INDOroutes 14 juni in Amsterdam – voor en door Indische jongeren!

Zoals veel van jullie weten is een groot deel van de Indische jongeren bezig met hun roots en Indische achtergrond, zoals jullie. Ze zijn op zoek naar familieverhalen, bloggen en schrijven er scripties over, maken er documentaires of foto series over, etc. Op zaterdag 14 juni geeft het Indisch Herinneringscentrum – in samenwerking met de Stichting Herdenking 15 augustus 1945 – deze jongeren een plek waar ze ervaringen kunnen delen en elkaar kunnen inspireren. Zo wordt bij een nieuw en jonger publiek een groter bewustzijn van de Indische geschiedenis gecreëerd. Tijdens deze dag hebben jongeren zelf een actieve inbreng, onder andere door middel van workshops, film, muziek, pitches en een informatiemarkt.

Om 14.00 uur zal na de aftrap van Marscha Holman, Bo Tarenskeen openen met een welkomswoord. Een documentaire en pitches van jongeren met roots in Indonesië volgen elkaar in rap tempo op. Nog meer inspiratie krijg je tijdens de workshops. En in de Indische Salons praat je mee over hoe Indisch je bent en hoe je tegenover 15 augustus staat.

De dag vindt plaats in het Bijlmer Parktheater, Anton de Komplein 240, Amsterdam op zaterdag 14 juni a.s. van 14.00 – 19.00 uur. Kaartjes kun je kopen op www.bijlmerparktheater.nl.

Hieronder vind je de inhoud van de dag. Like de Facebook pagina van het Indisch Herinneringscentrum en blijf op de hoogte van updates over de vierde workshop en het definitieve programma.

Tot 14 juni!

 

Workshops

Geef je interview meer impact met video (door Armando Ello); Out of the box met jouw Indo Box (door Nasi Idjo en Indisch Zwijgen? Me hoela); Hoe herinneringen levend te houden (door Simone Berger).

Indische Salons (door Bo Tarenskeen)

Hoe Indisch ben jij?
Wat heb jij met 15 augustus?

Pitches

Door Wouter Neuhaus, Remona Poortman, Armando Ello, Dewi van Beek, Miko Carels, Bernice van Grondelle en Olympia Latupeirissa (OIL).

Documentaire

De koffer. Zoektocht naar een Indisch verleden (van Dewi Staal).

Informatiemarkt

Met o.a. Indisch3.0, Oorlogsgravenstichting, Indonesia Nederland Youth Society, Merapi Tour & Travel.

Dansbare muziek tijdens de borrel

INDOroutesDJ Sir Rocco

Ngroblog: Indische Muziek

Krontjong

Elke dag zit ik zo’n twee uur in de trein, om van huis naar mijn naar mijn werk te komen en weer terug. Zoals zoveel mensen die in een trein zitten lees ik een krantje, kijk om mij heen én luister ik naar muziek. Op mijn telefoon staat veel verschillende muziek, hardrock, jazz, pop, Indo-Rock en jawel; Krontjong.  We kennen denk ik allemaal wel de krontjongmuziek met nummers als; “Waarom huil je toch Nona Manis”, Nina Bobo, “Bengawan Solo” etc.   Deze muziek heeft wat mij betreft een heerlijke ‘Indische sfeer’ die mij doet denken aan een lekkere rijsttafel, vakantie naar Indonesië, sawa’s, Indische verjaardagen en gamelan. Maar het heeft ook iets oubolligs.

Wouter Muller
Het is nu zo’n 8 jaar geleden dat ik mij meer ben gaan verdiepen in de Indische geschiedenis van mijn familie van mijn moeders kant.  Gelukkig heeft mijn opa zijn verhaal op papier gezet en kan ik lezen hoe zijn leven in Nederlands-Indië er uitgezien heeft.  Maar soms vraag ik mij wel af  wat er nu voor gezorgd heeft dat ik zo bezig kan zijn het Indische verleden. Een eenduidig antwoord hierop heb ik niet. Wat ik wel weet is dat ik getriggerd ben door één Indische singer/songwriter waar ik de afgelopen jaren al veel naar heb geluisterd en zijn teksten als  inspirerend, leerzaam en ontroerend beschouw.  Enkele jaren geleden kwam een Nederlandse tante van mij met een CD aanzetten van Wouter Muller. Ze had de CD gekocht op de Pasar Malam Besar (huidige Tong Tong Fair).  Ze had er een paar keer naar geluisterd en dacht dat mijn moeder er mogelijk ook belangstelling voor zou hebben. Uiteindelijk is de CD bij mij terecht gekomen en heb ik hem helemaal grijsgedraaid.

