In de keuken: koken met een lach en een traan – sterk spul die uien

Na 2,5 uur reizen kom ik ’s avonds thuis in Utrecht. Koken hoef ik niet meer, dat heb ik eerder die middag al gedaan. Uit mijn tas komt een eetlucht. Waarvan? Van de ayam bali en de zwartzuur van kip. Die middag ben ik in Delden bij Nasi Kuning van Raymond Linde en zijn vrouw Astrid geweest. 

Wanneer ik bij Nasi Kuning binnenkom valt mij de gezelligheid die het uitstraalt direct op. Het heeft iets huiselijks, als een grote eetkeuken. De inrichting is een ratjetoe. “Indisch ingericht”, vertelt Raymond mij. Het voornaamste is dat het gezellig moet zijn. Een woord dat deze middag perfect ondervangt. Raymond praat honderduit, heeft een aanstekelijke lach en dat koken één van zijn passies is, is te zien aan de twinkeling in zijn ogen wanneer hij mij hierover vertelt.

Van Militaire Dienst naar Javaansche Kokkie naar Nasi Kuning
In 1989 is Raymond begonnen met Indonesisch koken. Zijn moeder runde in die tijd een cateringbedrijf. Toen Raymond uit militaire dienst kwam, vroeg zijn moeder of hij wilde helpen in het bedrijf. Het beviel Raymond zo goed dat hij het bedrijf overnam van zijn moeder. Twaalf jaar lang runde hij samen met zijn vrouw en een compagnon de Javaansche kokkie. Na een paar jaar ander werk te hebben gedaan, zette Raymond twee jaar geleden samen met zijn vrouw Nasi Kuning op. Nasi Kuning verzorgt éénmalige workshops, lessen en catering.

 ‘We willen mensen meenemen in een stukje kookbeleving en ervoor zorgen dat zij met een lach de deur uitgaan!’

“Het is heel belangrijk tijd voor de mensen te nemen. Zij nemen immers ook de tijd voor ons. Haast kennen we niet. Soms kiezen de mensen ervoor het hier op te eten. We zitten dan met z’n allen gezellig aan één grote tafel. Eten lekker en drinken wat. De koelkast staat daar zeg ik dan. Dat is ook de basisgedachte. Mensen meenemen in de Indonesische eetcultuur.”

Inspiratie
Raymond haalt zijn inspiratie uit oude recepturen van zijn oma. Ook haalt hij zijn inspiratie uit kookboeken uit de jaren ’20, zoals het kookboek van Beb Vuyk. “Ik kook Indonesisch en niet Indisch,” zegt Raymond. “Indisch kan gezien worden als een Fusionstroming van de Nederlandse en Indonesische keuken. Ik wil de traditionele Indonesische keuken zoveel mogelijk in stand houden.”

Nostalgische herinnering
Raymond noemt het koken van Indonesisch eten ook wel emotie-koken: “Dat is ook het leuke aan de workshops! Dat mensen aan kunnen geven wat ze graag willen maken. Indische mensen willen vaak dat ene recept van oma maken. Laatst was er een jongen die geadopteerd was uit Indonesië. De combinatie van de geur van het eten en de damp van auto’s buiten, maakte, dat wanneer hij zijn ogen sloot, hij zich even in Indonesië waande. Daar gaat het om. Ruiken, voelen, proeven en beleven.” 

‘Maar jeetje een nostalgische herinnering. Zo oud ben ik toch nog helemaal niet.’

Na een korte stilte zegt Raymond dat hij toch iets weet. Het meekijken bij zijn moeder in de keuken vroeger. Hij kan zich nog goed herinneren hoe zijn moeder altijd druk in de weer was met alle gerechten. “Mijn vrienden vonden altijd dat het stonk bij ons thuis, nu eten ze uit mijn hand!”

