TTF 2011: Misdaad en Indocultuur in LA

Griselda Molemans vertelt Alfred Birney over Oog van de Naald. TTF2011, 25 mei, Bibit-theater.(c) Kirsten Vos/ Indisch3.0

Boekpresentatie Oog van de Naald

In het nieuwe Bibit/Bintang-theater presenteerde Griselda Molemans (o.a. Zwarte huid, oranje hart) afgelopen week haar nieuwste boek, Oog van de Naald. Oog van de Naald is een thriller waarin journaliste Fay Pizarro het mysterie onderzoekt van een tattoo-maniak in LA die vrouwen op hun voorhoofd tatoeëert. Molemans woont in Los Angeles, Californië: niet toevallig dus, dat het boek zich daar afspeelt. Een impressie van het gesprek dat Alfred Birney met de schrijfster voerde, over de Indocultuur in LA en Oog van de Naald.

Griselda Molemans (c) Kirsten Vos/ Indisch 3.0 2011
Griselda Molemans (c) Kirsten Vos/ Indisch 3.0 2011

Bijzonder is niet zozeer dat het een thriller is. Bijzonder is dat de hoofdpersonen Indo’s zijn, veel details in het boek Indisch zijn én de ontknoping (wat die ook is..) een Indisch karakter kent. In het boek wordt bijvoorbeeld veel over eten geschreven. Zo trekt Fay, aldus Birney, op een gegeven moment zelfgemaakte bami uit de ijskast.

Molemans: ‘Ja, Fay heeft een Indische moeder en een Indo-Afrikaanse vader en is heel erg opgevoed met “Eten is het vertrekpunt van alles.” In eerdere versies kwam Indisch eten nog veel meer voor in het boek. Totdat mijn redactrice zei: “Luister, ik vind het heel leuk wat je schrijft, maar moet er nou heel de tijd bami goreng udang uit de kast getrokken worden? Kan dat wat minder?” Ik heb er dus wat bami uitgehaald, kan je zeggen.’

Birney leest een passage voor uit het boek, waarin de hoofdpersonen zich voorstellen als tweede generatie Indo’s. De schrijfster: ‘Wat ik beschrijf is een ontmoeting op een Indonesische markt, ooit opgezet vijf jaar geleden in een deelgemeente vlakbij Pasadena. Daar komen ook heel veel Indische mensen. Elke zaterdagochtend, om een uur of 9, gaan de kraampjes open. Iedereen gaat dan lekker makan en met mekaar zitten kletsen. Het grappige is dat de Indo’s zich aan elkaar, als een soort tweede natuur, heel makkelijk als eerste, tweede of derde generatie voorstellen.’

Molemans laat zien waar de AVIO ligt. (c) Kirsten Vos/ Indisch3.0 2011
Molemans laat zien waar de AVIO ligt, de Indische soos die opgericht is door niemand minder dan Tjalie Robinson zelf. (c) Kirsten Vos/ Indisch3.0 2011

Veel Indo’s in de VS worden aangezien voor Mexicanen. Dat ligt heel gevoelig, legt Molemans uit. ‘Indo’s zeggen: “Luister, wij hebben allemaal moeite gedaan om te emigreren onder een bepaalde wet, we hebben keihard moeten werken. En de meeste Mexicanen, het is pijnlijk om te zeggen, steken illegaal de grens over.” Sommige Indo’s maken er misschien handig gebruik van en laten zich casten als Mexicanen in films. Maar verder kom ik alleen maar hele pijnlijke situaties tegen.’

Indo’s in LA zijn behoorlijk actief.  ‘Vast markeer punt is 15 augustus, vertelt Molemans. ‘Dan worden er eerst bloemen gelegd op de National Cemetary en daarna gaat iedereen naar de AVIO, er is dan een groot feest ’s avonds, iedereen keurig in pak, en dan wordt er ook gedanst. Dat is altijd stampvol, erg goed bezocht. Daar zie je dan ook, opmerkelijk genoeg, heel veel kinderen en kleinkinderen meekomen. Dat is ontroerend om te zien.’

Indische jongeren in LA zijn zich erg bewust van hun Indo-roots, sluit Griselda af. ‘Veel jongeren komen niet met hun grootouders en ouders mee naar de AVIO, omdat ze geen Nederlands spreken. En ouderen denken vaak dat de Indische cultuur zal uitsterven. Maar ze komen wel naar de herdenking op 15 augustus, en er zijn veel jongeren die Bahasa Indonesia gaan leren, naar Indonesië op reis gaan, zelfs Balinees leren dansen. De Indische jongerencultuur in LA is erg levendig.’

In Oog van de naald speelt reporter Fay Pizarro de hoofdrol. Via een serie artikelen over sterren met tatoeages komt ze in Los Angeles op het spoor van een maniak die vrouwen ontvoert, drogeert en in hun gezicht tatoeëert. Een ontdekking die niet zonder gevaar is. Oog van de Naald is deel 1 van een nieuwe thrillerserie, met Fay Pizarro in de hoofdrol. Bekijk o.a. de voorpublicatie op www.oogvandenaald.nl. In juni, de maand van het spannende boek, verschijnt op Indisch3.0 een recensie over deze thriller.

TTF 2011: Gitaarheld Makana in Bengkel

De afgeladen Bengkel-zaal verraadt de populariteit van de jonge man op het podium, de schelpenketting om zijn nek verraadt een tropische afkomst. Ik ken hem nog niet, de Hawaiiaanse gitaarvirtuoos Makana. Na de masterclass ben ik, gitaar-newbee, om en snap ik waarom slack key gitaar zo bij Indo’s past.