Indisch Hart
Indisch Hart is de eerste CD die ik van Wouter Muller heb beluisterd.  De Nederlandstalige nummers van Wouter bevatten diverse thema’s die vooral voor de eerste en tweede generatie indo’s herkenbaar zijn maar juist voor de derde generatie indo’s interessant.   Het zijn thema’s als het verliezen van het geboorteland, overleven in het vrouwenkamp, het ‘Indisch zwijgen’ maar ook over de toekomst in Nederland. Thema’s waar veel derde generatie indo’s vragen over hebben dus.  De teksten van Wouter hebben mij aangespoord meer te gaan lezen over Indië en hebben mijn interesse in mijn persoonlijke Indische roots alleen maar vergroot. Dus wil je wat leren, ontroerd raken of gewoon naar lekkere muziek luisteren, dan is de muziek van Wouter Muller zeker de moeite waard.

 

3.0 in de muziek: Dewi van Hoek

Twee soorten gitaar, twee bandjes, één liefde: de muziek.

‘Er liggen hier drie gitaren thuis, het is leuk om daar wat noten uit te halen.’ Met deze gedachte begon Dewi van Hoek (29 jaar) haar muzikale interesse te krijgen. Zij komt uit een gezin waarin muziek een centrale rol had, voor haar Nederlandse familie van moeders kant en haar Indische vader. Haar vader is geboren op de Molukken en heeft Indische, Molukse, Portugese en Timoreese invloeden. Hij heeft haar uiteindelijk gestimuleerd om op gitaarles te gaan.

Waarde

Haar Indische achtergrond ontbreekt niet in het leven van Dewi; die is haar van jongs af aan met de paplepel ingegoten. Ze vertelt dat iedereen altijd kon aanschuiven bij haar thuis, er werd gelijk een bord klaargezet zodat er meegegeten kon worden. ‘De gastvrijheid, daar ben ik toch altijd wel dankbaar voor dat ik dat heb meegekregen’, vertelt Dewi met trots. ‘Ook probeer ik altijd iedereen in zijn waarde te laten, gewoon door op een normale manier met iedereen om te gaan.’ Dit zijn de belangrijkste kernwaarden waar Dewi aan hecht en die te danken zijn aan haar Indische achtergrond.

Dewi geniet van elke noot die ze uit de gitaar haalt /Foto: Dewi van Hoek
Dewi geniet van elke noot die ze uit de gitaar haalt: the Eagles, Queen, Santana, Jimmy Hendrix en the Lonely Boys. Foto: Dewi van Hoek

Indische muziek 
Thuis is Dewi met de Indische en Molukse liedjes opgegroeid. Zoals Terang Bulan, Nina Bobo. Ole sio, Blue Bayou en liedjes van Rudy van Dalm, George de Fretes en nog meer bekende Indische artiesten klinken haar zeker niet onbekend. ‘Die liedjes zitten ongetwijfeld op mijn IPod’, lacht ze. ‘ Ik werd zeker geïnspireerd door de Indische muziek als ik op de Pasar Malam kwam. De sfeer, de muziek en het lekkere eten. Ik kom dan echt in de mood’. Maar haar inspiratie is ook zeker gegroeid door de stukken van Eric Clapton, the Eagles, Queen, Santana, Jimmy Hendrix en the Lonely Boys.

Terang Bulan heb ik op mijn iPod staan.

