Ngroblog: Bahasa Indonesia (ondanks dat oma het verbiedt)

Mam, heb je een boekoe pienter voor ons? Ik wil onze kinderen graag Bahasa Indonesia leren. Omdat we straks op plekken komen waar wellicht alleen dialecten gesproken worden is dat wel handig om ons verstaanbaar te maken.  Hoe deden jullie dat trouwens vroeger? Spraken jullie met de baboe, de djongos, de kokkie en de kinderen op straat Nederlands of Indonesisch?

De getallen, hoe je jezelf voor te stellen en vooral de grappige woorden worden opgeschreven
De getallen, jezelf voorstellen en vooral de grappige woorden worden opgeschreven

Mijn moeder vertelde me dat er thuis absoluut geen pasar Maleis gesproken mocht worden. ‘Wij zijn Nederlanders en dit is onze moedertaal,’ werd er door je oma ingeprent en je kon een draai om je oren krijgen wanneer ze het toch hoorde. Toen ze in Nederland kwamen in ’51 spraken mijn ooms en tantes dan ook algemeen beschaafd Nederlands. Helaas bleken sommige Zeeuwen dan weer onverstaanbaar.

Om ons nog meer onder te dompelen in de cultuur en korte gesprekken te kunnen voeren ben ik begonnen om de kinderen enige woorden bij te brengen. Dit gaat heel speels met een Moluks kwartetspel en ook een Molukse memory hebben we op de kop kunnen tikken. Zo weten onze kinderen wat een rumah, een sapu lidi en zelfs een parang is. Ze spreken oma nu ook liefjes aan met nenek.

De spelletjes worden aangevuld met sprookjes van Wieteke van Dort. De liedjes die ze zowel in het Nederlands als in het Indonesisch zingt kennen ze nu helemaal. Mijn oudste noteert de vele woorden op een poster, zodat we het elke dag zien. En zo hopen we, ondanks dat oma het verbiedt, een aardig woordje Bahasa mee te kunnen praten.

P.s. Het kwartet- en memoryspel is te bestellen bij http://www.toko-buku.nl/spellen

Ngroblog: 3.0 terug naar de oorsprong

Molukken, jullie zijn toch Indisch? Hoe is het gekomen… Begin september brachten we een bezoek aan het MHM, het Moluks Historisch Museum. We hadden namelijk gehoord dat het museum twee weken later zijn deuren zou sluiten in verband met een subsidiestop. In het museum zou ook een vergadering plaatsvinden met allemaal Molukkers, reden te meer om eens te kijken naar die tak.

Kijkend naar een film over de overtocht van de Molukkers van Java naar Rotterdam.
Kijkend naar een film over de overtocht van de Molukkers van Java naar Rotterdam.

En wat wil het geval, bij de koffie vraagt een vrouw ons naar de achternamen van deze overgrootouders. Nou, de moeder van opa Scholten heet Pattynama en de vader van oma Scholten is een Pattypeilohy. Ze pakt vervolgens een atlas van de Molukken en wijst 2 eilanden aan: “hier, van het eiland Haruku, en dan het plaatsje Oma, komen de Pattynama’s vandaan!” “En de andere tak?” “Die komen van het eiland Saparua, specifiek het plaatsje Ulat!”

En zie, de basis van onze rootsreis is gelegd. We gaan deze zomer op zoek naar de oorsprong van onze Indische familie.

Indisch filmproject zoekt steun

Help ‘Perjalanan’ het witte doek op

Perjalanan, dat ‘de reis’ betekent, is een korte film van 15 minuten. Het gaat over twee Indo’s die voor het eerst in hun leven het land van hun voorouders bezoeken; Indonesië. De film is er nog niet. Sinds een paar weken staat het project op Cinecrowd, om het bedrag van € 9.500 bij elkaar te sprokkelen. Met nog een kleine maand te gaan, is producent Josscy Vallazza Aartsen naarstig op zoek naar sponsors voor de resterende 80% van het benodigde bedrag.

Ik spreek Josscy telefonisch en vraag hem naar de voortgang van het crowdfunding-project. “Het gaat redelijk. We hebben enorm veel sponsors, als je ons project vergelijkt met andere Cinecrowd-projecten. Maar de grote bedragen blijven uit. We hebben wel wat toezeggingen van bedrijven, maar die hebben we nog niet mogen verzilveren. We gaan de rewards aanpassen, zodat iedereen die ons steunt een kaartje voor de première krijgt. En we werken aan een aantal acties.”