Makana masterclass Bengkel TTF 2011 (c) Kirsten Vos/ Indisch 3.0 2011
Makana masterclass Bengkel TTF 2011 (c) Kirsten Vos/ Indisch 3.0 2011

Makana, ik gok dat hij een jaar of 30 is, legt in het Engels uit wat slack-key gitaar is. ‘Slack-key gitaar is net zoiets als de Spaanse flamenco en de blues uit New Orleans. Het is een typisch Hawaiaanse, volkse muzieksoort. Het verhaal gaat dat het begonnen is met de komst van ‘cowboys’. Die brachten gitaars mee en maakten Hawaianen bekend met het instrument. Toen de cowboys vertrokken, hebben de Hawaianen hun eigen draai gegeven aan gitaarmuziek.’

Slack key gitaar betekent, als ik het goed begrijp, dat je de toetsen, waarmee je de klanken van de gitaarsnoeren instelt, meer ‘ruimte’ (=slack) geeft, waardoor je een – in mijn eigen woorden – galmend, resonerend geluid krijgt. Grappig, ik heb daar niet eerder bij stilgestaan, maar dat is inderdaad hoe ik de klank van Hawaiiaanse muziek zou omschrijven. Is dat ook de parallel met krontjong muziek, trouwens?

Makana vervolgt: ‘Met de komst van missionarissen is veel wat typisch Hawaiiaans was, verboden. Slack key gitaar incluis, dus ging het underground. Het werd een erg persoonlijke bezigheid; vaders wilden het niet eens aan hun kinderen leren. Pas halverwege de vorige eeuw traden slack key gitaristen in de openbaarheid.’

Makana masterclass Bengkel TTF 2011 (c) Kirsten Vos/ Indisch 3.0 2011
Makana masterclass Bengkel TTF 2011 (c) Kirsten Vos/ Indisch 3.0 2011

Het typische Hawaiiaanse van deze gitaarstijl zit hem niet alleen in de klank, het drukt ook de Hawaiaanse levensvisie uit. Makana: ‘Bij slack key gaat het meer om het instrument dan om de gitarist. Met weinig aanraking krijg je al veel klank. Dat zie je aan mijn handen. Deze hand (waarmee hij de akkoorden aanslaat) doet het meeste werk, de hand waarmee ik de klanken vervorm het minst. Bij rockmuziek is dat juist andersom: daar zit de meeste actie juist bovenin (bij de hals).’ De gitarist concludeert: ‘So, not much is going on, but a beautiful sound is coming out’.

Tussendoor geeft de virtuoos een paar demonstraties, zoals hoe je een Portugees fadostuk kan spelen met slack key, en hoe een slack key stuk kan klinken als je de rock-techniek gebruikt. Dankzij de enthousiaste TTF-gastheer, geeft het – vreemd genoeg – chagerijnig kijkende publiek Makana af en toe een hartelijk applaus. Ik observeer Makana met bewondering. Volledig geconcentreerd sluit hij zijn ogen en laat zijn handen soepel over de gitaar glijden. Soms zie ik een minuscule glimlach om zijn lippen verschijnen, alsof hij tevreden is met de klanken die de gitaar hem wil geven. Mooi vak, gitarist.

Makana masterclass Bengkel TTF 2011 (c) Kirsten Vos/ Indisch 3.0 2011
Makana masterclass Bengkel TTF 2011 (c) Kirsten Vos/ Indisch 3.0 2011

4.0 op komst (3)

doerak 20 weken baby Kirsten 29 april 2011

Zwanger op de werkvloer

Ik mag echt in mijn handjes knijpen met deze zwangerschap. De misselijkheid is straal aan me voorbij gegaan en een paar weken terug zagen we op de echo dat we een zoon mogen verwachten, die zich vooralsnog goed ontwikkelt. Toch bereikten onlangs , in het pannenkoekenhuis van het Malieveld, mijn zwangerschapskwaaltjes een genant dieptepunt.

Ter voorbereiding op het interview met Siem Boon (deel 1 & deel 2), was ik in het pannenkoekenhuis op het Malieveld gaan zitten. Onder het genot van een serieuze portie poffertjes had ik het TTF-programma doorgespit, mijn jas aangetrokken en was ik weggelopen, naar de witte tenten op het Malieveld.

Nog maar net buiten, hoorde ik ‘Mevrouw, mevrouw!’ Ik draaide me om en zag de serveerster staan. Ik wist dat ik de laatste dagen erg vergeetachtig was, dus ik controleerde: tas, jas, sleutels, telefoon. Ja, alles was er. Verbaasd liep ik naar haar toe. Wat was er aan de hand? En toen zag ik het, het witte briefje in haar hand. De rekening.  Ik was weggelopen zonder te betalen, wat ik nog nooit in mijn leven gedaan had. Ik kon wel door de grond zakken.

Op zich was er geen man overboord. Ik heb de rekening betaald, 1000 excuses gemaakt, de serveerster heeft me vergeven en ik mocht zelfs terugkomen om het interview met Siem Boon te doen (ik kreeg een dikke knipoog van dezelfde serveerster). Maar dat mijn zwangerschap op de raarste manieren inmiddels invloed heeft op mijn zakelijke ‘optredens’, was weer extra onderstreept.