Via Sumatra naar Lombok
Één van de ambities van Raymond is om ooit nog eens een eigen kookboek te maken met traditionele Indonesische recepten. Maar zijn allergrootste ambitie is om via Sumatra en Java naar Lombok te reizen: “Mijn kookkunsten zitten vol Oost-Javaanse invloeden omdat mijn moeder hiervandaan komt. Ik wil ook graag de keuken van Sumatra onder de knie krijgen. Op Sumatra gebruiken ze minder Assam en ze koken scherper “

Net niet
Ik vertel Raymond dat wanneer ik met Indo’s uit eten ga ik vaak hoor, lekker maar niet zoals mijn oma het maakt. Geldt dit ook voor hem? Raymond zegt dat hij is opgegroeid met de gedachten dat je een gegeven paard nooit in de bek mag kijken. Maar hij herkent het zeker. “Uit eten gaan met mij is niet leuk wanneer we Indonesisch gaan eten. Het is het altijd net niet of naar Nederlandse smaak.” 

 ‘Eten is vaak gebonden aan herinneringen. De smaak van nu is anders dan van toen.’

Jouw motto: Iedereen kan Indonesisch koken. Tips?
‘Koop het kookboek van Raymond Linde in 2012.’

“Nee hoor. Grapje. Wat was je vraag ook alweer?  O ja , tips.”

1. Zorg dat je de basisingrediënten in huis hebt: trassie, assam, laos (soort worteltjes), sambal oelek en citroengras.
2. Gebruik geen olijfolie maar zonnebloemolie of arachide olie. Olijfolie gebruiken is hetzelfde als vloeken in de kerk. Je kunt ook palmolie gebruiken.
3. Durf te kruiden. Als er staat neem 4 blaadjes, neem dan niet de kleinste blaadjes.
4. Koop een kookboek en begin gewoon. Neem wel een oud Indonesisch kookboek.
5. Maak je gebruik van verse kruiden. Maak het dan een dag van te voren dan smaakt het nog lekkerder. Bijkomend voordeel een dag van te voren koken haalt de stress uit te keuken.

Indonesisch met kerst?
“We eten niet altijd traditioneel Indonesisch met de kerst. Maar dit jaar wel denk ik. Vrienden zeggen altijd: Jullie Indo’s moeten altijd uitpakken met eten. Jullie kunnen nooit zomaar gaan eten, maar moeten altijd veel eten. Dit heeft ook te maken met een andere gastvrijheid.”

‘Wanneer ik vroeger bij de familie van mijn vader kwam dan kregen we allemaal één koekje en de rest van het pak verdween weer in de kast. Bij de familie van mijn moeder bleef dit pak op tafel staan.’

Ik vraag Raymond hoe zijn kinderen het eigenlijk vinden om Indonesisch te eten.” Ik heb twee zonen. Toen ze klein waren gaf ik ze sambal goreng boontjes. De tranen liepen over hun wangen. Vooral mijn jongste zoon vindt koken leuk. De oudste maakt de perfecte pangsit gorengs, twintig op een rij die allemaal op elkaar lijken. Misschien moet ik hem een contract aanbieden! Als mijn zonen het later leuk vinden mogen ze me komen helpen in de keuken. Maar het hoeft niet. Ze moeten doen waar zij gelukkig van worden.” 

Doen wat je gelukkig maakt, zijn vrouw en kinderen en natuurlijk het eten, zijn dingen waar Raymond en ik over doorpraten tijdens het bereiden van ayam bali en zwartzuur van kip. We buigen ons over de vraag of we heel Indisch zijn en wat dit nu precies is. We lachen, er is herkenning en de sterke uien zorgen voor een enkele traan. Wat een leuke middag en wat een lekker eten!

Wil je meer weten over Nasi Kuning? Kijk dan op www.nasikuning.nl

 Weet je nog niet wat je met de kerst gaat eten? Hier een traditioneel Indisch recept voor zwartzuur van kip

Zwartzuur van kip

1 kop of 4 bouten                3 dl rode wijn
2 eetlepels boter                 2 eetlepels witte azijn
4 sjalotten                              half kopje ketjap manis
3 teen knoflook                    nootmuskaat (mespuntje) naar smaak
2 pijpjes kaneel                    1 eetlepel suiker
10 peperkorrels                   zout naar smaak
10 hele kruidnagels            1 eetlepel maizena

Stap 1
Bestrooi de kipstukken met zout en braad ze in de boter goudbruin.

Stap 2
Pel de sjalotten en de knoflook en snijd ze in stukjes.

Stap 3
Haal de kip uit de pan wanneer deze goudbruin is en fruit de sjalotten en knoflook in de pan tot ze mooi bruin van kleur zijn.