Waar gaat de film over?
“John en Dewi hebben al ruim drie jaar een gelukkige relatie met elkaar. Beiden hebben eigen ideeën en verwachtingen van het land. Voor Dewi is het de ontmoeting van de familie van moeders kant. Haar moeder is zes jaar geleden overleden. Sindsdien is zij op zoek naar antwoorden. John daarentegen wil heel graag de bezienswaardigheden van het land zien waar hij al zoveel over gehoord en gelezen heeft en bovenal genieten van de vakantie. Voor beiden is het een zoektocht naar hun eigen identiteit.”

Dewi Reijs speelt Dewi, die  fotografe van beroep is.
Dewi Reijs speelt Dewi, die fotografe van beroep is.

Waarom willen jullie deze film maken?
“We willen een verhaal vertellen dat gaat over de groep uit Nederland waar nog maar zelden aandacht voor is: mensen met een Indonesische achtergrond.* Dit geldt voornamelijk voor de generatie van nu. Voor hun is de eerste reis naar Indonesië een belangrijk moment in hun leven.  Ik ben half Indonesisch en heb deze reis gemaakt. In gesprekken met andere mensen die affiniteit hebben met Indonesië, merkte ik dat mijn ervaringen raakvlakken hadden die van mensen van Indonesische of Indische komaf.”

Hoe heb je de acteurs gevonden?
“Ik heb een vrij specifieke oproep op Filmstart gezet, voor Indische acteurs en actrices. Dewi Reijs was de eerste die reageerde. Ik wist meteen dat ik haar bij de audities wilde hebben. Er zijn zes mensen geweest voor haar rol en ook voor de rol van John. Uit de mensen voor zijn rol deelnamen, kon ik niet zoeken. Ze waren het allemaal net niet. Totdat Dewi Reijs zelf voorstelde om Klemens Patijn te vragen. Ze had al eerder met hem gewerkt. En hij had ook nog Indische wortels. Eind vorig jaar hebben we de audities gedaan. Nu zitten we te popelen om te beginnen.”

En daar helpt Indisch 3.0 graag bij.

Help Perjalanan!
Om te beginnen help je Perjalanan natuurlijk door sponsor te worden. Dat kan al vanaf 10 euro. Maar je kan ook helpen door met ze mee te denken. Wat vind jij? Wat kunnen Josscy, Dewi en Klemens kunnen doen om meer sponsors en grotere bedragen binnen te krijgen? Ligt het aan de rewards? Is het een kwestie van afwachten? Of denk jij dat de oplossing in iets heel anders ligt? Weet jij een spectaculaire actie waarmee ze 7500 euro kunnen inzamelen Laat het ons weten en reageer onder deze post.

3.0 in de media: Sonja Verbaarschott

Ik wil geïnspireerd blijven om mooie uitzendingen te maken

Sonja Verbaarschott (1975), Indisch via haar vader, is eindredacteur bij het jeugdjournaal. Tijdens de gezellige drukte op de NOS redactie vertelt Sonja met passie over haar baan, haar twee kinderen en de reis die ze maakte naar Indonesië.

Eindredacteur Sonja Verbaarschott © Nora Iburg / Indisch 3.0 2012
Eindredacteur Sonja Verbaarschott © Nora Iburg / Indisch 3.0 2012

Nauwelijks binnen krijg ik meteen een rondleiding op de redactie, waar medewerkers van de verschillende programma’s aan kantooreilanden werken. ‘Een leuke opstelling, want zo kun je snel met collega’s informatie uitwisselen,’ zegt Sonja. Een eindredacteur van het NOS Journaal voegt de daad bij het woord: ‘In de VS krijgt een hond een snuitreconstructie, is dat niet interessant voor jullie?’ We gaan zitten aan een hoge tafel midden op de werkvloer. Soms wordt het gesprek onderbroken voor belangrijke ontwikkelingen in de uitzending voor die avond. Maar nergens bespeur ik ook maar enige vorm van stress bij de eindredacteur, die heel natuurlijk schakelt tussen zakelijke besluiten en persoonlijke antwoorden op mijn vragen.