Zwanger zijn op de werkvloer is apart. Een paar maanden geleden, in een gezelschap van alleen maar mannen, stelde ik me voor. Tijdens die introductie was ik bijna in huilen uitgebarsten. Ja, uit ontroering om wat ik zélf vertelde, ja. Ik vraag me nog steeds af of ze hebben gehoord dat mijn stem ging trillen, toen ik vertelde over mijn persoonlijke passie. En tijdens het diner met diezelfde groep kwam, naar aanleiding van mijn verzoek om biefstuk well done , mijn zwangerschap op tafel te liggen. Op zich, alle aanwezigen hadden zelf kinderen en kenden het hele gebeuren. Het ongemak dat ik voelde, kwam echt door mezelf.

Ik voelde me opeens een ‘prototype’ vrouw op de werkvloer. Sterker nog, mijn vrouw-zijn werd onderwerp van een gesprek met zakenrelaties die ik net had leren kennen. Het was een ongebruikelijke situatie. In mijn IT-tijd was ik een van de jongens geweest. In latere functies was ik uiterlijk een vrouw, maar in karakter zo eentje die niet was zoals al die andere vrouwen: uitermate zakelijk, logisch  redenerend en competitief. Een beetje een man in een vrouwelijk jasje, zeg maar. En nu was ik een vrouw geworden die emotioneel kon worden om niets.

Inmiddels ben ik er aan gewend om zwanger en zakelijk tegelijk te zijn. Maar dat is een heel proces geweest; fysiek, mentaal én emotioneel. Ik ben blij dat ik dat proces hier af en toe kan beschrijven. Want, al die uitingen van de veranderingen die ik nu doormaak, ik gok dat ik die straks straal vergeten ben. Gemakshalve.

Win kaarten voor pindaKaas light

naar de festival-website

pindaKAAS Light: een dagje Indonesië in Tilburg!

Op 5 juni van 14.00-23.00 uur vindt in het Centrum Voor Amateurkunst, Ringbaan Oost 8,  in Tilburg pindaKAAS Light plaats: een multicultureel programma voor en door Nederlandse jongeren met wortels in Indonesië. Met muziek, theater, moderne dans, film, beeldende kunst, workshops en lezingen. Om 15.00 uur opent Marjo Frenk, wethouder van Kunst & Cultuur,  deze Tilburgse editie van pindaKAAS Light.

Of je nu half bloed, dubbel bloed, gemengd bloed of blauw bloed hebt; van Molukse, Papua, Javaanse, Indische, Jampa of campur aduk afkomst bent, jong of oud bent: dit is een evenement waar je meer te weten komt over je eigen achtergrond en je je tegelijkertijd vermaakt met honderden anderen wiens neuzen allemaal naar het Oosten staan. Geen zware kost, maar relaxed en onderhoudend, geen Tempo Doeloe maar cool en actueel. Kortom een lange, zomerse dag lang genieten van het beste dat er wordt gemaakt op het gebied van muziek, dans, theater, film en beeldende kunst in relatie tot Indonesië.

Like us en win!

Wil jij de twee vrijkaarten winnen die Indisch3.0 mag weggeven voor dit unieke festival? Kijk dan voor a.s. zaterdag 28-5 op onze Facebook-pagina. .

naar de festival-website
pindaKAAS Light Tilburg 5 juni 2011

Programma-tips

  • Singer/songwriter Marlon Penn brengt liedjes die ontroeren tot op het bot en in je geheugen blijven hangen. Hij treedt veelvuldig op in binnen- en buitenland en was onlangs te horen op het bevrijdingsfestival in Zwolle. Later dit jaar gaat hij op tour in Indonesië. In Tilburg een onopgesmukt, unplugged solo-optreden van dit aanstormend talent.
  • Ook aanwezig: de jonge, Eindhovense indie band Hunting The Robot, die de Nederlandse podia bestormt met frisse, funky muziek. Begin dit jaar waren ze nog te horen bij De Wereld Draait Door en nu ook live op pindaKAAS Light waar ze o.a. songs laten horen van hun nieuwe EP “Our Ocean Is illuminated”.
  • Indisch troubadour Wouter Muller is geen onbekende. Al jaren brengt hij luisterliedjes waarin zijn culturele achtergrond en de gedeelde geschiedenis tussen vader– en moederland een belangrijke rol speelt. Hij brengt liedjes van zijn vijfde CD “Verleden Land”, die onlangs uitkwam.
  • Itch! Live is een betoverende dansvoorstelling waarin danser Jason Gwen het gevecht aangaat tussen innerlijke wensen en verlangens en die van de wereld daarbuiten. In een virtueel duet tussen beide visualiseert hij de fricties, de jeuk waartoe dat kan leiden.
  • Choreografie: Aafke de Jong en video van Erwin van Deutekom.
  • Theatermaker Elsbeth Vernout behoort tot de derde generatie Indische Nederlanders. Maar wat betekent dat eigenlijk, behalve een voorliefde voor nasi goreng speciaal? In de voorstelling Deze & Genen speciaal gaat ze op zoek naar de erfenis van haar voorouders. Dat doet ze met zang, spel en tekst en onder begeleiding van pianist Paul Maassen.
  • Verder: pencak silat demonstratie, beeldende kunst van o.a. Sabine Bolk, Arjan Onderdenwijngaard, Su Tomesen, Nanang en Jesaja Hutubessy, film, workshops, lezingen, kinderactiviteiten met o.a. batik stoepkrijten, en natuurlijk heerlijk Indonesisch eten.

Voor het complete programma, kaartverkoop en informatie over pindaKAAS Light: www.pindakaasfestival.nl.

DJ W&DY – van Oosterhout via Amsterdam naar Jakarta

In het derde en laatste interview van deze muziekweek vertelt DJ Wendy over haar roots als DJ en zelfbewuste, Indische vrouw.

