16
Weg uit Indië: avontuurlijk jongensboek
De kwetsbaarheid van een kind in oorlogstijd
Weg uit Indië van Hans Vervoort is een jeugdboek over Indië. Ook al heb ik er enkele kanttekeningen bij, het is een aanrader. Voor kinderen, jongeren én voor volwassenen. In 212 pagina’s vertelt Vervoort vlot en boeiend over het tempo doeloe-leven in Indië, de kamptijd, de bersiap, de overtocht van Indonesië naar Nederland en over leren leven in Nederland.
Hans en Sonja zijn twee in Indië geboren kinderen, die elkaar ontmoeten als ze met hun moeders op transport gesteld worden naar een van de vrouweninterneringskampen op Java. De vader van Hans was eerder al opgeroepen als militair, de vader van Sonja is spoorloos. De twee kinderen doorstaan de Japanse bezetting samen vanachter het gedek. Door een ongelukkige speling van het lot komt Hans er alleen voor te staan en neemt de moeder van Sonja, tante Aal, hem op als broertje van Sonja. Tante Aal, Sonja en Hans verlaten het kamp tijdens de bersiap en gaan vanuit Surabaya aan boord van een van de repatriëringsschepen naar Nederland. In Nederland aangekomen krijgt het samengestelde gezin, naast een hoop koude rillingen, een onverwacht fraaie verrassing.
Vooropgesteld: ik ben geen jongen of een lezer van 10 jaar. Dat gezegd hebbende, durf ik het toch aan om te zeggen dat Weg uit Indië een fijn boek is. Wat Weg uit Indië zo aantrekkelijk maakt, is om te beginnen de toegankelijke schrijfstijl en het vlotte tempo. Daarnaast legt Vervoort alles aan zijn lezers uit: van sapoelidi tot mandibak. Daarmee neemt de auteur lezers mee in de cultuur van Nederlands-Indië, zonder paternalistisch te worden. Tot slot, wat dit boek zo boeiend maakt voor volwassen lezers, is dat we het verhaal over bezetting/bersiap/repatriëring door de ogen van een kind lezen. Zodoende maakt Vervoort de kwetsbaarheid van kinderen in oorlogstijd zichtbaar, een thema dat nog steeds actueel is, helaas. Ik voelde me geraakt door die kwetsbaarheid en door het verdriet om het uiteenvallen van gezinnen.
Waar ik me tijdens het lezen het meest over heb verbaasd, is dat 2/3e van het boek over het leven in kamp gaat. De beschrijving op de achterflap wekt een andere verwachting: “Iedereen vlucht en ook Hans en Sonja moeten weg uit Indië. Een gevaarlijke tocht begint. Zal het ze lukken?” Maar goed. Dat is misschien wel bijzaak. Verder vind ik sommige passages te kinderlijk geschreven en andere weer te confronterend voor kinderen van 10 jaar. Las ik over martelingen toen ik 10 jaar oud was? Ik weet het niet meer. Zei ik nog ‘broembroem’? Ach, ook toen al was ik geen jongen van 10.
Weg Uit Indië. Hans Vervoort. Uitgeverij Conserve. Schoorl, 2012. 17,95 euro. Bestellen via de website van Hans Vervoort levert je een aardig voordeeltje op.
13
Gili Trawangan
Roos is in 2010 in Indonesië geweest. De herinneringen aan die reis inspireren haar tot op de dag van vandaag. Ze blogt erover op Indisch3.0.
Na twee weken door Bali te hebben getrokken staan we om 9 uur in de ochtend te wachten op de boot die ons naar Gili Trawangan zal brengen, om vanuit daar verder te reizen naar Gili Meno. Het wachten duurt langer dan gepland, maar daar zijn we inmiddels al gewend aan geraakt. Je tas moet ingeleverd worden. Deze wordt op een houten kar gelegd en naar de – hopelijk juiste – boot gebracht.