Stap 4
Doe de kip weer in de pan samen met de kaneel, kruidnagels en de peperkorrels.

Stap 5
Blus het geheel met 3 dl rode wijn, de azijn, de ketjap manis en voeg de suiker toe. Roer alles goed door elkaar en laat het geheel ongeveer 45 minuten stoven.

Stap 6
Haal de kip weer uit de pan en bind de saus met een eetlepel maizena.

Oorspronkelijk wordt dit van eend gemaakt. Later werd dit van kip gemaakt. In plaats van rode wijn wordt er ook bessensap gebruikt.

Je eet dit gerecht met aardappelpuree, stoofpeertjes, doppers en wortels en appelmoes

Indischer dan ik dacht

Een doodnormale vrijdagavond. Een avond waarop ik gewoonlijk met mijn vriendje zou chillen, of een drankje zou doen in de stad met een paar vriendinnetjes. Deze avond was anders. Ik ging namelijk uit eten met tien partners in crime van Indisch 3.0.

Toen ik aankwam bij restaurant ‘De Courant’ in Utrecht, stonden er al twee anderen te wachten. Charlie, mijn mede powerpuff girl, zoals ons groepje uit Utrecht binnenskamers wordt genoemd. Haar altijd opgewekte stem kwam me al vanaf een afstandje tegemoet. Naast haar stond Bryony, een prachtige meid die ik alleen nog maar kende van haar foto op Indisch 3.0. Geen Indonesische keuken voor ons vanavond, maar de heerlijke Italiaanse cuisine stond op het menu. Indo’s eten immers alles, toch?

Na een tijdje aan de bar te hebben gehangen, kregen we onze tafel toegewezen. Toen de avond vorderde, wisselden we af en toe van plek. We kenden elkaar immers nog niet allemaal, maar daar zou snel verandering in komen. Toen ik tegenover Willem-Jan, beter bekend als Merah, kwam te zitten, stelde hij me een vraag waar ik lang over ben blijven nadenken; ‘Merk je op dit moment dat je met alleen maar Indische mensen bent?’. Ik dacht na en keek toen naar Roosje, die naast me zat. Ik keek Merah aan en zei: ‘Nee, niet per se.’ Ik vroeg hem hoe hij erover dacht. Met een twinkeling in zijn ogen vertelde Merah dat hij het wel degelijk voelde. Een soort saamhorigheidsgevoel, een band. Bijna meteen had ik spijt van mijn antwoord. Ik dacht namelijk terug aan hoe de avond tot dan toe verlopen was, aan hoe iedereen enthousiast, maar toch bescheiden op elkaar reageerde. Hoe iedereen zich, ondanks dat we elkaar nauwelijks of niet kenden toch op zijn gemak voelde.

Toen het gesprek even stil viel en ik van mijn drankje nipte, keek ik eens om me heen. Ja, ik was vanavond op stap met alleen maar Indo’s. Voor een buitenstaander was dit waarschijnlijk niet te merken. Niet aan ieders uiterlijk is het namelijk op het eerste gezicht te zien. Ik vroeg me af wat andere mensen zouden denken als ze ons groepje zo bij elkaar zagen. Is het familie? Collega’s? Of gewoon vrienden? Ik keek nog eens om me heen. Ja, eigenlijk zijn we het alle drie.

Groene Blauwe

Recycle logo

Deze Indo is lekker bezig. Dat eeuwige gezanik over Indotiteit is eindelijk voorbij. Indo or no Indo is niet langer een vraag, want het is tijd voor grotere dingen. Dus ego opzij, SuperIndo-kostuum uit de kast trekken en preken voor eigen parochie. Over plastic zwerfafval, plastic soep of voor ons als Indo’s onder elkaar: Soto plastic.

“Waarom valt deze duurzame Indo ons hiermee lastig?”, is wellicht de (terechte) vraag. Laat ik voorop stellen dat ik niet tegen plastic ben. Integendeel, ik zie het als een wondermiddel dat heel lang meegaat. Alleen jammer dat we het niet als zodanig gebruiken, omdat  plastic weliswaar afbreekt, maar niet verdwijnt en dat onze wateren er inmiddels ruim mee zijn afgevuld.

