INDOroutes 14 juni in Amsterdam – voor en door Indische jongeren!

Zoals veel van jullie weten is een groot deel van de Indische jongeren bezig met hun roots en Indische achtergrond, zoals jullie. Ze zijn op zoek naar familieverhalen, bloggen en schrijven er scripties over, maken er documentaires of foto series over, etc. Op zaterdag 14 juni geeft het Indisch Herinneringscentrum – in samenwerking met de Stichting Herdenking 15 augustus 1945 – deze jongeren een plek waar ze ervaringen kunnen delen en elkaar kunnen inspireren. Zo wordt bij een nieuw en jonger publiek een groter bewustzijn van de Indische geschiedenis gecreëerd. Tijdens deze dag hebben jongeren zelf een actieve inbreng, onder andere door middel van workshops, film, muziek, pitches en een informatiemarkt.

Om 14.00 uur zal na de aftrap van Marscha Holman, Bo Tarenskeen openen met een welkomswoord. Een documentaire en pitches van jongeren met roots in Indonesië volgen elkaar in rap tempo op. Nog meer inspiratie krijg je tijdens de workshops. En in de Indische Salons praat je mee over hoe Indisch je bent en hoe je tegenover 15 augustus staat.

De dag vindt plaats in het Bijlmer Parktheater, Anton de Komplein 240, Amsterdam op zaterdag 14 juni a.s. van 14.00 – 19.00 uur. Kaartjes kun je kopen op www.bijlmerparktheater.nl.

Hieronder vind je de inhoud van de dag. Like de Facebook pagina van het Indisch Herinneringscentrum en blijf op de hoogte van updates over de vierde workshop en het definitieve programma.

Tot 14 juni!

 

Workshops

Geef je interview meer impact met video (door Armando Ello); Out of the box met jouw Indo Box (door Nasi Idjo en Indisch Zwijgen? Me hoela); Hoe herinneringen levend te houden (door Simone Berger).

Indische Salons (door Bo Tarenskeen)

Hoe Indisch ben jij?
Wat heb jij met 15 augustus?

Pitches

Door Wouter Neuhaus, Remona Poortman, Armando Ello, Dewi van Beek, Miko Carels, Bernice van Grondelle en Olympia Latupeirissa (OIL).

Documentaire

De koffer. Zoektocht naar een Indisch verleden (van Dewi Staal).

Informatiemarkt

Met o.a. Indisch3.0, Oorlogsgravenstichting, Indonesia Nederland Youth Society, Merapi Tour & Travel.

Dansbare muziek tijdens de borrel

INDOroutesDJ Sir Rocco

Oproep voor gelijke behandeling, voor alle Nederlandse staatsburgers.

Een paar weken geleden was ik bij een boeiende conferentie. In een klein zaaltje van de universiteit in Leiden zat een handjevol wetenschappers bij elkaar, om gedachtes uit te wisselen over de ‘Eurasian question‘,  een misschien niet zo perfecte vertaling van de Indische kwestie uit de jaren ’50.  

scroll down for the English version

Vergelijken van dekolonisatieprocessen

Kernvraag was hoe je als wetenschappers omgaat met de dekolonisatieprocessen, en wat de meerwaarde en (on-)mogelijkheden zijn van vergelijkende studies. Vanwege dit vergelijkende karakter waren wetenschappers uit Canada, Engeland, Frankrijk en Duitsland aanwezig.

Ongelijkwaardige burgers

Tijdens het symposium stelde een van de aanwezigen voor om een verklaring op te stellen, waarin wij als wetenschappers een standpunt innemen over het politieke klimaat in Nederland, dat het legitimeert dat burgers op basis van ras en geboorte als ongelijkwaardige burgers behandeld worden.Dit heeft geleid tot de ‘Leidse verklaring over het politieke minderhedendebat.’

Rechtsongelijkheid

Als er één gemeenschap in Nederland is, die weet hoe het is om op papier Nederlands staatsburger te zijn, maar in de praktijk rechtsongelijkheid te hebben ervaren, is het de Indische gemeenschap. Daarom ondersteun ik deze verklaring van harte.

Deel de verklaring

Doe je mee? Het enige dat je hoeft te doen is deze verklaring te delen in je netwerk. Je kan deze post daarvoor gebruiken. We hebben ook een pdf-versie van de  Leiden declaration on current political debate in the Netherlands   (Nederlands/ English), die je rond kan sturen.

 

Leidse verklaring over het politieke minderhedendebat

“De ondergetekenden, wetenschappers uit binnen- en buitenland op 24-3-2014 bijeen op een conferentie in Leiden over Europees kolonialisme en de doorwerking daarvan bij individuele mensen, gemeenschappen en staten, roepen de politici in Nederland op om af te zien van beleid dat specifieke groepen in de samenleving neerzet als potentieel vijandig ten opzichte van anderen of van de samenleving als geheel. We veroordelen politieke strategieën die het doelgerichte oogmerk lijken te hebben om mensen te vatten in onderscheiden en van buitenaf opgelegde groepsidentiteiten, die tevens impliceren dat er een uitsluitende hiërarchie bestaat tussen insiders en outsiders.”

“Als wetenschappers van het imperialisme en zijn erfenissen, zijn we ons bewust van onze verantwoordelijkheid om bij te dragen aan een veilig intellectueel klimaat voor onderwijs en onderzoek aan de universiteiten en in de samenleving als geheel. De historische dimensie van het publieke debat over migratie en immigranten is evident; het principe van gelijkheid is uit het dekolonisatieproces voortgekomen als een kernwaarde voor hedendaags burgerschap. We protesteren daarom met kracht tegen het creëren van etnisch onderscheid en tegen andere vormen van uitsluiting en stereotypering, zoals dat in het huidige politieke debat in Nederland naar voren komt.”

Leiden, 24-3-2014

Eveline Buchheim (NIOD), Alison Blunt (Queen Mary, University of London), Elleke Boehmer (University of Oxford), Elizabeth Buettner (University of Amsterdam), Pim ten Hoorn (the Netherlands-Malaysia Association), Guno Jones, Nancy Jouwe, Mariëlle Klein (Leiden University), Bart Luttikhuis (European University Institute Florence), Jacqueline Knörr (Max Planck Institute for Social Anthropology, Halle), Willem Maas (York University, Canada), Wim Manuhutu (VU University), Susan Legêne (VU University), Liesbeth Rosen Jacobson (Leiden University), Marlou Schrover (Leiden University), Carolien Stolte, Kirsten Vos (Indisch 3.0), Jennifer Yee (University of Oxford, Christ Church).

Contact: Susan Legêne, prof. of political history, Faculty of Arts, Vu Amsterdam. Email s.legene@vu.nl

In English:

Leiden declaration on current political debate in the Netherlands

We, scholars from the Netherlands and abroad meeting on 24-3-2014 at a Leiden conference on European colonialism and its impact on individual people, communities and states, call on politicians in the Netherlands to refrain from politics which frame specific groups within Dutch society as potentially hostile to others or to society at large. We condemn political strategies that seem dedicated to enclosing the population in separate imposed group identities, while installing exclusive hierarchies of insiders and outsiders.

As scholars of empire and its legacies we are aware of our responsibility to contribute to a safe intellectual climate for education and research at universities and in society at large. The historical dimensions of any public debate on migration and immigrants are evident and equal citizenship has emerged from decolonization as a key value in society. Therefore we strongly protest against the making of ethnic distinctions and against other forms of exclusion and stereotyping as invoked in current political debate in the Netherlands.

Leiden, 24-3-2014

Eveline Buchheim (NIOD), Alison Blunt (Queen Mary, University of London), Elleke Boehmer (University of Oxford), Elizabeth Buettner (University of Amsterdam), Pim ten Hoorn (the Netherlands-Malaysia Association), Guno Jones, Nancy Jouwe, Mariëlle Klein (Leiden University), Bart Luttikhuis (European University Institute Florence), Jacqueline Knörr (Max Planck Institute for Social Anthropology, Halle), Willem Maas (York University, Canada), Wim Manuhutu (VU University), Susan Legêne (VU University), Liesbeth Rosen Jacobson (Leiden University), Marlou Schrover (Leiden University), Carolien Stolte, Kirsten Vos (Indisch 3.0), Jennifer Yee (University of Oxford, Christ Church).

Contact: Susan Legêne, prof. of political history, Faculty of Arts, Vu Amsterdam. Email s.legene@vu.nl

page1image24616

Films over Indonesië in het spoor van journalisten.