Mijn backpak blijkt voor de inmiddels vertrouwde Indonesische lach te zorgen. Mijn backpack is oranje en ik ben zo gewend aan mijn eigen kussen dat deze de eer heeft gehad mee te mogen naar Indonesië. Echter, ik heb het na twee weken opgegeven om hem netjes kleiner te maken en er een plastic tas omheen te winkelen alvorens hem vast te maken aan mijn backpack. Duidelijk zichtbaar is nu mijn kussen met een wit roze gestipt kussensloop eromheen. Ook hangt er nog een ‘veilig reizen beer’, een mini-jembé en een gelukspoppetje aan. Een rijkelijk versierde, kleurrijke tas dus.
Na een half uur wachten kunnen we de boot op, the Gili Cat genaamd. De Gili Cat staat bekend om zijn snelle service. Het is een kleine witte overdekte boot die laag op het water ligt. In speed tempo reizen we af naar Gili Trawangan; een tocht die ik niet snel zal vergeten. Ik heb het gevoel dat ik in twee uur tijd om de tien seconden een steen raak en gelanceerd word. We zitten helemaal voorin, eerste rang. Genoeg beenruimte, maar we vangen dan ook de klappen op. Ook zit ik aan de kant van het raam. Mijn hoofd en het raam komen voor mijn gevoel iets te vaak te nader tot elkaar.
Links van mij zit een Franse jongeman naast zijn sinds korte tijd vrouw. De ringen om hun vingers verraden dit. Zijn door de zon gebruinde huid lijkt bij elke klap iets witter weg te trekken. De hand met de ring eromheen houdt hij voor de zekerheid voor zijn mond. Achter Sjors zit een stevige Duitse man die de eieren, van ik denk zijn ontbijt, in een bakje heeft meegenomen. Deze begint hij in alle rust te pellen en te nuttigen. Ik hoop voor Sjors dat hij het binnenhoudt.
Na 2 uur komen we aan op Gili Trawangan. In de eerste instantie lijkt het een backpackersparadijs. De boot naar Gili Meno komt pas aan het eind van de middag dus we hebben nog ruim de tijd om hier te genieten. We settelen ons op het strand. Vissersbootjes, kraak heldere zee, aantrekkelijke mannen die met een te overdreven Australisch accent ‘Hi Girls’ produceren, muziek en verse ananas. Aan de overkant ligt Lombok. Wij genieten van de zon. Boven Lombok hangt een grote zwarte deken. Over drie dagen lopen we daar, zeg ik tegen Sjors. Ik wijs naar de overkant. Gili Trawangan bevalt ons eigenlijk wel. Zullen we anders hier een paar dagen blijven, zegt Sjors.
Waarom niet, denk ik. Het is vakantie, geen deadlines, de tijd is van ons.
30
Jam karet, tunggu sebentar, pelan-pelan en santai aja
Jam karet, tunggu sebentar, pelan-pelan en santai aja: het zijn voor Indonesiërs doodgewone begrippen maar kunnen bij Nederlanders flink wat irritaties opwekken. Hier in Nederland gaat alles zo ontzettend snel! Iedereen heeft haast en moet altijd en overal op tijd zijn zodat ze daarna weer snel doorkunnen naar de volgende afspraak. Alles moet gaan zoals gepland en niks mag daar vanaf wijken.
