de vanzelfsprekende locaties geworden is voor deze welvarende buitenlanders.

Bankaplein
Bankaplein

Naast de talen die ik op straat om me heen hoor, onderstreept ook het on-Nederlands aandoende Bankaplein de 19e-eeuwse ambitie om de rijkeren der aarde aan te trekken. Aan dit weids opgezette plein liggen een paar immense herenhuizen, villa’s kan ik beter zeggen, die met hun witte ornamenten de mondaine uitstraling hebben die ik alleen van New York, Parijs, Londen en Barcelona ken. In een van de panden huist het mediabedrijf van presentator Rocky Tuhuteru. Dit plein staat in schril contrast met de tevens in de Archipelbuurt gelegen Curacaostraat; eerder een steegje dan een straat. Op zich is dat niet vreemd: brede straten waren bedoeld voor officieren en bewoners van Nederlands-Indië, zowel de verlofgangers als de totoks die terugkeerden na miljoenen te hebben vergaard, kleinere straten voor bedienend personeel en soldaten. Wel vraag ik me af waarom Curacao als straatnaam voor deze steeg gekozen is.

Soendastraat
Soendastraat

De pracht van de Archipelbuurt overweldigt en overdondert me bijna: de immense omvang van de opbrengsten uit Indië wordt opeens heel concreet, als ik al die weelderige huizen zie. Rond de 19e eeuw ontstonden in Den Haag verschillende buurten die met elkaar concurreerden om de komst van rijke Indië-gangers; Archipel, Duinoord, Statenkwartier en het Belgisch park, allevier op zandgrond gelegen, ‘wonnen’ deze strijd van het op veen gelegen Oranjeplein en Bezuidenhout. Op zand wonen was namelijk beter voor de gezondheid; in zulke huizen hadden bewoners minder last van ziektes als gevolg van optrekkend vocht uit de bodem.  Deze scheiding, gemarkeerd door de Laan van Meerdervoort, zie je overigens nog steeds terug in Den Haag. De huizen tussen het strand en deze zes kilometer lange laan zijn – over het algemeen – duurder en verkeren in betere staat dan de huizen aan de ‘veenzijde’, waar in andere tijden vooral arbeiders en middenstanders wonen.

Surinamestraat
Surinamestraat

De fraaie huizen in Archipel hebben hun waarde behouden. Een huis gaat daar al snel voor een half miljoen euro en er zijn meerdere panden die nog net geen twee miljoen kosten. Het huis waar Louis Couperus gewoond heeft, aan de Surinamestraat 20, staat zelfs te koop voor een kleine drie miljoen euro. Dat zal niet alleen door zijn beroemde inwoner komen, maar ook door de prachtige straat, door sommigen tot mooiste straat van Den Haag benoemd. Opvallend vind ik dat aan het pand zelf niet te zien is dat Couperus er ooit gewoond heeft. Geen plakkaat, geen opschrift, niets. Aan het begin van die straat, komend vanaf de Javastraat, zie ik daar wel een herinnering aan, in de vorm van een borstbeeld van de schrijver van onder meer Eline Vere en De stille kracht.

Toko Banka
Toko Banka

Bewijzen voor een levende Indische buurt zouden toko’s en andere eetgelegenheden kunnen zijn. Als ik Toko Frederik niet meetel, in de aangrenzende buurt Willemspark, is er nog maar weinig over van de Ind(ones)ische eetcultuur. Ik kom wel langs Toko Banka, maar die ziet eruit alsof hij zijn beste tijd gehad heeft. Vlak vóór de Javastraat, op het puntje van de Laan van Meerdervoort, vind ik het oudste ‘Rijsttafelrestaurant’ van Den Haag, Tampat Senang. Een korte check op Iens leert me dat ook dit restaurant zijn gloriedagen achter zich heeft liggen. Het enige nog succesvolle Indonesische restaurant in de Archipelbuurt ligt aan de Javastraat.  Dat is restaurant The Raffles, vernoemd naar de Britse Sir Stamford Raffles, die rond 1800 bijgedragen heeft aan de machtsoverdracht in Nederlands-Indië aan de Britten.

Voormalige kazerne aan de Atjehstraat
Voormalige kazerne aan de Atjehstraat

Vooral de grootsheid en macht van Nederland als koloniale mogendheid zie ik om me heen, aan het Bankaplein, maar minstens zo duidelijk in de Atjehstraat. Ik sta versteld als ik uitgerekend daar zo ongeveer aan fiets tegen een voormalig kazernegebouw. Het pand heeft ornamenten die verwijzen naar 1893, het jaar waarin Atjeh formeel gepacificeerd was, al is het nog jaren ‘onrustig’ geweest daar. Ik verwonder me er bovendien over dat deze straat, vernoemd naar een relatief klein gebied, zo’n prominente functie had in de buurt. Alhoewel, eigenlijk is dat niet mijn échte verwondering. Ik verbaas me er vooral over dat Nederland in die tijd zo pronkte met de overwinning van – voor zover ik weet – dat laatste stukje onafhankelijk Sumatra.