Terugblik op de slotfilms van CinemAsia 2014

Winnares Alexandra Robbe ging vorige week naar de slotfilms van filmfestival CinemAsia 2014, in De Balie in Amsterdam. Zij schreef er voor Indisch 3.0 een recensie over. 

tekst: Alexandra Robbe

3000th Thursday
De eerste film 3000th Thursday was kort maar krachtig. Regisseuse Happy Salma was speciaal overgekomen uit Indonesië. Prachtig sober in beeld gebracht, daardoor heeft de film een enorm inpact. De kracht en machteloosheid van velen die hun geliefden en familieleden verloren en hiertegen vreedzaam protesteren, wordt treffend getoond in de persoon van de invalide grootvader,die ondanks zijn verlamming een enome kracht uitstraalt. De moed der wanhoop. Zijn kleinzoon neemt zijn “taak” over.

The 3000th Thursday - Happy Salma (2013 Indonesië)
The 3000th Thursday – Happy Salma (2013 Indonesië)

Trail of Murder
De tweede film Trail of Murder laat ons het spoor volgen van journaliste Step Vaessen,die de moord op haar college Sander Thoenes in 1999 door het leger ontrafelt. Dicht op de huid gefilmd, door de originele beelden van de vermoorde journalisten, hun aantekenblok met bloedvlekken naast hun ontzielde lichamen. Dat komt hard binnen. Alsof we erbij zijn. Zij deden gewoon hun werk. En dit alles is zo kort geleden. Ook Step heeft hier persoonlijke littekens aan overgehouden. Dieptriest allemaal.

Trail-of-Murder
Trail of Murder – David Niblock (2013 Indonesië)

The Indonesian Killing fields
De derde en laatste film The Indonesian Killing fields toont hoe de executeurs van de “zogenaamde” communisten momenteel leven met hun acties, al dan niet gedwongen door het leger of de regering. Opvallend is het verschil in reacties van de betrokkenen, sommigen hebben er totaal geen probleem mee, wat ze gedaan hebben, zijn er zelfs trots op. Het lijkt alsof ze geen geweten hebben, anderen hebben er zichtbaar moeite mee en schamen zich er niet voor hun schaamte en verdriet te tonen.

De regering wil geen enkele verantwoording nemen en “lacht alles simpel weg”. Tja. Ook hier wordt de pijn van slachtoffers treffend getoond, ze gaan door met een simpele kracht, de moed der wanhoop. De feiten moeten boven tafel en het is nodig dat de verhalen verteld en verspreid worden. Zoals altijd met dit soort tragedies is dat een lange en moeizame weg.

Indonesia's kiling fields - Step Vaessen (2013 Indonesië)
Indonesia’s kiling fields – Step Vaessen (2013 Indonesië)

Hulde aan de filmmakers die de moed hadden om bovenstaande documentaires te maken met een enorme volharding. Het was in alle opzichten een bijzondere avond, ik moest na afloop even bijkomen.

Onze geschiedenis moet verteld worden, alles. Djangan lupah.

Alexandra Robbe @ CinemAsia 2014
Alexandra Robbe @ CinemAsia 2014

Oproep: hoe vraag je naar je familie's verleden?

Ben jij derde generatie Indo en heb je altijd al het (levens-) verhaal van je Indische opa en oma willen horen, of misschien zelfs vast willen leggen? Dan is Dewi van Beek op zoek naar jou, in deze oproep.

Sinds mijn stage bij Indisch Maandblad Moesson moest ik denken aan het frustrerende feit dat veel van de Indische familiegeschiedenis en familieverhalen verdwijnen met de 1e generatie. Ik weet dat er meer mensen zijn zoals ik die dit verhaal willen vastleggen, maar die misschien geen idee hebben waar ze moeten beginnen met het vragen naar en het vastleggen van hun Indische familiegeschiedenis.

Voor mijn afstudeeronderzoek bij Moesson onderzoek ik daarom hoe een hulpmiddel voor het vastleggen van Indische familiegeschiedenis eruit moet komen te zien. Daarom heb ik jouw hulp nodig.

Ik zoek een aantal mensen die een uurtje met mij om de tafel willen gaan zitten en hierover willen praten. Ik zorg uiteraard voor hapjes en een drankje. Als je interesse hebt, mail me dan – vrijblijvend – op hello [at] dewiaimee [.] com voor meer informatie.

Dewi van Beek (rechts, naast Rocky Tuhuteru) tijdens een paneldiscussie in 2013. Foto: Tabitha Lemon/ Indisch 3.0
Dewi van Beek tijdens een paneldiscussie in 2013 over herdenken. Foto: Tabitha Lemon/ Indisch 3.0

'Opgevangen in andijvielucht' legt verborgen Indische miljoenen bloot

Dáár is dat geld dus.

Voor het eerst is de periode van bijna 25 jaar ‘repatriëring’ uit Indonesië in één boek beschreven, en voor het eerst zijn er sporen gevonden van de verloren gewaande Indische spaartegoeden, pensioenen en internationale compensatiegelden. Met Opgevangen in andijvielucht opent Griselda Molemans definitief de postkoloniale doos van Pandora.

Vorige week presenteerde Griselda Molemans het resultaat van vijf jaar research: het boek Opgevangen in andijvielucht. Dit boek, dat mede mogelijk gemaakt is door een crowdfundingactie, maakt voor het eerst inzichtelijk dat er nog miljoenen aan Indische spaartegoeden, verzekeringsgelden en zelfs internationale compensatiegelden achter slot en grendel liggen.

De introductiefilm waarmee Griselda Molemans haar boek presenteerde. Foto: Tabitha Lemon/ Indisch 3.0.
De introductiefilm waarmee Griselda Molemans haar boek presenteerde. Foto: Tabitha Lemon/ Indisch 3.0.

Indische tegoeden
Verschillende media besteedden afgelopen week aandacht aan het opmerkelijke boek van de in Amerika gevestigde journaliste. Zo was er aandacht voor in de VolkskrantNRC en dit weekend ook in de Leeuwarder Courant (Bericht.) Overlappende nieuwswaarde is dat er nog voor miljoenen aan Indische tegoeden op bankrekeningen staat. Dit – schokkende –  bericht is slechts de epiloog van het lijvige boek. In een enkel nieuwsbericht is aandacht voor de andere negen hoofdstukken, waarin beschreven staat hoe de opvang van Indische repatrianten en andere ontheemden in Nederland georganiseerd en uitgevoerd werd.

Waardevol naslagwerk
Voor – Indische – Nederlanders, jong en oud, die weinig gehoord hebben over de 
repatriëring naar Nederland, en over de verschillende groepen en de opvang hier, is Opgevangen in andijvielucht een uitstekend, compleet en waardevol naslagwerk.Voor goed ingelezen insiders zal 90% van het boek bekend voorkomen. De verhalen over de (gedwongen) overkomst van de Molukse KNIL-soldaten, de komst van evacues, de emigratie naar Brazilie en Canada, maar ook de laatst exodus in de jaren ’60. Als je dit boek leest en de film Contractpensions bekijkt, heb je een volledig beeld van de ‘repatriëring’.

Als je je verdiept hebt in de postkoloniale geschiedenis, heb je je afgevraagd wat er gebeurd is met de Indonesische herstelbetalingen.

Herstelbetalingen van Indonesië
Als je je verdiept hebt in de Indische postkoloniale geschiedenis, dan ken je de verhalen uit Opgevangen in andijvielucht. En als je je verdiept hebt in deze periode, heb je je óók afgevraagd wat er gebeurd is met de verplichte herstelbetalingen van Indonesië aan Nederland. Onderdeel van deze herstelbetalingen – zoals afgesproken in de RTC-overeenkomst – waren de achterstallige pensioenen. Om deze reden oordeelde de Hoge Raad in de jaren ’50 dat de Nederlandse overheid de achterstallige salarissen en pensioenen niet hoefde te betalen. En om deze reden is de kans vrij klein dat pleiters voor de Indische Kwestie ooit hun gelijk zullen krijgen.

Griselda Molemans geeft nog een persoonlijke toelichting. Foto: Tabitha Lemon/ Indisch 3.0
Griselda Molemans geeft nog een persoonlijke toelichting. Foto: Tabitha Lemon/ Indisch 3.0

Waar is het geld?
Alleen: niemand wist waar dat geld gebleven was. Volgens Silfraire Delhaye verschool de Nederlandse regering zich achter deze afspraak. Een passage uit mijn interview met hem, van vorig jaar:

Heeft een deel van de Indische kwestie niet te maken met de afspraken die gemaakt zijn bij de overdracht van het bestuur aan Indonesië? Indonesië zou de achterstallige salarissen betalen en de materiële oorlogsschade vergoeden, maar heeft dit nooit gedaan?