Ik kan mij nog goed herinneren dat ik er in mijn eerste collegeweek in Yogyakarta net zo over dacht: “Ik kon van te voren natuurlijk verwachten dat het studeren hier anders zou zijn dan in Leiden maar dit had ik toch echt niet verwacht. Van de 14 colleges die ik tot nu toe zou moeten hebben gehad, heb ik er daadwerkelijk 5 kunnen volgen. De oorzaak daarvan zal ik nader toelichten. Waarbij het in Nederland nog wel eens gebruikelijk is dat een student niet komt opdagen, zijn hier de docenten gewoon afwezig! Wat ook niet geheel ongebruikelijk is, is dat de docenten geen colleges willen geven als er te weinig studenten zijn omdat dat zonde van hun tijd is. Het absolute toppunt vind ik echter de wijzigingen van de colleges hier! Ik kan begrijpen dat collegetijden af en toe gewijzigd worden maar hoe dat hier gebeurd is echt bizar! I.p.v. Een college naar een later tijdstip te verplaatsen kom ik er hier regelmatig achter dat de colleges ineens een dag eerder zijn gegeven!” (21/09/2011 – renenren.waarbenjij.nu)
Als ik het bovenstaande stukje uit mijn blog over mijn eerste week op Universitas Gadjah Mada teruglees, dan lach ik om mijn irritaties. Het is natuurlijk een wereld van verschil met Leiden maar ik maakte hierdoor wel meteen kennis met het begrip santai aja. Mijn Indonesische medestudenten maakten zich niet zo druk en vertelden dat zulke dingen nou eenmaal gebeuren. De eerste week van het semester is vrijwel altijd een chaos. Vaak wordt deze week gebruikt om de roosters te maken en om te kijken of er genoeg animo is voor de colleges. Het klinkt logisch maar als je daar niet van op de hoogte bent, dan wekt het flink wat irritaties op.
Het begrip santai aja kan je vertalen als relax, chill out of simpelweg met: ontspan. Tijdens mijn verblijf in Yogya zou ik dit begrip steeds meer gaan omarmen en afstappen van het westerse snelle leven dat zo vaak irritaties oplevert. In het westen zijn we naar mijn mening zo nu en dan wel erg licht ontvlambaar en maken we ons druk om dingen die er eigenlijk niet toe doen. In Indonesië heb ik geleerd dingen wat positiever te bekijken en niet onnodig moeilijk te doen. Een mooi voorbeeld: ‘Het is vervelend dat je je trein hebt gemist maar je bent nu in elk geval wel op tijd voor de volgende.’
Een Indonesisch fenomeen waarmee ik eigenlijk nog steeds niet mee uit de voeten kan is jam karet. De Nederlandse punctualiteit die ik van mijn ouders heb meegekregen, dat ik altijd en overal op tijd moet zijn, kon ik in Indonesië vrijwel meteen in de tempat sampah gooien. Hoe vervelend ik het ook vond om soms wel een uur op iemand te moeten wachten, ik ben gaan inzien dat wij in Nederland zo nu en dan precies hetzelfde doen. Organiseer maar eens een feest om acht uur ’s avonds. Ik garandeer je dat vrijwel niemand om acht uur precies aanwezig zal zijn!
In het westen noemen wij het te laat komen op feestjes: fashionably late komen. In Indonesië dus: jam karet. Alleen, in Indonesië blijft dat niet beperkt tot feestjes maar wordt het gekoppeld aan alle dagelijkse activiteiten. Een voordeel hiervan is dat je altijd tijd hebt om af te maken waarmee je bezig was, omdat het toch niet uit maakt of je op tijd komt. Een groot nadeel hiervan is, is dat je veel tijd kwijt bent aan het domweg wachten op je afspraak. Gelukkig vinden Indonesiërs dat laatste niet zo heel erg, want met de santai aja mentaliteit maken zij zich er niet zo druk om!
Voor een programma van het Indonesisch ministerie van buitenlandse zaken moet ik uiterlijk op 2 april in Jakarta zijn. Via de Indonesische ambassade heb ik vernomen dat zij zowel mijn ticket als mijn visum zullen regelen. Het is nu 27 maart en tot op heden heb ik nog steeds geen ticket en geen visum ontvangen.Voorheen zou ik enorm gestresst zijn maar nu denk ik: santai aja, het komt allemaal wel goed.