Lotsbestemming
Sonja’s grootouders kwamen in 1952 vanuit Sumatra naar Nederland. Opa was een oud KNIL militair, die Sonja heeft gekend als een fragiele, stille man. Met oma had ze een hechte band, van wie Sonja en haar moeder Indisch leerden koken. ‘Indisch is voor mij warmte en dat er altijd genoeg eten is. En lotsbestemming; het gevoel dat sommige dingen gewoon zo moeten zijn. Wat er Indisch aan mij is? Blijkbaar heb ik sommige gewoonten overgenomen, zoals in het kopje van een gast roeren.’ De zuinigheid die haar oma en vader aan de dag legden, heeft ze zelf niet voortgezet: ‘Dat kon soms ver gaan hoor, koffie hergebruiken bijvoorbeeld.’

Onbeschreven gevoelens van identiteit
Ondertussen laat Sonja een soepje halen, ‘In de kantine hebben ze ook zogenaamd Indisch eten. Dat moet je dus niet eten hier…’ Tijdens haar studie journalistiek woonde Sonja in een studentenhuis in Amstelveen. ‘In die tijd (begin jaren negentig, red.) kon ik nog aanspraak maken op een minderheidsregeling voor studenten, ongelooflijk eigenlijk.’ Wanneer huisgenoten in het weekend naar hun ouderlijk huis gingen, vroeg zij zich soms af wat voor haar ‘thuis’ was. Ze kon die onbeschreven gevoelens van identiteit niet goed plaatsen.

‘Tijdens mijn reis heb ik ervaren dat het goed is zoals ik ben. Je moet vooral nu genieten van alles wat je doet.’

Goed zoals ik ben
Op haar zestiende vertrok Sonja als uitwisselingsstudent naar Portugal. ‘Mijn vader sprak nooit over Indië en misschien zocht ik in een mediterrane omgeving en mentaliteit iets van mijn Indische afkomst.’ Pas tien jaar later reisde ze naar Indonesië. Zonder enorme verwachtingen, maar hopend op mooie ontmoetingen. ‘Ik wilde oude mensen spreken, weten hoe zij leefden. Bij de VVV in Bukittingi – mijn oma’s geboortestad – ben ik op straat gaan zitten en raakte zo met allerlei mensen in gesprek. ‘Tijdens mijn reis heb ik ervaren dat het goed is zoals ik ben. Je moet vooral nu genieten van alles wat je doet.’

Sonja Verbaarschott op de redactie van het Jeugdjournaal © Nora Iburg / Indisch 3.0 2012

Opa en oma kroepoek

Haar twee zoons van zeven en vier jaar zijn gek op lemper en spekkoek en krijgen ook hun portie familiegeschiedenis. ‘We vertellen over opa’s geboorteland, maar willen ze niet overvoeren met verhalen. Als ze het interessant vinden kunnen ze zelf komen vragen.’ Sonja’s kinderen kennen de luxe van maar liefst drie paar opa’s en oma’s. De buren zijn ook Indisch, dus zij zijn “opa en oma kroepoek”. ‘Mijn zoontje kreeg van “opa kroepoek” een batik overhemd, dat wil hij nu bij elke speciale gelegenheid aan. Wat ik mijn kinderen vooral wil meegeven is dat andere culturen leuk zijn. Wij wonen in een overwegend witte gemeenschap in Amstelveen, dus dat doe ik heel bewust.’

‘Het leukste aan mijn werk is dat je aan de basis én aan het eind van een uitzending staat. Het mooiste is als alle lijntjes weer bij elkaar komen.’

Alle lijntjes bij elkaar

Sonja Verbaarschott © Nora Iburg / Indisch 3.0 2012

Sonja begon als allround medewerker bij de lokale zender AT5. In 2007 werd ze redacteur bij de NOS en na een jaar werd ze gevraagd om eindredacteur te worden bij het jeugdjournaal. ‘Het leukste aan mijn werk is dat je aan de basis én aan het eind van een uitzending staat. Het mooiste is als alle lijntjes weer bij elkaar komen.’ Gevraagd naar journalistieke hoogtepunten borrelen al gauw de spannende verhalen naar boven: Heftige gebeurtenissen op locatie die uiteindelijk een geslaagde uitzending opleverden. Bijvoorbeeld het neergestorte vliegtuig in Libië, met als enige overlevende het Nederlandse jongetje Ruben. ‘Mijn verslaggever had geen bereik meer en we konden pas heel laat verbinding krijgen. Ik voel dan een grote verantwoordelijkheid voor de verslaggever.’ Gelukkig kon de verslaggever een telefoon regelen en werd het een goede reportage.
Voor de toekomst wil Sonja vooral zorgen dat het werk leuk blijft. ‘Steeds beter worden en geïnspireerd blijven om mooie uitzendingen te maken.