Javastraat met links het voormalige Indisch Huis
Javastraat met links het voormalige Indisch Huis
Sumatrastraat
Sumatrastraat

Minstens zo opvallend vind ik de keuze van straatnamen, en niet alleen van de eerder genoemde Curacaostraat. De Javastraat is te beschouwen als een van de hoofdwegen en telt vele fraaie villa’s, zoals het pand van het voormalige Indisch Huis (nr. 2b) en de Oude Raadzaal (nr. 26), die nog altijd in gebruik is voor onder meer koninklijke bruiloften. Vergeleken met de Javastraat ziet de Sumatrastraat, als eiland groter dan Java, eruit als een straat aan de andere kant van de Laan van Meerdervoort, met een Renault-garage en sociale woningbouwpanden. Zag Nederland Sumatra als een ondergeschikt gebiedsdeel voor het belangrijkste eiland van de kolonie, Java?

Ornament op kazerne in Atjehstraat
Ornament op de kazerne in de Atjehstraat

Dat de Archipelbuurt nog steeds Indisch is, kan ik niet zomaar beamen. Waarschijnlijk ook omdat het Indisch van toen niet meer het Indisch van nu is. Wat ik wel zie, zijn de sporen die de Nederlandse opvattingen over deze kolonie hebben achtergelaten: nog altijd leven welgestelde, internationaal georiënteerde bewoners  in prachtige huizen en in straten die de visie van Nederland als wereldmacht van toen weerspiegelen. In die visie lijken macht, rijkdom en aanzien onlosmakelijk aan elkaar verbonden te zijn geweest, en heeft elk gebiedsdeel de plek gekregen die het volgens dat wereldbeeld verdiende.

Althans, zo is het in elk geval in Den Haag. In de volgende aflevering van Indische buurten gaat Ed de Indische buurt in Amsterdam verkennen. Wat zal hij aantreffen? En: kunnen we daar conclusies aan verbinden over het verschil in betekenis van Indië voor deze twee steden?

Oproep: beschrijf jouw Indische buurt

In de zomermaanden trekt Indisch3.0 erop uit – weer of geen weer. We gaan Indische buurten in Nederland verkennen: wijken met straten als de Javastraat, de Insulindelaan en de Sumatraweg. Wat is er in 2009 Indisch aan die buurten? Wonen er veel Indische Nederlanders, Molukkers of Indonesiërs, zijn er toko’s? Of is het Indische subtieler aanwezig, zoals in de gemengdheid van een wijk, of het internationale karakter?

IndischeBuurten

De eerste gemeente waar zo’n wijk ontstond, was – niet verbazingwekkend – Den Haag. De stad met de meeste Indische straatnamen is echter Amsterdam, met zowel de Indische Buurt als de wijk Java-Eiland. Dit melden prof. dr. Herman van der Wusten, Sjoerd de Vos & Rinus Deurloo in hun onderzoek naar de Indische buurten in Nederland (UvA, Afdeling Geografie, Planologie en Internationale Ontwikkelingsstudies, 2007). “Vanaf de 19de eeuw verrezen er overal in Nederland Indische buurten”, zeggen de onderzoekers,”eerst in de vier grote steden en het Noorden, daarna ook in het Zuiden. Waren ze eerst bedoeld om de nationale grootheid en trots uit te drukken, en in de periode 1947-1950 om stelling te nemen in het lopende dekolonisatieconflict, later kregen vooral gevoelens van heimwee de overhand.”

Kirsten geeft op 9 juli de aftrap voor de serie ”De Indische Buurt van…”, met een verslag van de Archipelbuurt in Den Haag. Ed neemt de week daarna het stokje over en duikt de Indische buurt in Amsterdam in. Welke stad daarna aan de beurt is, is aan jou. Er schijnen zeker 57 gemeentes te zijn met een Indische buurt, dus aan materiaal zou geen gebrek hoeven zijn. Ben jij een lezer van Indisch 3.0 en wil jij in juli en augustus als gastredacteur een reportage schrijven over de Indische buurt in jouw stad? Neem dan contact met ons via de website of redactie@indisch3.nl.

Zie hier een kaart met alle gemeenten in Nederland met een Indische buurt

Een gebrekkig historisch besef

kolonien-indie-overdrachtAmsterdam, 27 september 2008
door Ed Caffin

Ik moet vaak uitleggen wat het verschil is tussen Indisch en Indonesisch. Meestal vragen mensen waar ik vandaan kom of “wat mijn achtergrond is”. Ik zie er volgens de meeste mensen “mediterraans” of “Arabisch” uit, maar zeg ik “Indisch”, dan denken sommigen dat ik uit India kom. Als ik zeg dat ik “Indo” ben, dat heeft meestal mijn voorkeur, zegt bijna iedereen “oh, Indonesisch”. “Nou, nee niet precies” is dan mijn antwoord, om vervolgens geduldig de nuances uit te leggen tussen deze verschillende begrippen.