15
In beeld: Zuid-Sulawesi 2012
Locatie: Turatea, Jeneponto – Datum: 10 maart
Indonesië werd in 1945 onafhankelijk. Er woedde echter tot 1949 een bloedige strijd, waaronder in Zuid-Sulawesi. Een deel van die oorlogsgeschiedenis is door Nederland in de doofpot gestopt. Lees hier meer over de doofpot-affaire inzake Zuid-Celebes (nu Zuid-Sulawesi) en de publiekelijke oproep van I3-er Kirsten Vos om die doofpot eindelijk eens te openen.
14
Valentijnsdag: opwarmen met een heerlijk kopje Bandrek
Het is koud buiten en Valentijnsdag staat op de stoep! Jij en je partner kunnen dus wel wat ‘opwarming’ gebruiken. Indisch3.0 weet hier wel een oplossing voor: een Afrodisiac Jamu. Een traditioneel Indonesisch drankje, tevens heilzaam voor je lichaam, genaamd Bandrek.
Bandrek is een traditionele drank, gemaakt voor het regenseizoen in Indonesië. Oorspronkelijk was het een Sundanees drankje om warm te blijven gedurende de koude winternachten. Bandrek bestaat voornamelijk uit gember, dat geassocieerd wordt met medicinale krachten die antiseptisch, zuiverend, slijmoplossend en pijnstillend werken. Maar gember wordt ook al generaties lang gebruikt om het libido en de bloedcirculatie te stimuleren, een ideale traktatie dus voor jou en je partner op Valentijnsdag!
Benodigdheden
- Een paar grove stukken gember
- 1 liter water
- Een handjevol cardamom (heel)
- 3 eetlepels kaneel of 5 kaneelstaafjes
- Javaanse suiker naar smaak
- 8 kruidnagels
- 1 Spaanse peper
- 1 blik gecondenseerde melk
- 1 stengel sereh
- 1 pandanblad
- Geraspte kokos naar smaak
Bereidingswijze
Schil de gember, snij deze in dunne reepjes en rooster ze in een pannetje. Was de Spaanse peper en snij deze in dunne stukjes. Kneus de sereh. Kook één liter water in de waterkoker en giet dit in een ruime pan. Voeg de kaneel, cardamom, kruidnagels, pandanblad, sereh, Spaanse peper en Javaanse suiker toe aan het water. Laat het geheel zachtjes 20-25 minuten koken. Voeg hierna de geraspte kokos naar smaak toe. Laat de drank zachtjes verder koken tot de geur die er vanaf komt als één geheel ruikt. Zeef de drank voor het serveren, en giet er gecondenseerde melk bij naar smaak.
Fijne Valentijnsdag!
Dit recept hebben wij gekregen van Jamujem. Volgende week kun je op de website een interview lezen met deze moderne medicijnvrouw, ofwel Daisy Thé, over de oorsprong en achtergrond van Jamu’s.
9
Duit, Handuk, Buncis en Knalpot
Als gevolg van 350 jaar Holland in de Tropen zijn veel woorden uit onze taal aan het Indonesisch blijven kleven. In totaal bevat het Bahasa Indonesia een paar duizend leenwoorden uit het Nederlands. Op reis door de archipel merk je dat direct. Maar niet alleen in het standaard Indonesisch zitten Nederlandse woorden, ook in het Javaans, Sundanees en Manadonees hoor je bekende woorden terug. En natuurlijk in het Bahasa Gaul, waar ik eerder over schreef. Al moet je soms wel goed luisteren om de woorden te herkennen.
Zo had ik een paar reizen naar Indonesië nodig voor ik doorhad dat het woord permak, wat opknappen betekent, komt van het Nederlandse “vermaken” en wordt gebruikt als je iets wil repareren. Nog zo een: duit (spreek uit: doe-iet), wat een ander woord is voor “geld”, komt van het Nederlandse “duit”. Duurde bij mij even voor het kwartje viel…
Het is sowieso wat lastiger geworden om Nederlandse woorden te herkennen doordat de spelling van een aantal gangbare lettercombinaties in de loop van de tijd is veranderd. De “tj” werd “c”, de “j” werd “y” en de “oe” werd “u”. Handuk was eerst gewoon handoek, en peci (spreek uit pe-tjie), het woord voor het door moslimmannen gedragen hoofddeksel, gewoon petje.