Oproep: Ben jij of ken jij een 3.0’er in de media waarvan jij graag een interview zou willen lezen? Laat het ons weten door een mailtje te sturen naar nora@indisch3.nl

 

3.0 in de Media – Levi van Kempen

Levi van Kempen © Anouschka Wardekker

“Binnen de Indische cultuur zijn veel mooie verhalen ontstaan.”

Levi van Kempen © Anouschka Wardekker
Levi van Kempen © Anouschka Wardekker

Als 8-jarig jongetje zong hij het liedje ‘ik wil niet dat je liegt’ van Paul de Leeuw tijdens een mini-playbackshow. Toen wist hij al welke kant hij op zou gaan. Nu is hij bekend als stemacteur, acteur en presentator bij onder andere Disney. Hij geniet van zijn werk, maar kan minstens zoveel genieten van het Indische eten en de cultuur. Ik heb het over de 3.0 in de media: Levi van Kempen (24).

Fotografie: Anouschka Wardekker

Levi is Indisch via zijn vader: zijn grootouders komen uit Tegal en Sukabumi. Levi heeft zowel Indisch, Nederlands als Grieks bloed, maar voelt zich vooral verbonden met zijn Indische afkomst. De presentator heeft een grote liefde voor Indisch eten en omdat hij zelf niet goed kan koken, is hij bijna dagelijks te vinden bij een toko of gaat langs bij zijn ouders. Zijn vader houdt van koken en opent binnenkort in Houten een Indonesische bezorgservice ‘Indo Ketjil’ – De kleine Indo.

Roots reis
Levi is twee keer in Indonesië geweest: ‘Wow hier liggen dus mijn roots, dacht ik toen. Hier komt mijn bloed vandaan en ligt een deel van mijn familiegeschiedenis. Dat is zo bijzonder. Ook heb ik daar de stille kracht van de Indische cultuur ervaren. Met een vriend ging ik een winkel met maskers in. Er kwam een walm op ons af. Ik zag een masker schommelen en beiden kregen we ineens knallende koppijn. We wisten: “Dit is niet goed.” Meteen zijn we naar buiten gegaan en hebben het nog ongeveer twee uur gevoeld. Het kan van alles zijn geweest, maar het blijft frappant.’

Levi van Kempen © Anouschka Wardekker
Levi van Kempen © Anouschka Wardekker

Het wapen van de Van Kempens
Levi hecht heel veel betekenis aan de Indische cultuur. Hij beseft dat zijn familie het niet makkelijk heeft gehad tijdens de oorlog. De broer van zijn opa heeft aan de Birma Spoorlijn gewerkt: ‘Hij heeft het gelukkig overleefd, maar het moet vreselijk zijn geweest. Aan de hand van onze familiegeschiedenis is er, eigenlijk als grap, een familiewapen ontstaan. Een bord met een lepel en een vork. Zo simpel, maar zo veelzeggend. Mijn opa was op dat moment al overleden, maar zijn broer vertelde dat mijn opa en hijzelf het hebben van eten heel erg waardeerden. Tijdens de oorlog heeft mijn opa ongelooflijk veel honger gekend en dankte God elke dag dat hij eten had.’

De Indische Herenclub
Levi is sinds kort lid van de Indische Herenclub. Hiervan mag je alleen lid worden als je een mannelijke Indo bent, werkzaam in de mediawereld. De club bestaat uit ongeveer 20 mannen. Levi is het jongste lid. Het kerndoel van deze club is praten over het oude Nederlands-Indië, samen eten en kijken of ze leuke projecten kunnen opstarten met elkaar. De voorzitter van de club is acteur Martin Schwab: ‘De Indische Herenclub wordt heel serieus genomen. Ik moest een inauguratie speech houden waarin ik iets vertelde over mijn Indische achtergrond, en aangeven waarom ik lid wilde worden.