Als je in het dagelijks leven goed op plastic gaat letten dan zie je het ineens overal. Voor de grap ben ik daarom op onderzoek uitgegaan in een toko bij mij in de buurt. De wereld aan plastic bakjes met deksels en natuurlijk alle folie om o.a. de spekkoek, lempers en kue lapis. Daarmee leveren we een aardige bijdrage aan de plastic afvalberg. Al ben ik ervan overtuigd dat de Indische consument de bakjes keurig bewaard voor hergebruik.

Desalniettemin denk ik dat het anders, slimmer en groener kan. Met bijvoorbeeld bananenblad, statiegeld-bakjes en natuurlijk iets met bamboe. We kunnen tevens proberen om de mensen met een rantang richting de toko te bewegen. Of dat we vaste klanten kunnen verleiden zo’n ding te leasen. Andere ideeën en suggesties zijn uiteraard meer dan welkom. Wees vooral creatief.

Maatschappelijk verantwoord ondernemen is helemaal hot. Zelf spreek ik echter liever van maatschappelijk verantwoord gedrag. Wie kunnen deze belangrijke voortrekkersrol in Nederland beter vervullen dan wij Indo’s? Kijk naar ons huidig muzikale landschap. Wie waren de voorlopers? Precies.

Bovendien als we ooit de rekening van Moeder Aarde gepresenteerd krijgen zijn wij met ons groot aanpassingsvermogen, daar zijn we wereldwijd heer en meester in, toch degenen die hier het snelst mee om kunnen gaan. Het zal niet altijd makkelijk zijn, maar rap zijn we! Waarom beginnen we niet alvast?

Het is tijd voor een Indische Lente of een Groene revolutie onder aanvoering van de Blauwen! Als wij het niet doen, doet niemand het. Wat anderen wel doen, kunnen wij beter. We redden de wereld en hoeven er niets voor terug. Zo zijn we.

Het einde van Rawagede

Na jaren procederen kregen zeven weduwen uit Rawagede afgelopen september eindelijk goed nieuws: de Haagse rechtbank stelt de Nederlandse staat aansprakelijk voor de dood van hun mannen in 1947. Er moet een schadevergoeding worden betaald. Ook komen er, precies 64 jaar na dato, officiële excuses voor de massamoord in het Javaanse dorp. Het verhaal Rawagede lijkt daarmee eindelijk ten einde. Een einde waarmee een bloedrode schandvlek in de geschiedenis is opgedroogd.

Vandaag, tijdens de jaarlijkse herdenking van de executie in Balongsari, zoals Rawagede al jaren heet, zal de Nederlandse ambassadeur de excuses overbrengen in een speech bij het monument ter nagedachtenis aan de honderden slachtoffers. Met zorgvuldig gekozen en gewogen woorden. Woorden met veel betekenis, vooral voor de handvol toehoorders in het publiek die het drama zelf meemaakten. Oude mensen nu.

Met deze excuses kan het boek voor hen eindelijk dicht. Daar hadden ze al heel lang behoefte aan. Een schadevergoeding hoefde niet per se, hoewel dat de laatste jaren van hun leven ongetwijfeld wat aangenamer zal maken. Waar zij vooral al heel lang behoefte aan hebben, is excuses en verzoening. Daar moesten ze zelf voor strijden, want vanuit Nederland kwam al die tijd geen bericht.

En dat is helaas geen nieuws, want als het om zwarte passages uit het eigen verleden gaat, houdt Nederland immers altijd de boot af. Toen de nabestaanden vorig jaar met steun van het Comité Nederlandse Ereschulden naar de Nederlandse rechter stapten, verweerde de Nederlandse Staat zich door de misdaden verjaard te verklaren. Volgens de landsadvocaat was er daarom geen aansprakelijkheid mogelijk. Punt.

Nu de Haagse rechter anders heeft besloten en de claim op verjaring onredelijk acht, gloort er eindelijk hoop op enige genoegdoening. Hoewel er vandaag excuses worden uitgesproken, is in juridische zin de erkenning van verantwoordelijkheid pas definitief als Nederland niet in hoger beroep gaat. Laten we hopen dat dat inderdaad niet gebeurt, daarmee zou de polderhypocrisie het kookpunt immers overstijgen.