Maar er zijn nog veel woorden één op één te herkennen, zoals het woord buncis, afkomstig van “boontjes”, en koki van het Nederlandse “kokkie” of “kok”. Je weet wel, die persoon die elke avond eten bereidde terwijl de Hollander op de veranda dronk uit een kokosnoot (is kelapa, weer van het Nederlandse “klapper”, of was het andersom?) en aspal, afkomstig van “asfalt”.
“Wel handig zoveel Nederlandse woorden”, hoor ik een aspirant Indonesiëreiziger wel eens zeggen. Helaas is er weinig hoop voor mensen zonder talenknobbel. Met alleen Nederlands kom je namelijk niet zo ver. Behalve als je brommer- of autopech hebt, en dan alleen als je problemen hebt met je ban, setir, persnelling, kopling of knalpot.
De “Nederlandse” woorden worden bovendien vaak net anders uitgesproken en welke variant je hoort, hangt af van de plek. In West-Java bijvoorbeeld, en dan vooral rond Jakarta, wordt het woord preman gebruikt om kleine straatcriminelen aan te duiden. Dat woord komt weer van “vrij man”. Oftewel, vrije jongen.
In Makassar in Zuid-Sulawesi hoorde ik een paar jaar terug een van de leukste voorbeelden van ver-indonesisch-t (hoe schrijf je dat eigenlijk?) Nederlands: iedereen gebruikte als stopwoordje aan het eind van de zin ‘Ya toh?’ Uiteraard afkomstig van het Nederlandse “ja, toch?” Ik schoot er steeds van in de lach tot ik het na anderhalve week zelf ook deed en het duurde een hele tijd voor ik het weer kwijt was.
Natuurlijk zijn er andersom in het Nederlands ook veel Indonesische woorden. Daar zou ik eigenlijk een aparte blog aan kunnen wijden. Toch een paar… “Met je blote kakkies lopen”, komt van het Indonesische woord kaki, wat voet betekent. “Dat is iemands pakkie-an”, komt van het woord bagaian, wat “deel” of “aandeel” betekent. Oh ja, en natuurlijk “amok maken”, van het Indonesische amok, wat ruzie betekent.
Bij ons wordt het vernederlandste Indonesisch natuurlijk nog wel in de oude spelling geschreven. Wij noemen kroepoek tenminste nog gewoon kroepoek! Daar voelen wij ons meer senang bij, ya toh?
24
Wanneer dromen tastbaar worden (1)
Indonesië gaan zien is een feit
Zomer 2010. Voor het eerst zal ik het land gaan bezoeken waar ik van kleins af aan over droom. Indonesië, Indië, Nederlands-Indië. Het land waar mijn roots gedeeltelijk liggen. Het land waar mijn opa altijd zo naar terug verlangd heeft. Het land waar mijn oma juist liever niet meer terug wilde komen. Zou het echt zo zijn dat de geur herkenning bij mij oproept? Dat elke man van mijn opa’s leeftijd mij aan mijn opa zal doen denken? Ik zal het gaan ervaren.
Schiphol. Enkel 20 uur vliegen staat nu nog tussen mij en mijn lang gekoesterde droom in. Het moment van herkenning, van voelen en misschien (nog) dichterbij mezelf komen. Dag lieve mama. Nog eenmaal vraag ik haar of ze het echt niet erg vindt dat ik eerder naar Indonesië ga dan zij ‘terug’ kan gaan. Ze geeft me een kus, ‘geniet Rooske.’ Met de ketting van mijn Indische opa Ed om mijn pols en zijn foto in mijn rugzak ga ik door de douane het vliegtuig in. Indonesië gaan zien is een feit.