Discipline
Dewi vertelt mij hoe haar muzikale interesse is begonnen. Op 9-jarige leeftijd begon Dewi met keyboard-les, op een traditionele muziekschool, maar die is niet doorslaggevend geweest voor haar muzikale weg. Het werd de gitaar waar haar liefde naartoe ging. Op 20-jarige leeftijd begon ze met haar eerste gitaarlessen nadat haar vader van een nicht uit Indonesië een gitaar had gekregen. Hij stimuleerde Dewi om op les te gaan. ‘Ik leerde vooral de basis in die periode. Sinds het afgelopen jaar ben ik pas bij een goede leraar terecht gekomen, die mij vanaf nul de juiste kneepjes aanleerde en mij corrigeerde wanneer ik een verkeerde noot aansla’. Elke maandag is de vaste repetitie-avond. Ze legt uit dat je discipline moet hebben, wil je er intens mee bezig zijn. Ze lacht: ‘Misschien is dat ook iets wat een klein beetje ontbreekt bij mij, en te maken heeft met mijn Indische achtergrond.’

Muziekbandje: Ambeua / Foto: Dewi van Hoek
Muziekbandje: Ambeua / Foto: Dewi van Hoek

Bandsamenstelling
Dewi maakt deel uit twee bandjes die is opgericht door een Molukse gitaarleraar. Mensen die bij hem op les komen, probeert hij in meerdere bandsamenstellingen in te zetten. Met als doel dat zijn leerlingen de verschillende muziekstijlen kunnen gaan proeven. Dewi’s leraar probeert om naar een stevig repertoire te gaan en om op grote festivals te gaan spelen met zijn bands. Dewi vertelt: ‘Ik speel op een elektrische en op een akoestische gitaar, in twee bandjes. De jonge band heet Ambeua, wij bestaan uit drie meisjes en een jongen. Het muziekgenre is vooral pop, maar mijn leraar probeert ons ook om Molukse liedjes te gaan leren’. In het tweede bandje, genaamd Weplay speelt Dewi met twee Indische mannen die zich vooral richten op Indorockmuziek. De bandjes hebben op diverse gelegenheden opgetreden, zoals op een openlucht festival, een marathon en diverse feestjes. Zij vragen geen vergoeding, een portie eten is voor de bandleden genoeg. ‘Zo wordt het plezier in tact gehouden’, geeft Dewi toe.

Muziek wil ik met passie en gevoel overbrengen.

Emotie
Aan het eind van ons gesprek wordt het opeens serieus als Dewi vertelt wat voor gevoelens er kunnen ontstaan tijdens het muziek maken. Sommige mensen schrijven een liedje vanuit een bepaalde emotie. ‘Als je muziek met passie en gevoel kan overbrengen, ben je pas echt een goede muzikant,’ vindt Dewi. Mensen identificeren zich vaak tot een bepaald lied. ‘Ik vind muziek zo leuk, ik kan mijn emoties erin kwijt en soms kan ik ook veel voor een ander betekenen’. Het feit als een groep door haar muziek gaat dansen en plezier heeft, geeft Dewi voldoening.

Veel succes en we hopen je tegen te komen op een Indische avond!

3.0 in de muziek: Blain

Blain portrait by Richard Tjoeng

‘Eerlijke songs: het moet gewoon kloppen’

Ze stond in Ziggo Dome in het voorprogramma van Jason Mraz en als backing-vocalist bij Shawn Barry.  Ze zingt ook bij Parrish Black, doet backings bij Brown Hill en Meike van der Veer. Maar of ze nu op het podium, in de studio of thuis muziek maakt, het creëren en samen muziek maken vindt zangeres Blain (1978) het belangrijkst.

Blank en Indisch
Ik ben nog niet binnen of Blain toont me haar nieuwe aanwinst: een ukelele. ‘Ik leer het best snel, omdat ik als kind viool heb gespeeld’. Ze herinnert zich van huis uit het zingen bij de piano, met haar ouders en zussen, en alle instrumenten die haar vader had. ‘Hij wilde altijd dat zijn dochters een instrument leerden spelen, zodat we met hem samen konden spelen. Nu heeft hij toch nog zijn zin’. Blain (deze artiestennaam is een samentreksel van BLank en INdo) is Indisch via haar vader. Zijn broers en zus zijn in Indonesië of op de boot geboren, hij in Nederland. Opa kwam uit een klein vissersdorpje op Java, oma kwam uit Menado.