“De Nederlandse regering verschuilt zich daarachter.”

Insider Joty ter Kulve verzekerde mij er vorig jaar van dat Indonesië deze betalingen wel had gedaan. Waar dat geld dan gebleven was, en waarom dit nooit bij de claimers van de Indische Kwestie terecht gekomen is, kon ze me niet vertellen.

Griselda Molemans is de eerste die boven tafel heeft gekregen dat de 600 miljoen gulden aan Indonesische herstelbetalingen keurig netjes betaald zijn, in 30 jaarlijkse termijnen.

Schokkende epiloog
Voor iemand die deze kwestie al een paar jaar volgt, is de epiloog van het boek schokkend. Ten eerste stelt Molemans daar het optreden van het Indisch Platform ter discussie. Dat krijgt meerdere keren een flinke veeg uit de pan. Maar Griselda Molemans is de eerste die boven tafel heeft gekregen dat de 600 miljoen gulden aan Indonesische herstelbetalingen keurig netjes betaald zijn, in 30 jaarlijkse termijnen.

Het betreft de zogeheten Indonesische herstelbetalingen, die bij het Tractaat van Wassenaar van 7 september 1966 vastgesteld zijn. Deze betalingen zijn een compensatie voor de geleden verliezen van Nederlandse particulieren en bedrijven in Indonesië en Nieuw- Guinea door de nationalisatie van de Nederlandse bezittingen in de periode 3 december 1957 tot 15 augustus 1962. Door betaling van een bedrag van 600 miljoen gulden plus rente aan de Nederlandse overheid zijn ‘alle bestaande financiële vraagstukken volledig en definitief geregeld. (..) De inzet van de onderhandelingen betrof ‘alle financiële vorderingen […] onder andere pensioenrechten, voor zover deze vorderingen vóór 15 augustus 1962 zijn ontstaan’.  – Opgevangen in andijvielucht, p. 396/397.

En dit is niet de enige pot met geld die Griselda Molemans gevonden heeft.

In het Stikker-Yoshida Akkoord is eveneens compensatie voor de grote groep voormalige burgergeïnterneerden geregeld. Per persoon is dit een bedrag van f 415. Er is echter geen transparantie over de feitelijke uitbetaling van deze compensatie, aangezien er geen vastlegging van het aantal uitkeringen aan burgergeïnterneerden is geweest volgens de SAIP. Het totaalbedrag van 38 miljoen gulden is sowieso ontoereikend voor alle rechthebbenden. (..) Cijfermatig is de rekensom dan (14.630.000 + 21.912.000 =) f 36.542.000 , waardoor er een restbedrag van f 1.458.000 (661.611,55 euro zonder indexatie) op de balans van de Nederlandse overheid staat. Beijk noemt de getallen echter ‘niet absoluut’ en voegt er vervolgens de volgende informatie aan toe: een bedrag van 1.100.000 gulden is nog altijd niet uitgekeerd. Het gaat om een geïndexeerd bedrag van 3.070.955,55 euro. – Opgevangen in andijvielucht, p. 382/383.

In totaal presenteert Molemans maar liefst negen financiële claims die de Indische groep kan neerleggen bij de Nederlandse overheid, waaronder de in de kranten genoemde uitkeringen van verzekeringspolissen en opgeslagen goudvoorraden van de Javasche bank. Het gaat hier om miljoenen. Interessant in deze context is overigens een artikel uit 1998 in het NRC, van Louis Zweers, aan wie we vorige week aandacht besteedden. Hierin staat bevestigd dat het goud verscheept is voor de komst van de Japanners:

“Ze (de Japanners, KV) hadden de moderne westerse kunst in de ban gedaan en waren vooral gefixeerd op het verdwenen goud van de Javasche Bank. Ze zochten het goud bij de bungalows van de directie van de Javasche Bank in Buitenzorg. Ze lieten de tuinen tot zes meter diep uitgraven. Ook werd de president-directeur van de Javasche Bank, mr. G.G. van Buttingha Wichers, door de Kempeitai aan zware verhoren onderworpen. Hij stierf drie maanden na de Japanse capitulatie aan de gevolgen van zijn gevangenschap. Overigens had de Javasche Bank de goudvoorraad – waaronder ook het goud van particulieren – vlak voor het begin van de Japanse invasie uit veiligheidsoverwegingen naar Zuid-Afrika en Australie verscheept.” 

Kritiek
Op het boek is wat af te dingen. Zo had ik het prettig gevonden als Molemans in het boek met voet- of eindnoten had gewerkt, zodat je als lezer de gelegenheid hebt te bekijken op welke bronnen ze haar uitspraken baseert. Ook ontstaat een beeld van een gekleurde onderzoeker, omdat ze bij alle claims totaalbedragen noemt, behalve bij de uitkeringen (WUV, WUBO etc) die de Nederlandse overheid heeft betaald. Daarover zegt Molemans overigens dat ze geen totalen kan noemen, omdat de regering vanwege privacy-overwegingen geen inzage wil geven in de uitvoering van deze regelingen. Tot slot mis ik een overzicht, waarin ik kan zien welke bedragen uit welke ‘potjes’ zijn gekomen. Want de bedragen zijn zo talrijk en omvangrijk, dat ze je gaan duizelen.

Vastberadenheid
Maar ik weet wel dat ik onder de indruk ben van het boek en van de diepgang en vastberadenheid waarmee Griselda Molemans haar onderzoek heeft uitgevoerd. Zo heeft ze het conflict met het Nationaal Archief voor haar kiezen gehad (lees dat hier en hier) en – naar eigen zeggen – heel veel mensen boos gemaakt. Ze is zelf naar de archieven in Washington gegaan, ze heeft in de kelders van Buitenlandse Zaken gestaan en dossiers doorgespit over repatrianten en andere migranten uit Indonesie naar Nederland.

Molemans heeft met Opgevangen in andijvielucht echt iets toegevoegd aan de canon van de Indische geschiedenis: ze is de Indische miljoenen op het spoor gekomen. Djempol, Griselda. En wat betreft de claims: wordt vervolgd?

Opgevangen in andijvielucht. De opvang van ontheemden uit Indonesië in kampen en contractpensions en de financiële claims op basis van uitgebleven rechtsherstel – Griselda Molemans. Uitgeverij Quasar Books (2014). ISBN 978-0-615-95101-0. 431 pagina’s, 19,95 euro.

Opgevangen in andijvielucht is binnenkort verkrijgbaar.
Opgevangen in andijvielucht is binnenkort verkrijgbaar.

Pendek. Kleine verhalen over grootse momenten.

Indische juweeltjes in de hedendaagse literatuur

Deze week besteedt Indisch 3.0 week tijd  aan Indische boeken die we extra de moeite waard vinden. Het zijn niet boeken die recent uitgekomen zijn, het zijn – kleine – juweeltjes die meer aandacht verdienen. De auteurs van deze vier boeken geven met hun eigen geluid een eigentijdse, nieuwe kijk op de Indische gemeenschap en haar plek in de Nederlandse samenleving. Vandaag vragen we je aandacht voor Pendek, van Herman Keppy.

Herman Keppy is een doorgewinterde journalist en schrijver die door de jaren heen steeds meer van zichzelf heeft laten zien. Een van zijn oudste non-fictie werken is De laatste inlandse schepelingen (Focus, 1994), over de Molukse KNIL-soldaten die naar Nederland verscheept waren. Keppy schreef ook Flat River Flamingo (Conserve 2006), een roman. Insiders konden onlangs ook een prachtig dubbelinterview in Moesson gelezen met hem en Alfred Birney.

Keppy schrijft zichzelf weg, met een treffend gevoel voor verhaal, oog voor detail en kennis van zaken.

Van huis uit is de Molukse Keppy journalist. Dat is te merken in Pendek. Korte verhalen over Indische levens. In Pendek (Indonesisch voor kort, klein) biedt Keppy een selectie van eerder gepubliceerde korte verhalen over ‘kleine’ momenten uit het leven van Indo’s en Molukkers. Daarin schrijft Keppy zichzelf weg, met een treffend gevoel voor verhaal, oog voor detail en kennis van zaken.