De Indische Wendy Wustlich, alias DJ W&DY, heeft op vele nationale en internationale plaatsen haar draai gevonden. Toch hoort de geoefende luisteraar nog de lichte Brabantse ‘g’ die haar bakermat verraadt. DJ W&DY’s langlopende dans- en daarna muziekcarrière hebben haar de meest uiteenlopende ervaringen en avonturen gebracht. Indisch3.0 sprak met deze ‘draaiende dame’ over haar verleden, heden en toekomst.

Tekst: Willem-Jan Brederode, Fotografie: Armando Ello (Hoezoindo)

Al het begin is klein

Wendy werd in 1973 geboren in Breda, maar groeide op in het nabij gelegen plaatsje Oosterhout met haar twee Indische ouders en twee broertjes. Haar ouders werden beiden geboren in Jakarta en groeiden op als buurjongen en –meisje. Eenmaal in Breda kwamen ze elkaar weer tegen en werden verliefd. Haar moeder kwam in 1953 naar Nederland met de boot “De Oranje”. “Mijn oma kon bijna niet eens mee, omdat ze hoogzwanger was”.

(c) Armando Ello / Hoezo Indo / Indisch 3.0

Het was geweldig om in zo’n hechte, creatieve familie op te groeien

Wendy’s familie in Nederland, had op Indisch vlak het summum: een eigen Hawaiiaanse dansgroep genaamd “Sweet flowers of paradise”.  Wendy herrinert zich dat nog goed: “Heel mijn familie deed hier aan mee. Iedereen had wel een taak als musicus, danser of kledingmaakster. Het was geweldig om in zo’n hechte, creatieve familie op te groeien”.

In 1953 kozen Wendy’s grootouders voor de Nederlandse nationaliteit om hun kinderen een betere toekomst te geven. Zij kent de geschiedenis die hieraan vooraf ging. Daarvoor heeft veel respect.
“Mijn beide oma’s zijn erg slecht behandeld tijdens de Japanse bezetting en mijn beide opa’s hebben in het Jappenkamp gezeten en moesten aan de Birma spoorweg werken. Hierdoor is bij mij wel het bewustzijn over mijn familie’s verleden ontstaan. Ik ben blij dat ik weet wat vrijheid is en juist daarom geniet ik enorm van mijn leven”.

(c) Armando ello / Hoezo Indo / Indisch 3.0

Back to your roots

“Toen ik 22 was, ben ik voor de eerste keer naar Indonesië gegaan. Ondanks dat ik helaas geen Maleis kan, merkte ik vlak na aankomst dat ik via handen en voeten werk al een half uur met de chauffeur aan het lullen was! Bij die eerste reis kwam er een onbeschrijfbaar gevoel naar boven. Een soort energie waaraan ik voelde dat ik terug ging naar mijn roots”.

“Eenmaal op mijn afspraak ontmoette ik een jonge vrouw op een erf vol met jonge diertjes. Ze ging achter mij zitten en veranderde qua stem in een kind uit de geestenwereld. Zij heette ‘Rahayuh’ en reisde per kameel over het water. Vervolgens blies ze een aantal keer over mijn rug, waardoor het water zwart werd. Ik kon dit niet verklaren maar sindsdien heb ik geen last meer van slechte dromen. Nou, meer ‘back to your roots’ dan dat kan toch niet!”

“Een DJ-event door vrouwen is vrij uniek binnen de DJ scene, die door mannen wordt gedomineerd”

De wijde wereld

Wendy is écht old school, zowel in de hiphop als in de house. Begin jaren ’80 begon ze met breakdancen en rappen in Oosterhout. Eenmaal op haar 18e ontstond de behoefte om de wijde wereld te verkennen. “Ik begon met bodypainten met mijn nichtje Mona. Met haar ben ik daarmee Benelux-kampioen geworden. Daarna werden we veel gevraagd in de house scene. Toen een keer een danseres uitviel, mocht ik invallen en zo ben ik in de danswereld terecht gekomen. Ik was inmiddels in Den Haag gaan wonen en kreeg veel boekings. Ik ben daardoor ook in de meest aparte gebieden geweest; het Oostblok, Israel, Dubai, Australië en natuurlijk Indonesië!”

(c) Armando Ello / Hoezo Indo / Indisch 3.0

Het begin van ‘DJ W&DY’

Hoewel Wendy heel haar leven vinyl spaarde, begon ze pas een jaar of 9 geleden zelf te draaien. “Tijdens mijn danstijd begon ik mij op een gegeven moment te irriteren aan slechte muziek en toen besloot ik er wat aan te gaan doen, namelijk zelf te gaan draaien.

Uiteindelijk ben ik gaan draaien voor “Chickz with skillz”. Dit event wordt totaal uitgevoerd door vrouwen, van DJ’s tot danseressen en van producers tot technici. Dat is vrij uniek binnen de DJ scene, die door mannen wordt gedomineerd. We begonnen ooit in de kleine zaal van de Panama, maar staan tegenwoordig in de Paradiso. Ik ben erg trots dat wij dit hebben bereikt en dat ik resident-DJ van dit event ben geworden.”

Na het dansen en DJ-en, is Wendy’s volgende uitdaging het produceren van muziek. Het Griekse label ‘Movement Records’ van haar maatje Stage van H tekende haar onlangs en van hem leert ze de fijne kneepjes van het vak. Een van de eerste releases die hieruit voortkwam, was ‘Voices of Patlon’ dat de top 20 haalde van de gerenommeerde DJ/ producer Harnan Cattaneo.