Levi van Kempen © Anouschka Wardekker
Levi van Kempen © Anouschka Wardekker

Lekker stinken
Waar Levi ook speelt, hij is altijd opzoek naar Indisch eten. Zijn collega’s verbazen zich erover waar hij het elke keer weer vandaan haalt. Tijdens de ‘Je Anne’ tour waarin Levi de rol van ‘Peter’ speelde, wist hij van elke stad waar de toko’s zaten: ‘Zodra we aankwamen hadden we drie kwartier speling. Deze drie kwartier bestond voor mij en Thom Hoffman uit naar de toko lopen, eten halen,  opwarmen, opeten en omkleden. Vervolgens lekker stinken op het toneel. Ik zal geen namen noemen, maar dat werd me niet altijd in dank afgenomen, haha.’

Geinen en keihard werken
Levi geniet van zijn werk. Plezier is één van de grootste motivaties voor Levi om door te gaan: ‘Ik vind het leuk om ergens in uit te blinken. Geinen en keihard werken. Zolang je die mengelmoes hanteert, ben je professioneel bezig. Ik wil continu beter worden en er valt altijd iets te polijsten. Dit brengt mij uiteindelijk dichter bij mijn dromen. Ik barst van de dromen, maar het heeft alleen zin ze uit te spreken als ze je verder kunnen brengen. Ik  zou graag een Nederlands-Indische film willen maken. Op deze manier kan ik me inzetten voor de Indische cultuur. Een prachtige cultuur waarbinnen veel mooie verhalen zijn ontstaan.’

Van welke 3.0 in de media wil jij graag een interview lezen? Of ben jij een 3.0 in de media die mee zou willen werken aan een interview? Laat het ons weten door een e-mail te sturen naar liselore@indisch3.nl 

Wanneer dromen tastbaar worden (3)

wanneer dromen tastbaar worden (3) Roos

Verre reizen
brengen veel teweeg
ze spelen in op je gevoel
halen je uit een vast patroon
deadlines zijn er even niet
de tijd is weer van jou
achter de hout bewerkte deuren
schuilt een wereld
die je nog niet kende
uit boeken misschien
‘The Lonely Planet’
maar een boek kent geen geur
geen aanraking
een boek is soms enkel een voorbereiding
op een droom die langzaam tastbaar  wordt
voor mij althans

Ubud
‘Taxi, taxi, you want taxi?’ Geen taxi voor ons vandaag. Enkel ‘wennen’ staat op het programma. Wennen aan het klimaat, het ritme, de geur, de mensen om ons heen, cultuurverschillen. Wennen aan Indonesië. Het gevoel van ‘thuiskomen’ heb ik niet direct. Een teleurstelling? Nee, ik ben Indisch, maar ook Nederlands. Dus wat is thuis? Staat dat in je paspoort of is dat bij je familie? Wat is míjn thuis? Vragen, vragen en nog meer vragen. En ik ben nog geen 24 uur in Indonesië.

Ubud is anders. De straten zijn ongelijk. Ik struikel vaak, moet toch echt mijn voeten beter optillen. Er zijn veel winkeltjes en iedereen wil je iets verkopen. In verschillende boeken heb ik gelezen dat je moet afdingen omdat de prijzen echt te hoog zijn. Afdingen is nooit mijn sterkste punt geweest en dat lijkt nog even zo te blijven. Een oude vrouw zit voor haar winkel waar ze houten sieraden verkoopt. Ik heb een zwak voor sieraden, voor natuurlijk materiaal en voor oude mensen. Ik moet de winkel in. De oude vrouw spreekt bijna geen Engels maar met handen en voeten komen we een heel eind. Ik zie een armband die lijkt op de armband die mijn moeder ooit van haar oma Suus kreeg. Het verhaal gaat dat je minder last van hoofdpijn hebt als je deze armband draagt. Ik wil graag weten of dat hier ook zo is. Daar zit ik dan achter in de winkel naast de oude vrouw te wijzen naar mijn hoofd, terwijl ik ‘auw auw’ zeg. Sommige woorden zijn universeel toch? Ik dénk dat ze me begrijpt. ‘Yes,’ antwoordt ze. ‘You want one?’ Ik kan geen nee zeggen en waarschijnlijk betaal ik teveel, maar ik kan het niet over mijn hart verkrijgen er minder voor te geven.

