Oproep voor gelijke behandeling, voor alle Nederlandse staatsburgers.

Een paar weken geleden was ik bij een boeiende conferentie. In een klein zaaltje van de universiteit in Leiden zat een handjevol wetenschappers bij elkaar, om gedachtes uit te wisselen over de ‘Eurasian question‘,  een misschien niet zo perfecte vertaling van de Indische kwestie uit de jaren ’50.  

scroll down for the English version

Vergelijken van dekolonisatieprocessen

Kernvraag was hoe je als wetenschappers omgaat met de dekolonisatieprocessen, en wat de meerwaarde en (on-)mogelijkheden zijn van vergelijkende studies. Vanwege dit vergelijkende karakter waren wetenschappers uit Canada, Engeland, Frankrijk en Duitsland aanwezig.

Ongelijkwaardige burgers

Tijdens het symposium stelde een van de aanwezigen voor om een verklaring op te stellen, waarin wij als wetenschappers een standpunt innemen over het politieke klimaat in Nederland, dat het legitimeert dat burgers op basis van ras en geboorte als ongelijkwaardige burgers behandeld worden.Dit heeft geleid tot de ‘Leidse verklaring over het politieke minderhedendebat.’

Rechtsongelijkheid

Als er één gemeenschap in Nederland is, die weet hoe het is om op papier Nederlands staatsburger te zijn, maar in de praktijk rechtsongelijkheid te hebben ervaren, is het de Indische gemeenschap. Daarom ondersteun ik deze verklaring van harte.

Deel de verklaring

Doe je mee? Het enige dat je hoeft te doen is deze verklaring te delen in je netwerk. Je kan deze post daarvoor gebruiken. We hebben ook een pdf-versie van de  Leiden declaration on current political debate in the Netherlands   (Nederlands/ English), die je rond kan sturen.

 

Leidse verklaring over het politieke minderhedendebat

“De ondergetekenden, wetenschappers uit binnen- en buitenland op 24-3-2014 bijeen op een conferentie in Leiden over Europees kolonialisme en de doorwerking daarvan bij individuele mensen, gemeenschappen en staten, roepen de politici in Nederland op om af te zien van beleid dat specifieke groepen in de samenleving neerzet als potentieel vijandig ten opzichte van anderen of van de samenleving als geheel. We veroordelen politieke strategieën die het doelgerichte oogmerk lijken te hebben om mensen te vatten in onderscheiden en van buitenaf opgelegde groepsidentiteiten, die tevens impliceren dat er een uitsluitende hiërarchie bestaat tussen insiders en outsiders.”

“Als wetenschappers van het imperialisme en zijn erfenissen, zijn we ons bewust van onze verantwoordelijkheid om bij te dragen aan een veilig intellectueel klimaat voor onderwijs en onderzoek aan de universiteiten en in de samenleving als geheel. De historische dimensie van het publieke debat over migratie en immigranten is evident; het principe van gelijkheid is uit het dekolonisatieproces voortgekomen als een kernwaarde voor hedendaags burgerschap. We protesteren daarom met kracht tegen het creëren van etnisch onderscheid en tegen andere vormen van uitsluiting en stereotypering, zoals dat in het huidige politieke debat in Nederland naar voren komt.”

Leiden, 24-3-2014

Eveline Buchheim (NIOD), Alison Blunt (Queen Mary, University of London), Elleke Boehmer (University of Oxford), Elizabeth Buettner (University of Amsterdam), Pim ten Hoorn (the Netherlands-Malaysia Association), Guno Jones, Nancy Jouwe, Mariëlle Klein (Leiden University), Bart Luttikhuis (European University Institute Florence), Jacqueline Knörr (Max Planck Institute for Social Anthropology, Halle), Willem Maas (York University, Canada), Wim Manuhutu (VU University), Susan Legêne (VU University), Liesbeth Rosen Jacobson (Leiden University), Marlou Schrover (Leiden University), Carolien Stolte, Kirsten Vos (Indisch 3.0), Jennifer Yee (University of Oxford, Christ Church).

Contact: Susan Legêne, prof. of political history, Faculty of Arts, Vu Amsterdam. Email s.legene@vu.nl

In English:

Leiden declaration on current political debate in the Netherlands

We, scholars from the Netherlands and abroad meeting on 24-3-2014 at a Leiden conference on European colonialism and its impact on individual people, communities and states, call on politicians in the Netherlands to refrain from politics which frame specific groups within Dutch society as potentially hostile to others or to society at large. We condemn political strategies that seem dedicated to enclosing the population in separate imposed group identities, while installing exclusive hierarchies of insiders and outsiders.

As scholars of empire and its legacies we are aware of our responsibility to contribute to a safe intellectual climate for education and research at universities and in society at large. The historical dimensions of any public debate on migration and immigrants are evident and equal citizenship has emerged from decolonization as a key value in society. Therefore we strongly protest against the making of ethnic distinctions and against other forms of exclusion and stereotyping as invoked in current political debate in the Netherlands.

Leiden, 24-3-2014

Eveline Buchheim (NIOD), Alison Blunt (Queen Mary, University of London), Elleke Boehmer (University of Oxford), Elizabeth Buettner (University of Amsterdam), Pim ten Hoorn (the Netherlands-Malaysia Association), Guno Jones, Nancy Jouwe, Mariëlle Klein (Leiden University), Bart Luttikhuis (European University Institute Florence), Jacqueline Knörr (Max Planck Institute for Social Anthropology, Halle), Willem Maas (York University, Canada), Wim Manuhutu (VU University), Susan Legêne (VU University), Liesbeth Rosen Jacobson (Leiden University), Marlou Schrover (Leiden University), Carolien Stolte, Kirsten Vos (Indisch 3.0), Jennifer Yee (University of Oxford, Christ Church).

Contact: Susan Legêne, prof. of political history, Faculty of Arts, Vu Amsterdam. Email s.legene@vu.nl

page1image24616

'Opgevangen in andijvielucht' legt verborgen Indische miljoenen bloot

Dáár is dat geld dus.

Voor het eerst is de periode van bijna 25 jaar ‘repatriëring’ uit Indonesië in één boek beschreven, en voor het eerst zijn er sporen gevonden van de verloren gewaande Indische spaartegoeden, pensioenen en internationale compensatiegelden. Met Opgevangen in andijvielucht opent Griselda Molemans definitief de postkoloniale doos van Pandora.

Vorige week presenteerde Griselda Molemans het resultaat van vijf jaar research: het boek Opgevangen in andijvielucht. Dit boek, dat mede mogelijk gemaakt is door een crowdfundingactie, maakt voor het eerst inzichtelijk dat er nog miljoenen aan Indische spaartegoeden, verzekeringsgelden en zelfs internationale compensatiegelden achter slot en grendel liggen.

De introductiefilm waarmee Griselda Molemans haar boek presenteerde. Foto: Tabitha Lemon/ Indisch 3.0.
De introductiefilm waarmee Griselda Molemans haar boek presenteerde. Foto: Tabitha Lemon/ Indisch 3.0.