Ook heeft Wendy een krontjong-remix gemaakt. Het origineel stond op een EP genaamd Nachtsirene, gemaakt door haar grootvader, die onlangs door een tante werd gevonden op zolder. “Het was een uitdaging om deze remix te maken. Enerzijds uit respect voor mijn reeds overleden opa en anderzijds om krontjong te mixen van met de muziek van nu. Maar wanneer je dingen uit je hart doet, zonder commercieel einddoel, komen de mooiste dingen in je naar boven”.

(c) Armando Ello / Hoezo Indo / Indisch 3.0

Luister naar het krontjong nummer van Wendy’s opa en voor haar remix via de volgende link/download:
DJ W&DY & Stage van H – Nachtsirene remix

Wil je meer over Wendy weten, bekijk dan Wendy’s Myspace, beluister haar tracks op Soundcloud en klik op de website van haar platenlabel Movement Recordings

Debrah Jade – "Mijn missie is de soul terug brengen in Nederland"

Vandaag het tweede interview met een Jonge Indo in de muziekweek van mei… Debrah Jade!

Vanaf het moment dat je Debrah Jade (20) hoort zingen voel je de sfeer van oude Soul. Ze wordt de Nederlandse Alicia Keys genoemd. Ze zong covers van haar wereldberoemde idool en plaatste die op Youtube. Op haar achttiende tekende ze met Niels Walboomers, een van de kopstukken in de Nederlandse Urban scene. Inmiddels heeft ze ruim 2.000.000 hits op haar Youtube-kanaal en zingt ze de ‘backing vocals’ in de band van Ben Saunders. Haar ultieme droom is om ooit zelf voor dat grote publiek te staan. Indisch 3.0 reist af naar Eindhoven om erachter te komen hoe het daarmee gaat.

Tekst en fotografie: Bryony Burns

Debrah Jade pikt me op bij het station in Eindhoven en we zorgen druk pratend dat we snel uit de regen komen. We vinden een leuk restaurant en gaan aan een tafeltje zitten. “Ik wil heel graag de Soul en Motown kant op.” drukt ze me op het hart. “Ik werk nu samen met Ben Saunders, die ik heb leren kennen via mijn vriend die nu de gitarist is in zijn band. Ik ben te zien in de clip die nu uit is: “Dry your eyes”.

Mensen hebben alles kunnen zien in de real-life soap die hierover is gemaakt ter promotie van Ben Saunders. “Maar het is nog niet helemaal wat ik wil. Ik ben een solo artiest en zou graag op de plek willen staan waar Ben Saunders nu staat. Voor een volle zaal Ahoy! Zijn publiek is zó groot, tot wel 10.000 man, dan weet je gewoon niet wat je ziet! Het is, hopelijk, een glimps in mijn eigen toekomst.”

(c) Bryony Burns | Indisch 3.0

 

“Ik wil dat mensen me met hun ogen dicht herkennen.”

 

Ze neemt een hapje van de twee kroketten met witbrood die we hebben besteld voordat ze verder begint te praten. “En het is natuurlijk een ontzettend compliment om de Nederlandse Alicia Keys genoemd te worden. Zij heeft mij zelfs op haar eigen YouTube-kanaal gezet”.

“Maar”, zo vervolgt Debrah Jade, ze heeft een eigen stijl. “Ik wil dat mensen me met hun ogen dicht herkennen. Om mijn eigen geluid en nummers, zoals mijn eerste single “Everytime”. Ik krijg nu de kans om de mensen te vinden die ik nodig heb om mijn eigen ‘ding’ te produceren. Het is een hele spannende tijd.”

Zelfstandig en gedreven

Vanaf de prille leeftijd van drie jaar is Debrah al aan het zingen, gesteund en gemotiveerd door een bijzonder muzikale familie. “Mijn opa en oma hebben een dubbel-act waarmee ze door dit gedeelte van Nederland toeren. Ze spelen op Kumpulans echte Maleise liedjes en hebben regelmatig optredens.”

Je zou kunnen zeggen dat hiermee het voorbeeld is gegeven voor hoe zij zelf met de muziek omgaat: “Een van de redenen dat ik niet door ben gegaan met de X-factor, is omdat ze je voor een lange tijd kunnen ‘sturen’.” Ook tijdens haar samenwerking met Niels Walboomers komt haar zelfstandigheid naar voren: “Onze samenwerking is gestopt, omdat ik een ander idee heb voor welke kant ik op wil met mijn zingen. Er zaten leuke nummers tussen en ik heb veel interessante mensen leren kennen, maar ik wilde toch een ander geluid; de Soul.”

“Volgens mij ben ik ook de enige van mijn leeftijd in Nederland die het geluid van de Soul hier wil terugbrengen”


(c) Bryony Burns | Indisch 3.0

Voorouders

Debrah heeft een Nederlandse vader en een Indisch-Molukse moeder. “Ik ben Nederlands opgevoed, eigenlijk is mijn vader degene die het lekker vindt om echte Indische dingen te eten. Mijn moeder houdt juist meer van de ‘Hollandse prak’!”

Ze kijkt me plotseling direct aan; “Maar ik ben dit jaar voor het eerst naar ‘Herdenking 60 jaar Molukkers in Nederland’ gegaan en ik was heel erg onder de indruk. Ik ben hun en mijn opa en oma echt heel dankbaar voor wat ze hebben gedaan. Zonder hen had ik dit leven niet kunnen hebben.”

We praten nog langer door over wat ze daar heeft gezien en heeft meegemaakt. Ze vertelt met dat ze meer wil weten over vroeger, maar op een rustige manier. Stap voor stap.

De toekomst

Ze vertelt me nog een keer vol passie hoe ze niet kan wachten totdat haar eigen album op de planken ligt. Maar dat ze ook weet dat ze eerst haar opleiding af wil maken en de tijd wil nemen om de juiste professionals bij elkaar te zoeken.