Na wat langer door de straten van Ubud te hebben geslenterd is het tijd voor eten. In een restaurantje krijg ik een kaart met enkele voor mij, bekende gerechten. De soto doet mij denken aan thuis. Soto is voor mij onlosmakelijk verbonden met mijn verjaardag, mijn verjaardag is verbonden met mijn familie en mijn familie is verbonden met Indonesië. Ik neem soto. Deze is anders, maar toch herken ik de smaak. Terwijl ik eet, denk ik na. Nu ik hier ben besef ik nog meer dat dit kleurrijke land ooit het thuis van mijn opa, oma, moeder, ooms en tantes was. Dat Nederland plotseling hun nieuwe thuis werd. Maar voelde Nederland als thuis? Als ik al zoveel kleine dingen terugvind in Indonesië, de geur, de humor, het verhaal achter de armband, hoe moet het dan voor hun zijn geweest om te aarden in Nederland? Hebben ze er enkel het beste van gemaakt door een stukje Indië mee te nemen naar Nederland en dit van generatie op generatie over te dragen? Vasthouden door doorgeven? Ik weet het niet.

Wanneer dromen tastbaar worden (2)

Yulia village inn

Wanneer nacht vanzelf morgen wordt

Een taxi brengt ons door de donkere straten van Bali naar Ubud. Wanneer ik door het raam naar buiten kijk, zie ik enkel duisternis. Het kan me niet snel genoeg licht worden. In Ubud worden we afgezet bij ‘Yulia Village Inn’. Hier zullen we onze eerste nacht doorbrengen. De kamer voelt nat en klam. Het is zo anders. Ik besef nog steeds niet dat ik er ben. Ik ben in Indonesië, op Bali, in Ubud. Onwerkelijk, maar waar.

Vermoeid van de reis kruipen we het bed in. Klokslag drie uur ’s nachts worden Sjors en ik tegelijk wakker. Is dit nu de jetlag? Omdat bij beiden de slaap ver te zoeken is, besluiten we de Indonesische televisie te gaan ontdekken. Niet te vergeten strijdt Nederland die avond om de wereldbeker. Daar zitten we dan, midden in de nacht, klaarwakker, in een land dat voor mij ergens ruikt naar thuis, stiekem te hopen dat Nederland wereldkampioen gaat worden. Hoe dubbel kan het soms zijn.

Als ik wakker word, weet ik niet hoe snel ik naar buiten moet. Ik hoor mensen praten. Ik hoor geluiden die ik niet weet te plaatsen. Snel open ik de bewerkte houten deuren. Opnieuw valt diezelfde natte deken, die mij ook op het vliegveld overviel, over mij heen. Vandaag ga ik maar eens aan dit klimaat wennen.

Wanneer Sjors en ik aangekleed zijn, gaan we richting het ontbijt. Overweldigd door alle kleuren, geuren en geluiden, let ik, dromer die ik ben, totaal niet op. Ik struikel. Een klein gevlochten mandje ligt voor mij, de inhoud ervan ligt achter mij. Op dat moment weet ik nog niet dat dit een met veel liefde en zorg bereid offertje is. Later zal ik nog veel meer van deze offertjes tegenkomen en deze met alle voorzichtigheid ontwijken.

Het ontbijt bestaat uit Pancakes, French toast of Nasi. Nasi klinkt erg aantrekkelijk, maar ik kan met mijn niet perfect werkende darmstelsel op de vroege ochtend toch echt beter voor de Pancakes of French toast gaan. Ik besluit de Pancakes een kans te geven. Deze gaan erin als koek. De basis is gelegd om Ubud te gaan ervaren.

Wanneer we de straat opgaan, worden we overvallen door taxichauffeurs. ‘Taxi, taxi, you want taxi?’ Wanneer wij heel beleefd antwoorden dat we geen taxi nodig hebben, geven ze het natuurlijk niet zomaar op. ‘You need taxi today, tomorrow, yesterday?’ Om de ‘yesterday’ wordt er smakelijk gelachen. Sjors en ik lachen net zo hard mee. Direct denk ik dit zou zomaar een slechte grap van mijn moeder of mij geweest kunnen zijn. Verdacht.

Wanneer dromen tastbaar worden (1)

Welcome to Bali

Indonesië gaan zien is een feit

Zomer 2010. Voor het eerst zal ik het land gaan bezoeken waar ik van kleins af aan over droom. Indonesië, Indië, Nederlands-Indië. Het land waar mijn roots gedeeltelijk liggen. Het land waar mijn opa altijd zo naar terug verlangd heeft. Het land waar mijn oma juist liever niet meer terug wilde komen. Zou het echt zo zijn dat de geur herkenning bij mij oproept? Dat elke man van mijn opa’s leeftijd mij aan mijn opa zal doen denken? Ik zal het gaan ervaren.