Herman Keppy. Foto: tongtongfair.nl
Herman Keppy. Foto: tongtongfair.nl

Keppy geeft alle ruimte aan de persoonlijke herinneringen, gedocumenteerd en niet-gedocumenteerd, van zijn eigen familieleden en andere Indische en Molukse Nederlanders. Ik had soms, bij dit non-fictie werk, willen weten waarom hij bepaalde mensen aan het woord laat. Maar dat is bijzaak.

Het is duidelijk dat deze journalist zijn huiswerk heeft gedaan. Keppy heeft beweringen gecheckt. Soms lees je een redactionele opmerking, bijvoorbeeld bij een scheepslijst. Alleen daardoor al verdient Pendek veel waardering. Pendek is niet uit op sensatie, niet uit op het overdragen van emotie. Verhalenin Pendeke geven, door de journalistieke ondertoon, kleur aan historische gebeurtenissen uit de Indische geschiedenis .

In Pendek krijgen persoonlijke herinneringen de ruimte, met een journalistieke ondertoon.

Een bijzonder opvallend verhaal is dat over Anda Kerkhoven, een Indische verzetsheldin in Groningen. Een neef van deze Indische dame vertelt: “Mijn vader heeft niet veel over zijn zus Anda vertelt, behalve dat zij in het verzet zat in groningen en vlak voor de bevrijding door Nederlanders gefusilleerd is in opdracht van de Duitsers.” “Omdat zij erg donker was, viel zij op in Groningen en zij was kennelijk een geliefd model voor jonge kunstenaars als Johan Dijkstra en Bas Galis.” Voor de lezer die zich inmiddels afvraagt: ‘Waar heb ik die naam eerder gehoord?’ Vorig jaar maakte het Groninger museum bekend dat het drie portretten van deze verzetsheldin exposeerde.

Anda Kerkhoven, geschilderd door Sebastiaan Galis. Bron.
Anda Kerkhoven, geschilderd door Sebastiaan Galis. Bron.

Het zijn deze verhalen en meer die Herman Keppy weer onder de aandacht brengt van zijn lezers. Voor Indische jongeren geeft Keppy concrete handvatten om een beeld te krijgen bij grootse momenten in de ogenschijnlijk ‘kleine’ levens van onze ouders en voorouders.

Keppy is zijn eigen uitgeverij begonnen om dit boek mogelijk te maken. Steun hem. Het boek Pendek verdient het.

Pendek. Korte verhalen over Indische levens – Herman Keppy. Uitgeverij West, 2013. 160 pagina’s.

Pendek.
Pendek.

"Een ordinaire strijd om auteursrechten & royalties"

Molemans: “Ik was opgelucht toen de samenwerking met het Nationaal Archief ontbonden was.”

Over twee maanden komt het boek Opgevangen in Andijvielucht uit. Vorige week schreef ik er al over. Auteur en onderzoeker Griselda Molemans startte een ‘crowdfundingactie’ om het staartje ervan te kunnen financieren. Reden voor uitgeven in eigen beheer zou zijn dat haar oorspronkelijke opdrachtgever, het Nationaal Archief, zich terugtrok: de ‘vele onthullingen in het manuscript stonden haaks op de ministeriële verantwoordelijkheid’ van het Archief. Wat was waar van deze – vrij ernstige – beschuldiging? Vandaag lees je deel 2.

Foto Nationaal Archief: By Vera de Kok (Own work) CC-BY-SA-3.0, via Wikimedia Commons

Waar het mij om gaat in deze – inmiddels twee – artikelen, is achterhalen wat er waar is van de beschuldiging van Molemans; in feite beschuldigt zij het Archief van het censureren van publicaties die voor de overheid onvoordelig kunnen zijn. Voordat ik die uitspraak overnam, wilde ik zeker weten of dit klopte. Na de publicatie van vorige week, ontving ik van Griselda Molemans – zelf, niet van haar advocaat – een chronologisch overzicht van de gebeurtenissen. Nadat ik dat had gelezen, heb ik telefonisch een toelichting gekregen van de schrijfster.

"Uitwuivers" bij een repatriantenschip. Foto: Willem Plink.
“Uitwuivers” bij een repatriantenschip. Foto: Willem Plink/ archief Kirsten Vos.

Exclusief licentiecontract
In het overzicht van de gebeurtenissen staat om te beginnen dat de overeenkomst tussen het Nationaal Archief en de in LA wonende Indische journaliste in 2010 tot stand komt. Haar werk zal gaan over ‘het thema contractpensions als onderdeel van een serie van zeven publicaties’ (die inmiddels uitgekomen is het Geheugenpaleis). Molemans ondertekent een ‘exclusief licentiecontract’, op basis van een standaard contract . Dit houdt onder meer in dat Molemans een licentie verleent aan het Nationaal Archief om haar werk te laten uitgeven. Hieruit vloeit voort dat bij overdracht van dit contract aan de – nog te selecteren – uitgever, de uitgever en auteur een auteurscontract tekenen.

Dat betekent concreet dat het Nationaal Archief het boek van Griselda Molemans pas kan laten uitgeven, als zij akkoord is met de keuze van uitgever.

Ik lees verder. In juli 2011 heeft Molemans de eerste versie van haar manuscript aangeleverd. Wat zei de woordvoerder hier vorige week ook alweer over?

“In het contract tussen mevrouw Molemans en NA werd afgesproken dat mevrouw Molemans 1 juli 2011 een eerste manuscript zou aanleveren. Deze afspraak is mevrouw Molemans niet nagekomen. Ook na herhaaldelijk aandringen van onze zijde heeft mevrouw Molemans geen input voor de tentoonstelling noch het boek geleverd.”

Zo. Hier is geen sprake van een halve waarheid – de een zegt welles, de ander zegt nietes. Gelukkig is “het gelijk” op een eenvoudige manier te achterhalen. Ik vraag Molemans om inzage in de stukken en krijg de mails doorgestuurd die zij aan de verschillende medewerkers heeft gestuurd, verspreid over de maanden juli – september 2011. Molemans: “Ik heb wel degelijk geleverd. En op 20 december 2012 heb ik alle verzamelde foto’s uit privé-albums aan de conservatrice en enkele collega’s van haar getoond als input voor de tentoonstelling in het NA.” Als ik de woordvoerder van het Nationaal Archief hiermee confronteer, krijg ik een aanvullende toelichting. “Wij hebben nog even gezocht en inderdaad die mails gevonden, maar onze conservator vond de kwaliteit daarvan gewoon niet genoeg. En dat is nooit verder gekomen.”

Eind 2011 krijgt Molemans te horen dat het Archief een overeenkomst getekend heeft met een uitgever met wie zij slechte ervaringen heeft. Zij geeft aan hier niet mee in te stemmen en merkt dat het Archief de druk opvoert, “om me te dwingen het contract met de uitgever te tekenen. Zonder mijn handtekening kan echter geen overdracht van het manuscript plaatsvinden.”

Ik herinner me Siem Boons parafrasering van de reactie van een medewerker van het Archief:

“De medewerkster die ik interviewde vertelde dat ze meende dat er een kwestie rond auteursrecht was geweest, maar er het fijne niet van wist.”

Die herinnering klopt dus. Dit heeft alleen niets te maken met de ministeriële verantwoordelijkheid waar Molemans aan refereert. Waar is de samenwerking nou echt op stuk gelopen?

Volgens het chronologische overzicht dat ik van Molemans ontving, gaat het vanaf medio 2012 de verkeerde kant op. Ook de vice-directeur van het Archief raakt bij de kwestie betrokken. Volgens het instituut zou Molemans geen exclusief contract hebben ondertekend en wil het Archief 50% van de royalties als mede-auteur van het boek. Daar gaat Molemans niet mee akkoord. Vanaf dat moment gijzelt ze het manuscript en de verzamelde foto’s zolang er “geen deugdelijk contract op tafel ligt.”

Het Archief kan het boek alleen uitgeven als Molemans instemt met de uitgever.

Auteursrechten

Hmm. Als het Archief opdrachtgever is, heeft Molemans dan niet haar auteursrechten ‘verkocht’ aan deze opdrachtgever? En is het niet meer dan logisch, dat het Archief een deel van de omzet verwacht, aangezien het geld in het research gestoken heeft? Griselda Molemans: “Nee. Dat staat niet in het contract dat het Archief en ik ondertekenden in december 2010. Daarin verleende ik een exclusieve licentie aan het NA en was ik voor 100% eigenaar van de auteursrechten.”

