Indische buurten: de Archipelbuurt in Den Haag

Archipelbuurt Den Haag

‘Weer of geen weer’, schreef ik een week geleden optimistisch, toen ik aankondigde om voor Indisch 3.0 een verslag te maken van de oudste buurt in Nederland met Indische straatnamen: de Archipelbuurt in Den Haag. Ik had er alleen niet bij stilgestaan dat een beeldverslag van een wijk nogal somber oogt als het regent én dat ik daar zelf ook niet vrolijk van word. Daarom wachtte ik op een mooie dag, die zich helaas later dan de geplande publicatiedatum van 9 juli voordeed. Inmiddels ben ik erover uit: je kan twisten over de vraag of de Archipelbuurt nog Indisch is. Voor mij staat wel vast dat het nog steeds diezelfde internationale allure heeft als een eeuw geleden. En was internationaal aanzien niet ooit een van de ‘geschenken’ van Nederlands-Indië aan Nederland?
Balistraat
Balistraat

Gelegen tussen de Scheveningse Bosjes en Willemspark, bestaat de rustige Archipelbuurt uit onder meer 18 locaties (exclusief hofjes), die vernoemd zijn naar delen van de voormalige kolonie; de Atjehstraat, Bankastraat, Bankaplein, Balistraat, Batjanstraat, Billitonstraat, Borneostraat, Celebesstraat, Delistraat, Javastraat, Javalaantje, Madoerastraat, Malakkastraat, Riouwstraat, Soendastraat, Sumatrastraat, Ternatestraat en Timorstraat. Naast huishoudens, kent deze buurt overigens ook veel ambassades, het hoofdkantoor van de politie en hoofdkantoren.

Fietsend langs de witte huizen in de brede straten realiseer ik me dat de Indië-gangers van toen, voor wie veel van de huizen in de Archipelbuurt rond de 19e eeuw gebouwd zijn,  eigenlijk de expats van nu zijn. De internationale allure van toen trekt nog steeds internationaal geörienteerde inwoners van Den Haag; overwegende Westerse wereldburgers die vanwege internationale organisaties zoals het Joegoslavië Tribunaal, het International Criminal  Court en Europol naar de residentie gekomen zijn. De buurtmonitor van de gemeente Den Haag vertelt me dat bijna een derde van de ongeveer 5700 buurtbewoners komt uit landen als Amerika en andere EU-lidstaten.  Bovendien ligt deze chique buurt op een steenworp afstand van deze organisaties, waardoor het een van de vanzelfsprekende locaties geworden is voor deze welvarende buitenlanders.

Bankaplein
Bankaplein

Naast de talen die ik op straat om me heen hoor, onderstreept ook het on-Nederlands aandoende Bankaplein de 19e-eeuwse ambitie om de rijkeren der aarde aan te trekken. Aan dit weids opgezette plein liggen een paar immense herenhuizen, villa’s kan ik beter zeggen, die met hun witte ornamenten de mondaine uitstraling hebben die ik alleen van New York, Parijs, Londen en Barcelona ken. In een van de panden huist het mediabedrijf van presentator Rocky Tuhuteru. Dit plein staat in schril contrast met de tevens in de Archipelbuurt gelegen Curacaostraat; eerder een steegje dan een straat. Op zich is dat niet vreemd: brede straten waren bedoeld voor officieren en bewoners van Nederlands-Indië, zowel de verlofgangers als de totoks die terugkeerden na miljoenen te hebben vergaard, kleinere straten voor bedienend personeel en soldaten. Wel vraag ik me af waarom Curacao als straatnaam voor deze steeg gekozen is.

Soendastraat
Soendastraat

De pracht van de Archipelbuurt overweldigt en overdondert me bijna: de immense omvang van de opbrengsten uit Indië wordt opeens heel concreet, als ik al die weelderige huizen zie. Rond de 19e eeuw ontstonden in Den Haag verschillende buurten die met elkaar concurreerden om de komst van rijke Indië-gangers; Archipel, Duinoord, Statenkwartier en het Belgisch park, allevier op zandgrond gelegen, ‘wonnen’ deze strijd van het op veen gelegen Oranjeplein en Bezuidenhout. Op zand wonen was namelijk beter voor de gezondheid; in zulke huizen hadden bewoners minder last van ziektes als gevolg van optrekkend vocht uit de bodem.  Deze scheiding, gemarkeerd door de Laan van Meerdervoort, zie je overigens nog steeds terug in Den Haag. De huizen tussen het strand en deze zes kilometer lange laan zijn – over het algemeen – duurder en verkeren in betere staat dan de huizen aan de ‘veenzijde’, waar in andere tijden vooral arbeiders en middenstanders wonen.

Surinamestraat
Surinamestraat

De fraaie huizen in Archipel hebben hun waarde behouden. Een huis gaat daar al snel voor een half miljoen euro en er zijn meerdere panden die nog net geen twee miljoen kosten. Het huis waar Louis Couperus gewoond heeft, aan de Surinamestraat 20, staat zelfs te koop voor een kleine drie miljoen euro. Dat zal niet alleen door zijn beroemde inwoner komen, maar ook door de prachtige straat, door sommigen tot mooiste straat van Den Haag benoemd. Opvallend vind ik dat aan het pand zelf niet te zien is dat Couperus er ooit gewoond heeft. Geen plakkaat, geen opschrift, niets. Aan het begin van die straat, komend vanaf de Javastraat, zie ik daar wel een herinnering aan, in de vorm van een borstbeeld van de schrijver van onder meer Eline Vere en De stille kracht.