Schiphol. Enkel 20 uur vliegen staat nu nog tussen mij en mijn lang gekoesterde droom in. Het moment van herkenning, van voelen en misschien (nog) dichterbij mezelf komen. Dag lieve mama. Nog eenmaal vraag ik haar of ze het echt niet erg vindt dat ik eerder naar Indonesië ga dan zij ‘terug’ kan gaan. Ze geeft me een kus, ‘geniet Rooske.’ Met de ketting van mijn Indische opa Ed om mijn pols en zijn foto in mijn rugzak ga ik door de douane het vliegtuig in. Indonesië gaan zien is een feit.

Ik land in Jakarta op de dag dat mijn moeder in 1956 Jakarta verliet. Een maand zal ik hier zijn, precies de maand dat mijn moeder op de boot naar Nederland zat. Gepland? Nee. Enkel toeval? Nee, ik geloof niet in toevalligheden. Ik ruik, ik voel, ik proef. Welkom.

Wanneer mijn visum gecontroleerd wordt, vraagt een uiterst vriendelijke jongeman mij of ik in Indonesië ben ‘to find a boyfriend’, want als dat zo is dan wil hij mijn ‘boyfriend’ wel zijn. Voor de duidelijkheid meldt hij er ook bij dat hij natuurlijk ook nog wel een ‘boyfriend’ heeft voor mijn reisgenootje Sjors. Sjors en ik vertellen hem vriendelijk dat we het met z’n tweeën ook wel gaan redden. Zodra beide visa goedgekeurd zijn, maakt de jongeman nog één opmerking: ‘Look out for the boys’. Met deze tip op zak zijn we helemaal klaar voor het laatste stukje vliegen.

In Jakarta pakken we het vliegtuig naar Bali. Drie weken zullen we op Bali doorbrengen, één week zullen we Lombok gaan ervaren. Waarom Bali en Lombok? Tja, je moet ergens beginnen. We landen om half één ‘s nachts. Een bord met ‘Welcome to Bali’ begroet ons. Als een echte toerist moet ik dit bord toch echt even vastleggen op camera. Wanneer we onze backpacks hebben lopen we naar de uitgang. Een man staat al te wachten met een stukje karton in zijn hand waar ‘Georgina’, beter bekend als Sjors, op staat. Een warme natte deken valt over ons heen en direct worden alle zintuigen geprikkeld. Hoe stom ook, mijn eerste gedachte is, moet ik een maand in een dergelijk klimaat leven? Mijn tweede gedachte, het ruikt hier naar de pasar, naar de toko, naar het huis van mijn tante wanneer ze lekkere dingen kookt. Geurherkenning in the pocket?!

‘Waar je vandaan komt, bepaalt niet wie je bent’ – Mei Li Vos

In het NTR-programma Verborgen Verleden was te zien hoe Mei Li Vos (Eindhoven, 1970) dit jaar uitvond dat haar voorouders niet getrouwd waren toen zij samen kinderen kregen. Zo ontdekte zij , en ook haar moeder, dit verborgen deel van haar familieverleden. Mei Li is zelfstandig adviseur en publiciste, daarvoor was zij Tweede Kamerlid voor de PvdA. Vos groeide als enig meisje op in een groot gezin van een Nederlandse vader en een Chinees-Indische moeder. Zij woont momenteel in Amsterdam, waar ik haar interviewde.

Fotografie: Armando Ello

Buitenkans in vijf dagen
‘Meedoen aan het programma Verborgen Verleden was een buitenkans. Mijn moeder vond het ook hartstikke leuk. Veel mensen willen natuurlijk weten waar ze vandaan komen, ik mocht dat doen met behulp van een heel onderzoeksteam van de NTR. Zij hadden al veel voorwerk gedaan. Het programma was opgenomen tijdens het reces van de Tweede Kamer, we zijn in vijf dagen op en neer naar Indonesië gegaan.’

Herkenning en onderscheid
‘In Indonesië zijn vind ik ontzettend leuk. De eerste keer was ik 23 jaar, ik ging er voor vier maanden heen om onderzoek te doen naar  het stopzetten van de ontwikkelingshulp, na de ruzie tussen Soeharto en Pronk. Tijdens die periode werd ik volledig ondergedompeld in een andere cultuur en zag ik veel trekjes die ik herkende. Tegelijkertijd merkte ik daar dat ik ontzettend Nederlands was. Toch vond ik het lastig me in Nederland weer als voor mijn reis te gedragen.’