Hoewel ik begrijp dat het Archief dit liever anders had gezien, heeft het dit contract mede-ondertekend. Heeft het Archief dan zitten slapen, toen het dit ondertekende? Of realiseerde het zich pas later wat het contract inhield?

Griselda Molemans. Indomania 4. (c) Tabitha Lemon/ Indisch 3.0 2012.
Griselda Molemans, hier op archiefbeeld. (c) Tabitha Lemon/ Indisch 3.0 2012.

Begin 2013 gaat Molemans met haar advocaat en het Nationaal Archief, vertegenwoordigd door de vice-directeur, om tafel. Molemans: “Tijdens het overleg heb ik aangegeven dat de epiloog van het manuscript een actuele lading heeft door een aantal openstaande claims jegens de Nederlandse overheid. Reactie van de vice-directeur: ‘Daar ben ik helemaal niet blij mee, aangezien we als Nationaal Archief onder ministeriële verantwoordelijkheid vallen.’

Daar is het; de ministeriële verantwoordelijkheid. De eerdere verklaring van het Nationaal Archief klopt op dit punt dus ook niet.

Ik vraag hoe het zit met de ‘ministeriële verantwoordelijkheid’. ‘Nee, die woorden hebben wij niet in de mond genomen.’

Het Archief heeft dus wel degelijk de woorden ‘ministeriële verantwoordelijkheid’ in de mond genomen, in reactie op de aankondiging van Molemans. Toch is de suggestie die Griselda Molemans in haar crowdfunding-actie wekt een andere. In de flyer van de geldinzamelingsactie wekt zij de suggestie, dat het Nationaal Archief de inhoud van het manuscript zelf heeft ingeschat als ‘explosief’ en de conclusie heeft getrokken dat deze buiten de ministeriële verantwoordelijkheid viel. Maar goed. Dat is misschien detail. Feit is dat dit al de tweede keer is, dat de verklaring van 
het Archief ernstig afwijkt van die van de auteur.

Het feitenrelaas eindigt met het ontbinden van de overeenkomst tussen Molemans en het Archief, omdat Molemans er te lang over doet om een andere uitgever te vinden – een afspraak die zij met het Archief eerder dat jaar maakte. “Daarbij is bepaald dat ik de onkostenvergoeding van 10.000 euro voor onderzoek in binnen- en buitenland plus alle reiskosten voor de interviews terugbetaal,” licht de auteur toe. “Er is dus geen sprake geweest van ‘fees’ zoals het NA beweert. Daarmee was voor mij de weg vrij om het manuscript zelf uit te geven. En ik zal je eerlijk zeggen, ik was opgelucht toen de samenwerking ontbonden was.”

De Zwarte met het oranje is een boek dat <MOlemans maakte in samenwerking met het Natiopnaal Archief. Fotograaf Armando Ello is hier te zien, die met de schrijfster het boek maakte. (mei 2010)
‘Zwarte huid, oranje hart’ is een boek dat Molemans en fotograaf Armando Ello (hier op beeld) maakten in samenwerking met het Nationaal Archief. Foto: Kirsten Vos, mei 2010.

Geduld

Het Nationaal Archief heeft de overeenkomst dus ontbonden omdat het zijn geduld verloor. Het had een ander contract getekend dan het wilde, en zag zichzelf nu wachten op een auteur die nog geen uitgever had gevonden. Dat het zich niet kon vinden in de inhoud van het werk, vind ik op basis van deze voorgeschiedenis niet te hard te maken.

Dat het Nationaal Archief de samenwerking met Molemans beëindigd heeft, omdat de ‘vele onthullingen in het manuscript’ niet pasten binnen de ‘de ministeriële verantwoordelijkheid’ van het instituut, is dus niet waar. Volgens de lezing van zowel Molemans als het Archief klopt deze beschuldiging niet. Beiden geven aan dat het Archief de overeenkomst ontbonden heeft om organisatorische redenen; het niet halen van overeengekomen deadlines (lezing van het Archief) en het opraken van het geduld (lezing Molemans). Maar dat is ook de enige overeenkomst.

Het Archief zegt dat Molemans pas eind 2012 voor het eerst geleverd heeft, terwijl Molemans wel degelijk eerder werk aanleverde. Het Archief ontkent te hebben gerefereerd aan de ministeriële verantwoordelijkheid, terwijl het nota bene de vice-directeur was die deze woorden in de mond nam. Het Archief zegt bovendien dat Molemans al sinds 2011 haar afspraken niet nakomt, terwijl Molemans zegt dat zij in 2013 (pas) te horen kreeg dat het te lang ging duren, terwijl de onderhandelingen nog gaande waren.

Griselda Molemans Facebook Indisch 3

Is het mogelijk dat het Archief, zoals deze Facebook-fan suggereert, de samenwerking formeel om organisatorische redenen heeft opgezegd, maar achter de schermen een reden zocht om afstand te nemen van de door Molemans aangekondigde ‘claims jegens de Nederlandse overheid’? Natuurlijk. Dat is mogelijk. Maar die conclusie blijft speculatief.

Explosieve inhoud

Maar waarom heeft Molemans dan gerefereerd aan de ‘ministeriële verantwoordelijkheid’? En hoe zit het dan met de ‘explosieve inhoud’? Molemans: “Oké, ik heb het begrip ‘ministeriële verantwoordelijkheid’ genoemd, in een andere context. Dat was omdat ik het Archief de afgang wilde besparen van het echte verhaal, namelijk een ordinaire strijd om auteursrechten en royalties. Maar de inhoud is wel degelijk explosief. Die komt uit archieven in Washington en daar hebben de mensen van het Nationaal Archief helemaal geen weet van. Dat zijn de claims die in de epiloog vermeld staan.”

In vertrouwen vertelt Griselda Molemans me over enkele van deze claims. Ja, die zijn inderdaad explosief. Ik ben zelfs blij verrast. Het is kennis waar veel mensen – inclusief ikzelf – al heel lang op zitten te wachten. Wat een opluchting dat dit eindelijk naar buiten gaat komen.

Hoe gaat het eigenlijk met de inzamelingsactie? “Ja, goed, ik ben er bijna. Ik schat dat mensen nog ongeveer 1,5 week in kunnen stappen, dan heb ik het totaalbedrag bij elkaar. Ik zal het je laten weten, zodra we er zijn. Het boek komt 21 maart a.s. uit, dan presenteer ik het bij het instituut voor Beeld en Geluid.”

“Ik ben er bijna. Ik schat dat mensen nog ongeveer 1,5 week in kunnen stappen, dan heb ik het totaalbedrag bij elkaar.”

In een afsluitende verklaring vertelt de woordvoerder van het Nationaal Archief: “Ook wij vinden het ontzettend jammer dat de samenwerking zo misgelopen is. Wat ons betreft is de kern van dit conflict vooral een verschil van inzicht over de kwaliteit van het aangeleverde werk. Ook wij zijn de verliezer hierin: wij missen een publicatie in een reeks waarmee we de breedte van het Archief zichtbaar wilden maken. De geschiedenis van de Indische Nederlanders hoort daarbij.”

En dat is eindelijk iets waar Molemans, het Archief en ik hetzelfde over denken.

Griselda Molemans en het Nationaal Archief

Welles/nietes?

Foto Nationaal Archief: By Vera de Kok (Own work) CC-BY-SA-3.0, via Wikimedia Commons

In december 2013 hoorde ik ervan. De schrijfster en journaliste Griselda Molemans (o.a. Zwarte huid, oranje hart, Oog van de naald) was een actie gestart om geld in te zamelen om het boek uit te geven waar zij al een tijd aan werkt: Opgevangen in andijvielucht. Aanleiding voor de inzamelingsactie was volgens Molemans dat haar oorspronkelijke opdrachtgever, het Nationaal Archief, zich teruggetrokken had. De ‘vele onthullingen in het manuscript stonden haaks op de ministeriële verantwoordelijkheid’ van het Archief, stelt de in Amerika wonende schrijfster in haar flyer

Flyer van de inzamelingsactie 'Opvangen in andijvielucht'
De flyer van de inzamelingsactie ‘Opvangen in andijvielucht’. Bron: PR 360 & More

Ik bel het Nationaal Archief voor een toelichting. ‘De samenwerking met mevrouw Molemans is inderdaad stopgezet,’ bevestigt de woordvoerder. ‘Nee, dit was niet om inhoudelijke redenen. Mevrouw Molemans dreigde de deadline van 15 oktober 2013 niet te halen, de datum waarop wij de tentoonstelling wilden openen. Dat mevrouw Molemans de researchkosten terugbetaald heeft klopt in zoverre, dat zij de fees die wij haar al betaald hadden, terugbetaald heeft.’ Ik vraag hoe het zit met de ‘ministeriële verantwoordelijkheid’. ‘Nee, die woorden hebben wij niet in de mond genomen.’