Blain © Pascal Music Pics
Blain © Pascal Music Pics

 

Van kinderkoor tot Academie Voor Lichte Muziek
Blain begon al vroeg met zingen: eerst in een kinderkoor, toen tijdens uitvoeringen op de basisschool en op de middelbare school in een groep die rap met zang combineerde. Haar eerste coverbandje en een schrijf-samenwerking met een toetsenist volgden. Op haar zeventiende deed ze de vooropleiding van het Conservatorium, maar kon er niet goed aarden. Al gauw vond ze een passende opleiding: Academie Voor Lichte Muziek, waar de theorie minder de leidraad vormde en performance centraal stond. ‘Ik ben lang zoekende geweest, maar toen ik bijna dertig was, wist ik het zeker: muziek is het voor mij’. Nu is songwriting een van haar grootste passies. ‘Alles kan me inspireren: voetstappen, of het geklik van een balpen’. Haar songs kunnen dan ook alle kanten op gaan, van onvervalste pop-songs tot R&B en commerciële dance: ‘Ik wil me niet vastleggen op een stijl, ik wil alles kunnen blijven maken’.

Met Parrish Black te gast bij by Wild FM om de single Landslide te promoten © prive-eigendom Blain
Met Parrish Black te gast bij by Wild FM om de single Landslide te promoten © prive-eigendom Blain

‘Echt iets Aziatisch’
Op tafel ligt een batik-kleedje. Ik ben benieuwd: wat in Blains leven beschouwt zij als Indisch? ‘Bij ons thuis waren er altijd mensen over de vloer. Die gezelligheid, en natuurlijk het eten vind ik Indisch. Mijn Nederlandse moeder kan goed Indisch koken, dat heeft ze geleerd van mijn oma’. En in de muziek? ‘Het lijkt wel of alle Aziaten gitaar kunnen spelen of zingen! Muziek vind ik echt iets Aziatisch’. Het valt me op dat ze over Aziaten praat en niet specifiek over Indo’s. ‘Ook veel Molukkers, Chinezen, Koreanen kom ik in de muziek tegen, en vaak zijn ze een mix van verschillende (Aziatische) culturen’. Een beetje verder vragen leert dat Blain spiritueel is ingesteld: ‘Er is meer dan wat we kunnen zien, ik respecteer de geestenwereld. Ik zou ook nooit glaasje draaien, daar moet je voorzichtig mee zijn’. Het idee van een kris die de ziel van de maker in zich herbergt, vindt ze ook maar niks. Maar ze gelooft er dus wel in.

 Blain tijdens een optreden met Parrish Black © Prins Petfoods
Blain tijdens een optreden met Parrish Black © Prins Petfoods

Internationaal succes
Wat opvalt aan Blain is haar directheid. ‘Oudere Indo’s, of Aziaten in het algemeen, zeggen niet altijd wat ze echt denken. Wat dat betreft ben ik heel Westers. Dat vind ik soms moeilijk, ik wil niemand kwetsen. Maar ik zal niet mijn kop in het zand steken. Zo Indisch ben ik dus niet’, grapt ze. Ondertussen tokkelt ze rustig door op de ukelele. Ook in haar eigen songs streeft ze naar eerlijkheid. ‘De muziek en de tekst samen, het moet gewoon kloppen’. Met succes, want ze werkt samen met succesvolle producers en DJ’s zoals Ron Carroll, en ze schrijft songs die internationaal worden uitgebracht. En onlangs heeft ze dus haar hart verpand aan een ukelele, waarmee ze nog makkelijker liedjes schrijft. Een eenvoudig, bescheiden instrument. Als ik het instrument oppak, ben ik al gauw aan het spelen, terwijl ik verder geen instrument kan spelen. Hier word ik enthousiast van! We maken gauw een afspraak samen liedjes te schrijven. Als ik wegga, weet ik het zeker: vanavond nog schaf ik een ukelele aan!