Indische tegoeden
Verschillende media besteedden afgelopen week aandacht aan het opmerkelijke boek van de in Amerika gevestigde journaliste. Zo was er aandacht voor in de VolkskrantNRC en dit weekend ook in de Leeuwarder Courant (Bericht.) Overlappende nieuwswaarde is dat er nog voor miljoenen aan Indische tegoeden op bankrekeningen staat. Dit – schokkende –  bericht is slechts de epiloog van het lijvige boek. In een enkel nieuwsbericht is aandacht voor de andere negen hoofdstukken, waarin beschreven staat hoe de opvang van Indische repatrianten en andere ontheemden in Nederland georganiseerd en uitgevoerd werd.

Waardevol naslagwerk
Voor – Indische – Nederlanders, jong en oud, die weinig gehoord hebben over de 
repatriëring naar Nederland, en over de verschillende groepen en de opvang hier, is Opgevangen in andijvielucht een uitstekend, compleet en waardevol naslagwerk.Voor goed ingelezen insiders zal 90% van het boek bekend voorkomen. De verhalen over de (gedwongen) overkomst van de Molukse KNIL-soldaten, de komst van evacues, de emigratie naar Brazilie en Canada, maar ook de laatst exodus in de jaren ’60. Als je dit boek leest en de film Contractpensions bekijkt, heb je een volledig beeld van de ‘repatriëring’.

Als je je verdiept hebt in de postkoloniale geschiedenis, heb je je afgevraagd wat er gebeurd is met de Indonesische herstelbetalingen.

Herstelbetalingen van Indonesië
Als je je verdiept hebt in de Indische postkoloniale geschiedenis, dan ken je de verhalen uit Opgevangen in andijvielucht. En als je je verdiept hebt in deze periode, heb je je óók afgevraagd wat er gebeurd is met de verplichte herstelbetalingen van Indonesië aan Nederland. Onderdeel van deze herstelbetalingen – zoals afgesproken in de RTC-overeenkomst – waren de achterstallige pensioenen. Om deze reden oordeelde de Hoge Raad in de jaren ’50 dat de Nederlandse overheid de achterstallige salarissen en pensioenen niet hoefde te betalen. En om deze reden is de kans vrij klein dat pleiters voor de Indische Kwestie ooit hun gelijk zullen krijgen.

Griselda Molemans geeft nog een persoonlijke toelichting. Foto: Tabitha Lemon/ Indisch 3.0
Griselda Molemans geeft nog een persoonlijke toelichting. Foto: Tabitha Lemon/ Indisch 3.0

Waar is het geld?
Alleen: niemand wist waar dat geld gebleven was. Volgens Silfraire Delhaye verschool de Nederlandse regering zich achter deze afspraak. Een passage uit mijn interview met hem, van vorig jaar:

Heeft een deel van de Indische kwestie niet te maken met de afspraken die gemaakt zijn bij de overdracht van het bestuur aan Indonesië? Indonesië zou de achterstallige salarissen betalen en de materiële oorlogsschade vergoeden, maar heeft dit nooit gedaan?

“De Nederlandse regering verschuilt zich daarachter.”

Insider Joty ter Kulve verzekerde mij er vorig jaar van dat Indonesië deze betalingen wel had gedaan. Waar dat geld dan gebleven was, en waarom dit nooit bij de claimers van de Indische Kwestie terecht gekomen is, kon ze me niet vertellen.

Griselda Molemans is de eerste die boven tafel heeft gekregen dat de 600 miljoen gulden aan Indonesische herstelbetalingen keurig netjes betaald zijn, in 30 jaarlijkse termijnen.

Schokkende epiloog
Voor iemand die deze kwestie al een paar jaar volgt, is de epiloog van het boek schokkend. Ten eerste stelt Molemans daar het optreden van het Indisch Platform ter discussie. Dat krijgt meerdere keren een flinke veeg uit de pan. Maar Griselda Molemans is de eerste die boven tafel heeft gekregen dat de 600 miljoen gulden aan Indonesische herstelbetalingen keurig netjes betaald zijn, in 30 jaarlijkse termijnen.

Het betreft de zogeheten Indonesische herstelbetalingen, die bij het Tractaat van Wassenaar van 7 september 1966 vastgesteld zijn. Deze betalingen zijn een compensatie voor de geleden verliezen van Nederlandse particulieren en bedrijven in Indonesië en Nieuw- Guinea door de nationalisatie van de Nederlandse bezittingen in de periode 3 december 1957 tot 15 augustus 1962. Door betaling van een bedrag van 600 miljoen gulden plus rente aan de Nederlandse overheid zijn ‘alle bestaande financiële vraagstukken volledig en definitief geregeld. (..) De inzet van de onderhandelingen betrof ‘alle financiële vorderingen […] onder andere pensioenrechten, voor zover deze vorderingen vóór 15 augustus 1962 zijn ontstaan’.  – Opgevangen in andijvielucht, p. 396/397.

En dit is niet de enige pot met geld die Griselda Molemans gevonden heeft.

In het Stikker-Yoshida Akkoord is eveneens compensatie voor de grote groep voormalige burgergeïnterneerden geregeld. Per persoon is dit een bedrag van f 415. Er is echter geen transparantie over de feitelijke uitbetaling van deze compensatie, aangezien er geen vastlegging van het aantal uitkeringen aan burgergeïnterneerden is geweest volgens de SAIP. Het totaalbedrag van 38 miljoen gulden is sowieso ontoereikend voor alle rechthebbenden. (..) Cijfermatig is de rekensom dan (14.630.000 + 21.912.000 =) f 36.542.000 , waardoor er een restbedrag van f 1.458.000 (661.611,55 euro zonder indexatie) op de balans van de Nederlandse overheid staat. Beijk noemt de getallen echter ‘niet absoluut’ en voegt er vervolgens de volgende informatie aan toe: een bedrag van 1.100.000 gulden is nog altijd niet uitgekeerd. Het gaat om een geïndexeerd bedrag van 3.070.955,55 euro. – Opgevangen in andijvielucht, p. 382/383.

In totaal presenteert Molemans maar liefst negen financiële claims die de Indische groep kan neerleggen bij de Nederlandse overheid, waaronder de in de kranten genoemde uitkeringen van verzekeringspolissen en opgeslagen goudvoorraden van de Javasche bank. Het gaat hier om miljoenen. Interessant in deze context is overigens een artikel uit 1998 in het NRC, van Louis Zweers, aan wie we vorige week aandacht besteedden. Hierin staat bevestigd dat het goud verscheept is voor de komst van de Japanners:

“Ze (de Japanners, KV) hadden de moderne westerse kunst in de ban gedaan en waren vooral gefixeerd op het verdwenen goud van de Javasche Bank. Ze zochten het goud bij de bungalows van de directie van de Javasche Bank in Buitenzorg. Ze lieten de tuinen tot zes meter diep uitgraven. Ook werd de president-directeur van de Javasche Bank, mr. G.G. van Buttingha Wichers, door de Kempeitai aan zware verhoren onderworpen. Hij stierf drie maanden na de Japanse capitulatie aan de gevolgen van zijn gevangenschap. Overigens had de Javasche Bank de goudvoorraad – waaronder ook het goud van particulieren – vlak voor het begin van de Japanse invasie uit veiligheidsoverwegingen naar Zuid-Afrika en Australie verscheept.” 