Hmm. Dit is een heel ander verhaal dan wat in het Indische wereldje circuleert.

“Het Nationaal Archief is een compleet gepasseerd station.”

Als ik Griselda mail dat ik met dit verhaal aan de slag ga, verwijst ze me door naar haar advocaat. ‘Het Nationaal Archief is een compleet gepasseerd station voor me. [..] Ik doe daar verder geen mededelingen meer over.’ Ik mail haar advocaat om een reactie op de verklaring van het Archief. Die is eenvoudig: ‘Over een deadline is nooit gesproken en het Nationaal Archief heeft cliënte ook nooit een deadline gesteld, noch voor 15 oktober 2013, noch anderszins.’

Is dat wat. Dit lijkt wel een ouderwets potje welles-nietes.

Ik zoek verder en vind in de Sobat (9, winter 2013) een 2,5-pagina tellend artikel van Siem Boon over de nieuwe tentoonstellingsruimte van het Nationaal Archief. Staat in dit artikel misschien iets over het werk dat Molemans heeft gedaan voor het Nationaal Archief? “In oktober werd de nieuwe publieke- en tentoonstellingsruimte van het Nationaal Archief geopend door Koning Willem-Alexander. De eerste tentoonstelling heet Het Geheugenpaleis – met je hoofd in de archieven: elf grote en kleine verhalen uit meer dan duizend jaar Nederlandse geschiedenis. Twee van die verhalen zijn Indisch: ‘Daar was laatst een meisje loos; Vrouwen en de VOC (1602 – 1795) en Opgevangen in spruitjeslucht; Indische repatrianten in Nederlandse contractpensions (1945 – 1970)’.”

Siem Boon (links), directeur Tong Tong Fair (c) Tabitha Lemon/ Indisch 3.0 2011
Archiefbeeld: Siem Boon (links), directeur Tong Tong Fair (c) Tabitha Lemon/ Indisch 3.0 2011

De naam ‘Opgevangen in Spruitjeslucht’ lijkt – voorzichtig uitgedrukt – sterk op de titel van het boek van Molemans: Opgevangen in andijvielucht. Navraag leert dat het Nationaal Archief al sinds december 2010 de ‘spruitjes’-versie hanteert.

Maar goed. De samenstellers van de tentoonstelling vertellen in het Sobat-interview uitgebreid over de tentoonstelling. Zo lees ik: “Wat ons opviel is hoezeer de opvang was voorgeprogrammeerd. Het boekje Djangan Loepah, dat door maakster Cristina Garcia Martin is vertaald in een quiz, is bij uitstek een voorbeeld hiervan.”

‘Djangan Loepah, ken ik dat niet ergens van?’ hoor ik je denken. Ja, dit boekje is weer boven komen drijven door de documentaire Contractpensions van Hetty Naaijkens – Retel Helmrich én is er de ondertitel van. Nu is dit boekje niet ‘van’ Hetty Naaijkens, maar uitgegeven door de overheid zelf. Maar een referentie eraan? Die was toch best op zijn plek geweest? Voor de zekerheid zoek ik op de website van de expositie. Nergens kom ik een verwijzing naar Contractpensions tegen.

Contractpensions
Poster van de documentaire Contractpensions uit 2009.

Terug naar het artikel. Er komt een andere, voor mij tamelijk persoonlijke, titel naar voren. “Het Verhalenarchief is een website van het Nationaal Archief waaraan bezoekers hun eigen verhalen kunnen toevoegen: www.hetverhalenarchief.nl. ‘Tabee Indië’, over de repatriëring, is daarvan een onderdeel.”, lees ik in hetzelfde artikel in Sobat.

Nou vind ik het initiatief  van een verhalenarchief erg goed en ben ik er zelfs blij mee, maar die naam? ‘Tabee Indië’? Die lijkt wel heel erg op de naam van nota bene mijn eigen scriptie over de repatriëring, waarmee ik zeven jaar geleden afstudeerde: Indië Tabeh. Ook hier weer was het op zijn plek geweest een bronvermelding op te geven. Of op zijn minst een ‘niet-te-verwarren-met’. Siem Boon kent mij en deze scriptie, ik heb er drie keer een lezing over gehouden op de Tong-Tong Fair. Dus hoe zit dit nou weer? Ik zie dat een van de externe onderzoekers, die ik ook ken, er zelfs naar verwijst als ‘Indië Tabee‘. Op deze manier is dit gewoon jatwerk en voer voor een latere post.

Ik lees het artikel uit. Van de circa 2000 woorden gaat geen enkele over Griselda Molemans en haar voorwerk. Zou dat een bewuste keuze zijn? Ik vraag Siem Boon ernaar. Zij licht toe, in een reactie op deze post: “Ik wist dat Griselda bezig was geweest met dit onderdeel van de expositie, dus ik informeerde ernaar tijdens het interview en bij Griselda. De medewerkster die ik interviewde vertelde dat ze meende dat er een kwestie rond auteursrecht was geweest, maar er het fijne niet van wist. Griselda zei me dat ze er de voorkeur aan gaf als ik in mijn artikel geen verband legde met haar op stapel staande boek. Omdat ik geen artikel wilde schrijven over het conflict tussen Griselda en NatArch, maar over de expo, en ik maar beperkte ruimte had heb ik het verder weggelaten.”

Griselda Molemans. Indomania 4. (c) Tabitha Lemon/ Indisch 3.0 2012.
Archiefbeeld: Griselda Molemans tijdens IndoMania. (c) Tabitha Lemon/ Indisch 3.0 2012.

Duidelijk verhaal van Siem, maar voor mijn hoofdvraag moet ik doorzoeken. Ik wend me opnieuw tot het Archief. In een schriftelijke reactie krijg ik nu uitgebreidere toelichting: “Medio 2010 hebben eerste gesprekken tussen mevrouw Molemans en het Nationaal Archief (NA) plaatsgevonden. Het Nationaal Archief heeft mevrouw Molemans gevraagd onderzoek te doen en een publicatie voor te bereiden over het thema ‘contractpensions’ voor de openingstentoonstelling in de nieuwe publieksruimte van het Nationaal Archief. Ze heeft daarmee ingestemd en op 1 december 2010 is het contract daarvoor ondertekend door beide partijen.”

De woordvoerder vervolgt: “Al in deze fase hanteerden wij de titel ‘Opgevangen in spruitjeslucht’. In het contract tussen mevrouw Molemans en NA werd afgesproken dat mevrouw Molemans 1 juli 2011 een eerste manuscript zou aanleveren. Deze afspraak is mevrouw Molemans niet nagekomen. Ook na herhaaldelijk aandringen van onze zijde heeft mevrouw Molemans geen input voor de tentoonstelling noch het boek geleverd. Daarom zagen wij ons uiteindelijk genoodzaakt andere onderzoekers in te schakelen en de samenwerking met mevrouw Molemans contractueel te beëindigen.”

Het is een wonderlijke tussenstand.

Het is een wonderlijke tussenstand. Ik kan me voorstellen dat de overheid bepaalde zaken niet naar buiten wil brengen over de repatriëring, dus de verklaring van Molemans is aannemelijk en – logischerwijs – door veel andere Indische media overgenomen. Aan de andere kant: het verhaal van het Archief is niet ongeloofwaardig. Ik wacht momenteel nog op een reactie van de advocaat van Molemans. Is dit welles/nietes of is er iets anders aan de hand?

Hoe dan ook, Griselda Molemans kan door met haar boek. Al op 17 december 2013 meldt Opgevangen in andijvielucht op Facebook in dit Bericht dat er nog maar 263 funders nodig zijn. Dat is mooi. Dan kunnen we binnenkort in elk geval zelf vergelijken wat Molemans ontdekt heeft en wat het Nationaal Archief in de expositie wel en niet vertelt. Het boek komt uit in maart van dit jaar. Wordt vervolgd.

Detail: op Bol.com staat het boek als niet leverbaar, met mei 2013 als publicatiedatum. Wie er ook gelijk heeft, er is iets behoorlijk fout gegaan.