De ukelele maakt het nog makkelijker om (ook onderweg) liedjes te schrijven © privé-eigendom Blain
De ukelele maakt het nog makkelijker om (ook onderweg) liedjes te schrijven © privé-eigendom Blain

Oproep: Ken of ben jij een muzikale 3.0’er die mee zou willen werken aan een aflevering van 3.0 in de Muziek? Laat het ons weten door een mailtje te sturen naar nora@indisch3.nl

Poco Poco Style!

Inmiddels is ie al meer dan 36.000 keer bekeken op YouTube, de nieuwste clip van Ricky Risolles: Poco Poco Style, en ook ditmaal is de Indisch 3.0 redactie te spotten in de clip. Aduh luitjes, we worden nog eens beroemd!

Dus iedereen zingend en swingend het weekend in: ‘Daarom dit zegt wat, dat jij hier bent schat. Want ja hoezo, ben jij Indo en waarom dansen al die Indo’s altijd zooooooooo…’

 

 

Bij dezen feliciteren wij ook (de in de videoclip zwangere) Kirsten Vos met de geboorte van zoon Valentijn Olaf Maas op 13 december 2012.

 

En als toegift ook nog Mijn Indisch Hart, je weet wel, ‘waar het allemaal mee begon’…

 

Interview met Jaro Wolff

Wie is de (Indisch-)man achter Ricky Risolles?

We kennen hem als Ricky Risolles: ‘Ik ben niet de Indo, maar ik ben een Indo…’ Zijn echte naam is Jaro Wolff, geboren in de dessa van Rotterdam, opgegroeid met Tammy Wynette, The Blue Diamonds, Johnny Cash en zijn grote held: Rudi van Dalm. Hij is afkomstig uit een grote familie met de welbekende kumpulans en natuurlijk makan(an). Maar wie is nu eigenlijk de (Indisch-)man achter Ricky Risolles? 

(c) Armando Ello

Familieman
Jaro Wolff (34) werkt als trainingsacteur, in zijn vrije tijd kijkt hij graag films en series, maar doet ook graag een sappie op leuke feestjes. En hoe kan het ook anders… als echte Indo (so lucu dése, lui) komt Jaro graag bij zijn familie over de vloer. Zijn vader heeft hij nooit gekend. Jaro’s moeder, geboren te Surabaya, is met een werkvergunning naar Nederland gekomen. Na twee jaar werkzaam geweest te zijn in de zorg mocht zij in Nederland blijven.

Ricky Risolles
Al van kleins af aan maakten Jaro en zijn neefjes er een sport van om hun Indische ouders, ooms en tantes na te doen. Het type Ricky Risolles ontstond toen Jaro een jaar of twaalf was en hij samen met zijn neefjes namen voor fictionele Indische artiesten verzon.  Toen Jaro meewerkte aan de film Ver van familie van Marion Bloem, en daar zijn personage Ricky Risolles liet zien, werd er meteen geroepen dit te delen op youtube. Zo gezegd, zo gedaan, en daar was Ricky Risolles.

Stichting HALIN
Jaro’s oom, neefjes en achterneefjes wonen nog steeds in Surabaya – in de woorden van Jaro: ‘een soort van gevalletje boot gemist’ – en hebben het niet al te breed. Via een goede vriend kwam Jaro op het spoor van stichting HALIN. Stichting HALIN zet zich in voor voormalige landgenoten in Indonesië die, veelal als gevolg van de politieke ontwikkelingen na de Tweede Wereldoorlog, in hulpbehoevende omstandigheden zijn geraakt. Helaas kon stichting HALIN niets betekenen voor de familie van Jaro in Indonesië, maar dat weerhield Jaro er niet van om zich in te zetten voor de stichting.