Kritiek
Op het boek is wat af te dingen. Zo had ik het prettig gevonden als Molemans in het boek met voet- of eindnoten had gewerkt, zodat je als lezer de gelegenheid hebt te bekijken op welke bronnen ze haar uitspraken baseert. Ook ontstaat een beeld van een gekleurde onderzoeker, omdat ze bij alle claims totaalbedragen noemt, behalve bij de uitkeringen (WUV, WUBO etc) die de Nederlandse overheid heeft betaald. Daarover zegt Molemans overigens dat ze geen totalen kan noemen, omdat de regering vanwege privacy-overwegingen geen inzage wil geven in de uitvoering van deze regelingen. Tot slot mis ik een overzicht, waarin ik kan zien welke bedragen uit welke ‘potjes’ zijn gekomen. Want de bedragen zijn zo talrijk en omvangrijk, dat ze je gaan duizelen.

Vastberadenheid
Maar ik weet wel dat ik onder de indruk ben van het boek en van de diepgang en vastberadenheid waarmee Griselda Molemans haar onderzoek heeft uitgevoerd. Zo heeft ze het conflict met het Nationaal Archief voor haar kiezen gehad (lees dat hier en hier) en – naar eigen zeggen – heel veel mensen boos gemaakt. Ze is zelf naar de archieven in Washington gegaan, ze heeft in de kelders van Buitenlandse Zaken gestaan en dossiers doorgespit over repatrianten en andere migranten uit Indonesie naar Nederland.

Molemans heeft met Opgevangen in andijvielucht echt iets toegevoegd aan de canon van de Indische geschiedenis: ze is de Indische miljoenen op het spoor gekomen. Djempol, Griselda. En wat betreft de claims: wordt vervolgd?

Opgevangen in andijvielucht. De opvang van ontheemden uit Indonesië in kampen en contractpensions en de financiële claims op basis van uitgebleven rechtsherstel – Griselda Molemans. Uitgeverij Quasar Books (2014). ISBN 978-0-615-95101-0. 431 pagina’s, 19,95 euro.

Opgevangen in andijvielucht is binnenkort verkrijgbaar.
Opgevangen in andijvielucht is binnenkort verkrijgbaar.

De gecensureerde oorlog. Minutieus verslag van staatspropaganda.

Indische juweeltjes, het zijn boeken die wij extra onder de aandacht van onze bezoekers willen brengen. Met het derde boek, De gecensureerde oorlog, worden de contouren van deze Indische boekenweek selectie zichtbaar. Auteur Louis Zweers heeft hier zijn ziel en zaligheid in gelegd, en is er – terecht – op gepromoveerd. Het verhaal van De gecensureerde oorlog is een schoolvoorbeeld voor hoe je als overheid oorlogspropaganda voert. Toen, en nu.

Louis Zweers. Foto: http://www.eshcc.eur.nl
Louis Zweers. Foto: http://www.eshcc.eur.nl

Een aankondiging van het boek luidt: “Militaire voorlichtingsdiensten hadden grote invloed op de (foto-) berichtgeving over de oorlog in Nederlands-Indië 1945-1949. Aan de hand van nog niet eerder geraadpleegd archief- en fotomateriaal en gesprekken met legervoorlichters en fotografen is de positie van deze diensten gereconstrueerd. Het resultaat laat zien dat de beïnvloeding van de berichtgeving succesvol was. De legervoorlichtingsdiensten schetsten een te rooskleurig en vertekend beeld van de werkelijkheid in de tropische archipel. Ze voerden een propagandaoorlog en waren niet op zoek naar waarheidsvinding. Ze toonden weinig respect voor de persvrijheid. (bron)”

De meeste proefschriften zijn loodzwaar. Fysiek en in overdrachtelijke zin. Met exact 400 pagina’s is Zweers’ dissertatie fysiek best omvangrijk. Het fijne van een op fotojournalistiek gerichte wetenschapper is echter dat hij juist dat laat zien: plaatjes! Daarmee kom ik meteen op het onderscheidende kenmerk van het werk van Louis Zweers: fotojournalistiek.

Als student aan de Erasmus Universiteit Rotterdam genoot ik van de lessen Fotojournalistiek die Louis Zweers gaf. Met veel oog voor detail en een onbedwingbare behoefte om achter het echte verhaal te komen, vertelde hij ons – toen – over foto’s van ‘onze jongens in Irak’ en de wijze waarop Henk Kamp in beeld kwam. Hij leerde me kijken naar het journalistieke element in foto’s. Dit is overigens meteen de reden dat ik vind dat beroepsfotografen niets te vrezen hebben van burgerjournalisten-met-smartphones: fotojournalistiek is een vak op zich. Maar dat terzijde.

http://youtu.be/u5-APHxW7-E

Door het grote aandeel foto’s – sommige van hetzelfde kaliber dat in 2012 voor veel ophef zorgde – is het meest recente boek van Louis Zweers in fysieke omvang (redelijk) zwaar, maar in overdrachtelijke zin niet. De goed onderbouwde onderschriften vertellen het verhaal van de foto’s en van de invloed van de overheidspropaganda daarop.

Kanttekening is dat De gecensureerde oorlog, in tegenstelling tot het eerder besproken boek Pendek of Vlakke meetkunde, niet geschikt is voor een groot publiek. Ik verwacht dat dit boek vooral van toegevoegde waarde is voor studenten journalistiek, professioneel fotojournalidsten en documentair journalisten. Verder zal dit boek de bijzondere interesse hebben van de studenten politicologie & bestuurskunde.

De gecensureerde oorlog  is een imposant naslagwerk, dat voor het eerst nauwgezet en gedetailleerd in kaart brengt hoe de Nederlandse staatspropaganda overuren heeft gedraaid om te verbloemen dat in de oost iets “groots” werd verricht. +1 voor Louis.

De gecensureerde oorlog  – Louis Zweers, uitgeverij Walburg Pers (2013). 400 pagina’s.

De gecensureerde oorlog - Louis Zweers (2013)
De gecensureerde oorlog – Louis Zweers (2013)

Pendek. Kleine verhalen over grootse momenten.

Indische juweeltjes in de hedendaagse literatuur

Deze week besteedt Indisch 3.0 week tijd  aan Indische boeken die we extra de moeite waard vinden. Het zijn niet boeken die recent uitgekomen zijn, het zijn – kleine – juweeltjes die meer aandacht verdienen. De auteurs van deze vier boeken geven met hun eigen geluid een eigentijdse, nieuwe kijk op de Indische gemeenschap en haar plek in de Nederlandse samenleving. Vandaag vragen we je aandacht voor Pendek, van Herman Keppy.

Herman Keppy is een doorgewinterde journalist en schrijver die door de jaren heen steeds meer van zichzelf heeft laten zien. Een van zijn oudste non-fictie werken is De laatste inlandse schepelingen (Focus, 1994), over de Molukse KNIL-soldaten die naar Nederland verscheept waren. Keppy schreef ook Flat River Flamingo (Conserve 2006), een roman. Insiders konden onlangs ook een prachtig dubbelinterview in Moesson gelezen met hem en Alfred Birney.

Keppy schrijft zichzelf weg, met een treffend gevoel voor verhaal, oog voor detail en kennis van zaken.