Ik land in Jakarta op de dag dat mijn moeder in 1956 Jakarta verliet. Een maand zal ik hier zijn, precies de maand dat mijn moeder op de boot naar Nederland zat. Gepland? Nee. Enkel toeval? Nee, ik geloof niet in toevalligheden. Ik ruik, ik voel, ik proef. Welkom.
Wanneer mijn visum gecontroleerd wordt, vraagt een uiterst vriendelijke jongeman mij of ik in Indonesië ben ‘to find a boyfriend’, want als dat zo is dan wil hij mijn ‘boyfriend’ wel zijn. Voor de duidelijkheid meldt hij er ook bij dat hij natuurlijk ook nog wel een ‘boyfriend’ heeft voor mijn reisgenootje Sjors. Sjors en ik vertellen hem vriendelijk dat we het met z’n tweeën ook wel gaan redden. Zodra beide visa goedgekeurd zijn, maakt de jongeman nog één opmerking: ‘Look out for the boys’. Met deze tip op zak zijn we helemaal klaar voor het laatste stukje vliegen.
In Jakarta pakken we het vliegtuig naar Bali. Drie weken zullen we op Bali doorbrengen, één week zullen we Lombok gaan ervaren. Waarom Bali en Lombok? Tja, je moet ergens beginnen. We landen om half één ‘s nachts. Een bord met ‘Welcome to Bali’ begroet ons. Als een echte toerist moet ik dit bord toch echt even vastleggen op camera. Wanneer we onze backpacks hebben lopen we naar de uitgang. Een man staat al te wachten met een stukje karton in zijn hand waar ‘Georgina’, beter bekend als Sjors, op staat. Een warme natte deken valt over ons heen en direct worden alle zintuigen geprikkeld. Hoe stom ook, mijn eerste gedachte is, moet ik een maand in een dergelijk klimaat leven? Mijn tweede gedachte, het ruikt hier naar de pasar, naar de toko, naar het huis van mijn tante wanneer ze lekkere dingen kookt. Geurherkenning in the pocket?!
8
Pasar Malam Indonesia 2011
We waren erbij, bij de tweede Pasar Malam Indonesia op het Malieveld. Samen met een aantal van jullie. Sommigen voelden zich helemaal thuis op deze Indonesische pasar, anderen verlangden naar de Indische pasar: de Tong-Tong Fair, die eind mei op hetzelfde Malieveld neerstrijkt. Over één ding was iedereen het in elk geval eens: het eten was heerlijk. Hierbij twee videoreportages, van de opening op 1 april en het bezoek van de redactie op 3 april.
11
De Engel van Kebayoran: roman of geschiedschrijving?
In tegenstelling tot eerdere publicaties van Louis Zweers, zelfstandig kunst- en fotohistoricus en publicist over Nederlands-Indië/Indonesië, behoort De engel van Kebayoran tot literaire non-fictie, wat dit boek maakt tot zijn debuutroman. Op zoek naar het verhaal voor deze roman en de achtergrond van zijn familie reist Zweers af naar zijn nicht Lily in Bandung, Indonesië. Aan de hand van ontmoetingen met verschillende personen die een belangrijke schakel vormen in de geschiedenis van de familie maakt de auteur een reis door de tijd van het voormalig koloniale Indië tot het Indonesië van nu.
Na de soevereiniteitsoverdracht van Nederlands-Indië in december 1949 vertrekken volgens Zweers bijna 200.000* (Indische-)Nederlanders naar het moederland. Tegen deze stroom in vertrekt Lily, een achttienjarige blonde Hollandse jongedame, in de zomer van 1951 richting Indonesië om de liefde van haar leven achterna te gaan.
