Oproep: lezers van Asta's Ogen of Een Meisje van Honderd!

Mijn naam is Gwen en op dit moment  volg ik de onderzoeksmaster Comparative Literary Studies aan de Universiteit Utrecht en ben ik bezig met mijn afstudeeronderzoek. Ik zoek mensen (2.0 en 3.0) die Asta’s ogen van Eveline Stoel of Een meisje van honderd van Marion Bloem gelezen hebben.

Collectief geheugen

Mijn scriptie gaat over cultural memory (collectief geheugen) van tweede en derde generatie Indo. Met het oog op collectief geheugen onderzoek ik twee romans die als plaatsen van herinnering gezien kunnen worden. De romans die ik gebruik zijn als het ware een soort monumenten. Belangrijk voor mijn scriptie is hoe de romans bij de lezer ontvangen worden. Hiervoor ben ik op zoek naar uitgebreide reacties van tweede en derde generatie Indo’s.

Het verhaal van de Indo

Asta’s ogen van Eveline Stoel is het uitgangspunt van mijn onderzoek. Wat mij bij deze roman opviel, als boekverkoopster en in mijn eigen familie, is dat deze roman vaak doorgegeven wordt aan een volgende lezer omdat het boek het verhaal van de Indo zo goed vertelt. De roman functioneert op deze manier als een soort geschiedenis die doorgegeven wordt. Ik wil deze observatie in mijn afstudeeronderzoek verder uitwerken.

Welke impact op de lezer hadden de twee romans?

Ik vergelijk Asta’s ogen met het boek Een meisje van honderd van Marion Bloem, dat volgens mij ook potentie heeft om zo te functioneren en ik wil de impact van deze twee romans op de lezer verder onderzoeken.Heb jij een van deze boeken gelezen? Dan kun je mij helpen!

Zou je antwoord kunnen gegeven op de volgende vragen?

  1. Ben je Indo? Zo ja, welke generatie? En wat is je link met Indonesië en Nederlands-Indië?
  2. Waarom ben je Asta’s ogen van Eveline Stoel en/of Een meisje van honderd van Marion Bloem gaan lezen?
  3. Had je een gevoel van (h)erkenning? (leg uit)
  4. Sluit het boek aan bij jouw beleving van ‘Indisch’ zijn?
  5. Speelt je achtergrond mee bij het lezen van het boek en zo ja hoe?
  6. Houdt het boek de herinnering van het Indische verleden in stand en is het een roman die je zou doorgeven om die reden?
  7. Wat vond je van het boek?

Laat je reactie achter in de comments of stuur een e-mail naar: G.KerkhofMogot@students.uu.nl

Heel erg bedankt!

Hartelijke groet van Gwen

INDOroutes 14 juni in Amsterdam – voor en door Indische jongeren!

Zoals veel van jullie weten is een groot deel van de Indische jongeren bezig met hun roots en Indische achtergrond, zoals jullie. Ze zijn op zoek naar familieverhalen, bloggen en schrijven er scripties over, maken er documentaires of foto series over, etc. Op zaterdag 14 juni geeft het Indisch Herinneringscentrum – in samenwerking met de Stichting Herdenking 15 augustus 1945 – deze jongeren een plek waar ze ervaringen kunnen delen en elkaar kunnen inspireren. Zo wordt bij een nieuw en jonger publiek een groter bewustzijn van de Indische geschiedenis gecreëerd. Tijdens deze dag hebben jongeren zelf een actieve inbreng, onder andere door middel van workshops, film, muziek, pitches en een informatiemarkt.

Om 14.00 uur zal na de aftrap van Marscha Holman, Bo Tarenskeen openen met een welkomswoord. Een documentaire en pitches van jongeren met roots in Indonesië volgen elkaar in rap tempo op. Nog meer inspiratie krijg je tijdens de workshops. En in de Indische Salons praat je mee over hoe Indisch je bent en hoe je tegenover 15 augustus staat.

De dag vindt plaats in het Bijlmer Parktheater, Anton de Komplein 240, Amsterdam op zaterdag 14 juni a.s. van 14.00 – 19.00 uur. Kaartjes kun je kopen op www.bijlmerparktheater.nl.

Hieronder vind je de inhoud van de dag. Like de Facebook pagina van het Indisch Herinneringscentrum en blijf op de hoogte van updates over de vierde workshop en het definitieve programma.

Tot 14 juni!

 

Workshops

Geef je interview meer impact met video (door Armando Ello); Out of the box met jouw Indo Box (door Nasi Idjo en Indisch Zwijgen? Me hoela); Hoe herinneringen levend te houden (door Simone Berger).