Terwijl de trein vertrekt bedenk ik me me dat Debrah Jade niet alleen getalenteerd is, maar ook eigenzinnig.“Ik ben”, vertelde ze me op de valreep met een grote glimlach, “volgens mij de enige van mijn leeftijd in Nederland die het geluid van de Soul hier wil terug brengen. Maar wel op een nieuwe manier”.


Meer weten over Debrah Jade, bekijk en beluister haar Youtube-kanaal en volg haar op Twitter

“Die naam is misschien iets te rigoureus ingevoerd”

Interview Siem Boon, directeur Tong-Tong Fair (deel 2)

De Tong-Tong Fair (TTF) op het Malieveld in Den Haag opent morgen haar deuren. Het grootste Indische festijn van Nederland maakt zich klaar voor de 53e editie. De afgelopen jaren heeft het ‘grootste Euraziatische festival van Europa’ veel kritiek gekregen. In gesprek met Indisch 3.0 vertelde mede-TTF-directeur Siem Boon vorige week hun kant van dit verhaal. Het tweede en laatste deel van een openhartig interview.

Tekst: Kirsten Vos. Fotografie: Tabitha Lemon

Siem Boon, directeur Tong Tong Fair (c) Tabitha Lemon/ Indisch 3.0 2011
Siem Boon, directeur Tong Tong Fair (c) Tabitha Lemon/ Indisch 3.0 2011

‘Het Indische als onderdeel van de Nederlandse cultuur, met Den Haag als basis, is belangrijk voor me. Steeds komen we terug bij het startpunt dat Tjalie al voor ogen had: het Indische is onderdeel van het Nederlandse verhaal. Indische cultuur hoort bij de Nederlandse cultuurstructuur, de media, de musea, de instellingen. Het helpt als je ervan doordrongen bent dat je dit niet vraagt alleen als Indo, maar ook als Nederlander. Toch zijn we voor Nederlandse instellingen nog steeds een “doelgroep-evenement”.’

Niet bedelen

‘Als Indisch evenement zijn we daardoor voor financiering vaak doorverwezen naar  minderhedenbeleid of integratie. Waar je je vervolgens hoorde te gedragen als lieve migrant, die geen grote mond mag hebben, terwijl wij als festival al lang geen kleine speler meer zijn. We zijn het grootste jaarlijkse betaalde evenement! Sowieso vallen Indische mensen doorgaans niet onder minderheden- of integratiebeleid, omdat die gericht zijn op het wegwerken van achterstanden. Daar zijn we doorgaans blij mee en trots op, we gaan niet bedelen.’

Calimero

‘Ja, gelijkwaardigheid voor het Tong Tong Festival en voor het Indische, dat thema kan je wel zien als mijn persoonlijke missie. Ik ben daar erg mee bezig. Je wil geen Calimero-gedrag vertonen, maar wat doe je als mensen dat gedrag wel van je verwachten? Met alle respect hoor, alleen maar praten is voor ons niet genoeg. Op een gegeven moment wil je meer, je wil toezeggingen. Dat is een strijd. En dan is het wel leuk om af en toe een succesje te hebben.’

Succesjes

[glimlachend] ‘Op dit moment ligt in de gemeenteraad de aanbeveling om Den Haag als Indische stad van Europa te gaan profileren. Ook als Hindoestaanse hoor, maar in elk geval als Indisch. Geen idee of dat te maken heeft met de Haagse kandidatuur als Culturele hoofdstad, dat zou best kunnen. Ik ben daar heel blij mee. Ik ben ooit begonnen met Den Haag de Indische hoofdstad van Nederland te noemen,  ik werd somber van dat eeuwige ‘de weduwe van Indië’. Indisch Den Haag is geen weduwe meer. Natuurlijk is het Indische karakter van Den Haag veranderd. Maar nog steeds komen mensen uit binnen- en buitenland naar deze stad vanwege zijn Indische karakter. Indisch Den Haag is actueel, niet alleen maar een historisch gegeven.’

‘Het gaat dit jaar wel iets beter in het contact met de ambassade, voorzichtig aan.’

Siem Boon (links), directeur Tong Tong Fair (c) Tabitha Lemon/ Indisch 3.0 2011
Siem Boon (links), directeur Tong Tong Fair (c) Tabitha Lemon/ Indisch 3.0 2011

Pasar Malam Besar

‘Ja, onze naamsverandering. Ik vind het zelf ook niet leuk. Ik kan me voorstellen dat mensen niet wilden dat Pasar Malam Besar veranderde in iets anders. Wijzelf noemen het nog steeds de pasar hoor, wat denk jij? Maar we zijn al 20 jaar bezig met deze stap. We moesten ons gaan onderscheiden van andere evenementen om serieus genomen te worden als regulier festival in cultureel Nederland. “Goh, wat zijn jullie groot!”, zeiden journalisten regelmatig, die ons vanwege de naam vergeleken met kleine buurtpasars. Dat wilden we niet meer.’

Iets te rigoureus

‘We wilden ook nieuwe mensen trekken, een festivalpubliek gaan aanspreken. En vanuit die wens hebben we misschien iets te rigoureus de nieuwe naam ingevoerd. De dalende bezoekersaantallen hebben daar waarschijnlijk voor een deel mee te maken, ja. Mensen wisten niet dat de Tong-Tong Fair hetzelfde evenement was als de Pasar Malam Besar.  Bij de invoering van de nieuwe naam dachten we dat twee namen voeren onduidelijkheid zou opleveren.’