Van huis uit is de Molukse Keppy journalist. Dat is te merken in Pendek. Korte verhalen over Indische levens. In Pendek (Indonesisch voor kort, klein) biedt Keppy een selectie van eerder gepubliceerde korte verhalen over ‘kleine’ momenten uit het leven van Indo’s en Molukkers. Daarin schrijft Keppy zichzelf weg, met een treffend gevoel voor verhaal, oog voor detail en kennis van zaken.

Herman Keppy. Foto: tongtongfair.nl
Herman Keppy. Foto: tongtongfair.nl

Keppy geeft alle ruimte aan de persoonlijke herinneringen, gedocumenteerd en niet-gedocumenteerd, van zijn eigen familieleden en andere Indische en Molukse Nederlanders. Ik had soms, bij dit non-fictie werk, willen weten waarom hij bepaalde mensen aan het woord laat. Maar dat is bijzaak.

Het is duidelijk dat deze journalist zijn huiswerk heeft gedaan. Keppy heeft beweringen gecheckt. Soms lees je een redactionele opmerking, bijvoorbeeld bij een scheepslijst. Alleen daardoor al verdient Pendek veel waardering. Pendek is niet uit op sensatie, niet uit op het overdragen van emotie. Verhalenin Pendeke geven, door de journalistieke ondertoon, kleur aan historische gebeurtenissen uit de Indische geschiedenis .

In Pendek krijgen persoonlijke herinneringen de ruimte, met een journalistieke ondertoon.

Een bijzonder opvallend verhaal is dat over Anda Kerkhoven, een Indische verzetsheldin in Groningen. Een neef van deze Indische dame vertelt: “Mijn vader heeft niet veel over zijn zus Anda vertelt, behalve dat zij in het verzet zat in groningen en vlak voor de bevrijding door Nederlanders gefusilleerd is in opdracht van de Duitsers.” “Omdat zij erg donker was, viel zij op in Groningen en zij was kennelijk een geliefd model voor jonge kunstenaars als Johan Dijkstra en Bas Galis.” Voor de lezer die zich inmiddels afvraagt: ‘Waar heb ik die naam eerder gehoord?’ Vorig jaar maakte het Groninger museum bekend dat het drie portretten van deze verzetsheldin exposeerde.

Anda Kerkhoven, geschilderd door Sebastiaan Galis. Bron.
Anda Kerkhoven, geschilderd door Sebastiaan Galis. Bron.

Het zijn deze verhalen en meer die Herman Keppy weer onder de aandacht brengt van zijn lezers. Voor Indische jongeren geeft Keppy concrete handvatten om een beeld te krijgen bij grootse momenten in de ogenschijnlijk ‘kleine’ levens van onze ouders en voorouders.

Keppy is zijn eigen uitgeverij begonnen om dit boek mogelijk te maken. Steun hem. Het boek Pendek verdient het.

Pendek. Korte verhalen over Indische levens – Herman Keppy. Uitgeverij West, 2013. 160 pagina’s.

Pendek.
Pendek.

Indische juweeltjes: boeken met een eigentijdse kijk op de Indische gemeenschap

Vlakke meetkunde. Eerlijke gedichten over een oneerlijke tijd.

Nu iedereen bekomen is van de Nederlandse boekenweek, besteedt Indisch 3.0 deze week tijd  aan Indische boeken die we extra de moeite waard vinden. Het zijn niet boeken die recent uitgekomen zijn, het zijn – kleine – juweeltjes die meer aandacht verdienen. De auteurs van deze vier boeken geven met hun eigen geluid een eigentijdse, nieuwe kijk op de Indische gemeenschap en haar plek in de Nederlandse samenleving.

Ruth Post. Foto: Palmslag.
Ruth Post. Foto: Palmslag.

Deze week lezen jullie hier over Pendek van Herman Keppy, De gecensureerde oorlog van Louis Zweers, Vlakke meetkunde van Ruth Post en Opgevangen in Andijvielucht van Griselda Molemans, dat aanstaande vrijdag uitkomt. Het zijn vier boeken, die in genre en stijl zeer verschillen, maar inhoudelijk duidelijk een overlap hebben: ze behandelen de Japanse bezetting, de bersiap en de aankomst hier in Nederland. Eind van de week horen we graag van jullie hoe jullie aankijken tegen deze selectie.

Vlakke meetkunde geeft een toegankelijke, openhartige en eerlijke kijk achter de schermen van de Indische zwijgzaamheid.

We beginnen met Ruth Post’s Vlakke meetkundeVlakke Meetkunde is de tweede dichtbundel van deze dichteres, uit 2013. Daarin lees ik gedichten over de kamptijd, de bersiap en de tijd in Nederland. Post, die in Batavia geboren werd en de kamptijd als kind meemaakte, debuteerde in 2012 met een andere dichtbundel, ‘Tot aan de horizon’.

Ik ben geen kenner van poëzie, ik wist niet goed wat ik kon verwachten. Maar ik ben erg gecharmeerd van haar werk. Sommige gedichten zijn expliciet, andere indirect, maar elk gedicht komt binnen. Van bamboespies tot smet vrezende  Europeanen – Ruth schuwt geen enkel onderwerp. Het zijn eerlijke gedichten, die de ervaringen in oorlogstijd beschrijven vanuit het perspectief van een jong Indisch meisje. Eerlijke gedichten over een oneerlijke tijd dus.

Ruth schuwt geen enkel onderwerp.

Die kinderlijke eerlijkheid maakt Post’s gedichten kwetsbaar en invoelbaar. Ik kan me indenken dat Vlakke meetkunde voor overlevenden van deze tijd vrij confronterend is. Voor Indische jongeren, die weinig meegekregen hebben over deze periode, geeft Vlakke meetkunde een toegankelijke, openhartige en eerlijke kijk achter de schermen van de Indische zwijgzaamheid.

Een passage uit De jongens, ter illustratie.

mijn moeder staat al bij de poort

de jongens moeten weg, mijn broer is tien

ze klimmen duwend op de laadbak

ze grijzen wat

moeder heeft hem geleerd de was te doen

en hoe dat moet met naald en draad

hij krijgt vast heimwee, het is nog zo’n kind

mijn broertje

Vlakke meetkunde, Ruth Post. Uitgeverij Palmslag (2013), 56 pagina’s.

Vlakke meetkunde van Ruth Post (2013).
Vlakke meetkunde van Ruth Post (2013).

Kunstzinnige De Lachende Javaan ontvangt derde winnaar

De Lachende Javaan. Foto: Tabitha Lemon/ Indisch 3.0 2013.

Winnaar Valentijnsactie te gast in artistiek Indonesisch restaurant

Frans Helling runt samen met zijn broers en zussen het vernieuwende Indonesische restaurant De Lachende Javaan in Haarlem. Zij ontvangen de derde winnaar van onze Valentijnsdagactie. Vorig jaar waren we er te gast en maakten we kennis met dit vooruitstrevende koppel. Hoe gaat het met ze?

‘Ja goed, druk,’ zegt de ondernemer lachend. Vorig jaar vertelde ik al dat De Lachende Javaan een familierestaurant is. Frans Helling, broers Johan en Hendrik richtten de zaak 27 jaar geleden op, met indertijd mama Helling en zus Christina in de keuken.