Indische Salons (door Bo Tarenskeen)

Hoe Indisch ben jij?
Wat heb jij met 15 augustus?

Pitches

Door Wouter Neuhaus, Remona Poortman, Armando Ello, Dewi van Beek, Miko Carels, Bernice van Grondelle en Olympia Latupeirissa (OIL).

Documentaire

De koffer. Zoektocht naar een Indisch verleden (van Dewi Staal).

Informatiemarkt

Met o.a. Indisch3.0, Oorlogsgravenstichting, Indonesia Nederland Youth Society, Merapi Tour & Travel.

Dansbare muziek tijdens de borrel

INDOroutesDJ Sir Rocco

'Waar blijft de derde generatie?' We zijn er al!

'The Future of Books'. Foto: www.techeblog.com

Voor het derde jaar op rij geef ik een gastcollege over de Indische derde generatie aan de Universiteit van Amsterdam. In het kader van de collegereeks ‘Indië als postkoloniale herinnering’ discussieer ik met studenten en andere geïnteresseerden die het openbaar college bijwonen. Doodeng, ontzettend leuk en heel leerzaam: voor mijzelf misschien nog het meest.

Uitdaging
In de zaal zitten enkele studenten (achterin) en een grote groep oudere toehoorders (helemaal vooraan). Ik ben benieuwd of er Indische Nederlanders tussen zitten, maar onder de – overwegend Letteren- studenten zijn geen Indo’s. De meeste ouderen hebben een speciale band met het voormalige Indië, hebben er gewoond of hebben Indische familie en kennissen. Deze groep toehoorders van alle leeftijden daagt me uit het in toegankelijke taal te hebben over online communities, hybride identiteiten en post-memory: begrippen uit mijn scriptie over drie generaties Indische identiteitsvorming: Van Pasar Malam tot I Love Indo (2009). Elk jaar is het college een goede reden om te lezen wat anderen recent over dit onderwerp schreven en opnieuw vragen te stellen. Wat staat er nu nog van mijn onderzoek overeind? Hoe profileren jonge Indo’s zich anno 2013?

De derde generatie leeft in een multimediale wereld

Post-herinneringen
Wat drie generaties Indische Nederlanders van elkaar onderscheidt, is de afstand tot bepaalde gebeurtenissen. De eerste generatie heeft Nederlands-Indië zelf meegemaakt, de tweede generatie in mindere mate en de derde generatie helemaal niet. Er is sprake van werkelijke herinneringen bij oudere Indo’s en van ‘post-herinneringen’ bij de jongere generaties: gebeurtenissen die indirect, bijvoorbeeld via verhalen, zijn overgedragen. Een van mijn bevindingen in 2009 was dat de derde generatie haar Indische identiteit anders beleeft en vormgeeft. Naast de Indische bestaan andere gelijkwaardige identiteiten: die van Nederlander, student, filmliefhebber, buurtbewoner. Ook uit de Indische identiteit 3.0 zich passend bij deze tijd: in een multimediale wereld.

'The Future of Books'. Foto: www.techeblog.com
‘The Future of Books’. Foto: www.techeblog.com

Online wereld
Internet speelt een grote rol in de identiteitsvorming van jongeren, ook bij jonge Indo’ s. In mijn scriptie noemde ik daarbij het sociale netwerk Hyves, dat inmiddels op zijn retour is. Hoe snel verandert de online wereld (en wat word ik snel oud)!  Maar het gebruik van sociale media neemt nog altijd toe en brengt iemand van ver weg virtueel dichtbij, iets dat voor de derde generatie bijna vanzelfsprekend is. Zo zocht een verre achternicht, (een kleindochter van mijn opa’s zus, die altijd in Indonesië is gebleven) via Facebook contact met mij, in haar zoektocht naar haar Nederlandse roots!

Hoe treedt Indo 3.0 naar buiten? Bijvoorbeeld door de facebookpagina van Indisch 3.0 te liken, en zo het Indische deel van zijn of haar identiteit tonen aan de buitenwereld. Daarmee profileert de generatie zich niet als eenheid, maar als een uiteenlopende verzameling individuen, die één ding gemeen hebben: een Indische achtergrond.