Dat Nederland zijn ereschulden pas inlost als comités of nabestaanden naar de rechter stappen, geeft te denken. Te lang bleef erkenning van misdaden, fouten en nalatigheden uit, vooral als het om het koloniale verleden gaat. Desondanks zal de gemeenschap van Balongsari de excuses van vandaag accepteren. Maar het heeft te lang geduurd. Bijna langer dan een mensenleven.

Voor Pak Saih Bin Sakam, de enige overlevende van de massamoord komen ze in ieder geval te laat. Hij overleed begin dit jaar op 88-jarige leeftijd in het dorp waar hij zijn leven lang woonde. Precies drie jaar geleden ontmoette ik hem op de plek waar ooit zijn leven opnieuw begon. Hij stond tegenover me, omringd door kinderen en lachte. Nooit zal ik vergeten hoe hij sprak, zonder wrok en met een aanstekelijk optimisme. Volgens hem zou deze dag ooit komen. Hij had gelijk. Eindelijk dan. Eindelijk is het zover.

Dansen met 'greget'

Ghost Track van LeineRoebana. Foto: Deen van Meer.

Choreograaf Harijono Roebana over dansvoorstelling Ghost Track

“Hoe laat je nieuwe invloeden toe zonder jezelf te verliezen? Ghost Track is een ontmoeting van uitersten: Europa en Indonesië, het traditionele en het hedendaagse, dans en muziek,” valt op de website van choreografenechtpaar Andrea Leine en Harijono Roebana te lezen. In het kader van de tournee met Ghost Track,  sprak ik met de mannelijke helft van dit duo over traditie, vernieuwing en dans.

Andrea Leine en Harijono Roebana. Foto: www.leineroebana.com
Andrea Leine en Harijono Roebana. Foto: www.leineroebana.com

Gunawan
“Choreografen Andrea Leine en Harijono Roebana dagen vijf westerse dansers, drie Indonesische dansers en componist Iwan Gunawan met zijn gamelan ensemble Kyai Fatahillah uit samen te smelten tot iets nieuws,” lees ik verder op www.leineroebana.com. De Sundanese gamelan van Gunawan, niet te verwarren met het sonore gepingel dat we hier vooral kennen, trok in 2009 de interesse van het choreografenduo. Het resultaat is een, volgens de Volkskrant, ‘fascinerende dansreis.’

Greget
Dat Westerse dansers en Indonesische dansers inderdaad verschillende tradities hebben, merkte Roebana bij de repetities.“Dat culturele verschillen praktische problemen op zouden leveren, had ik wel verwacht. Toch waren die anders dan ik had kunnen verzinnen,” aldus de choreograaf. “Een voorbeeld? Voor Indonesische dansers is de greget, de innerlijke kracht, ongelooflijk belangrijk. Dans je met je mond open, dan kan je die kwijtraken. Beweeg je veel door de ruimte, hetzelfde verhaal. Westerse dansers doen dat juist wel.”

Traditie en vernieuwing
“Voor Indonesiërs is traditie dominant en betekent vernieuwing dat je traditie nieuw leven inblaast. Voor ons betekent vernieuwing breken met tradities. Wij kunnen daardoor vrijer omspringen met hun traditie en we zijn gaan kijken of het anders kon. Dus wél met de mond open dansen én door de ruimte bewegen,  maar niet je greget verliezen. Dat is culturele vernieuwing op het niveau van de dans.”

‘Greget, de innerlijke kracht, is ongelooflijk belangrijk’

Ghost Track van LeineRoebana. Fotografie: Deen van Meer.

Culturele verschillen
Een ander voorbeeld was dansen met los zwaaiende armen, typerend voor moderne dans uit het westen. “Nee, dat deden ze niet,” vertelt Roebana. “Of zich laten vallen in de ruimte. Niet dat ze het niet wilden, maar ze konden het niet. Zij spannen hun vingers aan bij het dansen, daardoor krijgen ze zoveel spanning in hun handen, dat het moeilijk is hun armen te laten zwaaien. En zo waren er wel meer interessante verschillen op fysiek niveau, die voortkwamen uit culturele verschillen.”