Screenshot van de Bol.com-pagina over het boek van Griselda Molemans (dd 7-1-14, 12:00 u)
Screenshot van de Bol.com-pagina over het boek van Griselda Molemans (KV, dd 7-1-14, 12:00 u)

 

 

 

Hoe het begrip genocide mijn ogen opende.

Vrijheidsstrijd was terecht, geweld bersiap moreel verwerpelijk.

En daar was het dan, afgelopen maandag. Het artikel in Trouw dat de bersiap-periode in een nieuw perspectief plaatste. Het onderzoek naar deze periode van William H. Frederick (gepubliceerd in september 2012) is voor mij een eye-opener:  ondanks dat Indonesië een moreel te verdedigen strijd voerde, is het geweld van de bersiap moreel onjuist.

Maandag verscheen in Trouw een interview (betaalde versie, 28 euro) met onderzoeker William H. Frederick, docent geschiedenis van Zuid-Oost Azië aan de Ohio University in Athens, Ohio (USA). Op basis van onderzoek dat Frederick in 2012 publiceerde in het Journal of Genocide Research, vertelt hij Trouw-redacteur en biograaf Meindert van der Kaaij dat het wonderlijk is dat Nederland nauwelijks aandacht heeft besteed aan de bersiap.

“Hij (William Frederick, KV) kent geen ander land dat de moord op zoveel medeburgers zo gelaten heeft geaccepteerd en vervolgens is vergeten,” parafraseert Van der Kaaij in het artikel. Frederick wijt deze ontkenning vooral aan de “tendens (…) om de Indonesische revolutie als min of meer onschuldig en op wereldschaal als niet zo gewelddadig te beschouwen.” Toch vindt Frederick het terecht om te spreken van een gewelddadige revolutie: “De cijfers – genocide op minstens 20.000 mensen, een veelvoud daarvan aan moorden op Indonesiers, en een totaal dodenaantal tussen de 250.000 en 300.000 – wijzen op een andere werkelijkheid.”

Foto van de website over de documentaire Archief van tranen. http://www.archiefvantranen.nl/uw-verhaal/
“Begin van een aanval door een grote groep indonesische extremisten op een wagon Nederlandse vrouwen, kinderen en jongens op het station Tasikmalaja (West-Java) eind augustus 1945, de zgn. Bersiap-tijd. Doordat de machinist op dat moment besloot de trein te laten vertrekken, zijn de nederlanders, naar het zich liet aanzien, aan een massale afslachting ontkomen”. Door Jan Mobach. Bron: website over de documentaire Archief van tranen.

Wanneer spreek je van genocide? Ik Google er op. Dit is wat ik vind op Wikipedia.

‘een van de volgende handelingen, gepleegd met de bedoeling om een nationale, etnische, godsdienstige groep, dan wel een groep, behorende tot een bepaald ras, geheel of gedeeltelijk als zodanig te vernietigen: ‘het doden van leden van de groep; het toebrengen van ernstig lichamelijk of geestelijk letsel aan leden van de groep; het opzettelijk aan de groep opleggen van levensvoorwaarden die gericht zijn op haar gehele of gedeeltelijke lichamelijke vernietiging; het nemen van maatregelen, bedoeld om geboorten binnen de groep te voorkomen en het gewelddadig overbrengen van kinderen van de groep naar een andere groep.’[1]

Frederick nuanceert het begrip genocide voor de bersiap nadrukkelijk:

“(…) the term ‘genocide’ for the killing of Dutch and Eurasians in revolutionary Indonesia may not be thought warranted from a ‘scientific’ or legal perspective, and that efforts to encompass this sort of decolonization violence with terms such as ‘subaltern genocide’ are still fraught with difficulties. Still, ‘genocide’ used in a generic, common- sense fashion draws attention to a hidden episode of horrific violence, and further study may be of use to scholars of decolonization and genocide in general, as well as Indonesia specialists and Indonesians themselves.”

Vrij vertaald: de bersiap was een periode van geweld die hoorde bij het dekolonisatieproces. De term genocide is vanuit juridisch of technisch perspectief misschien niet terecht. Je mag het begrip echter wel gebruiken om te appelleren aan de kennis die de gemiddelde burger erover heeft, om aandacht te vragen voor het vreselijke geweld dat heeft plaatsgevonden. En dat is wat het bij in elk geval gedaan heeft.

Als ik zijn stuk en interview lees, kan ik niet anders dan Frederick gelijk geven. Het is bekend dat de acties van de pemoeda’s wreed waren en erop gericht om een groep mensen behorende tot het (Indisch-) Nederlandse ras te vernietigen. Ik verbind voor nu vijf conclusies aan de één jaar oude publicatie van Frederick – die ik zonder het interview in Trouw waarschijnlijk niet had gevonden.

1. Voor het eerst realiseer ik me de omvang en ernst van het geweld dat mijn opa’s en oma’s en die van jullie allemaal hebben overleefd – of niet. Wist ik dit dan niet? Jawel. Maar ik overzag simpelweg niet dat de pemoeda’s met hun afgrijselijke, barbaarse methodes, doelbewust een volk hebben geprobeerd uit te roeien. Maar vooral overzag ik niet dat hun strijd, ondanks dat die gericht was tegen hun koloniale heerser, gepaard ging met geweld dat inging tegen alle conventies van oorlogsvoering – net zoals dat gold voor de standrechtelijke executies door Nederlandse militairen.

2. De timing van Trouw van dit interview is opvallend. Het onderzoek is een jaar geleden gepubliceerd, maar de krant plaatst er pas een interview0over in de week van de handelsmissie van premier Rutte aan Indonesie. Het is achteraf bezien maar goed dat de premier deze week geen excuses heeft gemaakt aan de weduwen van de door Nederlandse militairen standrechtelijk geëxecuteerde Indonesiërs.

"Aanval van extremisten op een transport van nederlandse vrouwen en kinderen in de zgn. Bersiap-tijd. November 1945, Palmenlaan te Soerabaja- Impressie van een ooggetuige-verslag". Tekening van Jan Mobach, te vinden op www.archiefvantranen.nl.
“Aanval van extremisten op een transport van nederlandse vrouwen en kinderen in de zgn. Bersiap-tijd. November 1945, Palmenlaan te Soerabaja- Impressie van een ooggetuige-verslag”. Tekening van Jan Mobach, te vinden op www.archiefvantranen.nl.

3. Vind ik dat Indonesië excuses moet maken aan Nederland hiervoor? Dat is niet de insteek geweest van Frederick’s werk. Bovendien: Nederland stond “aan de verkeerde kant van de geschiedenis,” in de – historische – woorden van Ben Bot. Nederland had zichzelf  ook behoorlijk laten gelden in de 300 koloniale overheersing van de archipel, valt in diezelfde editie van het Journal of Genocide Research te lezen. Voor je het weet kom je terecht in een juridische strijd, waarbij de ene misdaad tegen de andere afgewogen wordt en de daders van het toneel verdwenen zijn.

4. De ‘frisse blik’ van deze historicus laat maar weer eens zien hoe waardevol het is als iemand van buitenaf naar de Nederlandse samenleving en geschiedenis kijkt. Hij benoemt in het interview een paar pijnpunten die de Indische gemeenschap – noodgedwongen – heft geaccepteerd. “Het verbaast me wel dat de bersiap geen grotere rol heeft gespeeld in de media.” (…) “Het valt me op dat Nederland zo weinig kennis over of sympathie voor de slachtoffers had.” en “Waarom Timmermans zich door Indonesië iets laat zeggen over wat historici in Nederland mogen bestuderen, is me een raadsel. (…) “Het gevaar is dat Nederland voor altijd blijft zitten met een simplistisch en volkomen verkeerd beeld van de dekolonisatie.”

5. Ik blijf erbij dat het Nederlandse onderwijs hier de sleutel voor de oplossing biedt. Zorg ervoor dat elke Nederlander weet hoe Nederlanders, Indisch en totok, hebben geleden onder de Indonesische revolutie. Dat Indonesië zich niet zal kunnen vinden in die lezing van hun aandeel in de geschiedenis, neem ik voor lief. Want ik denk dat wij ook wel wat vragen kunnen stellen over hun geschiedenisboekjes.

Tip: lees ook de recente reactie van William H. Frederick op de discussie in Nederland op Indisch4ever.  En koop de editie van het Journal of Genocide van september 2012, voor meerdere artikelen over geweld in Nederlands-Indië en het gedekoloniseerde Indonesië.