De derde generatie is weinig zichtbaar in de literatuur

‘Het Indische verhaal is al verteld’
Voorafgaand aan het college was een artikel van Esther Captain meegegeven. Captain was een van de eerste Indische 3.0’ers die over de derde generatie schreef. In haar essay ‘Indo rulez’ (Indische letteren, 2003) bespreekt ze de kritiek van de tweede generatie dat de derde generatie te weinig zichtbaar is in de literatuur. ‘Waar blijft de derde generatie?’, vroeg Indische letteren haar. Captain antwoordt dat ook de tweede generatie schrijvers (Marion Bloem, Adriaan van Dis, Ernst Jansz) rijkelijk laat debuteerde: de meesten naderden de veertig of waren die leeftijd al gepasseerd. Geduld is dus geboden. Daarnaast concurreert de derde generatie met jonge schrijvers van een andere migrantenafkomst. Uitgevers kiezen eerder voor het verhaal van nieuwe Nederlanders: ‘Het Indische verhaal is toch al verteld?’ Ook zegt Captain dat andere tekstuele uitingsvormen, zoals rap-teksten of de in chatrooms gebruikte taal als nieuwe literaire uiting gezien kunnen worden.

Andere verhalen
Natuurlijk, literatuur is de core-business van Indische Letteren. Maar als ik de vraag breder trek, zie ik niet waarom je alleen op papier een Indisch verhaal kan vertellen. Veel jonge Indo’s zijn muzikant, danser, presentator, acteur…Ook zij vertellen een verhaal, maar de manier waarop is anders en ja, ook het verhaal is anders. En al ligt er nog weinig van de schrijvers onder ons  in de boekhandel, online publiceren doet niet meer onder voor publiceren op papier. Dus om de vraag te beantwoorden: ‘Waar blijft de derde generatie?’ Kijk om je heen, we zijn er al!

Verder lezen?
Captain, Esther. ‘Indo rulez!’ (2003) uit Indische Letteren, 18e jaargang, nummer 4.
Iburg, Nora. Van Pasar Malam tot I Love Indo. Identiteitsconstructie- en manifestatie door drie generaties Indische Nederlanders (2010). Uitgeverij Ellessy.

Integratiedebat en identiteit bij Indische jongeren

Als jongen met een Indische moeder en Nederlandse vader heb ik wat je zou kunnen noemen een “lichtgetint uiterlijk”. Zoals dat wel vaker gebeurt bij 3e generatie Indo’s leidt mijn uiterlijk vaak tot vragen over mijn afkomst. Deze vragen en het feit dat “het Indische” een weinig besproken onderwerp was bij ons thuis, zorgde ervoor dat ik me als puber ging afvragen wat mijn afkomst precies inhield en wat het voor me betekende. Tijdens mijn studies Culturele Antropologie en Sociologie deed ik verschillende projecten met een Indisch getint onderwerp en ook in mijn master thesis stond het Indische centraal.

Aanleiding voor het onderzoek

In het onderzoek dat tot deze thesis moest leiden wilde ik twee voor mij relevante onderwerpen combineren: de Indische identeit van jongeren en de verharde toon in het politieke en publieke debat omtrent integratie en multiculturaliteit. Een van de redenen hiervoor was dat mijn eigen vragen over mijn Indische identiteit vaak in relatie stonden tot de toon van dat debat. Steeds vaker realiseerde ik me dat culturele verschillen voor sommigen blijkbaar een probleem zijn. Wat betekent dit dan voor mij en mijn eigen gemengde achtergrond? Versterkt dit mijn culturele identiteit? Ik besloot mijn onderzoek te richten op de vraag Wat is de invloed van het integratiedebat op de manier waarop Indische jongeren betekenis geven aan hun culturele achtergrond?

Diepte-interviews

Bij mijn onderzoek betrok ik 21 jongeren behorend tot de derde generatie Indische Nederlanders. Om met hen in contact te komen begon ik in mijn eigen netwerk en paste zogenaamde snowball-sampling toe. Simpel gezegd hield dat in dat ik de mensen die ik interviewde vroeg om andere geïnteresseerden aan te dragen. Bij het benaderen van respondenten probeerde ik voor zo veel mogelijk variatie te zorgen in opleidingsniveau, uiterlijk en de mate waarin er interesse is in de Indische achtergrond.

Van iedere respondent nam ik vervolgens een face-to-face diepte interview af. Hierbij lette ik op de manier waarop de respondent over diens Indische achtergrond sprak nadat het integratiedebat ter sprake was gekomen. Daarnaast probeerde ik er achter te komen of het  niveau van interesse in “het Indische”,  het verschil in opleidingsniveau en en het wel of niet hebben van een “Indisch uiterlijk” (dit laatste baseerde ik op hoe mensen aangaven door anderen te worden gezien) invloed heeft op de posities die de geïnterviewde inneemt in het  integratiedebat.