(c) Armando Ello

Mijn Indisch Hart
Samen met Louise Drabe nam Jaro het nummer Mijn Indisch Hart op en maakte een bijbehorende clip om geld in te zamelen voor Stichting HALIN. Inmiddels is er tot Jaro’s grote vreugde al meer dan duizend euro ingezameld. Jaro: ‘Iedereen bedankt voor de donaties, hulp en ondersteuning voor stichting Halin.’ En in het kader van dit heuglijke feit heeft Jaro een tweede clip als bedankje gemaakt: Poco Poco Style, waarin je de redactie van Indisch 3.0 kunt spotten:

Mijn Indisch Hart

Mocht je ‘m van de week gemist hebben op Facebook, de nieuwste clip van Ricky Risolles en Louis Drabe: Mijn Indisch Hart, speciaal voor de stichting Halin. En wie komen daar voorbij in de videoclip? Jazeker, de redactie van Indisch 3.0.

Begin het weekend goed en zing vrolijk mee met: “Kijk naar mijn hart, mijn Indisch Indisch Hart, hij is een beetje Indolent…”

En als je wilt, dan kun je Stichting Halin steunen door het overmaken van een bijdrage op ING bankrekeningnummer 308 t.n.v. Stichting Halin.

3.0 in de muziek: Rob Verbakel

Sjoelen, muziek & bier

Rob Verbakel (1981), geboren en getogen in Helmond, begon op zijn 16e met gitaarspelen. Met zijn band Amsterdam Saints en als sessiemuzikant speelt hij door het hele land en hij geeft gitaarles in zijn studio aan huis. In de intimiteit van de knus ingerichte studio gaat ons gesprek over zware shag, botel tjebok en natuurlijk: muziek. 

Rob is Indisch via zijn moeder, die als negenjarig meisje met haar ouders  vanuit Semarang naar Nederland kwam. Een maand na het interview gaat hij met haar voor een maand naar Indonesië. ‘Het is net of het zo hoort, want alle boekingen met bands vallen tot nu toe ervoor of erna…’ zegt hij met gevoel voor het mystieke.

Kruiden-op-gevoel
Rob begint bedachtzaam, maar komt op dreef als hij vertelt over zijn bandleden, met wie hij graag een potje sjoelt onder het genot van een biertje. Welke waarde hecht hij aan zijn Indische achtergrond? ‘Familiegeschiedenis en gastvrijheid’, antwoordt hij meteen. ‘Mijn moeder is meer gaan vertellen en zelf sta ik er ook meer voor open nu’.  Van zijn moeder leerde hij koken. ‘Ik hanteer dezelfde kruiden-op-gevoel-methode als zij.

Rob Verbakel op het podium © Foto: eigendom Rob Verbakel
Rob Verbakel op het podium © Foto: archief Rob Verbakel

Kaju putih en ander bijgeloof
Het spirituele noemt Rob als iets typisch Indisch. ‘Na acht uur ’s avonds nagels knippen of douchen? Volgens mijn oma zou ik eerder doodgaan als ik dat deed.’ Of de magie van kaju putih om een wrat te laten verdwijnen: ‘het werkt echt!’ Over de introductie van zijn vader bij zijn Indische schoonfamilie kent hij een prachtige anekdote: ‘Mijn oma vroeg of hij tegen pittig eten kon. Stoer beaamde hij dat, maar na de ayam pedis moest hij nodig naar het toilet. Hij wist niet waar die fles voor was en heeft er van gedronken!’

‘Mijn ouders hebben het me makkelijk gemaakt.’

MTV Unplugged
Bij veel Indo’s zit muziek in de familie, zo niet bij Rob. Maar hoe werd hij dan wel gegrepen door muziek? ‘Ik zag als veertienjarige een heel goede gitarist bij MTV unplugged, toen wist ik: dát wil ik!’ Na twee weken elke dag zeuren bij zijn vader kreeg hij zijn eerste akoestische gitaar, die al snel werd verruild voor een elektrische, toen hij bands als Pearl Jam en Metallica hoorde. Rob’s ouders moesten wennen aan zijn keus voor een muzikale carrière, vooral zijn vader. Maar zijn vader ging zich verdiepen in de muziekindustrie en nu adviseert hij Rob zelfs bij het kopen van instrumenten. ‘Uiteindelijk hebben mijn ouders het me makkelijk gemaakt’.