Geld
Harijono, zoon van een Indonesische vader en Nederlandse moeder, heeft zelf weinig met de Indonesische cultuur. “Ik ben er nooit zo mee bezig geweest. De Indonesische laag is een non-existent deel van mijn verleden geweest. Ik ben wel eens in Indonesië geweest, bij familie, maar met de Indonesiërs in het algemeen kon ik geen band krijgen. In hun ogen was ik een blanke aan wie je geld gaat vragen. Ik ben erg rationalistisch, ik voelde me niet aangetrokken tot de mystiek of de Indonesische cultuur. Tot ik een aantal jaar geleden, door de dans en de muziek, begon te kijken naar wat we fysiek deelden.”

“Wat delen we, fysiek?”

Ghost Track van LeineRoebana. Fotografie: Deen van Meer.
Ghost Track van LeineRoebana. Fotografie: Deen van Meer.

Tussen haakjes
“Mijn moeder vindt de voorstelling fantastisch, mijn vader is er helaas niet meer,” vertelt Harijono tenslotte. “Hij heeft nog wel meegemaakt dat ik enthousiast werd voor zijn cultuur. Een cultuur die hij zelf overigens tussen haakjes had gezet. Af en toe hoorde ik wel wonderlijke verhalen over zijn verleden. Dat hij de hele nacht bij een wajang gulit voorstelling had gezeten, bijvoorbeeld. Verder heb ik geen Indische opvoeding gehad.”

Ghost Track. Sinds 18 november op tournee en nog tot en met 23 december a.s. te zien. Voor data en locaties zie www.leineroebana.com.

[box]Wil jij deze voorstelling gratis bijwonen? Het is Sinterklaas en Indisch 3.0 mag 5 keer 2 kaarten weggeven voor de voorstelling in Theater aan het Spui in Den Haag! Je kunt op drie manieren meedoen. Hoe? Door op Twitter de link van deze post te tweeten met #GhostTrack. Óf door op Facebook het artikel te sharen en te liken. Óf door de link van dit artikel per e-mail naar vijf vrienden te sturen en ons te cc-en op redactie@indisch3.nl.[/box]


Danjil Tuhumena – "Het enige doel was dat ze zouden 'draaien'"

Danjil Tuhumena logo

Enigszins gespannen zit ik met Tabitha Lemon in de donkere lobby van het hotel in Hilversum wanneer Danjil binnenloopt. ‘Sorry dat ik te laat ben!’ is het eerste wat hij zegt. Zijn sympathieke voorkomen zorgt ervoor dat mijn zenuwen binnen twee tellen weg zijn en lachen we met z’n drieën om het chaotisch drukke schema dat The Voice-kandidaat er tegenwoordig op nahoudt.

Foto’s: Tabitha Lemon

Duits-Moluks-Nederlands
Hij werkt als muziekdocent in een jeugdgevangenis, heeft een dochter van 11 en is het kind van een Molukse vader en een Duitse moeder, ‘Daarom ook het lichte kleurtje!’ Met zoveel verschillende culturen opgroeien in Nederland zou elk ander mens een identiteitscrisis bezorgen, maar Danjil niet. Vroeger voelde hij zich vooral Molukker. Danjil groeide op in de Molukse wijk in Alphen aan de Rijn en had vooral zijn Molukse familie om zich heen. ‘Thuis spraken we Nederlands, het Maleis kwam pas toen ik 15 of 16 was en dat met vrienden onderling groeide. Maar ik spreek natuurlijk ook Duits, want ja, ik heb Duitse familie.’

Danjil Tuhumena Music
Danjil van The Voice door Tabitha Lemon (c)
 “Ik wil iets positiefs doen voor de Molukken” 
 
Tegenwoordig ziet Danjil zich vooral als wereldburger en daarna pas als Molukker. ‘Ik voel me nog steeds Molukker hoor! Alleen is het baldadige van vroeger er wel vanaf.’ Danjil draagt uiteraard de Molukse geschiedenis met zich mee maar hij staat er positiever tegenover dan toen. ‘Vroeger was het vooral je overal tegen afzetten en vooral schijt hebben aan dingen. Ik wil graag wat voor de Molukken doen, maar op een positieve manier.’
 