Aan de hand hiervan kon ik de respondenten opdelen in drie categorieën die aangeven in welke mate zij beinvloed worden door het integratiedebat in de manier waarop zij zich verbonden voelen met hun Indische achtergrond: 1) niet beïnvloed (10 respondenten), 2) subtiel beïnvloed (5 respondenten) en 3) bewust beïnvloed (6 respondenten). Binnen elk van deze drie categorieën zijn vervolgens ook nog  3 profielen te onderscheiden. De verschillende profielen zijn gebaseerd op verschillen in interesse in de Indische achtergrond en manier van beïnvloeding door het integratiedebat. In totaal kwam ik op 9 profielen. Dit geeft aan dat de groep geïnterviewden zeer heterogeen was.

Opvallende resultaten

De resultaten laten een aantal opvallende dingen zien. Allereerst is het zo dat mensen die door het integratiedebat niet beïnvloed worden in de manier waarop zij betekenis geven aan hun Indische achtergrond, sterk van elkaar verschillen in de mate waarin zij met die achtergrond bezig zijn. Sommigen zijn hier niet mee bezig, anderen het ene moment wel en op andere momenten minder en voor weer anderen heeft een Indisch-zijn juist een sterke betekenis. De respondenten die niet worden beinvloed, lopen wat hun indische identiteitsbeleving betreft dus zeer uiteen.

Ditzelfde geldt voor de subtiel en bewust beïnvloede categorieën, die samen ongeveer de helft van mijn sample vormen. Opvallend is wel dat zij over het geheel genomen wel meer interesse in hun Indische achtergrond hebben. Opvallend is verder dat veel jongeren uit deze groep opgegroeid zijn met vragen over wat hun Indische achtergrond precies voor hen betekent. Een ander interessant punt is dat de mate waarin iemand wel of niet als Indo, allochtoon of buitenlander wordt bestempeld door anderen, samenhangt met de mate van interesse in de eigen Indische achtergrond en de mate waarin diegene wordt beïnvloed door het integratiedebat. Kort gezegd: hoe meer iemand als anders gezien wordt, hoe meer diegene interesse heeft in zijn/haar achtergrond en hoe eerder diegene beïnvloed wordt door het huidige integratiedebat.

Tot slot bleek dat er sprake is van een zogenaamde ruimere identificatie. Het blijkt dat bij het grootste deel van de jongeren die subtiel of bewust beïnvloed worden door het integratiedebat, de identificatie met de Indische achtergrond als het ware voorbij de grens van het Indische reikt. Deze jongeren voelen zich niet alleen verbonden met andere Indische mensen maar ook met andere mensen met een migrantenachtergrond en niet-westerse allochtonen. Sommigen van hen voelen zich zelfs deel uitmaken van een soort groter allochtoon geheel. In die zin is het misschien ook niet vreemd dat de manier waarop zij betekenis geven aan hun Indisch-zijn beïnvloed wordt door de harde toon van het integratiedebat, ook al zijn Indische Nederlanders hierin geen onderwerp van discussie.

Belangrijkste conclusies

Er zijn naar mijn idee twee hoofdbevindingen die uit mijn onderzoek naar voren komen. Allereerst is dat de bevinding dat de helft van de respondenten zich meer met het Indische (en minder met het Nederlandse) identificeert naarmate de toon van het integratiedebat verhard. In de tweede plaats is dit de ruimere identificatie van veel Indische jongeren met andere migrantengroepen en niet-westerse allochtonen.

Beide bevindingen hebben niet alleen betrekking op Indische jongeren, maar ook op het integratiedebat in zijn geheel. Gezien het feit dat een deel van de respondenten zich gedeeltelijk “afkeren” van het Nederlands-zijn, is het wellicht zo dat de toon van het huidige integratiedebat een negatieve rol speelt bij de integratieproblematiek van verschillende migrantengroepen. Juist doordat de toon verhard, voelen migranten zich wellicht eerder aangetrokken tot hun migrantenachtergrond en meer uitgesloten van de Nederlandse maatschappij. Eens te meer blijkt dat inzicht in de positie van de Indo binnen de nederlandse samenleving een belangrijke rol zou kunnen spelen in het integratiedebat en de toekomst van multicultureel Nederland.

Het volledige onderzoek, geschreven in het engels, is hieronder te downloaden in PDF-formaat:

Affected Ethnic Identities (ctrl-klik/rechtermuisklik op de link om te downloaden)