“Voorheen Pasar Malam Besar”

‘Dit jaar hebben we meer aandacht voor die overgang van Pasar Malam Besar naar Tong-Tong Fair. Daarom hebben we voor het eerst de naam ‘Pasar Malam Besar’ groter terug laten komen in een deel van onze uitingen. “Voorheen Pasar Malam Besar,” zoals op de poster en de cover van de Pasarkrant staat, hadden we vorig jaar ook wel. Maar dit jaar is er één extra driehoeksbordposter waarop Pasar Malam Besar even groot staat als Tong-Tong Fair.’

‘Wijzelf noemen het ook nog steeds de pasar hoor, wat denk jij?’

Siem Boon (rechts), directeur Tong Tong Fair (c) Tabitha Lemon/ Indisch 3.0 2011
Siem Boon (rechts), directeur Tong Tong Fair (c) Tabitha Lemon/ Indisch 3.0 2011

Pasar Malam Indonesia

‘Dat de Indonesische ambassade vorig jaar de Pasar Malam Indonesia lanceerde, in witte tenten, een maand voor ons, hielp onze bezoekersaantallen natuurlijk niet. Er heerste zelfs even een nare sfeer. Standhouders vertelden ons dat er vrij agressief geacquireerd werd: “Bij ons hoef je niets te betalen”, en zo. Het was echt ongezellig. We waren in eerste instantie ook niet uitgenodigd op de opening vorig jaar. Pas op het laatste moment werd mijn moeder uitgenodigd, terwijl de ambassade natuurlijk niet per ongeluk die timing had uitgekozen. Het gaat dit jaar wel iets beter in het contact met de ambassade, voorzichtig aan.’

Tips van Siem: de TTF voor jongeren.

1. Pidjit!

‘Drie onderdelen van het programma dit jaar die leuk zijn voor jongeren? Tja. Er zijn zo veel verschillende Indische jongeren! Nou, de workshop Pidjit dan, in de Bengkel. Dat is leuk voor jongeren die geen grootouders hadden die ze dit hebben geleerd, of voor wie dat te lang geleden is. [lachend] Je moet er wel sterke handen voor hebben trouwens.’

2. Eten!

‘En we hebben dit jaar een leuke expositie, over Indisch eten. Eten is nog steeds een belangrijk onderdeel van onze cultuur, het houdt alles bij elkaar. We merken dat jongeren wel eens in de war raken, wat is het verschil tussen Indisch eten en Indonesisch eten? Daar krijgen ze in de expo de Indische keuken antwoord op.’

3. Krontjong!

‘Ja, het zijn zelf geen jongeren, maar Anna Montan en Patrick Lauwerends hebben weer geweldige muziek gemaakt door jazz en krontjong te mixen. Het is creatief en experimenteel. Zó kan je je Indische roots dus ook in muziek verwerken, door het vermengen van oost en west.’

Jongeren

‘Toen ik naar dit gesprek fietste, vroeg ik me af of jij me zou zien als iemand van de oudere generatie. Terwijl ik mezelf nog steeds zie als jongere. Gek is dat he? Ach, zelfs mijn moeder! Zelfs zij ziet zich als kind van die oudere generatie. Zij had al het gevoel ‘Wat weet ik nou? Ik ben als kind gerepatrieerd, ik heb allemaal niet meegemaakt wat mijn ouders hebben meegemaakt.’

Zo is het inderdaad: in de Indische wereld is het begrip jong erg rekbaar. Dat ben ik met haar eens. Ook ik ben voor veel jonge lezers van Indisch 3.0 al lang geen jongere meer. Maar goed dat ik als hoofdredacteur afzwaai. En met die conclusie rond ik het interview met Siem Boon af, die samen met haar moeder Ellen Derksen de scepter zwaait over het oudste Indische evenement dat Nederland kent: de Tong-Tong Fair, voorheen Pasar Malam Besar.

De tenten van de Tong Tong Fair op het Malieveld in 2011 (c) Tabitha Lemon/ Indisch3.0 2011
De tenten van de Tong Tong Fair op het Malieveld in 2011 (c) Tabitha Lemon/ Indisch3.0 2011

 

Winnaars prijsvraag TTF 2011 bekend

We ontvingen tientallen reacties op onze Tong Tong Fair prijsvraag, die luidde:
Dit jaar vindt het festival voor de 53e keer plaats. In welk jaar en op welke lokatie was de allereerste editie?
Het juiste antwoord op de vraag was:
In 1959 in de Haagse Dierentuin.


De volgende 10 inzenders van een goed antwoord hebben 2 vrijkaartjes gewonnen voor de Tong Tong Fair 2011:

Anky Roks van de Steur, Esmeralda Hardenberg, Jeanette Phillipsen, Karin van Hulst, Maria van Elswijk, Melroy Dambrink, Miranda de Vries, Regina Block-Lang, Rogier Thomasse en Wim Timmermans.

Wij feliciteren de prijswinnaars, die inmiddels ook via email hebben gehoord dat zij de kaartjes hebben gewonnen.

Angela Moyra – “Ik voel mijzelf een wereldburger”

Deze week is het muziekweek op Indisch 3.0. Achtereenvolgens worden er drie interviews gepubliceerd met jonge getalenteerde Indo’s die iets doen in de muziek. Vandaag beginnen we met een interview met Angela Moyra.

Tekst: Willem-Jan Brederode, Fotografie: Tabitha Lemon

Angela Moyra was één van de grote verrassingen van het afgelopen seizoen van “Popstars”. Zichzelf begeleidend op gitaar veroverde ze de harten van de jury met haar eigen geschreven liedje ‘Timid’. Ondanks het contrast tussen het commerciële format van de show en haar singer-songwriter achtergrond veroverde zij een zesde plek. Indisch3.0 sprak met haar, bijna een jaar na dit stormachtige avontuur.