The Voice-kandidaat
‘Mijn enige doel was dat de jury van The Voice tijdens zijn auditie zouden ‘draaien’. Wanneer ze dat doen krijg je bevestiging van mensen die echt al hun sporen hebben verdiend in de muziekbusiness. Het feit dat ze draaien betekent dat ze iets in je horen wat hen aanspreekt.’ Voor de live show vanavond is hij niet zenuwachtig, maar de spanning was er wel even na de Battle. ‘De Battle ging gewoon niet goed. Het niveau ligt enorm hoog en als ik op het podium sta moet het gewoon perfect zijn.’

Zijn The Voice-coaches Nick en Simon ziet hij niet veel maar wanneer ze samen zijn is het koek en ei. ‘Ik zie Gordon, de man achter Nick en Simon, wel heel erg veel en dat is erg leuk.’ Op mijn verbaasde aanname dat het wel over dé Gordon zal gaan, barst Danjil in lachen uit: ‘Nee alsjeblieft niet zeg! Ik heb het over Gordon Groothedde, een hartstikke leuke gast!’

Danjil Tuhumena van The Vocie of Holland
Danjil en zijn gitaar door Tabitha Lemon (c)

Connecten
Bevestiging van Neerlands muzikale grootheden of niet, Danjil is niet helemaal, of eigenlijk helemaal niet, nieuw in het muziekwereldje. Met Djanecy lanceerde hij twee albums. Vooral in de Molukse scène lieten ze hun sporen na, maar ook daar buiten verwierven ze bekendheid. Een liedje blijft hem nog altijd achtervolgen: ‘Oh, mensen beginnen nog altijd ‘Zo  mooi’ te zingen als ik me voorstel.’

“Met de familie gaat het om de gezelligheid”
 
De muziek kreeg Danjil als kind thuis de muziek met de paplepel ingegoten door zijn vader die met de kinderen, drie broers en een zus, een familieband formeerde. Als hij muziek maakt met familie draait het vooral om de gezelligheid, het gevoel dat bij familie hoort. Met andere muzikanten werken is dan ook heel anders, vooral professioneel. ‘Met sommige mensen heb je een klik, met anderen niet.’ Toch is  die klik er sneller met Molukse artiesten. Een tijd terug werd Danjil door Joany Hitiaubessy, de bassiste van Foco, met Maurice Matiruty, in contact werd gebracht. ‘De klik was er en binnen een paar uur stond het muziek. We hadden in korte tijd iets staan waar je normaal een week over doet.’
 
Help Danjil naar de Molukken
Dit jaar stonden Danjil&Friends op het Java Jazz Festival in Jakarta. De band was ontstaan naar aanleiding van Danjils deelname aan het festival. ‘Ik heb gewoon aan vrienden gevraagd of ze zin hadden om mee te gaan en zo ontstond de formatie.’ De band bestaat geheel uit Molukse muziekanten en het was een hele ervaring om in Jakarta op het podium te staan. ‘Alle grote namen uit de jazzwereld waren er en om er tussen te mogen staan was een hele ervaring.’ In deze omgeving performen was geweldig, maar het was backstage dat de mooiste momenten plaatsvonden. ‘Backstage bij Santana, geweldig!  En dan loop je Dennis Chambers even tegen het lijf.’ Er werd wat afgejamd, tot in de vroege uurtjes. ‘Er werd tot 7uur ’s ochtends met mekaar muziek gemaakt en dan ’s middags weer gewoon optreden hè!’
 

The Voice Danjil Tuhumena
Danjil tijdens het interview door Tabitha Lemon (c)

“Ik heb de grootheden tot vroeg in de ochtend zien jammen”

‘Jakarta voelde bijna als thuis, maar het waren natuurlijk nog niet de Molukken.’ Danjil koos er bewust voor tijdens zijn reis naar Indonesië voor het Jazz Festival niet naar de Molukken door te reizen. ‘Ik wilde tijdens het Jazz Festival me ook kunnen focussen op de muziek. Bovendien ben ik nog nooit op de Molukken geweest dus wanneer ik daar heen ga wil ik ook niet nog met andere dingen bezig moeten zijn.’ Op de vraag waarom hij nog nooit naar de Molukken is geweest, antwoordt hij verlegen: ‘Ja, geld hè?’

Wil je nog meer weten over Danjil? Kijk dan op zijn website http://www.danjilmusic.nl/. Vanavond is Danjil te zien en te horen tijdens de Live Show van The Voice of Holland op RTL4.  Vergeet niet op ‘m te stemmen!