Christina bereidt de satéh voor @ De Lachende Javaan. Foto: Tabitha Lemon/ Indisch 3.0 2013.
Zus Christina Helling bereidt de satéh voor @ De Lachende Javaan. Foto: Tabitha Lemon/ Indisch 3.0 2013.

Moeder Helling is inmiddels helaas onverleden, maar is nog wel in de zaak aanwezig; zij is afgebeeld op een modern Indonesisch schilderij. Kunstwerken zijn, naast de excellente keuken, wat De Lachende Javaan onderscheidt van andere restaurants. Frans Helling is een actieve kunstverzamelaar. Zijn aankopen zijn in de zaak te zien.

Daar is inmiddels wel wat nieuws over te melden, vertelt Frans. ‘Ik ben bezig om boven een aparte indeling te maken voor 16-18 gasten. Het wordt een minimalistische sfeer zoals je dat ook in een galerie hebt en de meubels die ik ervoor ga verzamelen, zijn in de stijl van de jaren ’20.’

Een van de reclameposters die te zien is in het affichemuseum in Hoorn. Afbeelding: http://www.affichemuseum.nl/index.html
Een van de reclameposters die te zien is in het affichemuseum in Hoorn. Afbeelding: http://www.affichemuseum.nl/index.html

‘Verder heb ik  24 posters uitgeleend aan de tentoonstelling in Hoorn over reclame in Indië. Die tentoonstelling is verlengd tot en met 23 februari, en daarna ga ik de posters hier tentoonstellen.’

‘En het spannendste is dat ik foto’s van de Maha-cyclus gevonden heb, een driedelige serie films van de Nederlands-Indische Filmmaatschappij over het leven in Indië. Wat ik gevonden heb, bestaat uit 60 foto’s van 50 x 60 en 300 foto’s van 20 x 15 cm. Het zijn filmstills in fotoalbums en echt erg uniek. Ik probeer momenteel de film te achterhalen, die is hier ergens in Amsterdam. Dan ga ik dat thema verder uitwerken.’

Foto uit de film Mahamoelia van de Maha-cyclus. Foto: http://www.filmfestival.nl/publiek/films/mahamoelia
Foto uit de film Mahamoelia van de Maha-cyclus. Foto: http://www.filmfestival.nl/publiek/films/mahamoelia

Wij ontdekken net dat een  van de drie series, Mahamoelia, dit jaar op het Nederlands Filmfestival te zien is. Tip voor Frans.

De gelukkige winnaars die bij De Lachende Javaan gaan eten, zijn Irene en Bas. Tegen haar ontroerende en ontwapenende liefdesverklaring kunnen wij geen nee zeggen. Lucky Bas! Sturen jullie je gegevens naar redactie [@] indisch3.nl? Veel plezier en eet smakelijk.

Winnaar Valentijnsactie Kantjil & de Tijger krijgt toegang tot speciaal Valentijnsevent

Oprichter Albert Jonkman: ‘We zijn een eigenwijs restaurant dat al 25 jaar in Amsterdam bestaat.’

Vandaag maken we bekend wie het Valentijnsdiner voor twee heeft gewonnen bij het Indische restaurant Kantjil & de Tijger in Amsterdam. De oprichter ervan vroeg ik naar zijn Indoroots. “Het motto voor Kantjil is senang. Als onze gasten, medewerkers en leveranciers zich zo voelen, dan doen we het goed.”

Mango Coco Salad van Kantjil en de Tijger
Mango Coco Salad van Kantjil en de Tijger

De ondernemer praat met een licht Amsterdams accent, al is zijn ‘o’ nog steeds onmiskenbaar Haags. ‘Kantjil is begonnen in Den Haag, in 1980. Het was een kleine zaak, wat ik in Rotterdam en Amsterdam had was groter. In Rotterdam liep het niet. De ene week zat het bomvol, de volgende week hadden we op zaterdag 20 gasten. Nu ik nog maar één zaak heb, merk ik dat ik misschien wel gelukkiger ben dan toen dat er drie waren.’

Het restaurant, in Jonkman’s woorden een ‘evergreen waar je ouders kwamen en nu jij onze gast bent’ ontvangt jaarlijks 150.000 gasten, een duizelingwekkend aantal. Wat doet Kantjil goed? ‘De Indische keuken is niet meer sexy. Wij zijn daarmee aan het experimenteren. Overdag met de lunch serveren we nieuwe gerechten, we hebben een Indische high tea en een Indische high wine. We hebben bitterballen van rendang en ritja-ritja. Voor het diner hebben we de gewone gerechten zoals rendang en gado-gado, maar ook si0mai, een spectaculair dim-sumgerecht dat populair is in Bandung en wij op de kaart zetten als Bandung classic.’

Jonkman komt graag in Indonesië, al voelt hij zich daar meer westerling dan hij zou willen.
‘In ’88 ben ik voor het eerst naar Indonesië gegaan. Ik had er jaren naartoe geleefd. Het was mijn moederland – mijn moeder is Indo, mijn vader is een KNIL’er uit Meppel – en eindelijk zou ik thuis gaan komen. Niets was minder waar. Ik was daar gewoon een toerist, een belanda. Nog steeds is het zo dat ik bij de tuan besar aan tafel moet van de jongens, als ik er ben, terwijl zij op de grond blijven zitten. “Dat is beter zo,” zeggen ze dan. Daar word ik wel verdrietig van.’

‘Ik heb me altijd heel erg Indo gevoeld, zeker de laatste tijd. Het Indo zijn komt steeds meer terug. Ook mijn kinderen, en dan met name mijn jongste zoon, zijn er trots op. De jongste is hartstikke blond en heeft blauwe ogen, maar ziet het Indisch monument, in Den Haag, als “ons monument, hè, pap?”. Dat is mooi, toch?’

De winnaar van een diner bij Kantjil is Elvira, die haar 2,5 jarig huwelijk met haar man Jurriaan gaat vieren. Zij krijgen daarmee toegang tot het speciale ValentijnseventGefeliciteerd, met deze prijs en met jullie samenzijn! Elvira, stuur je je gegevens naar de redactie [@] indisch3.nl?

Proef het winnende gerecht van de SAYAH Gouden Rijstkom zelf.

Vorige week presenteerde winnende kok Tim Sprangers zijn gerecht aan de Indonesische ambassadeur. Tim won de SAYAH Gouden Rijstkom 2013 met zijn Lemper van gerookte schar op een urap van Hollandse seizoensgroenten.

Wil jij zelf zijn winnende gerecht proeven? Ga dan naar Cafe Kadijk in Amsterdam. Tim staat daar in de keuken en zal het hoogstpersoonlijk voor je bereiden. De lunch voor de ambassadeur in het kader van de Gouden Rijstkom 2013 is mogelijk gemaakt door HANOS.

 

Een Hollands feestje in Den Haag

Verkeerde verwachtingen, halve verhalen en oppervlakkige gespreksleiders tijdens Writers Unlimited ’14.

Tekst: Kirsten Vos. Fotografie: Tabitha Lemon.

Het afgelopen weekend konden boekenwurmen en schrijvers aan hun trekken komen bij de 19e editie van het Writers Unlimited festival. Voor ons viel er weinig te halen. Het gesprek over ‘de grote vervreemding tussen oost en west’ viel nogal tegen, ondanks de gasten Ad van Liempt, Ian Buruma en Linda Christanty.