Iets niet zeggen
‘Vrienden die ik in Indonesië leerde kennen, vertelden mij daar wat ze opvallend vonden aan mij. Hoe ik liep bijvoorbeeld. Niet zoals de Indonesische vrouwen in elk geval, die zo elegant statig lopen. Ze zeiden heel lief dat ik altijd zo hard liep. Een aardige manier om te zeggen dat ik nogal lomp liep. En ik was wel erg direct, op het botte af. “Je hoeft het ook niet te zeggen, als je iets niet mooi vindt!” zeiden ze. En van een oude wijze man die ik daar geïnterviewd heb leerde ik, als je iemand echt wil overtuigen, kan dat ook op een vriendelijke manier. “Je kan het ook anders zien,” zei hij me dan heel vriendelijk, als ik het ergens niet mee eens was. Daar heb ik veel van geleerd, al weet ik niet of dat trekje Indisch of Aziatisch is. Ik ben een stuk minder bot geworden sinds die tijd in Indonesië’

Je roots ontdekken
‘Veel mensen vragen me, “Maar voel je je dan niet Indisch?” “Nee,” zeg ik dan. Je kan niet mensen dwingen om op een bepaalde manier te zijn. Ik ben wie ik ben. Dat de ervaringen van mijn familie daar invloed op hebben geloof ik wel. Maar een lap grond? Nee. Waar je vandaan komt bepaalt niet je identiteit of loyaliteit. Maar: je roots ontdekken is wel ontzettend leuk, er gaat een wereld voor je open. Ik ga in december met mijn vriend, die ook een klein spoortje Indisch heeft, naar Indonesië. Hij is er nog nooit geweest. Broer 4 (van Mei Li, KV) gaat volgend jaar een paar weken, met zijn gezin en onze moeder. Veel van mijn ooms en tantes zijn er ook weer geweest, jaren nadat ze waren gevlucht.’

Een zweem van Indisch-heid
‘Mijn vader was oer-Hollands,  mijn moeder had in Indië een Nederlandse opvoeding gekregen. In het huis van mijn Indische opa en oma hing wel een zweem van Indisch-heid, maar dat was nooit benoemd. Als ik kind dacht ik daar eigenlijk niets van, ik dacht gewoon dat dat bij die opa en oma hoorde. Het enige Indische waren de rijsttafels die mijn moeder bestelde als er veel mensen kwamen eten. Nee, zij kookte niet. Mijn oma wel, maar pas in Nederland, want in Indonesië had ze een kokkie, zoals zo veel Indische Nederlanders. Ik heb dus helemaal niets Indisch meegekregen. Ik denk dat dit geldt voor veel Indische mensen, ik ken in elk geval weinig mensen van mijn generatie die in Nederland Indisch opgevoed zijn.’

In december publiceert Indisch 3.0 in deel 2 exclusief videomateriaal. Daarin vertelt Vos onder meer over het eerste weerzien van haar moeder met Indonesië, geeft ze haar mening over Wilders en het afzeggen van het staatsbezoek van SBY, en biedt ze meer inzicht in de behandeling van Indonesië-kwesties in de Tweede Kamer én haar persoonlijke drijfveren.

Waarheen ga jij op vakantie deze zomer ?

Tijdens de talkshow “Maak je eigen rootsreis” op de Tong Tong Fair eind mei, bleek dat veel jongeren met Indische achtergrond vroeg of laat graag een keer naar Indonesië willen. Waarom? Omdat ze nieuwsgierig zijn naar het land uit de verhalen en wel eens met eigen ogen willen zien waar hun (groot)ouders zijn geboren.

Met de zomer die vandaag is begonnen, gaat de vraag van deze maand over jouw vakantieplannen. Waar ga jij de vakantie vieren? Blijf je dichtbij huis of wordt het een verre reis? Ga je op rootsreis naar Indonesië? Of ben je daar misschien al een keer geweest en wordt het een andere mooie bestemming?

Laat ons weten wat het deze zomer wordt door onderaan dit bericht een comment achter te laten… Wij wensen al onze lezers in ieder geval alvast een geweldige zomer toe!