Rob Verbakel on stage Foto: eigendom Rob Verbakel
Rob Verbakel on stage Foto: eigendom Rob Verbakel

Elke dag rijsttafel
Al zit er geen muzikale Indo in de familie, toch hebben Indo’s Robs carrière beïnvloed. Zijn eerste elektrische gitaar kocht zijn vader voor hem van Wally Lucardi, die hij nog kende van Indorock-avonden. Gitaarleraar Herbie Guldenaar, ook Indisch, stoomde Rob klaar voor de vooropleiding van het conservatorium. ‘Eenmaal aangenomen moest ik keihard werken om verder te komen. En dat heb ik gedaan.’ Na de vooropleiding mocht hij door naar de opleiding in Maastricht. Na zijn afstuderen in 2005 deed Rob vier jaar praktijkervaring , onder andere als docent bij de muziekschool van een Indische familie. ‘Trotse Indo’s , dat zie je aan alles wat ze doen. Ik voelde me er meteen thuis, en elke dag stond er een rijsttafel.’

‘Mijn doel? Gezond blijven en plezier in het spelen.’

Speelplezier
In 2007 verhuisde Rob naar Amsterdam, om zijn muzikale horizon te verbreden. Door veel te spelen met bands en op sessies raakte hij thuis in Amsterdam, waar hij later nog zijn masters-titel  aan het conservatorium behaalde. In Amsterdam leerde hij ook de mannen van Amsterdam Saints kennen, die naast het musiceren ook zijn vrienden zijn ‘Ik heb een sjoelbak staan, waarmee we sjoeltoernooien houden, met muziek en bier uiteraard. Mijn doel is gezond blijven en nooit het plezier verliezen in het spelen.’ Het lijkt alsof Rob het zich al pratende beseft: speelplezier is voor hem het belangrijkst, of hij nou met vrienden aan het sjoelen of musiceren is. ‘Ik ben met weinig gelukkig’.

Oproep: Ken of ben jij een muzikale 3.0’er die mee zou willen werken aan een aflevering van 3.0 in de Muziek? Laat het ons weten door een mailtje te sturen naar nora@indisch3.nl

 

Jonge Indo in de Muziek – Patrick Rugebregt

Patrick Rugebregt – Foto: Patrick Rugebregt

Op het North Sea Jazz Festival 2012

Als hij een stuiterbal was, was Patrick al lang van het terras af gestuiterd. Hij praat rustig, maar van binnen borrelt de opwinding. Zijn grote wens sinds hij een tiener was, is in vervulling gegaan: deze zomer speelt hij op het North Sea Jazz Festival met Tuur Moens & Syndicate. Ontspannen maar vol ambitie vertelt de (jazz)pianist, componist en arrangeur Patrick Rugebregt (25) over zijn passie voor muziek, Indische familiefeestjes en zijn allergie voor… pinda’s!

Boogie Woogie
Op een steenworp afstand van het Utrechtse Conservatorium spreken we af op een terras. Niet dat het conservatorium de start was van zijn muzikale carrière: De eerste keer dat Patrick in zijn bewuste leven in aanraking kwam met muziek was hij vier jaar en zat hij langdurig ziek thuis vanwege zijn allergieën (Patrick is onder meer allergisch voor pinda’s – je verzint het niet!). Tegen de verveling van het thuis zitten, bouwde zijn vader met oude gitaarsnaren een piano voor hem. Hij leerde hem zijn allereerste liedje spelen; een boogie woogie. Het instrument heeft hem vanaf toen nooit meer los gelaten.

Patrick spelend op het conservatorium © Nora Iburg / Indisch 3.0 2012
Patrick achter de piano op het conservatorium © Nora Iburg / Indisch 3.0 2012

Muzikale familiefeestjes
Patrick is Indisch van vaders kant: hij kwam op achtjarige leeftijd naar Nederland vanuit Sulawesi. Zelf speelt hij gitaar en zingt hij. Maar Pa Rugebregt is niet de enige van de familie die de liefde voor muziek heeft aangewakkerd. ‘Wat ik heb meegekregen van mijn Indische achtergrond? Muziek! De hele familie speelt wel wat: opa dwarsfluit en gitaar, de tantes zingen, de ooms spelen gitaar. Niet professioneel, ze spelen echt voor het plezier. Maar op familiefeestjes – waarbij iedereen hapjes meeneemt – staat iedereen met elkaar muziek te maken’.