Tekst bij tekening 2 jeugdherinnering Jan Mobach: "Aanval en Ontsnapping. Station Tasikmalaja-Java, maandag 24 september 1945" Bron
Jan Mobach: “Aanval en Ontsnapping. Station Tasikmalaja-Java, maandag 24 september 1945” Bron.

"Er zijn al 18 nieuwe claims ingediend."

Liesbeth Zegveld op haar kantoor in Amsterdam. Foto: Tabitha Lemon/ Indisch 3.0 2013.

Liesbeth Zegveld, advocate van o.a. de Weduwen van Zuid-Sulawesi en Rawagedeh: “De weduwen van Zuid-Sulawesi hebben geleerd van de weduwen van Rawagedeh.”

Vorige maand bood Nederland excuses aan voor de standrechtelijke executies van Indonesische mannen aan de weduwen van Zuid-Sulawesi. Ook introduceerde Nederland een brede schadevergoedingsregeling. Hoe heeft Liesbeth Zegveld, advocate van de in het gelijk gestelde slachtoffers, hiervoor gezorgd?


Grotere kaart weergeven

Terreur
Op Zuid-Sulawesi – toen Celebes genaamd – schoten Nederlandse militairen in 1947 Indonesische mannen zonder proces neer, op verdenking van deelname aan terreur; verzet tegen de Nederlandse aanwezigheid in de onafhankelijk verklaarde Republiek Indonesie. 66 jaar later krijgen de weduwen van deze mannen hier een schadevergoeding voor van 20.000 euro per persoon, omgerekend is dat (maar liefst) 306.530.000 rupiah.

Brede regeling voor gelijke zaken
De in Rotterdam gepromoveerde Liesbeth Zegveld klaagde de Nederlandse staat aan voor oorlogsmisdaden in Indonesië, en met succes. Voor de standrechtelijke executies van Indonesische mannen in Rawagedeh (op Java) en Zuid-Sulawesi kregen de weduwen een schadevergoeding en excuses. Uit de Zuid-Sulawesi-rechtzaak is zelfs een brede compensatieregeling voortgekomen. Momenteel staat Liesbeth nog de kinderen van de geëxecuteerden bij, een zaak die gelijktijdig met die van de weduwen begonnen is.

Foto: www.marokko.nl
De graven van de geëxecuteerde mannen op Zuid-Sulawesi. Foto: http://nieuws.marokko.nl/29119/kinderen-zuid-sulawesi-klagen-nederland-aan-voor-executeren-vaders/

Te oud
Bij de plechtigheid in Jakarta, medio september van dit jaar, waren de weduwen niet aanwezig: zij waren te oud voor de reis naar Jakarta. Een week later zou de ambassadeur ze komen opzoeken op Sulawesi. Ik vraag Liesbeth ernaar: “Nee, ik weet niet precies hoe het bezoek van de ambassadeur is geweest, ik was er niet bij.”

Jaloezie en ongenoegen
Ze vervolgt: “Ik weet dat de ambassadeur geweest is, met een medewerker. Ze hebben met de weduwen en enkele kinderen gesproken. De weduwen zijn bang voor teveel aandacht. Ze wilden niet in de spotlight komen, ze hebben gezien wat er gebeurd is met de schadevergoeding van de weduwen van Rawagedeh (het dorpshoofd heeft het geld verdeeld onder alle inwoners van Rawagedeh, KV). Om jaloezie en ongenoegen te vermijden, wilde ik de ceremonie niet in hun dorp laten houden. Ik heb gepleit voor een ceremonie op een andere plek op Sulawesi, maar het werd Jakarta. Wat ik niet begrijp, is waarom die datum gekozen is, en niet een datum tijdens de handelsmissie van de premier. Ja hoor, mijn cliënten zijn tevreden. So far so good, vinden ze.”

“Mijn cliënten zijn tevreden. So far so good, vinden ze.”

Verjaarde zaak
Eerst deed Nederland de zaak af als verjaard, inmiddels is een brede compensatieregeling opgetuigd voor vrouwen die weduwe zijn worden door standrechtelijke executies door militairen in Nederlandse dienst. Hoe is het mogelijk dat de Nederlandse staat zo van positie is veranderd, wil ik weten.

Gelijke behandeling van gelijke zaken
“Bij de eerste zaak (Rawagedeh, KV) is de Staat gaan bewegen. De Staat leek in te zien dat het een ernstige kwestie was. Al snel kwam Nederland over de brug met ontwikkelingshulp voor Rawagedeh. Anders dan bij andere dossiers, kon Nederland zijn hoofd niet van deze aanklacht afkeren. Natuurlijk wilden ze er eerst onderuit. Doordat Timmermans pleitte voor gelijke behandeling van gelijke zaken, kreeg ‘Zuid-Sulawesi’ een luisterend oor bij de rechter.”

Ambassadeur Tjeerd de Zwaan biedt excuses aan. Still ontleend aan www.geschiedenis24.nl.
Ambassadeur Tjeerd de Zwaan biedt de Nederlandse excuses aan. Still ontleend aan
www.geschiedenis24.nl.

Brede uitkomst
De in Amsterdam gevestigde mensenrechten-advocaat vertelt verder. “Na ons verzoek om excuses, vroegen ze zich af hoe vaak ze nog sorry konden zeggen. We hadden de publieke opinie mee. Daarom zijn het brede excuses geworden en een brede schadevergoeding, zodat gelijke zaken niet meer voor een rechter hoeven te komen. Dat er een algemene schadevergoedingsregeling is gekomen is wel de ultieme uitkomst van een zaak hoor, als advocaat.”

“Dat er een algemene schadevergoedingsregeling is gekomen is wel de ultieme uitkomst van een zaak hoor, als advocaat.”

Executie van de vaders

Liesbeth Zegveld. Foto: Tabitha Lemon/ Indisch 3.0 2013.
“De impact van het meemaken van de executie van je vader lijkt mij nog veel ernstiger dan – hoe vreemd de vergelijking ook is – die van je echtgenoot.” Foto: Tabitha Lemon/ Indisch 3.0 2013.

De kinderen van de door Nederlandse soldaten geëxecuteerde Indonesiërs hebben ook een zaak aangespannen tegen de Nederlandse staat. Liesbeth Zegveld staat ze hierin bij. Hoe schat de advocate hun kansen in? “We verwachten daar begin 2014 eenuitspraak over. Kijk, de rechter wil dit juridisch niet eindeloos door laten gaan. Dat snap ik. Maar ja, de kinderen stonden erbij. De weduwen hebben gehoor gekregen bij de rechter omdat zij direct betrokken – want aanwezig – waren bij de executies. In Zuid-Sulawesi hebben de kinderen gezien hoe hun vaders werden neergeschoten. Zij waren dus, net als de weduwen, direct betrokken bij de executies. Dat geeft ze rechtsgrond. Bovendien is de groep beperkt; in Rawagedeh waren er geen kinderen bij. En mij lijkt de impact van het meemaken van de executie van je vader nog veel ernstiger dan – hoe vreemd de vergelijking ook is – die van je echtgenoot.”

Aanklacht wegens slavernij
Onlangs werd bekend dat veertien landen drie Europese landen, inclusief Nederland, aanklagen vanwege de slavernij. Is Zegeveld daar ook bij betrokken, en hoe schat ze die kansen in? “Ik heb ervan gehoord, maar ben er niet bij betrokken. Ik weet het niet. Er zijn geen individuele nabestaanden meer. Slachtoffers moeten hun stem laten horen, en van de slavernij zijn geen direct betrokkenen meer in leven. De groep slachtoffers moet sterk zijn. Wat interessant is, is wat er gebeurt als landen vanuit hun soevereine rechten een claim gaan neerleggen bij andere landen.”

18 claims
Voordat ik afsluit: hoe staat het met de algemene schadevergoedingsregeling voor weduwen van de standrechtelijke executies? “Er zijn al 18 nieuwe claims ingediend.”

Mr. Liesbeth Zegveld (Ridderkerk, 1970) studeerde Nederlands recht in Utrecht en promoveerde in 2000 cum laude. Zegveld vertegenwoordigt de laatste jaren regelmatig slachtoffers van de Nederlandse oorlogsmisdaden in Indonesië. Liesbeth werkt als mensenrechtenadvocate met Britta Böhler, bekend van onder meer de verdediging van Ayaan Hirsi Ali in de strijd om het Nederlandse paspoort van het voormalige Tweede Kamerlid van de VVD.