Tijdens die uitleg ontkom ik niet aan een stuk geschiedenis. Meestal vertel ik in grote lijnen dat Indische mensen een gemengde Europees/Aziatische afkomst hebben en dat zij (daarmee) een aparte groep vormden in de vroegere kolonie Nederlands-Indië. De meesten van hen kozen er na de onafhankelijkheid van Indonesië voor om naar Nederland te gaan. Zoals mijn grootouders die zo, samen met mijn vader en zijn broers, in Nederland terecht kwamen.

De meeste mensen reageren met verbazing op dat verhaal. Hoe komt dat nou? De belangrijkste reden is volgens mij dat er bij de meeste (jonge) Nederlanders een gedegen ‘historisch besef’ ontbreekt. Zij kennen de koloniale geschiedenis gewoonweg niet. De meeste bibliotheken hebben echter vrij veel boeken over de koloniale geschiedenis en op internet is veel te vinden. Misschien is het dus een gebrek aan interesse, maar volgens mij is het nog veel meer een gebrek aan koloniale geschiedenis in het onderwijs. Mijn geschiedenisleraren vertelden zo goed als niets over Nederlands-Indië en Indonesië en legden niet uit waarom er eigenlijk zoveel Indische mensen in Nederland wonen. Een schande eigenlijk.

Daarnaast is er een hardnekkige vorm van geschiedkleuring geweest die eigenlijk nog steeds voortduurt en die het historisch besef vertroebeld. Wat in Nederland wel ‘algemeen bekend is over Nederlands Indië en Indonesië is eenzijdig en hevig geromantiseerd. “Nederland heeft in de koloniale tijd veel goeie dingen gedaan voor de lokale bevolking in de Indonesische archipel” bijvoorbeeld, en “men legde wegen aan en er was scholing” etc. Dat gold misschien voor Java en een deel van Sumatra, maar zelfs daar kon maar een klein deel van de lokale bevolking daarvan profiteren.

Ander voorbeeld: volgens veel geschiedenisverhalen zijn Lombok en Bali aan het eind van de 18e en het begin 19e eeuw “gepacificeerd”, voerde Nederland een “ethische politiek om de mensen te verheffen” en zag het zich regelmatig “genoodzaakt her en der in de Archipel verzet de kop in te drukken”. Wat moet dat allemaal precies betekenen? Het zijn zachte, mooie woorden voor keiharde, lelijke feiten.

Het koloniale hoofdmotief was namelijk niet ethisch, maar puur economisch. De waarheid is dan ook dat er ten koste van bijna alles heel veel geld verdiend werd, de belangen groot waren en dat die belangen met behulp van vele oorlogen werden veilig gesteld en uitgebreid. Maar de mensen in Nederland kregen toen propaganda te horen. En eigenlijk gebeurt dat nog steeds. Op school horen leerlingen nog steeds dat er politionele acties in waren in Indonesië. Politionele acties? Iedere leerling die iets meer te weten komt over die tijd beseft zich al snel dat er sprake was van een oorlog. Een oorlog tussen Indonesische revolutionairen die vochten voor een vrij en onafhankelijk Indonesië en de (oude) koloniale machthebber die zijn kolonie eigenlijk wilde behouden*.

Wat ik zelf te weten ben gekomen over de geschiedenis van Indië en Indonesië weet ik door de verhalen die thuis werden verteld en voor de rest heb ik dat aangevuld met mijn eigen interesse en nieuwsgierigheid. Dat heeft in mijn geval misschien vooral wel te maken met het feit dat ik een (derde generatie Indische) Nederlander ben die een deel van zijn wortels in Indonesië heeft liggen.

Ik vind echter dat het opdoen van kennis over die belangrijk tijd in de Nederlandse geschiedenis niet afhankelijk moet zijn van die ‘toevallige’ interesse, of afgedaan kan worden met een kort en eenzijdig gekleurd verhaal. Hoewel het erop lijkt dat er de laatste tijd meer aandacht komt voor een genuanceerder verhaal en de geschiedenis van Indië en Indonesië recent een examenonderwerp was op middelbare scholen, vind ik dat niet genoeg.

Nee, de hele koloniale geschiedenis zou een vast onderdeel moeten worden in het onderwijs. Vanaf de VOC tot aan de Indonesische onafhankelijkheid en hoe bijna 300.000 Indische Nederlanders naar Nederland kwamen. Verplichte kost! En graag ook in de juiste bewoordingen.

* Later zag ik overigens dat Alfred Birney in een recent artikel op zijn weblog ook ingaat op o.a. dit onderwerp. Zie hier zijn artikel.