Altijd mee kunnen eten
Deze jongen leeft, ademt en eet muziek, merk ik, maar ik vraag toch even verder: ‘Er is vast wel iets anders dan muziek dat je ook typisch Indisch vindt?’ Patrick denkt even na, maar al snel geeft hij antwoord: ‘Gastvrijheid. Dat gasten zich snel thuis voelen in jouw huis, en dat iedereen altijd onaangekondigd mee kan eten.’ Bij dat laatste speelt Patricks Nederlandse moeder een grote rol. ‘Vooral mijn moeder kookt Indisch thuis, en dat doet ze ook heel goed! Wanneer ik vroeger vrienden en vriendinnen van de middelbare school mee naar huis nam, maakte ze er geen probleem van om een rijsttafel klaar te maken.’ Zelf Indisch koken doet Patrick niet en heeft daar verder ook geen speciale belangstelling voor: alle aandacht en passie gaat naar muziek.

Patrick tijdens een optreden – Foto: Patrick Rugebregt
Patrick tijdens een optreden – Foto: Patrick Rugebregt

Van punkrock en hiphop naar moderne jazz
Op zevenjarige leeftijd ging Patrick naar de muziekschool. Muziekstijlen die hem inspireerden gingen echt alle kanten op. ‘Ik luisterde een tijd veel naar hiphop en had zelfs even een punkrockperiode’. Op de muziekschool maakte hij voor het eerst echt kennis met jazz. ‘Een contrabasdocent vroeg of ik in zijn bigband wilde spelen, geweldig! Ook de ensemblelessen, waarbij we veel improviseerden, vond ik heerlijk. Miles Davis was bijvoorbeeld een grote inspiratie, mijn eerste CD’s zijn van hem. Nu ben ik erg fan van moderne jazzpianist Aaron Parks’. Op TV zag de jonge Patrick registraties van North Sea Jazz, met onder andere optredens van Dianne Reeves en Chick Corea. ‘Vanaf dat moment wilde ik daar ook ooit staan.’ Toen Patrick veertien was wist hij: ‘Ik wil naar het conservatorium’.

Een muzikale toekomst

In 2010 studeerde Patrick cum laude af aan het Conservatorium van Utrecht. Hij werd bij zijn eindexamen geprezen voor zijn eigen adem in de muziek. Inmiddels is Patrick zelfstandig muzikant en kan hij van piano spelen leven. In 2009 speelde Patrick voor het eerst een heel album in voor de fusion band Elixxir onder leiding van André Orsel. Begin 2011 start Patrick als vaste toetsenist bij Rigby, een Nederlandse pop/rock band, waarmee hij met de single ‘One Life To The Next’ op 15 kwam in de single top 100 van iTunes. Rigby heeft onlangs hun  tweede single opgenomen en van de zomer gaat de band de studio in voor hun derde album.

De eerste EP van PRQ: Skybound – Foto: Patrick Rugebregt
De eerste EP van PRQ: Skybound – Foto: Patrick Rugebregt

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Sinds 2011 heeft Patrick zijn eigen kwartet, genaamd PRQ (Patrick Rugebregt Quartet – onlangs overigens een Quintet geworden), waarvoor hij de muziek schrijft. Hiermee nam hij in de zomer van 2011 een EP op ‘Skybound’ met vier  van zijn eigen stukken. Als ik Patrick vraag naar zijn ambities houdt hij zich bescheiden, maar de ogen twinkelen:  ‘Ik wil met  mijn eigen muziek op zoveel mogelijk plekken spelen en verder zoveel mogelijk met muziek bezig zijn.’

Indisch 3.0 zegt tegen al haar lezers: hou ‘m in de gaten – hij gaat hard, deze jongen. Check ook vooral www.patrickrugebregt.nl

Oproep

P.S. Ken/ben jij een muzikale Indo die mee zou willen werken aan een aflevering van Jonge Indo in de Muziek? Laat het ons weten door een mailtje te sturen naar liselore@indisch3.nl