Toko Banka
Toko Banka

Bewijzen voor een levende Indische buurt zouden toko’s en andere eetgelegenheden kunnen zijn. Als ik Toko Frederik niet meetel, in de aangrenzende buurt Willemspark, is er nog maar weinig over van de Ind(ones)ische eetcultuur. Ik kom wel langs Toko Banka, maar die ziet eruit alsof hij zijn beste tijd gehad heeft. Vlak vóór de Javastraat, op het puntje van de Laan van Meerdervoort, vind ik het oudste ‘Rijsttafelrestaurant’ van Den Haag, Tampat Senang. Een korte check op Iens leert me dat ook dit restaurant zijn gloriedagen achter zich heeft liggen. Het enige nog succesvolle Indonesische restaurant in de Archipelbuurt ligt aan de Javastraat.  Dat is restaurant The Raffles, vernoemd naar de Britse Sir Stamford Raffles, die rond 1800 bijgedragen heeft aan de machtsoverdracht in Nederlands-Indië aan de Britten.

Voormalige kazerne aan de Atjehstraat
Voormalige kazerne aan de Atjehstraat

Vooral de grootsheid en macht van Nederland als koloniale mogendheid zie ik om me heen, aan het Bankaplein, maar minstens zo duidelijk in de Atjehstraat. Ik sta versteld als ik uitgerekend daar zo ongeveer aan fiets tegen een voormalig kazernegebouw. Het pand heeft ornamenten die verwijzen naar 1893, het jaar waarin Atjeh formeel gepacificeerd was, al is het nog jaren ‘onrustig’ geweest daar. Ik verwonder me er bovendien over dat deze straat, vernoemd naar een relatief klein gebied, zo’n prominente functie had in de buurt. Alhoewel, eigenlijk is dat niet mijn échte verwondering. Ik verbaas me er vooral over dat Nederland in die tijd zo pronkte met de overwinning van – voor zover ik weet – dat laatste stukje onafhankelijk Sumatra.

Javastraat met links het voormalige Indisch Huis
Javastraat met links het voormalige Indisch Huis
Sumatrastraat
Sumatrastraat

Minstens zo opvallend vind ik de keuze van straatnamen, en niet alleen van de eerder genoemde Curacaostraat. De Javastraat is te beschouwen als een van de hoofdwegen en telt vele fraaie villa’s, zoals het pand van het voormalige Indisch Huis (nr. 2b) en de Oude Raadzaal (nr. 26), die nog altijd in gebruik is voor onder meer koninklijke bruiloften. Vergeleken met de Javastraat ziet de Sumatrastraat, als eiland groter dan Java, eruit als een straat aan de andere kant van de Laan van Meerdervoort, met een Renault-garage en sociale woningbouwpanden. Zag Nederland Sumatra als een ondergeschikt gebiedsdeel voor het belangrijkste eiland van de kolonie, Java?

Ornament op kazerne in Atjehstraat
Ornament op de kazerne in de Atjehstraat

Dat de Archipelbuurt nog steeds Indisch is, kan ik niet zomaar beamen. Waarschijnlijk ook omdat het Indisch van toen niet meer het Indisch van nu is. Wat ik wel zie, zijn de sporen die de Nederlandse opvattingen over deze kolonie hebben achtergelaten: nog altijd leven welgestelde, internationaal georiënteerde bewoners  in prachtige huizen en in straten die de visie van Nederland als wereldmacht van toen weerspiegelen. In die visie lijken macht, rijkdom en aanzien onlosmakelijk aan elkaar verbonden te zijn geweest, en heeft elk gebiedsdeel de plek gekregen die het volgens dat wereldbeeld verdiende.

Althans, zo is het in elk geval in Den Haag. In de volgende aflevering van Indische buurten gaat Ed de Indische buurt in Amsterdam verkennen. Wat zal hij aantreffen? En: kunnen we daar conclusies aan verbinden over het verschil in betekenis van Indië voor deze twee steden?

4 gedachten over “Indische buurten: de Archipelbuurt in Den Haag”

  1. RTV West, de regionale omroep van Den Haag, meldt vandaag:

    PLANTSOENEN MOETEN WIJKEN VOOR PARKEERPLAATSEN
    “Een groep bewoners in de Surinamestraat is boos op de gemeente omdat zij de plantsoenen in de straat samenvoegt om meer parkeerplaatsen te creëren.

    In de Surinamestraat heeft de bekende schrijver Louis Couperus gewoond en het gebied is tot beschermd stadsgezicht verklaard. Ook het Louis Couperus Museum schaart zich bij de boze bewoners.

    De gemeente Den Haag laat weten dat het een akkoord met de bewonersvereniging heeft bereikt over het samenvoegen van de plantsoenen. Maar binnen de vereniging zijn de standpunten van de bewoners verdeeld.”

  2. de info over de kazerne en de wapenschilden in de gevels klopt niet
    Het betreft hier de atjehstraat Hoe ik dat weet???
    Ik woon zelf in 1 van de huizen

  3. In de Atjehstraat heeft nooit een kazerne gestaan, de huizen werden gebouwd voor de onderofficieren van de Alexanderkazerne op de laan Copes van Kattenburg
    link: http://historie.hdpnet.nl/centr23.htm
    de 3 kazernes van Den Haag waren de Oranjekazerne in de Kazernestraat, de Frederikskazerne in de Frederikstraat en de Alexanderkazerne bij de laan Copes van Katteburg.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.