Aankondiging van De grote vervreemding, over de relatie tussen Nederland en Indonesië.
Aankondiging van De grote vervreemding, over de relatie tussen Nederland en Indonesië. Bron: www.winternachten.nl

Linda Christanty opende het optreden in zaal 1 –  gemiddelde leeftijd van het publiek: 50 jaar – met een vlammend betoog in Bahasa Indonesia over de koloniale overheersing van Indonesië. Christanty, die verwant is aan de uitgemoorde elite van Bantam, maakte korte metten met de Nederlandse neiging het koloniale verleden door een roze bril te willen zien.

Linda Christanty tijdens Writers Unlimited 2014. Foto: Tabitha Lemon/ Indisch 3.0 2014.
Linda Christanty tijdens Writers Unlimited 2014. Foto: Tabitha Lemon/ Indisch 3.0 2014.

‘De gedachte dat kolonialisme positieve en negatieve gevolgen zou hebben, is een domme uitspraak,’ wierp ze het publiek voor de voeten. ‘Die uitspraak zou leiden tot de onterechte conclusie dat kolonialisme zorgde voor uitwisseling tussen volken. (..) Kolonialisme is slecht, want het is slecht om een volk aan je te onderwerpen.’ Wat een verfrissende rechtlijnigheid. Weg met de nuance! Ik kon een glimlach niet onderdrukken. Was het mijn verbeelding, of gingen de Nederlandse gasten in de zaal ongemakkelijk draaien op hun stoelen?

Christanty maakt korte metten met de romantische kijk op voor het koloniale verleden.

De Nederlandse vertaling van Christanty’s speech was te zien op tv-schermen, waardoor ik niet alles goed heb kunnen volgen – als je notities maakt, dan kijk je weg van het scherm en mijn Bahasa Indonesia stelt nog niets voor. Wel zag ik nog een storende fout in de vertaling; de soevereiniteitsoverdracht gebeurde op 27 december 1949, niet op 17 december. En nee, dat is geen detail. Het is net zo’n stomme fout als zeggen dat Nederland op 15 mei 1945 bevrijd is.

Maar goed. Zo’n opening beloofde wat voor het vervolg: de Nederlandse kant van het verhaal, verwoord door journalist Ad van Liempt en schrijver Ian Buruma. Beide heren zijn niet de minste en dragen aardig wat feitenkennis mee over Indië en Indonesië. Toch duurde het ruim een half uur voordat nota bene Ad van Liempt de gespreksleider Godfried van Run eraan moest herinneren dat we ‘terug moesten naar Indië.’

 

Ad van Liempt, Ian Buruma en Godfried van Run tijdens Writers Unlimited 2014 ©Indisch 3.0 2014 Tabitha Lemon
Ad van Liempt (links), Ian Buruma (midden) en Godfried van Run (rechts) tijdens Writers Unlimited 2014 ©Indisch 3.0 2014 Tabitha Lemon

Een of twee keer hoor ik iets boeiends. Zo meldt Ad van Liempt: ‘Het verlies van Indië heeft ons economisch relatief weinig gekost. Het Duitse Wirtschaftswunder heeft het verlies van Indië gecompenseerd.’ Het is een opmerkelijke uitspraak, die flinke impact heeft voor mensen die kennis hebben over de geschiedenis van de repatriëring. De uitspraak van Van Liempt is zelfs controversieel te noemen. Decennialang horen repatrianten dat Nederland moest terugkrabbelen uit de oorlog en daarom moesten zij hun overkomst, de kledingpakketten en meubels terugbetalen. Dus om nu te horen dat het verlies van Indië Nederland weinig heeft gekost, is op zijn zachtst gezegd cru.

Dus wat doet de gespreksleider daarmee?

Niets. Helemaal niets.

Sterker nog, al na een kwartier kondigt Van Run aan het gesprek af te ronden en stroomt de zaal leeg.

Grijze witte mannen praten niet over Indonesië. Need I say more?

Verbluft kijk ik naar mijn aantekeningen. Wat is hier gebeurd? Waarom is geen van de drie grijze witte mannen op het podium ingegaan op de spraakmakende speech van de Indonesische schrijfster? Waarom hebben Van Liempt, Buruma en Van Run meer tijd besteed aan de ‘displaced’ Russische kozakken dan aan de aangekondigde ‘grote vervreemding tussen oost en west’?

Terwijl we de zaal uit schuifelen, realiseer ik me schamper dat wat hier gebeurde, exemplarisch is voor hoe Nederland omgaat met het koloniale verleden en Indonesië. Met het beschuldigende vingertje wijzen naar Indonesië als het gaat om mensenrechten, maar als een Indonesiër zich dan eindelijk eens uitspreekt over het slechte karakter van de voormalige koloniaal heerser? Dan kijkt Nederland liever de andere kant op. Grijze witte mannen praten niet over Indonesië. Need I say more?

“Nou, die geschiedenisboekjes kunnen ook wel de kast in, ik heb zoveel nieuws geleerd van Ad van Liempt en Ian Buruma,” hoor ik een vrouw monter opmerken. Het is arabiste Petra Stienen, die er ook over tweet en refereert aan historische fouten waar Van Liempt ons op attendeerde, zoals de bevrijding die eigenlijk niet op 5 mei kwam. Of hoe de capitulatie niet in Hotel de Wereld getekend werd. Waren wij dan de enigen die hadden willen weten wat de sprekers te zeggen hadden over de vervreemding tussen oost en west?

petra_stienen
Alle geschiedenisboekjes in de prullenbak na tien minuten met @ian_buruma en @advanliempt over periode in Nl en Europa rond 1945 bij #wu14
18-01-14 20:36

In de hoop het festival te verlaten met een enthousiast gevoel, wachten we op het optreden van de Fins-Indonesische Kira Wuck. Deze veel gelauwerde jonge dichteres leest ‘de tekst van haar leven’ voor; een passage uit Vogels die vlees eten, van Thijs de Boer. Hoewel het een knap geschreven tekst is, die mij nieuwsgierig maakt: als ik lees dat iemand de tekst van haar leven gaat voorlezen, verwacht ik dat die tekst van levensbelang is geweest.

Waarom deze tekst, vraagt interviewster Tanja Jadnanansing aan Wuck. ‘Het verhaal neemt onverwachte wendingen.’ Tja. ‘En daarom is dit de tekst van je leven?’ zou een logische vervolgvraag zijn. Maar Jadnanansing glimlacht alleen maar en knikt.

Kira Wuck (midden) over de tekst van haar leven © Indisch 3.0 2014 Tabitha Lemon
Kira Wuck (midden) over de tekst van haar leven © Indisch 3.0 2014 Tabitha Lemon

Hoewel ik niet twijfel aan het talent van Kira Wuck, vind ik ook dit gesprek een gemiste kans. Los van het ongemak en de verlegenheid dat van de alom geprezen dichteres afstraalt, laten de twee presentatoren steken vallen. ‘Dit boek is een van mijn drie lievelingsboeken,’ vertelt Wuck een paar minuten later. ‘In alle drie de boeken hebben de personages een bepaalde onverschilligheid naar het leven toe.’ Deze – fascinerende – bekentenis zou je kunnen aangrijpen om de verdieping te krijgen die ‘de tekst van je leven’ impliceert, zoals:

  • ‘Wat vind je zo interessant aan personages die “een onverschilligheid naar het leven toe hebben”?’
  • ‘Je hebt een Finse moeder, een Indonesische vader en bent opgegroeid in Nederland. Word je daar onverschillig van?’
  • ‘Wat is het aan onverschilligheid dat je zo boeit?’
  • ‘Ben jij onverschillig?’