Wie de optredens van Angela bij Popstars heeft gezien, ziet door de visagie en styling heen nog steeds het frêle meisje dat de boude beslissing nam om met gitaar en een eigen liedje auditie te doen. Maar hoe wist zij dit verschil te overbruggen en zover in de show te komen? “Het was niet ongewoon voor me een vreemde eend in de bijt te zijn, zo voel ik mezelf mijn hele leven al. Vroeger was ik daar erg onzeker over, ik voelde mezelf nooit op m’n plek. Nu vind ik het juist cool om niet standaard te zijn’.

 

“Het leek wel een droom soms. Toen de show voorbij was en de aandacht weg, zat ik nog een tijdje in een soort roes”

 

‘En muziek blijft muziek’, zo vervolgt ze, ‘dus het moest wel ergens passen. Uiteindelijk is het toch gelukt mijn eigen muziek te laten horen en daar kreeg ik erg leuke reacties op. Veel meisjes schreven mij om te vertellen dat ik ze inspireerde zelf liedjes te schrijven”. De andere kant van de medaille leerde Angela ook kennen: “Ik kreeg ook kritiek en daar leerde ik gaandeweg mee omgaan. Ongeacht dat erg leuk was om mee te maken was het ook enorm zwaar. Het leek wel een droom soms. Toen de show voorbij was en de aandacht weg, zat ik nog een tijdje in een soort roes”.

De verhalen van oma

Angela’s levensverhaal begon 26 jaar geleden in de Zaanstreek als enige dochter van een Nederlands-Engelse vader een Moluks-Manadonees-Javaanse moeder.  “Ik heb een erg fijne jeugd gehad samen met mijn ouders en mijn drie broers. Mijn moeder was en is nog steeds een voorbeeld voor mij. Ze is een traditionele en zorgzame maar ook een heel sterke vrouw. Na kanker te hebben overwonnen, is zij nu een succesvolle ondernemer met haar eigen Indonesische restaurantje. Ik zou graag zijn zoals zij is en ook zoiets doen. Ik denk ook dat ik haar daar blij mee zou maken, maar helaas heb ik haar kookkunsten niet geërfd”.

(c) Tabitha Leom/ Indisch 3.0 2011

De sterkste jeugdherinnering heeft Angela aan haar oma, die vroeger dichtbij woonde. Als een soort tweede moeder paste zij vaak op haar en haar broers. Naast haar lekkere spekkoek, herinnert ze zich de verhalen van haar Molukse oma het meest. “Voor het slapen gaan vertelde ze honderduit over haar jeugd, de boottocht naar Nederland en de tijd in de barakken. Ze stopte pas als ik zei; “Oma, ik wil slapen…”. Toen ik later de Molukse geschiedenis leerde kennen, kon ik haar verhalen pas plaatsen. Ze overleed een uur voor de eerste liveshow van Popstars. Toen moest ik nog zingen. Mijn moeder en ik keken elkaar aan en wisten dat mijn oma erbij was en naar mij keek”.

Wereldburger

De familie van haar moeders kant zijn echte familiemensen. Angela zelf is op dit moment echter heel erg gefocust op zichzelf. Dat uit zich in een ‘internationale zoektocht naar wie ze is: “Ik zou heel graag voor een langere tijd naar Engeland en Indonesië gaan, om delen van mijn eigen achtergrond en daarmee mijzelf beter te leren kennen.

Amerika is echter mijn tweede thuisland. Tijdens mijn tijd aan de Hogere Hotelschool heb ik daar meerdere malen stage gelopen. Ondanks dat veel Nederlanders Amerika nep en opgeblazen vinden, vind ik het prachtig als mensen in een winkel beginnen met “How are you?” en eindigen met “God bless you”. In het buitenland staat men bovendien veel opener voor muzikale ontwikkeling; men is daar meer van “follow your dreams”. Ik ben meer internationaal georiënteerd en dat gaat verder dan alleen de achtergrond van mijn ouders. Ik voel me een wereldburger”.

“Ik zou dolgraag een keer op een pasar malam willen optreden. Dat past perfect in mijn zoektocht naar mijzelf”


(c) Tabitha Lemon/ Indisch 3.0 2011

 

Pasar Malam

Naast haar reisplannen, is Angela momenteel ook druk met haar muzikale carrière. Ze staat binnenkort in de kwartfinale van de Grote Prijs van Nederland en is ook in gesprek met een publisher om haar nummers te laten gebruiken door andere artiesten. “Ik leer steeds beter hoe ik liedjes kan schrijven. Er is veel interesse naar mijn werk, maar ik weet nog niet hoe alles precies gaat lopen. Ik weet wel dát er iets staat te gebeuren”. Ook heeft ze nog een speciale wens. “Mijn muzikale invloed en kennis komen vanuit beide zijden van mijn familie, maar ik zou dolgraag een keer op een pasar malam optreden. Dat past perfect in de zoektocht naar mezelf”.

Met deze wens besluiten we het interview. Terwijl Angela en Tabitha de drukte van Amsterdam induiken voor een aantal kiekjes, mijmer ik over Angela’s wens. Ik heb er wel een goed gevoel bij. Volgend jaar zal ik haar vast een keer zien optreden op het Malieveld in den Haag…

 

 

Nieuwsgierig geworden naar meer? Kijk op Angela’s Youtube-kanaal en volg haar tweets…