In Indonesië gaan in verloop van tijd de antiwesterse ideeën van Soekarno dusdanig ver dat er geen Europeaan meer veilig is en er een grote uittocht op gang komt waarin de laatste tienduizenden Nederlanders Indonesië uit veiligheidsoverwegingen verlaten. Uiteindelijk is er bijna geen blanke meer te bekennen op Java. Lily’s echtgenoot, Raden Amir, raakt zelf ook steeds meer in de ban van de nieuwe politiek leider Soekarno en ook hun kinderen beginnen zich af te zetten tegen hun ‘blanke’ achtergrond, maar daar laat Lily zich niet door ontmoedigen. Ze heeft gekozen voor Indonesië en haar Amir en daar blijft het bij. Ze is vastberaden om haar (gezins-) leven te doen slagen in Indonesië. Een turbulent leven in de tropen volgt.
Het verhaal is boeiend, dat zeker. Het brengt herkenning met zich mee en roept daardoor vragen op over hoe de situatie voor onze voorouders zou zijn geweest in die tijd, of het vergelijkbaar was met de situatie van Lily en Amir, en hoe het zou zijn als zij net als Lily in Indonesië waren gebleven en wij ook daar opgegroeid zouden zijn in plaats van hier in Nederland. Een Indische familie staat centraal die je op een (voor Indische begrippen) uitzonderlijk persoonlijke wijze meeneemt door een Nederlands-Indische geschiedenis over een periode van pakweg twee eeuwen lang. En daar ligt precies het punt waarom het boek als een roman toch niet heeft kunnen pakken. De grote hoeveelheid aan feiten, jaartallen en de vakkundige behendigheid waarmee de familie in de historische context wordt geplaatst doet af aan het verhaal van de familie zelf waardoor het de lezer moeilijk wordt gemaakt zich mee te laten voeren door de hoofdpersonen in deze roman.
Aan de hand van ontmoetingen met verschillende personen die een belangrijke schakel vormen in de geschiedenis van de familie maakt de auteur een reis door de tijd van het voormalig koloniale Indië tot het Indonesië van nu. Elk persoon heeft een eigen verhaal en neemt een speciale plek in in de geschiedenis van de familie, welke met academische precisie worden ingebed in de historische context van het postkoloniale Indonesië. Juist nu de historische context hét kader biedt voor deze roman is het van essentieel belang dat de gebeurtenissen, jaartallen en aantallen die worden genoemd correct zijn. Dat er bijna 200.000 (Indische-)Nederlanders na de soevereiniteitsoverdracht in 1949 naar Nederland zijn gekomen ligt wat aan de hoge kant als je nagaat dat er in die periode rond de 81.000 repatrianten werden geteld.*
Toch is De engel van Kebayoran veel meer dan een geschiedschrijving alleen. Ondanks de fragmentarische informatie die er over de familie voor handen is, komt door de academische vaardigheden van Zweers een nauwkeurig gereconstrueerde familiegeschiedenis tot stand waarin alle gebeurtenissen, verhalen en personen een eigen plek krijgen in het geheel. Het beeldende taalgebruik van Zweers laat je de dingen zien door zijn ogen. Door zijn oren hoor je het geruststellende gesjirp van de krekels op de achtergrond. Hij laat je voelen, ruiken en proeven en geeft een stem aan het uitzonderlijke levensverhaal van Lily, haar voorouders en haar kinderen te midden van een turbulente geschiedenis in het voormalig Nederlands-Indië tot het Indonesië van nu. Hij geeft een stem aan De engel van Kebayoran.
*Noot van de redactie: de door Zweers genoemde aantallen komen opmerkelijk genoeg niet overeen met het totale aantal van (bij benadering) 300.000 repatrianten waar de meeste historici in Nederland het over eens zijn, of met het aantal repatrianten dat in 1949 vertrok.
Bestel het boek via Van Stockum en steun Indisch3.nl!
9
Met I3 op de PMI (2011)
Dit jaar kun je met Indisch 3.0 gratis naar de Pasar Malam Indonesia (PMI). Verder kan je op Indisch3.0 jouw ervaringen ventileren over dit evenement tijdens de looptijd ervan. Van 1 t/m 7 april 2011 vindt de tweede PMI plaats op het Malieveld in Den Haag. Het wordt georganiseerd door de ambassade van Indonesië. De markt is helemaal gericht op promotie van de cultuur, business opportunities, toerisme en de culinaire kant van het ‘authentieke Indonesië.’