Nee hoor. Niets van dat alles. We geven het op en verlaten het festival. Zelfs de relaxte MC en DJ in de foyer kunnen deze avond niet meer redden. 

Door verkeerde verwachtingen, halve verhalen en oppervlakkige gespreksleiders verlaten wij de zaterdagavond van dit literaire festival met het gevoel dat we te gast waren op het verkeerde feestje. Een erg Hollands feestje.

MC Francis Broekhuijsen in de Theater Foyer Writers Unlimited 2014 © Indisch 3.0 2014 Tabitha Lemon
MC Francis Broekhuijsen in de Theater Foyer Writers Unlimited 2014 © Indisch 3.0 2014 Tabitha Lemon

"Een ordinaire strijd om auteursrechten & royalties"

Molemans: “Ik was opgelucht toen de samenwerking met het Nationaal Archief ontbonden was.”

Over twee maanden komt het boek Opgevangen in Andijvielucht uit. Vorige week schreef ik er al over. Auteur en onderzoeker Griselda Molemans startte een ‘crowdfundingactie’ om het staartje ervan te kunnen financieren. Reden voor uitgeven in eigen beheer zou zijn dat haar oorspronkelijke opdrachtgever, het Nationaal Archief, zich terugtrok: de ‘vele onthullingen in het manuscript stonden haaks op de ministeriële verantwoordelijkheid’ van het Archief. Wat was waar van deze – vrij ernstige – beschuldiging? Vandaag lees je deel 2.

Foto Nationaal Archief: By Vera de Kok (Own work) CC-BY-SA-3.0, via Wikimedia Commons

Waar het mij om gaat in deze – inmiddels twee – artikelen, is achterhalen wat er waar is van de beschuldiging van Molemans; in feite beschuldigt zij het Archief van het censureren van publicaties die voor de overheid onvoordelig kunnen zijn. Voordat ik die uitspraak overnam, wilde ik zeker weten of dit klopte. Na de publicatie van vorige week, ontving ik van Griselda Molemans – zelf, niet van haar advocaat – een chronologisch overzicht van de gebeurtenissen. Nadat ik dat had gelezen, heb ik telefonisch een toelichting gekregen van de schrijfster.

"Uitwuivers" bij een repatriantenschip. Foto: Willem Plink.
“Uitwuivers” bij een repatriantenschip. Foto: Willem Plink/ archief Kirsten Vos.

Exclusief licentiecontract
In het overzicht van de gebeurtenissen staat om te beginnen dat de overeenkomst tussen het Nationaal Archief en de in LA wonende Indische journaliste in 2010 tot stand komt. Haar werk zal gaan over ‘het thema contractpensions als onderdeel van een serie van zeven publicaties’ (die inmiddels uitgekomen is het Geheugenpaleis). Molemans ondertekent een ‘exclusief licentiecontract’, op basis van een standaard contract . Dit houdt onder meer in dat Molemans een licentie verleent aan het Nationaal Archief om haar werk te laten uitgeven. Hieruit vloeit voort dat bij overdracht van dit contract aan de – nog te selecteren – uitgever, de uitgever en auteur een auteurscontract tekenen.

Dat betekent concreet dat het Nationaal Archief het boek van Griselda Molemans pas kan laten uitgeven, als zij akkoord is met de keuze van uitgever.

Ik lees verder. In juli 2011 heeft Molemans de eerste versie van haar manuscript aangeleverd. Wat zei de woordvoerder hier vorige week ook alweer over?

“In het contract tussen mevrouw Molemans en NA werd afgesproken dat mevrouw Molemans 1 juli 2011 een eerste manuscript zou aanleveren. Deze afspraak is mevrouw Molemans niet nagekomen. Ook na herhaaldelijk aandringen van onze zijde heeft mevrouw Molemans geen input voor de tentoonstelling noch het boek geleverd.”

Zo. Hier is geen sprake van een halve waarheid – de een zegt welles, de ander zegt nietes. Gelukkig is “het gelijk” op een eenvoudige manier te achterhalen. Ik vraag Molemans om inzage in de stukken en krijg de mails doorgestuurd die zij aan de verschillende medewerkers heeft gestuurd, verspreid over de maanden juli – september 2011. Molemans: “Ik heb wel degelijk geleverd. En op 20 december 2012 heb ik alle verzamelde foto’s uit privé-albums aan de conservatrice en enkele collega’s van haar getoond als input voor de tentoonstelling in het NA.” Als ik de woordvoerder van het Nationaal Archief hiermee confronteer, krijg ik een aanvullende toelichting. “Wij hebben nog even gezocht en inderdaad die mails gevonden, maar onze conservator vond de kwaliteit daarvan gewoon niet genoeg. En dat is nooit verder gekomen.”

Eind 2011 krijgt Molemans te horen dat het Archief een overeenkomst getekend heeft met een uitgever met wie zij slechte ervaringen heeft. Zij geeft aan hier niet mee in te stemmen en merkt dat het Archief de druk opvoert, “om me te dwingen het contract met de uitgever te tekenen. Zonder mijn handtekening kan echter geen overdracht van het manuscript plaatsvinden.”

Ik herinner me Siem Boons parafrasering van de reactie van een medewerker van het Archief:

“De medewerkster die ik interviewde vertelde dat ze meende dat er een kwestie rond auteursrecht was geweest, maar er het fijne niet van wist.”

Die herinnering klopt dus. Dit heeft alleen niets te maken met de ministeriële verantwoordelijkheid waar Molemans aan refereert. Waar is de samenwerking nou echt op stuk gelopen?

Volgens het chronologische overzicht dat ik van Molemans ontving, gaat het vanaf medio 2012 de verkeerde kant op. Ook de vice-directeur van het Archief raakt bij de kwestie betrokken. Volgens het instituut zou Molemans geen exclusief contract hebben ondertekend en wil het Archief 50% van de royalties als mede-auteur van het boek. Daar gaat Molemans niet mee akkoord. Vanaf dat moment gijzelt ze het manuscript en de verzamelde foto’s zolang er “geen deugdelijk contract op tafel ligt.”

Het Archief kan het boek alleen uitgeven als Molemans instemt met de uitgever.

Auteursrechten

Hmm. Als het Archief opdrachtgever is, heeft Molemans dan niet haar auteursrechten ‘verkocht’ aan deze opdrachtgever? En is het niet meer dan logisch, dat het Archief een deel van de omzet verwacht, aangezien het geld in het research gestoken heeft? Griselda Molemans: “Nee. Dat staat niet in het contract dat het Archief en ik ondertekenden in december 2010. Daarin verleende ik een exclusieve licentie aan het NA en was ik voor 100% eigenaar van de auteursrechten.”

Hoewel ik begrijp dat het Archief dit liever anders had gezien, heeft het dit contract mede-ondertekend. Heeft het Archief dan zitten slapen, toen het dit ondertekende? Of realiseerde het zich pas later wat het contract inhield?

Griselda Molemans. Indomania 4. (c) Tabitha Lemon/ Indisch 3.0 2012.
Griselda Molemans, hier op archiefbeeld. (c) Tabitha Lemon/ Indisch 3.0 2012.

Begin 2013 gaat Molemans met haar advocaat en het Nationaal Archief, vertegenwoordigd door de vice-directeur, om tafel. Molemans: “Tijdens het overleg heb ik aangegeven dat de epiloog van het manuscript een actuele lading heeft door een aantal openstaande claims jegens de Nederlandse overheid. Reactie van de vice-directeur: ‘Daar ben ik helemaal niet blij mee, aangezien we als Nationaal Archief onder ministeriële verantwoordelijkheid vallen.’

Daar is het; de ministeriële verantwoordelijkheid. De eerdere verklaring van het Nationaal Archief klopt op dit punt dus ook niet.

Ik vraag hoe het zit met de ‘ministeriële verantwoordelijkheid’. ‘Nee, die woorden hebben wij niet in de mond genomen.’

Het Archief heeft dus wel degelijk de woorden ‘ministeriële verantwoordelijkheid’ in de mond genomen, in reactie op de aankondiging van Molemans. Toch is de suggestie die Griselda Molemans in haar crowdfunding-actie wekt een andere. In de flyer van de geldinzamelingsactie wekt zij de suggestie, dat het Nationaal Archief de inhoud van het manuscript zelf heeft ingeschat als ‘explosief’ en de conclusie heeft getrokken dat deze buiten de ministeriële verantwoordelijkheid viel. Maar goed. Dat is misschien detail. Feit is dat dit al de tweede keer is, dat de verklaring van 
het Archief ernstig afwijkt van die van de auteur.

Het feitenrelaas eindigt met het ontbinden van de overeenkomst tussen Molemans en het Archief, omdat Molemans er te lang over doet om een andere uitgever te vinden – een afspraak die zij met het Archief eerder dat jaar maakte. “Daarbij is bepaald dat ik de onkostenvergoeding van 10.000 euro voor onderzoek in binnen- en buitenland plus alle reiskosten voor de interviews terugbetaal,” licht de auteur toe. “Er is dus geen sprake geweest van ‘fees’ zoals het NA beweert. Daarmee was voor mij de weg vrij om het manuscript zelf uit te geven. En ik zal je eerlijk zeggen, ik was opgelucht toen de samenwerking ontbonden was.”

De Zwarte met het oranje is een boek dat <MOlemans maakte in samenwerking met het Natiopnaal Archief. Fotograaf Armando Ello is hier te zien, die met de schrijfster het boek maakte. (mei 2010)
‘Zwarte huid, oranje hart’ is een boek dat Molemans en fotograaf Armando Ello (hier op beeld) maakten in samenwerking met het Nationaal Archief. Foto: Kirsten Vos, mei 2010.

Geduld

Het Nationaal Archief heeft de overeenkomst dus ontbonden omdat het zijn geduld verloor. Het had een ander contract getekend dan het wilde, en zag zichzelf nu wachten op een auteur die nog geen uitgever had gevonden. Dat het zich niet kon vinden in de inhoud van het werk, vind ik op basis van deze voorgeschiedenis niet te hard te maken.

Dat het Nationaal Archief de samenwerking met Molemans beëindigd heeft, omdat de ‘vele onthullingen in het manuscript’ niet pasten binnen de ‘de ministeriële verantwoordelijkheid’ van het instituut, is dus niet waar. Volgens de lezing van zowel Molemans als het Archief klopt deze beschuldiging niet. Beiden geven aan dat het Archief de overeenkomst ontbonden heeft om organisatorische redenen; het niet halen van overeengekomen deadlines (lezing van het Archief) en het opraken van het geduld (lezing Molemans). Maar dat is ook de enige overeenkomst.

Het Archief zegt dat Molemans pas eind 2012 voor het eerst geleverd heeft, terwijl Molemans wel degelijk eerder werk aanleverde. Het Archief ontkent te hebben gerefereerd aan de ministeriële verantwoordelijkheid, terwijl het nota bene de vice-directeur was die deze woorden in de mond nam. Het Archief zegt bovendien dat Molemans al sinds 2011 haar afspraken niet nakomt, terwijl Molemans zegt dat zij in 2013 (pas) te horen kreeg dat het te lang ging duren, terwijl de onderhandelingen nog gaande waren.

Griselda Molemans Facebook Indisch 3

Is het mogelijk dat het Archief, zoals deze Facebook-fan suggereert, de samenwerking formeel om organisatorische redenen heeft opgezegd, maar achter de schermen een reden zocht om afstand te nemen van de door Molemans aangekondigde ‘claims jegens de Nederlandse overheid’? Natuurlijk. Dat is mogelijk. Maar die conclusie blijft speculatief.

Explosieve inhoud

Maar waarom heeft Molemans dan gerefereerd aan de ‘ministeriële verantwoordelijkheid’? En hoe zit het dan met de ‘explosieve inhoud’? Molemans: “Oké, ik heb het begrip ‘ministeriële verantwoordelijkheid’ genoemd, in een andere context. Dat was omdat ik het Archief de afgang wilde besparen van het echte verhaal, namelijk een ordinaire strijd om auteursrechten en royalties. Maar de inhoud is wel degelijk explosief. Die komt uit archieven in Washington en daar hebben de mensen van het Nationaal Archief helemaal geen weet van. Dat zijn de claims die in de epiloog vermeld staan.”

In vertrouwen vertelt Griselda Molemans me over enkele van deze claims. Ja, die zijn inderdaad explosief. Ik ben zelfs blij verrast. Het is kennis waar veel mensen – inclusief ikzelf – al heel lang op zitten te wachten. Wat een opluchting dat dit eindelijk naar buiten gaat komen.

Hoe gaat het eigenlijk met de inzamelingsactie? “Ja, goed, ik ben er bijna. Ik schat dat mensen nog ongeveer 1,5 week in kunnen stappen, dan heb ik het totaalbedrag bij elkaar. Ik zal het je laten weten, zodra we er zijn. Het boek komt 21 maart a.s. uit, dan presenteer ik het bij het instituut voor Beeld en Geluid.”

“Ik ben er bijna. Ik schat dat mensen nog ongeveer 1,5 week in kunnen stappen, dan heb ik het totaalbedrag bij elkaar.”

In een afsluitende verklaring vertelt de woordvoerder van het Nationaal Archief: “Ook wij vinden het ontzettend jammer dat de samenwerking zo misgelopen is. Wat ons betreft is de kern van dit conflict vooral een verschil van inzicht over de kwaliteit van het aangeleverde werk. Ook wij zijn de verliezer hierin: wij missen een publicatie in een reeks waarmee we de breedte van het Archief zichtbaar wilden maken. De geschiedenis van de Indische Nederlanders hoort daarbij.”

En dat is eindelijk iets waar Molemans, het Archief en ik hetzelfde over denken.