Groter
De PMI is dit jaar groter dan in 2010 omdat de Indonesische ambassade nog meer wilt laten zien van Indonesië. Hoeveel groter? Dit jaar heb je niet vijf, maar zeven dagen lang de gelegenheid om een bezoek te brengen aan de Pasar Malam Indonesia. Daarnaast zijn er meer eettentjes, maarliefst 35, met lekkernijen uit onder andere Menado, Java, Ambon, Sumatra. Genoeg gelegenheid om de authentieke smaak uit Indonesië te “proeven” dus. En er is nog veel meer te doen: je kunt exposities bekijken, er zijn sprekers met interessante presentaties rondom het thema, er zijn een hoop culturele optredens en er zullen artiesten komen voor de jongere generatie. Het programma zullen we zo snel mogelijk publiceren. Bekijk hier het interview van I3 met de ambassadeur van Indonesia, Umar Hadi, om te lezen wat zijn verwachtingen zijn voor de PMI 2011.
Jij op I3 & PMI= jij op #I3PMI
De komende tijd vind je op Indisch 3.0 updates over dit evenement en over de actie I3@PMI. Wil je zelf iets toevoegen? Tweet dan je bericht, ngrobol of foto’s met #I3PMI. Dan verschijnt het in de Twitterfall die vanaf morgen t/m 8 april 2011 op onze website staat. Heb je straks waanzinnig mooie foto’s gemaakt op de Pasar Malam Indonesia, of heb je er eentje geschoten die echt de moeite waard is? Mail ze dan naar ons via mail, Facebook of via @Indisch3 {foto} #I3PMI op Twitter. Dan zorgen wij dat jij tussen onze gallery voor fototalenten hangt. Ben je niet zo van de foto’s en wil je graag iets schrijven over de PMI? Wij zijn altijd benieuwd, dus deel je reportage, mening of verhaal met ons en wie weet verschijnt jouw stuk wel op I3.
Win kaarten!
En natuurlijk is Indisch 3.0 er zelf ook bij. Sterker nog, je kunt met ons mee naar de PMI 2011. Daarom organiseren we een speciale actie; I3@PMI. Op 5 & 7 april gaan we met Indisch 3.0-bezoekers naar de PMI, beetje eten, beetje wandelen, beetje kletsen. Lees: tokotest, I3’ers ontmoeten en veel gezelligheid.Daar kan jij 2 kaarten voor winnen! Op deze meetings gaan we met I3-fans, jonge indo’s, anderen die graag mee willen om een hapje eten op de PMI. Wanna join? Om die toegangskaarten voor de PMI 2011 te winnen moet je onze Facebook en Twitter-account goed in de gaten houden. Je kan er op onverwachte momenten prijsvragen aantreffen over updates en publicaties over #I3PMI. Zie je er een voorbij komen, doe dan meteen mee, want nog dezelfde dag maken we de prijswinnaars bekend. De actie loopt t/m 25 maart 2011.
Mega tokotest
Verder kan je nog van ons verwachten dat we een massale tokotest gaan uitvoeren. Iedereen die met ons meegaat naar de PMI, krijgt een proefformulier. De resultaten daarvan zetten we vliegensvlug op Indisch3.nl, waardoor jij gebruik kan maken van onze eetervaringen, ook als je niet met ons meegaat naar de PMI2011.
Populair: Jonge Indo’s..
Alle posts
Recente posts
Reacties
- Indisch4ever on Enqueteren op de 54e TTF
- Jan A Somers on Hacking History – Monument Indië Nederland
- Edcaffin on Hacking History – Monument Indië Nederland
Tweettweettweet
- No public Twitter messages.






